trefwoordenlijst Genealogie2008, Homepage Dumont, André,


A


á dieu vaarwel, god zij met u
a capita ad calcem van begin tot het einde
a dato vanaf heden
a dessein naar een ontwerp
A di op de dag
a dieu vaart wel, god zij met u
a dorso op de rugzijde
a iudice ex officio supplicans aan de rechter op grond van zijn ambt verzoeken
a lapide door een steen
a me pastore baptizatus door mij pastoor, gedoopt
a mensa et toro van tafel en bed
a meta voor de helft
a nativitate sinds de geboorte
a pari van gelijke waarde
a priori van te voren
a testato erven (a) erven omwille van een testament
a. afk. autres, ander, tweede
a. afk. afdeling, akker, ambt, aantekening
a.a afk. ad acto, van elk evenveel
A.a.A. afk. in opdracht van de Allerhoogste
a.b. afk. aurea bulla, gouden knop a.b.c.
a.b.c. afk. abécé de la vie, eerste kinderjaren
a.C afk. ante christum, vóór christus geboorte
A.C. afk. anno christi, in het jaar na christus
a.c. afk. academia, de academie
a.C.n afk. ante christum, in het jaar voor christus
A.D. afk. anno domini, in het jaar onzes heren
a.d. afk. a dato, de dato
ook; ante diem, vóór de dag
a.g. afk. aller genadigste
a.h. afk. aller hoogste
a.h.d. afk. deputatus, hiertoe benoemd
a.i.s. afk, actum in senatu, behandeld in Senaat /raad
a.i.s. afk. actum in senatu, handeling zoals besloten
A.K. afk, Armee-Korps, legerkorps
a.l. afk. anno lebente, levend in het jaar
a.l.b. afk. akten liggen bij
a.m. afk. ante meridiem, voor het middaguur,
‘s ochtens
a.m. afk. Anno Mundi
a.m.d.g. afk. ad maiorum dei gloriam, tot meerdere eer van god
a.p. afk. à proteste, protesteren, zich verzetten, protest aantekenen
a.st afk. ancien style, oude datum stijl
a.u.s. afk, actum ut supra, akte als boven
aach Aken
aalman schipper op een turfschuit
aalmoeshaler aalmoezenier
aalmoezeniersvoogd lid van het “burgerlijk" armenbestuur
aalslager vloeibare mestophaler
aam, oude wijn, bier - en oliemaat van 1.552 hl, = 1/6 vat en aan 4 anker
aandoener laken bereider
aandrager opperman
aangeboren met de geboorte verkregen
aangetelt uitbetaald
aanklever helper
aankweker kweker
aanlegger geldschieter, ook aanklager
aanpakker straatrover
aanroeper advocaat, die woord voert
aanschouwer lijkschouwer
aanwijzer schoolmeester
aardbeziën aardbeien
aardemaker kleimenger in
aardhaling grond uit depot bij het maken van dijken halen
aardmeter ambtenaar belast met het meten van de opgehaalde grond
aardwinne landbouwer
aartspriester priester die toezicht houd over priesters in kathedraal
aas handelsgewicht
1 aas =1/10240 pond afhankelijk van het gewicht van het pond ca 0,047 gram
aasdomrecht oud fries rechtssysteem tot ca 1600 (het naaste bloed erft het goed)
aasen munt
aasman leverancier van visaas
ab van, vanaf, door
ab vanaf het eerste begin, eigenlijk vanaf het eerste ei
ab adverso vanwege de tegenpartij
ab hac verward, in het wild praten
ab hoc van de hak op de tak
ab hoc die vanaf deze dag
ab hoc mense van deze maand af
ab hodierno vanaf heden
ab infantia vanaf zijn kinderjaren
ab instantia absolvere van het ten laste gelegde vrijspreken
ab inteltato door versterf, zonder uiterste wil
ab intestation bij versterf (erfopvolging zonder testament)
ab intestato bij versterf (erfopvolging zonder testament), bij gebrek aan testament
ab intestato erven erven omwille van de wet
ab obstetrice baptisatus est is gedoopt door de vroedvrouw
ab omni tempore van alle tijd, van oudsher
ab opus ius habentis ten behoeve van de rechthebbende
ab ovo zie ab
ababijs van zijn stuk gebracht
abactus roof
abalieneren vervreemden, overgeven
abamita zuster van (bet)(over) groot -(moeder, vader)
abandoreren overgeven, verlaten
abassieren omslaan, naar beneden slaan
abatement toneelvoorstelling
abatia zie abbatissa
abatissa abdis, overste nonnenklooster
abattage het houwen, het ontginnen van erts
abattial van een abdij
abattoir slachthuis
abavia betovergrootmoeder, voormoeder
abavunculus broer van (bet)(over)grootmoeder
abavus betovergrootvader, voorvader
abba(s)(-tis) abt, van de abt
abbatiael cachet ambtszegel
abbatissa abdis, overste nonnenklooster
abbatteur houthakker
abbaye abdij, klooster
abbe domme vrouw
abbé aanspreektitel geestelijke, abt, eerwaarde priester, geestelijke
abbedesse zie abbesse
abbedie de waardigheid van abt
abbesse abdis
abbet abt
abboucheren toespreken, iemand spreken
abbreviatie afkorting
abbreviature verkorten
abbrevieren samenvatten, afkorten, verkort schrijven
abcisez een kind gesneden uit zijn moeders lichaam
abcudia Abcoude
abdecker vilder, sloper
abderiet onnozele hals, domoor
abdicatio, afstand doen, neerleggen van een functie
abdicationis zie abdicatio
abdiceeren ontzeggen
abdis bestuurster van een (nonnen)klooster
abedie abdij
abeel dennenboom, witte populier
abel bekwaam
abelspel toneelstuk over hoofse liefde, (abel = mooi, fraai)
abenarius faber ketelmaker
abenarius faber ketelsmid, ketelmaker, ook blikslager
abend des jahres laatste dag van het jaar
abergoel harnas
aberreeren afdwalen, verdolen
abhorrre(e)ren ontzien, vrezen, afschrikken, tegenzin in hebben
abiectarius meubelmaker
abii vertrekken, heengaan, sterven
abiit is vertrokken, gestorven, gesteldheid, toestand
abijt kleed gedragen door een ordebroeder, kerkgewaad
abime middenvak op een wapenschild
abire vertrekken, heengaan, sterven
abirunt zij zijn vertrokken
abis hellevuur
abitum zie abii
abject verachtelijk, laag
abjudicatie gerechtelijke ontzegging
abjudiceren gerechtelijk ontzeggen
abjuratie afzwering
abjureeren geloof afzweren, afzweren
abjurer geloof afzweren
ablactation spenen, afwennen van de borst
ablata gestolen goederen
ablution (rituele) wassing
ablutus gezuiverd, gewassen (door doopsel)
abmatertera zuster van betovergrootmoeder
abnepos kleinzoon van kleinkind
abnepotes nakomelingen
abnepotis zie abnepos
abneptis kleindochter van kleinkind
abnurdus vrouw van de achterkleinzoon
aboet onderpand
aboleren afschaffen, te niet doen, kwijtschelden, opheffen, intrekken
abolitie kwijtschelding van straf door de vorst. ook brieven waar bij een zekere misdaad die door onwetendheid of onnozelheid zijn begaan worden kwijtgescholden
abominatie gruwel, afschrik
abomination afgrijselijke daad
abomineeren verfoeien, afschrik hebben
aborderen aanranden, aanklampen, aanspreken
abornementer afpalen, afbakenen, uitbakenen, afbakening, jalonneren
aborneur afpaler, landmeter
aborscap familie
abortif een dracht die dood ter wereld komt, miskraam veroorzakend
abortivus te vroeg geboren, miskraam
abortus zie abortivus
abot abt
about paal, grens
ook; onderpand
abpatruus broer van betovergrootvader
abra dienstmeid, meid
abreiscap koppelarij
abreptum zie abripere
abreptus weggenomen
abreptus morte weggenomen door de dood
abrevieren samenvatten, afkorten
abreye koppelaarster
abri afdak, wachthuisje, schuilhok
abripere wegnemen, wegrukken
abripui zie abripere
abrogatie intrekking, afschaffing, opheffing der wet
abrogatio zie abrogatie
abrogeeren afschaffen, te niet doen, breken
abruptio echtscheiding
absconse dievenlantaarn
abselveren de absolutie geven
absens zie absentis
absente afwezigheid, afwezig
absente corpore zie absente corpus
absente corpus kerkdienst zonder aanwezigheid van lijk
absente secretario bij afwezigheid van de secretaris
absente........ in afwezigheid van ...........
absenteeren achterblijven, zich afwezig houden
absenteren ontvreemden, verduisteren
absentia afwezigheid
absentibus ........... in afwezigheid van .........
absentis afwezig
absilvi zie absolvere
absolucie winnen vergiffenis verwerven van de geestelijke
absolut onbepaald, plat uit, ronduit
absoluta et extrema unctione munitus voorzien van absolutie en laatste oliesel
absolutie afdoening, ontslagen van iets, geheel en al
absolutinis zie absolutio
absolutio absolutie, vrijspraak, ontslag van rechts -vervolging
absolution ontslag van rechtsvervolging
absolutum zie absolvere
absolutus vrijgesproken, onvoorwaardelijk
absolveeren vrijstellen van straf of vervolging, vrijspreken, van aansprakelijkheid ontheffen, volvoeren, voltrekken, vrijkennen, afdoen, ontslaan
absolvere vrijspreken
absoudre, van rechtsvervolging ontslaan
absque zonder
absque dubio zonder twijfel
absteckeisen richtstaaf om de rooilijn af te zetten
abstecklinie richtlijn
absteckphahl piketpaal, jalon
abstentum zie abstinere
absterix vroedvrouw
abstertricis vroedvrouw
abstineeren onthouden, spenen (zich onthouden van)
abstinentie onthouding
abstinere zich onthouden, niet aanvaarden, weigeren, afhouden
abstinui zie abstinere
abstract afgetrokken, afgezonderd
abstraheren aftrekken, ontrekken
absurd ongerijmd, kwalijk, ten propooste gebracht (ter zaken gebracht)
abt bestuurder van een (pater)klooster
abteyker apotheker
abuis misslag, verzinsel
abundament vrijbrief, vergunning tot….
abundant overvloedig
abundantie overvloed
abundeeren overvloedig zijn
abuseeren, misleiden, verzinnen, vergrijpen, vergissen, bedriegen
abuser misbruiken, verkrachten
abusief zie absivelyk
abusive zie abusivus
abusivelyk door misbruik, tegen het gebruik
abusivus ten onrechte
abuteren misbruiken
abuus een misbruik
ac en
ac quaetus conjugalis gemeenschappelijk verworven door de echtgenoten
ac. afk. anno curante, in het betreffende jaar
ac(k)et list
acae afk. à cause, door, wegens, vanwege, om
acajou mahonieboom
acatholicus niet - katholiek
acatoen lastpaard
acc. afk. acatholicus, niet katholiek
acc. afk. accessit, aanhangsel
acc. afk. accusations, aanklachten, beschuldigingen
accarijn trommelaar
acce’ orium meehelpende, bijkomende
accensus accijns
acceptatie aanneming, toestemming, aanvaarding
accepteeren tot zijn voordeel nemen, aanvaarden
accepteren tot zijn voordeel nemen, aanvaarden, aannemen
accepteur aanvaarder
accepteur acceptant
acceptilacie manier van een contract en de voorwaarden.
acceptilatie een manier van ontslag, mondelinge kwijtschelding, kwijtschelding als gift
acceptis necessititatis… zie accepto necessititatis…
accepto necessititatis… na het ontvangen van de nooddoop (door de vroedvrouw)
acceptum zie accipere
acceptus ontvangen hebben
acces toegang
accessoir een zaak die uit een andere zaak voort komt, toevallig, bijkomende
accident een geval, toeval, voorval
accidentael een gebeurtenis, toevallig
accidentalia niet vaste predikant inkomen, verbonden aan ambtsverrichtingen zoals doop, huwelijken
accijns belasting op verbruiksgoederen, tol, impost
accijnsbediende klerk, bediende op een belastingkantoor
accijnsbewaarder belastingontvanger
accijnshuyss plaats waar de belasting moet worden betaald
accijnzenaar pachter van de accijnsopbrengst
accipere, ontvangen, accepteren
accipi, zie accipere
accisis zie accisor
accisor(is) inner van accijns (belasting)
accola iemand die zich ergens vestigt
accolyt acoliet, misdienaar, koorknaap
accommodabel behulpzaam, geriefelijk
accommodacie toevoeging, aanpassing, schikking
accommoderen beschikken
accommodiren tussenkomst
accomodabel behulpzaam, gerieflijk
accomodatie behulpzaamheid, genot, genoegen, winst, gerief
accomoderen, profijtelijk, of behulpzaam zijn, voegen, schikken,
accompagneren vergezelschappen ( vergezellen ? )
accontreeren toestellen, verfraaien
accontrement toerustingen, gereedmaken, uitrusten
accoord overeenkomst, verdrag
accordeeren overeenkomende
accorderen overeenstemmen
accordeur orgelstemmer
accordich overeenkomst, het eens zijn
accotoen wambuis, overhemd
accouchée kraamvrouw
accouchemont moeilijke geboorte
accoucher een kind baren, bevallen
accoucheur vroedmeester, vroedvrouw
accoucheuse, verloskundige
accrementum aanwas
accresceren aangroeien, toenemen, aanwassen
accumuleren ophopen, vergaderen
accuraat bondig, nauwkeurig, welgeschikt
accusare beschuldigen
accusatie aanklacht, beschuldiging
accusé aangeklaagde, verdachte, beschuldigde
accusée zie accusé
accuseren aanklagen, beschuldigen, betijen, aantijgen,
accys tol
accysenaar tollenaar, hoofdgaarder
accyze tol, belasting
accyzehuys zie accijnshuyss
ache selderie
acheel zie achel
achel graanmaat,
1 achel = 1/8 zak en 1/8 hl.
achendeel het 1/8 e deel, ook een landmaat
achetendeel zie achel
acheteur inkoper, inkoopster, koper
acheteuse zie acheteur
acht wettig, rechtmatig
acht, zie achten,
achtbrief brief waarin iemand in de ban wordt gedaan, opgelegde straf was vaak vogelvrijverklaring en verbeurdverklaring van zijn bezit.
achte opletten, er zorg voor dragen
achtelinc achtste deel van een maat
achteloos eerloos
achteman lid van het openbare bestuurscollege
achten zich beraden over …..,
achtende achtste
achtendeel het één achtste deel
achtendhalf zeven en een half
achter schade, nadeel, ook schatter taxateur
achter landmaat
achter achter iemands rug, buiten zijn weten
achter (tag) de zelfde dag over een week
achterbaecs achter iemands rug, buiten zijn weten
achterboeren achterneef, achternicht
achterboren achterbaren, achterneef
achterclappen belasteren, kwaadspreken
achtercleppierse kwaadspreekster
achterclocke avondklok
achterdaet een daad om een eerdere daad te herstellen
achterdeel nadeel, voordeel en achterdeel, schade
ook; inhoudsmaat voor graan = ca 20,3 ltr.
achterdeken plaatsvervangend deken
achterdijc, binnendijk
achterdijcsloot achterwering, sloot achter de binnendijk
achtererve het achter een huis gelegen erf
achtergelaten nagelaten
achtergereide staartriem van een paardentuig
achterghereyde zie achtergereide
achterhalen (enen) iemand in rechte van schuld overtuigen
achterhofstede meestal een achteraf gelegen hofstede
achterhouwelijck tweede huwelijk
achterhuus zie achterhuys
achterhuys achterhuis
achterkintmaecht bloedverwant in de derde graad vanaf de gemeenschappelijke stamvader
achterlatenisse verzuim, omissie
achterleen leen ontvangen van iemand die zelf leenman is over dat gebied
achterleenman bezitter van een achterleen
achterling inhoudsmaat voor graan = ca 6,5 ltr.
achtermeid meid werkend op een boerderij (op het land)
achtermoder moeder in een gesticht
achterrechter rechter in plattelandsgebied
achterrechtsweer achterneef
achterrichtampt ambt van rechter in een plattelandsgebied met daarin een plaats dat een rechtsgebied vormde
achterschriven bijschrijven
achterstade achterstallige schuld, achterstand
achterstede zie achterstade,
achtersteek(st)er naaister die de achterzijde van de zeilen naaide
achtersusterskint
een maag (bloedverwant) van de derden graad, die in de derden graad staat, gerekend vanaf de gemeenschappelijke stamhouder
achtervelilich een rechtszaak verliezen
achtervolgen nakomen, naleven, navolgen (van een wet, overeenkomst)
achterwaarster baker,
achterwaereghe zie achterwaersterige
achterwaerghe verloskundige
achterwaersterige kraamvrouw, baker
achterwaker nachtwaker tot 12 uur 's nachts
achterwater water van een watermolen stroomopwaarts
achterwesen achterstallige vordering
achtgeevende op rekening houden met
achtzehter (tag) de achttiende dag (13 januari) na de geboorte van jezus
acicularius naaldenmaker
aciies een toegang
ackerlant(s) akkerland
ackerloon vergoeding voor zaaisel, opbrengst van gewas op een akker
ackerman landbouwer, boer
ackersieck melaats, leproos
acoleren omhelzen
acoliet misdienaar
acolyte zie acoliet
acouter spion, verspieder
acqueste verkrijging, aanwinning
acquiesceeren zich te vreden houden, berusten, toestaan
acquiësceren zie acquiesceeren
acquirere zie acquisitum
acquisiteur bekomer
acquisitie bekomingen
acquisitio haereditatis bekoming van de erfenissen
acquisitum verwerven, verkrijgen, in zijn bezit krijgen, bekomen
acquisivi, zie acquisitum
acquite kwijtschelding, kwitantie
acquiteeren kwijtschelden
acquittement vrijspraak
acquitter vrijspreken
acrobaat zie acrobate
acrobate kunstenmaker
acrostichon naamdicht waarvan de beginletters van bepaalde regels een naam noemen
act. afk. acturarius, snelschrijver, rentmeester, secretaris
acta handelingen, akte, acte
acta classis extraordinariae de handelingen van een buitengewone classis. (classicale vergadering)
acta classis ordinariae de handelingen van een gewone classis (classicale vergadering)
acta classis revisoriae de handelingen van een classicale vergadering, belegd voor het onvoorzien of controleren van de acta van (een) vorige vergadering (en)
acta deputorum classis de handelingen van de deputaten of afgevaardigden van de classis
acta in forma (bij) met een akte in de vereiste vorm
acta synodiprovincialis de handelingen van de provinciale synode
actania Terschelling
acte een gedaan werk,
een vonnis; een schriftuur, waar in verhaald word wat de partijen, het zij in rechten, of daar buiten hebben gedaan, of verhandeld
ook; blijk, bescheid, kennis, daad, doening, handeling, bedrijf
acte verslag, handeling
acte de contrition oefening van berouw (r.k.)
acte de décès overlijdensakte
acte de naissance geboorteakte
acte libelle akte die bevat de eis van de aanlegger
acte personeel opspraak op enige persoon tot enige daad
acte reëel aanspraak op enig goed
acte van momberstelling akte waarin vermeld de aanstelling van de voogd(en)
acte van uitwijsinge akte van overhandiging nopens de goederen
acteur zie actor
actie het recht welk men ergens toe heeft,
opspraak, aanspraak, aanspraak in rechte recht om te vervolgen dat iemand toebehoord
actie vercrijgen opvolgen als eigenaar of rechthebbende
actiehouder aandeelhouder
actien inschulden, gerechtigheden
actiën vorderingen, recht tot het instellen van een vordering
actien ende gerechtigheden akten en recht op hebbende ….
actif vernuftig, geestig, werkelijk
actijf zie actif
actio in personam aandeel, aanspraak op enig persoon
actio in rem opspraak (aanspraak ? ) op een zaak
actionarius winkelier, handelaar, koopman, venter
actis bannis na de (af)roepen, na de huwelijksafkondigingen
active bedrijvig
actoor zie actor
actor aanklager, aanlegger (beschuldiger)
actoris, zie actor
actuarius schrijver, secretaris, overheidsklerk, beheerder van de overheidsgelden
actueel dadelijk, bezig, doende, oefenend
actum geschied, opgemaakt, gepasseerd te .....op datum, handelen, drijven, gedaan
actum zie agere
actum approbationis akte van goedkeuring
actum consentionis akte van toestemming
actum et subsignatum getekend na behandeling
actum in communi forma akte in gewone vorm
actum in forma formeel geschrift
actum in judicio gedaan in het gerecht
actum in judicio ordinario gedaan in het gewone gerecht
actum ut supra akte als boven, zelfde datum
actum utsupra gedaan als boven omschreven, verzocht
actus requisitis van deze akte
acuciator slijper
acufex naaldenmaker
acuficus zie acufex
acuminator slijper
acupictor zijden naaister, ook; zijde wever
acut scherp, scherpzinnig, diep doordenkend
acute, zie acut
acyuit betaling
ad aan, bij, naar, tot, volgens, ten bedrage van
ad actum divisionis tot de boedelscheiding, tot en met de boedelscheiding
ad aeternitatem transiit (obiit) ging naar de eeuwigheid (overleden)
ad domum aan huis
ad exhibendum om iets te voorschijn te brengen
ad finem litis tot aan het einde van het proces
ad hoc voor deze zaak, b.v. direct beslissen
ad hunc actum requisitis gevraagd voor het opmaken van deze akte
ad libitum naar eigen goeddunken
ad matrimonium inscripti ingeschreven voor het huwelijk
ad mon afk. ad monitum, aanwijzing, vermaningen, berispen
ad pactum bij het verdrag
ad patres overlijden, naar de (voor)vaderen gaan
ad perpetuam memoriam ter eeuwige nagedachtenis, ook; op de eerstvolgende rechtsdag
ad primam eerste rechtsdag
ad primam tegen den eerste (gemachtigde)
ad solemnizationem hujus gevraagd voor het opmaken
ad te levavi 1e advent, begin van het kerkelijk jaar
ad tempus tijdelijk
ad usem volgens gebruik
ad valo rem naar de waarde
ad valorem berekend naar de waarde
ad verbum woordelijk
ad vitam gedurende het hele leven
ad vota secunda tot de tweede belofte
ad-lites voor een proces
adamant diamant
adamita zuster van betovergrootvader
adamstag Aswoensdag
adat afk. advocat, advocaat
adavunculus broer van betovergrootvader
adcat afk. advocat, advocaat
adcensus accijns
add-on afk. addition, toewijzen
addeeren toedoen, bijvoegen, aanlappen, optellen
addefinitivam usque tot aan het eindvonnis
adderen toevoegen, optellen
addiceeren toezeggen, toestaan
addidi zie adderen
addietie toezegging
additie toedoen
additien
toedoening ?, vergadering, optelling;
ook, een schriftuur als genoemd, dienende tot weerlegging van partijen, schriftelijke ingebrachte middelen
additum zie adderen
addres Aanzijzing ?
addresserenen beschikken, toezenden, aanwijzende
adel alle edelen samen, groep personen met eigen voorrechten en veelal grondbezit
adelborst jongeman van adel, jonker, cadet
adelkent kind uit een wettig huwelijk
adelkint zie adelkend
adeloscens jongeman
adeloscentis zie adeloscens
adelsuster zuster uit een wettig huwelijk
ademptie ontneming
adeo zo zeer
adept goudmaker, alchemist
adequatie evenmatiging
adequeren evenmatige, evenredig in de juiste verhouding staan
ader aar, korenaar
aderdach dag waarop men mag aderlaten
aderen aderlaten
aderlater, ster bloedafnemer, -ster, chirurgijn
aderscro doek om wond te verbinden na aderlaten
aderslach aderlating
adherent aanhanger, volgelingen, aanhangend
adherenten aanhangelingen, volgelingen
adhereren aanhangen
adheritance iemand voor recht in een erve te zetten.
adhiberen behouden, voortbrengen, aanwenden, bijbrengen
adhiberen bijhouden, voortbrengen, aanwenden, bijbrengen
adhibitie toebrengen, bijbrengen
adhortatie aanmaning. aanporring, aanneming
adhorteren aanporren, aanmanen
adi heden, vandaag, van de dag
adiëren aanvaarden, aannemen, onderwinden (op zich nemen), een erfenis aanvaarden, beheren, aanslaan
adieu vaarwel
adimeeren benemen
adimpleren vervullen
adiodicatio door rechter toewijzen van eigendom, toewijzen, toewijzing, in bezit stellen
adiodicationis zie adiodicatio
adioincten personen die rechtvaardig zijn
adiousteren toedoen, toevoegen
aditio hereditatis aanheeringe ?, aanvaarding, of ondernemen van erfenis
adiudicare zie adjudicatie
adiunctus bezitter, bekleder van een ambt
adiusticatio zie adiodicatio
adiusticiare zie adiudicare
adiusticiatio recht van bezit
adiutorium hulp
adiutum zie adiuvare
adiuvare helpen
adiuvi zie adiuvare
adjectie toewerpen, bijweren ?
adjectie toewerping, bijwerping (toevoegen?)
adjiciëren toewerpen
adjoinct-maire toegevoegd burgemeester, ook plaatsvervangend burgemeester
adjoint, adjointe wethouder, schepen
adjourne(e)ren dagvaarden
adjt afk. adjudant, adjudant(-onderofficier)
adjud-on afk. adjudication, toewijzen
adjudant onderofficier
adjudceeren toewijzen, aanwijzen
adjudicatie toewijzing, bij openbare verkoop van een roerend of onroerend goed, aanbesteding, besteding, toekenning, aanwijzing
Adjunct-maire gemeente secretaris tijdens Franse overheersing 1792-2010
adjuncten bijgevoegde personen
adjungeren bijvoegen
adjuste(e)ren gelijk maken, vereffenen, afpassen, afbetalen, afrekenen
adjuveren helpen
adjuvereren helpen
adlb afk. adelborst
admatertera zuster van betovergrootmoeder
admerum usem voor zuiver gebruik
adminiculator armenverzorger, aalmoezenier
adminiculen hulpmiddelen
administrare zie administratrice
administrateur bewindhebber
administratis sacramentis na het toedienen van de sacramenten
administratrice beheren, uitoefenen, toedienen, besturen, bestuursambtenaar
administratus bediend
administreren bedienen, uitvoeren
admirabel wonderlijk
admiratie verwondering
admireren verwonderen
admisi(e) zie admittere
admissum zie admittere
admittere(n) toelaten, toegeven, vergunnen
admodum zeer
admodum reverendus zeer eerwaarde
admone(e)ren vermanen, aanmanen
admonester streng vermanen, ernstig terechtwijzen
admonitie aanmaning, vermaning
admove(e)ren aanvoeren, aanbrengen
adnepos kleinzoon van (achter)kleinkind
adnepotis zie adnepos
adneptis,-is kleindochter van kleinkind
adneptisis zie adneptis
adolescens jong man ongehuwde man
adolescentia jeugdige
adolescentis ongehuwde jonge dochter
adolescentula jong meisje
adolescentulo jonge jongen
adonis zeer (mooie) schoon, behaagziek jongeling
adopteren een vreemde voor zijn kind houden
adoptie aanneming tot kinderen
adoptif aan te nemen en te verzorgen als zijn eigen kind
adoptivus door adoptie bekomen
adorate dominium de 3e zondag na epiphanias (6 januari)
adore(e)ren aanbidden
adorneren versieren, opschikken, optooien
adoubement ridderslag
adpatruus broer van betovergrootvader
adpendere toebehoren
adpt afk. enfant adopté, geadopteerd kind
adres adres, aanwijzing
adresseren aen (hen te) (zich) te richten tot
adscriberen toeschrijven, toe eigenen
adscriptie toeschrijving, bijschrijving
adscriptus glæbæ een bij de grond gerekende, grondhorige, lijfeigene
adsercriptie toeschrijving, beschrijving
adseribeeren eigenen, toeschrijving
adsistent justitiehelper, helper schout, diender, soort veldwachter
adsistentie bescherming, assistentie
adsisteren identiteit bevestigen, aanwezig zijn bij
adstitit was aanwezig
adstringeren verbinden, dwingen, persen
adstructie vastmaking
adstrueren vast maken
adulatie pluimstrijkerijen, verafgoden, vleien
adule(e)ren pluimstrijken, vleien
adulta virgo volwassen jong meisje
adulter overspelig, echtbreker, echtbreekster, overspeler
adulterator echtbreker, echtbreekster
adulteratrix zie adulterator
adultère zie adulter
adultereren overspel bedrijven
adulterijn, - uit overspel ontstaan, bastaard
adultérin ou adultérin zie adulterijn
adulterinus kind van ongehuwde vader en moeder
adulterium echtbreuk, overspel
adultus (bijna) volwassen
adumbrare schetsen, tekenen
adumbrator schetser, tekenaar
aduneren verenigen, verzamelen
advanceren vorderen
advans voordeel
advena vreemdeling
advenant overeenkomst, bij gevolg, bij gelijke
advent de tijd periode van 27 november tot 24 december, de laatste vier zondagen voor kerstmis
adventus spiritus sancti Pinksteren
advers tegenpartij
adversaris wederpartij
adverse tegenpartij
adverseren tegenstreven, tegenstaan
adverteren berichten, mededelen in ‘t openbaar, waarschuwen, verwittigen
advertissement waarschuwing, bekendmaking, ook; een beschrijving van de grond van de zaak inhoudend en die met rechtsgronden bevestigd
advertissement van regten een schriftuur waar in enige middelen en opmerkingen van rechten bijeen gebracht werden
advi(e)s een goeddunken, aanraadt, raadgeving
advise(e)ren beraden, bezinnen, verwittigen, kennis doen
advitivus bruidsschat, (gegeven door een ander dan de vader)
advocaat een rechtsvoorspraak, rechts-adviseur
advocaat-diaken zaakwaarnemer, beheerder of boekhoudend diaken
advocat zie advocatus
advocatus verdediger, advocaat, helper
advoceeren pleiten door advocaat
advoceren toeroepen, voorspreken, iemands woord doen
advoe pleitbezorger, voogd, gemachtigde
advoy toestemming
advoyeren toestemmen, bevestigen, van waarden houden, gestand doen
aeckervercken met eikels vetgemest varken
aeder opwellend water
aedes huis
aedificie gebouw, timmering
aedilis kerkmeester, hoofdman,
aedituus kerkwachter, koster, klokkenluider
aedium zie aedes
aefdochte goot, open riool
aeger ziek
aegidius zie gillis, gielis, jellis
aegrescere ziek worden
aegri zie aeger
aegritudine quadam door een of andere ziekte
aegritudinis zie aegritudo
aegritudo(-dinis) ziekte
aegror(oris) ziekte
aegroris zie aegror
aegrotare ziek zijn
aegrotavit was ziek
aegroto ziek zijn
aegroto per ... dies na een ziekte van ... dagen
aegrotus ziek
aegyptus zigeuner
aelgrond slijk, slikgrond
aelhuis vismarkt, huis waar de vis verkocht werd
aelmis aalmoes
aeloelt zeer oud
aelput gierput
aem, aam inhoudsmaat, 1 aem = 1/6 vat, ca 150 ltr.
aemcupe kuip met een inhoud van 1 aam
aemketel ketel met een inhoud van 1 aam
aemteut maat voor vloeibare stoffen
aen grootvader
aen enen rechten iemand ‘executeren’ door panding aan zijn goed
aen-ende bijsijn aanwezig zijn, bij zijn
aenbacht ambacht
aenbedwingen onderwerpen
aenbegin aanvang
aenbehorende er toe behoren, er aan verbonden
aenbeloop het verschuldigde bedrag van een geldsom
aenbestaeijen aanbesteden
aenbesterven door erfenis (dood) in eigendom krijgen
aenbestormen aanvallen van een leger, stad, dorp
aenbeye aambeien
aenbijten aanvallen
aenboort recht van vergadering
aenboortich toekomend door bloedverwantschap
aenbrengen van een hoffaert het uitschrijven en bekend maken van verplichte gang naar … (het gerechtshof)
aencaep voorwerp tot spot
aenclagen aanklagen
aencleef ondeelbaar deel, wat er ondeelbaar aan toebehoord
aencleet opperkleed.
aencnopen vastmaken aan iets anders
aendeel Het gedeelte waar iemand rechtop heeft of waar toe hij verplichtingen heeft
aendeelen toebedelen, erkennen
aendensmout eendenvet
aendonkeren donker worden, vallen van de avond
aenerven in het bezit stellen, nalaten, als erfenis ontvangen
aeneus koperen
aengaende vriendelijk tegen iemand
aenganc een goede of kwade ontmoeting met iets hebben (in het volksgeloof)
aengeboorte bloedverwantschap, geboorterecht, door geboorte verkregen rechten
aengebuurtich naburig
aengedinc aanspraak op iets hebben
aengelanden, aanliggende, belendende
aengelandet in het bezit hebben van land aan een dijk, water(ing) of een aangrenzend stuk land
aengelant eigenaar van aanliggende, belendende percelen
aengeval eigendomsoverdracht, recht van de leenheer op het genot van het leen tijdens de onmondigheid (minderjarigheid) van de leenopvolger
aengever ceremoniemeester
aengevoordert opgeëist
aengewendete aangewende, geprobeerde
aengriper rover, ondeugd
aenheffer die iets is aangevangen
aenhete overgrootvader
aenhiliken trouwen, een huwelijk aangaan
aenhoren in eigendom zijn, toebehoren tot
aenlanden aanslibben, aanwas van land door aanslibbing
aenlandinge aanslibben, aanwas van land door aanslibbing
aenlaten laten behouden wat hem was toevertrouwd
aenlegger geldschieter, hij die als eerste iets doet
aenleggers eisende partij in een proces, degene die het geding aanspant
aenliggen iemand opgedragen zijn.
aenlopen (enen) toekomen.
aenluken dichten van een deur
aenpachten iemand gerechtelijk in het bezit stellen van een (onder) pand
aenrechten (enen aen iet) iemand recht doen aan iets, hem daaraan eigenen.
aenrechtinge het gerechtelijk vonnis uitvoeren, Gerechtelijke ten tenuitvoerlegging, ook; aanhouden of inbeslagname
aenrekenen uitbetalen, in rekening brengen
aenroeren (aen iet) betreffen.
aenruchtich berucht
aenrueren (aen iet) zie aenroeren.
aensadt aanzet, begin
aenschatten bij executie toewijzen
aenschriven een ambtelijke brief aan iemand schrijven, schriftelijk gelasten
aensech beschuldiging
aenseggen (enen iet ) aantijgen, ten laste leggen.
aensetten een document van b.v. zegel voorzien
aensetter eiser, eiseres in een geding
aensetteresse zie aensetter
aenslach het vasthechten
ook: het punt, waar iets vastgehecht is
aenslaen in beslag nemen
aensoeck gerechtelijke aanmaning
aensoeken gerechtelijk iets van iemand te verkrijgen, hem sommeren
aensoeker die de vechtpartij begon, ook aanrander
aenspraecke zie aensprake
aensprake eis in rechte, aanklacht
aenspreken een eis in rechte doen tegen iemand, iemand iets ten laste leggen. klager
aenspreker eiser in een rechtszaak
aenstaen aanhangig blijven, uitgesteld worden
aenstaender aanstaande
aenstal aanlegplaats
aenstarken zie aensterken .
aensterken (enen iet) iemand iets ten laste leggen
aensterven (enen) door erfenis iemands eigendom worden.
aenstoot loyden aan slijtage onderhevig
aensweeren bij eed toe-eigenen, bv onder ede verklaren
aentale aanspraak in rechte, eis, beschuldigen
aentasten (enen) aangrijpen, gevangen nemen
aentastinge. gevangenneming.
aenticht beschuldiging.
aentiën (enen iet te laste leggen, aantijgen.
aenvaen in bezit nemen, aanvaarden, aannemen, beslaglegging op, aanhouden, aanvangen
aenval het goed, dat aan iemand staande huwelijk krachtens erfrecht ten deel valt
aenvallen bij erfenis ten deel vallen, bepaaldelijk aan een van de echtgenoten tijdens het huwelijk
aenvanc het in bezit nemen
aenveert aanvaard
aenvrouwe grootmoeder
aenwalt behartigen van een zaak voor een ander bij het gerecht
aenwedde Jaargeld, onderpand
aenweide het weiderecht
aenworpe een persoon, in een “gide” opgenomen zonder in de volle rechten en verplichtingen daarvan te delen
aenworpelinck door het gilde opgenomen zonder de normale rechten en verplichtingen
aeolus Griekse god van de wind
aequali gradu in gelijke graad (van bloed- of aanverwantschap)
aequalis,-is gelijk, van de zelfde leeftijd
æquihieren bevestigen
aequipagie uitrusting
aequiperen uitrusten, uitreiken
aequipollent gelijkmatig, even veel uitwerkend
aequiteyt billijkheid
aequivalent gelijkwaardig
aequivaleren gelijk gelden, evenwaardig zijn
aequivocatie woordspeling, gelijknamigheid, dubbelzinnigheid
aequum recht, billijk
aequus gelijk, rechtvaardig
aerarius rentmeester
aerarius faber kopersmid
aerarius veteramentarius ketelmaker
aeraut heraut
aerbeyer arbeider
aerchlisticheit bedrog
aerdsche Aartse
aerme arme, armen, behoeftigen
aernum Arnhem
aersatere geneesheer, chirurgijn
aersatere geneesheer, lijfarts
aert aarde
aertgat landweg, weg uitsluitend bestemd voor toegang tot het bouwland
aertlant bouwland
aertmate graanmaat, 1 aertmate = 3,677 decaliter
aertwinre landbouwer
aerweten erwten
aesluyden makers en verzorgers van het aas
aessak goochelaars tas
aessen dienst, diensttijd
aestas zomer
aestatis zie aestas
aestimare schatten
aestimeren waarderen, schatten, waardig achten
aestivus van de zomer
aestuare heet zijn
aet. afk. aetatis, in de leeftijd van......
aetas leeftijd, in ouderdom van
aetatis (suæ) in (op) de leeftijd van......
aetatis annorum in de leeftijd van......jaren
aetatis dierum in de leeftijd van......dagen
aetatis hebdomadarum in de leeftijd van......weken
aetatis horarum in de leeftijd van......uren
aetatis mensium in de leeftijd van......maanden
aetatis provectae op gevorderde leeftijd
aetatis septimanarum in de leeftijd van......weken
aeternitas eeuwigheid
aeternitatatis zie aeternitas
aeternus eeuwig
aetschare etenswaar
aeu de la reine reukwater, ook als eau de la reine
aevum leeftijd, tijd
aextermijn sterrenwichelaar
afbegeren vergen, vorderen
afbelenen in (onder)pand nemen bij een geldlening
afbernen afbranden
afberren afbranden
afbesegelen (iet) door een bezegelde akte afstand doen van een recht
afbeten van bv paard of wagen afstijgen
afbieden afroepen, afkondigen
afbliven wegblijven, niet verschijnen, niet plaats hebben
afboedelen iemand zijn rechthebbende deel uit de boedel uitkeren
afbrant verwoesting na brand
afbreker iemand met geweld of list iets afnemen
afbroecken een stukland afpalen, opmeten
afclaren het verliezen van het ingestelde hoger beroep
afcleppen onder klokgelui afkondigen
afcnopen afhandig maken, afnemen afsnijden
afcoemste zie afcomste
afcoepen (iet) aflossen
afcomelinc nakomeling
afcomer afstammeling
afcomste, afstamming
afcopen vrijkopen, door afkopen vrijstellen
afdagen dagvaarden ter zuivering of ontlasten van een met rente bezwaard goed
afdak soort schuur op wapenschild
afdanken eervol ontslaan
afdeelen ontkennen
afdekker vilder, slachter
afdelen kwijtschelden
afdiken door een dijk afsluiten
afdoden door doodslag ontnemen, vermoorden
afdoen (iet. betalen, voldoen.
afdoeningen soort rekenkamer
afdrager arbeider in een steenfabriek. Iemand die iets weglegt in een fabriek
afdrijf (doen) werkzaamheden verrichten buiten de stadsmuren of plaats b.v. zijn weilanden of akkers buiten de gemeente hebben
afdrupen stilletjes zich verwijderen
afeigenen bij gerechtelijk vonnis aan iemand iets ontnemen
afeischen rechten van iemand vorderen of hem opleggen
afetten afgrazen
aff te nemen over te nemen
affabele goed om aan te spreken
affairen handel, koopmanschap, bekommering
affameren verhongeren
affcleppen bij klokgelui iets afkondigen
affectatie najagen, naasting ?, gretigheid
affecteren behartigen, najagen, zeer begeren
affectie genegenheid, hartstocht, toe neiging begeerte
affectioneren toe neigen, beminnen
afferbott schuld(in)vordering
affere, brengen, aanvoeren, ik heb gebracht
affes afk. affaires, zaak, aangelegenheid, kwestie
affgaende aftredende
affirmacie iemand toezeggen achter de zaak te blijven staan
affirmatie rechtsgeldige verklaring, bekrachtigen, bevestiging, betuiging, bevestigen verzekeringen
affirmeren verzekeren, bevestigen, betuigen, verzekeren van
affkennen in rechte ontzeggen
affleggen betalen
afflictie kwelling, droefenis, hartzeer, lijden
affligeren neerslaan, kwellen
affluëren toevloeien, overvloeien
affluivigen overleden
affluxie toevloeiing
affront verkortingen, beledigen, hoon, eerroven
affronteren verkorten, beledigen, verongelijken, honen
affschouwe het schouwen, goedkeuren van iets dat gemaakt is
afftans slecht uitziende
afganck toegang naar een waterloop
afgegaen ontrouw worden, geweest
afgelden afkopen
afgeleggen meningsverschil bijleggen
afgrift. het afgraven.
afgrisen afschuw van hebben, afschuw
afgruwelijc afgrijselijk
afhanck zijbeuk van een kerkgebouw
afhendinge afpaling van een erf.
afhillen afhouwen, bv door de beul afhakken van een hand
afhouwer natuursteenbewerker
afkernige afkerige, die de goed weg heeft verlaten (godsdienstig)
afkerven afschrijven
afkleppen bij klokgelui afkondigen
aflaet uitsprong van een gebouw
aflaet kwijtschelding van een zonde door betalen van geldbedrag,
aflegger Die een lijk gereedmaakt voor het in de kist leggen, begrafenisondernemer
aflijvig worden (dezer wereld) overlijden
aflijvig, dood
afliviheyt sterven, overlijden
afluick afsluiting tussen koor en kruisbeuk in een kerk
afpelsen afranselen, afrossen
afrude citroenkruid
afsceiden laten varen, opgeven
afsceidinge afpaling van een erf.
afscheet grensscheiding
afscriven (iet) door het opmaken van een akte afstand doen van een recht
afsetene noemde men de bedrijver die zijn land in een andere gemeente bewerkte
afsighen schuin naar beneden lopen
afslaen weigeren
afslaen (iet) aftrekken, korten
afslag mindering (b.v. op de hoogte van een bijdrage)
afslager ambtenaar die een openbare verkoping leidt, veilingmeester
afsliten (enen iet). iemand bij vonnis het eigendom van iets ontzeggen
ook: iemand tot een geldboete veroordelen.
afsmijten om het leven brengen, vermoorden
afstamming filiatie
afsteekijzer richtstaaf om de rooilijn af te zetten
afsteeklijn richtlijn
afsteekpaal piketpaal, jalon
afstervinge overlijden
afstrijken afsnijden, afscheuren van een strook stof
afsturen wegsturen
afswoene schadeloosstelling
aft wettig, rechtmatig
aftendach wettige rechtsdag
aftenstoel de wettige rechterstoel
after achter
afterbaces zie achterbaecs
afterbliven wegblijven, niet verschijnen, niet plaats hebben
afterdijc zie achterdijck
aftererve achter het huis gelegen erf
aftergelaten nagelaten, achtergelaten
afterkamer achterkamer
afterlaeten nagelaten, achtergelaten
aftermontag dinsdag
aftersonntag maandag
afterstede achterstallige schuld
aftersusterskint zie achtersusterkint
afterwesen zie achterwesen
aftich wettig, rechtmatig
aftinitas aanverwantschap door huwelijk
aftrec verzoeking, verlokkingen
aftrecker die iemand geld aftroggelt
afverbernen verbranden
afverbot afkondiging
afverdienen van iemand te vorderen hebben voor bewezen diensten.
afvillen het vel verwijderen,
afvlien wegvluchten
afvluchtich voortvluchtig
afvreden omheinen
afwege ver van de weg af gelegen
afwegich afgelegen
afwinnelijck onteigenen, afnemen
afwinner door een rechtelijke uitspraak verkrijgen
afwinninge gerechtelijk in bezit nemen, door gerechtelijke uitspraak weer in zijn bezit krijgen van een goed
afzetter lettertekenaar die sierletters verfraaid
agaso ezeldrijver, stalknecht
agasonis zie agaso
âgé ouderdom, leeftijd, de jaren
âgé de ..... ans oud ........ jaar
agenda lijst van inkomen, uitgaande stukken meestal voorzien van een doorlopende nummering
agent die voor iemand, iets uit te voeren aangesteld is, hof afgezand, zaakvoerder
agent municipal beambte, ambtenaar
ager akker
ager gandavensis sas van gent
agere doen, handelen, handel drijven
ageren doen, verhandelen, in rechten handelen, dingtaal voeren
aget (zwarte) barnsteen
agger dijk, wal
aggeris zie ager
aggravatie verzwaringen
aggraveren bezwaren, overladen, verzwaren
aggreatie behagen, toestemming
aggrediëren aanvallen, aangaan, toetreden
aggreëren behagen, toestemmen
aggresseren aanvatten, aanvallen, invaren
aghste achtste
aghter achter
aghtinge aandacht besteden aan
agieren betogen, met woorden iets duidelijk maken
agil snel, behendig
agitator ezeldrijver, volksmenner, onruststoker
agittarius hand - of voetboogmaker
agnaat zie agnatus
agnaetinis zie agnaetio
agnaetio bloedverwantschap van vaderskant
agnat bloedverwant van vaderszijde
agnaten afstammelingen in mannelijke lijn
agnatus, naaste bloedverwant van vaderszijde,
agnetentag heilige Agnes (21 januari)
agnitio erkenning
agnitis zie agnitio
agnomen bijnaam
agnomiis zie agnomen
agnosce(e)ren erkennen
agnoscere (kind) erkennen
agnovi, zie agnoscere
agnus deo lam gods, beeltenis van een lam dat kruis vast houdt, paaslam
agoen de doodstrijd, sterfuur
agreeren consenteren
agressor aanvaller
agrestis boer
agri zie ager
agricola landbouwer, ook heiligendag voor de landbouw meestal 27 februari
agriculteur landbouwer, boer
agrippina romanorum Keulen
agrorum custos veldwachter
agtbaar achtbare
agtervolgt en nagekomen nakomen en uitgevoerd worden
agtschleifer barnsteenslijper
ai.el. afk. anni elapsi, is weg gegaan / overleed in het jaar
Aide-chirurgijn assistent van de chirurgijn
aïeul grootvader
aïeule grootmoeder
aïeux voorouders
aiguillier naaldenmaker
aiguiseur slijper
aijsementsghelt presentiegeld
aîné(e) eerstgeboren (e), oudste
airber arbeider
aischtag as -woensdag
aitentag feestdag van agathe (5 februari)
aker koperen, ijzeren of blikken emmertje bij de waterput of regenton, zinken wateremmer
akker bouwland, ook, lengtemaat, 1 akker = 7m1
ook; oppervlaktemaat 1 akker = 0,05 ha
akkerman boer, landbouwer
akkermeter landmeter
akkervrouw boerin
aks strijdbijl
akte een opgemaakt geschrift dat rechtsgeldig is
akte van weeserije aanstelling van voogden voor minderjarigen
al of som geheel of ten delen
alb. afk. albus, wit
alb. afk.albus, ook albs.wit, bleek
alba hebdomada witte week, de week na Pasen
albator bleker (van beroep)
albatricis zie albatrix
albatrix bleekster (van beroep)
albertijn betaalmiddel, gouden munt genoemd naar Albert, aartshertog van Oostenrijk, in Nederland betaalmiddel van 1598 tot 1611
albertus gouden munt,
ook albertijn genoemd
albertus rixdaelder zie albertijn
albicerdo zeembereider, zeemtouwer
albis (sepultus) in het wit (begraven)
albs. afk.albus, ook albs.wit, bleek
album amicorum vriendenboek
album studiosorum naamlijst van medestudenten aan een bepaalde universiteit, jaargenoten
alcmaria(e) Alkmaar
alde vader grootvader
aldenardum Oudenaarde
aldenmoder grootmoeder
aldentalven van ouderdomswegen
aldenvalckenberch oud – Valkenburg
alderman oudste
ale soort moutbier, licht (zoet) bier met weinig hop gebrouwen
aleman platbodem voor het vervoer bier (ale)
alfvastene halfvasten (donderdag in de derde vasten week)
alias .... alias....., ook bekend als ....... , bijgenaamd, oftewel
alibi elders
alicarius brouwer
aliënabel wandelbaar ?, dat vervreemd kan worden
aliënatie vervreemding
aliëne(e)ren vervreemden
alienigenus buitenlander, in den vreemde geboren
alienus vreemd
alii sommigen, anderen
aliisque per multis en anderen krachtens velen
alimentatie opvoeding, levensonderhoud
alimente(e)ren voeden, de kost geven
alinck geheel, gans
aling geheel, volkomen
alio morbo aan een andere ziekte
aliquis (vr. aliqua) aliquid een of ander, iemand, iets
aliquot enige, een aantal
aliunde van elders
alius ander
allato nullo impedimento zonder dat er een beletsel was aangevoerd
allatum brengen, aanvoeren
allatus aangebracht
alleberdier hellebaardier
alleensluydende eensluidend, gelijkluidende
allegare aanwijzen, afvaardigen
allegatie aanwijzing, aangebrachte
allege(e)ren voortbrengen, of in rechten bijbrengen, aanwijzen
allegeren in rechte beweren, als bewijs in een proces aanvoeren
allegieren aanbrengen
alleluia clausum 9e zondag voor Pasen
allenesalich moederziel alleen
aller heiligen aller heiligen, katholieke gedenkdag (1 november), in de Griekse kerk de 1e zondag na Pinksteren
aller mannen fastnag alle mannen Vastenavond ?, 6e zondag voor Pasen
aller zielen aller zielen, katholieke gedenkdag ( 2 november), of op zondag 3 november
aller zwölfboten tag dag van de twaalf apostelen, katholieke gedenkdag, 15 juli
allermalc iedereen
alleutier eigenerfde
alliance trouwring, huwelijk
alliance en or gouden metekrynck (huwelijk)
alliantie bondgenootschap
allié ( bloed) verwant, familielid
alliëren verbond maken
alligement lastenverlichting
alligieren zich beroepen op, verwijzen naar
alllegatus est pro patre aangewezen is als vader
allodiaal niet leenroerig
allodiale goederen vrije en on-leengoederen, vrijhaven
allodium vrij eigendom
alloy muntstof ?
alluderen op spelen, het oog op hebben
allusie inzicht op iets, anspel?
almanac, almanak, jaarboek getijdenboek
almanach zie almanac
almanag zie calendier
almarie kast voorzien van planken, vaak keukenkast
almatike bovenkleed met wijde mouwen
almende een aandeel in de weiden, bossen en, viswateren
almisse aalmoes
almisse muts, de zijkant liep door tot op de schouders
alore gang
alostum Aalst
alreine gezamenlijk
alse men recht als men criminele executie doet
alsoo zoo is het, zo besluiten wij...
alster ekster
altare altaar
altarista kapelaan
altbüßer schoenmaker
altbutzer zie altbüßer,
altehant terstond, aanstonds
altenteil lijftocht, beding van levenslange verzorging van degene die een boerengoed enz. overgeeft
alter andere, tweede
alterà die de dag daarna
alteratie verandering, het veranderde
alterceren betwisten, bedingen
altereren veranderen, verwisselen
altermutter overgrootmoeder
alternatijf verwisseling, van het een om het ander, het een of het ander
altervater overgrootvader
altflicker zie altbüßer,
altment afk. aultrement,
altmoerken betaalmiddel van geringe waarde
altmutter grootmoeder
altoos als wel
altvater grootvader, patriarch, stamvader
altvordern voorvaderen, voorouders
alumna pleegdochter
alumnum leerling
alumnus pleegzoon, student, scholier, zuigeling, beschermeling
alutarius cerdo zeemleer bereider, zeemtouwer
alute van het begin tot het einde
aluun aluin, grondstof voor leer en verf
alwillens uit vrije wil
ama zie aam,
aman ambtenaar
amanuensis schrijver, helper, klerk
amateur liefhebber
amator liefhebber, minnares, geliefde
amatrix zie amator
ambacht rechtsgebied met lagere rechtspraak onder het gezag van een schout, baljuw of drost.
ambachter lid van een gilde
ambachts(heerlijk-heid) het gewone bestuursgebied op het platte land in westelijk Nederland
ambachtsbewaard-ers het bestuur van de ambachtsheerlijkheid onder de ambachtsheer met daarnaast nog de schout en het college van schepenen
ambachtsbrief verklaring dat men zijn vak verstaat en bij een meester in een andere stad langer dan een jaar heeft gewerkt
ambachtsgezel vakman die nog niet zijn meesterproef heeft afgelegd
ambachtsheer het hoogste feitelijke gezag in een ambachtsheerlijkheid
ambachtshuus zetel van de schepenbank, ook werkplaats
ambachtsjongen leerling die het vak moest leren of nog geen gezel was
ambachtslieden kleine zelfstandigen die hun producten met hun handen en eenvoudige gereedschappen maakten. de producten werden meestal van uit hun werkplaats / winkel verkocht
ambachtswercman bediende, arbeider
ambactiator gezant, ambassadeur
ambages omwegen, omreden
ambassade bezending
ambassiator ambassadeur
ambiëren ergens na streven, verzoeken, vrijen, begeren
ambiguiteit dubbelzinnigheid, dubbelduiding
ambiguus, zie; ambiguiteit
ambitie manie, streven, begeerte, drift, neiging, woede, staatzucht ?
ambla, ablum Ameland
ambo beide (n)
ambo hic nati beiden hier geboren
ambo parochiani (mei) beiden van deze parochie
ambochtsknaep handwerksgezel
ambochtsknecht zie ambochtsknaep
ambochtsyser gilde stempel
ambochtszegel ambtszegel
ambolt aambeeld
ambt de benaming voor de onderverdeling van een plattelandsgebied
ambtman overheidsdienaar, ambtenaar
ambtsjonker Adellijk persoon
ambtsketen teken van waardigheid van ambt
ambubaya badknecht, masseur
amde afk. amende, (geld) boete, bekeuring
ame inhoudsmaat voor vloeistoffen ca 138 ltr., ook amen
amel soort tarwe
amenda vergoeding
amende boete, straf
amens krankzinnig
amentis zie amens
amer ijker voor inhoudsmaten voor vloeistoffen
amerdijn hete as
amersade oppervlaktemaat, 1 amersade = 1/6 gras = 0,066 ha.
ames niemand
amica zie amicus
amicabel vriendelijk
amicables goede mannen, scheidslieden
amice vriend, goede vriend, vriendelijk
amicitia vriendschap, gilde
amicus verre verwantschap
amië vriendin, geliefde, bijvrouw
amiger wapenhulp, page, edelknaap
amijs vriend, minnaar
amiragius admiraal
amireus zie amiragius
amita tante, tante aan vaderskant
amita magna zuster van grootouders aan vaderskant
amita major zuster van overgrootouders aan vaderskant
amita maxima zuster van betovergrootouders aan vaderskant
amitini kind van een zuster
amitini magni kleinzoon van zuster
amitinus neef, zoon van amita (=tante)
amitinus magnus achternicht, kleindochter van amita magna
amitinusa nicht, dochter van amita (=tante)
amitinusa magnus neef, zoon van amita (=tante)
amivadi zie amivadum
amivadum Amersfoort
ammann burgemeester
ammasseren vergaderen
amme zoogster, min, voedster
ammeister gildemeester
ammelaken tafellaken
amoliëeren uitroeien, verdelgen
amortiseeren het goed in een dode hand stellen, betekend niet overdraagbaar meer
amove(e)ren slopen
amphibolie dubbelzinnigheid
amphibologie een twijfelachtige/ duistere reden
ampl. afk. amplissimus, hooggeëerde
ample breed, wijd, ruim
amplecteeren omhelzen, aannemen
ampli(ë)eren verbreden, uitbreiden
ampliatie aanvulling
amplieren verbreden
amplificatie de verbredingen
amplissimus hooggeëerde
amplissimus dominus hooggeëerde heer
ampteling beambte, ambtenaar
ampul meestal klein flesje voor fijne olie
ampularius flessenmaker
amrl afk. admiraal
amstela Amstel
amstelodamensis Amsterdams
amstelodamum amstelodami Amsterdam, te Amsterdam
amsterdamse-voet lengtemaat,
1 amsterdamse voet = 28,3 cm
an of (in vraagzin), voor
an niversarium jaargetijde, jaardag, vaak de herdenkingsdag van een overledene
anachoreta kluizenaar
anagram omgekeerde letter volgorde, in Ned. Indië was het gebruikelijk om bij een onecht kind de naam van de vader in anagram te geven
anatomicus ontleedkundige
anche grootvader
ancheria zie anker
ancilla dienstmaagd, meisje
anclaghen aanklagen
ancre zie anker
ancxteneeren beangstigen
anderen daghes (des) de volgende dag
anderlacum Anderlecht
anderlinck achterneef
anders worden dan te passe zieker worden, sterven
andersweer bloedverwant in de 2e graad, achterneef, kind van een volle neef of nicht
anderwollelaecken “anderwol”, lakenstof gemaakt met wol van slechte kwaliteit
andriesgulden gouden munt of penning met de afbeelding van de apostel Andreas, omstreeks 1420
angelorum festum feestdag van de engelen, 29 september
angelot munt 17e-20e eeuw, gelijk aan 108 stuivers, beeltenis van aartsengel
angelstok. vishengel
angelus gebed dat na het luiden van het angelusklokje wordt gelezen, meestal wordt na 3 uur ‘s middags bedoeld.
angewünschte kinder geadopteerde kinderen
anglia Engeland
anglice in het engels
anglicus engels
angulus hoek
anguste eng, nauw
anheischig machen zich verplichten, aanbieden
anhiligen huwen, trouwen
anichhere grootvader
anilis bejaard
anima ziel, persoon, een parochie van ...zielen
animadversie aanmerking
animadverteeren waarnemen, bevroeden
animam suo creator reddidit gaf zijn ziel terug aan zijn schepper
animarum commemoratio herdenken van de overledenen, 2 november
animeren moed geven, aansporen
animeus moedig
anke boter
anker inhoudsmaat,
1 anker = 1/4 aam, ca 37,5 ltr
ook; vismaat ca. 50 kg. soms 30 kg
ankeraar bedelaar
ankerkruis heraldiekteken, beeltenis op een wapenschild in de vorm van een kruis met gespleten uiteinden
annalen geschiedkundig verslag, in de betreffende periode geschreven, jaarboeken, tijdrekeningen
annalis een jaar oud
annectereen aanknopen, aanhechten
année bissextile schrikkeljaar
annex toegevoegd, aangehecht, bijgevoegd
annexeren toevoegen, aanbinden
annexis met bijbehoren
annexus verbonden
annicheleren te niet doen
anniculus slechts een jaar oud
annihileeren te niet doen
anno in het jaar
anno aetatis (suae) .... mo in het ,,,, de jaar van hun leven
anno domini in het jaar van de heer
anno eodem ut supra in hetzelfde jaar als boven
anno passato (in) het afgelopen jaar
annonarius korenhandelaar
annorum jaren, van ... jaren
annoteeren aantekenen
annu-(s) (m) jaar
annuarium jaarboek
annuatim jaarlijks
annueeren toestaan, toewensen
annularius (faber) maliënkoldermaker
annullatie vernietiging
annulleeren vernietigen, te niet doen
annuntiatinis zie annuntiatio
annuntiatio Maria boodschap (25 maart)
anonima zie anonimus
anonimus naamloos
anonymus zie anonimus
anoyeren goedkeuren
ans, oppervlaktemaat,
1 ans =1/12 pondemaat = 0.03 ha
ook; ….jaar (oud)
anschaffer inkoper
ansmeren moet geven
ante voor (tijd), tevoren
ante diem pridie eergisteren
ante merianus zie ante meridiem
ante meridiem voormiddag (s) , am
antea vroeger, tevoren
antecessis zie antecessor
antecessor voorganger, voorouder
antedictus voornoemd
antenatus stiefzoon uit eerste huwelijk
(meestal is de vader overleden)
antesignarius sergeant-majoor
anticipatie voorkoming voor de vervaldag
anticiperen voorkomen
antidotaal een verzoek gedaan om te voorkomen dat iemand niet onverhoord bezwaard wordt en alleen op het te kennen geven van partijen
antidotum tegengift,
antiecksnijder beeldensnijder, ornamentensnijder
antijcdraeyer kunstdraaier, houtdraaier
antijks zie antijq
antijq, oud, ouderwets, snaaks
antinumptiale voorhuwelijkse (voorwaarden)
antipatye afkeer, weerzin
antiqueren afschaffen, te niet doen
antiqui voorouders
antiquus (zeer) oud
antistes pastoor
antlaßtag witte donderdag, donderdag voor Pasen
antlaßwoche stille week voor Pasen
antonis naamdag heilige Antonius abt (17 januari)
antquaar handelaar in (oude) boeken, kaarten en prenten
antwerp dam, opgeworpen grond tegen het water
antwoord met middelen een schriftuur van een verweerder waarin hij verscheidene redenen gebruikt om zijn beweringen waar te maken en de eisen van de partijen stuk voor stuk te weerleggen
anus oude vrouw
anusus zie anus
anythe grootvader
ao, (met boven streepje) anno, in het jaar
ao1568 afk. anno, in het jaar 1568
aoest augustus
ap afk. apres, na
apart afgezonderd
apeel oproeping voor het gerecht te verschijnen, ook slagwerk in klok
apeert onbeschaamd
apehesje kinderkleding, ook apenrokje
apelleren noemen, in beroep gaan
apengeter kopergieter
apengießer zie apengeter
apergoet zonder eigenaar, onbeheerd
apiarius imker
apliq afk. apostolique, apostolisch
apocha kwitantie, kwijtscheldingbrief, handschrift
apocryph verborgen, twijfelachtig, ongeregeld
apointement schikking van een meningsverschil
apointieren beredeneren
apoplexia beroerte
apostaat afvallige, verloochenaar
apostaet rebel, tegen sprekerige, afvallige
apostel bode
apostille op de kantstrook getekende bescheid, en uiting op het verzoek
apostille beroepsbrief, kanttekening, naschrift, aanbeveling toegevoegd aan een petitie of memorie, vaak in de marge geschreven
apostilleren op de kantstrook aantekenen
apostolicus pauselijk
apotecarijs zie apothicaire
apotehekarie apotheek
apothecarius zie apothicaire
apothicaire apotheker
appaiseren bevredigen
apparent waarschijnlijk, schijnbaar, mogelijk, naar het schijnt
apparenté aangetrouwd
apparentie schijnbaarheid
apparitio domini verheerlijking van de heer, 6 januari
apparitor opzichter
appatissement schatting, geldheffing
appelbanc marktkraam om appels te verkopen
appeleerder voorman bij de kerkenbouw
appeleren aan roepen, te weten, een of meerdere getuigen
appelkruis bolkruis, heraldisch figuur
appellare, apelleren noemen, in beroep gaan
appellatie van een lager tot een hogere rechter;
werd onderscheiden van reformatie, omdat bij appel, gemeenlijk is het verboden ondertussen te mogen executeren, en de reformatie geen executie beletten kan
appellatur wordt genoemd, heet
appelleren weerroepen, herkennen, herverzoeken
appelmate de vast gestelde (geijkt) maat waarin appels moesten worden verkocht
appelstede appelboomgaard
appelton geijkte ton, vat voor meten van hoeveelheid appels
appendere ophangen aan
appendix aanhangsel, toevoegsel
appensement dag van ( het ) beraad
appertinentiae toebehoren, wat er bij hoort
applauderen prijzen, toejuichen
applicatie toepassing
applicatie (bij) in aansluiting, vervolgens
appliceert opleggen, aanlegen ?, zich sterk voor maken
appliceren toepassen, ten propoosten (onderwerp van gesprek) brengen
applikieren toevoegen
appoinctement beslechting, uiting
appoincteren bestemmen, iemand ergens bescheiden (ontbieden)
appointement schikking in rechte, beschikking, vaak in de kantlijn vermelde beschikking op het verzoek
appointeren beslissen, beschikken
apprehendatie, gevangenneming
apprehenderen gevangen nemen, vrezen, duchten, in hechtenis, vast houden, vangen, aantasten
apprehensie bevatting, begrijpen, hafte, hechtenis
apprehensio(-nis) gevangenneming
approbare, goedkeuren
approbatie goedkeuring (door de overheid), bestemming, gestading
approbatio(nis) goedkeuring
approbeerde goedkeuren
approberen goedkeuren, van waarden houden, toestaan, gestaden, betogen
approcheren naderen, benaderen
appropriëren zich toe-eigenen, zich toeschrijven,
toekennen
appt afk. appointement, salaris, bezoldiging, traktement
aprenderen arresteren
aprës quíl a été donne lecture du présent acte de décës aux coparans à signé na het voorlezen van de akte van overlijden aan de aanwezigen hebben zij met ons ondertekend.
apricator bleker
aprilis april, van april
aprovechiëren (sich) zich bevoordelen
apt nut, bekwaam
apteker apotheker
apud bij, in ... meestal gevolgd door plaatsnaam , voor
apud acta voor 't gerechte, wettelijk, bij volmacht
apzaerd hulp van de baljuw die dieven ving
aqæductus sloot, waterloop
aqua water
aquensis van Aken
aquilex bronmeester
aquis granum aken
aquiten bekende
ar(o)l(a)unum Arlon
ara afk. algemeen rijksarchief
arabilis ploegbaar
arabilis terra beploegbaar, bebouwbaar land
arator landbouwer, landman
aratrorum faber ploegenmaker
aratrum ploeg
arausio Orange (fr.)
arbalista schutter met slinger
arbeid barensweeën, baring, moeite,
ook barensnood
arbeytsluyden arbeiders mnl./vrl.
arbiter gekozen rechter, bemiddelaar
arbiters scheidslieden, middelaars, goede-mannen, kerslieden
arbitrateur zegsman
archebisschop zie archevêqué
archevêqué, aartsbisschop
archiater geneesheer, lijfarts
archichancelier aartskanselier
archichater geneesheer, lijfarts
archidiaconus aartsdiaken
archiduc zie archidux
archiducem zie archidux
archiduchesse aartshertogin
archidux aartshertog
archieffonds een in dezelfde archief bewaarplaats berustende groep gelijksoortige en/of verwante archieven
archiepiscopus aartsbisschop
archigenes geneesheer, lijfarts
archipincernarius opperschenker
architrclinus rentmeester
archivalium archiefstukken
archvermoen achterdocht
arckebouseeren schieten met vuurroeren
arcketike jicht
arcolarius schrijnwerker
arcuarius bogenmaker, arm - en voetboogmaker
arcularius schrijnwerker
ardivicum Harderwijk
area erf, hofstede
arebeyer arbeider, los werkman, pakkendrager
aremborst zie armborst
aren hun
arenaci zie arenacum
arenacum Arnhem, te arnhem
arestant beslaglegger
arfpacht erfpacht
arg ende list zie argelist (sonder)
argelist (sonder) zonder “arg ende list”, te goeder trouw, zonder kwade opzet
argelistich bedrieglijk, arglistig
argen verergeren, meer schade lijden
argentarius bankier, wisselaar
argentarius faber zilversmid
argentier geldwisselaar
argentijn zilverkleurige verf
argentorati zie argentoratum
argentoratum Straatsburg, te Straatsburg
argentum zilver
argertiere bedorven, slechte staat
argheid ondeugd, slimme streek
arguatie beknibbeling, twist-propoost (twist gesprek)
argueren twistredenen
aricheyd zie argheid
ariet fieff land toebehorend aan een leen, achterleen
arithmetijcke de kosten van tellen ?
arkeltoren hangtorentje op een hoek van twee gevels
arm wandkandelaar
arma(orum) wapenen
armarium arsenaal
armbestuurder regent van een armengesticht
armborst handboog, niet draagbare grote boog
armborstier boogschutter
armbosse armenfonds
armbruster handboogmaker
armelijnen hermelijnen
armemmerkes armenteken?
armenbedienaar diaken
armenbezorger diaken, zorgdrager voor de armen
armenproviso(o)r zie armevoget
armevoget lid en/of bestuurder van het armenbestuur of armenfonds
armgout gouden armband
armheit armoede
armiductor schermmeester, vechtmeester
armiger schildknaap
armijn bontwerk, hermelijnen
armille armband
armkind kind op de arm ten graven gedragen, tot ca. 1 jaar oud
armmeester persoon belast met de armenzorg
armonie zoet geluid
armonizeren zoet geluid maken,
armozijde zie armozijn
armozijn, dunne zijde- of katoenachtige stof, veelal als voering gebruikt., soort tafzijde, taf
armyn zie armyne
armyne zie armijn
arne oogst
aromatopola kruiden -, specerijenhandelaar
arpen lengtemaat
arr afk. arrerage, lijfrente uitkering
arra wellekom geld, godspenning
arrable uit zijn verhouding getrokken, wat er niet toe doet
arrement gedinggrond, het fundament waar het proces op gegrond is, plei-derving, pleid-erf ?
arrementen van 't proces aanvaarden in de zaak voortgaan en het proces aannemen op den grond daar het op de zelfde begonnen is, zich zelf pleid-erf stellen
arrepitius bezeten
arrest beslag, besluit, bezetting, bekommering, op iemands persoon, ofte goed; item, het gewijsde en de besluiten van den rechter
arrest wijsen, (by) uiterlijke recht doen, zonder dat men daar van vorder, of in hoger beroepen mag
arrestadia achterstallige betalingen, beslagen
arrestant vordering, arrestant, hij die beslag laat leggen
arrestbrake ontvluchten, ontvreemden van in beslag genomen goederen, uitbreken uit de cel
arreste aanhouding, beslaglegging op goederen
arreste(e)ren vast houden, in verzekering en bedwang houden, bezetten, bekommeren, beslaan, benauwen, bedwingen, ingevolge een bevelschrift beslag laten leggen, in beslag nemen
arrestpenninck handgeld
arrier achteruit
arrière-grand-mère overgrootmoeder
arrière-grand-oncle broer van de overgrootvader of overgrootmoeder, vader van de oudoom of oudtante
arrière-grand-père overgrootvader
arrière-grand-tante zuster van de overgrootvader of overgrootmoeder, moeder van de oudoom of oudtante
arrière-neveu achterneef
arrière-nièce achternicht
arrière-petit-fils achterkleinzoon
arrière-petit-neveu achter-achter neef
arrière-petite-fille achterkleindochter
arrière-petite-nièce achter -achter nicht
arrière-vassal achter leenman
arrière-vieillesse zeer hoge ouderdom
arriveren aan land komen
arrondissement communal arrondissement van de gemeente
arsater, arsate heelmeester
arsaterie heelkunde
art afk. article, artikel, opstel, verhandeling
art noch ergien zonder bedrog of arglist
articuleren nauwkeurig en duidelijk uitspreken
articulo mortus (is) op het moment van sterven
articulus moment, artikel, punt
artifex ambachtsman, handwerksman
artifex loricarius riemenmaker
artifex organorum orgelmaker, orgelbouwer
artifice kunsthandel
artificie konst-handel ? gekunsteld, onnatuurlijk
artificieel konstig, gekunsteld, kunstmatig
artl afk. artillerie, geschut
artsene artsenij
ascat scheldwoord voor een (jonge) vrouw, slordige meid, luie vrouw
ascedent dat wat opklimt of oprijst
ascendens voorgaand, opgaand, opklimmend
ascendenten voorouders, de ouders, hun ouders
ascenderen opklimmen
ascensio domini hemelvaart des heren, 2e donderdag voor Pinksteren
ascentie een opstijging
aschdach de eerste dag van de vasten, Aswoensdag
aschermittwoch, woensdag in de 7e week voor Pasen
aschhaalder vuilnisman
asem adem
asichdoem(sch) rechtspraak volgens het aasdomrecht, vooral in Friese omgeving
asimuleren veinzen
askar vuilniswagen
asnapium Gennep
aspera asperen
aspiciens a longe 1e advent
assator kok, kok van de gaarkeuken
asschevyster luiwammes
assecteren navolgen, bejagen (streven naar)
asselijk askleur
assequeren bekomen, verkrijgen, vervolgen
asserens se nominari die beweert te heten
asserere beweren, bekennen
assereren verzekeren
asserteren toestaan
assertio verklaring
assertione matris volgens de verklaring van de moeder
assertionis zie assertio
assertum zie asserere
asserui zie asserere
asseruit heeft bekend
asserveren behoeden, bewaren
assesseur bijgevoegde, bijzitter
assessor dorpswethouder
assessor staat iemand terzijde, toegevoegd lid van het bestuur of moderamen
assidué vlijtig
assiette grondslag, grondslag voor de belasting
assigieren belegeren
assignare toewijzen, aanwijzen, machtigen
assignat hij (zij) wijst aan
assignatie schriftelijke opdracht tot betaling van een geldsom an wen derde, wissel
assigneert bewijst
assigneren toeschrijven aan,
assinatus gemachtigde
assindria essen (d)
assise belasting, accijns, ook het rechtsgebied/ ban waarin de assisen geldig waren
assisia consumptiebelasting, onkosten bij openbare verkoping
associëren vergezelschappen, met elkaar verenigen
assopiëren stillen, in slaap wiegen, sussen
assumeeren aanvaarden, aanstellen
assumpti mariæ Maria tenhemelopneming, 15 augustus
assumptie benoeming, aanneming, opnemen
assumptinis, zie assumptinis mariæ
assumtie bijneem, aanneming, toeneming
assureren verzekeren
ast is zo is het is
astans zie astantes
astantes de aanwezigen
astantibus aan de aanwezige
astare erbij staan, erbij zijn, aanwezig zijn
asteriet opaal
asthma astma
asthmate door astma
asthmaticus astmalijder
astringe(e)ren prangen, toeprangen, te samen dwingen
astronomische tekens aanduiding om kleuren in heraldiek aan te geven zon = goud, mars = rood, jupiter =blauw, venus =groen, saturnus = zwart, mercurius = purper
astructie bewering
astrueren opbouwen, aanbouwen, aantimmeren, tot een fundament stellen
asverkoper handelaar in potas en mest
asverwig askleurig
aswoensdag zie aschermittwoch
asyl vrijplaats, schuilplaats
atache aanhangsel, is een schriftelijk consent op 't gene gedaan is, dat men aan enige stukken hangt, of daar bij voegt
atamita zuster van oud-betovergrootvader
atavia oud-betovergrootmoeder
atavunculus broer van oud-betovergrootmoeder
atavus oud-betovergrootvader
ate vader
atelier werkplaats
aterling bastaard, uit ontucht ontstaan kind
athée godloochenaar, ongelovige
atheist god-vergeter, god-verlogener, godverzaker, erkend geen godsdienst
atheïst(isch) zie athée
atmade weide alleen voor het grazen van vee
atmatertera zuster van oud-betovergrootmoeder
atnepos zie atnepos
atnepotis kleinzoon van achterkleinkind
atneptis kleindochter van achterkleinkind
atpatruus broer van oud-betovergrootvader
atque en
âtre haard, stookplaats
atrebatum Arras (fr)
atribueren zich doen mengen in een zaak
atroce gruwelijk
att afk. attestatie, attest, getuigschrift, verklaring, bewijs
attaché geboeid, (vast)gebonden (aan)
attactum bereiken
attaque aanranding, ook aanval, bestorming, uitval, overval,
attaque à main armée gewapende overval, roofoverval
attaque(e)ren aanranden, aangrijpen, aanvallen
attediose met vijandige bedoelingen.
atteindre (70 ans) (70 jaar) worden
atteindre, bereiken, halen, komen
attenant aangrenzend, belenden
attenderen aanvallen
attent toebehorend
attentaat onderwind, bestaan tegen verbod
attentaten feitelijkheden tegen het verbod van een rechter
attente met aandacht
attente(e)ren beproeven, onderstaan, ondervinden, ondergaan
attentie toeluistering, aandachtig aanhoren
atterminatie verlenging, uitstel
atterminatiebrieven brieven van uitstel, om voor een zekeren tijd van zijn schuldenaars niet overvallen te worden
attermineeren uitstellen
attestand getuige
attestari bevestigen, getuigen
attestatie getuigschrift van lidmaatschap, verklaring, getuigenis
attestatio de morte bewijsschrift van overlijden
attestatio de vita bewijsschrift van leven
attesteren getuigen, verklaren
attestor betuigen
attinentia aanhorigheid
attinentiae toebehoren, aanhorigheden
attinentiarum zie attinentiae
attingi bereiken
attrape nigaud boerenbedrog
attraperen betrappen, achterhalen
attribuëren toeschikken, toevoegen, toe-eigenen
attuli brengen, aanvoeren, ik heb gebracht
au delà het hiernamaals
aubépine meidoorn, haagdoorn
auberge herberg
aubergiste herbergier
aucellator valkenier
aucellatoris zie valkennier
aucte afk. autorite, gezag autoriteit, macht
auctionator handelaar, veiler
auctor delicti bedrijver van een misdaad
auctor gentis stamvader van een familie
auctor(-is) diegene die iets heeft veroorzaakt, rechtsvoorganger
auctoris zie auctor
auctoriseren machtigen, erkennen
aud afk. audit, accountantsonderzoek, revisor
audience (rechts)zitting
audiëncier gerechtsbode, deurwaarder
auditie aanhoren, controleren
auditor toehoorder, scholier, student
auditoris zie auditor
audivit Dominus vrijdag en zaterdag na Aswoensdag
auermacher uurwerkmaker
aues afk. autres, ander
auffahrt hemelvaart
aufgebote huwelijksaankondiging, ondertrouw
aufugeren ontvlieden, doorgaan, weglopen
aufwatter kelner, opdiener
auge trog, voe(de)rbak, drinkbak
augmenteren vermeerderen
augst augustus
augusta trevirorum trier
augusti van augustus
augustijn lengtemaat, 1 augustijn = ca 4,5 mm
augustin kloosterling van de orde der augustijnen, augustijn, augustines
augustine augustines
augustus augustus, 8e maand
aujour d' hui vandaag, heden, nu, heden ten dage
aula hof
aulacum tapijt
aulaeorum opifex tapijtwerker
aulicus van het hof, hoveling
aulmousnir iemand die aalmoezen geeft of verdeeld.
aumône aalmoes, milde gave
aumônière gordelbeursje
auré gouddruppels
aurelia Orléans (fr)
aureliae te Orléans (fr)
aurifaber goud - en zilversmid
aurifex zie aurifaber
aurifodinarius goudgraver
auriga voerman
aurore dageraad, morgenstond, morgenrood, oranjegeel, goudgeel,
ausgehender monat de twe tweede de helft van de maand
ausgeher bode, voorbode
auspice op gezag van
australis zuidelijk
auszahler betaalmeester
autaer altaar
autem echter
autentijkelijk naar waarheid
authentijcq bekrachtigt, geloofwaardig, het eerste ontwerp
authentique rechtsgeldig
authentiquement zie authentique
authentiseren bekrachtigen, krachtig maken
authorisatie machtiging, toestemming, bekrachtiging, last, volmacht
authoriseren machtig maken, gezag geven
authuer maker van een geschrift
autment afk. autrement, anders, niet erg,
autographum eigenhandig vervaardigd stuk, dus geen kopie of afschrift
ook; grond schrift, eigen schrift, grondtekst (die later vertaald is)
automne herfst
autre part aan de andere zijde
auts afk. autres, anderen
autumnalis van de herfst
autumnus herfst
auxilie hulp
av afk. avoir, voor
av. j. c. afk.avant jésus christ , datum, .... na Jezus Christus.
ava grootmoeder
avagaar handboor met knop aan bovenzijde
avancement vordering, bevordering
avanceren vorderen, bevorderen
avant l' aurore voor dag en dauw
avantage voordeel
ave afkomst, afstamming
avec la promesse de mariage met de belofte dan te trouwen
avenant evenredigheid
avent oven
aver om, over, ook nakomeling
averghegheven overeengekomen
averoud overoud
avers afkering, tegenpartij
averse regenbui, stortbui, plensbui
averse orageuse onweersbui
averseeren tegenstreven, tegenstaan
aves andersom, van het goede pad afgaan
avesch andersom, van het goede pad afgaan
avetronc onecht kind
aveu bekentenis, erkenning, het bekennen ook, toestemming, medeweten
aveugler blind maken
aveux zie aveu
avi grootouders
avia zie ava
avia zie avi
avitus van grootvader, voor vaderlijk
avoceren afstemmen, ontraden
avoine haver
avond de dag vóór het feest. bv de korstavond is 24 december
avondbedinge avondgebed
avondhoer prostituee
avondmaaltje, kerkboek speciaal voor het avondgebed
avont vanavond
avontclocke tijdstip waarop allerlei verbodsbepalingen in werking treden,
ook; wanneer de stadspoort gesloten werd
avontlicht poortklok
avontmaelcamer eetkamer
avontspise avondeten
avontuir geval
avousen op iemand gezondheid drinken
avril april
avuncula tante van moederszijde
avunculus oom van moederszijde of zwager der zuster
avunculus magnus broer van grootouder aan moederszijde
avunculus maior broer van overgrootouder aan moederszijde
avunculus maximus broer van betovergrootouder aan moederszijde
avus grootvader
avus plur avi grootvader, grootouders, voorouders
avys waarschuwing, advies
awegich afgelegen
aweit wachtpost, wacht, schildwacht, nachtwake
awint windstil
ax(el)el axel
axioma een gemene regel
ayer eierenhandelaar
ayeul grootvader
az. afk. azuur, in heraldiek de kleur blauw, ook lazuur genoemd, vaak ook als bl. afgekort
azen voeden, voldoen
azijl azijn
azur azuur, blauw