| Andrieskerk te Amerongen, het orgel is één van de meest gaaf bewaarde instrumenten van de firma Bätz-Witte. Er is in de loop van de tijden vrij weinig aan veranderd. De kerk in Amerongen heeft pas laat een orgel gekregen, nl. in 1862. In die tijd werd er behoorlijk luid en stevig gezongen, en dat was voor de kerk reden om speciaal een gemeentezangorgel te bestellen bij de firma Bätz-Witte. Onderstaande dispositie weerspiegelt de opvattingen van die tijd: robuuste klanken op het hoofdwerk. Om aardige voor- en tussenspelen te kunnen maken waren er ook zachte en milde klanken nodig. Hiervoor werd het tweede klavier gebruikt. | ![]() |
| Lutherse Kerk te Amersfoort, Bätz-orgel uit 1766. 1796: toevoeging Dulciaan 8 door G.T. Bätz. 1873: restauratie en toevoeging Positief met 3 registers achter het bestaande orgel door C.G.F. Witte. 1880: vervanging Mixtuur door een Viola di Gamba 8 door C.G.F. Witte. | ![]() |
| Franciscus Xaverius te Amersfoort, Bätz-orgel uit 1808. Dit orgel is gebouwd voor de Remonstrante gemeente in Utrecht, maar door financiële problemen is het uiteindelijk in 1819 geplaatst in Amersfoort. Bij de laatste restauratie in 1981-1982 is het orgel in de oorspronkelijke staat teruggebracht. De Viola di Gamba is een origineel Bätz register afkomstig uit het orgel van de Nieuwe Kerk te Amsterdam. | ![]() |
| Ronde Lutherse Kerk te Amsterdam, De lutherse gemeente in Amsterdam maakte in de 17de eeuw door de komst van immigranten uit het Oostzeegebied en Vlaanderen een sterke groei door. In 1667 kregen de lutheranen toestemming tot het bouwen van de Nieuwe of Ronde Lutherse Kerk (Singel 11) gebouwd door bouwmeester Adriaan Dortsman. De lutheranen mochten geen kerktoren bouwen; dat mochten alleen de gereformeerden. De lutheranen bouwden daarom een koepelkerk met een lantaarn (een klein torentje bovenop de koepel). Bovenop de lantaarn stond een lutherse zwaan. Zie ook de informatie over de organist Cor Kee. | ![]() |
| Grote kerk te Apeldoorn, In 1896 voltooide de firma Bätz/Witte het orgel. Het telde twee klavieren (Hoofdwerk en Zwelwerk) en Pedaal. Aantal registers: Hoofdwerk 12 + Zwelwerk 11 + Pedaal 7 = 30 registers. | ![]() |
| Hervormde Kerk te Beesd, op 23 oktober 1825 werd de huidige zaalkerk na een grondige verbouwing weer in gebruik genomen. Van de Waals Hervormde Gemeente te Vianen werd het Bätzorgel uit 1756 overgenomen (J.H.H. Bätz). Carolina barones van Wassenaar douairière O.H.W. graaf van Mariënweerd koopt dit instrument met orgelkas en laat dit door haar timmerman-rentmeester J.W.F. Snetlage plaatsen in de Hervormde Kerk van Beesd. Snetlage voegt het met een ander orgel samen. De historische orgelkas (frontzijde) is bij die gelegenheid verdiept tot aan de achtermuur van het kerkgebouw. | ![]() |
| Hervormde Kerk te Breukelen, het Bätz-orgel uit 1787, met 2e klavier van Witte uit 1860. | ![]() |
| R.K. St. Barbara Kerk te Culemborg, het Bätz/Witte-orgel uit 1861. | ![]() |
| Pelgrimsvaderskerk te Delfshaven, Het orgel in deze kerk is vervaardigd door de Utrechtse orgelbouwer J. Bätz & Co, die vanaf 1849 onder leiding stond van Christiaan Gottlieb Friedrich Witte (1802-1873). In de loop de jaren heeft dit instrument een aantal wijzigingen ondergaan. De kerk is direct aan de haven gelegen wat tot gevolg had dat door het zoute water de frontpijpen sterk aangetast werden , zodat in 1869 al deze pijpen opnieuw gepolijst moesten worden. | ![]() |
| Oude Kerk te Delft, Oudste parochiekerk van Delft. Gesticht omstreeks 1200. In de loop der eeuwen vervangen door een veel grotere kerk. Toren gebouwd tussen ca. 1325 en 1350. Thans Nederlands Hervormde kerk. In de kerk liggen onder andere Maarten Tromp, Anthonie van Leeuwenhoek en Piet Heyn begraven. | ![]() |
| Nieuwe Kerk te Delft, De tweede parochiekerk van Delft. Gebouwd tussen 1383 en 1510. Toren gebouwd tussen 1396 en 1496. Huidige spits uit 1875. Praalgraf van Willem van Oranje uit 1614-1622. Thans Nederlands Hervormde kerk. Het orgel werd in 1837-1839 vervaardigd door Jonathan Batz. | ![]() |
| De oud-katholieke Kerk of r.-k. Kerk te Delft, aan het Bagijnhof 21. De kerk is als schuilkerk in 1743 gebouwd. Met andere gemeenten maakt ze deel uit van de in 1889 tot stand men Unie van Utrecht onder de oud-katholieke aartsbisschop van Utrecht. In dat jaar kwam de naam oud katholiek in gebruik. In 1867 kwam achter het orgelfront een nieuw Batzorgel, dat in 1908 grondig werd gereviseerd. | |
| Maartenskerk te Doorn, gebouwd omstreeks 1180 en behorend tot de oudste kerken van Nederland. De toren werd later aangebouwd, waarop enkele tientallen jaren geleden is de zuidkant met een nieuw stuk uitgebreid. Bekend is ook het zogenaamde Noormannenpoortje. Het Batzorgel dateert uit 1873. | ![]() |
| R.K. te Gellicum, Bätzorgel en ander pijpwerk | ![]() |
| Hervormde Kerk te 's-Graveland, Het orgel is gebouwd door Bätz, in 1824. Oorspronkelijk waren er twee klavieren en een aangehangen pedaal. Bij een restauratie in de jaren 30 van de vorige eeuw is het instrument uitgebreid met een pneumatisch pedaal van twee stemmen, waarvan de subbas 16 als bourdon 16 in ook in het manuaal bespeelbaar was. | ![]() |
| Nieuwe kerk te 's Gravenhage, Het orgel in de Nieuwe Kerk te Den Haag werd in 1702 gebouwd door Johannes Duyschot. De geschilderde luiken zijn ontworpen door Theodorus van der Scheur en zijn van latere datum. Omstreeks 1750 werd de bekende orgelbouwer Bätz verantwoordelijk voor het onderhoud van het orgel. In 1867 werd het orgel door orgelbouwer Witte gemodificeerd naar romantische principes. | ![]() |
| De Gotische Zaal van Paleis Kneuterdijk (Raad van State) te 's Gravenhage, de Gotische zaal werd voor het eerst officieel gebruikt bij de huwelijksinzegening van zijn dochter Prinses Sophie met de Erfgroothertog van Saksen-Weimar-Eisenach op 8 oktober 1842. Bij die gelegenheid werd het orgel bespeeld, vervaardigd door de firma Bätz en Comp. te Utrecht. In 1987 werd besloten het Bätz-orgel in de Gotische zaal te herplaatsen en op 22 november 1990 werd het na grondige restauratie opnieuw in gebruik genomen. Het orgel staat nu op het balkon. De oorspronkelijke plaats was rond de rozet in de muur er tegenover. | ![]() |
| Evangelisch Lutherse Kerk (Lutherse Burgwal) te 's Gravenhage, op 2 september 1762 leverde Johann Heinrich Hartmann Bätz een instrumentbestaande uit 3 klavieren, zelfstandig pedaal en 39 stemmen. Zijn zoon Jonathan Bätz bracht in 1837 een aantal dispositiewijzingen aan, terwijlJohann Frederik Witte het orgel in 1891 een opknapbeurt gaf, waarbij o.a. de frontpijpen werden vervangen. In 1921 werd door A. Bik een zwelwerktoegevoegd, bespeelbaar vanaf het derde klavier, waarbij het werk van Bätz grotendeels onaangetast bleef. In 1948 bracht A. Bik nog enkeledispositie-wijzigingen aan. Flentrop Orgelbouw B.V. is thans bezig een gefaseerde restauratie uit te voeren, waarvan de eerste fase in 1985 begonen de laatste fase over enkele jaren zal zijn voltooid. Dispositie: 50 stemmen, drie klavieren en vrij pedaal. | ![]() |
| Abdijkerk te 's Gravenhage, het orgel werd gebouwd door de Haagse orgelbouwer Joachim Reichner in 1780 (één klavier met 10 stemmen, aangehangen pedaal). Aangezien "het orgel bij het kerkgezang niet voldoende was", breidde dezelfde orgelbouwer het orgel in 1791 uit met een rugpositief, dat 9 stemmen kreeg. Opvallend waren twee pauken: een paar keteltrommen, welke door een speciaal daartoe gemaakte toets onder het spelen aangeslagen konden worden. In 1856 kreeg de beroemde orgelmakersfirma Bätz & Co de opdracht het orgel te herstellen, wat resulteerde in een ingrijpende ombouw naar het toen geldende klankideaal. Het grootste deel van het pijpwerk, de gehele toetsmechaniek, de windlade van het hoofdwerk en de gehele registermechaniek sneuvelden. Het hoofdwerk kreeg een totaal ander karakter door de verwijdering van meer speelse, solistische stemmen en de toevoeging van registers die de totaalklank aanzienlijk verzwaarde. Hetzelfde lot onderging het rugwerk, dat van soloklavier tot begeleidingsklavier werd. Het nog behouden pijpwerk werd geherintoneerd om zo het massieve, oververzadigde klankbeeld van die tijd te realiseren. | ![]() |
| Evangelisch Lutherse Kerk te Haarlem, het Bätzorgel geplaatst tijdens de grote verbouwing in 1779. Honderd jaar later bouwde de Duitse orgelbouwer Julius Strobel er zijn orgel. De stijl van het fraaie Bätzfront werd gehandhaafd. Het Strobelorgel zweeg begin zeventiger-jaren. Na een lange stilteperiode is het orgel in oude luister hersteld en op 1 april 2001 liet het zijn jubelende klank weer horen! | ![]() |
| Grote Kerk te Harderwijk, Bätz-orgel uit 1827. | ![]() |
| Hervormde Kerk te Heukelum, Bätz-orgel uit 1779. | ![]() |
| N.H. kerk te 's-Hertogenbosch | ![]() |
| St. Vituskerk te Hilversum | ![]() |
| Houten | |
| Hervormde kerk te Kapelle (Zeeland), Het Bätz-Witte-orgel werd in 1866 gebouwd door Christian Gottlieb Friedrich Witte, de latere firmant van de firma Bätz & Co te Utrecht. C.G.F. Witte (geboren 1802 te Rothenburg in Duitsland) was vanaf 1826 werkzaam bij orgelmaker Jonathan Bätz. Na diens overlijden in 1849 zette Witte het bedrijf voort onder dezelfde firmanaam. Voor de grote uitbreiding van het orgel in 1996 met een vrij (zelfstandig) pedaal was het orgel, op een tweetal toevoegingen in de jaren '30 na, tot dat moment nog geheel in originele staat. Met de verdeling Hoofdwerk, Nevenwerk en aangehangen pedaal had Witte een krachtig en boeiend orgel gemaakt t.b.v. de gemeentezang. Ofwel financiële reden ofwel het niet beheersen van het pedaalspel door de toenmalige organist is aanleiding geweest tot een uitvoering met een aangehangen pedaal i.p.v. een vrij pedaal. Dat was zeker niet ongebruikelijk in die tijd. Dat er vele jaren later wel een toenemende behoefte zou groeien naar een vrij pedaal heeft men indertijd niet voorzien. Mede dankzij de uitstekende akoestiek in de ruime kerk en de fraaie dispositie van het orgel is het instrument steeds breder inzetbaar geworden voor de concertpraktijk. Om toegankelijkheid tot literatuurspel te verbreden en een ruimere gevarieerde begeleiding van de gemeentezang mogelijk te maken werd de behoefte tot een vrij pedaal steeds sterker. Uit de opbrengsten van jarenlange fondswerving kon in 1996 het orgel uitgebreid worden met een vrij pedaal. Dit werk werd uitgevoerd door de orgelmakers Gebr. Reil te Heerde. Het pedaal, geheel in het klankconcept van Witte passend, werd in een aparte kas achter het orgel opgesteld. Daarmee konden structurele wijzigingen aan het historische orgel voorkomen worden. Voor de windvoorziening is gebruik gemaakt van een originele gerestaureerde windlade van het voormalig Witte-orgel uit de Kloosterkerk te Den Haag. Het pedaal omvat 5 registers. | ![]() |
| Vredeskerk te Katwijk, Informatie over dit Bätzorgel op www.orgelsite.nl | ![]() |
| Hervormde Kerk te Krommenie, Bätz-orgel uit 1838. | ![]() |
| Maria Magdalena-kerk te Maasland, is een laat-gotische dorpskerk uit ca. 1500. Een uitslaande brand heeft in 1945 de kerk bijna geheel in de as gelegd. De restauratie heeft tot 1954 geduurd. De kerk bestaat uit een schip met noorderzijbeuk en een smaller koor met noordelijk nevenkoor. Tegen de zuidgevel van het schip is een 3/8 gesloten doopkapel. Tegen het koor staat een sacristie. Het in de kerk aanwezige orgel is in 1888 door J.F. Witte gemaakt voor de Nicolai-kerk te Utrecht. In 1957 is het naar onze kerk overgeplaatst in een gewijzigde opstelling en in een nieuwe kast met oude onderdelen. De orgelrestauratie is in 2001 afgesloten. | ![]() |
| Hervormde Kerk te Mijdrecht, het orgel in de Hervormde kerk van Mijdrecht werd voltooid in 1842 door de Utrechtse orgelmakersfirma J. Bätz & Co. | ![]() |
| N.H. Kerk te Mijnsheerenland, in 1445 stichtte Vranck van Praet deze kerk. De gotische dorpskerk die is gewijd aan Sint Laurens en Sint Geertruid, valt al van verre op door zijn ranke spits. De kerk heeft veel bezienswaardigheden: het oudste nog bestaande Bätzorgel van Nederland, de zwartmarmeren graftombe van Elisabeth van Loon, een muurschildering van Sint Joris en de Draak. Het monumentale orgel is gerestaureerd. Van tijd tot tijd zal er op het orgel worden gespeeld. | |
| N.H. Kerk te Oene, Gotisch kerkje met nieuwe aanbouw met een kleine toren (12e eeuw), binnen fresco's (15e eeuw) en rouwborden. | ![]() |
| Dorpskerk te Oostvoorne, dit Batzorgel was in 1770 gemaakt voor de Doopsgezinde Kerk van Haarlem door de orgelmaker J.H.H. Bätz. (1709-1770), leerling van Chr. Müller. In 1771 werd dit orgel door zijn twee zonen Gideon Thomas (1751-1820) en Christoffel (1755-1800) afgemaakt en opgeleverd. Het oorspronkelijke orgel had 1 klavier, 10 stemmen en aangehangen pedaal. In het jaar 1807 werd het orgel uitgebreid door J.C.F. Friedrichs uit Gouda. Hij vergrootte het orgel met een tweede klavier van 10 stemmen en het eerste zwelwerk in ons land. Bovendien voegde hij aan het eerste manuaal van Bätz een Bourdon 16 toe. Daartoe moest de orgelkas worden uitgebreid. In 1826 werden de frontpijpen vernieuwd door In der Mauer en Gabry en in 1832 werd de Open Fluit van Friedrichs vervan-gen door een Viola da Gamba van Gabry. In 1883 werd het orgel verkocht aan de Hervormde Gemeente te Haarlem (de Janskerk) In 1931 werd de Janskerk gesloten. Het Bätz-Friedrichs-orgel werd door de firma Spanjaard afgebroken en naar de gerestaureerde Bakenesserkerk te Haarlem gebracht. Daar werd de oude Bätz-kas, het front en de Bätzpijpen samengevoegd met het daar aanwezige Strobel-orgel en pneumatisch gemaakt. Inmiddels zijn echter alle Strobel registers verdwenen, op één na. Het orgel zoals dat in Haarlem stond, was niet helemaal compleet. In de loop der tijden was er veel mee gebeurd: verplaatst, uitgebreid en tenslotte vervallen. Enkele ontbrekende delen konden echter worden bijgemaakt of verworven uit restanten van andere oude Bätz-orgels. De oorspronkelijke orgelkas was er nog en ook veel van het oude pijpwerk. In 2000 werd het orgel gerestaureerd door De Graaf, onder advies van H.v. Nieuwkoop. | ![]() |
| Oude Kerk te Putten, is een rijksmonument, gewijd aan St.Pacratius, een van de ijsheiligen. In een keizerlijk decreet uit 996 wordt de kerk reeds genoemd. In de Middeleeuwen werd ze meermalen verwoest. Van het koor en de toren is bekend dat ze uit de 15de eeuw dateren, maar er zijn in de toren ook gedeelten van oer- of tufsteen. Deze delen zijn nog ouder. Heel bijzonder in de kerk zijn de preekstoel uit 1624, een tekstbord uit 1691 en een doophek uit dezelfde periode. Op het prachtige Bätzorgel hebben in de loop der jaren 's lands beste organisten concerten gegeven. | ![]() |
| Voormalig raadhuis te Purmerend, Het Gideon Thomas Bätzorgel, gebouwd in 1777, ooit in de Nicolaaskerk gestaan, maar kreeg na een restauratie een plekje in de raadzaal van het voormalige stadhuis aan de Kaasmarkt. | |
| Grote Kerk te De Rijp, Batz-Witte-orgel uit 1854. | ![]() |
| H. Nicolaaskerk te Schalkwijk, met Bätzorgel | |
| Oude Kerk te Spijkenisse | ![]() |
| St. Maartens te Tiel,Op 29 oktober 1854 vond, zoals de "Boekzaal der geleerde wereld" bericht 'in de voormiddag godsdienst de plegtige inwijding plaats' van dit orgel in de Nieuwe Kerk te Dordrecht. Het was een geschenk van Jhr.Mr.van de Wall van Puttershoek en diens echtgenote Vrouwe Repelaer, welk echtpaar aan de Utrechtse orgelmakersfirma J.Bätz & Co Orgelmakers van Z.M.den Koning der Nederlanden, de opdracht voor de bouw had gegeven. Deze orgelmakersfirma, die sedert het overlijden van Jonathan Bätz in 1849, werd geleid door Christiaan Gottlieb Friedrich Witte (sinds 1833 de compagnon van Bätz), mocht zich reeds rond 1850 in een uitstekende naam verheugen en zou zich ontwikkelen tot het toonaangevende orgelmakershuis van ons land in de 19e eeuw. Sinds woensdag 5 januari 1966 in gebruik in de St. Maartenskerk te Tiel | ![]() |
| Dom te Utrecht, in 1825 ging de kerkvoogdij over tot de opdracht aan Johan en Jonathan Bätz voor het bouwen van een nieuw orgel. Het ontwerp van de orgelkast werd toevertrouwd aan de architect Tieleman Franciscus Suys (1783 - 1861). Onder invloed van Domorganist Frederik Nieuwenhuijsen werd een groot aantal registers uit het 16e eeuwse orgel overgenomen in het nieuwe orgel. Op 20 mei 1831 vond de eindkeuring van het nieuwe instrument plaats; hierbij werd de "ronde toon, de doordringende kracht en de mannelijke en deftige toon van het pedaal" geroemd. De inwijding vond in een dienst plaats op 25 mei 1831. De van oorsprong witte kast werd in 1865 imitatie-eiken overgeschilderd, terwijl bovendien de orgelmaker C.G.F. Witte (de voortzetter van het bedrijf Bätz) de sexquialter van het Hoofdwerk verving door een cornet 5 sterk. In 1895 herzag J.F. Witte de intonatie. In 1911 werd een aantal ingrijpende wijzigingen uitgevoerd door de orgelbouwer J. de Koff te Utrecht: - op het Rugwerk de plaatsing van een hobo 8' in plaats van de tousijn 8'; en een fernfluit in plaats van een fluit 2'. - op het Hoofdwerk een vernieuwing van de trompet 8'; de plaatsing van een violon 8' in plaats van de woudfluit 2'; en een flûte harmonique in plaats van de gemshoorn 4'. - op het Bovenwerk de plaatsing van een clarinet 8' in plaats van de vox humana 8'; en een voix céleste in plaats van de roerquint 3'. | ![]() |
| Dom te Utrecht, Bätz-kabinetorgel uit 1796. | ![]() |
| Café Olivier te Utrecht, Het Bätz/Witte werd gebouwd in 1890 in de schuilkerk Maria Minor. Tweeklaviers. Geen pedaal (was wellicht aangehangen). Ca. 15 registers (uit mijn hoofd). De dispositie mooi aantal 8' registers, waaronder een fluit travers, een 16 voets fluit en een tongwerk. Het orgel is intern totaal verwaarloosd. Balg is aanwezig, windmotor niet meer. De tractuur zit totaal vast. Zie ook www.cafe-olivier.be | ![]() |
| Doopgezinde Kerk te Utrecht, Het orgel werd op 27 maart 1870 in gebruik genomen en vervaardigd door de Utrechtse orgelmaker Bätz, het snijwerk is van de heer J. Rijnhout. | ![]() |
| Torenpleinkerk (PKN) te Vleuten, In 1866, kreeg Vleuten het huidige orgel, gebouwd door Gideon Thomas Bätz. Johann Heinrich Hartmann Bätz vestigde zich in 1739 in Utrecht. Het Vleutense orgel is gemaakt door zijn zoon Gideon Thomas; samen met zijn broer Christoffel was hij de tweede generatie Bätz. | ![]() |
| Hervormde Kerk te Wateringen, Het orgel is oorspronkelijk gebouwd door de Fa. Bätz Witte te Utrecht anno 1874. Het had aanvankelijk 9 zelfstandige stemmen. Een kopie van dit orgel staat nu nog te pronken in Rijswijk (Gelderland). In de loop van de 20e eeuw heeft dit orgel behoorlijk wat uitbreiding en gedaanteverwisseling ondergaan. In 1979 werd een front aangekocht met een aantal stemmen. In 1983 werd dit gerealiseerd door de fa. Koch uit Apeldoorn. Er werd een totaal vernieuwd orgel gebouwd met behoud van het pijpwerk en het aangekochte front uit de Nieuwe Kerk te Vlaardingen, inclusief nieuwe windladen, speeltafel en mechaniek. In januari 1984 is het feestelijk in gebruik genomen. | ![]() |
| Grote of Laurenskerk te Weesp, Johann Heinrich Hartmann Bätz maakte in 1750 het orgel schoon en bracht foelie aan op de frontpijpen. In 1819 verkeerdehet orgel in dusdanig slechte staat dat de kerkmeesters in 1822 een contract sloten met de gebroeders Bätz uit Utrecht voor het bouwen van een nieuw orgel. Dit nieuwe instrument werd op zondag 12 oktober 1823 feestelijk in gebruik genomen. Het orgel werd onderhouden van 1828 tot 1846 door Jonathan Bätz. | ![]() |
| Petruskerk te Woerden, Bätz-orgel uit 1768. | ![]() |
| Oude Kerk te Zeist, Bätz-orgel uit 1843. | ![]() |