|
Wedstrijdinformatie
Wedstrijdformulieren:
De
wedstrijdformulieren dienen na elke wedstrijd ingeleverd worden bij
Karlijn Soetens, Esbeekseweg 30. Bij uitwedstrijden van de recreanten en
welpen graag ook de uitslagen doorgeven aan Karlijn, zodat ze dit ook in
‘t Kleppermenneke kan zetten.
Thee zetten:
Bij
thuiswedstrijden van alle jeugdteams en de senioren 1 zorgt het
personeel van de kantine dat er thee is gezet voor de rust. De leidster
zorgt ervoor dat de scheidsrechter en beide teams thee krijgen. Zorg er
ook voor dat de thee-rek na de rust weer terug naar de kantine gebracht
wordt.
De
recreanten en midweek zorgen zelf voor de thee, mits er niets anders
afgesproken is met de kantinebeheerder.
Kampioenschappen:
Wanneer
er een team van de jeugd kampioen kan worden, meld dit dan bij iemand
van de jeugdcommissie.
Als
de senioren, midweek of recreanten kampioen kan worden, meld dit dan aan
het bestuur.
Afgelastingen:
De
leiding bekijkt of een wedstrijd door kan gaan of niet. Bij twijfel
contact opnemen met Jan van de Wouw (516 9382). En hij zal beslissen of
de wedstrijd door kan gaan.
Let
op: het wedstrijdformulier wel invullen en inleveren bij Karlijn
Soetens.
Verzetten van
wedstrijden:
De
wedstrijden worden alleen verzet voor goede redenen. Wanneer een coach
een wedstrijd wil verzetten, neemt zij contact op met Pascal Maillé
(516 6170). Dit kan niet op eigen houtje gebeuren i.v.m. het verzetten
van scheidsrechters, kantine e.d.
Wijzigingen
van de spelregels.
Er
zijn weleens misverstanden over de spelregels van het korfbal. Nu krijgen we
steeds meer de vraag of de wijzigingen ook kunnen verspreiden onder de leden.
Helaas worden we hier niet echt van op de hoogte gehouden. Maar op de KNKV-site
staan wel de spelregels met eventuele wijzigingen. Dus kijk op de site www.zuid.knkv.nl
Wedstrijdinformatie
Aantal
belangrijke punten voordat de wedstrijd begint.
Welpen
/ Pupillen F
-
minimale leeftijd voor de competitie op 1 oktober is 6 jaar.
-
veldafmeting: 25 x 15 mtr.
-
paalhoogte: 2,50 mtr.
-
bal: nr. 4 (kleintje)
-
speeltijd: 4 x 7,5 min. (2 x 15 min.)
-
korfwissel: na 15 min.
-
wissels: onbeperkt, vervangende speelster mag ook eventueel terug (misschien
vantevoren afspreken met scheidsrechter om pas te wisselen wanneer spel even
stil ligt.)
-
na wedstrijd 12 strafworpen nemen
Pupillen
D
-
veldafmeting: 40 x 20 mtr.
-
paalhoogte: 3,00 mtr.
-
bal: nr. 4 (kleintje)
-
speeltijd: 2 x 20 min. (4 x 10 min.)
-
vakwissel: na 10 min.
-
1e helft: uitworp door thuisploeg (begin + na 10 min.)
-
2e helft: uitworp door gasten (begin 2e helft + na
10 min.)
-
na wedstrijd 12 strafworpen nemen
Aspiranten
C en B
-
veldafmeting: 50 x 25 mtr.
-
paalhoogte: 3,50 mtr.
-
bal: nr. 5
-
speeltijd binnencompetitie Asp. C en B is 2 x 25 min.
-
speeltijd buitencompetitie Asp. C is 2 x 25 min.
-
speeltijd buitencompetitie Asp. B is 2 x 30 min.
-
vakwissel: na 2 doelpunten
-
wissel: 3 speelsters
Junioren
A
-
veldafmeting: 50 x 25 mtr.
-
paalhoogte: 3,50 mtr.
-
bal: nr. 5
-
speeltijd binnencompetitie is 2 x 30 min.
-
speeltijd buitencompetitie is 2 x 35 min.
-
vakwissel na 2 doelpunten
-
wissel: 3 speelsters
De
palen en pinnen zijn dit jaar genummerd.
Dus
op zaterdag als volgt:
|
Welpen:
|
Paal:
|
3
|
|
|
Grondplaat:
|
1
|
|
|
Korf:
|
De
hele grote maat
|
|
|
|
|
|
Pupillen
F:
|
Paal:
|
4
|
|
|
Grondplaat
|
8
|
|
|
|
|
|
Pupillen
D:
|
Paal:
|
5
en 6
|
|
|
Grondplaat:
|
1
(voor paal 5) en 8 (voor paal 6)
|
|
|
|
(deze
hebben de welpen net
gebruikt)
|
|
|
|
|
|
Aspiranten
C en B:
|
Paal:
|
2
|
|
|
Grondplaat:
|
1
|
|
|
|
|
|
Junioren
A:
|
Paal:
|
2
|
|
|
Grondplaat:
|
1
|
|
En
andere dagen:
|
|
|
|
Senioren/Midweek/
|
Paal:
|
2
|
|
Recreanten
|
Grondplaat:
|
1
|
Afgelastingen
De
leiding bekijkt of een wedstrijd door kan gaan of niet. Bij twijfel kontakt
opnemen met Jan van de Wouw (516 9382). Hij zal beslissen of de wedstrijd door
kan gaan.
Let
op: het wedstrijdformulier wel invullen en inleveren bij Karlijn Soetens.
Afmelden
Voor
wedstrijden voor de jeugd gebeurt afmelden bij de leiding. Graag dit voor
donderdagavond 19.00 uur doorgeven aan de leiding, zodat er nog eventueel andere
speelsters geregeld kunnen worden.
Het
afmelden voor de senioren, midweek en recreanten wordt gedaan bij de persoon die
daartoe is aangewezen binnen het team.
Ook
hier: op tijd afmelden!!!
Belangrijke
punten voor leiding en aanvoersters.
Aan
het begin van het seizoen worden legitimatiebewijzen (de pasjes) uitgereikt (of
men heeft deze nog van het vorig seizoen). Zorg ervoor dat deze goed bewaard
worden, en vergeet ze niet mee te nemen naar wedstrijden.
Ook
heeft elk team wedstrijdformulieren gekregen.
Zorg
dat deze goed ingevuld worden, dit om boetes te voorkomen. Op de volgende pagina
is een wedstrijdformulier ingevuld afgebeeld.
-
Zorg dat het verenigingsnummer klopt. Dit is D803.
-
Zorg dat het klasse-nummer waar het team in speelt klopt. Dit staat op
het wedstrijdschema vermeld.
-
Zorg dat de speelsters op nummer staan. Dus niet op alfabet.
-
Zorg er ook voor dat er bij de speelsters de voorletter en de achternaam
wordt vermeld.
-
En natuurlijk niet vergeten de uitslag te controleren. Het zou per
ongeluk toch verkeerd ingevuld staan).
Nieuw:
-
Het kan zijn dat bij een nieuw lid van de
vereniging geen lidnummer staat. Dan zet je op de lijst het nummer wat
onder Nieuw nr. staat. Dit is een 7-cijferig nummer. Straks (precieze
d.d. niet bekend) gaan we met deze nummers werken i.p.v. de oude
lidnummers.
Wanneer
de wedstrijdformulieren goed zijn ingevuld en uitgewisseld met de
tegenpartij (bij recreanten en welpen heeft de thuisploeg deze), graag deze vóór
zondagavond 18.00 uur inleveren bij Karlijn Soetens, Esbeekseweg 30.
Dit
om boetes te voorkomen. De formulieren moeten namelijk maandag bij het
bondsbureau liggen.
Voor
recreanten en welpen: graag de uitslag van de uitwedstrijd ook bij Karlijn
Soetens inleveren/doorgeven.
Spelregels
in de korfbalsport.
Korfbal
werd in 1902 ontwikkeld door de Amsterdams onderwijzer Nico Broekhuysen. Sinds
die tijd heeft de sport zich ontwikkeld tot een moderne sport, die de volgende
kenmerken heeft:
-
korfbal is een teamsport;
-
korfbal is een niet-agressieve sport;
-
korfbal is een veelzijdig sport, die je conditie bevordert;
-
korfbal wordt het hele jaar beoefend, ’s zomers op het veld en ’s
winters in de zaal;
-
korfbal wordt op alle niveaus gespeeld, met verschillende motieven:
prestatie, gezondheid en gezelligheid.
Korfbal
is na voetbal, volleybal en hockey, de vijfde teamsport in Nederland. Er zijn
bijna 100.000 korfballers, waarvan 40.000 jeugdleden (jonger dan 19 jaar). Zij
zijn lid van één van de 639 korfbalverenigingen, verspreid door het hele land.
Maar korfbal wordt niet alleen in Nederland beoefend. In meer dan 35
landen verspreid over de hele wereld wordt gekorfbald.
Het
spel (volgens spelregels KNKV).
1.
Doelpunten.
a.
de scheidsrechter kent een partij een doelpunt toe als:
-
de bal van bovenaf volledig door de in het aanvalsvak van die partij
geplaatste korf is gevallen, behoudens in de onder c genoemde gevallen.
-
vaststaat dat de bal van bovenaf volledig door de korf te zou zijn
gevallen, maar door een verdediger van onderaf is teruggetikt, behoudens in de
onder c genoemde gevallen.
b.
wanneer de scheidsrechter heeft gefloten voordat de bal volledig door de
korf is gevallen, kent hij het doelpunt toe indien vaststaat dat de bal op het
moment van fluiten de handen van de schietende speler reeds had verlaten en zich
buiten het bereik van enige verdediger bevond, behoudens in de onder c genoemde
gevallen.
c.
de scheidsrechter kent een doelpunt niet toe, indien:
-
hij voordat de bal door de korf is gevallen heeft gefloten voor een
overtreding van de aanvallende partij of voor het verstrijken van de halve of
gehele speeltijd;
-
de bal door de korf is gevallen als gevolg van een worp uit de
verdediging of direct uit de vrije worp;
-
hij voordat de bal door de korf is gevallen een overtreding van de
aanvallende partij heeft geconstateerd en nog niet voor de overtreding heeft
gefloten;
-
hij tevoren onbillijke bevoordeling van de aanvallende partij heeft
geconstateerd;
-
de bal eerst van onderaf door de korf is geworpen en er daarna van
bovenaf door terugvalt.
d.
de ploeg aan wie de scheidsrechter tijdens de speeltijd de meeste
doelpunten toekent wint de wedstrijd.
2.
Opstelling.
a.
Keuze van opstelling en indeling.
De
ontvangende ploeg kiest de korf waarin zij voor de rust wil schieten. Zij deelt
haar spelers in, waarna de bezoekende ploeg haar opstelling regelt.
b.
Wijziging in de indeling.
Met
de beginindeling moet in het algemeen de gehele wedstrijd worden gespeeld.
Indien echter als gevolg van het tijdens de wedstrijd uitvallen van een speler
een duidelijke wijziging in de toestand optreedt, kan de scheidsrechter op
verzoek van een coach en na raadpleging van de andere coach wijziging toestaan.
3.
Vak- en korfwisseling.
Telkens
als de scheidsrechter twee doelpunten heeft toegekend, wisselen alle spelers van
vak. (dit geldt vanaf de Asp.). Na de rust wordt van korf gewisseld, waarbij
tevens de spelers van vak wisselen.
4.
Uitworp.
De
bal wordt bij het begin van het spel, bij het begin van de tweede helft en na
elk toegekend doelpunt van vlak voor het midden van de middenlijn door een
speler uit de aanval in het spel gebracht; in het eerste geval door de
ontvangende ploeg, in het tweede geval door de bezoekende ploeg en in het
laatste geval door de ploeg waartegen het doelpunt is toegekend.
Voor
de uitworp gelden dezelfde bepalingen als voor een vrije worp.
5.
Spelovertredingen.
Tijdens
het spel is het verboden:
a.
de bal met been of voet aan te raken.
Geschiedt
de aanraking onopzettelijk en oefent zij geen belangrijke invloed uit op het
spel, dan blijft zij onbestraft.
b.
de bal met de vuist weg te slaan.
c.
de bal na val te bemachtigen.
Zodra
een ander lichaamsdeel dan de beide voeten de vloer raakt, is het vangen of
tikken van de bal ongeoorloofd. Indien men de bal reeds in zijn macht had, is
gevallen wegspelen toegestaan. Uiteraard is het na vallen met de bal in zijn
macht ook geoorloofd eerst op te staan.
d.
met de bal lopen
Lopen
met de bal is strijdig met de eis tot samenspel; daarom is verplaatsen met de
bal in de hand of handen alleen toegestaan, indien het zonder die verplaatsing
onmogelijk zou zijn de bal vlot te werpen of te schieten of er mee tot stilstand
te komen.
Bij
de toepassing van deze beginselen zijn 3 situaties te onderscheiden.
1.
Bij het bemachtigen van de bal staat de speler stil. Hij mag in dit geval
een voet naar willekeur verzetten, mits de andere voet op zijn plaats blijft.
Draaien op de laatsgenoemde voet is toegestaan.
2.
Bij het bemachtigen van de bal is de speler in loop of sprong: hij komt
eerst tot stilstand en werpt of schiet daarna. Eis is daarbij, dat hij
onmiddellijk na het bemachtigen van de bal ten volle heeft getracht tot
stilstand te komen. Na het tot stilstand komen gelden voor hem dezelfde regels
als onder 1 zijn vermeld.
3.
Bij het bemachtigen van de bal is de speler in loop of sprong en werpt of
schiet, voordat hij volledig tot stilstand is gekomen. In dit geval mag de
speler de bal niet meer in zijn bezit hebben op het moment dat hij voor de derde
maal na het ontvangen van de bal een voet op de vloer plaatst.
e.
samenspel te vermijden
Alleenspel
is niet strafbaar:
1.
indien speler op dezelfde of nagenoeg dezelfde plaats blijft;
2.
indien het zonder samenspel opnieuw bemachtigen of tikken van de bal door
omstandigheden onafhankelijk van de wil van de speler wordt veroorzaakt.
f.
de bal aan een medespeler over te geven
g.
het spel op te houden
h.
een tegenstander de bal uit de hand(en) te slaan, te nemen of te lopen
i.
een tegenstander te duwen, vast te houden of af te houden
Dit
verbod geldt jegens elke tegenstander en onafhankelijk van de plaats waar de bal
zich bevindt.
Elke
belemmering van de vrije beweging van de tegenstander is verboden, onverschillig
of dit al dan niet opzettelijk geschiedt.
De
regel verplicht een speler niet voor een tegenstander plaats te maken; elke
speler mag zich opstellen en zich in de vrije ruimte verplaatsen zoals hij
verkiest. Alleen indien hij zich zo plotseling in de baan van een lopende
tegenstander plaatst, dat een botsing onvermijdelijk wordt, is hij strafbaar.
j.
een tegenstander te zwaar te hinderen
Het
gaat hier om een in het bezit van de bal zijnde tegenstander.
De
hinderende speler mag trachten het werpen van de bal in de gewenste richting te
bemoeilijken en uit te lokken, dat de werper de bal tegen zijn hand of arm werpt,
in het bijzonder door het blokkeren van de bal, d.w.z. door zijn hinderende arm
te brengen in de baan, die de geworpen bal beschrijft.
Daarbij
is het verboden:
1.
de tegenstander te belemmeren in het vrije gebruik van zijn lichaam en in
het bijzonder het blokkeren van zijn armbeweging anders dan door het blokkeren
van de bal;
2.
naar de bal of de werpende arm te slaan; d.w.z. de hinderende arm of hand
mag zich tijdens het moment van aanraken van de bal niet naar de bal toe bewegen.
Bij
onverwachte bewegingen van de tegenstander zullen zich vaak situaties voordoen,
waarbij de bewegingsvrijheid wordt belemmerd. Zulke gevallen worden niet
bestraft, mits de hinderende speler direct streeft naar het herstel van de
bewegingsvrijheid van de tegenstander.
k.
een tegenstander te hinderen die reeds door en ander gehinderd wordt
l.
buiten het eigen vak te spelen
m.
in verdedigde positie te schieten
Het
schieten wordt als verdedigd beschouwd, indien de hinderende verdediger aan de
vier volgende voorwaarden voldoet:
1.
hij moet dichter bij de paal zijn dan de aanvaller, tenzij hij en de
aanvaller zich dichtbij en niet aan dezelfde kant van de paal bevinden in welk
geval de voorwaarden 2,3 en 4 voldoende zijn;
2.
hij moet binnen armlengte van de aanvaller zijn; armlengte betekent dat
de verdediger zich zo dicht bij de aanvaller bevindt, dat hij in staat is de
borst van de aanvaller aan te raken;
3.
hij moet met het gezicht naar hem toegekeerd zijn;
4.
hij moet daadwerkelijk trachten de bal te blokkeren.
n.
te schieten na snijden langs een andere aanvaller
'Snijden'
treedt op, wanneer een verdediger die zich in een verdedigende positie bevindt
zijn aanvaller niet kan volgen, omdat de aanvaller zijn weg zo dicht langs de
andere aanvaller kiest, dat de verdediger met laatsgenoemde aanvaller in botsing
komt of dreigt te komen en daardoor zijn verdedigende positie moet prijsgeven.
'Snijden'
treedt eveneens op, wanneer een verdediger die zich binnen armlengte afstand van
zijn tegenstander bevindt, deze aanvaller niet kan volgen, omdat de aanvaller
zijn weg zo dicht langs een andere aanvaller kiest, dat de verdediger met
laatstgenoemde aanvaller in botsing komt of dreigt te komen en daardoor zijn
hinderende positie binnen armlengte moet prijsgeven.
o.
uit de verdediging of rechtstreeks uit een vrije worp te scoren
p.
te schieten bij het spelen zonder directe tegenstander
Dit
treedt op indien het verdedigingsvak over slechts drie spelers beschikt,
tegenover vier aanvallers. In dat geval moet de coach van de aanvallende ploeg
aan de scheidsrechter en aan de coach van de andere ploeg mededelen, welke
aanvaller als de niet-schietende speler moet worden beschouwd. Het is de coach
toegestaan hiervoor tijdens de wedstrijd de andere aanvaller aan te wijzen, doch
alleen door mededeling aan de scheidsrechter en aan de coach van de andere ploeg
op een moment, dat voor onderbreking van het spel is gefloten. Deze wisseling
van aanvallers mag tussen twee vakwisselingen ten hoogste tweemaal plaatsvinden.
Een geldig doelpunt kan worden gescoord uit een strafworp, die door de
niet-schietende aanvaller wordt genomen.
q.
een schot te beïnvloeden door de paal te bewegen
r.
de paal beet te grijpen bij het springen, lopen of afzetten
s.
bij het nemen van een vrije worp of strafworp de daarvoor gestelde
bepalingen te overtreden
t.
op een gevaarlijke wijze te spelen
Dit
treedt op, wanneer een aanvaller zijn verdediger, die zich binnen armlengte van
die aanvaller bevindt, met vaart in botsing laat komen met een andere aanvaller.
6.
Uitbal
De
bal is uit, zodra hij in aanraking komt met een grenslijn van het speelveld of
met de vloer, een persoon of een voorwerp buiten het speelveld. De bal is ook
uit, wanneer deze de zoldering of een voorwerp boven het speelveld raakt.
Bij
een uitbal wordt gehandeld alsof de ploeg, die de bal het laatst heeft
aangeraakt, een overtreding heeft begaan.
7.
Scheidsrechtersworp
Indien
2 tegenstanders de bal gelijktijdig hebben bemachtigd, onderbreekt de
scheidsrechter het spel en gooit de bal op. Hij doet dit ook indien het spel
moet worden hervat zonder dat een ploeg recht op de bal heeft. Voor het opgooien
wijst de scheidsrechter twee spelers aan uit het desbetreffende vak van gelijke
sekse en zo mogelijk van ongeveer gelijke lengte. De twee spelers nemen aan
weerszijden van de scheidsrechter plaats, waarbij de verdediger het recht heeft
zich als eerste op te stellen. Deze twee spelers mogen de bal aanraken, nadat
deze na het werpen door de scheidsrechter, het hoogste punt heeft bereikt. De
overige spelers, die gedurende het opgooien een afstand van 2,50 m. in acht
nemen, mogen de bal pas spelen nadat 1 van die twee de bal heeft aangeraakt of
deze op de vloer is geweest.
8.
Vrije worp
a.
het toekennen van een vrije worp
Na
een door de scheidsrechter gesignaleerde overtreding krijgt de ander ploeg een
vrije worp.
b.
plaats van de vrije worp
De
vrije worp wordt genomen op de plaats waar de overtreding is begaan. Is de
overtreding jegens een bepaald persoon begaan, dan wordt als zodanig beschouwd
de plaats waar deze zich bevond.
Bij
een uitbal of bij een overtreding of buiten de grens van het speelveld, wordt de
vrije worp genomen buiten het veld vlak bij de zij- of achterlijn ter plaatse
waar de bal of de overtredende speler de zij- of achterlijn heeft geraakt of
overschreden.
Bij
een uitbal, doordat de bal de zoldering of een voorwerp boven het speelveld
raakt, wordt de vrije worp genomen bij 1 der lange lijnen, het dichtst bij de
plaats waar de zoldering of het voorwerp werd geraakt.
c.
het nemen van de vrije worp.
Op
het moment dat de nemer van de vrije worp de bal in de hand heeft, of kan nemen,
steekt de scheidsrechter 1 van zijn armen verticaal omhoog en geeft met vier
vingers van zijn opgestoken hand het teken dat hij binnen vier seconden zal
fluiten om het spel te hervatten. Gedurende de vier seconden voorbereidingstijd
kan de scheidsrechter elke spelovertreding bestraffen.
Na
het opsteken van zijn arm kunnen 2 mogelijkheden voordoen.
A.
1.
Alle spelers zijn op een afstand van ten minste 2,50 m. van de nemer van
de vrije worp.
2.
Indien de vrije worp in het aanvalsvak wordt genomen, nemen de
medespelers van de nemer van de vrije worp bovendien onderling een afstand van
ten minste 2,50 m. in acht.
Zodra
bovenstaande situaties zich voordoen binnen de vier seconden voorbereidingstijd
fluit de scheidsrechter ten teken dat het spel is hervat. De nemer van de vrije
worp dient de bal nu uiterlijk vier seconden na het desbetreffende fluitsignaal
in het spel te brengen. Indien de nemer van de vrije worp de bal vier seconden
na het fluitsignaal van de scheidsrechter niet in het spel heeft gebracht, fluit
de scheidsrechter af en kent een vrije worp toe aan de andere ploeg. De spelers
van de andere ploeg moeten aan de voorwaarde 1 blijven voldoen totdat de nemer
van de vrije worp een beweging met de bal of een duidelijk zichtbare beweging
met een arm of been maakt. De medespelers van de nemer van de vrije worp moeten
aan de voorwaarden 1 en 2 blijven voldoen totdat de bal in het spel is gebracht.
De
bal is in het spel gebracht als of 1) een tegenstander bal raakt, of 2) een
medespeler, die zich op ten minste 2,50 m. afstand van de plaats van de nemer
van de vrije worp bevindt, de bal raakt, of 3) de bal ten minste 2,50 m. van de
plaats van de vrije worp is gekomen (gemeten over de grond).
Uit
een vrije worp kan de nemer van de vrije worp niet rechtstreeks scoren. Hij kan
eerst scoren nadat de bal vrij in de lucht is geweest en daarna is geraakt door
andere speler.
Indien
de nemer van een vrije worp, nadat de scheidsrechter heeft gefloten voor het
nemen van de vrije worp, een grenslijn of het speelveld aan de andere kant van
de grenslijn aanraakt voordat de bal zijn handen heeft verlaten, fluit de
scheidsrechter af en kent een vrije worp toe aan de andere ploeg aan de andere
kant van de grenslijn.
B.
Indien de spelers binnen de vier seconden na het teken van de scheidsrechter
niet binnen de in A genoemde voorwaarden 1 en 2 voldoen, fluit de scheidsrechter
twee keer kort achter elkaar - de eerste keer om het spel te hervatten en de
tweede keer om het spel weer te stoppen - en bestraft de overtredende ploeg met
een vrije worp.
Indien
de spelers van beide ploegen binnen de 2,50 m. zijn, zal de scheidsrechter de
speler bestraffen die zich het dichtst bij de nemer van de vrije worp bevindt.
Wanneer de scheidsrechter constateert dat spelers van beide ploegen zich op
dezelfde, onjuiste afstand bevinden, bestraft hij de speler van de aanvallende
ploeg.
Wanneer
de verdedigende ploeg in het aanvalsvak deze overtreding voor de tweede keer bij
dezelfde vrije worp maakt, kent de scheidsrechter een strafworp toe.
9.
Strafworp.
a.
toekennen van een strafworp
Overtredingen,
waardoor een scoringskans verloren gaat, worden bestraft met een strafworp voor
de andere ploeg. Ook na andere overtredingen, die herhaaldelijk het aanvalsspel
onbehoorlijk belemmeren, kan een strafworp worden toegekend.
b.
plaats van de strafworp
De
strafworp wordt genomen in de lengteas van het veld op een afstand van 2,50 m.
voor de paal.
c.
het nemen van een strafworp
Uit
een strafworp mag direct worden gescoord. Het is de nemer van de strafworp
verboden met enig lichaamsdeel de grond tussen paal en strafworppunt aan te
raken. Wordt de strafworp voor het daartoe te geven fluitsignaal genomen, dan
moet deze worden overgenomen. Alle overige spelers nemen in alle richtingen een
afstand in acht van 2,50 m. vanaf de (denkbeeldige) lijn tussen de
strafworpnemer en de pal. Zij mogen de strafworpnemer door geen enkele handeling
of opmerking in het ongestoord nemen van de worp belemmeren.
Voor
het nemen van de strafworp wordt zo nodig zowel de eerste als de tweede
speelhelft verlengd.
Zaalwacht
Omdat
er verschillende mensen zaalwacht moeten zijn, hebben we voor diegene een kort
lijstje waaraan je moet denken. Ook moeders zijn ingeschakeld, dus let op:
-
Alle wedstrijden moeten op de aangegeven tijd beginnen;
-
Indien de wedstrijd te laat begint, moet altijd de volledige eerste
helft worden gespeeld. De resterende tijd bepaalt de speeltijd van de tweede
helft. Indien voor een wedstrijd minder dan de helft van de vastgestelde
speeltijd beschikbaar is, wordt de wedstrijd afgelast. Je vermeld wel alle
gegevens en de reden(en) op het wedstrijdformulier(en);
-
Er dienen 2 wedstrijdballen aanwezig te zijn (deze zitten bij elk team in
de tas, en anders hangen er bij Van Rijswijk extra ballen);
-
De rusttijd tussen 2 helften is maximaal 3 minuten;
-
Indien er op de geplande aanvangstijd geen scheidsrechter aanwezig is,
wijst de zaalwacht een knkv-lid aan die bereid is de wedstrijd te fluiten;
-
Bij seniorenwedstrijden wordt de tijdklok stilgezet wanneer de laatste
minuut van de wedstrijd ingaat. Dit vantevoren in overleg met de scheidsrechter.
Maar
de grootste zorg voor de zaalwacht is: de goeie stand bijhouden op het scorebord!!
Fluiten
van wedstrijden
We
hebben elders in ons boekje een heel gedeelte over de spelregels van korfbal. Nu
is het zo dat dit natuurlijk niet bij alle teams wordt gehandhaafd.
Dus
voor onze junioren die de welpen zullen gaan fluiten hebben we een beknopt
lijstje gemaakt waar je dus op moeten letten bij zo'n wedstrijd. Maar er zijn
altijd de leidsters van de welpen aanwezig, dus als je iets niet weet, vraag het
gewoon aan hun.
Vantevoren:
-
Zorg dat je 15 minuten voordat wedstrijd begint aanwezig bent.
-
Ook de scheidsrechter heeft gymschoenen aan.
-
Zorg zelf voor een pen en horloge, zodat je de stand en tijd bij kunt
houden. Evt. al op je briefje/hand zetten wie tegen wie speelt, zodat je er
alleen de doelpunten erbij kunt zetten.
-
Je hoeft niet voor een fluitje te zorgen. Deze hebben de teams in hun
eigen tas zitten.
Verloop
van de wedstrijd:
-
de thuisploeg (Tuldania) mag bij het begin kiezen op welke korf ze gaan
spelen. Dit goed vantevoren uitleggen. De leiding helpt meestal met het
uitkiezen van de korf.
-
Hierna zullen ze allemaal een meisje kiezen, vraag maar voor de zekerheid
aan de leiding of alle meisjes een meisje hebben.
-
Daarna mag de thuisploeg (dus altijd Tuldania) beginnen met de bal.
-
De kindjes wachten dan op jou fluitsignaal.
-
Na 15 minuten zit de eerste helft erop. Vraag evt. (wanneer je geen
horloge hebt) aan de leiding of zij de tijd bijhouden.
-
De leiding geeft aan of er eventjes rust is of dat er meteen doorgespeeld
wordt.
-
Laat aan het begin van de tweede helft even weten dat ze niet moeten
vergeten dat ze nu op de andere korf moeten schieten (de korven zijn nl.
gewisseld).
-
Nu mogen de gasten beginnen met de uitbal, wederom wachten ze op je
fluitsignaal.
-
Na nog een keer 15 minuten zit ook de tweede helft erop en de wedstrijd
is afgelopen.
In
de wedstrijd:
-
Er mag zo veel gewisseld worden als ze maar willen, maar wel als het spel
stil ligt en dat het meisje ook weet wie haar 'nieuwe' meisje is. Dit om
verwarring van de kindjes te voorkomen.
Je
fluit voor:
-
wanneer er een doelpunt gevallen is (schrijf op een briefje of op je hand
hoeveel de stand is)
-
verdedigen, laat ook weten waarom je fluit.
-
wanneer de bal uit is, dus over de lijn. Goed duidelijk maken wie de bal
weer uit mag.
-
wanneer een meisje loopt met de bal, zeg ook weer tegen het meisje waarom
je fluit.
Het
allerbelangrijkste is eigenlijk dat je laat weten waarom je fluit, de welpen
moeten het spelletje korfbal nog leren!
|