|
THIS IS THE OFFICIAL HOMEPAGE OF REMCO EKKERS Last update: 4-2-2010
Groepsgedichten (De leerlingen verzinnen een onderwerp, een titel en leveren vervolgens de regels ('roept u maar'). Ik schrijf de regels op het bord en stuur zonodig bij. Zij schrijven op papier.)
Koninginnedag
30 april 2009: een trieste dag. Het begon zo vrolijk met een lach. Het blije oranje werd grijs. Er was één man niet helemaal wijs.
Eén man was genoeg om de dag te verpesten. Hij raakte ernstig buiten westen. Eerder had hij een bizar idee die man met de naam Karst T.
Zijn doel was een bus met Bea en haar zus. Haar hoofddeksel zat scheef waarbij het verder bleef.
1A2 Vestdijkcollege = Haïti
Wakker worden in een huis van puin na een alles verwoestende schok mensen gillend en huilend om je heen alles en iedereen is opeens weg.
Is dat nu het einde? Die ramp die je leven verwoest? Hoe kon dit nu gebeuren? Al die mensen onder het puin?
Het wordt een nieuw begin van een andere samenleving. Geen ruzie en geen oorlog meer. Daar gaan we allemaal wat aan doen.
1HA2 = Afscheid van Michael Jackson
Elke ster gaat ook ooit dood ook al wil je het niet geloven en wuif je het weg voor je ogen.
De King of Pop is nu weg. Iedereen huilt en hoopt dat hij er nog is. In een grote zaal staan ze voor een gouden kist.
Vijf meter lijkt wel honderd te zijn. Het dragen van de kist doet zeer. Maar zijn muziek blijft, voor groot en klein.
1HA1 = Vragen
'Opa, jij was gisteravond jarig.' 'Nee, ik was gisternacht jarig.' 'Opa, was het een groot feest?' 'Ik ging los als een feestbeest.' 'Opa, heb je ook gedanst?' 'Ik heb met je tante gesjanst.' 'Opa, was oma er niet?' 'Jawel, die had sjans met je oom.' 'Opa, wie deed er dan iets met mijn vader?' 'Die deed het met je zusje.' 'Opa, wan wie ben ik dan een kind?'
De goede herder (aan de wand Anton Mauve) == Schavuit Iemand van wie ik het niet verwachtte, verklaarde dat hij niet keek naar 'Schavuit van Oranje', omdat hij vond dat Tomas Ross het koningshuis door het slijk haalde. Ik vroeg: 'Wie haalt wie of wat door het slijk? Verwar je de afgebeelde persoon met de afbeelder? Heeft Ross de zaak belazerd?' Met mij gebeurde het omgekeerde. Ik had, zacht gezegd, geen hoge dunk van Bernhard, maar door de serie kreeg ik sympathie voor hem. Hij was in elk geval een levendige en volop levende man. De verhouding tussen hem en de oudere Juliana, tussen hem en de jonge Max, was ontroerend.De titel van de serie is goed gekozen; de acteurs waren zeer overtuigend en de presentatie van afwisselend verleden en jongste verleden boeiend.Hoe het nu verder moet? Als Alex verstandig is, bedankt hij voor de eer, maar ik vrees dat dat niet zo is. = Media
Kijkend naar een goed gemaakte 3D-film heb je de illusie dat je werkelijk aanwezig bent in het beeld, aan de rand van een ravijn, of zwevend in de lucht op de rug van een grote vogel. In een computerspel maak je een avontuur mee. Je kiest een plaatsvervanger, een avatar, en reist met hem door de jungle. Je stuurt hem met behulp van knoppen. Je verplaatst je avatar, maar je verplaatst je ook in de avatar. Is er een wezenlijk verschil met het je verplaatsen in Odysseus die de grot van de cycloop inloopt, hem bedriegt en later uitdaagt als hij wegvaart? Je voelt de angst als de cycloop grote stenen gooit naar het schip van Odysseus. Je voelt van binnenuit zijn verlangen naar huis als hij uitkijkt over de zee, terwijl hij nog in de macht is van Kalypso. Dit geldt voor alle literatuur; je bent als je 'De Koperen Tuin' leest Nol die verliefd is op Trix of Alice die verward wordt door de Hoedenmaker. Je verhuist naar de wereld achter de spiegel. Je leeft je in.De 3D-film leidt je inleving met grote kracht door het ruimtelijke beeld, dat natuurlijk nog versterkt kan worden door geuren. In de nabije toekomst zet je een helm op en beleef je een bijna reÎle ervaring: visueel, auditief, sensitief. Hoe ver is het nog naar de virtuele orgastische ervaring, die de werkelijkheid kan overtreffen en inÝ elk geval de weerzinwekkende exploitatie van ongelukkige vrouwen naar een primitieve historie verwijst, zoals de slavernij?Verhalen zullen blijven bestaan; het fictioneel beleven van avonturen lijkt van alle tijden, maar waarom zou je nog een papieren boek met drukletters ter hand nemen als er zo veel krachtiger media op je pad komen? = Leider
Wie zei/zegt dit? De massa is als een vrouw. Je moet haar niet proberen te overtuigen met rationele argumenten; je moet haar paaien met gevoelens en emotionele betogen. Ze is ook nog een domme vrouw: je moet dus alles een paar keer herhalen en met stemverheffing spreken. Je moet duidelijke taal gebruiken; dus niet zeggen: 'Dit lijkt niet juist', maar 'Dit is kletskoek.' Intellectuelen moet je belachelijk maken, want het zijn slapjanussen. Je moet een zondebok aanwijzen, bij voorkeur een groep waarop men jaloers is of waarvoor men een beetje bang is. Tegenstanders moet je uitschakelen. Daarbij kun je geweld gebruiken, niet te opzichtig, maar wel zo dat het duidelijk is. Wijs steeds op de kwaliteiten van het gewone volk, ons soort mensen, laat ze trots zijn op hun eigenschappen, voorkeuren, eetgewoonten, maar geef ze geen zeggenschap, want ze willen graag geleid worden. Leg uit dat democratie betekent dat de mensen jou kiezen en dat jij vervolgens alleen bepaalt wat er moet gebeuren, anders wordt het een rotzooitje. = ==
Merkwaardig gedicht: er is sprake van twee honden, aan het water, bij een waterval. EÈn staat bijna in het water. Hij is jaloers of hij staat jaloers te kijken naar het water. Omdat nummer twee daar altijd staat te drinken? Of is hij jaloers op de schoonheid, aantrekkelijkheid van die hond. En wat is dat voor aantrekkelijkheid? Geur? Nummer twee lijkt terug te kijken en ziet (zag) dat ÈÈn langzaam verdween, niet weg liep, maar oploste. Hij verliest zijn identiteit. Wat rest is een soort kern, zijn botten. Voor een hond een aantrekkelijk perspectief`, zo aantrekkelijk dat botten worden begraven om later weer op te graven. Iets hebben voor later.Het geheel, geschreven in verleden tijd, lijkt een beschrijving van een prent, tekening, schilderij, waarbij de beeldend kunstenaar meer dan een moment heeft afgebeeld, maar ook een tijdselement heeft aangebracht (het oplossen), zoals we dat kennen in middeleeuwse afbeeldingen of strips.Je kunt het gedicht herschrijven in tegenwoordige tijd. Wordt het dan duidelijker of beter? De verleden tijd schept een zekere afstand, die bepaald wordt door de subjectiviteit van de beschouwer en hoewel ik het gedicht zelf heb geschreven ooit, blijft het raadselachtig. De overkant Hond nummer ÈÈn stond nog net in het gras, jaloers te kijken naar het stromen van water, een waterval
waarvan hij dacht dat hond nummer twee wel altijd te drinken stond, gespierd met zijn aantrekkelijk gat.
Twee zag hem langzaam opgaan verdwijnen, weg van het hond zijn de botten alleen nog als beeld allemaal begraven in achtergrond.
Glas ( Vandaag leerde ik dat het de uitvinding van zuiver doorzichtig glas was, in VenetiÎ, die er voor zorgde dat men lenzen kon maken, waarmee zowel het zeer kleine als het zeer grote (de planeten) bestudeerd kon worden. De mens kon verder kijken dan zijnÝ neus lang was: ontdekte de beweeglijkheid van spermazoïden en nieuwe planeten. De Romeinen maakten al glas, maar nog niet zuiver.Het doorzichtige glas werd ook gebruikt bij opstellingen van schilders ten behoeve van het perspectief. In de Renaissance veranderde de weergave van de waarneming radicaal door diepte te suggereren in een plat vlak. Op zoek naar meer gegevens kom ik vandaag het volgende tegen:'De lens (Latijn voor linze , vanwege de halfbolle vorm) werd al vele eeuwen eerder gebruikt. De oude Perzen slepen al glazen lenzen rond het jaar nul. De Romeinse schrijver Seneca wist al dat kleine letters beter leesbaar worden als je ze door een bol water bekijkt. In de Middeleeuwen beschikte men in de kloosters al over primitieve leesbrillen en vergrootglazen.' (bron Noorderlicht) En vandaag lees ik ook de blinde heer voor uit de 'Divina Comedia'. We zijn al bij Canto III van Het Paradijs. Daar stond: 'En zoals ons gezicht in doorschijnend en glad glas of in helder en stil water...' Dantes boek is van het begin van de veertiende eeuw. 'Waarchijnlijk is de techniek van het glasbewerken door kunstenaars uit Constantinopel in Venetië geïntroduceerd. Zij waren meegekomen met de kruisvaarders die Constantinopel tijdens de Vierde Kruistocht hadden veroverd. Een andere mogelijkheid is dat in deze tijd het procedé van glas ontkleuren, wat in de vergetelheid geraakt was, herontdekt werd waarna de Venetianen in staat waren om zuiver kristalglas te produceren. Op het eind van de 13e eeuw was het eiland Murano het centrum van deze industrie. Vanwege het brandgevaar moest dit op een eiland gebeuren en mocht dit niet binnen de stadse bebouwing plaatsvinden. Tevens hoopte men daarmee de kennis van het procedÈ geheim te houden.' (Bron Wikipedia) = Buster Keaton De goede komiek heeft bijna altijd iets tragisch. In een film over Buster Keaton werd getoond hoe het oude getekende gezicht in de loop van de tijd was veranderd. Uiteindelijk zag je de jonge Keaton, vol verwachting, nog onbeschadigd en vast van plan mooie dingen te doen. De oude Keaton kon terugkijken, zoals wij allemaal eens - als het ons gegund is terug te kunnen kijken - en hij zag zichzelf als jonge man. Ik weet niet wat hij zag, maar ik zag dezelfde man, zoals ik ook oude foto's van mezelf zie of van mijn geliefde en denk: ja, hoe anders, maar toch dezelfde. Buster Keaton Ik zag je gezicht in vijf fasen jonger worden, terwijl ik wist hoe het me je afliep, hoe je groeide, gelukkig was, in verval
raakte, maar tenslotte je gezicht in jeugd, vol verlangen naar wat je ging beleven en maken zo strak en onzeker over geluk.
En het was hetzelfde gezicht dat later getekend, omgeploegd terug kon kijken naar je eerste film toen alles voorbij was. Hetzelfde.
=
Dag B. je weet vast nog wel met hoeveel gemak jij de Rubik-kubus oploste: binnen 120 verdraaiingen, in twee minuten had je de kleuren op de juiste plaats. Je deed het schijnbaar op goed geluk. Maar wist je, dat als je echt zo maar wat draaide, op goed geluk, dat je dan 1: 5.10 tot de 18de mogelijkheden had. En dat je, als je de draaiingen uitvoerde in het tempo van één seconde, dat je dan 5.10 tot de 18de seconden nodig had, dat is 126 miljard jaar - vele malen meer dan het universum oud is. Hoe deed je dat dan? Welke geheimzinnige intuïtie stuurde je aan?
Ik lees net dat alle mutaties die nodig zijn voor het evolutionaire resultaat van jouw aanwezigheid niet door blind toeval kunnen hebben plaats gevonden. De kosmoloog en wiskundige Fred Hoyle heeft erop gewezen dat lukraak evoluerend leven even onwaarschijnlijk is als een orkaan die over een schroothoop raast en daarbij een functionerend vliegtuig genereert. Welke geheimzinnige kracht stuurde het leven aan?
=
Ramsey Nasr over Balkenende 19 januari 2010 Het is - om een modewoord te gebruiken - een stevig gedicht: liegen, de zijde van Herodes kiezen (dit tegen iemand met een bijbelse achtergrond), het farizeïsme.( Het begint met het venijnige 'Zo JP' en eindigt met het harde 'massaal vernietigd en bevrijd in t graf.' De woede van de dichter, zijn persoonlijke inzet, blijkt uit 'Ik ken een land...' Hij legt de politieke keuze van Balkenende bloot: voor Amerika, voor Israël.( Het laatste rijmwoord is zeer effectief. De dichter koos voor de sonnetvorm, traditioneel. Twee kwatrijnen, twee terzetten. Rijmschema omarmend en gekruist: eén keer assonerend eindrijm, één keer geen eindrijm. Ook in de terzetten: efg - efg, waarbij de f staat voor assonerend rijm. Het gedicht is jambisch, vijfvoetig, maar niet rigide. ( Het treurige is dat Balkenende zich niet aangesproken voelt. Hoe veel kinderen, zal hij vragen, heeft Sadam Hoessein gedood? Moesten we die wrede dictator niet aanpakken. Wie is de nieuwe Herodes? (En: moet Israël zich dan laten vernietigen? Wie begint met de raketten? Nasr op zijn beurt: en waarom die raketten?)( Iemand vraagt: is dit de functie van poëzie? Antwoord: lees de hekeldichten van Vondel (om maar in ons eigen taalgebied te blijven.) Nieuwjaarsgroet Zo JP, hoe voelt het om te liegen en dan te moeten zien dat het gedrukt staat? Hoe voelt dat, om als christen-democraat de zijde van Herodes te verkiezen
en honderdduizend kinderen te doden omwille van één koning? Volkenrecht? Ik ken een land dat dozen resoluties juist dankzij ons al jaren naast zich neerlegt.
Ziehier onze premier, hij leest de krant en denkt: laat ze maar lullen, mijn geweten is zuiver. En geen koren zonder kaf.
t Is goed te liegen voor het vaderland. De beste wensen nog van alle Irakezen massaal vernietigd en bevrijd in t graf. = Het vrije veld Wat men vroeger 'aether' noemde, in een aangepaste spelling 'ether', heette in het Sanskriet 'akasha': de alles doordringende ruimte. Het was het vijfde element, naast aarde, water, vuur en lucht. Men beschouwde akasha als de moederschoot, waaruit alle materie is voortgekomen en waarin alles uiteindelijk ook weer opgaat. ( In de Griekse mythologie is Aether de god van de atmosfeer, de bovenste luchtlaag, die de goden inademen (in tegenstelling tot de 'gewone', aardgebonden lucht die stervelingen inademen). Volgens de moderne wetenschapper en filosoof Ervin Laszlo is het akasha-veld het geheimzinnige veld dat beschouwd moet worden als de geboortegrond van tijd en ruimte in de kosmos en uiteindelijk ook van het menselijk bewustzijn. Over dat laatste schrijft Bernlef, zo meen ik, in zijn gedicht. Het gaat over de geboorte van woorden. Is er betekenis vòòr het woord? Ja. Op de grens van slapen en waken hebben we de ervaring van betekenis vòòr de taal.( aar verwijst 'het' in de eerste regel naar? Toch niet 'het vrije veld'. Dat waar naar verwezen wordt, staat niet in het gedicht. Is het het rationele begrip, het woord geworden begrip?Het lijkt of de dichter ook een verbeelding van het akasha-veld geeft. De slotregel heeft een bijna religieuze lading. Het vrije veld
Hier waar het niet kan komen de woorden elkaar afstoten
Dit is wat men noemt 'het vrije veld' het kent horizon noch grenzen
Uit de hemel hangen draden, slordig afgehecht bewegend in de wind (want altijd waait het daar)
Verder beweegt er niets. Een paar losse stenen slurpen zich vol licht (alle schaduwen verdwenen)
Toch moet het hier ergens zijn, beginnen wat men later zijn herinneringen noemt
Maar nu nog een toestand waar geen mens vat op heeft, waarvoor geen woorden zijn:
Een en al onaantastbare luister. = Het 'kwaad' De ramp in Haïti laat net als vroeger in Lissabon (1755) de vraag stellen naar de zin van het kwaad in de schepping. In de Japanse Kodjiki wordt verhaald over de schepping van deze wereld. Er waren twee goden, Izanagi en Izanami, wat betekent het mannelijk resp.het vrouwelijk wezen dat uitnodigt. Zij ontmoeten elkaar voor het eerst: ' o, wat een verrukkelijke jongen/ meisje ' en dan beginnen ze een gesprek over het kleine verschil van hun beider lichamen. Ze besluiten tot paring. De eerste resultaten zijn onvoldoende: een bloedzuiger en een eilandje van schuim. De tweede ontmoeting gaat beter: de acht eilanden van Japan, bergen, bomen, dieren en tenslotte - en daar gaat het nu om: de snelle mannelijke vuurgeest die bij zijn geboorte zijn moeder ernstige brandwonden toebrengt. Zij sterft. Het verhaal gaat verder, maar het gaat mij om het kwaad dat in het begin dus al aanwezig is. In de Edda ontstaat uit een soort nevelig niets kou en hitte: Niflheim en Muspelheim. Uit de botsing tussen die twee ontstaat de reus Ymir. Die reus wordt gevoed door de zuivere melk van de koe Audhumla en nu komt het: besmet door de giftige bron Elivagar. Gif, meteen al. Daarom zijn reuzen slecht en goden als Odin, Willi en We goed, want die zijn niet besmet. De godenwereld raakt wel betrokken bij de reuzenwereld en daaruit komt uiteindelijk Loki voort, een god die met vuur te maken heeft (denk aan Lucifer). Het raadsel van het kwaad. Het is in allerlei mythische verhalen meteen aanwezig.Men hoort mensen zeggen: als er een god bestaat, hoe kan hij dan toelaten dat onschuldigen zo gruwelijk omkomen, half verpletterd, stikkend en gemarteld door dorst?Anderen zeggen: de sadistische wreedheid van het lot: dat echtpaar dat een adoptiekind komt ophalen en sterft onder het puin van het hotel, mèt het adoptiekind, terwijl thuis het eindelijk toch gekomen eigen kind wees is geworden.Dit alles veronderstelt dat de kosmos en de aarde geschapen zijn of ontstaan zijn vanuit een menselijk perspectief, maar de barre werkelijkheid is dat de natuur even onverschillig is ten aanzien van de verpletterde mier als tegenover de verbrande kankercel. Elders in het universum wordt een planeet verpletterd door een enorme komeet, of daar nu leven op aanwezig is of niet. De vraag naar het kwaad is betekenisloos in het licht van de kosmische evolutie. Er is geen kwaad. Er is alleen, voor ons, het lijden van de mensheid, dat we moeten verwachten en dat we uit solidariteit moeten verzachten.
Achter de grenzen... Achter de grenzen zijn wij weerloos. De wereld is een gevaarlijke plaats alsof er een afvoerput bestaat die wat je denkt te begrijpen wegtrekt.
Leve de zeeën, bossen en bloeiende hei. Leve het leven in de oude krant toen je nog niet wist waar het heenging.
Je bouwt een hek om de siertuin graaft een vijver die blijft staan ziet de muren van het woonhuis beven midden in een lichtgroen bosbegin.
Als alles... Als alles altijd al bestond zouden wij niet ademen; de aarde zou verbrand zijn in het licht van alle zonnen: wij leven
omdat wij ooit niet leefden verbleken omdat wij gelezen zijn. Het is 's nachts donker omdat alles ooit begonnen is met licht.
Als liefde altijd had bestaan zouden wij verteerd zijn: dank zij de immense onverschilligheid kunnen wij soms houden van elkaar.
(Uit De Alice voorbij, 2005, Kleine Uil)
In the Beginning
As a river is without a source but takes his flow from falling drops from a leaf on a tree in a forest muddy puddles, ditches, brooklets, streams.
As I was not there before I was there knew no little sister, my parents did not miss me when their eyes first flashed seeing each other.
As a tidal wave from a tremor rent so a poem will rise upon the page gradually grow into a whole open at first, closed in the end.
How it begins...
How it begins and how it ends the red sky and before it in black the lines by his hand: it tries to make a drawing of its own reality, which will be ours but which we forever fail to grasp in the light of day.
It is the painter of breaking colours and we are its eyes, speechless seeing everything grow and disappaer constantly thinking we gain control over its world until it dawns on us night fall in red and black lines. (vert. Rien van Nek) Spring flowers in September
(Voyage to Spitsbergen aboard the Barquentine 'Antigua'; travel guides: Louwrens Hacquebord en Frits Steenhuisen) (with my thanks to Barry Lopez)
The spirit's suspended expectation, the barnacle goose gaggling, prints of blacklegged kittiwakes in the sand.
In the water immense men are gliding by, feet up, some headless, crystal castles, mushrooms
connected under water, If you can rest, you must sleep. How does desire itself, the desire to grasp, shape
your knowledge? What shall we do when the dumbness of our past becomes a burden to our future?
The boreal owl presses its frozen prey against its breast feathers. You can put life into a bow to the nest
of a shore lark. Bending over to pick up the rib of an arctic hare he saw the silk cocoon of a butterfly pupa.
He looked at the shore lark at his feet; it gazed back with glassy eyes. Hands in his pockets he made
a bow to the birds, the sigh of life in their nests. He bowed to their headstrong fertility.
Red-hued snow caused by growth of algae or droppings of guillemots feeding on shrimps.
Round the ship a whale diving, its back undulating above the water, people uttering cries
as if watching a circus show. It swims past the ship, emerging on the other side, people walking along.
You read about a darkness so pitch-black it looks like lunacy, a cold cracking everything, even the sharp stones.
A man in the northernmost village of the world, inspecting the ship, saying that he likes it:
the rigging, the masts, the curve of its hull. the captain smiles at him, his teeth showing, suggests the hull might be a bit slimmer.
We walk on top of a forest, one centimeter high: salex polaris. Happiness is in details. A camera one centimeter from saxifrage.
A home for explorers, on a wall torn reproduction of snow-covered mountains. See what's outside. What's the light like?
Two photos of arctic foxes, one with a goose between its jaws. See what's outside: a campsite, yes, campsite with a tent, rules on a noticeboard.
Don't feed the foxes. A fox with human food will be shot. Outside an arctic fox is nosing around, all day round.
It looks at the people, deciding to retreat slowly across a ledge - in search of what? as long as the light lasts.
The polar bear is called pisugtoog, the great Wanderer. Is there any untrodden land? In the desolation of mountains, snow
And water you suddenly see a little boat with a man. Where does he come from? Where is he heading? What's he doing there?
A she-bear has found a minke whale carcass, eats her fill, lies down close by, sleeps, relieved of the need to hunt.
Her breakfast will be there and keep in the cold for a while. Now and then she goes for a short walk, slowly, slightly bored,
it seems. Her cubs are further down, not as helpless as they were. Walruses with strong lips suck out mussels.
Someone casts his fishing line, catches a cod another one afterwards. There'll be fish for dinner, we think. He hauls in two more,
lays the fish on the deck, puts it out of its pain with a bat. Someone else cuts loose its head, strips its skin. Slabs of white fish in a tray.
Deep inside me lurks a fear of being hunted too. Disturbed graves. Later on bones and skulls were gathered by sailors. Stones on top,
inscriptions saying this was what Wilhelmina wanted. Many skulls taken away by visitors. A seal floating past, its round eyes looking at the red coats.
A group of bearded seals swimming after the ship. We cannot tell what it means, we create meaning. Cannot live without.
Looking at the water, the waves, the empty mountains, space and light. 'Quviannikumut' Which means feeling perfectly happy.
Are they still there, the numerous walruses, there on the narrow island? Some of them swimming up and down before the group; two of them
clambering up the jagged stone wall. Will they be going somewhere else, diving down on the way, looking for mussels?
The dead whale is still there, gnawed bare further by the lazy bears; they lie down in the snow again to rest,
getting rid of body-heat, collecting fat for when it will be getting dark, dark for months, wind howling round the mountains,
the glacier expanding, but slowly sliding down to the clear water; when this is frozen up, too, the bears will lie
in their cave waiting for the light. The arctic fox is nosing around, the stones will lie where they are for centuries.
A longing for the light; the light round the icebergs and the colour of the ice: white, grey, greenish-blue; then brilliant
acquamarine, pink by nightfall, light purple, even, a soundless organ of colours. Listen! Do listen!
An iceberg on the horizon, seemingly suspended. Impressions without comment; fantasies about their melting-patience.
For hours he had walked on the ice in the sun; detached from everything, so detached he effortlessly solved scientific problems,
He said so in a tone of somebody talking about being in love. A long wait for something to happen suddenly: quinuituq.
White patches on black mountains. Thinking of the never-ending dark, the cold bringing on tears of pain, blasting stones.
Angakoq is the light that can see in the dark, icebergs, cathedrals of light in satanic shapes, revolving in the water.
Sharing life with other life the passionate embrace of something outside yourself: a gull, a bear, a hill.
I listen to the land, but long enough to come to understanding? Birds round the top, looking for what?
A bear wanders about the tundra, throwing out his big paws, his long snout swaying over stones and plants, as if
searching; he is at home here, need not understand, belongs to the land. The network of footprints of a fox exploring the island.
Crisscrossing lines, a seeming chaos, the order of the edible between sorrel and scurvy-grass, reindeer moss.
The thunder of a huge chunk of ice from the glacier crashing into the water, the wave spreading out across the fjord.
It may take years for a plant to go to seed. It waits with patience for the light, will paint the soil.
Just think of a bear pacing about on his own. Is he lonely? He wanders alone and his perceptions
are turned into orders to proceed. The dead indomitability of the mountains. They have been here so long, long before people came.
Here I am, walking on the loose stones, forced to watch where I put my foot. Now and then I stand, listen to
the silence and look at the mountains beyond the water: black, grey with white patches, fog around their flanks.
And I imagine walking there alone, probably lost because of cold and lack of food, miles and miles away from a table
laden with food and drink. Language links up images. Gather the words, gather sounds, significance, the origin of light.
The crispness of ice on the glacier; from time to time glass seems to break, but mostly it is creaking you hear. Unexpected
cracks that rush the water down. Heading for the shore in a small boat. Beaten back by wind and water. No landing.
The man travelling northward out of curiosity to give meaning to his life, perhaps ultimately
a longing to be included in a seemingly unsympathetic landscape. He said that the land under the North Star
is the most excellent place on earth because of the light falling on those desolate places. Look and listen:
The general call to keep your spirits up in spite of more and more mercury in the food-chain. You must believe in a future worth living in.
The balloon rose after three years, crashing two days later. Thirty years afterwards the film was processed: images of despair.
Where in the short summer water forever cascades down, out, on its way to the great water, the dark green sea.
Along their flanks, now dry, you see traces of sliding ice. You fish out a chunk of ice, fresh water, medieval or older.
In the end morain silene acaulis, flower of spring, light purple, with gleaming leaf will still be in bloom when I am gone. (translation: Rien van Nek)
Misverstanden over poëzie Iemand heeft het over het verwachte verlies van zijn politieke partij. Treurnis alom. Hoofd omhoog in de regen en de druppels lachend opvangen: dat noemt hij poëzie.( Hij citeert Boudewijn Büch die dacht dat poëzie alleen gedijt in een poel van verderf - een achterhaalde romantische gedachte, die zelfs in de Romantiek niet serieus werd genomen.( Een slordige waarnemer is hij ook. Hij schrijft over Michael Jackson: 'Nu hij dood is - dieper kun je niet zakken - maakt hij ineens weer een mooie film en zingt hij de sterren van de hemel.'( ( Nu het slecht gaat met de partij moet de poëzie ontwaken. De partijleider toont zich een poëet. Hoe zo? Allerlei moeilijke problemen...maar hij veert op. De passie is helemaal terug. 'Pure poezie. Wonderlijk woordgebruik is dat. ( Voor poÎzie is misschien passie waardevol, maar de gelijkstelling poëzie en passie is triviaal.( ( Wat hij wil zeggen en hopen is dat we ons moeten 'herpakken'. Prima, maar met poÎzie heeft dat niks te maken.( Slordig denken is dit: eerst veronderstellen dat poëzie het best gedijt in sombere omstandigheden (Slauerhoff jankend van heimwee) en dan zeggen dat de poëzie terug is omdat het vuur en het enthousiasme terug is.( In de roman 'De Idealisten' van Zoë Heller kom ik een ander misverstand tegen: 'Poëzie was het enige waarin ze op school nooit had uitgeblonken. Ook wanneer ze al haar intellectuele vermogens op bepaalde gedichten had losgelaten, weigerden ze hun betekenis prijs te geven. Ze herinnerde zich dat haar leraar Engels ooit wanhopig tegen haar gezegd had: 'Je wil de gedachten van het gedicht kraken zoals je een noot kraakt, om te ontdekken of de inhoud 'goed' is of niet. Maar als de dichter iets had willen zeggen dat je in één zin kon vatten, had hij waarschijnlijk geen gedicht geschreven, maar een slagzin.' Misschien was geloven net zoiets als poëzie. Het vereiste een gevoeligheid en subtiliteit van geest die ze nog moest bereiken.( Die leraar Engels had gelijk, maar de 'zij' van dit fragment begrijpt het niet. De gevoeligheid en subtiliteit had ze misschien als kind en heeft ze in een rationele opvoeding en schoolloopbaan verloren. Ze moet gewoon de tekst van het gedicht voor zichzelf laten spreken, er niks achter of 'in' zoeken.( Mijn studenten leken soms op Jantje van de zondagsschool. Juf geeft een raadsel. Het is wit en zwart en het zit in een boom. Jantje zegt: Het is een ekster natuurlijk, maar het zal het kindje Jezus wel weer zijn. Zo lezen veel mensen poëzie. Het zal wel weer moeilijk zijn. je moet er van alles achter zoeken. De regel van Nijhoff heeft onbedoeld veel kwaad gedaan. Lees maar, er staat niet wat er staat. (Dit was een grap over een tekst op een gebouw in Batavia: Waterstaat. Wat er staat? Er staat waterstaat.) Je moet integendeel gewoon lezen wat er staat, met in acht neming van beeldspraak uiteraard.( Onlangs klaagde een literatuurprof bij mij over een onbegrijpelijk gedicht van Faverey. Sneeuwbril op; kap op;
Polsriemen vast. Toestel begint te trillen: je bent
nog iemand. Toestel verheft zich: je kent niemand. Toestel valt je aan: je bent er nog.
Ben je er nog?
Niet bang zijn: de beul is bij je. In eerste instantie beschrijft het gedicht een vliegervaring: een eenvoudig vliegtuig boven een besneeuwd landschap (bergen bijvoorbeeld). Je voelt je nog betrekkelijk veilig: je bent nog iemand. Daarna gaat het toestel de lucht in. Je kent niemand. Je voelt je onveilig, vervreemd. Het toestel lijkt je aan te vallen: gevaar, maar je bent er nog. Juist omdat je er bent, voel je angst. Ben je er nog wel? Of ben je flauwgevallen? Je hoeft niet bang te zijn: het gevaar is niet onbekend, je zit er midden in. Je kunt alleen nog maar neerstorten en dan is alles voorbij. Dat voert naar een tweede lezing, metaforisch. Leven. Sneeuwbril op. Het is verblindend. Kap op. Je moet je beschermen tegen van alles. Een polsriem kan als bescherming aangewend worden. In verpleeginrichtingen ook gebruikt. Dan ben je gevangen. Als de situatie in werking treedt , als het echt begint, wordt het angstig, maar je hoeft niet bang te zijn: je kunt alleen nog maar dood en dan is alles voorbij. =
Liefde een keuze? Een moeder schaap krijgt twee lammeren, maar heeft maar melk voor één. Een ander schaap heeft een doodgeboren lam. Wat te doen? Je zet moeder2 en lam2 bij elkaar in het hok, net zo lang tot de moeder van het lammetje gaat houden.( Zo werkt dat in de natuur. Liefde een keuze?( Bij mensen werkt het ook vaak zo. In de beroemde Japanse film 'De vrouw in het zand', wordt een man in een kuil gelaten. Daar is een vrouw - lelijk volgens hem - die alleen is. Zij werkt in de diepe kuil. De man probeert wanhopig uit de kuil te komen. De vrouw zoekt toenadering. Hij wijst haar af, maar na enige tijd komen ze toch bij elkaar. Als hij weer later uit de kuil kan ontsnappen, blijft hij bij haar. Hij realiseert zich: in de kuil of uit de kuil; je blijft gevangen. 'Wat je ook kunt doen is de huid van zo'n dood geboren lammetje stropen en die het adoptielam aantrekken. Als een pyjamaatje. De geur van het dode lam vermengt zich dan met die van het lammetje en de moeder accepteert het gemakkelijker. Het is een oude techniek die goed werkt. Natuurlijk, je houdt de moeder voor de gek. Maar aan het eind is iedereen blij.' (J.L.) = Waarom schrijven? Waarom schrijf je? Wat is je drijfveer? Er zijn vaak verschillende redenen. Evolutionair bepaald is het indruk maken op het andere geslacht. Men denkt dat mensen muziek, taal, kunst hebben ontwikkeld, omdat ze hiervoor door sexuele selectie worden beloond. Meisjes vinden een kunstenaar aantrekkelijk. Groupies vind je niet alleen bij popconcerten. En vrouwelijke kunstenaars? Worden zij sexueel aantrekkelijk gevonden? Madonna, Ilse de Lange, Fritzi ten Harmsen van der Beek, Astrid Lampe? Zingen ze, schrijven ze daarom? Onlangs ontdekte men dat mannetjes-spotvogels die in een gebied leven met een wisselend klimaat, een breder repertoire aan liedjes hebben dan vogels in de tropen. Hun liedjes zijn ook ingewikkelder. De biologen die dit beschreven, veronderstellen dat de vrouwtjes bij onzekere omstandigheden hogere eisen stellen aan hun toekomstige sekspartners. Het gezang van een mannetje geeft informatie over zijn conditie, zijn immuunsysteem, zijn intelligentie en zijn vaardigheid om een territorium te verdedigen. Je ziet de parallel. Een dichter moet dus niet alleen mooie gedichten schrijven, maar ze ook bekwaam onder de aandacht brengen. Hij moet zijn pr verzorgen, zijn concurrenten belachelijk maken. Is het daarom dat mannelijke dichters steeds weer nieuwe bewegingen uitvinden, steeds nieuwe manifesten schrijven? De Tachtigers verwierpen de domineespoëzie, de Vijftigers de burgerlijke truttigheid, de Zestigers de hemelbestorming, de Zeventigers de krantentaal, de Maximalen... ja, wat? Ze hielden niet van subtiliteiten; ze schreven masturbanten-poëzie en herschreven Marsman op een schreeuwerige manier. En nu hebben we dan even de roomboter- en bijl-poëzie van Pfeijjffer en Harmens. Vrouwelijke dichters hebben het dan over jongetjes-gedoe. Willen zij ook op het podium indruk maken op hun seks-partners? Of hoeven zij niet? Evenmin als de vrouwelijke vogels. Die mannetjes komen wel. En als ze niet komen, dan willen de vrouwtjes ze niet lokken met hun gezang. Vrouwen schrijven vooral omdat het een opdracht lijkt, omdat ze zich moeten uitspreken of omdat ze het leuk vinden. En vaak houden ze niet van het gezeur er omheen. Vasalis hield op met publiceren, Fritzi ten Harmsen van der Beek wilde niet optreden, stuurde alle interviewers weg en bruskeerde haar uitgevers. Eva Gerlach koesterde haar pseudoniem, tot Komrij het verried. Soms vertonen dichteressen mannelijke trekjes of ze vinden de materiÎle gevolgen wel aardig, zodat ze, bij succes, wel ingaan op uitnodigingen om op te treden. U kent ze wel. En die honderden dichters en dichteressen die geen succes hebben? (Niet altijd vanwege een gebrek aan kwaliteit, maar omdat ze niet in de mode passen of geen zin hebben in strijkages, netwerken, kroeggedrag en wat niet al.) Zij proberen te begrijpen dat de werkelijke reden waarom je schrijft, te vergelijken is met de bloei van een plant. Een plant moet bloeien. Bovendien kun je een diepe vreugde ontlenen aan het maken van iets waar je tevreden over bent. Een zekere erkenning van de buitenwereld is dan niet geheel onbelangrijk. We zijn allemaal op zijn minst een beetje ijdel. Een paar goede lezers moet voldoende zijn. Als je een mooie dahlia hebt gekweekt is het leuk als een deskundige jury jouw bloem bekroont en de kleine groep bezoekers van de bloemenshow die aandacht heeft voor kwaliteit maakt je gelukkig, maar je hoeft niet in de krant. Gedichten wil je wel voorlezen, maar je wilt ze niet op straat rondroepen of in een museum een kijkend publiek overvallen. Je hoeft niet een talrijk publiek, maar men moet wel luisteren. Je bent een vogel op een tak en je zingt: Hallo, kom je op mijn tak? = Inspiratie
Een man loopt elke dag op weg naar het zwembad langs het spoor, over een fietspad, met aan weerszijden groen. Als het heeft geregend, in bepaalde jaargetijden, is het asfalt vol met naaktslakken. Hij probeert niet op de beestjes te trappen of er overheen te rijden met de fiets. Hij denkt na over de traagheid van de slakken, over hun kwetsbaarheid. Dit alles gebeurt in de linker hersenhelft. Hij realiseert zich de verschijnselen in zijn omgeving, zijn plaats daarin. Maar rechts voelt hij zich vaag verwant met zo'n dier. Op een moment komt in hem boven een gedachte, die langzaam taal wordt en daarmee bewust. Dit gebeurt in de linker hersenhelft en vindt weerklank rechts. 'Wij willen weten waarover wij gaan schrijven.' Met die gedachte begint het; zonder nadenken schrijft hij dat op. Waarom? Omdat hij de attitude van een dichter heeft. Een schilder pakt penseel en verf, een componist neuriet een melodie, loopt naar de piano en speelt of pakt muziekpapier en schrijfstift en noteert wat hij in zijn hoofd (rechts) hoort. Toevallig is de dichter ook schilder, maar hij voelt, weet: dit is een gedachte die vraagt om taal, om een betoogje, een gang in de tijd. Dit is geen stilstaand beeld. En nu krijgen we een interessant spel, heen en weer tussen beide hersenhelften. Hij ziet staan: 'Wij willen weten waarover wij gaan schrijven' en hij denkt: 'Waarom wij, waarom niet gewoon ik?' Die gedachte duwt hij weg, die is nu te rationeel. Hij wil verder, rechts, verder in een gevoel. Waarover schrijven? Zonder dat hij zich het goed realiseert, komt: 'een put, een dennenboom'. Als hij er later over nadenkt, realiseert hij zich dat hij ooit schreef over een put en dat dat was naar aanleiding van een droom, die hij hoorde van zijn vrouw. Het speelde in de buurt van Medan. Er was een vrouw bij een put en die lokte het meisje naar zich toe. Het betekende gevaar. Het had met geheimen te maken. Er was ook de herinnering aan sprookjes, aan een toverwereld. Hoe kwam de herinnering aan dat beeld en dat gedicht in hem naar boven? Eerst als beeld. Had het iets te maken met geheimen, met dat wat uit het duister naar boven komt. En nu flitste vanuit links de gedachte: je moet een tegenstelling hebben. Dat is een poëtische wet. Van donker naar licht, van diep naar omhoog, van nat naar droog. En daar kwam 'een dennenboom'. Van lelijk, slijmerig, naar droog en glanzend, maar ook mineraal. Hoezo 'slijmerig'? Was dan al de slak aanwezig? Was de slak op de achtergrond steeds aanwezig? Begon het met de slak en wat betekende die slak? Wilde die slak hem iets zeggen? Was er al de bewondering voor dat langzame beest, die moedig, volhardend overstak van groen naar groen, over het gevaarlijke asfalt? Werd de parel niet tevoorschijn geroepen door een andere poëtische wet, die van alliteratie: p. Een kwam met die p en de tegenstelling met de nog niet aanwezige slak, tenminste nog niet in de tekst zichtbaar, en ook door de glans en het minerale, en de tegenstelling nat-droog de 'parel'? Toen schreef hij 'slak' en daar was hij bij het beeld dat hij kon uitwerken. Hij kon een verhaal in de tijd vertellen over de slak: 'hoe zij langzaam kruipt'. Een poëtische wet dicteerde: stop; enjambement. De regel eindigt met 'kruipt'. Laat dat even hangen. Laat kruipen. Pas in de volgende regel: waar? 'over de weg' natuurlijk. Dit is actie van links. Rechts voedt: 'en niet weet'. Er is een gevoel van overeenkomst. Zoals de dichter niet weet waar zijn leven heen gaat, of, kleiner, waar de tekst heen gaat, zo min weet de slak dat. Zij wordt waarschijnlijk verpletterd, zoals de dichter op een dag verpletterd wordt door de dood. Links laat schrijven: 'tot slijmerige plek'. Natuurlijk, zo gaat dat bij slakken. Rechts voelt de overeenkomst: van een mens blijft niet veel meer over als hij begraven wordt. De slak kan ontsnappen, ongeweten, zoals de mens kan ontsnappen aan een ongeluk. 'ontsnapt'. Links zoekt in de woordenboekbetekenis, de betekeniselementen van het woord 'ontsnapt'. Daarbij hoort een zekere snelheid. Links corrigeert: 'maar dat woord lijkt al te snel' en zoekt naar een synoniem dat trager lijkt: 'ontkomt'. Rechts voelt bij dat woord een zekere stilstand.
Verschijnt tegen Pinksteren 2010 De krant als kietelaar Wat bezielt de redactie van een krant om op de voorpagina een foto te zetten van prinses Maxima, die verwijst naar een grotere foto op de economiepagina, waaronder een korte tekst? Wat is de nieuwswaarde? Of hoeft dat niet? Zijn kranten misschien bedoeld om het leespubliek te kietelen? Als het publiek Maxima niet meer leuk vindt, verdwijnt ze uit de kolommen. Andere kranten lijken meer bedoeld als politiek actie-orgaan. Elke dag een negatief bericht over rekening rijden bijvoorbeeld, net zo lang tot de lezers denken: het zal wel een slecht plan zijn. Er boven staat: 'Prinses Maxima aandachtig leerling bij lesje in geld.' De korte tekst begint zo: 'Of het haar veel moeite kost het eigen huishoudboekje sluitend te krijgen, bleef onbesproken.' Uiteraard; je schaamt je toch dood als je je realiseert dat zij miljoenen beheert en niet weet hoe ze al dat geld moet besteden. Dan maar een of meer villa's in Mozambique, op een plek met andere leden van de internationale jetset. En als het parlement vervelend gaat doen, trekt ze naar haar geboorteland. ( Dat zij op de foto wil, begrijp ik. Elke week een foto in de krant, het liefst bij een 'goed' doel en het liefst met een brede lach, gezonde en regelmatige tanden bloot. Deze foto toont een geïnteresseerde blik. Ze kijkt omhoog naar een meisje van het vmbo (!) dat haar uitlegt hoe het proefproject 'Geld Genoeg' (zo ironisch bedenk je het zelf niet zo gauw)werkt. 'Het lesprogramma is bedoeld om het financieel inzicht van jongeren te vergroten.'( De prinses draagt dezelfde grote oorringen als het meisje. Zie je wel: we zijn gelijk.( Zelf was ze zakenbankier bij de Deutsche Bank in New York. = Ubuntu-filosofie In Kopenhagen proberen we bij elkaar te komen omdat we begrijpen dat we onze woonplaats kapot maken, maar onze belangen zijn nog te zeer tegengesteld en ingegeven door nationalisme. Onder invloed van het westerse denken, het kapitalisme en het liberalisme, willen nieuwe economieën, zoals in China en India een welvaart bereiken die in Amerika en Europa normaal is. Zij willen dat het rijke westen meebetaalt aan hun ontwikkeling en beschouwen ons antwoord: 'Maar jullie vervuilen straks nog meer!' als egoïstisch.( We zijn ver verwijderd van de Ubuntu-filosofie van de Nguni uit Zuid-Afrika, die leert dat 'jouw pijn, mijn pijn' is, 'jouw rijkdom, mijn rijkdom' en 'jouw redding, mijn redding'.( Hier wordt te vaak gedacht dat solidariteit diefstal is en we zijn niet bereid te versoberen. Wij geloven nog in 'the survival of the fittest', in het individuele geluk en niet in de evolutionaire kracht van empathie. We maken de anderen zo kwaad dat ze denken en handelen volgens het adagium: 'Wij niet, dan jullie ook niet.' Dit wordt rampzalig bij het aanhangen van een fundamentalistisch geloof. Er zijn groeperingen die liever de aarde opblazen in de hoop op een beloofd hiernamaals, dan de anderen een hemel op aarde te gunnen. In het westen klinken echter stemmen die weer wijzen op de verbondenheid van volkeren onderling en de verbondenheid met alles wat leeft. Zij protesteren tegen ongeremde concurrentie en zelfverrijking. Nieuwe ontwikkelingen in de wetenschap voeden de hoop dat we de ondergang net op tijd zullen voorkomen. Ik kan niet geloven dat de aarde opgeblazen wordt door een apocalystische terrorist (iemand die gelooft in een hiernamaals waar hij wel en de tegenstander niet gelukkig voortleeft) omdat de hele evolutie gericht lijkt te zijn op toenemende bewustwording. Het is een geloof, maar dat lijkt ondersteund te worden door wetenschappelijke ontwikkelingen. = Versieren Vanmorgen begonnen ze weer in het zwembad. Dozen vol kerstspullen waren tevoorschijn gehaald en de badmeester had geen oog meer voor de zwemmers. Veel mensen hebben last van versieringsdrang: sentimentele kersttoestanden; piramides van licht voor de ramen, slingers in de bomen en struiken en kerstmannen met een lichtje in hun buik. Ook erg is dat het personeel van supermarkten met een kerstmuts moet lopen. Op de radio zijn presentatoren aan het zeiken met zogenaamde bekende Nederlanders.Na de eerste obligate vraag: Wat betekent het kerstfeest voor jou, Tineke? , hol ik naar de radio. Uit, uit!Ý Gelukig kan dat nog. Vele programma's worden onmogelijk gemaakt door ijdele presentatoren en of gasten. Zo worden kantines opgetuigd met allerlei blinkende rommel. Sportwedstrijden kunnen niet meer zonder hele en halve idioten die hun gezicht laten opvallen door oranje of rood-wit-blauwe banen. Een vreemd soort camouflage. Camouflage ja, want zó vallen de supporters niet meer op als individu. Ze maken deel uit van de massa. Misschien is het een verklaring voor het fenomeen van de als een epidemische koorts om zich heen grijpende versieringsdrang. Men wil zich verschuilen achter glitter en flauwekul om de eigen onbeduidendheid te maskeren.Informatie laat zich ook versieren. Ik zag een programma bij 2-vandaag. Het ging over stress. Het duurde misschien tien minuten en de relevante informatie kon in één minuut gegeven worden, dus gingen de makers het geheel versieren. Vier of vijf keer kwam een fragment langs uit de bekende film met de onuitspreekbare naam: je zag beelden van straten in New York, versneld afgedraaid, zodat je de indruk krijgt van een krankzinnig geworden mierenkolonie. Of versnelde beelden van productieprocessen, van kantoorwerkers, van een station etc. Prima als inleidinkje of als opwarmertje, motivatie in de oorspronkelijke betekenis, maar niet als opvulling. Dan was er nog een geleerd uitziende heer, met overigens ontroerend blauwe ogen achter zijn bril, die obligate dingen zei over werkstress. Er was een man die vroeger directeur van een bank was geweest, maar nu ontspannen in een stoel zat. Hij was tijdens een vergadering plotseling niet meer bij de les. Viel enkele maanden uit: burnt out. Kwam weer terug. Viel weer uit en toen had hij het door. Het werktempo lag te hoog. Hij stapte uit en geeft nu kalme lessen aan andere managers. Lessen in onthaasting. Neem je rust. Ga eens ontspannen achterover. Als je niet oppast, word je als die jongens op de beursvloer, die hun ogen en oren overal hebben en ondertussen druk signalen geven naar alle kanten. Ze raken vast in hun aandachtspatroon en kunnen op een feestje, versierd met harde muziek, ook nog alleen maar overal tegelijk met hun aandacht zijn. Je kunt niet rustig met ze praten, want hun aandacht schiet alle kanten op. Dat houden ze even vol, maar dan raken ze opgebrand. De geleerde heer en de ex-directeur kwamen ook vier keer langs met dezelfde boodschap. We worden gek van de herrie en de onrust en de werkdruk. = Onder de vulkaan? Hoe is het toch mogelijk, dacht ik, dat ik me zo verveeld heb bij het zien van 'Onder de vulkaan' van Toneelhuis/Guy Cassiers. Van deze regisseur zag ik eerder literaire bewerkingen op het toneel, Proust bijvoorbeeld, prachtig. 'Under the volcano' van Malcolm Lowry is grote literatuur, Josse de Pauw is een goede toneelspeler. De beelden die Guy Cassiers in Mexico heeft opgenomen, zijn fraai en functioneel gebruikt. Geluid en licht zijn goed gebruikt, evenals het eenvoudige decor met enkele schuivende panelen. Ligt het aan Katelijne Damen, die met haar gekunstelde stem en de voorspelbare gebaren en bewegingen - handen in de zakken van haar overigens mooie jurk -, het draaien met haar heupen, niet ontroert? De regisseur heeft haar beha uit laten doen na het uitstapje met de jongere halfbroer van de hoofdpersoon, de consul. Ze is kwetsbaar en toch raakt ze niet. Ze is zeer vrouwelijk, maar ook clichÈ. Haar onvoorwaardelijke liefde voor de consul overtuigt niet. Het blijft toneel. Josse de Pauw speelt de dronkenschap zeer knap, maar je kunt niet geloven in zijn liefde voor Yvonne, zijn vrouw, die is weggelopen, omdat hij zich dood wil drinken, die terugkomt omdat ze van hem houdt en hij zegt dat hij van haar houdt, maar in de toneelbewerking wordt dat niet geloofwaardig. Hij wil alleen maar drinken, zijn wanhoop over het leven is groter dan zijn liefde, maar vreemd genoeg wordt de wanhoop niet echt voelbaar. Wat overblijft is een vervelend verhaal over een man die zich wil dood drinken. Onontkoombaar, vanaf het begin is het duidelijk. Niks drama, niks conflict: een man drinkt zich dood. Maar dat is toch een klassiek drama? Er is toch een conflict tussen liefde en wanhoop? Nee, dat is alleen maar een constructie, het wordt in deze voorstelling geen navoelbare realiteit. = Vos en bonobo
Ayn Rand (1905) vluchtte in 1925 vanuit het communistische Rusland naar de Verenigde Staten. Zij schreef fictie en ontwikkelde een levensbeschouwing die ze 'Objectivisme' noemde. Haar ideeën hebben een grote invloed gehad op het liberale en conservatieve denken in Amerika.Haar politiek-economische voorkeur ging uit naar het laissez-faire kapitalisme. Mensen moeten met elkaar onderhandelen, niet als meesters en slaven maar uit vrije wil. Mensen mogen elkaar niet dwingen tot bepaalde ideeën. De overheid mag alleen maar het recht van haar burgers beschermen. Ieders vrijheid wordt slechts beperkt door de vrijheid van een ander. Uiteraard zullen in zo'n systeem de sterken succesvoller zijn. Negatief uitgelegd is dit het recht van de vos in het kippenhok en dit kan leiden tot uitspraken als 'solidariteit is diefstal' en 'naastenliefde is eigenhaat', uitspraken die sommige Wilders-aanhangers nog onlangs ventileerden. 'Every man is an end in himself, not the means to the ends of others. He must exist for his own sake, neither sacrificing himself to others nor sacrificing others to himself. The pursuit of his own rational self-interest and of his own happiness is the highest moral purpose of his life.' Dwars hier tegen in gaan de opvattingen van de bioloog Frans de Waal die het belang van empathie, meegevoel, bepleit. In de evolutie is het niet alleen 'the survival of the fittest' maar ook het begrip voor en hulp aan andere individuen die het voortbestaan van de soorten heeft bevorderd. Alan Greenspan (voormalig hoofd van de Centrale Bank van Amerika) en Milton Friedman (invloedrijk econoom) waren leerlingen van Ayn Rand. Friedman beweerde dat sociale managers geen enkele sociale verantwoordelijkheid mochten nemen. Veel Republikeinen zijn tegen Obama's plannen rond de gezondheidszorg met als argument: 'Waarom moet ik betalen voor de gezondheid van een ander?'De vos in het kippenhok tegenover de bonobo die een versufte vogel helpt weer te vliegen.
Prof. Dr Jos Engelen
Vrij? In het bewustzijn nemen we besluiten op grond van rationele overwegingen. Die hoeven niet juister te zijn dan de onbewuste besluiten. Volgens prof. Dijksterhuis is het tegendeel vaker het geval. ('Het slimme onbewuste') Het onaangename hierbij is dat we vaak handelen op grond van vooroordelen waar we ons, als we er ons rekenschap van geven, voor schamen. Bijvoorbeeld dat Limburgers niet betrouwbaar zijn of dat vrouwen geen wiskunde kunnen studeren. En nog onaangenamer is dat bij de betrokken groepen self-fulfilling prophecy gaat optreden. Als je meisjes bij een wiskundetest vertelt dat ze het toch niet goed kunnen, gaan ze meer fouten maken. (Hoe vrij zijn we als we onbewust worden aangestuurd?
Spionage
Een kever van 8 gram, vrij groot dus, vliegt door het open raam van de fabriek naar binnen. Hij heeft een camera op zijn rug, een antenne, een printplaat en een chip. Hij wordt aangestuurd vanuit een commandokamer want er zijn elektroden in zijn brein geplaatst. De kever vliegt rond een nieuwe uitvinding en maakt foto's die onmiddellijk verzonden worden. Een andere kever vliegt binnen bij een ingenieur die aan zijn bureau werkt aan een revolutionair wapen. Foto's van zijn tekeningen komen binnen bij militaire inlichtingen. Weer een ander kever vliegt binnen bij een schrijver die voor een regering onwelgevallige redevoeringen of rapporten schrijft. Neurologen zijn er in geslaagd inzicht te verwerven in de banen die de gegeven signalen afleggen in de neurale netwerken van de kevers. De vliegspieren werden geprikkeld. Door een sterkere prikkeling van ÈÈn vleugelspier vloog de kever een rondje. Prachtige toepassingen van deze toenemende kennis zijn het herstel van verlamde ledematen en ook het weer laten functioneren van hersendelen van mensen die getroffen zijn door een bloeding. Blinde mensen leren zien, doven horen. Moeilijk lerende kinderen gaan wiskunde studeren. Slechte schrijvers komen met diepzinnige en mooie romans en bedenk nog maar wat toepassingen. De ontwikkeling van de technologie gaat steeds sneller. We hebben geen flauw benul van wat er over vijftig jaar allemaal mogelijk is en we moeten misschien blij zijn dat we dan niet meer leven.
War lords
In de veertiende eeuw trokken er in ItaliÎ plunderende huurlingen rond onder leiding van kapiteins, zoals nu in Afghanistan. Ze heetten condottieres en ze werden soms geÎerd, zoals John Hawkwood die een door Paolo Uccello gemaakt fresco kreeg in de Duomo in Florence.( Maar de Engelse captains waren brute oorlogsmisdadigers. Er is een uitdrukking in het Italiaans 'un inglese italianato Ë un diavolo incarnato' (een Italiaanse Engelsman is een vleesgeworden duivel.) De Franse monnik en kroniekschrijver Jean de Venette beschreef deze soldaten als zonen van Belial, die zonder enig gevoel van gerechtigheid anderen kwaad deden in de hoop er rijker van te worden. Overal waar ze kwamen, stichtten ze brand, verkrachtten vrouwen onder de ogen van echtgenoten en vaders, verminkten vreedzame burgers en martelden gevangenen. De laatsten werden opgesloten in kisten en met verdrinking bedreigd als ze niet betaalden of hun lippen, oren, geslacht, ledematen werden successievelijk afgesneden.De legertjes waren in dienst van de heren van Milaan, van Florence, Pisa, van de paus in Rome of Avignon, al naar gelang hun financiële mogelijkhede In zo'n soort situatie verkeert Karzai, die waarschijnlijk zelf niet veel beter is. En dat probeert Obama in drie jaar te klaren...
Het onbewuste en moraliteit De vraag is: is in het onderbewustzijn moraliteit aanwezig?(De termen onbewust en onderbewust worden vaak door elkaar gebruikt. Onderbewust kan begrepen worden als een tussenfase, schemerig, terwijl het onbewuste duister is. Met 'het onbewuste' wordt bedoeld, psychische 'inhouden' zoals gevoelens waarvan men zich niet bewust is en die ook niet doordringen tot het bewustzijn omdat ze bijvoorbeeld verdrongen zijn (het persoonlijk onbewuste van Freud) of omdat ze behoren tot het collectief onbewuste zoals Jung het bedoelt. Dit collectief onbewuste vat Jung op als een soort neerslag van alle menselijke ervaringen sinds prehistorische tijden, een onbewust deel van de psyche dat alle mensen gemeenschappelijk hebben en dat evolutionair steeds verder groeit. De inhouden van dit collectief onbewuste zijn niet direct toegankelijk, maar uiten zich bijvoorbeeld in dromen. De inhouden van dat collectief onbewuste noemde Jung archetypen. We mogen veronderstellen dat bijv. het gebod 'eert uw vader en moeder' in ons onbewuste verankerd is. Zoals ook het gebod moeder aarde te beschermen of onze kinderen. Dat kun je een waarde noemen, die invloed heeft op ons gedrag.In het bewustzijn nemen we besluiten op grond van rationele overwegingen. Die hoeven niet juister te zijn dan de onbewuste besluiten. Volgens prof. Dijksterhuis is het tegendeel vaker het geval. ('Het slimme onbewuste')
Condottiere
John Hawkhood was volgens de overlevering de zoon van een looier uit Essex. Hij ging bij het Engelse leger in Londen, en vocht later in de Honderdjarige Oorlog. Toen de oorlog in 1360 werd beÎindigd met het Verdrag van Brétigny, vertrok Hawkwood met een stel huurlingen naar Italië. Daar vocht hij voor de stadstaten Milaan en Venetië, voor geld dus. In 1370 contracteerde Florence hem en zijn manschappen, en in 1377 verwoestte hij Cesena in naam van Paus Gregorius XI op brute wijze. Niet lang daarna wisselde hij weer van bondgenoot en werkte hij voor de anti-pauselijke stadstaten. De buitenechtelijke dochter van Bernabo Visconti, de hertog van Milaan, trouwde met Hawkwood om de bond tussen Milaan en de condottiere te verstevigen. Zij was een slimme echtgenote, geletterd en zakelijk. Kort daarna vertrok Hawkwood echter weer na Florence na een ruzie met Visconti. Richard II van Engeland benoemde hem in 1381 tot ambassadeur aan het Roomse hof. Hij bracht de laatste jaren van zijn leven door in Florence, waar hij stierf en met veel eer, naar later bleek tijdelijk werd begraven in de Duomo. Richard II liet het lichaam van Hawkwood terug naar Engeland halen. Paolo Uccello bouwde in 1436 in opdracht van Florence een monument voor hem, dat nog steeds in de Duomo staat.( Hij ontmoette twee monniken die hem vrede toewensten. Zijn antwoord was: 'En moge God jullie aalmoezen doen verdwijnen.' 'Waarom', zeiden de monniken, 'zo onvriendelijk na onze groet?' 'Wel' zei Hawkhood, 'ik betaal jullie met gelijke munt, want de vrede zal me laten sterven van de honger.'
Opdracht: schrijf samen een gedicht over een grenssituatie. De tank en de jongen
Zenuwachtig blijft hij staan wachtend op wat komen gaat.
Het gebulder komt dichterbij. De klinkers van het plein trillen.
Mensen rennen gillend weg maar hij niet; hij staat er vastgenageld.
De bestuurder denkt aan zijn kinderen. Zijn eigen zoon is ook student.
Hij stopt vlak voor de jongen. Een moment er na is hij weg.
H2C Dingstede
==
Over de grens
Het was een drukke morgen. De leraar begon zijn haar te plukken. Bang voor wat nog komen zou gaf hij zijn eerste waarschuwing. Het ene oor in, het andere uit. Een papieren vliegtuigje kwam langs. Landde op zijn bureau en er volgde een klap. 'Dit is niet de manier waarop wij verder gaan.' Een brok in zijn keel. De tweede waarschuwing kwam. Eén leerling keek om zich heen maar het was al te laat. We waren al te ver gegaan. Tranen sloten de deur.
V2A Dingstede =
Op de achterbank
De auto bromt. We zijn op weg naar Bordeaux. Ik en het verwende nest. Ieder op z'n plek.
Mijn vader achter het stuur. Mijn moeder is er niet mee eens. 'Je moet hier linksaf!' Broer en zus klieren achterin.
Mijn vader kijkt in de spiegel. De ene helft voor mij, de andere voor haar. We spelen de hele tijd douane. Niet met geweren, wel met vuisten.
V2B Dingstede
De uiterwaarden van de Elbe Pevestorf ligt aan de Elbe in het grensgebied van de voormalige DDR. Er is weinig verkeer, de natuur is met rust gelaten en daarom is het nu een streek voor liefhebbers van vogels, bevers, planten en bomen. 80% van de overloopgebieden van de vroegere Elbe is verloren gegaan door bedijking. Nu wordt dat weer een beetje teruggegeven aan de natuur en daarvan profiteren vele planten en dieren. Men werd er toe gedwongen door de overstromingen van bijvoorbeeld 2002 (Hitzacker) en men wilde meer doen aan natuurbeheer. Men maakte plaats voor de roerdomp, zwarte ooievaar, visotter en bever, allerlei amfbieën en insecten . In Schnakkenburg liep de grens met de DDR grillig. De haven was west, maar de overkant was oost en verderop was de Elbe en het land links van de rivier ook oost. Bij de haven staat een museum met herinneringen aan de grensgeschiedenis, buiten hangt een lijst met slachtoffers. De krankzinnige wereld van de Duitse tweedeling. Een vader legt uit aan zijn kinderen dat daar soldaten stonden en schoten. Maar dat was toch ook Duitsland?vraagt een kind. Foto van een jongen die met zijn vriend over de muur klom. Er werd geschoten; de vriend haalde de andere kant, de jongen viel gewond terug. De grenswachten lieten hem doodbloeden. De schietende grenswacht werd bevorderd. Hoeveel plekken van de grens heb ik al gezien, al die jaren, staan kijken naar Vopo's, met honden, geweren. Beelden van december '89 ontroeren me steeds weer. Nu ook bij foto's: de uitzinnige blijdschap van mensen die eindelijk naar de andere kant kunnen. Komend van Pevestorf kun je eerst naar Bömenzien en dan kom je over een oude grens bij de vroegere Koningsbrug, waar de koningen van Pruisen en Brandenburg elkaar ontmoetten op de fazantenjacht. In de DDR-tijd was hier de grens. Er staat nog een fel gekleurde grenspaal en een belachelijk klein bunkertje, geschilderd in kabouterachtige camouflagekleuren en dat heet Erdbeobachtungsstelle für 2 bis 3 Angehorige der Grenztruppen der DDR. De arme jongens moesten er op de hurken in kruipen en dan? Moesten ze daar steeds knielen? En dan die grens in de gaten houden, waar niemand durft te komen? Op 31-3-1990 werd een einde aan die farce gemaakt, maar voor de hereniging werd het grensverkeer aan beide kanten gecontroleerd op een apart aangelegde parkeerplaats. De Gartower See is aangelegd om het water van de Elbe op te vangen bij hoge stand en om allerlei dieren extra ruimte te geven, zoals bevers, die hier opgewekt met acht families kwamen leven. Er is een badstrand voor paarden gemaakt. Dat zou ik wel eens willen zien: een groep paarden die uit zwemmen gaat. Of komen paardenmeisjes met hun lieveling aan de teugel en mag dat paard dan even los? De bever is terug; in dialect heet hij bouwmeester Bockert. In een hotel in Gartow dronken we zure Duitse koffie uit een kannetje, die we natuurlijk overgoten in een kopje. Aan een tafel zaten vier mensen zaken te doen. Drie mannen en een vrouw. Ze waren gekleed op een ouderwets Duitse manier, met scherp gesneden jasjes. Een man die kennelijk het belangrijkst was, voerde op hoge toon het woord, stelde vragen, lachte en knikte. De oudere man naast hem leek een ondergeschikte, die al lang bij het bedrijf werkte en nu ook verlangde naar zijn pensioen, maar hij moest nog even volhouden. Hij deed zijn best, evenals de vrouw aan de andere kant, die haar baas in de gaten hield en hem wilde helpen met het opzoeken van papieren, voorbeelden van wat geleverd kon worden. Haar baas was nog jong; hij zweette bij zijn pogingen de belangrijke man te overtuigen. Uit het gelach konden we opmaken dat de zaken wel zouden doorgaan, maar er moest worden gezweet. Het hotel was in handen van een vrouw uit Lünenburg, die haar man uit Gartow in de horeca had ontmoet. Samen begonnen ze deze zaak. Hij wilde terug naar zijn Heimat, maar zij had de teugels in handen wat de aankleding betrof: keurig en tuttig, met kunstbloemen en kleine glanzende landbouwwerktuigen en houten stellages met een hobbelpaard. In Trebel was een kleine markt ingericht op een stuk gras, enkele stalletjes met vele soorten mosterd, ijzeren staken met vogels of andere dieren voor in de tuin, kruiden, kaas, bier. Er was ook een witte plastic tent waarin banken en tafels stonden, waar niemand zat, alleen een man met een accordeon en een geluidsinstallatie. Vlak voor hem dansten een dikke vrouw met een verzaligd gezicht en een man met ingetrokken mond, los van elkaar. We kregen een kruidenlikeur aangeboden. Uren later kwamen we er weer langs. De dikke vrouw stapte op een fiets; ze was waarschijnlijk net uitgedanst. Bij Nemitz woedde een grote brand in 1975. Het dorp was in gevaar. Een vrouw vertelde in het bezoekerscentrum, Het Heidehaus, over de vuurzee, de knallen, de rook. Er was ook een film over de ijstijd, om alles te relativeren, de Duitse deling, de brand, de klimaatsverandering. Wat ik zag in Spitsbergen, de gletschers, de morenes, het terugtrekken van het ijs vond lang geleden hier plaats. De grote stenen lagen er nog, zoals in Drenthe. De brand vernielde het bos en de heide kwam terug. Nu veel vliegenzwammen, vogelgeluiden, die ik kon horen, ook hoge tonen, dankzij een gehoorapparaat. We zagen mooie luchten. Het meisje dat in de slottoren van Lüchow wachtte op bezoekers, las een boek. Aan de wand een groot portret van Anna van Dillenburg-Nassau. Zij deed na de dood van haar man veel voor de bevolking en ontkwam aan een gifmoord. De adellijke collega's vonden het maar niks. Op een grafsteen, die rechtop was gezet, houdt graaf Heinrich II zijn zwaard in de hand. De kling ligt over de schouder. De schede is omwikkeld met een lint. Dat is typisch voor de draagwijze van het zwaard. In de 'Ridderspiegel' van Johannes Rothe van 1410 staat: 'Moet een ridder alleen gaan en zijn zwaard zelf dragen, dan vindt men hem een sukkel (Büttel).' Daarom moet de knecht hem het zwaard nadragen. Het is koud, maar mooi weer. Het gras is wit en we zien brede strepen groen, waar de zon al zijn werk heeft kunnen doen. In de schaduw van de bomen blijft het lang wit. Langzaam schuift het groen naar het noorden. Vanuit de vogelkijkhut zien we natuur, maar geen vogels. Hoog in de lucht gesnater van ganzen, die in voortdurend komende en gaande groepen in verschillende richtingen vliegen. In de verte staat op de weg een jong hert naar ons te kijken, loopt dan op zijn gemak weg. De volgende dag zien we een groot hert met gewei. De Elbe is breed en stroomt snel. Mensen die naar de overkant wilden zwemmen 's nachts werden meegevoerd met de stroom en verdronken door onderkoeling. In Dönitz spraken we in een bakkerij met een vrouw wier broer als 19-jarige naar de overkant was gezwommen, in de zomer. Hij haalde de overkant, maar zijn moeder bleef in het ongewisse, dacht dat hij dood was. Pas veel later hoorde ze dat hij nog leefde. Ze mocht van Ulbricht of wie dan ook niet naar de bruiloft van haar zoon in West gaan en ze stierf voor ze hem nog ooit zag. De bakkersvrouw, met een bemeelde broek, was geboren in Lenzen. Nooit in Nederland geweest. 'Hier was in de DDR-tijd niet alles slecht. Er waren geen bananen, maar er was veel vreugde als er een keer wel iets was. De mensen gingen socialer met elkaar om. Nu is het slecht. De jeugd trekt weg en de stad sterft uit. Er is wel toerisme in de zomer, maar verder is het moeilijk: geen werk, geen geld, geen verkoop. Proef mijn Berliner bollen; ze zijn heel goed.' We zijn voor de tweede keer in Dönitz: ik merkte pas na een dag dat ik de hoes van mijn nieuwe kleine notebook kwijt was. Dankzij het bijhouden van wat we deden en zagen, kon ik reconstrueren dat ik hem niet in Dönitz of Hitzacker had laten liggen, maar in Lenzen in de bibliotheek. We kwamen om 10 uur 's morgens terug; de bibliotheek ging pas om 14 uur open. Ik liep toch naar boven en probeerde de deur, die open ging. Een jonge vrouw herkende me en wees meteen naar de plank waar de hoes of tas lag. Buiten kwam de bibliothecaresse er aan: 'Ach, u hebt de tas al terug gehaald? Ja, we dachten, die meneer komt misschien terug. 'Ik zei toch: auf wiedersehen! 'Wij maken niks weg.' De eerste keer gaan we over met het veer naar Lenzen. Aan de rivier staat een heuse wachttoren, waarvan uit de soldaten de Elbe in de gaten hielden. De hele dag turen door verrekijkers en niets bijzonders zien. Dan maar kijken naar de kijkers uit west. In Lenzen een oude burg, waar gepensioneerde partijbonzen werden verzorgd. Nu een restaurant en een museum. Op het plein voor de Burg kleine, bronzen beelden van Tijl Uilenspiegel en zijn slachtoffers: domme autoriteiten. Nee, het is anders: een kunstenaar, Bernd Streiter (1962, Havelberg) heeft zich laten inspireren door een bericht van 1653 over de Nederlandse admiraal Gijsels van Lier, 58-jarige weduwnaar, die de opdracht aanvaardde orde op zaken te stellen in Lenz, in opdracht van Keurvorst Friedrich Wilhelm van Brandenburg. De admiraal wordt stadhouder en treedt op tegen smerigheid in de stad, dronkenschap voor de kerkgang, willekeurige rechtspraak, onbekwame ambtenaren, rommelige huizenbouw. Het was een chaos na de Dertigjarige Oorlog. De admiraal werd in zijn lijkkist afgebeeld, die tijdens hoog water wegdreef van het kerkhof. Hij wordt door Bernd afgebeeld als een soort Don Quichotte, maar met 16de-eeuwse witte kraag, roeiend tegen de stroom in. In de stad weinig mensen op straat. Veel achterstallig onderhoud. De sfeer van de DDR lijkt er nog te hangen. In een café-hotel staat een man van een jaar of vijftig te wachten op klandizie. Voor ons doet hij lampjes aan. Hij woonde hier niet in DDR-tijd. Een oude man komt binnen en krijgt de kaart. Hij bestelt soep. Kennelijk eet hij hier elke dag. Wat deed hij twintig jaar geleden? En zeventig jaar geleden. Hitlerjugend? Enthousiast met veel eerbied en liefde voor de Führer? Stresow is verdwenen. Het lag in spergebied. Nu zijn er herinneringsstenen neergezet voor de zestien hoeven en kleine stukjes, stroken, van de ingewikkelde grens, een ijzeren scherm, een strook met mijnen, een strook voor honden, een gracht, een strook voor Vopo's. Even verder een vogelkijkhut met roepende kinderen. Bij Restorf dreigden de dijken door te breken. Nu rijden er auto's af en aan met zware klei om een nieuwe dijk op te werpen. Hier zijn bevers te zien. De man in het cafe zegt: 'Ja, er zijn bevers in de schemering, als je geluk hebt en geduld.' Er zit een boer met een kruidenbitter en een donker bier. Hij bestelt nog een pils en rijdt later weg. De vrouw van de cafébaas helpt haar dochter met een helm voor de fiets en een helm voor het paardrijden. Het mag niet dezelfde zijn. Op de fiets staat de paardenhelm te coquet; op het paard staat de fietshelm te goedkoop. Ze wil haar dochter misschien geven wat ze zelf niet kreeg. Ondertussen streelt het meisje de grote witte hond, een hond voor de herders in de bergen. Wij kenden er één, Scotty, in de Pyreneëen wees hij ons de weg als we verdwaalden. Als we wegrijden zien we moeder en kind en een vriendin bij twee pony'ds aan deverkant in het gras staan. We lopen langs de Elbe, op de dijk, en zien de snelstromende rivier, de wijdheid, de vogels - ganzen, eenden, een rode wauw, en die zwarte gekken met wijduitstaande vleugels, aalscholvers. Rechts het Elbholz. We lopen langs de Burgwall met oude huizen, nu vakantiewoningen, waar grote boomstammen in een lange, gesloten vrachtwagen worden geladen. De chauffeur zit op een soort bok en bedient de grijper, die heel sterk moet zijn. Hij tilt de enorme bomen op, schuift ze in een goede positie en daarna in de vrachtauto, waarbij hij ook dikke en dunnere stammen afwisselt om de wagen goed vol te krijgen. Een in plusfour geklede graaf staat er bij en houdt boek. Elke boom heeft een nummer; de chauffeur laat het nummer zien voor de boom in de wagen geschoven wordt. Over een bosweg rijdt de vrachtwagen schommelend en de kronen van de bomen rakend naar een verharde weg tussen Restorf en Gartow en dan verder. We lopen terug langs een broedgebied van kraanvogels, waar het nu leeg is natuurlijk In Hitzacker, in het water van de Jeetzel, nu droog en beschermd door nieuwe wallen, maar in 2002 geheel overstroomd, zijn weinig mensen te zien. De stad lijkt kunstzinnig, antroposofisch, ecologisch. Men is optimistisch genoeg om aan de haven een groot hotel te bouwen. In een boekhandel zit een dame op klanten te wachten. Bij een Engels café, volgestouwd met klokken en hebbedingetjes, schenkt een oude dame thee. Ze serveert scones met jam en room. In december houdt ze er mee op en gaat fietsen met haar man, gepensioneerd leraar Engels. Zelf spreekt ze geen Engels, al ziet ze er uit als een dame uit een Engelse detectiveserie van rond 1950. Hitzacker Onno, de bioloog, uilenonderzoeker, ging er elk jaar heen om vogels te zien. Hij vertelde over de ortolaan, die verdwenen was uit Winterswijk, maar in Hitzacker vond hij hem terug. Ik schreef destijds: Emberiza hortulana
Twee minuten kijken was genoeg na al die uren zoeken in het landschap, de struiken. Elk jaar hetzelfde gebied.
Ik zag hem volkomen gewoon in zijn natuurlijke staat olijfgroen, oranjebruin en ik zag dat hij thuis was.
Na tien jaar hoorde ik weer de ortolaan in Hitzacker. Ik wist: nu is er de stilte van Winterswijk, van toen.
Een bankemployee in Gartow kijkt naar mijn pas en zegt dat het niet kan. Waarom niet, vraag ik. Er staat een Maestro-embleem op! Nee, het kan niet. ING kan niet. Gelukkig wijst een andere klant op een betaalautomaat waar staat: 'International'. Dat gaat wel. Ik laat de employee het geld zien. Zij zegt: 'Das ist schön.' Wat weet dat meisje van bankzaken? We proberen nog een slechtvalk te zien in de zendmast van Hohbeck, maar dat lukt niet. Ter gelegenheid van de herinnering aan de val van de muur twintig jaar geleden is er een bijeenkomst in de kerk van Dömitz. Er zijn grote pompoenen uitgestald en reusachtige courgettes, maar omdat het 's nachts kan vriezen in de kerk, worden deze vruchten verhuisd naar het patronaatsgebouw. De kerkvrouw die dat doet vertelt trots dat er wel 700 mensen komen. In het slot van Lüdwigslust komen we weer de twee stoute zusjes tegen, die we eerder zagen in Berlijn, als beelden in het museum Bode: Louise, hertogin van Mecklenburg, en Frederike. In het park is een groot mausoleum voor Louise ingericht. Weerzinwekkend rijke adel, maar de zusjes zijn ook slachtoffer van hun positie. Louise vluchtte van het hof naar een villa in het park, een landelijk, in verhouding eenvoudig gebouw. Op weg naar het Rambower Moor zien we meer dan honderd kraanvogels fourageren en dansen. Ze vlogen op, maar een kilometer verder waren ze weer neergestreken. We keken lang. De jongen liepen achter hun ouders aan. Ze zien er heel anders uit, anders van kleur en houding. Straks vliegen ze duizenden kilometers naar Spanje. In het moeras hoorden we de roerdomp. Tientallen soorten slakken, de mooiste zijn 2 millimeter klein. Tien meter dik turf; zo diep als de bomen hoog. === Gratis download voor ebook. Stuur een mail naar remcoekkers@planet.nl en je krijgt de nieuwe bundel 'Slootmeermin', gedichten voor 10-100, toegestuurd. Slootmeermin We hebben een slootmeermin De jonge schoonheid beweegt Kleine slootvenus, gekleed Daar gaat ze
Het ritme van een tekst, de herhalingen en contrasten, ze zijn zo belangrijk. Natuurlijk kun je met beelden deze stijlmiddelen ook gebruiken, maar het is anders. Ik werd hiermee zopas weer geconfronteerd toen ik het Radioboek hoorde van Marc Reugebrink. Hij droeg het verhaal 'Koper en as' voor. Dat gaat over een dorps orkest waarvan de dirigent de zuiverheid wil bewaren. Hij is een autoriteit en verlangt gehoorzaamheid. Als een nieuw orkestlid aangeeft welk instrument hij wil spelen, luistert de dirigent welwillend, maar beslist dat het een ander instrument moet worden en daar legt een ieder zich bij neer. De gebeurtenis van het verhaal is dat iemand trompet wil spelen en dat de dirigent beweert dat hij niet beschikt over de juiste embouchure. Het nieuwe lid speelt echter een zo zuivere en lang aangehouden toon, dat iedereen stil wordt. Daarmee wordt de autoriteit van de dirigent bedreigd en wellicht het voortbestaan van het orkest. De plaatselijke jeugd maakt een einde aan het gedoe met de trompet, waarmee het orkest is gered. Even daarvoor is er geopperd dat dikke lippen en niet toe doen en dat Louis Armstrong... De dirigent herhaalt de naam vol afgrijzen... 'maar dat is godverdomme een neger'. Nu is het verhaal, dat niet in druk is verschenen, vertaald in het Engels en de kernpassage luidt nu: 'bloody nigger'. Bij de uitzending voor de BBC was die passage verdwenen. Politiek correct? Maakt het iets uit voor het verhaal? Ja, heel veel, want wat het verhaal wil zeggen is dat de hang naar zuiverheid, samen met autoriteit kan leiden tot eng racisme. = Dat neuronen komen en gaan, al naar gelang de activiteiten van de hersendrager, bleek onlangs toen men vrouwtjeskanaries testosteron toediende, waarna ze begonnen te zingen als mannetjes. Door het hormoon, ontdekte Tessa Hartog, die promoveerde op het onderzoek, ontstaan nieuwe neuronen in het hersengebied dat de zang controleert. Zo ontwikkelen kinderen nieuwe neuronen als ze pianoles krijgen. = Waarom heeft de evolutie ons bewust gemaakt? Anders geformuleerd: wat is het voordeel van bewustzijn? Zouden we niet beter (en wat is dat dan?) functioneren zonder bewustzijn? Is het niet gemakkelijker om als een kat in de zon te zitten en te gaan slapen na het eten, zonder zorgen over wat we gaan doen of gedaan hebben? Of als een meeuw een visje op te pikken en lekker (?) te gaan zweven over de golven? Is de zin of het doel (vreemde woorden voor een blind proces) van de evolutie het doorgeven van genen? Of is er toch een een echt doel (en wie bepaalt dat dan?), namelijk groeien in bewustwording? Eerlijk gezegd denk ik dat. Maar doe ik dat omdat een zinloos leven mij verschrikkelijk lijkt? Is de kat gelukkig? De meeuw? Is de kat ongelukkig? Of gewoon een kat met honger en behoefte aan warmte? Als ik door een ongeluk geen bewustzijn meer heb, hoef ik geen voedsel meer. = Het verbaast me hoe fel Femke Halsema is aangevallen omdat ze hoopte op bevrijding van de vrouwen die hoofddoekjes moeten dragen. Ze had het natuurlijk niet over vrouwen die hoofddoekjes willen dragen, als teken van hun geloof of als teken van hun aangepastheid aan hun cultuur of omdat ze het prettig vinden of er aan gewend zijn. Misschien denken ze dat ze minder gauw worden lastig gevallen. (Overigens lijkt mij het adagium: 'Do in Rome as the Romans do' nog steeds wijs.) Nee, Femke had het over vrouwen die de hoofddoek dragen als teken van hun gehoorzaamheid aan mannen. Ze werd aangevallen met als motief dat ze een ouderwets beeld had van westerse superioriteitsgevoelens. Waar haalde ze het recht vandaan vrouwen die hoofddoekjes dragen te beschouwen als slavinnen? Tineke Bennema koopt een hoofddoek en eist als linkse, niet praktiserende moslim haar recht op vrijheid van meningsuiting en van godsdienstuiting zichtbaar op. Mijn moeder droeg in de RK kerk een hoofddoek of een hoed. Dat moest. Mannen moesten blootshoofd. Hoe vindt Tineke dat? Femke vraagt: welke god wil dat vrouwen hun hoofd bedekken en mannen niet? Het antwoord is eigenlijk wel duidelijk: dat willen patriarchale goden. == 'Koetsier Herfst' is een hilarisch boek, een persiflage, een spotschrift op de samenleving en de roep om meer maatschappij in de romans. Ch. Mutsaers pasticheert haar eigen stijl en humor. Is het boek absurd? Ja, maar dat spiegelt de absurde samenleving: het mobieltjesgedoe, plassex, een je niet beschermende politiemacht, een kreeftenbevrijdingsfront, een dichtende terrorist... het bestaat allemaal. De ouders van de hoofdpersoon, Maurice Luier, hebben een krankzinnige daad gepleegd, 68Ý mensen dood vanwege een gekookt(!) nijlpaard (net als de kreeften).Ý Die ouders waren doorgeschoten idealisten, zoals Do, zijn op Charlotte lijkende vriendin, lange benen, bottig ('ze heeft waarschijnlijk botjes in haar hart'), kleine borsten, intelligent, veelbelezen (citeert onder andere Vondel en Gorter), geestig, eigenwijs, recalcitrant. De hoofdpersonen zijn diep eenzaam, jong alleen gelaten. Hoe licht in stijl het boek ook is geschreven, het beschrijft grote treurnis. Het grondmotief van het boek lijkt mij: doorgevoerde compassie leidt tot de dood. De koetsier uit de titel voert ons tot de winter, de genadige dood, het grote vergeten, het finale orgasme. Do loopt het koude water in, nadat zij haar naam heeft geplast in de sneeuw bij haar graf. De schrijfster pest ons tot op internet. Daar vind je een gedicht, zogenaamd geschreven door Osama Bin Laden. Gedichten uit het boek 'De Rechtvaardige Zon' van Osama Bin Laden. Vertaald uit het Arabisch door Ashraf A. Ynaz'ran. Zoek je de vertaler op, dan vind je niet veel: geen Arabische tekst, geen Engelse vertaling. maar dan het gedicht met zijn typische Mutsaers-titel: Koetsier herfst Koetsier herfst, oh vermoeide oude man, Neem mij maar mee naar de raadselachtige wegen Neem mij stiekem weg van de wereld en de mensen, Naar de goddelijke betovering en de stilte. Richt je zweep van regenstralen op mijn rug, Vlecht mijn heimwee vanuit de natte draden En de tranen, koetsier herfst, suis maar ruis maar Voort je liedjes, die nog op geen podium gezongen zijn. Maak je een naaiwerk van het ontwerp van de nacht, Ver van lawaai, aan de onzichtbare kust, Koetsier herfst, leid je koets maar niet af, neem me mee, voer me dronken met je regen Alleen in het hele heelal.
Als je de roman leest met de mobieltjes-masturbatie, de zeiltjes van de Hema om het bed droog te houden, de biefstuk-viagra, begrijp je een regel als 'neem me mee, voer me dronken met je regen' minder onschuldig. En wat te denken van 'Richt je zweep van regenstralen op mijn rug, ' en 'Maak je een naaiwerk van het ontwerp van de nacht, '? In het boek staat overigens 'borduurwerk'; dat is minder direct en leuker. Wat zal Charlotte gelachen hebben bij al die recensies! En o ja, hoe zit het met die site van Obama's gedichten? Als je van de url (http://battl.nl/bingedicht1.html) het voorste deel intypt, krijg je dit: ', battle, battle.nl, battol, Edgar Allen Poe, Edward W. Said, Sun Tzu, Stephen Hawking, Hunter S. Thompson, Jello Biafra, Bob Marley, Allen Ginsberg, William Burroughs, Mahatma Ghandi, H.G. Wells, Henry Rollins, Orson Welles, George Carlin, Muhammad Ali, Robert Fisk, Naomi Klein, downloads, mp3, mp3's, Stephen Hawking, globalisering, anti-globalisering, stadsterreur, anders-globalisatie, anders-globalisten, globalisatie, anti-globalisatie, economie, autonoom, autonomen, adbusters, dissidenten, anarchisme, geheime diensten, open society, Binnenlandse Veiligheidsdienst, Literatuur, PoÎzie, Proza, jonge Nederlandse schrijvers, essay's, Tommy Wieringa, Epibreren, Menno Wigman, Maria Barnas, Ramsey Nasr, Bill Hicks, Ingmar Heytze, Adriaan Jaeggi, Olaf Zwetsloot, Arjan Witte, Didi de Paris, Willem Oltmans, New World Order, New Order World Government, coup d'etat, WTO, NATO, NAVO, Volkert van de Graaf, Willem, Alexander, Albert, Adolf, Hitler, Yasser, Arafat, George, W, Bush, Osama, Bin Laden, Brinkhorst, Clinton, El Moumni, Pim Fortuyn, Lijst Pim Fortuyn, Saddam, Hoesein, Khalil, El Moumni, Maxima, Jorge, Zorreguieta, Khalil, Slobodan, Milosevic, Perez, Powell, Powel, Sharon, Taliban, Antonori, webzine, commentaar, aktie, actie, reactie, reageren, e-zine, journaal, nieuws, objectief, bruiloft, Koning, Koningin, prinses, zalm-norm, regering, kabinet, groenlinks, socialist, vvd, pvda, leefbaar, extreem, dieren bevrijdingsfront, DBF, Groen Front!, asiel, asielzoekers, aanvraag, veilig, minderjarig, geld, land, vluchteling, vluchtelingen, asielzoekercentrum, fraude, openbaar, ministerie, ziekenfonds, ziektekosten, ondernemer, belasting, dienst, ruimteschild, starwars, nato, navo, otan, klonen, kloon, superras, DNA, D.N.A., PLO, hamas, hezbollah, palestijnen, bezette gebieden, terror, terrorisme, WTC, world trade centre, ETA, Juanra, Free Juanra, antrax, radio, echelon, echelon II, echelon III, carnivore, carnivore II, miltvuur, tribunaal, uck, U.C.K., oorlog, rebel, rebellen, Islamic Jihad, Islamic Army for Liberation of Holy Sites.' Een kladblaadje van Charlotte? = In 1945 publiceerde de historicus Prof. Dr. Pieter Geyl (1887) zijn bundel O Vrijheid. Daarin staat een gedicht, misschien het enige, dat bekend werd, een sonnet, met als eerste regel: 'O hoeveel vrouwen heb ik niet gekust!' Dat klinkt nogal hedonistisch.( Als dichter werd hij niet bekend, hoewel hij met Van Eyck en Gerretson in 1930 het tijdschrift Leiding oprichtte en Van Vriesland en Warren hem in hun bloemlezing opnamen. Van 1919 tot 1935 was Geyl hoogleraar in Londen. Daarna vertrok hij naar Utrecht. Hij bezag de Nederlandse geschiedenis vanuit Groot-Nederlands standpunt en dat kwam, afgezien van de ene taal, door zijn opvatting dat de scheiding tussen Noord en Zuid in de zestiende eeuw meer een gevolg was van militaire en geografische omstandigheden dan van een verschil in volksaard. Hij verkondigde zelfs de mening dat de overwinning van het protestantisme in het Noorden geen historische noodzakelijkheid was. Geyl meende dat men het verleden alleen maar kan benaderen; de studie van de geschiedenis is een 'discussie zonder eind'. Men kijk steeds door de bril van de eigen tijd. Een moderne opvatting.( Terug naar het gedicht. Een oude man bereidt zich voor op het einde, waarin 'warmte, licht, liefde worden uitgeblust'. Hoe vind ik, vraagt hij 'ooit, vòòr de eeuwge nacht, nog rust / van raadsels, kruis van tederheid en lust, / die in verzuimde harten lokkend scholen?'( Dit alles in het octaaf, dat zijn onrust beschrijft, met die opemerkelijke masculine frase 'kruis van tederheid en lust'. De liefde is problematisch door die tegenstellende aspecten.( Na de wending komt het antwoord en de rust. Het is ook een wending van polygaam verlangen naar het inzicht dat monogamie geen omstandigheid van braafheid, lafheid, zwakte of armoede is. 'ÈÈn hart verkoren, ÈÈn in wel en wee( tegen de wereld levenslang verbonden. EÈn is oneindiger dan groot getal.( EÈn tot de grond gepeild verklaart het al EÈn heeft de velen in zijn diep verslonden. Opvallend is het geloof in de mogelijkheid een ander 'tot de grond' te peilen.( De heftigheid van het laatste werkwoord resoneert toch nog de spijt die klonk in de eerste regel.) Nu (3-10) las ik een recensie van zijn autobiografie en wat bleek: Geyl pakte iedere vrouw die zich liet pakken. Niks monogaam. Het gedicht is een droomideaal. Zonder dat ik dat wist, wijzen mijn opmerkingen op een opmerkelijke heftigheid en spijt. Het gedicht gaf zijn promiscuïteit al toe.
Er is, zo leert het Boeddhisme, geen god, schepper of eeuwige ziel.( Het Boeddhisme is gericht op zelfonderzoek! We moeten ons bewust worden worden van de leegheid en onbestendigheid van alle verschijnselen en ook - dat is het moeilijkste - van de denkbeeldige (illusoire) natuur van het zelf. Wat zijn de oorzaken van het lijden en hoe kunnen we dat beÎindigen? Ophouden met begeren. Wetenschap is op zoek naar waarheid of beter: praktische ( bruikbaarheid; het boeddhisme zoekt naar verlichting. Het lijkt psychotherapie, maar deze zoekt naar een coherent zelf, terwijl het boeddhisme het zelf wil overstijgen. Ontwaken betekent je bewust worden van de fictie van binnen- en buitenwereld. Ook de wetenschap leert dat de visuele werkelijkheid een illusie is. Een tafel schijnt hard, je kunt er dingen op zetten, maar volgens de natuurkunde is hij meer leeg dan vol. Toch is de hardheid een nuttige ervaring.( Zo is volgens het boeddhisme het zelf en de vrije wil een illusie. Wellicht een noodzakelijke illusie? Als we niet in de zin van het zelf kunnen geloven, lijkt handelen onmogelijk. Het boeddhisme leert dat alles relatief en afhankelijk is; alles komt en gaat. Wat we ik noemen is een combinatie van fysieke en mentale verzamelingen, gehoorzamend aan oorzaak en gevolg. Niets is eeuwig. William James zou kunnen zeggen: er is geen denker achter de gedachten. De gedachten vormen de denker. Verlichting is bevrijding van de illusie van een individu dat hij handelt. Het handelt door hem. = 'Ik was niet in vorm' zegt Balkenende. Het lijkt of hij zichzelf ziet als een tennisser of een acteur; hij moet zijn rol spelen en dat met overtuiging. Maar hier is toch sprake van scheefgroei. De regeringsleider moet zijn beleid verdedigen en natuurlijk, dat moet hij met overtuiging doen, maar alstublieft, leden van de regering, geen theater! Het baasje van de Partij voor de vrijheid denkt dat het optreden in de Tweede Kamer moet lijken op een komisch programma, een primitieve cabaretshow. Hij schrijft zijn eigen teksten. Gaat waarschijnlijk brainstormen met zijn club getrouwen en vraagt: 'Hoe zullen we nu eens de aandacht trekken?' Iemand zegt: 'We moeten bezuinigen. Belasting op hoofddoekjes?' 'Ja, goed idee, maar we noemen het kopvoddentax, dat bekt lekker.' We hadden vroeger ook al van die lolbroeken, die wilden denigreren en op lagere instincten speelden: Hendrik Koekoek, en in 1921 was er in de Raad van de hoofdstad een bekende Amsterdamse straatfiguur 'Had-je-me-maar'. De laatste werd gepusht door Erich Wichman, die de gezapige burgers wilde verontrusten. Wilders verontrust ook, maar op een serieuze manier. Stel je voor dat hij aan de macht komt. Een partijgenoot van 'Had-je-me-maar' heeft jaren lang op kosten van de gemeenschap in die gemeenteraad gepruimd. Een profiteur, zeker. Is ijdelheid nog erger? Het parmantige optreden van Geert doet denken aan de ijdelheid van Pim. Er is nog een variant: de spijtoptante Rita komt maar af en toe naar de beraadslagingen. Achter de coulissen heeft ze belangrijker zaken te regelen: de financiÎn van haar partij. = Het is een eindeloze strijd tegen alles wat het leven en het geluk bedreigt. Je poetst je tanden, maar er komen gaatjes in, ze worden gevuld, je krijgt ontstekingen, wortelkanaalbehandelingen en uiteindelijk stort je gebit in. Je krijgt kunsttanden en je denkt: ik ben er van af, van dat bezoek aan de tandarts, maar nee, je bijt in een perzik, een kunsttand blijft hangen en breekt af. Het valt wel weer te maken en het betreft alleen nog je gebit. Je moet een bril gaan dragen, een gehoorapparaat, een hartregulator, een kunstblaas, metalen gewrichten en ondertussen slopen verkeerde eiwitten je denkcapaciteit en het betreft alleen nog jouw lichaam. Een nieuw virus bedreigt grote groepen mensen; men vindt een remedie, maar een ander virus ontwikkelt zich al. Oorzaken van ziektes worden opgespoord en de ziekte wordt effectief bestreden, maar er verschijnt vanzelf een nieuwe doodsoorzaak. Een idioot in de volksvertegenwoordiging gaat onderuit of sterft, maar een nieuwe staat klaar en er zijn altijd genoeg dwazen om hem of haar gezag te geven., In de samenleving blazen mensen zichzelf op met als doel paniek te zaaien. Gebouwen storten in, de economie stort in. In de toekomst zullen terroristen gebruik maken van nanotechnologie met onvoorstelbare gevolgen. Ze zullen nieuwe bacteriÎn ontwikkelen of bestaande ziektekiemen door gentechnologie gevaarlijker maken. Er zijn terroristen met wie niet te praten valt. Zij hebben de waarheid in pacht en denken beloond te worden na hun dood. Primitieve gevoelens kunnen samengaan met intelligente techniek. En toch lijkt de geschiedenis aan te tonen dat we na veel geworstel weer boven komen. We moeten geloven in een leefbare toekomst!
De foto is geplaatst bij een artikel over het tekort aan sociale contacten, waar kinderen mee te maken hebben. 'kennissen zien de kinderen niet meer' is de kop, en daaronder: 'gezinnen leven veel te geïsoleerd'.( De foto laat een ander beeld zien: 'kinderen in de speeltuin' staat er onder, maar wat doen ze? Vier kinderen op een bank, in zomerkleding, alle vier met een electronisch speeltje bezig. Op de voorgrond kijken we over de schouder van een blond meisje met een spelcomputer, haar duimen geprononceerd in beeld; een ander meisje met een andere spelcomputer. Ook haar duim is actief.( De duim is voor de nieuwe generatie een belangrijk instrument geworden. Kinderen wijzen tegenwoordig met hun duim: dat is een nieuwe sprong in de evolutie.) De mensen van het beeld zijn de mensen van het woord aan het opvolgen. = De beeldmensen nemen het over van de woordmensen. Verhalen blijven wel bestaan, maar ze worden verteld met beelden, volledig ingevuld dus. Ik had er geen bezwaar tegen bij de film op basis van het succesboek van Stieg Larsson 'Mannen die vrouwen haten'. De film was goed gemaakt; de regisseur Niels Arden Oplev heeft de zijlijnen doorgesneden en heeft het kernverhaal krachtig en helder getoond. Later las ik delen van het boek en stoorde me aan de droge, feitelijke stijl. Het boek las als een opsomming van gebeurtenissen. In zo'n geval is het beeldverhaal beter. Maar als er sprake is van contrast, dan geeft de taal meer mogelijkheden. Zo zal ook de dichtvorm niet verdwijnen, want het scherm kan niet tegen een goed gedicht op. Dit betekent niet dat het niet mogelijk zou zijn op een poÎtische manier te filmen. Onlangs zag ik 'Megane' of wel 'Brillen' van Naoko Ogigami. Een gedicht in beelden, lyrische lof op de stilte. = Het ritme van een tekst, de herhalingen en contrasten, ze zijn zo belangrijk. Natuurlijk kun je met beelden deze stijlmiddelen ook gebruiken, maar het is anders.
Ik werd hiermee zopas weer geconfronteerd toen ik het Radioboek hoorde van Marc Reugebrink. Hij droeg het verhaal 'Koper en as' voor. Dat gaat over een dorps orkest waarvan de dirigent de zuiverheid wil bewaren. Hij is een autoriteit en verlangt gehoorzaamheid. Als een nieuw orkestlid aangeeft welk instrument hij wil spelen, luistert de dirigent welwillend, maar beslist dat het een ander instrument moet worden en daar legt een ieder zich bij neer. De gebeurtenis van het verhaal is dat iemand trompet wil spelen en dat de dirigent beweert dat hij niet beschikt over de juiste embouchure. Het nieuwe lid speelt echter een zo zuivere en lang aangehouden toon, dat iedereen stil wordt. Daarmee wordt de autoriteit van de dirigent bedreigd en wellicht het voortbestaan van het orkest. De plaatselijke jeugd maakt een einde aan het gedoe met de trompet, waarmee het orkest is gered. Even daarvoor is er geopperd dat dikke lippen en niet toe doen en dat Louis Armstrong... De dirigent herhaalt de naam vol afgrijzen... 'maar dat is godverdomme een neger'. Nu is het verhaal, dat niet in druk is verschenen, vertaald in het Engels en de kernpassage luidt nu: 'bloody nigger'. Bij de uitzending voor de BBC was die passage verdwenen. Politiek correct?
Maakt het iets uit voor het verhaal? Ja, heel veel, want wat het verhaal wil zeggen is dat de hang naar zuiverheid, samen met autoriteit kan leiden tot eng racisme. Waar het me in dit stukje om gaat is het feit dat de voordracht liet horen hoe belangrijk het ritme van de tekst was, de timing ook. De voordracht was heel goed. Je kunt een film maken van dit verhaal en dat kun je goed doen met die stijlmiddelen, maar het wordt anders. Bij het horen van het verhaal zie ik beelden, ik vul het beeldelement zelf in, het verhaal zet mijn eigen verbeelding in werking. Bij een film moet ik de verbeelding van de filmmaker volgen. Het medium doet minder een beroep op mijn zelfwerkzaamheid. Zullen de beeldmensen de teksten missen? Ik denk het niet. Romans zullen nog wel even bestaan, luisterboeken zeker en poÎziebundels ook, maar ik geef toe dat ik me moeilijk kan inleven in een verdwijnende leescultuur. = Er zijn nogal wat konsekwenties verbonden aan de wijziging van woord- naar beeldcultuur voor de zich ontwikkelende hersenen van kinderen: de nieuwe beeldmensen. Hun neurologische structuren zullen anders worden dan die van hun (groot)ouders. Dendrieten vormen zich voortdurend onder invloed van nieuwe ervaringen. De cellen ontvangen signalen van de neuronen. Daarbij is vooral de ontwikkeling van de dendrieten van belang. Bij onderzoek naar de hersenen van ratten die gewend waren spelletjes te doen, puzzels op te lossen, doorlhoven te doorkruizen, bleek dat zij inderdaad rijkere vormen hadden ontwikkeld dan ratten die alleen een warm nest, voeding en water kregen. Van taxi-chauffeurs is bekend dat hun kennis van straten etc. fysieke sporen achterlaat in hun hersenen.
Een in deze eeuw geboren kind zal moeilijk begrijpen dat er een wereld was zonder wereldwijd web; het zal vanzelfsprekend deel uitmaken van dat web en zonder dralen al zijn informatie daar ophalen. Het zal anders denken. Het zal snel zijn weg vinden in steeds wisselende informatie-beelden, waarbij alles aaneengeschakeld is. Stemgestuurde computers zullen het intypen van tekst overbodig maken. Telst zal niet meer worden gelezen, maar beluisterd. Mijn studenten geloofden 15 jaar gelden niet in de opmars van electronische boeken. Zij zouden altijd heimwee hebben naar papier en dat is juist, maar waarom zou een kind dat gewend is aan het opnemen van informatie via zijn steeds meegedragen computer met permanent internet, heimweeÝ hebben? Boeken verdwijnen evenmin als wastafeltjes of leien... En waarom zou je boekenkasten aanschaffen als alle verhalen gemakkelijk op te roepen zijn via je scherm? En als je moet betalen voor het laden, sla je ze na gelezen (of beluisterd !) te hebben op op gigantische harde schijven, waarmee je ook een draadloze verbinding hebt. Misschien zullen de studenten van 2020 sneller overweg kunnen met cognitieve processen, maar zijn ze minder goed in overpeinzingen en fantasie. Wie rusteloos moet reageren op alles wat nu wordt aangeboden, heeft wellicht minder aandacht voor bespiegelingen. De technologische ontwikkelingen gaan zo snel dat de nieuwe mens zich voortdurend moet aanpassen. = Goede voorspellingen zijn moeilijk, zo niet onmogelijk.( Volgens Engelse bronnen zal in 2050 twintig procent van de bevolking moslim zijn. De meest gekozen jongensnaam in de randstad is nu Mohammed. Maar zullen er in 2050 nog wel monotheïsten zijn?( Volgens Ray Kurzweil zal al in 2020 de intelligentie van onze computers een zodanige invloed op de samenleving hebben, samen met gentechnologie en nanotechnologie, dat de zogenaamde onderklasse zal zijn verdwenen. De voedingsbodem voor fundamentalisme bestaat niet meer. Er is geen honger meer, ziektes worden opgespoord en genezen, iedereen heeft toegang tot alle soorten onderwijs, onze denkcapaciteit is duizelingwekkend toegenomen, het werk is overgenomen door robots, nanobots maken tegen geringe kosten alle gewenste materialen, waarbij de grondstoffen eindeloos hergebruikt worden, instandhouding van de menselijke soort is niet meer afhankelijk van 'ouderwetse' procreatie. Het is volgens Susan Greenfield ('Tomorrow's people') de vraag of er tegen die tijd nog gezinnen zijn.( Maar ondertussen komen in Soerabaja in een moskee gebaarde mannen in wijde broeken bijeen met computers. Wat bereiden ze voor? Gebruiken ze de informatie technologie voor een yihad? Ze zijn nu even weggejaagd door de buurtbevolking, maar wat voeren ze nu elders uit? ( Komt het gewenste inzicht in vrede en naast elkaar leven op tijd? Of wordt die technologie gebruikt voor nu nog onvoorstelbare verschrikkingen? = De exponentiële snelheid van de technologische ontwikkeling wordt gedemonstreerd door het vinden van de sequentie van het DNA van het SARS-virus binnen 31 dagen na de uitbraak van de ziekte. Voor HIV duurde dat nog vijftien jaar.( Het menselijk genoom van een Amerikaanse hoogleraar is onlangs voor nog geen 50.000 dollar bepaald, in een paar weken tijd. De onderzoekers gebruikten maar ÈÈn machine, terwijl vroeger vele machines nodig waren. Dit is de achtste keer dat van een mens zijn gehele genoom is bepaald. Nummer zeven kostte nog vijf maal zo veel. Het eerste mensengenoom werd in 2000 bepaald. Toen kostte dat meer dan 500 miljoen dollar.( Dit is een actuele ondersteuning van Ray Kurzweilers stelling dat 'the singularity is near'. (Zie vorige berichten.) = Stel dat we een menselijke robot maken die kan blozen. Het zal technisch niet gemakkelijk zijn, maar het is denkbaar dat we hem zó programmeren dat hij bij een belediging ('Je bent een stom ding!') bloost, dat wil zeggen: we hebben hem taal geleerd, hij kan de mededeling decoderen en 'begrijpt' dat die zijn ingebouwde eergevoel kwetst, vervolgens ontvangen kleurstofkanalen om rode vloeistof naar zijn knap gemaakte gezichtshuid te pompen. Bloost hij dan of wordt het blozen knap gesimuleerd? == Stel, een natie met een hoog technologisch niveau, in staat om waterstofbommen te maken, wordt volkomen beheerst door de wens de wereld te onderwerpen aan zijn religieuze ideeÎn volgens de standaard van duizend jaar geleden, waaronder onderdrukking van individuele vrijheid, van vrouwen, van onderwijs - ja, het is tegenstrijdig, maar het bestaat - stel dat zo'n natie vanuit die religieuze overtuiging kiest voor de totale ondergang, een nieuwe zondvloed, maar dan met vuur of met levensgevaarlijke virussen, wat kunnen we daartegen doen?( Of zal de technologische ontwikkeling als neveneffect hebben dat de bevolking zich niet langer in een moreel achterlijk keurslijf laat opsluiten?) == 'Het is genoeg, we moeten stoppen met de verdere uitbouw van technologieën' zei Bill McKibben, 'anders gaan ze ons vernietigen.' Hij vergeleek het met drinken: ÈÈn bier is goed, twee bier misschien beter, maar acht bier gaat je opbreken. ( Wat is er mis aan deze vergelijking?()Techniek kan honger en ellende verdrijven; meer techniek kan dat in toenemende mate, terwijl meer bier contraproduktief werkt. Maar wat zijn de gevaren? Is de mensheid beter af met het stoppen van vooruitgang? Of is er maar ÈÈn weg: voorwaarts gaan, voorzichtig, met zorg wakend, zich verdedigend tegen negatieve effecten. Mogen we ons neerleggen bij de honger, bij ziektes, bij achterlijkheid die miljoenen mensen doodt of ongelukkig maakt? = Computers begrijpen niets, want ze volgen alleen regels. Kunnen complexe machines, zo complex als het menselijk brein evenveel begrijpen als dat menselijk brein? Wat bedoelen we met begrijpen? Bijeennemen? Vatten? Een programma kan een probleem bijeennemen, de onderdelen vergelijken, een oplossing geven. Begrijpt de machine dan iets of moet je voor 'echt' begrijpen levend zijn? Bedoelen we menselijk begrijpen (zelfs dierlijk, want een kat begrijpt na wat geprobeer dat hij niet bij de muis in zijn kooi kan komen en geeft het, teleurgesteld lijkt wel, op)? ( Ja, dan kan een machine niet iets begrijpen.) = De toekomst die Susan Greenfield schetst in hoofdstuk 2 van 'Tomorrow's People' is hemel en hel tegelijk. Van alle gemakken voorzien, 'voorgoed' gezond, omgeven door alle denkbaar virtueel vermaak, zó levensecht dat je geen behoefte meer hebt aan ouderwets gedoe. Een soap pas je aan je wensen aan. Fun is the order of the day.( Alles wordt voor je geregeld, je zult geen schulden hebben, want je financiÎn worden zorgvuldig beheerd door een virtuele accountant.( Je bent nooit meer alleen, want omgeven door wie je maar wilt, in 3D. Je kunt praten met ieder die dat ook wil, overal en bijna altijd. De grenzen tussen jou en de anderen worden vager. Het zelf lijkt diffuus te worden. Met echte mensen kun je niet zo goed omgaan, want ze zijn onvoorspelbaar. Je lijkt op te gaan in een groot collectief en dat wil je ook. Je bent deel van een netwerk. Familieverbanden verdwijnen.( Je leeft in een eeuwig nu en als het even tegenzit, neem je een gelukspil. ('Brave new world' van Aldous Huxley)(Ik moest denken aan 'Het leven uit een dag', waarin AFTh iemand voor straf keer op keer, op keer het totale sexuele genot laat smaken onder het motto ''L'enfer, c'est la repetition'.
foto frits steenhuisen
===
K.Schippers ==
'Wij willen weten'; dat zei Aristoteles al. De evolutie heeft ons zo gemaakt dat we vragen stellen aan onze omgeving en die vervolgens oplossen, waardoor we overleven. Nu zal onze kennis nieuwe kunstmatige kennis opleveren die ons boven het hoofd groeit. De tovenaarsleerling heeft iets in werking gesteld dat hij niet kan terugdraaien, maar wellicht worden we gered door die grotere intelligentie, dat wil zeggen opgenomen in dat grotere geheel, dat misschien altijd doel Ën oorzaak was van het universum waarin we leven.
= Goede voorspellingen zijn moeilijk, zo niet onmogelijk.( Volgens Engelse bronnen zal in 2050 twintig procent van de bevolking moslim zijn. De meest gekozen jongensnaam in de randstad is nu Mohammed. Maar zullen er in 2050 nog wel monotheïsten zijn?( Volgens Ray Kurzweil zal al in 2020 de intelligentie van onze computersÝ een zodanige invloed op de samenleving hebben, samen met gentechnologie en nanotechnologie, dat de zogenaamde onderklasse zal zijn verdwenen.) De voedingsbodem voor fundamentalisme bestaat niet meer. Er is geen honger meer, ziektes worden opgespoord en genezen, iedereen heeft toegang tot alle soorten onderwijs, onze denkcapaciteit is duizelingwekkend toegenomen, het werk is overgenomen door robots, nanobots maken tegen geringe kosten alle gewenste materialen, waarbij de grondstoffen eindeloos hergebruikt worden, instandhouding van de menselijke soort is niet meer afhankelijk van 'ouderwetse' procreatie. Het is volgens Susan Greenfield ('Tomorrow's people') de vraag of er tegen die tijd nog gezinnen zijn.( Maar ondertussen komen in Soerabaja in een moskee gebaarde mannen in wijde broeken bijeen met computers. Wat bereiden ze voor? Gebruiken ze de informatie technologie voor een yihad? Ze zijn nu even weggejaagd door de buurtbevolking, maar wat voeren ze nu elders uit? ( Komt het gewenste inzicht in vrede en naast elkaar leven op tijd? Of wordt die technologie gebruikt voor nu nog onvoorstelbareÝ verschrikkingen? = Een wonderlijk mooie film is het geworden, de Japanse 'Megane' (brillen). De titel lijkt een grap. De makers hebben gedacht: hoe zullen we onze film noemen? Alle personages dragen een bril, dus... Maar de bril heeft ook iets te maken met een juiste zienswijze. Je moet je bril misschien afzetten om de dingen in hun juiste waarde te zien. De vrouwelijke hoofdpersoon, Taeko, die professor wordt genoemd door een man die haar is achterna gereisd, verliest als ze terugreist naar haar werk, haar bril als ze uit de auto buigt in de wind, maar ze glimlacht en laat het gebeuren. Even later wordt die bril uit het water gevist door de eigenaar (?) en kok van het logement, Yuji, die aan het vissen is. Wonderlijk en ook onwaarschijnlijk. ( Laat het gebeuren, dat is het thema van de film. Taeko stelt allerlei vragen aan Yuji en aan Sakuro, de spil in het gebeuren, een bodhisattva. Zij is ook verkoopster of schenkster van schaafijs, dat ze fabriceert in een eenvoudig, maar mooi houten optrekje op het strand. Taeko wil geen schaafijs, tot ze begrijpt dat ze dat wel moet willen. Ze houdt er ook niet van als Sakuro stil bij haar bed knielt tot ze ontwaakt. Sakuro zegt 'goede morgen, het is weer een heerlijke lentedag'. Als Taeko haar zegt dat ze dat niet wil, is het antwoord een glimlach en 'goed'. De vragen die Taeko stelt worden niet beantwoord en met verbazing begroet. Bezienswaardigheden in de buurt? Wat bedoelt ze? Er is de zee, er is het strand, er zijn heerlijke en mooie gerechten. Er is de ochtendlijke dansachtige oefening op het strand: wonderlijk kinderlijk. Ook daaraan wil ze aanvankelijk niet meedoen, maar de betovering van de rust, de kalmte, het meditatieve beleven van het hier en nu verovert haar. Het volgend jaar zal ze terugzijn. Het effect op de toeschouwer is een weldadig gevoel van geluk en acceptatie. = De exponentiële snelheid van de technologische ontwikkeling wordt gedemonstreerd door het vinden van de sequentie van het DNA van het SARS-virus binnen 31 dagen na de uitbraak van de ziekte. Voor HIV duurde dat nog vijftien jaar. Het menselijk genoom van een Amerikaanse hoogleraar is onlangs voor nog geen 50.000 dollar bepaald, in een paar weken tijd. De onderzoekers gebruikten maar één machine, terwijl vroeger vele machines nodig waren. Dit is de achtste keer dat van een mens zijn gehele genoom is bepaald. Nummer zeven kostte nog vijf maal zo veel. Het eerste mensengenoom werd in 2000 bepaald. Toen kostte dat meer dan 500 miljoen dollar. Dit is een actuele ondersteuning van Ray Kurzweilers stelling dat 'the singularity is near'. = Stel dat we een menselijke robot maken die kan blozen. Het zal technisch niet gemakkelijk zijn, maar het is denkbaar dat we hem zó programmeren dat hij bij een belediging ('Je bent een stom ding!') bloost, dat wil zeggen: we hebben hem taal geleerd, hij kan de mededeling decoderen en 'begrijpt' dat die zijn ingebouwde eergevoel kwetst, vervolgens ontvangen kleurstofkanalen om rode vloeistof naar zijn knap gemaakte gezichtshuid te pompen. Bloost hij dan of wordt het blozen knap gesimuleerd? = Stel, een natie met een hoog technologisch niveau, in staat om waterstofbommen te maken, wordt volkomen beheerst door de wens de wereld te onderwerpen aan zijn religieuze ideeën volgens de standaard van duizend jaar geleden, waaronder onderdrukking van individuele vrijheid, van vrouwen, van onderwijs - ja, het is tegenstrijdig, maar het bestaat - stel dat zo'n natie vanuit die religieuze overtuiging kiest voor de totale ondergang, een nieuwe zondvloed, maar dan met vuur of met levensgevaarlijke virussen, wat kunnen we daartegen doen? Of zal de technologische ontwikkeling als neveneffect hebben dat de bevolking zich niet langer in een moreel achterlijk keurslijf laat opsluiten? = 'Het is genoeg, we moeten stoppen met de verdere uitbouw van technologieën' zei Bill McKibben, 'anders gaan ze ons vernietigen.' Hij vergeleek het met drinken: één bier is goed, twee bier misschien beter, maar acht bier gaat je opbreken. Wat is er mis aan deze vergelijking? Techniek kan honger en ellende verdrijven; meer techniek kan dat in toenemende mate, terwijl meer bier contraproduktief werkt. Maar wat zijn de gevaren? Is de mensheid beter af met het stoppen van vooruitgang? Of is er maar één weg: voorwaarts gaan, voorzichtig, met zorg wakend, zich verdedigend tegen negatieve effecten. Mogen we ons neerleggen bij de honger, bij ziektes, bij achterlijkheid die miljoenen mensen doodt of ongelukkig maakt? = Computers begrijpen niets, want ze volgen alleen regels. Kunnen complexe machines, zo complex als het menselijk brein evenveel begrijpen als dat menselijk brein? Wat bedoelen we met begrijpen? Bijeennemen? Vatten? Een programma kan een probleem bijeennemen, de onderdelen vergelijken, een oplossing geven. Begrijpt de machine dan iets of moet je voor 'echt' begrijpen levend zijn? Bedoelen we menselijk begrijpen (zelfs dierlijk, want een kat begrijpt na wat geprobeer dat hij niet bij de muis in zijn kooi kan komen en geeft het, teleurgesteld lijkt wel, op)? Ja, dan kan een machine niet iets begrijpen. = Ik begrijp de Turingtest niet. (De test komt erop neer dat als een computer iemand voor de gek kan houden en deze kan laten geloven dat hij een mens is (dus hetzelfde gedrag vertoont als een mens), de computer intelligent moet zijn. Voor zo'n test moeten dan de omstandigheden zodanig worden gemaakt dat de proefpersoon niet ziet met wie hij praat, bijvoorbeeld door via een toetsenbord met iemand in een andere kamer te converseren. (citaat Wikipedia) ) We kunnen toch een programma maken dat antwoord geeft op bijna alle vragen. De vraag: 'Welke vraag moet ik stellen om de computer door de mand te laten vallen?' zal vanzelfsprekend door het programma omzeild worden door de reactie: 'Ja, hoor eens, zo gemakkelijk is het niet.' De antwoorden kunnen zelfs om strategische redenen vals zijn. Als je de computer vraagt om een moeilijke rekensom op te lossen, kan hij antwoorden dat het te moeilijk is, zoals een mens zou doen. Als je vraagt wat de dood van zijn/haar moeder voor hem/haar betekende, dan kan hij daarop een prachtig genuanceerd antwoord geven. De programmeur heeft hem karakter gegeven, een biografie, zogenaamde levenservaring, een zekere wijsheid zelfs. Op de vraag of Jannes van der Wal kon dammen tegen vrouwen, geeft de computer het antwoord dat op internet is te vinden: 'Onder de vele dammers die ooit van de vrouwelijke wereldkampioen Goloebjeva verloren, bevinden zich evenmin de minsten. Zo bracht zij in 1990 (Brink-toernooi) oud-wereldkampioen Jannes van der Wal een hardhandige nederlaag toe, terwijl zij in de halve finales van het WK 1996 zelfs Harm Wiersma in een prachtige aanvalspartij versloeg! ' De Turingtest geeft alleen antwoord op de vraag of een programma het menselijk denken en zijn intentionaliteit kan simuleren. == Waarom noemt men het overstijgen van de menselijke intelligentie door artificiële 'singularity'? Dit gebeurt naar analogie van het verschijnsel rond zwarte gaten. Ons model van fysieke wetten heeft geen greep op wat binnen een zwart gat gebeurt; zo is het onvoorstelbaar wat superintelligentie gaat betekenen voor onze ontwikkeling. Wij hebben de intelligentie niet om ons dat voor te stellen, het ligt buiten ons bereik. Dat is gevaarlijk. Het doet denken aan het sprookje van De Tovenaarsleerling die het bad van zijn meester moest vullen, maar geen zin had om met emmers waters te sjouwen, vervolgens een toverspreuk vond om de bezem het werk te laten doen, maar tenslotte de bezem niet kon laten ophouden. Zullen de superintelligente machines ons gaan overheersen en tenslotte als overbodige ballast laten vernietigen? Kunnen ze die intentionaliteit onwikkelen? Of kunnen Het gevaar is dat terroristen of fundamentalistische naties de nieuwe technologieën gebruiken om hun doelen na te streven. Oorlogsmachinerie kan onvoorstelbaar bedreigend worden. Het menselijk bewustzijn heeft een sprong gemaakt en het lichaam is niet meer nodig, maar zijn 'geest' wel. =
NON SERVIAM Lucifer zei het vol trots, toen hij in opstand kwam tegen de onrechtvaardigheid van God: ik zal niet dienen. Kun je virtuele wezens maken, die nadenken en die na een lange evolutie, kunstmatig versneld, theologische discussies voeren, zoals: 'God is òf volmaakt rechtvaardig en kan zich dan niet het recht aanmatigen - omdat hij zich niet onmiskenbaar heeft geopenbaard -de 'ongodzaligen' te straffen, òf hij zal toch de ongelovigen straffen, maar dan is hij niet rechtvaardig.'? Stanislaw Lem doet het in een verhaal, al in 1971 gepubliceerd. Hij vertelt over een professor in de personetica, die een programma ontwerpt waarbij virtuele wezens ontstaan, die hij 'voedt' met taal en die hij na duizenden jaren (versnelde) evolutie afluistert. Het aardige van het verhaal is dat Lem wel uitlegt hoe dit alles in zijn werk gaat, hij maakt het aannemelijk, maar hij gaat niet in op details omdat de professor dat niet deed of om het verhaal niet te vertragen. De wezens krijgen namen en blijken individualiteit te ontwikkelen. Ze hebben ook verschillende opvattingen, net als mensen. Edan 197 beweert dat hun schepper recht heeft op dankbaarheid en liefde. Men moet niet alleen in hem geloven, men moet hem ook dienen. Adan 300 meent echter dat God er voor heeft gekozen zijn bestaan niet ondubbelzinnig te laten blijken en dus geen gevolgen kan verbinden aan al of niet geloven in hem. Adna vraagt hoe Adan over het kwaad denkt en deze betoogt dat wij een ander moeten behandelen zoals wij zelf behandeld wensen te worden. Dit is logisch. Hij heeft dus zelfstandig de gulden regel gevonden die Confucius, Socrates en Jezus en andere wijsgeren ook aan hun volgelingen voorhielden. Adan zegt ook nog dat het geen kwaad doen uit angst voor straf of verlangen naar een eeuwige beloning onzeker is en bovendien onwaardig. De professor is in dit verhaal de schepper. Hij is almachtig ten opzichte van hen, maar hij vindt niet dat ze hem dankbaarheid verschuldigd zijn. Hij zou een soort hulpstuk aan de machine kunnen zetten, dat het 'hiernamaals' genoemd zou kunnen worden. Hij zou de personoïden die in hem geloven kunnen belonen en de andere,, de 'ongodzaligen' kunnen straffen, bijvoorbeeld door vernietiging of foltering. 'Aan eeuwige straffen durf ik niet eens te denken, zo'n monster ben ik niet!' Maar dat zou toch een daad van schaamteloos egotisme zijn, een lafhartige daad van irrationele wraak. = De erfzonde, dat is volgens evolutionisten de copieerfout van de eerste replicator-moleculen. Deze fout, een soort kwaad, die kennelijk onvermijdelijk was, werd weer gecopieerd en zo vermenigvuldigd. Maar, realiseer je, dat zonder die fout het leven en de mens die hierover nadenkt, niet was ontstaan. Het kwaad in de wereld is niet alleen onvermijdelijk, maar ook noodzakelijk en vooral relatief. Opbouw (eros) en vernietiging (thanatos) horen bij elkaar, zoals alle mythen ook al heel lang leren. Ook in de bijbel is het verlangen naar kennis, naar groei en ontwikkeling, 'verantwoordelijk' voor de zogenaamde zondeval en de verdrijving uit het paradijs. == Computergedicht Goed, we maken een programma met behulp waarvan een computer gedichten kan schrijven. We maken het zo dat de gedichten origineel lijken - niet ¦ la Claus of Jellema. Dat is niet gemakkelijk, maar we laten de machine at random stijlkenmerken kiezen en misschien slagen we er zelfs in om de machine, zelf lerend, een nieuwe stijl te laten vinden. We bouwen kritische normen in, zodat de gedichten goed of mooi of ontroerend, treffend zijn. We bouwen zelfs een tijdmechanisme in waardoor het programma op bepaalde momenten een gedicht produceert, bijvoorbeeld na de confrontatie met een bepaald beeld of feit of een zin uit een roman of bericht. Daarmee bootsen we inspiratie na..., maar we bootsen die na. We kunnen de machine niet als een levende dichter laten besluiten om een gedicht te gaan maken. De machine heeft geen autonome wil. Moet de machine gevoel hebben? Moet een levende dichter gevoel hebben? Zei Nijhoff niet: 'Een dichter schreit niet'? Hij bedoelde natuurlijk niet dat de dichter niet gedreven wordt door zijn emotie, maar dat hij niet mag zwelgen in die emotie. Ken je het verhaal van de jonge dichter die een 'rakend' gedicht schreef over het verlies van een kind, terwijl de moeder die echt een kind verloor, een sentimenteel, drakerig 'ding' maakte? Maar ook dan kun je tegenwerpen dat de jonge man of vrouw zich kennelijk goed had ingeleefd, zoals een acteur op het juiste moment tranen produceert, terwijl de reden daarvoor alleen in het te spelen personage ligt. Kan een computer zich vereenzelvigen met 'een aardworm / onder het geweld / van winterkoning', zoals Dianne Soeters in een gedicht deed? Kunnen we ooit een robot maken die iets wil? We kunnen vast een robot maken die iets lijkt te willen. Een krab wil een mossel. Of gebruiken we dan het werkwoord als een metafoor? Zou ik niet preciezer moeten schrijven: de chemie van de krab stuurt een zoek- en herkenningsmechanisme aan dat hem naar de mosel laat bewegen. En dan nog wat ingewikkelder. Hebben we zelf overigens niet soms de illusie dat we iets uit vrije wil doen, terwijl de neuronen al gevuurd hebben en een opdracht naar betreffende spieren stuurden? Dit bleek uit experimenteel onderzoek. Wat weten we nog weinig van vrije wil, van onze eigen emoties, waarom en hoe 'diep' we lief hebben, waarom we een gedicht schrijven.
= Kitsch- AI
De film AI van Kubrick en vooral Spielberg is een nieuwe, maar weinig subtiele versie van het Pinokkio-verhaal: een jongetjesrobot wil een echt jongetje worden. Met fee en al. Maar wat een sentimentele, kitscherige variant, met alle clichÈ's die je kunt bedenken, waaronder huilende zogenaamde moeders, huilende jongetjes, sprekende teddyberen met zogenaamd nuchter commentaar, Moeder-Maria-mystiek, de Lourdesmaria, maar dan met vleugels en een toverstafje; stompzinnige feestbeesten, wraaknemende mensen die in een circus robots onthoofden of verbranden of met zuur overgieten, dit alles met het bekende saaie spirituele muziek-behang, ondergelopen Manhattan vanwege het smelten van de poolkappen... Wat sommige kijkers prachtig vonden: de sex-wijk en het circus - geef het volk brood en spelen! - was naar mijn smaak vervelend en duurde te lang, hield het verhaal op. De schepper van David komt niet uit de verf; hij verdwijnt net zo plotseling als Joe. De sex-robot Joe komt een beetje uit de lucht vallen. We zien hem overigens nooit in actie; dat zou de film voor veel kijkers maar ongeschikt maken. Hoe de verhouding is tussen het jongetje David en Joe blijft tot het eind onduidelijk. De pasjes van Joe zijn daarentegen te duidelijk en voorspelbaar. David is gemaakt met het vermogen om lief te hebben. Om lief te hebben? Of is hij zo geprogrammeerd dat hij 'hangt' aan zijn zogenaamde moeder? Zij vindt dat dan ook behoorlijk eng. Later gaat ze - waarom? - toch van hem houden, maar als haar echte zoon van een coma uit het ziekenhuis thuiskomt, zet ze David als een ongewenste kat in een eng bos, met teddybeer en al. Wat betekenen haar tranen eigenlijk? Overigens houdt haar echte zoon, die spoorloos uit de film verdwijnt, zijn nepbroer voortdurend voor dat hij maar een mecha is, tot verdriet van David. Verdriet? Hoe komt David aan verdriet? Hoe komt David aan het verlangen om een echte jongen te zijn? Als dat nu eens uitgelegd werd, zou het verhaal aan diepgang winnen, maar nee, het wordt voor vanzelfsprekend aangenomen, zoals zigeunerjongens huilen om hun situaties; dat wordt ook niet uitgelegd en het doet er niet toe waarom. Het gaat om sentiment, gemakkelijk te begrijpen sentiment. Het nepbroertje zet David aan tot het stiekem afknippen van een pluk haar van zijn nepmoeder. Later in de film wordt dat haar gebruikt, als clichÈ-aliens (lang en dun en een beetje mensachtig, maar doorschijnend) Davids 'liefdesobject' uit het DNA terugwinnen. De slotbeelden zijn suikerzoet: David in bed met zijn moeder en hij slaapt voor het eerst, net als een echte jongen. Hoe dat verder met die moeder moet - na tweeduizend jaar weer tot leven gebracht? Ja, dat was even te moeilijk. Einde film en gelukkig, want het heeft al te lang geduurd. Steeds weer dacht je als kijker: nu komt de aftiteling, maar nee, nog een slotakkoord en nog ÈÈn! = De neurologie van zelfbewustzijn (Dit is een vrije vertaling/bewerking van een artikel van V.S. RAMACHANDRAN (neuroloog) Wat is het zelf? Hoe roept de activiteit van de neuronen het gevoel van een zelfbewust mens op? Zelfs het oudste filosofische probleem zal waarschijnlijk moeten buigen voor de methodes van empirische wetenschap. Het lijkt nu in toenemende mate waarschijnlijk dat het zelf geen holistische eigenschap is van het gehele brein; het komt voort uit de activiteit van bepaalde groepen van onderling verbonden hersencircuits. We moeten echter achterhalen welke circuits precies zijn betrokken en welke hun functies zouden kunnen zijn. Het is het aspect van naar binnen gekeerd zijn van het zelf - zijn recursiviteit - dat het zijn bijzondere paradoxale kwaliteit geeft. Bewustzijn is voornamelijk geÎvolueerd in een sociale context. Er is een tweede parallel mechanisme geÎvolueerd in de mens om representaties te scheppen van eerdere representaties. Ons talent tot introspectie is in het bijzonder gevormd om betekenisvolle modellen van andermans breinen te ontwikkelen om zodoende hun gedrag te voorspellen. Iemand voelt jaloezie om andermans jaloezie te begrijpen en zo zijn gedrag te voorspellen. Vervolgens kan hij zijn eigen jaloezie beschouwen - en dat is zelfbewustzijn. Spiegelneuronen geven daartoe de mogelijkheid. Het zelf lijkt een eenheid; het bestaat in de tijd (het heeft duur); het lijkt controle te hebben over zijn acties (vrije wil); verankerd in een lichaam; het heeft waarde, waardigheid, wezenlijkheid. Ieder van deze aspecten kan beschouwd worden door diverse centra en verschillende delen van het brein. We geven aan deze activiteiten voor het gemak en uit gewoonte dezelfde naam. Spiegelneuronen (het netwerk waar zij deel van uitmaken) zijn in staat andermans point of view over te nemen; zij kunnen als het ware de gedachten van een ander lezen. Er lijken empathy-neuronen te bestaan; zij slechten de grens tussen het zelf en een ander. Deze vaardigheid is van groot belang bij het overleven. Wat wil de ander? Moet ik vluchten of nabij komen? Het kennen of begrijpen van andermans bedoelingen leidt ook tot imitatie, tot cultuur. Wat gebeurt er als je aan jezelf denkt? Je beschouwt je eigen gedachten en gevoelens, alsof je naar jezelf kijkt vanuit een ander point of view. Hoe doe je dit? De evolutie maakt vaak gebruik van al bestaande structuren om nieuwe mogelijkheden te maken. Zo waren aanvankelijk abstracties van visuele en spiergevoelige waarnemingen nuttig om deze op elkaar af te stemmen. Dit groeide uit tot conceptuele types van abstractie, zoals de metafoor 'greep krijgen op je zelf'. Eerst ontstond de mogelijkheid te reflecteren op andermans gedrag, daarna op dat van jezelf en toen onstond het zelfgevoel. Er ontstond bij mensen een verbinding met taalbegrip. Autisten hebben onvoldoende werkende spiegelneuronen en kunnen daardoor onvoldoende opmaken uit andermans gedrag en hebben moeite met introspectie. = Gerrit Krol publiceerde al in 1971 'APPI' (Automatic Poetry by Pointed Information; PoÎzie met een computer). In die tijd moest hij gegevens voor een programma nog aanleveren op ponskaarten. Het was heel duur om een naar verhouding trage computer voor je te laten werken. Inmiddels kunnen onze kleine laptops veel meer, maar goed, Gerrit liet zien dat het mogelijk was een machine poÎzie te laten schrijven, waarbij het voor lezers niet eenvoudig bleek om bestaande gedichten van erkende dichters te onderscheiden van geautomatiseerde produkten. Nu zijn er programma's die muziek kunnen componeren  la Bach, andere die geimproviseerde jazz kunnen spelen. Computers kunnen spraak 'begrijpen' ( er in elk geval naar handelen en wat is dan het verschil?); ze kunnen gezichten herkennen, voorraden beheren, een auto besturen, medische gegevens beoordelen. Er zijn computers die nieuwe programma's kunnen ontwerpen, die zichzelf kunnen verbeteren. Wat ze nog niet kunnen is perfect vertalen of een recensie schrijven. Kunnen machines ook nieuwe gedichten schrijven? We kunnen de machine volgens waarschijnlijkheidsregels mogelijke Ën mogelijk interessante volgordes en keuzes laten bepalen en als je hem voedt met de taal van alle grote literatuur (van Homerus tot Shakespeare, Goethe, Flaubert, Tolstoy en Iris Murdoch, Lucebert en noem maar op), dan kan hij gedichten schrijven, maar er blijft een beoordelaar nodig die zegt: dit is goede poÎzie of dit is onzin of triviale rommel. Kunnen we in de toekomst een programma (laten) ontwerpen waarbij je de machine laat beoordelen of er een goed gedicht is geschreven? Je voedt hem met duizenden volgens kenners goede gedichten en heldere besprekingen. Zou het programma door zelforganisatie criteria kunnen ontwikkelen, zoals vertaalcomputers keuzes leren maken die de toets der kritiek kunnen weerstaan? Met computers die duizenden malen intelligenter zijn dan alle poÎziecritici bij elkaar, moet het lukken een bevredigende beoordeling te maken. Wat kunnen juiste criteria zijn? Nieuwheid (verrassing), zowel inhoudelijk als formeel. = We hoeven de interne techniek van een rijdende tank niet te begrijpen - hoe de brandstof er in slaagt de tank te laten rijden of hoe de granaat op het juiste moment bij het doel aankomt en explodeert - als wij de tactiek van een aanval met een peloton tanks willen doorzien. Hoe tank A en D een omtrekkende beweging maken en een mitrailleursnest in de flank aanvallen, terwijl B en C recht op het doel afrijden en vuren. Zo hoeven we niet elke dendriet en elke interneurale verbinding te kennen als we willen weten wat het brein bedenkt. = 'Ich habe genug' laat Bach zingen in Cantate 82. Aan het woord is Simeon in de tempel als hij het kind van Maria, bij de voorgeschreven reiniging, veertig dagen na de geboorte, in de armen neemt. Hem was voorspeld dat hij het heil van de mensheid zou zien voor zijn dood. Bach laat hem zingen: 'Welt, ich bleibe nicht mehr hier, / Hab ich docht kein Teil an dir, / Das der Seele knnte taugen. / Hier muss ich das Elend bauen, / Aber dort, dort werd ich schauen./ S¸ssen Friede, stille Ruh.' Wat een wereld van verschil met de opvatting van Ray Kurzweil, die voorspelt dat de medische nanotechnologie al over 25 jaar in staat zal zijn ons leven naar believen te verlengen. In een discussie tussen een nu levende vrouw van 25 en haar 'counterpart' in 2104 laat hij zien hoe hij er over denkt. Er zullen nanobots (robots ter grootte van bloedcellen) in de bloedstroom komen, die in staat zijn giftige bacteriÎn, virussen en kankercellen te vernietigen. De nanobots kunnen van buiten het lichaam bestuurd worden door electronische opdrachten. Vandaag beschikken we al over neurale implantaten, zoals bij de ziekte van Parkinson, waarbij de paitiÎnt zelf nieuwe programma's kan doorsturen. In de toekomst zal gentherapie op die wijze mogelijk zijn, cellen kunnen vervangen, verjongd worden. Het verouderingsproces kan vertraagd of zelfs stopgezet worden. Nanobots zullen onze intelligentie kunnen verhogen. Uiteindelijk zal ons biologisch denken vervangen kunnen worden door niet-biologische denkkracht. En hoe zit het met onze persoonlijkheid? Die persoonlijkheid is een patroon van informatie, nu ook. Je lichaamselementen worden ook nu voortdurend vervangen. Je bent in vergelijking met vroeger al een aantal malen compleet vernieuwd, maar het patroon van je informatie zorgt voor continuiteit. Je bent nog die je was, toen je jong was, ook al heb je bepaalde karaktereigenschappen ontwikkeld of onderdrukt. Je geheugen is veranderd, je bekwaamheden zijn gegroeid of verdwenen; je ervaringen zijn vermeerderd, maar je persoonlijkheid, je kern, je 'zelf' verandert maar heel geleidelijk.
Sommigen zullen zeggen: je ziel is gelijk gebleven. Of is wat we ziel noemen een idee of een illusie, zoals volgens oude (Boeddhisme) en nieuwe (Dennett) opvattingen het ik een illusie is? == Alle productie en besluitprocessen zullen worden overgenomen door computers die het allemaal veel accurater en goedkoper kunnen dan mensen? Wat voor beroepen blijven er eigenlijk nog over voor mensen? Zullen computers nieuwe muziek gaan maken, nieuwe gedichten, schilderijen? Is het mogelijk dat machines echt creatief worden? Waarom niet? Ons brein is immers ook opgebouwd uit stof? De nieuwe, nu nog moeilijk voorstelbare, technologie zal alle nodige grondstoffen kunnen maken, honger uitbannen, oorlogen vermijden, ziekte, ja, zelfs de dood overwinnen. Kan de nieuwe intelligentie de grote filosofische vragen oplossen? Waar komen we vandaan? Waar gaan we naar toe en waarom? Wat is de zin van dit alles? Of blijkt dat een zinloze vraag? Een bloem bloeit, een mens groeit in bewustzijn. De toenemende versnelling van de technologische ontwikkeling gaat er voor zorgen dat mensen nog deze eeuw te maken krijgen met duizelingwekkende mogelijkheden, zoals zeer lang leven. Vooral de revolutie in de computerkunde - steeds snellere rekenapparatuur, goedkoper en onvoorstelbaar klein - heeft als resultaat dat mensen hun eigen biologie gaan overstijgen. Er zullen intelligente, creatieve computers komen. Daarnaast is er de nanotechnologie, die gebruik makend van supercomputers, met behulp van zogenaamde nanobots (zeer kleine robots) tot nu toe onbekende gegevens levert over de celopbouw en zelfs de DNA-structuur, waardoor onze kennis van de genen het mogelijk gaat maken ziektes te genezen en zelfs te voorkomen. Ook zal onze eigen intelligentie opgeladen kunnen worden. Al enige tijd geleden zijn er schaakcomputers gemaakt die de wereldkampioenen achter zich laten. Nu ook zijn wetenschappers er in geslaagd gezonde levende muizen te kweken uit tot stamcellen omgebouwde bindweefselcellen. Ze kunnen uitgroeien tot alle typen lichaamsweefsels de droom van de regeneratiegeneeskunde. De techniek waarbij door genetische herprogrammering van bindweefselcellen stamcelkweken werden gemaakt, was al enige tijd bekend, maar nu zijn Chineze wetenschappers er in geslaagd uit die stamcellen ook embryo's te kweken. De gekweekte muizen bleken normaal vruchtbaar. Inmiddels zijn er al honderden muizen van de tweede en derde generatie geboren. Volgens Ray Kurzweil is het tijdstip dat de menselijke intelligentie vele malen zal worden overtroffen door de kunstmatige, nabij. =
=
Anna Karenina heeft een modekwaal; zij is een hysterica. Het is de tijd van Dora, beschreven door Freud. Dit hoef ik niet uit te werken. Op internet vind je voldoende gegevens. Wat ik niet vond is een antwoord op de vraag waarom Tolstoy het boek die titel meegaf. Hij had het boek beter 'Liefde en (on)trouw' kunnen noemen. Het verhaal begint met de ontrouw van Oblonski, die zijn vrouw Dolly bedriegt met een gouvernante van zijn kinderen. Hij vraagt Anna zijn vrouw over te halen het huwelijk niet op te breken. Levin, een jeugdvriend van Oblonski, wil een jongere zus van Dolly, Kitty, ten huwelijk vragen, maar zij wijst hem af omdat ze een aanzoek verwacht van Vronsky. Deze wordt echter verliefd op Anna ( die getrouwd is met een saaie ambtenaar). Anna vlucht, maar Vronski komt haar achterna en zij beginnen een verhouding. Anna wordt zwanger en wil weg van haar man. Aanvankelijk stemt hij in met een scheiding, maar later, onder invloed van een bigotte, weigert hij dit. Anna is haar zoon uit hun huwelijk kwijt. Uiteindelijk vlucht Anna in zelfmoord, omdat zij veronderstelt dat Vronsky niet meer van haar houdt. Levin trekt zich terug op zijn landgoed, maar later ontmoet hij Kitty weer en zij trouwen. Levin is misschien de echte hoofdpersoon. Tolstoy laat hem denken over de zin van het leven en hij vindt dat uiteindelijk bij zijn geloof in God. Het huwelijk van hem en Kitty wordt gekenmerkt door trouw.
Wat mij vooral verbaasde was de wijze waarop Tolstoy vertelt: vaak heel samenvattend en snel over emotionele gebeurtenissen. Hoe iets afloopt moet de lezer zelf maar invullen. Dit geldt niet voor de zelfmoord van Anna, die vanaf het begin wordt voorbereid en die filmisch wordt beschreven. Evenmin voor haar ontmoeting met Vronski, voor de verloren wedren van Vronski, maar in het algemeen wordt veel weggelaten.
== 'Veranderend Licht' van Jens Christian Grøndahl gaat over onzekerheid wie we zijn. Volgens Michaël Zeeman is 'Grøndahl lezen (-) telkens opveren, getroffen door zijn formuleringen.' Ik vraag me af welke formuleringen hij bedoelt. Ik heb wel een vermoeden, maar het zijn juist die formuleringen die me irriteren door hun quasi-poëzie en -wijsheid. 'Hij zou willen dat hij kon zeggen dat hij weet wat hij doet, maar wie is hij om dat te weten? De man van gisteren of van morgen? Hij is geen van beiden. Het verleden verbleekt al, maar langzamer dan de toekomst gloort.' 'En haar ik? Kan ze dat ook achterhalen in haar zoektocht naar een onbekende oorsprong tijdens een oktobernacht in de oorlog, toen het zich terugtrok uit Vivians jonge schoot, de duisternis in, weg uit Irenes leven voordat het überhaupt was begonnen? In dat geval wenste ze haar oorsprong niet te kennen.' 'De bloemenranken en dunne, symmetrisch vertakte stengels voegen zich aaneen tot een patroon dat zowel logisch als natuurlijk lijkt.'
Als 17-jarige is Irene, de hoofdpersoon, gevlucht van haar moeder Viviane in Kopenhagen, naar Parijs. Daar ontmoette ze Martin, opgegroeid in een kindertehuis. Martin voelde zich ongewenst en heeft veel rondgezworven en de kost verdiend met eenvoudig werk. Hij wil Irene en zij vlucht voor hem, komt hem later in Kopenhagen weer tegen en laat zich overwinnen door zijn wil. Ze wordt verliefd op hem omdat hij het wil. Nu is ze 56 en heeft ontdekt dat Martin een nieuwe liefde heeft. Ze neemt het hem niet al te zeer kwalijk. Tenslotte heeft ze al jaren geen zin meer in hem. Bovendien heeft ze zelf een zomer lang een verhouding gehad met een jongere man, Thomas, die haar heftig begeerde. Irenen denkt: 'Ik heb in geen jaren van hem gehouden. Misschien nooit. (-) Nooit bestaat niet, en ooit was het voor altijd. Was het soms niet voor altijd? Of is het nooit voor altijd geweest?' Denkt Irene dit of laat de verteller haar dit denken? Het is een wat hybride perspectief. De verteller parasiteert op Irenen en laat haar denken wat in zijn kraam te pas komt. Zo eindigt hij het eerste hoofdstuk, waarin verteld wordt over Martins ontrouw: 'Ach gut, zit ze te janken?' 'Ik' en 'ze' wisselen elkaar af, maar we zien de gebeurtenissen vanuit Irenes point of view, zij het dat de verteller daar zijn commentaar stiekem aan vastknoopt. 'Als je geen ja kunt zeggen, heb je al nee gezegd.' Deze uitspraak is een leidmotief in het verhaal en het is van toepassing op zowel Irene als haar moeder. Dit zou Samuel, de musicus, de joodse jongen die Viviane nog net heeft bezwangerd voor zijn vlucht naar Zweden, gezegd hebben. Veel later, als Irene hem, haar echte vader, nu in de tachtig, in Wenen opzoekt, ontkent hij dat ooit gezegd te hebben. Bij de geboorte van Irene is haar tweelingbroer gestikt. Ze heeft het per ongeluk gehoord van een familielid. De roman eindigt als ze terugrijdt van Wenen, met de ooit gestolen cello, die haar vader haar nu terug laat bezorgen, met een onbekende passagier in de achterbak, een lifter die ze Duitsland insmokkelt. Ze luistert naar de muziek van Mozart. 'Het is aldoor hetzelfde begin. Het leven verandert constant, en er is geen plek ter wereld waar we thuishoren. Een begin heeft geen aankomst, geen eindbestemming. De hoop is dakloos, maar niet klein te krijgen, stromend onder een zonnescherm in het veranderende licht van de kalme waterspiegel. Naakt en fijngeslepen, glanzend van vochtige hars. Een hart van populier en spar, zo licht en iel dat het kan trillen en weerklinken van alles wat er passeert.' = DE Hop
De hop maakt een slordig nest. In vlucht is zijn vlinderachtige verschijning als vuurwerk. Hij fladdert met ronde vleugels over akkers en stenen muurtjes stort dan plotseling ter aarde. Bij verontrusting drukt hij zich tegen de grond en vliegt pas op wanneer men direct voor hem staat. Beweegt zich prikkend en poerend voort, ziet er slank uit en klein. Waar hij woont roept hij poe-poe-poe wat lijkt op de strofe van de ruigpootuil.
Roept ook een diep en hees sissend ah-ah-ah.
En toen wij de 'Buurtschap van de kale mannen' binnenreden zongen wij luid en duidelijk: 'De hop heeft een kuif en een slordig nest'! ==
Ik bekijk op YouTube 'Dirty Diana' . Ik weet niet wat ik erger vind: het uitzinnige publiek, het kinderachtige stemmetje, zijn idiote neus, zijn overdreven show, ..., maar in het slotbeeld wint het hysterische publiek met de omhooggehouden, brandende aanstekers, hoewel de wrede en narcistische trek om Michaels mond nog erger lijkt. == Iemand zei tot mijn verrassing dat het schrijven van poëzie gemakkelijker was dan het schrijven van proza, want bij proza moest je veel meer rekening houden met je publiek. Poëzie was vrijer; de lezer moest zijn best maar doen om het gedicht te begrijpen. De dichter kan zich dus onafhankelijker opstellen. Daartegenover staat dat hij wellicht strenger is voor zichzelf: elk woord moet passen, het gedicht mag niet redundant zijn, het moet verrassen, ritme en klank moeten passen bij de inhoud. == Elly Stegeman bespreekt op benno@galleries.nl een kunstwerk van Barbara Vandecauter. Het heet 'Even the future has her own memories' . Elly noemt het 'een mooie, onbestemde titel'. Mij lijkt het meer poëtisch-doenerij. Zelfs de toekomst? Bij uitstek de toekomst, zou ik zeggen, als ik me kan vinden in de personificatie. En heeft niet alles, eenmaal die personifivatie geaccepteerd, eigen herinneringen? Toch geen andermans herinneringen? Overigens lijkt het kunstwerk zelf, met rinkelend porselein, mij de moeite waard. == Eindelijk heb ik De Toverberg gelezen. Ik had het veel eerder moeten doen, maar goed, misschien maakt het boek nu een diepere indruk op me, dan als ik het als student had gelezen. Wat ik verhaaltechnisch zo bewonder - en het deed me vaak denken aan Vestdijk - was de bijna speelse afwisseling van filosofische en theologische en wetenschappelijke beschouwingen met 'spannende' belevenissen van de 'held' Castorp. En net als bij Vestdijk waren die gebeurtenissen verrassend en spannend, vlot verteld, zonder redundantie en je werd als lezer achtergelaten met je eigen gedachten. De verteller beschouwde niets na, ging opgewekt naar de volgende 'lering' In een nabeschouwing van Von Winter staat: 'In de school van De Toverberg heeft Thomas Mann geleerd dat het de plicht is van de kunstenaar zijn individuele , artistieke existentie secondair te stellen als het om de res publica, de publieke zaak gaat.' Maar niet zonder voorbehoud: hij schuwde propaganda en dogmatisch betweterij. In De Toverberg wordt kritiek geoefend, sociale en maatschappelijke kritiek. 'Troosteloos misverstand, dat van een kunstenaar partijpolitieke manifesten verwacht, waar hij een heel tijdperk de spiegel voorhoudt.' == 'Adieu auteursrecht, vaarwel culturele conglomeraten' is de titel van een boek van Joost Smiers. Hij vindt dat we het auteursrecht beter kunnen afschaffen. De doorsnee kunstenaar heeft er weinig aan: 90 % van het rechtengeld gaat naar 10 % van de kunstenaars. Grote ondernemingen verdienen er aan, maar zij hebben geen belang bij culturele diversiteit. Net als in de muziekwereld zal het verdienmoment gaan verschuiven: niet de tekst levert geld, maar het optreden. Veel schrijvers hebben daar echter weinig aan; ze zijn geen performers en willen dat ook niet zijn. Gaan we terug naar de situatie van vroeger? In de zestiende, zeventiende eeuw konden schrijvers in Nederland weinig geld verwachten van hun gedrukte teksten. De uitgevers betaalden weinig of er kwamen roofdrukken. Zelfs grote schrijvers als Vondel, Hooft en Huygens konden niet leven van hun geschriften. (Vondel moest tot op hoge leeftijd werken bij een bank van lening; Hooft had familiegeld en was drost van Muiden; Huygens was secretaris van de prins.) Schrijven wordt weer 'liefdewerk oud papier' voor de meesten. Sommigen, die in het pulletje vallen en die zich weten te profileren, verdienen geld met optredens.
== Twintig jaar geleden zei ik tegen mijn studenten dat hun kinderen geen of nauwelijks meer papieren boeken zouden lezen. Ze zouden een klein apparaat hebben, ongeveer zo groot en zwaar als een ouderwets boek, maar met de mogelijkheid om de letters groter te maken, om alle woorden en begrippen op te zoeken in een enorme wereld-encyclopedie. Het apparaat zou het mogelijk maken overal, ook op het strand te lezen, welke boeken men maar wilde. Je zou een bibliotheek in je vingers hebben. De luie lezers konden op de vloer gaan liggen, kussen onder het hoofd, en de tekst projeteren op het plafond, of met ogen gesloten de tekst laten voorlezen door een auteur naar keuze. Mijn studenten geloofden het niet. Het papieren boek zou volgens hen nooit verdwijnen. Verdwijnen? Nee, zoals de ganzeveer nog bestond, het leitje en de griffel, de schellak-grammofoonplaat, paard en wagen - alles bleef nog bestaan, maar als herinnering vooral, museaal. En de uitgevers? Die behielden hun functie als poortwachter, doorgeefluik, kwaliteitsbewaker. Nu zijn er al honderdduizend e-books te verkrijgen en de apparaten zijn al goed leesbaar in allerlei omstandigheden en ze worden steeds goedkoper. Men neemt al 300 boeken mee op vacantie voor elke stemming en doelstelling of situatie. Of dat zo'n voordeel is? We verzuipen in de mogelijkheden. Maar denk eens aan alle tv-kanalen die je thuis kunt ontvangen. Je maakt je keuze en laat alle andere mogelijkheden aan de anderen. Dit is de praktische, materiële kant van de zaak. Hoe gaat het verder met de literatuur?
De Finse schrijfster Monika Fagerholm zegt: 'Alle boekketens in Skandinavië zijn in Amerikaanse handen. (...) Als je uit een marginaal deel van Europa komt (...) zie je dat de beste boeken nooit in andere landen worden vertaald: ze verkopen niet. (...) Ja, de thrillers van Henning Mankell, die worden vertaald. Mankell is een goed mens, maar er zijn tienduizend betere Skandinavische schrijvers.' == Isolde
het hart naast de bloem, geel kroonblad rode randen, net als het hart, groeiend uit de groene steel met om en om groen blad
in de lucht sterren en een maan als een werpstok zwierend door de ongekleurde nacht en dan je naam in spiegelbeeld:
edlosi
je maakt op papier je beelden in kleur, vlot en zonder nadenken
daarna ga je denken: wat er mee doen?
je legt ze onder een houten blok buiten in een kast met jampot gleuf in de deksel en de tekst: tien cent Hoe men achter ideeën aanloopt: Susan Sontag schreef Against Interpretattion (1966), waarin ze pleitte vòòr (erotische) beleving van literatuur en tegen een analyserende benadering. Dat het één het ander niet uitsluit, werd door de talloze epigonen niet zo goed begrepen. Dat het achterhalen of duiden van de betekenis van een tekst van belang blijft en dat het alleen maar beleven van de tekst gevaarlijke, ongecontroleerde reacties kan oproepen, wordt door sommige critici niet gezien.
Heiner Goebbels, componist en regisseur, maakte 'I went to the house but I did not enter'. Hij zegt : 'Begrip refereert aan wat je al kent, niet alles verstaan is daarentegen enigmatisch en prikkelend.' Dat is waar, maar wil je niet ook iets duidelijk maken?
Hij zegt ook: 'Het ligt subtieler dan wanneer een acteur de boodschap zo in je gezicht brult.' Dat hoeft nu ook weer niet. Het ligt inderdaad subtieler.
'In het integratiedebat is de correcte boodschap vaak: wij zijn allen gelijk. Totale onzin; wij zijn allen verschillend en zullen elkaar misschien nooit begrijpen.' Wij zijn niet gelijk, wel gelijkwaardig. (Dit is niet nieuw.)
Toch moet je respect opbrengen. Wees voorzichtig met wat je niet kent, wellicht niet meteen begrijpt. En wijs het niet af.' Hierin zit toch de boodschap dat je de ander wilt begrijpen. == 'De kiezer heeft altijd gelijk': kent u die uitdrukking? De arbeiders die Wilders stemmen, zullen van een koude kermis thuiskomen, want de P.V.V. komt niet op voor hun vrijheid of welzijn of welvaart. De kiezers, nee, sommige kiezers lopen achter de mode aan. Het is dan ook een beetje onzin dat de socialisten zich nu onderwerpen aan een zelfonderzoek. Dat zouden bovenbedoelde arbeiders moeten doen. (Ik begrijp wel dat de uitdrukking betekent dat de politieke partijen zich maar hebben neer te leggen bij de feitelijk gemaakte keuzes.) Laten de socialisten toch niet hun huik naar de wind hangen. De wind gaat weer draaien.
--
De Triodosbank is uitgeroepen tot de meest duurzame bank van het jaar. Van wat? Van het jaar. Moet ik mijn spaargeld nu toch maar ergens anders brengen? -- De universiteit wordt populair. De Rijks Universiteit Groningen bestaat 395 jaar en viert feest op moderne wijze. Trompetgeschal klinkt bij het eredoctoraat van Hossein Sadjadi Ghaemmaghami Frahani, alias Kader Abdollah. Hij leerde Nederlands via 'Jip en Janneke'. Dat was goed gezien: de eenvoudige, zuivere taal van Annie M.G.Schmidt geeft snel toegang tot het alledaagse idioom. Later las hij andere Nederlandse auteurs en hij begon te schrijven in de voor hem nieuwe taal van zijn gastland. Met veel succes. Hij begon in 1993 met De adelaars (verhalen). Spijkerschrift (roman) (2000) werd een succes, maar vooral Het huis van de moskee (2005) werd een bestseller. Dit jaar is hij RUG-gastschrijver. En nu een eredoctoraat. Hij droeg deze onderscheiding op 'aan de twee belangrijkste personages van de Nederlandse literatuur: Jip en Janneke.' Wat? 'De twee belangrijkste personages van de Nederlandse literatuur. De media willen ook graag dat onze wetenschappers en politici 'Jip-en-Janneke-taal' spreken.
De RUG heeft het goed begrepen. In de feestelijke Nacht van Kunst en Wetenschap komen Ronald Giphart en Junkie XL de bezoekers vermaken. Nacht van wat? Van Kunst en Wetenschap. ----- Dichtregel Hoe komt iemand op het vreemde idee een pakje bakmeel tot stripfiguur te maken? Het gebeurde en tot mijn verrassing zag ik later in een zwembad een vrouw die sprekend leek op de stripfiguur. En nu zag ik een filmpje over een Rotterdamse vuilnisman, Zijn vrouw was ook vierkant en zij zat aan tafel te lachen met een vriendin die er niet minder blokachtig uitzag. Ze rookten en dronken en Jos, de vuilnisman, leek er niet toe te doen. Hij praat met een kleinzoon en daarin lijkt hij gelukkig. Later in de film kleedt de vrouw Jos in het net en strikt zelfs een das en ze zegt tegen het kleinkind: 'Zo, nou is hij geen smerige vuilnisman meer.' Weer later horen we van Jos dat het huwelijk ten einde is. Wat is er gebeurd? De gemeente Rotterdam heeft dichtregels op hun vuilniswagens laten zetten: allerlei bekende dichters leverden tekst. Er was een commissie die dat regelde. De commissie kwam op het idee om een wedstrijd uit te schrijven. Waarom zouden de vuilnismannen die dichtregels niet zelf kunnen maken? Vele mannen vinden dat onzin of gaan er van uit dat ze dat toch niet kunnen, maar Jos, die misschien toch al af en toe wat schreef, gaat de uitdaging aan. We zien hem ploeteren met een kladblok, met flauwe rijmpjes. We zien hoe collega's hem daarmee, tamelijk goedmoedig - tenminste wat we op de film zagen - plagen en hoe Jos zich terugtrekt. Er wordt geregeld dat Jos op bezoek gaat bij de baas van Poetry, Bas Kwakman. Deze geeft hem een stapel dichtbundels mee, maar Jos kan daar niet veel mee. Dan wordt een leeravond bij Anne Vegter geregeld en Jos wordt door zijn rechthoekige vrouw in het pak gehesen. We zien hem met Anne praten. Anne doet haar best; ze is aardig en aantrekkelijk, maar ze houdt afstand. En dan gebeurt het hartverscheurende. Jos komt tot inzichten en lijkt radeloos verliefd te worden op Anne. Hij ziet de onoverbrugbare afstand en de immense verschillen met zijn vrouw. Hij draagt later een gedicht voor over zijn vrouw; dat ging niet meer: 'het kruit was er uit'. Hij neemt afscheid van Anne en zegt: 'Ik gaat maar, anders blijf ik.' Ik zie hem gaan en denk: ach... nooit zul je Anne langer dan een avond kunnen boeien. Hij krijgt een eigen 'poepsnoeper' van de gemeente, wordt zelfstandig, bestuurt en ruimt en op dat vehikel met zuigslang staat die regel met Annes naam. Hoe kan dat? Of zei hij bij de deur Anne na? Was de regel al eerder door haar genoemd als voorbeeld. Is het niet gelukt met Jos? Zijn alle pogingen afgewezen. En hoe rijdt Jos dan nu rond met die 'poepsnoeper' en de regel van Anne? ----- Bianca Stigter schreef weer een mooi, verrassend stuk over kunst. (CS-NRC, 15-5) Zij citeerde de filosoof Dennis Dutton ('The art instinct'). Is kunst een adaptatie of een bijprodukt? Vergroot kunst de overleveringskans? Zijn antwoord is ja. We proberen via kunst in een ander binnen te dringen. Kunst als paringsritueel. Wat is in dit opzicht het verschil tussen kunst en kitsch? Dat is moeilijk uit te maken. Wat voor de ene partner kitsch is, is voor de ander kunst. Met kitsch kun je bij bepaalde en misschien meer partners beter binnendringen. Met kunst beperk je je tot kritische partners, die verrast willen worden door het onbekende. Bianca wil vooral verrast worden en daarom zoekt zij 'de schoonheid' 'buiten de kunst, bij dingen die niet alleen belangeloos beschouwd worden, maar ook belangeloos zijn gemaakt. De maker was niet uit op schoonheid, het is een bijprodukt' == Maria Barnas schrijft over een kunstenaar, die niet bij name genoemd wil worden. Hij heeft het te druk om aan promotie te doen. 'Ik lig niet op de atelierroute en ik heb geen netwerken.' Maria schrijft: 'Bij het uitspreken van 'netwerken' trekt hij een vies gezicht en begint met drukke gebaren een net van lucht te weven. Wanneer het is voltooid, smijt hij het in de hoek van de kamer en wrijft opgelucht in zijn handen. Wanneer hij niet kijkt, prop ik het net in mijn tas. Je weet nooit wanneer het van pas komt.' Kijk, denk ik, dat is poëzie. Die kunstenaar, die dingen maakt omdat hij ze moet maken en die geen acht slaat op erkenning, laat staan roem, dat is mooi, maar de reactie van Maria, die het niet bestaande net in haar tas propt, die ontroert me. Dat komt, denk ik, omdat ze doet alsof het net bestaat en met een averechts (en geestig) opportunisme zogenaamd handelt. == Bijl Poëzie moet geschreven willen worden, zij moet urgentie hebben. Men vraagt: 'wat is de dwingende noodzaak van dit gedicht?' Een kleine jongen antwoordde op de vraag waarom hij een gedicht had geschreven: 'Het moest er zijn.' Elke nieuwe generatie dichters met een manifest, een programma of een aandacht trekkende verklaring, een credo, stelt de eis van noodzakelijkheid. Poëzie mag geen versiering zijn, geen cadeautje, geen ijdeltuiterij. Erik Jan Harmens zegt in Trouw van 23-5-2009 dat hij poëzie wil die op geen enkele manier vrijblijvend is; zij moet zich aan iets committeren.Wie wil dat niet? Wie wil flauwekul-poëie? Nonsensgedichten mogen, die kunnen immers zeer committerend of zelfs confronterend zijn. Maar het wereldrecord langste gedicht, ja, dat is onzin. Of dichters die op de markt gedichten in een toeter roepen. Het publiek haalt zijn schouders op of denkt: 'donder toch op ijdeltuit'. Een kilometer kunst in de dorpsstraat en dan in een kerk drie dichters laten voorlezen; het braderie-publiek wil de kerk wel zien, maar wat doen die mannen daar? Erik Jan herhaalt het twee bladzijden lang: 'Ik wil poëzie die klaarblijkelijk geschreven moest.' Trapt hij open deuren in? 'Ik wil dat poëzie een reflectie is van de tijd waarin ze geschreven is' en dan noemt hij allerlei gebeurtenissen, grote en kleine, de brandende banlieues van Parijs, de moord op Pim Fortuyn tot 'de klacht onder mannen dat een Saab meer en meer op een Renault begint te lijken'. Urgentie? Het lijkt een beetje mode te worden onder dichters te zeggen dat ze vaak zo moe worden van gedichten, dat ze een hekel hebben aan poëzie. Menno Wigman zei het op zaterdag 23-5 in de Ruïnekerk in Bergen, een beetje misplaatst ter gelegenheid van de ARH-penning-uitreiking aan Hester Knibbe. Hij pleitte voor urgentie, voor de schok van het lezen en hij liet gedichten van Gottfried Benn horen, uit 1912, 'Morgue'. Benn was arts en schreef over het snijden in lijken. Dat is bekend. Hij liet het estheticisme los, wilde alleen nog eenvoudige rauwe expressie. Er zijn meer vormen van urgentie aan te wijzen, minder spectaculair dan het vinden van een nest jonge ratten, in het lijk van een jonge vrouw, maar misschien van meer belang.
Nieuwe bundel jeugdpoëzie: De Slootmeermin Slootmeermin
We hebben een slootmeermin maar ze heeft twee staarten aan haar hoofd. Ze vouwt haar benen met laarzen op in de blauwe schelp drijvend op het donkere water.
De jonge schoonheid beweegt haar schelp voort met twee stokken in haar handen.
Kleine slootvenus, gekleed voor de winter, omdat in de zomer de sloot droog staat. Daar gaat ze onder de brug: even onzichtbaar. - (zie verder onder 'Gedichten')
Op het station een meisje dat haar vriend of vriendin belt: 'Moet je horen... ik heb een boek gekocht... hoe vind je die?' Bij het verlaten van Grand, waar we een voorstelling zagen
van het RO-theater - een supermarkt met vijf klanten die spullen
zoeken en vrijwel woordenloos plotseling losbarsten in agressief
gedrag, terwijl de slachtoffers geen of nauwelijks weerstand
bieden, het maar laten gebeuren, wat deed denken aan Laurel en
Hardy die elkaar ook zo kunnen maltraîteren, een hilarische,
absurd-komische en ook treurig makende voorstelling - Op de voorkant van een zoals altijd modieuze bijlage van de
krant over WONEN, een jonge vrouw op een balkon in een ligstoel,
die een boek leest! Op een school in Oldehove, groep 7/8. De leerlingen schrijven
op mijn verzoek een gedicht voor SWET, een voorstelling bij het
Requiem voor een brug. Che volo con amor
Is het voorjaar of tijd? Tijd om te gaan? De oude meneer Landini is toevallig op deze bank gaan zitten.
Meestal loopt hij twee keer rond de grote vijver voor hij de
stad ingaat, maar vandaag scheen de zon zÛ licht dat hij
is gaan zitten om naar de kinderen te kijken en de kleur van
het gras. Een vreemde gejaagdheid wilde hij bedwingen. Hij wilde
tot rust komen en terwijl hij ging zitten, dacht hij: 'Blijf
maar even rustig. Je leeft nog. Geniet van het licht en de geur
van het water.' Meneer Landini knikt. Hij voelt zich op zijn gemak. Er komt
een jonge vrouw langslopen met een wandelwagen. Haar kindje zwaait
met zijn armpjes ongecontroleerd naar het water of de zon of
de bladeren. Wie zal het zeggen? Een plastic hoepel rolt in het
water. Een jongen probeert hem met een stok terug te halen en
als het lukt holt hij weer achter het draaiende ding aan. Turen in een vijver Als ik het woord 'vijver' in een titel gebruik, lijkt het te gaan om een vijver in het algemeen, maar ik bedoel natuurlijk een speciale vijver, één die tot mijn verbeelding sprak, die iets in mij roerde en ik wil dat de lezer geraakt wordt. Ik kan uitleggen hoe groot de vijver is, hoe diep, hoe de randen gevormd zijn, wat er in rondzwemt of wat er bloeit. Maar ik ben geen makelaar die een huis met vijver wil verkopen in bondige taal. Nee, in een gedicht is weinig ruimte voor allerlei praktische gegevens. De wet van isolering en concentraties (Vestdijk) verbiedt dat. Ik kan als titel bijvoorbeeld 'Vijver Villa Hadriana' gebruiken. Kijk, nu heb ik een speciale vijver en de lezer kan via Google zelfs binnen een paar seconden een afbeelding vinden, maar daar heeft hij niet altijd zin in of de computer staat in een andere ruimte. Ik zal de vijver kleur moeten geven. In de beschrijving kan dat gebeuren, mits die nadere aanduidingen ook geconcentreerd zijn rond wat ik met die vijver of rond die vijver wil zeggen. Vijver Villa Hadriana Het water is groen, zonlichtgroen Kijkt naar de overkant, niet naar de kleine Kijkt naar de gans, naar het wisselend Er staat een hij-figuur te kijken bij de vijver, naar de overkant, naar een beeld. Het beeld kijkt naar de gans en wil verlost zijn van de sokkel, wil zich niet meer overgeven aan bespiegelingen, wil dat er een eind aan komt. Er is nog een beschouwer: de impliciete auteur, die gedeeltelijk samenvalt met de kijkende man. Waarschijnlijk denkt deze aan keizer Hadrianus, die zich na een veelbewogen leven als strijder en imperator en cultuurbrenger heeft teruggetrokken in de villa. Hij is verstijfd en verlangt naar verlossing. Nu valt op dat de bijgebouwen donker zijn en dat het water zonlichtgroen wordt genoemd. Ganzen bewaken een domein, maar deze gans drijft tussen het beeld van de levende man en het beeld van de keizer (?). De gans zal opschrikken van het vallende beeld en wegvliegen. Het onbewuste leven wil niet weten van de dood en misschien moet de man in zijn overhemd met de opgestroopte mouwen èn de impliciete auteur, dat maar volgen. Vestdijk schrijft dat het gedicht zich isoleert: 'het geeft een stilstand te zien, een zwevende stilstand'. Poëzie concentreert op een klein bestek. Ook de herhaling, die schijnbaar tot omslachtigheid leidt, werkt mee aan de isolatie door de lezer iets in te prenten. De herhaling geeft een accent van geladenheid. Het gedicht is zowel beknopter dan proza als bloemrijker. Sommige details worden overmatig belicht. De zintuiglijkheid speelt een belangrijke rol. In bovenstaand gedicht gaat het vooral om visuele indrukken. Auditieve ontbreken; het is er zo stil als op een foto. De beknoptheid maakt poëzie strakker en stelliger dan proza, 'ja', zegt Vestdijk, 'zelfs zakelijker dan proza'. Er wordt meer weggelaten. Gebabbel is uit den boze. Poëzie mag niet redundant zijn; alles is informatie. In het gedicht is zo veel mogelijk informatie opgesloten, zonder dat deze uitgelegd wordt. Voor ongeduldige lezers is dat lastig. Zij storen zich aan wat ze onduidelijkheid noemen, maar als ze de moeite zouden nemen geconcentreerd te lezen en te herlezen, zouden ze een rijke ervaringswereld bloot leggen. Wat zich langzaam laat veroveren, geeft tenslotte een diepere beloning. Spookdeeltjes Het is vissen op spiering of op glasaal jagen door Maar gelukkig zijn er onnoemelijk ze vangen of tonen aan (Met dank aan Fred Luider)
Margriet van der Linden Vraag en antwoord Je kunt wel zeggen: wat is dat nou? denkt hij aan me of is hij me vergeten? ben je kleine Lynn, mijn kleine zeemeermin? En dat vind ik eigenlijk niet zo eerlijk tegenover haar! Als ik bij mijn moeder ben Ik hoop dat u hier ook wat mee kan. Vermeer Vrouw met balans Weegt zij de dood, weegt zij het leven Haar kort jakje staat open Zij wacht haar kind Opzij
De koolmeesman op een tak van de berk Zijn vronwtje deelt in zijn macht Laten de meisjes uit mijn klas Ik leerde Patricia de Martelaere kennen in 1989 door haar te lezen. Ik nodigde haar uit voor een literair festival. Ze kwam en logeerde in ons huis. Ze was zo mooi kwetsbaar, zo eenzelvig, schuw, maar tegelijkertijd warm en dankbaar voor een ontvangst zonder vragen of opgedrongen aandacht. Alle jaren daarna las ik haar romans en essays. Gisternacht is ze op 51-jarige leeftijd, gestorven aan een hersentumor. Volgens het Tibetaans dodenboek, dat zij bestudeerde, wordt 'de overledene in verschillende fasen en stadia na zijn dood geconfronteerd met beelden, gevoelens en neigingen uit zijn vroegere leven, waarbij hij telkens voor de keuze staat - als hij tenminste bewust genoeg is om nog maar te beseffen dat er een keuze is - zich erdoor te laten meeslepen of zich ervan te distantiëren.' Kun je je oefenen in sterven? Oefenen in sterven betekent, zegt Patricia de Martelaere, oefenen in veranderen. 'Om met verandering te kunnen omgaan en om zelf te kunnen veranderen is niet zozeer een inspanning nodig, als wel een groot vermogen om los te laten. Iedere verandering betekent, alles welbeschouwd, de dood van het oude ik, en wie zonder wrok, spijt of verbetenheid 'zichzelf' kan laten gaan,leert dus in het klein, hoe hij zal moeten sterven. Maar tegelijk leert hij natuurlijk ook, en zelfs in de eerste plaats, hoe hij moet leven. Want wat is leven anders dan het ondergaan - met zwier of met verzet - van een continue reeks van veranderingen? Oefenen in leven is oefenen in sterven. Leven en dood zijn complementair.' 'Het doel van het leven is hetzelfde als dat van de dood: de verlossing, de bevrijding van alle ballast die het bewustzijn vastketent. Want - dat is de onderliggende gedachte - het ware bewustzijn is niet dat van een concreet persoon met specifieke karaktertrekken en neigingen. In zijn diepste natuur is het bewustzijn onpersoonlijk, vrij van alle bindingen en dus leeg, maar tegelijk vol en ongehinderd. ' (Citaten uit 'Wereldvreemdheid', 2000)
-
-Nieuw schilderij
Nieuw
Nieuwe schilderijen
|
|
![]() |