THIS IS THE OFFICIAL HOMEPAGE OF REMCO EKKERS

OBSERVATIES

Last update 7-2-12

Voor schilderijen zie bij Google 'schilderijen remco ekkers'

Voor interviews zie ook http://interviewsekkers.blogsot.com

 

'Liefde als levenswet' (HRH in Ventspils) binnenkort als e-book in pdf-formaat, voor ¤5, giro 1186229

==

 

Wijntje er bij

 
 
Oude huizen opknappen, een artikel in LUX van de NRC. 'Afgelopen zomer ben ik met mooi weer de voordeur niet uitgeweest', vertelt Leontine (35). 'Ik pakte een fles wijn, wat glazen en liep via het dakterras naar de buren om samen van de avondzon te genieten.'
Caroline, niet klussend, in hetzelfde nummer: 'Zo hebben we in de keuken eenbarretje met Dave's pick-up erop. Als hij plaatjes draait, zit ik met een wijntje op de barkruk.'
Met een wijntje op de barkruk. En voeren ze dan ook een goed gesprek of wordt er zwijgend geluisterd?
 
Vinoo.nl is een social network/community voor wijnliefhebbers. Op de site kun je een profiel aanmaken, wijnen beoordelen en natuurlijk met elkaar in contact komen.
 
Carine, op een andere site (http://www.buddhaonheels.com/2011/09/wijntje-erbij) zegt : 'Wij (vrouwen van 30, 40+)  doen echter ook verkeerde dingen. Zo drinken wij teveel. Zegt men. Tenzij je leven zich afspeelt onder een steen, kan het je niet ontgaan zijn dat men (ik weet niet precies wie dat zijn) zich zorgen maakt over ons drinkgedrag. En dan bedoel ik niet een theetje bij de ochtend bam of een bakkie met de buuf. Met ons drinkgedrag wordt keiharde alcohol bedoeld. Wij hardwerkende al dan niet hoog opgeleide vrouwen lusten er wel eentje. Daar zit een probleem, zegt men. '
En: 'Geniet van het wijntje erbij, of van twee of drie wijntjes erbij. Laat je geen probleem of schuldgevoel aanpraten. Drink als je zin hebt en drink niet als je geen zin hebt. Simple as that.'
 
Z. heeft zijn bouwval laten verbouwen door Polen. Hij liet een goederenlift maken om niet alle trappen op en neer te hoeven sjouwen met boodschappen.  'Beneden zetten we de boodschappen erin voor de keuken en op de tweede vanaf de keuken gaat de prosecco naar het dakterras.
 
De thuiskok maakt een dikke wintersoep, presenteert 'een mosselgerechtje op toastjes. Glaasje sherry erbij? vraag ik. Traditie hè.'

=


Lucifers en lier

Wat is het verschil tussen 'Der Leiermann' van Wilhelm Müller en 'De Luciferverkoper' van Pinter?
Ze zijn beiden eenzaam en oud. Ze staan beiden vergeefs op een verkeerde plek. Niemand zal geld in het bakje doen, niemand zal lucifers kopen. Beiden lijken een bedreiging voor de waarnemer.
 
De muziek van Schubert  is buitengewoon treurig, melancholisch   en dreigend. Het lijkt of der Leiermann de dood aankondigt. De luciferverkoper is een vreemd symbool voor de vrouw van het echtpaar in Pinters 'A Slight Ache' (1958). De dichter vraagt of zijn gedicht door hem gespeeld mag worden. Zij haalt hem binnen, verzorgt hem, wast hem en lijkt haar gedoofde sexualiteit aan hem te ontvlammen. Haar man Edward heeft een beetje hoofdpijn. Hij is gefrustreerd en lijdt aan paranoia. Aan het slot haalt zij de oude man, die jonger lijkt te worden binnen en geeft haar man het blad met lucifers.
 
Geert van Boxtel schreef:
'Der Leierman is het laatste lied uit deze cyclus en het dramatische hoogtepunt van deze bizarre tocht. In de uiterst sobere pianobegeleiding is nog iets te horen van de melodie die de orgeldraaier speelt, terwijl hij blootvoets op het ijs staat. Deze orgeldraaier bevindt zich niet meer in onze wereld en de reiziger vraagt zich af: 'Wunderlicher Alter, soll ich mit dir gehen?' Schubert schreef zelf over dit lied: 'Das Zeug soll der Teufel spielen'. Ook de muziek lijkt afkomstig van gene zijde en Schubert legt eens te meer zijn eigen doods-angst of ­verlangen bloot. Een éénmalige tocht is tot een einde gekomen en de lente keert nooit meer terug'
De vertaling van Jan Siebo Uffen:
 
Ainzoam op de roemte
staait de liereman,
En mit stieve vingers
draait e nuveran.
Blode hozevöddels,
wupt hai om in d'snij,
En in t klaaine bakje
vaalt gain sìnterij.
Wel wil hier nou luustern,
wil hom aanzain hier?
En de honden graauweln
om de man zien lier.
En hai let hom tingeln,
t vaalt ja zo as t vaalt,
Draait, want mit zo'n liere
mag gain tied vermaald.
Wonderliek òlmaantje,
ook allain en klaain?
Wilst doe bie mien laidjes
aan de liere draaien?
===
 


Hemel

 

 
Hoe is het om als Jan Dismas Zelenka (1679-1745) altijd in de schaduw te moeten staan van een ander? Zijn grootse werk Missa Dei Filii is tijdens zijn leven niet uitgevoerd. Er zijn alleen handgeschreven partituren gevonden, terwijl afzonderlijke partijen voor instrumentalisten en solisten ontbreken. Hij werkte in de hofkerk van Dresden voor een karig loon. Na zijn dood mocht zijn werk niet meer worden uitgevoerd; het was eigendom van de hofkapel. Een vreemde situatie. Pas sinds 1970 wordt zijn muziek weer gespeeld, meer dan twee eeuwen later.
Nu hoorde ik zijn laatste mis in de kerk van Garnwerd; koor en orkest o.l.v. Christofoor Baljon, sprankelend, originele muziek.
Hoe zou Jan Zelenka dit vinden als hij er weet van zou hebben in zijn katholieke hemel? Een onzinnige vraag natuurlijk, want als die hemel zou bestaan zou hij opgaan in een veel volmaakter, eeuwige muziek.
Wat is het toch dat wij niettemin aan hem denken, hem eren en danken voor die prachtige muziek. Wat beweegt ons?
 
Alfred Döblin stond zijn hele leven in de schaduw van Thomas Mann, maar hij is geen minder schrijver. Wij kennen hem alleen van zijn 'Berlin Alexanderplatz', verfilmd door Fassbinder voor tv, met de onvergetelijke Barbara Sukowa als Mieze.
Döblin was ziekenfondsarts, maar moest vluchten voor de nazi's, net als Thomas Mann, maar anders dan deze kon hij niet leven van zijn pen en toen hij terugkwam naar Berlijn werd hem vaandelvlucht verweten. Men las hem niet meer en zijn leven eindigde in armoe en ziekte.
Nu is er eindelijk een lovende biografie geschreven. Ook hij zou, als deze bestond, in de katholieke hemel zitten, maar daar zou volmaakte hemelse poëzie klinken.
 
=
==


Irriterend gezoem

 
Jan Lauwereyns (1969) is een Vlaamse dichter die in het Nederlands en Engels schrijft. Hij woont, getrouwd met een Japanse, in Wellington (Nieuw Zeeland), waar hij zich als neuro-psycholoog bezighoudt met visuele waarneming en in het bijzonder met wishful seeing. Dat laatste wil zeggen dat wij de neiging hebben te zien wat wij willen zien. Dat is onschuldig bij het schijnbaar herkennen van een vriend die wij verwachten in een café, maar problematisch bij soldaten die een huis doorzoeken op zoek naar een bepaalde terrorist. Hij voelt zich daar in Wellington zo zeer thuis dat hij gezien wordt als een New-Zealand poet en publiceert in een van de tijdschriften daar. Het Nederlands bleef hij trouw omdat hij houdt van de taal en omdat sommige gedichten geschreven willen worden in het Nederlands, zijn moedertaal.
 
In Nederland werd hij vooral bekend door de uitgave van SPLASH, een uitvoerig betoog, waarin hij zich op overtuigende wijze keerde tegen de opvattingen van J.H. de Roder, die beweerde dat poëzie voortkwam uit betekenisloosheid en ook nu nog een neiging tot betekenisloosheid vertoont. Jan Lauwereyns liet zien dat er eerst betekenis is, dan taal, dan poëzie.
 
Wetenschap en poëzie: Jan Lauwereyns is niet de eerste die deze cultuurvormen in zich verenigt. Denk aan Vroman, Kopland, Wijnberg. Met Vroman ging hij in discussie op uitnodiging van 'Ons Erfdeel'. Is Lauwereyns als dichter even interessant en boeiend als als wetenschapper? Interessant ja, boeiend een stuk minder. Ik beperk me in dit stukje tot de vier muggenafdelingen, maar de andere gedichten bekoren me evenmin: de Japanse bruut sexuele teksten, de prozagedichten in 'Het grindpad van de waarheid'. Ik zie wel dat het geen onzin is en dat de gedichten met zorg zijn geschreven, maar ze raken me niet.
 
'Anophelia! De mug leeft' is zijn vijfde dichtbundel, meer dan 100 pagina's, met vele afdelingen. (Anophelia= malariamug) De titel is ontleend aan een samenspraak van twee Aziatische tijgermuggen, een overste en een soldaat. Hun rang blijkt uit een nummer: hoe hoger, hoe lager. De rapporterende soldaat heet 13101; de overste 131 en de hoogste is Hare Doorzichtigheid Mug 13. Geestig? Grappige humor, aan mij niet besteed. De muggen spreken in Nederlandse mensentaal vanuit muggenperspectief of beter: zij hebben uitdrukkingen waarvan wij mensen denken dat ze bij muggen passen. Mensen worden subjecten genoemd. 'ik vloog plankgas langs zijn linkeroor.' 'Blijf met je zes poten tegen de wand' (=blijf met je voeten op de grond of blijf nuchter) 'Wat heb ik zojuist zitten dansen? (= wat heb ik je duidelijk proberen te maken?) De ernst achter dit spel met irriterende muggen is waarschijnlijk: waarom zijn er muggen geschapen of waar komt het kwaad vandaan? In de drie cycli (dansen) van de muggen blijkt dat zij experimenten op ons uitoefenen, virussen op ons uitproberen. De soldaat moet zo wetenschappelijk mogelijk rapport uitbrengen: niet interpreteren maar rapporteren! Dat weerhoudt de dichter er overigens niet van de overste te laten zeggen: 'Termen als 'meanderen' horen thuis in landelijke poëzie. / Over bloed van koeien die grazen langs langzaam water. / Wij hebben andere dingen voor onze tuit.' De soldaat ontmoet een gewone huismug die hem aanzet tot insubordinatie, maar de overste trapt er niet in: 'Stel dat ik bij wijze van denkoefening. / Dat ik vliegwerkelijk tot mugverwisseling over wenste te gaan. / Hoe deed ik dat? Ik bedoel, technisch, praktisch, feitelijk?' Dit heeft betekenis, het is interessante taal, maar het is naar mijn smaak geen poëzie.
 
Jan Lauwereyns, Anophelia! De mug leeft, Meulenhoff/ Manteau, 2007. 111pp.

 

 

 

Vrouwenoverschot

 

 
'Vrouwenoverschot', kent u die uitdrukking? Het klinkt nogal materialistisch, economisch. De gedachte erachter is dat als er meer vrouwen zijn dan mannen, sex goedkoop wordt, want er is meer aanbod dan vraag. Hoe zit dat?
Vrouwen willen geborgenheid, intimiteit, een veilige omgeving voor hun kind; mannen willen hun genen doorgeven, zo veel en zo vaak mogelijk, dus willen ze op de eerste plaats sex. Als vrouwen nu hun best moeten doen om een man te veroveren, als meer vrouwen één man werven, kan hij zijn eisen stellen, zonder al te veel beloften.
 
Hier wordt niet gesproken over liefde. Het gaat hier om voortplanting of genot, atavistisch.
Mannetjes, vrouwtjes in het dierenrijk.
 
In onze samenleving zijn langzamerhand meer vrouwen hoog opgeleid dan mannen. Zij hebben gestudeerd, hebben een goede baan en denken nu aan kinderen, maar waar zijn de hoog opgeleide mannen? Die mannen willen sex zonder beloften en de vrouwen geven toe in de hoop op een serieuze relatie. Zo staat het in de NRC van het afgelopen weekend.
 
En de liefde? Zijn er nog mensen die een verbintenis aangaan omdat ze van elkaar houden? Zijn er nog mensen die het gevoel hebben dat ze bij elkaar horen?
 
Overigens zijn er ook vrouwen die zeggen: 'Het maakt niet uit of je partner een man of een vrouw is; je kunt verliefd worden op een mens, ongeacht het geslacht.'
Is dit een oplossing voor het probleem? Via spermabanken kan de man zijn genen verspreiden en de vrouwen hoeven niet meer ontrouw te zijn aan hun diepere gevoelens.

 

=




Alsof het voorbij is, Julian Barnes
 
Tony, die door Julian Barnes wordt opgevoerd als de afstandelijke, ironische, redelijk intelligente verteller van zijn eigen  levensverhaal, heeft de helft van het boek nodig om tot actuele gebeurtenissen te komen. Daarvòòr wordt samenvattend verteld. Zijn huwelijk, zijn carrière, zijn dochter, zijn scheiding: daar doet hij minder dan een bladzijde over. Meer bladzijden worden besteed aan de middelbare schooltijd, zijn vriendschap met twee jongens, die niet erg uit de verf komen en waar alter een derde bijkomt, die ook niet veel meer dan een schimmig personage wordt. Adrian is een briljante jongeman die onwaarschijnlijk wijsgerige antwoorden geeft op de vragen van zijn leraar geschiedenis. Die uitspraken zijn betekenisvol voor het verhaal, of het namelijk mogelijk is enigszins objectief historie te bedrijven. We hebben immers niet eens een correct beeld van onze eigen geschiedenis. Adrian gaat in Cambridge studeren. Tony moet het met Bristol doen.
'Alsof het voorbij is' is de Nederlandse titel. Het is nooit voorbij wat er is gebeurd, want latere opvattingen, visies , geven een compleet nieuw beeld van de particuliere geschiedenis. Veel pagina's worden besteed aan de relatie van Tony met Veronica, een nogal onaangename jonge vrouw die Tony aan het lijntje houdt. Tony wordt een weekend bij haar thuis ontvangen, wat hij zich later als steeds onaangenamer herinnert. De moeder van Veronica leek begrip voor hem te hebben en waarschuwt hem voor haar dochter. Vader en broer bejegenen hem spottend.
In deel twee is hij gepersonieerd. Hij denkt aan rust, maar dan krijgt hij een legaat van een notatris van de moeder: 500 pond en een brief en een dagboek van Adrian, dat nog in het bezit is van Veronica die het niet wil afstaan. Dan begint een moeizame poging dit dagboek of informatie over het verleden in handen te krijgen. Tony heeft ooit een uiterst gemene brief geschreven aan Veronica en Adrian die een verhouding kregen. De inhoud heeft hij verdrongen, maar Veronica stuur hem een copie. Zij zegt een aantal malen: 'Je snapt het gewoon niet, hè? Maar ja, dat heb je nooit gedaan.' Hoe Tony het zou moeten snappen, wordt niet duidelijk.
Uiteindelijk blijkt dat Adrian de moeder van Veronica heeft bezwangerd. Er is een geestelijk invalide kind geboren. Adrian heeft zelfmoord gepleegd. Dit alles is zo dramatisch dat Tony zijn gemoedsrust kwijt is.
Hij heeft ooit gezien hoe een vloedgolf bij Bristol het water van de rivier terugspoelde. Wat in zijn oude dagen gebeurt door de ontdekking van de zoon van Adian lijkt op een vloedgolg, een absurde beweging..
'The sense of an Ending' is de Engelse titel: een bitter gevoel. Tony wordt terug- en weggespoeld. Heel zijn middelmatige leven, zijn afstandelijke, ironische levenshouding blijkt van weing waarde. De wijze waarop Tony zich middels de auteur tot de lezer richt is bij nader inzien artificieel, koud en liefdeloos.
De positieve kritieken op het boek hebben mij niet overtuigd.

=


VSB Poëzieprijs 2012

Dat had ik niet verwacht: Jan Lauwereyns winnaar van de VSB Poëzieprijs 2012. Anne Vegter, goed, Willem Jan Otten, goed, eventueel Peter Ghyssaert, maar Jan Lauwereyns?
Ik ben vast niet de enige die verbaasd is. Zie Ron Rijghard in NRC van vrijdag 20 januari.
 
'Dat een dichter zijn bundel Hemelsblauw noemt, zoals Jan Lauwereyns, doet niet verwachten dat de poëzie minder duf wordt dan bij Spinoy. Maar de toon van Lauwereyns is behoorlijk uptempo, met tweeregelige strofes en korte regels. In zijn eerste van vijf reeksen, getiteld 'Parabel voorbij de regenboog', gaat het van patsboem: 'Bloedrood lawaai / Hemelsblauw verdriet // Zo ik die jij bent/ Zo jij die mij vormt // De dood, Murnau en het meisje / Else, de regenboog'. Grote geesten en grote emoties worden hier benoemd, indirect wordt gerefereerd aan doodsangst en doodsverlangen. De volgende strofe luidt: 'Wiskunde maal biologie / Alles en meer willen wij'. De lezer is op de eerste bladzijde.
 
Door de regel 'Een aster tussen de tanden geklemd' wordt duidelijk wie met de herhaaldelijk toegezongen Else wordt bedoeld. De aster is afkomstig uit de bundel Morgue (1912) van dichter-anatoom Gottfried Benn, die een hevige verliefdheid teweeg bracht bij Else Lasker-Schüler. Ze schreef schroeiende gedichten aan hem, met grote woorden, in hetzelfde amechtige tempo als Lauwereyns. In de vertaling van Menno Wigman: 'Achter bomen berg ik me / Tot mijn ogen uitgeregend zijn, // En houd ze stevig dicht / Opdat geen mens je beeld kan zien.'
 
Zo doorleefd en aangrijpend als zij kermt, zo hol galmt het roestvrijstalen idioom van Lauwereyns: 'Een zoutzandgolf / Op zwartgalligheid // Ik, hiëroglief / Jij, met de gouden vleugels'. Enzovoort. Het is massieve kitsch zonder een sprankje lucht, waarin de suggestie van 'hemelsblauw' louter effect is.  '
 
Komt het door juryvoorzitter Kathleen Ferrier? Maar daar waren toch ook Astrid Lampe en Esther Naomi Perquin?
Wat is daar gebeurd? Is men gevallen voor de combinatie wetenschap/biologie?
 
'het verweven van werelden en wereldbeelden, lef en stilte, combinaties van wetenschap en poëzie'
'De lezer kan actief deelnemen aan de processen van het denken en dichten, maar kan ook de bizarre, hemelsblauwe schoonheid van beelden en klanken ondergaan. '
Dit, uit het juryrapport, klinkt toch niet overtuigend?
' Hemelsblauw is een bundel die taal als voertuig hanteert  (N.B.!) om tot zorgvuldig opgebouwde gedichten te komen waarin ook zeker de emotie niet ontbreekt. (?) Een bundel waarmee de poëzie een nieuwe weg inslaat, die ons uitnodigt misschien wel geheel nieuwe horizonten te verkennen.'

=


Rimpeling
 
 
Langzaam trekt de rimpeling naar de overkant: herinnering aan mijn stap in het water en dan komt een golf terug, herinnering aan de botsing. Iemand anders stapt in en nu ontstaat een chaos van onleesbare herinneringen. Alles lijkt met alles verbonden. Hoe moeten we deze informatie begrijpen?
En je ziet heden en verleden in één, terwijl ook de toekomst zichtbaar wordt. Is er zo in de kosmos een eeuwig nu?
Gedurende het hele leven van het betreffende organisme of van een mens worden er, volgens de quantum/brein theorie, in ruime mate golfinformatie (waarschijnlijkheidsgolven/virtuele deeltjes) in het universele domein aangemaakt, die ten opzichte van elkaar "entanglement" vertonen en in de vier-dimensionale zin, op niet-lokale wijze, met elkaar verbonden blijven, ongeacht hoever ze ook uit elkaar raken.

 

=


Gooien

 
Een vreemde reeks van dromen gedurende drie nachten. We zijn stenen aan het gooien naar een klein popachtig meisje  dat in yogahouding in een kermistent zit. We moeten haar omgooien vanaf grote afstand. Ik heb vaag het gevoel dat er iets niet deugt, dat het gevaarlijk kan zijn voor het meisje. Ik gooi een kleine platte steen en realiseer me dat als deze met kracht tegen haar slaap komt, het fataal is voor haar en dat dat niet de bedoeling is. Het zou een spel moeten blijven. Spel? Wat is dit voor onzin? Pas de derde nacht dringt het echt tot me door. Ik zeg tegen R. dat we haar moeten vervangen door een pop, dat het gevaarlijk is wat we doen, dat we geluk hadden dat we steeds mis gooiden vanwege de grote afstand. We halen haar uit de tent en we zetten een pop neer en we schamen ons dat we zo laat tot inzicht kwamen. Hoe konden we twee nachten denken dat het een spel was?

=


Een man en een vrouw

 
 
Zij heeft lang haar, haar ogen zijn aangezet. Ze draagt oorbellen, heeft een ketting met kleurige stenen om haar blote hals. Onder de hals nog een flink stuk bloot tot de aanzet van haar borsten. Ze draagt een jurk, paars met lichte en donkere bloemen. De mouwen zijn bij haar polsen wijd. Tussen haar ring- en middelvinger klemt ze een papier, een programma, en tussen wijs- en middelvinger een krant. Haar nagels zijn gelakt. De zoom van haar jurk, onder de knie, laat haar onderbenen zien. Er is een licht golvende rand, mousseline. De houding van haar lichaam: benen uit elkaar, heupen iets naar voren, bovenlichaam naar achteren. Ze lacht, koket moet je dat noemen. Met haar rechterhand houdt ze het einde van zijn paarse das naar zich toe. Speels, plagend, goedmoedig.
Hij staat met een lange, groene jas, met donkerbruine kraag. De jas en zijn colbert staan open. Hij draagt een wit overhemd boven zijn pantalon en heeft dus een paarse stropdas, dichtgestrikt tegen zijn hals. Onder de kraag van de das een loshangende gestreepte sjaal. Hij heeft in zijn rechterhand hetzelfde partijprogramma. Hij staat rechtop, maar zijn hoofd is naar haar toegebogen. Hij kijkt haar onderzoekend aan: 'Wat wil je met me?' Afstandelijk, onverzettelijk, serieus.
Het gaat me bij deze beschrijving niet om een politiek standpunt. Het gaat me om het man-vrouw-verschil.
Hoe heeft men ooit kunnen volhouden dat het verschil klein was?

 

=
Vernieuwing?

Thomas Vaessens liet in 2006 in 'Ongerijmd succes' zien dat alle min of meer belangrijke literatuurbeschouwingen sinds de Romantiek vernieuwing belangrijk vinden. Je moet je als dichter in de avant-garde bewegen, anders doe je er niet toe. Ook al heb je niet veel nieuws te vertellen met je gedichten, dan moet je je op een agressieve manier gedragen tegenover de dichters die vóór jou bekend werden. Later, als jullie beiden zijn opgenomen in de canon kun je weer vrienden worden.
Je moet een beetje schreeuwen, op zijn minst polemisch zijn. Met genuanceerde oordelen word je niet gehoord. De gedragingen lijken in de loop van de tijd wat ruwer geworden: de Tachtigers hekelden de dominee-dichters, de Vijftigers hadden het vilein over 'niet meer dwalen in 'Parken en Woestijnen", de Maximalen (nu ja, die hadden wel heel weinig te vertellen) gooiden een emmer rotte vis naar een criticus.
Overigens maakt het niet veel uit want de gewone lezer trekt zich er weinig van aan. Hij leest geen gedichten, hij kent je niet, hij gaat zijn eigen gang. Alleen de kranten en andere media menen nog enige aandacht aan je te moeten besteden, uit een soort trouw aan het verleden, maar als Tonnus Oosterhoff de P.C.Hooft-prijs (de wat?) krijgt, verschijnen er kleine berichten, omdat het zo hoort, meent men dan nog, maar dan gaan we weer snel en veel schrijven over iemand die een liedje zong of met pijltjes gooide. Ook gestudeerde lieden vragen: 'Tonnus Oosterhoff? Moet ik die kennen?'
Ook de dood van een belangrijk muziekvernieuwer en dirigent krijgt heel wat minder aandacht dan de populaire tv-acteur. Maar wat zeur ik? Wie is er nu bekender en geliefder? We geven de mensen wat ze willen. Wou je soms beweren dat de dirigent belangrijker is dan de acteur? Elitaire klootzak!
Geheel in overeenstemming met de tijdgeest heeft de staatssecretaris van cultuur ­ ja, zo heet hij nog ­ de subsidie voor literaire tijdschriften afgeschaft.
Democratisering? Je kunt misschien spreken van verloedering als de samensteller van een nieuwe bloemlezing niet op de hoogte blijkt te zijn van de vorige generatie en dat ook helemaal niet erg vindt, het zelfs ongewenst acht. We moeten ons immers aansluiten bij de massacultuur, Idols, Voice of Holland en ander commercieel bedrog?

=


Radicaal CDA

'Ik ben niet links, ik ben niet rechts, maar recht door zee' zei R.Verdonk en ze maakte een triomfantelijk gebaar, rechts vooruit, door het midden.
Nu staat De Geus voor de microfoon, terwijl Ruth Peetoom beschermend en ook wel bezorgd toekijkt en Verhagen broeierig. Ze hebben geoefend, Peetoom en De Geus: hij doet zijn best met de gebaren. Eerst de handen naar voren, recht door het midden en dan naar links en rechts. Het ziet er niet overtuigend uit. Aart Jan zegt, als een slecht acteur: 'We kiezen radicaal voor het midden', zodat we met links en rechts kunnen blijven zaken doen, want we willen aan de macht blijven. We zijn een partij die rechts en links nodig heeft. Wij trekken aan de touwen: radicaal in het midden. De kreet is al eens gebruikt door Pechtold, maar dat waren ze bij het CDA alweer vergeten.
Hij zou ook kunnen zeggen: het CDA kiest nooit voor links of rechts, niet voor empathie of egoïsme, wij willen alle kanten op blijven kunnen. Radicaal voor het midden.Kiezen èn verbinden, vlaktax èn afschaffing aftrek hypotheekrente, maar we hebben onze handtekening gezet onder dit regeeraccoord en daar staan we voor. Dat heet betrouwbaarheid.

 

=

Verlangen

In 'Gerichte gedichten' schrijft Willem Jan Otten in een gedicht over de dood van zijn vader: 'Ik leerde missen'. Hij was elf toen zijn vader stierf.
Eerder gebruikte hij het woord missen zelfs in een bundeltitel: 'Het was missen op het eerste gezicht'. Het titelgedicht heet 'De intiemste zichtlijn' en het begint zo: 'Ik wilde jou en dat ik missen zou / wist ik al voor het begonnen was. / Jou willen is je missen.'
Hier wordt iets wezenlijks over de liefde gezegd: als je van iemand gaat houden, zul je hem missen als hij er niet is en hij kan natuurlijk niet altijd bij je zijn. Er is een leegte zonder hem. Je verlangt naar zijn aanwezigheid en ­ nu komt er iets vreemds ­ je verlangt ook naar zijn afwezigheid, want dan kun je naar hem verlangen.
Het geciteerde gedicht gaat over Penelope. Ze verlangt naar haar geliefde die al zo lang, twintig jaar, weg is, de vader van haar zoon, nu twintig. Ze was zelf twintig toen hij naar Troje voer.
In een eerder gedicht zegt Penelope: 'want paar ben ik alleen zolang / hij uit het duister van zijn wereldzee // mijn gissen kaatst, o, vreemdeling, sla terug, en sla, / tussen elke slag ben jij die ik verlang.'
In het verlangen is de vervulling gegeven; in de vervulling is het verlangen verdwenen.


Verlangen (Roken 7)

In 'L'être et le néant' ('Het zijn en het niet', vert. Frans de Haan) wijst Sartre er op dat de dorst een soort gemis is. Als je dorst begrijpt als een verlangen naar het opheffen van de dorst, naar een vernietiging van de dorst dus, moet je je ook realiseren dat de dorst op zich ook prettig is. Dorst zet aan tot handelen. Als we het eenvoudig houden in een voorbeeld: ik heb dorst, ik wil drinken en al drinkend verdwijnt mijn dorst, maar ik herinner me de dorst als iets dat een belofte inhield. Het is jammer dat de dorst weg is. Gelukkig komt hij vanzelf terug en kan ik weer drinken. Er is dus het verlangen èn de bevrediging ervan èn het besef dat dit zich herhaalt. Bij roken werkt dit proces perfect: een sigaret vervult het verlangen, maar versterkt tegelijk het verlangen. Het verlangen wordt nooit afdoende bevredigd. Er is sprake van een eeuwig verlangen. Dit geldt ook voor sexuele begeerte, die op zich zelf prettig, want belovend is en die zich nooit geheel laat bevredigen, alleen schijnbaar tijdelijk.
Ik herinner me nu dat ik als puber op de fiets stapte, verlangend om het meisje op wie ik meende verliefd te zijn, te zien of op zijn minst langs haar huis te fietsen. Onderweg ­ het was een aantal kilometers fietsen ­ zong ik een populair lied van die dagen, waarin haar naam voorkwam. Ik herinner me dat het fietsen en zingen, het onderweg zijn prettig was en al deel uit maakte van de bevrediging van mijn verlangen naar haar. Als ik om haar huis fietste, was het even 'over', terug op weg naar huis, voelde ik me blij om wat ik had gedaan, maar de volgende dag begon het weer te kriebelen. Wie kent niet zulke wisselende gevoelens, in andere variaties?
Volgens Epicurus  moeten we geen nieuwe verlangens kweken, want dat schept alleen maar geestelijke onrust. We moeten evenmin bederven wat we hebben door te verlangen naar wat we niet hebben. Brood en water en eenvoudige voeding is genoeg; we moeten zeker niet verlangen naar dingen die we niet nodig hebben en die ons alleen maar opnieuw en eindeloos laten verlangen.
Het verlangen heeft de neiging zich zelf in stand te houden; het is als een gevulde leegte. De vulling van de leegte leidt tot aanhoudende teleurstelling; we zeggen: 'Is dat nou alles?'


Roken 6

Inmiddels is roken ouderwets geworden, iets achterlijks zelfs. Wij, niet-rokers, kijken naar rokers met medelijden of zelfs verachting. Zij zijn paria's. Een groepje mensen dat kouwelijk op straat, onder een afdakje, of zelfs in de regen, staat te roken, gaat gebukt onder meewarige blikken van voorbijgangers. Soms worden die zelfs agressief: 'Ga ergens anders je giftige dampen verspreiden en niet voor ons kantoor, voor de uitgang van ons station!'
Niet-rokers kijken ook wel eens als antropologen met verbazing naar mensen die zuigen aan een wit staafje, en vervolgens uit mond en neusgaten grijze dampen blazen. Wat doen ze toch? Alsof het een vreemde, lagere soort is. Moeten wij betalen voor hun ziekenhuisopname? Zo wordt ook wel aangekeken tegen heel dikke mensen.
Volgens velen is het extra aantrekkelijk en spannend om te roken als je besloten hebt op te houden. Zeno vindt dat ook.
Aan de ene kant laat je zien dat je je niet zomaar de wet laat voorschrijven, door al die gezondheidsmaniakken, die moeders, die verstandige partners, zelfs niet door je zelf. Het is opwindend tegen het gezonde verstand in te roken. Het doorbreken van het verbod lijkt een daad van vrijheid.
Aan de andere kant voel je je slap om al die verbroken beloftes. Je voelt je een slaaf van een chemische stof.
Rokend maakte je ook deel uit van een cultuur, maar dat is steeds minder het geval. Het nonchalante rokertje in de mond van de filmheld is verdwenen. We kijken met verbazing naar Humphrey Bogart in 'Casablanca'. De rokende held, de rokende auteur, zij zijn onzichtbaar geworden. De pianist met een sigaret in de mond tijdens het oefenen van een pianoconcert is verleden tijd. Nu voel je je nog solidair met onbekenden in de pauze van een toneelstuk, buiten rokend en pratend op de stoep van de schouwburg. Je praat over je verslaving, maar het groepje heeft iets zieligs en dat voelen alle deelnemers aan het gesprek aan.

 

Tags ouderwets, schouwburg, Zeno
Categorieën Literatuur
Roken 5
14/01/2012 //
0

We kennen meer verstokte rokers in de Nederlandse letteren: Paul van Ostaijen, Anna Blaman, Simon Vestdijk, Hermans, en nog levend Connie Palmen.  Hermans schreef het verhaal 'De laatste roker', maar dat gaat over een bemoeizieke overheid, die alles onder controle wil houden, voor ons bestwil.
Xandra Schutte schreef een hilarisch stukje over een stopcursus in de krochten van het Victoria Hotel. Voor ¤325 zou je in één dag er van af worden gebracht,  met behulp van deprogrammeertechnieken uit de rationeel-emotieve psychologie. Leven met verslaving is leren leven met ongelukkig zijn.
Ze heeft het over 'verlangen in een dwangmatig keurslijf'. Het is haar niet gelukt om het keurslijf uit te doen.
Terug naar Sartre. In l'Etre et le Néant schreef hij over zijn pogingen te stoppen: 'Een aantal jaren geleden kwam ik tot het besluit niet meer te roken. Het was een moeilijk besluit, en eerlijk gezegd maakte ik me minder zorgen over het verlies van de smaak van tabak dan over de betekenis van het roken. Een gehele kristallisatie was ontstaan; ik rookte in het theater, 's middags bij het werk, 's avonds bij het eten, en ik had de indruk dat als ik op zou houden met roken, ik het theater zijn plezier, het avondeten zijn waarde en de werkmiddagen hun frisse vaart zou ontnemen. Elke gebeurtenis die ik zonder sigaret tegemoet zou treden, zo leek het me, zou fundamenteel verarmd zijn.'
Dit gaat ver. Liever dood dan een leven zonder tabak.
'Roken is het symbolische equivalent van zich de hele wereld vernietigend toeëigenen.'
De roker betaalt een hoge prijs. Sarte sprak over 'het brandoffer'.
Sartre ging stoppen. Hij miste 'de geur van tabak, de warme kop van de pijp tussen mijn vingers'. Hij dacht dat het niet-roken te verdragen was, maar hij onderschatte zijn verslaving.
Hij ging meer roken dan voorheen. Een dokter waarschuwde dat zijn benen geamputeerd zouden moeten worden als hij doorging met roken.
Simone was verontwaardigd toen hij zei dat hij niet meer zou stoppen.
Sartre was geen vrij mens, maar wel eigende hij zich 'de wereld vernietigend toe'.
Zijn existentialisme houdt in dat we onszelf vorm geven door te handelen; we zijn gedoemd tot vrijheid, maar in de praktijk van zijn leven was hij gedoemd tot verslaving.


Mild
0

Waarom is 'De hemel bestaat niet' van Jannetje Koelewijn zo goed?
Omdat het verhaal, hoewel historisch getrouw verslag van het leven van haar ouders, gestructureerd is als een roman. Zo houdt de vertelster aanvankelijk informatie achter, maar bereidt zij de lezer wel voor op de scheiding van haar ouders. Die scheiding is buitengewoon pijnlijk voor haar vader die zijn leven lang verliefd was op zijn Renske. De reden van de scheiding wordt niet toegelicht, al begrijpt de lezer door de gegeven informatie wel dat het autoritaire patriarchale gedrag van de vader en de depressieve aanleg van de moeder 'schuldig' zijn. De moeder van de moeder werd beknot in haar jeugd en huwelijk en de moeder van de schrijfster voelt zich onderdrukt door het optreden van haar man, hoewel hij haar liet leren, liet werken toen het van de overheid mocht, haar vrijliet in haar verlaten van de gereformeerde kerk en hoewel hij vaak kookte en voor de kinderen zorgde. De moeder lijkt ook slachtoffer geworden te zijn van de feministische mode. Als zij maatschappelijk werk studeert in Leeuwarden, dringen haar medestudenten er op aan haar man te verlaten. Zij vinden dat hij haar overheerst, terwijl de goede man denkt haar te vereren, maar ja, hij is opgevoed als een ouderwetse man en hij heeft doorgeleerd en promotie gemaakt. Hij voedt zijn zonen op met harde hand, zoals het hoort volgens de bijbel. Later blijkt, zonder veel woorden, zonder veroordeling, dat de broers van de schrijfster zich van de ouders hebben afgekeerd.
Wat het boek zo goed goed maakt is de vertelwijze, de onopgesmukte, heldere taal, zonder redundantie. Koelewijn laat veel aan de lezer over. Ze vertelt dat haar vader huilt en veel later begrijp je goed waarom.
Haar vader heeft haar toestemming gegeven alles te vragen en hij zal alles vertellen, ook wat je normaal niet aan een dochter vertelt. Of hij echt alles vertelt is natuurlijk de vraag, maar misschien vertelt hij alles voor zover dat mogelijk is.
Hoe het jongste zusje is behandeld door de moeder dat is nogal wat, maar zij gaat mee naar Parijs met haar ouders en de schrijfster en lijkt geen rancune te hebben, terwijl daar toch alle aanleiding voor lijkt te zijn. Blinde trouw van een kind, iets dat de broers niet meer kunnen opbrengen. Zij zeggen na lezing van het boek: 'Het klopt. Je bent nog mild geweest.'


Roken 4

Svevo, die altijd bleef roken, stierf door een auto-ongeluk. Dat bewijst niets. Overigens was hij niet erg gewond, maar zijn hart begaf het. Hij werd 67 jaar.
Het vervelende voor waarschuwers tegen roken is dat er mensen zijn die rokend zeer oud worden en dat er mensen aan longkanker sterven die nooit gerookt hebben.
Thomas Mann was ook een verstokt roker.   De firma Hagendorn & Söhne overwoog een sigaar naar hem te vernoemen. Dat was in 1925, een jaar na de verschijning van Der Zauberberg.
  In Der Zauberberg,  maken de longartsen maken geen bezwaar tegen het rookgedrag van hun tuberculeuze patiënten. Integendeel. De arts, Behrens,  ziet Hans Castorp roken en vraagt: 'Hoe smaakt de kruidenwikkel, Castorp? Laat eens zien, ik ben een kenner en een liefhebber. De as is goed: wat is dat voor een bruine schone?'
De neef, die een vlekje op zijn long heeft, rookt niet. Hans, die hem gezelschap komt houden voor een paar dagen, maar dat loopt uit in een jarenlang verblijf, krijgt te horen:
  'Ik begrijp het niet als iemand niet rookt ­ hij ontzegt zich toch, zogezegd, het beste deel van zijn leven, ontneemt zich in ieder geval een zeer eminent genoegen!'
'Als ik wakker word, dan verheug ik me er op dat ik overdag kan roken, en als ik eet, dan verheug ik me er weer op, ja ik kan wel zeggen dat ik eigenlijk alleen maar eet om te kunnen roken, ook al overdrijf ik daarmee natuurlijk een beetje.'
Tijdens het roken van een goed sigaar 'is men geborgen, dan kan je niets gebeuren. Het is precies zoals wanneer je aan het strand ligt, dan lig je aan de zee, nietwaar, en heb je verder niets nodig, geen werk en geen bezigheid.'
De roman speelt zich af in de hoogte, als het ware buiten ruimte en tijd en het roken versterkt het gevoel van zalig niets doen, maar tegelijkertijd kon je tijdens het roken je goed concentreren, goed nadenken, scherp schrijven, zo dacht men, in tegenstelling tot Goethe, veel eerder, die vond dat roken dom maakte, onkundig tot dichten en nadenken.
Vele intellectuelen werden in de vorige eeuw rokend afgebeeld. Van Camus is nauwelijks een foto te vinden zonder sigaret. Sartre rookte pijp en sigaretten.
Nicotine heeft zowel een verdovende als opwekkende werking.
Met nicotine verweren planten zich tegen vraat van insecten en planteneters. Het zenuwstelsel van veel insecten is  erg gevoelig voor het gif.
Roland Barthes, de literatuurtheoreticus en filosoof, leed in zijn jeugd aan tuberculose. Niettemin zag je hem steeds met sigaar of sigaret.
Tegenstanders van Barthes beweren dat het duidelijk is dat rokende filosofen in een nevel verkeren. Zij fantaseren meer dan dat ze helder nadenken. Mulisch-haters wijzen op zijn eeuwige pijp.


Roken 3

In  Oscar Wilde's roman The Picture of Dorian Gray (1891) zegt Lord Henry, die Dorian verleidt te leven voor het plezier: 'Een sigaret is een volmaakt voorbeeld van een volmaakt genoegen. Het is iets verrukkelijks en laat een gevoel van onbevredigdheid achter. Wat kan men zich nog meer wensen?'
Het geheim van de sigaret is dat hij je doet verlangen naar de volgende.  Je rookt en bij de eerste trekken denk je: ah heerlijk, maar daarna moet hij gewoon opgerookt en na kortere of langere tijd, dat hangt van je verslaving af, verlang je naar een nieuwe. Misschien heb je na de eerste van die dag gedacht: ik stop er mee. Wat is er eigenlijk aan? Maar na een tijd ben je dat vergeten en lokt de volgende.
Bij Italo Svevo is het roken geproblematiseerd.
Zeno zegt: 'Ik vind dat een sigaret een intensere smaak heeft als het de laatste is. Ook de andere hebben hun speciale smaak, maar die is minder intens. De laatste sigaret ontleent zijn aroma aan het gevoel van zelfoverwinning en de hoop op een naaste toekomst vol kracht en gezondheid. De andere hebben hun waarde omdat het opsteken ervan een soort demonstratie van eigen vrijheid is, terwijl de toekomst van kracht en gezondheid blijft bestaan, alleen wat wordt uitgesteld.'
'Om de absurditeit ervan te verminderen trachtte ik een filosofische inhoud te geven aan mijn manie van de laatste sigaret. Je zegt met een prachtige vastberadenheid: "Nooit meer!" maar wat blijft er van die vastberadenheid over als de belofte wordt nagekomen? Deze houding is alleen mogelijk wanneer het besluit hernieuwd moet worden.'
'Zou ik misschien zo aan de sigaret verknocht zijn geraakt omdat ik daarop de schuld van mijn onvermogen kon afschuiven? Maakte ik mezelf niet wijs dat ik, zodra ik ophield met roken, de ideale, krachtige persoonlijkheid zou worden die ik me voorstelde? Misschien was dit het wat me aan mijn verslaafdheid bond, want het is immers prettig te leven in de illusie dat men een latente capaciteit bezit?'
Uiteindelijk lukt het Zeno pas het roken te laten als hij erkent dat een gezond leven onmogelijk is. 'Het leven lijkt in zijn verloop een beetje op een ziektegeval; het kent hevige crises en perioden van langzaam herstel, met daarnaast de dagelijkse verbeteringen en verslechteringen. Maar het verschilt in zoverre van andere ziekten dat het altijd dodelijk is, daar is geen remedie tegen te vinden.'
Tegenwoordig staat er op pakjes bijvoorbeeld: 'Roken is dodelijk.'
De roker grijnst en zegt: 'Leven ook.'

 

 

Het verlangen is een wolf

Zeno Cosini is een zakenman in Triest. Hij zet op aanraden van een psychiater zijn herinneringen op papier, een advies dat ook voor minder literaire begaafden zeer nuttig lijkt. Het gaat niet alleen over zijn rookverslaving, maar ook over zijn liefdeleven.
Hij wil een beter mens worden, maar het blijft bij machteloze pogingen. Is het verlangen naar een sigaret te vergelijken met zijn verlangen naar volwassen liefde, naar onbederflijk geluk?
'Binnenkort zal er geen echte sigarettenroker meer bestaan,' schreef Théodore de Banville aan het einde van de negentiende eeuw. Dat binnenkort viel tegen, maar het is niet ondenkbaar dat over vijftig jaar het roken van sigaretten een merkwaardige gewoonte uit het verleden is geworden.
Wij zien nu tot onze verbazing allerlei personages in de film dampen en  het is nog niet zo lang geleden dat allerlei geïnterviewden op de tv voortdurend in een rookwolk gehuld waren. En hoevelen van ons herinneren zich leraren die schaamteloos rookten in de klas.
'Zijn tafel lag vol met boeken, in hoge stapels. Zijn dikke hoofd paste er nog maar net tussen. In zijn vuist hield hij een grote Havannasigaar, die heerlijk rook. Hij nam een trek, blies de rook uit en reciteerde, kijkend naar een blozend meisje: 'Echo, de praatzieke maagd, die maar eindeloos kleppert en babbelt, / ook als geen mens haar iets vraagt, als een beek die langs rotsblokken kabbelt, / Diende God Jupiter vaak, als hij vree met de nimfen der wouden, / want dan had Echo de taak om zijn vrouw op de praatstoel te houden.' (uit 'De Feeëntrein', uitg. Kleine Uil)
De leraar wiskunde rookte Roxy. Per les stak hij vier of vijf sigaretten op, inhaleerde diep en het merkwaardigste is dat ik me herinner dat hij af en toe hoestte en dat ik dat niet weerzinwekkend vond, integendeel.
Waarom heeft men eeuwenlang onbekommerd gerookt? Welke behoefte werd er mee bevredigd?
Théodore de Banville vroeg zich af waarom "al je energie te steken in het creëren van een verlangen dat niet bevredigd kan worden. Is het niet tamelijk dandyesk om je leven te geven aan een wreed, onblusbaar en compleet nutteloos verlangen?"
Eerst ging het om de sigaar, later triomfeerde de sigaret. Byron zong in zijn 'Sublime Tobacco':
Divine in hookas, glorious in a pipe / When tipp'd with amber, mellow, rich, and ripe;
/ Like other charmers, wooing the caress / More dazzlingly when daring in full dress;
/ Yet thy true lovers more admire by far / Thy naked beauties-give me a cigar!

Goddelijk in de waterpijp, glorieus in een van steen: / In een pijpje van amber, zacht, rijk en rijp; / Net als andere verleiders, strelend als bij een vrijage / Veroverendermetuiterlijkvertoon; / Maar uw echte liefhebbers bewonderen het meest
/ Uw naakte schoonheid  -geef me een sigaar!
=====


Het niet te stillen verlangen

'Over het verlangen naar een sigaret' van Kopland eindigt met de regels:
'Het verlangen naar een sigaret is het verlangen zelf.'
Wat betekent dat?
Dat het verlangen naar een sigaret zo groot is, dat het het verlangen zelf genoemd kan worden?
Of is het een onbegrijpelijke uitspraak, die de schijn wekt een welomschreven betekenis te hebben?
In het gedicht staat ook: 'Ik herinner mij iemand die altijd
als ik iets zei dat ze niet begreep
antwoordde: op zich is dit heel intrigerend.'
De reactie van de zij is een uitvlucht of een uitstel. Soms lijken uitspraken heel zinvol, maar zijn ze onzin.
Kopland schrijft in hetzelfde gedicht:
'God kan ondoorgrondelijke dingen met ons doen
dankzij het feit dat hij niet bestaat
en zo kunnen ook ondoorgrondelijke dingen
worden beweerd dankzij het feit
dat ze nergens over gaan.'
Sommige uitspraken zijn zinloos, omdat ze nergens over gaan, alleen maar de schijn wekken betekenis te hebben.
De uitspraak over God is afdoende. Het is onzin in hem te geloven, ook al begrijpen we niets van de wereld.
Het gedicht begint met een begrijpelijke vraag:
'Ken je het verlangen naar een sigaret,
naar die gelukkige tijd dat je nog rookte?
Niemand begrijpt dit verlangen behalve ik.'
Het verlangen is zo sterk dat de ik denkt dat alleen hij het begrijpt. Hij kan zich niet voorstellen dat de uitspraak van iemand anders, die ook was gestopt met roken, even betekenisvol is.
Zoals ook pubers kunnen zeggen dat hun gevoel van wederzijdse liefde zo sterk is dat niemand dat kan begrijpen. Hun liefde is uniek.
Het verlangen naar een sigaret is voor ieder uniek. Het verlangen krijgt een mythische dimensie. Het verlangen is diep en overheersend. Het dringt door tot de ultieme zingeving, zo sterk dat het leven zonder de bevrediging van het verlangen zinloos lijkt. De persoon die heeft besloten niet meer te roken verliest zijn lust om te leven, hij denkt dat hij beter dood kan zijn.
Tegelijkertijd is er het feit dat het verlangen wel bevredigd kan worden, namelijk door een sigaret.
Zeno, de hoofdpersoon van de roman 'Bekentenissen van Zeno' van Italo Svevo, lost dit op door telkens een laatste sigaret te roken.
Hij weet als geen ander, denkt hij, dat elke sigaret alleen maar het verlangen oproept naar de volgende, dat geen sigaret het verlangen bevredigt, zoals elke kus het verlangen naar een nieuwe kus oproept. Het verlangen naar nicotine of liefde houdt zichzelf in stand. Bij liefde is dit evolutionair zinvoller dan bij nicotine. Bovendien dooft het verlangen bij liefde, jammer genoeg, langzamerhand, terwijl de zucht naar nicotine eerder sterker lijkt te worden. Tragisch is dat juist de nicotine (en de teer van de tabak) zo ongezond is.


Niks onschuld

Er wordt aan nogal wat ritsen getrokken in de Midzomernachtsdroom van Theu Boermans. Fellatio is in op het Nederlands toneel. Zelfs het meisje Hermia, verliefd op Lysander, tegen de wens van haar vader, die zich door haar geliefde laat overhalen naar het bos te trekken om Athene te ontvluchten, laat zich gaan. Nogal onwaarschijnlijk, want eerst wijst ze haar geliefde een plaats buiten haar slaapzak. En dan later zich overgeven aan pornobeelden: de man die het hoofd van de vrouw naar zijn pik trekt en dan aan haar haar sjort om dieper haar keel binnen te dringen?
Shakespeare speelt een duivels spel met de liefde. Hij laat door de betovering de paren in een irrationele rondedans elkaars trouw breken als dunne takjes. Hij laat de machteloze begeerte zien en gebruikt Puck als een vileine Cupido.
Theu Boermans maakt van het stuk vooral een klucht, daarbij geholpen door het weergaloze spel van Pierre Bokma, die Bok speelt, Pyramus in het spel in het spel. Jelle de Jong als Pikkie, de muur in het spel van de handwerkslieden, hier technici geheten, kreeg in de Groningse schouwburg een open doekje voor zijn komische (panto)mimiek. Het spel van de leeuw en de maan en de muur en de spleet nodigt natuurlijk uit tot een klucht, maar ook de verhouding tussen hertog Theseus, nee Oberon en Puck wordt neergezet met allerlei slapstick-momenten. De vader van Hermia die zijn vaderlijke macht wil uitoefenen door zijn dochter te dwingen in een ongewenst huwelijk, is later, bij de bruiloft hilarisch dronken. Hij struikelt van het trapje naar de zaal af, even overtuigend als de vrouw in Oklahoma. Dat wordt ook even een trend?
Waarom die vergissing? Omdat Theseus en Oberon door dezelfde acteur worden gespeeld. Net als Hippolyta en Titania, de koningin der elfen, gespeeld door één actrice. Boermans wil daarmee de spiegeling van dag- en nachtleven tonen. Hij laat ook Puck en Philostrates, de ceremoniemeester aan het hof spelen door dezelfde actrice Antoinette Jelgersma.
Onschuldige romantische liefde? Shakespeare laat er weinig van heel. Macht en geilheid, daar gaat het om.
Toch laat Boermans ontroerende momenten zien: als Titania wanhopig verliefd is geworden op de ezelskop en zij zijn snuit streelt en ook als Hippolyta Bok ziet spelen en opstaat van haar zetel in de schouwburg en hem wil kussen en ook hij overmeesterd lijkt door een vreemde herinnering. Hij als ezel en zij als Titania. De orde van de dag even verstoord door de anarchie van de nacht, stad en natuur.
Puck zingt aan het slot ontroerend èn bitter: 'Zul je morgen bij het wakker worden nog van me houden?'


Wij zijn gelijk

Tien eeuwen geleden, aan de andere kant van de wereld, maar hetzelfde observatievermogen en dezelfde 'poëzie':
'Op een keer, zo rond de negende maand, had het een hele nacht geregend, maar tegen de ochtend klaarde het op en stond er een stralende zon. De planten in de tuin waren doornat van de dauw ­ een prachtig gezicht. Op de hekken van bamboehout en aan de dakranden hingen nog enkele spinnenwebben die ongeschonden waren gebleven. Al waren ze nat van de regen, ze glinsterden als snoeren met witte parels ; het was zó mooi dat het me recht naar het hart greep. Toen de zon wat hoger was geklommen, smolt de dauw. De takjes van de hagi (lespedeza; Japanse struik met roze bloemen) en alle andere planten, die tot dan toe een zware last hadden gedragen, sprongen op zonder dat iemand ze aanraakte. Ook dit was wonderlijk om te zien, maar toen ik het aan anderen vertelde, bleek niemand geïnteresseerd, wat ik ook weer wonderlijk vond op zichzelf.'
(Uit 'Het hoofdkussenboek' van Sei Shonagon) (Bloemlezing Jos Vos)


Syntropie

Edmund Burke: 'De maatschappij is niet alleen een samenwerking van de levenden, maar van de levenden, de overledenen en de nog niet geborenen.'
De laatste groep is interessant: hoe kunnen de ongeborenen deel uit maken van de maatschappij? Dat kunnen ze omdat ze leven in de verbeelding van de levenden, omdat de levenden hun gedrag laten bepalen door de toekomst.
Mijn handelen kan doelgericht zijn; ik laat zo de toekomst mijn nu bepalen. Ik ben op weg naar de tijd waarin alles heel wordt.
De bekende uitspraak is: uit het verleden komt het heden, uit het nu wat worden zal. Maar de vorige zin zegt dat de toekomst het heden bepaalt.
Retro-causaliteit?
De causale tijd regeert in verspreidende, uiteengaande systemen, bijvoorbeeld ons uitdijend heelal. Daar heerst entropie; alles valt uiteen. Een glas valt altijd kapot, nooit heel. De tijd gaat vooruit, van het verleden naar de toekomst.
De retrocausale tijd regeert in verdichtende, samenvallende systemen, bijvoorbeeld zwarte gaten. Daar gaan gevolgen vooraf aan oorzaken. Daar heerst syntropie; de 'dingen' worden heel. De tijd loopt terug, gaat van de toekomst naar het verleden.
Supercausale tijd: hier is een balans tussen uiteengaande en samenvallende krachten. Verleden, heden en toekomst zijn tegelijk aanwezig: een eeuwig nu.

 

Vooruitblik?

Lang geleden ­ ik was zeventien ­ schreef ik: 'verdroom / want niets zal je / nog weerhouden'.
Vannacht doemden die regels op vanuit het onderbewuste.
Begreep ik destijds die regels? Nee, ze kwamen toen, dat weet ik nog wel, uit het niets opdoemen, dat wil zeggen: ik keek naar een schilderij van een jonge schilder, een collega van de even jonge Rudi van de Wint, die toen nog knappe, maar zoete bloemstukken schilderde. Op het schilderij van de ander was  een groen bos, paarse kleuren, een zwaan, een danser. Het gedicht was nogal onzinnig: ik somde op wat op het schilderij te zien was en verkondigde dat dat alles 'nu verzonden' was. In de derde strofe stond ook een opsomming van andere elementen uit het schilderij, en die begon met 'jou rest nu'. Waarom sommige elementen verzonken waren en andere nu restten, was en bleef onduidelijk. De vierde strofe was een herhaling van de eerste.
Ik verbaas me nu ook over de regellengte. Waarom niet: 'verdroom, want niets zal je nog weerhouden'?
En wat betekende dat gebod?
Wat betekent het nu, nu de woorden weer opdoemen? Is het een afscheid? Maar nee, denk ik, er zijn voldoende 'dingen' die me weerhouden van het verdromen.
De tweede strofe was: 'de gele zonnegloed / in het groene volkwoud / de paarse springdecors / de korte klankmuziek / de donderende woordenval / zijn nu verzonken'.
De derde: 'jou rest nu / oker licht / in vaag blauw bos / een stervende zwaan / zijn zieke hals / de ranke danser / zijn vrome knie / een weense wals / een zoet sonnet'.
Wat me nu opvalt is het vitale van de tweede en het moede van de derde strofe.

=


Poëzie?

In de Poëziekrant, nr.8, dec.2011 staat een interview met Hendrik Carette, Westvlaams dichter.
Hij spreekt onder andere over Joke van Leeuwen in een gedicht in zijn jongste bundel 'Een zeemeermin aan de monding van het Zwin'. 'Een niet zo geniale en niet zo geestige dichteres' en 'Ja, laat haar maar leuk haar ding dong doen, / zolang ik maar niet hoef en zij niet jokt en lokt en ik niet moet geeuwen.'
Dit is een citaat uit een gedicht, al lijkt het eerder een fragment uit een column. De interviewster, Sofie Rycken, suggereert dat de dichter meer denkwerk van een collega verwacht. Het werk van Joke van Leeuwen is Carette te 'leuk'.
Zouden de andere gedichten van Carette wel poëtisch zijn?
De in het blad afgedrukte gedichten geven daar weinig hoop op. Carette blijkt een erudiet lezer en reiziger die veel verwijzingen in zijn gedichten stopt. Hij houdt van beeldende kunst, bijvoorbeeld van de expressionist Emil Nolde.


Een verloren paradijs


bij het gelijknamig schilderij van Emil Nolde uit 1921


De man is een demonische naakte baardaap en hij loert naar de naakte vrouw
die naast hem als een verschrikte vrouw haar lompe hompen vlees vertoont.
Beiden zitten als gedwongen dwergen bij de hoge gepunte paal van een penis
die door een groengouden bijbelse slang wordt omwonden en beklommen.


Man en vrouw zijn gedrochtelijk gezwollen door de boom van de levensdrift
en de voeten van deze twee verweesde wezens zijn vlezige hoeven of klompen.
Haar bleekblauwe angstige ogen werden opengesperd aan een Deens zeestrand.
Zijn ogen werden zwartgeblakerd in een hut op de Duitse heide na een veenbrand.


Dit is toch weinig meer dan een, zij het persoonlijke en indringende, beschrijving van het schilderij. De assonanties en alliteraties maken het niet poëtisch.
Carette houdt ook van desolate landschappen. Over Groenland schrijft hij, naar aanleiding van een documentaire over afkalvende gletsjers.

Een witte Groenlander

Geen wit is zo verblindend wit als het reflecterend wit
van een ijsberg die van Groenland naar het zuiden drijft.
Bij nacht is hij haast fluorescerend en schuift als een Titanic
doorheen de donkere oceanische oorden van het noorden.

Bij dag vaart het prachtige gevaarte mijlen en zeemijlen
ver en mindert dan vaart tot het onzichtbaar smelt en verdwijnt.
Hoe lang kan zo'n witte Groenlander bestaan en hoe diep
schuilt zijn zwaartepunt onder de spiegel van dat zwarte water?

Ook hier de nadrukkelijke rijmvormen, die je, dat is waar, niet zo gauw in een journalistieke beschrijving zult vinden. Wel de voor de hand liggende vergelijking met de Titanic, die echter vals is.
Maar poëzie? Joke van Leeuwen lijkt me heel wat poëtischer.

=

Lachen en liegen

We lachen om de Noord-Koreanen die zo veel geloof lijken te hechten aan de grote leider, maar in Amerika wordt nog steeds geleoofd in de zegeningen van de Irak-oorlog, terwijl voor elke buitenstaander duidelijk is dat 1. de rechtvaardiging van het binnenvallen vals bleek (geen massa-vernietiging-wapens); 2. de opvatting dat het westen wel even democratie kon brengen, ook voor het hele Middenoosten, een illusie bleek; 3. het volk in Irak kennelijk een sterke leider nodig had, zij het liefst minder wreed dan Saddam.
Ook de Nederlandse regering loog en bedroog.
Op kleinere schaal en op andere terreinen gebeurt het nu weer. Rutte c.s. liegen over het niet aanpakken van de hypotheekrente aftrek. Ze zullen het niet toegeven, maar in 2012 gaat op de een of andere manier het heilig huisje van rechts eraan.
De staatsecretaris van natuur en milieu bedriegt en liegt; de minister van volksgezondheid liegt en bedriegt.
De bankiers liegen en bedriegen en wij maar lachen om die stomme Noor-Koreanen, die hun leider kaviaar laten eten, terwijl zij honger lijden.
In het rijke democratische westen moeten steeds meer mensen gebruik maken van voedselbanken, terwijl de geldmanagers baden in weelde.
=

Tweet


Wij hebben in Nederland een koningin. Goed, dat is  een beetje vreemd in de 21ste eeuw, maar in de ons omringende landen hebben ze ook nog zo'n instituut. Nu hebben wij het geluk dat de vrouw die door erfelijke belasting deze rol vervult, intelligent, bekwaam en verstandig is. Het is te hopen voor haar oudste zoon dat zij nog jarenlang de functie kan uitoefenen en dat tegen de tijd dat zij echt te oud wordt of sterft, onze regering zo verstandig is het instituut af te schaffen. Zij, Beatrix, houdt elk jaar een toespraak ter gelegenheid van het kerstfeest en kiest haar woorden zorgvuldig om niemand te kwetsen. Zij zegt bijvoorbeeld: "Wie de wereld wil veranderen, moet nu eenmaal beginnen bij zichzelf." Zij vindt dat we de toekomst veilig moeten stellen. We moeten de natuur en het milieu beschermen. En men- sen moeten vooral ook eigen verantwoordelijkheid nemen. Dat gebeurt al volop, stelt de koningin vast. "Overal nemen mensen nu reeds eigen initiatieven tot een meer bewuste manier van leven. Dat biedt hoop op een nieuw toekomstperspectief. Het zijn juist de jongeren die ons vandaag daartoe aansporen." Wie zou daar bezwaar tegen kunnen hebben? Nu, we hebben ook een politicus die zelfs hierover valt. Hij doet dat via een modern medium, als een vogeltje dat ergens een poepje laat vallen, maar het poepje wordt gretig waargenomen door de pers. Het is te hopen dat de jongeren er voor zorgen dat die politicus gauw naar huis wordt gestuurd.

=
Partij tegen de Vrijheid

Thomas von der Dunk schrijft: "Dat de feitelijke achterkamertjespartij bij uitstek, PVV, ondanks haar populistische retoriek over gesloten regenteske elites, daarmee geen moeite heeft, verbaast gezien haar interne dictatoriale karakter niet. Voor de PVV geldt nog onverbloemder dat wie zijn stem tegen de Verwildersing van Nederland verheft en de handel en wandel van de Kleine Dictator bekritiseert, beroepsmatig moet worden kaltgestellt. Het jongste beoogde slachtoffer is de directeur van het Bonnefantenmuseum in Maastricht, die van de PVV ontslagen moet worden. Daar zal dat niet lukken, want dat zou een publieke afgang voor Limburg betekenen. Nee: in Nederland werkt dat anders ­ bij nieuwe benoemingen. Zie de blamage inzake de Hoge Raad, juist deze maand. Daar kon de zeer gerenommeerde jurist Diederik Aben, die aanvankelijk bovenaan op de voordracht stond, zijn promotie vergeten, omdat hij in het Wildersshow-proces een onwelgevallige kanttekening had gemaakt. PVV-Kamerlid Lilian Helder sprak haar veto uit, en de rechtse meerderheid van de Kamercommissie wilde na het gedoe rond Ybo Buruma niet nogmaals ruzie maken. Het is het Poldermodel op zijn lafst: zonder eigen moreel kompas buigt rechts met alle winden mee. Toekomstige sollicitanten weten nu: wil ik niet mijn eigen glazen ingooien, dan houd ik over de zegeningen van Wilders evenzeer mijn mond als een Noord-Koreaan over die van Kim Jong-il. Verloedering gaat sluipend. Dat VVD en CDA hierin zover mee zouden gaan, konden we bij het aantreden van het huidige kabinet inderdaad nog niet zeker weten. Maar het liet zich met enige kennis van het Nederlandse volkskarakter natuurlijk wel vermoeden. "

=

Spa


In de Notre Dame van Spa was natuurlijk een kerststal, links voor het altaar. Ik ging zitten op een kerkbank en zei: 'Laat nu de kinderen maar komen.' En daar kwam een gezin: oma, opa, mamma en twee dochters (dichters schreef ik), van wie één heel jong. Ze kon lopen, maar ze droeg waarschijnlijk nog een luier. Ze keek een beetje verdwaasd. Haar oudere zusje stelde vragen die ik niet kon horen. Misschien over een meid met een kan. Zij, de meid, droeg de kleding van een middeleeuwse herbergmeid en ze bracht het kind of de moeder een kan met warme wijn? De moeder dus. Het kleine meisje keek naar de schapen en de herders. Ik denk dat ze er niet veel van begreep, maar de lichtjes waren mooi. Ze keek naar me, ik lachte naar haar, maar ze bleef strak kijken. De figuren uit de kerststal waren 19de-eeuws, de meeste met gespreide armen, gemaakt van hout of beschilderd gips met in hun ledematen ijzeren draden voor de stevigheid. Vaak zie je dat een kameel zijn gips heeft verloren bij zijn poten en dat hij nog wankelt op het ijzer. Rechts van het altaar een beeld van de heilige Remacle, gerestaureerd. Deze man was een evangelist uit de zevende eeuw, te vergelijken met onze Willibrord of Bonifacius. Hij wordt een een Ardense apostel genoemd, afgebeeld met een wolf aan zijn voeten en een kerk in zijn hand. Zijn bewoning, een grot, bevindt zich in de rotswand aan de steile oever van de Semois. Het is een geheel van drie in de rots uitgehouwen holtes.  Remaclus verbleef hier alvorens de abdij in Stavelot te stichten. De legende vertelt dat St Remaclus hier leefde met zijn ezel die in de omliggende dorpen de giften van de bevolking ging rondhalen. Satan, die het nieuws venomen had, veranderde zich in een wolf en doodde de ezel. Remaclus ving de wolf en hing zijn rozenkrans om diens nek. Vanaf dan was de wolf gedoemd om de dagelijkse ronde te doen in de dorpen om het voedsel op te halen. De goede St. Remacle had echter niet voorzien dat de draad van hennep die de kralen van zijn rozenkrans bijeen hield uiteindelijk zou verslijten en breken Toen de wolf  van zijn halsband verlost was, vluchtte hij terug naar de hel. Toen hij wakker werd vond St. Remacle de kennel leeg. De hellewolf was er vandoor gegaan, als souvenir een afgrijselijke stank van zwavel nalatend die de heilige man snel verjoeg door in de nis een vuurtje van heide en muntkruid te maken Zwavel rook ik ook in het water van de bron Géronstère. Het water kleurde de steen waar de forse straal op neerkwam door het  Ijzer bruinrood. Het smaakte pittig. In het beukenbos rondom was het vooral stil. De bladeren van de beuken lagen op de grond en zaten nog aan de onderbegroeiing: roodbruin. Langs de kanten af en toe hoopjes sneeuw.


Verviers

 

Het is bizar: Verviers was een rijke stad met wolindustrie, maar die is net als in Twenthe de textiel verloren gegaan. We liepen van het luxe hotel in een compleet vernieuwd groot douanegebouw naar het centrum langs een wildstromende rivier en kwamen door een straat met allemaal lege, kapotte winkels, met rommel op de vloeren, met rotsooi op straat. We dachten aan Oost-Duitsland of aan een oorlogsgebied. Nee, er waren geen ruïnes, maar de treurigheid was er niet minder om. In het centrum, met lichtjes en kerstmannen, een ijsbaan, was het ook niet echt opgewekt. Men deed zijn best of misschien ook wel niet. Er liepen veel mensen te roken op straat; er liepen veel dikke mensen, veel Kongolezen. Aan de rand van het centrum zagen we de volgende dag een nieuw Outletcentrum; de meeste ruimtes waren gesloten en leeg. Er waren een paar winkels open: Gerry Weber en dat soort. Een groot parkeerterrein, toiletten, schoon, die nog functioneerden, een oppascentrum (dicht), een eetgelegenheid (dicht). Wat is er aan de hand? Is er in Verviers en omgeving zelfs geen geld voor goedkope aanbiedingen? Ook bizar: vijftien kilometer rijden en dan ben je bij de Baraque Michel, een café-restaurant op de op één na hoogste plek van België in de Haute Fange, de Hoge Venen. We liepen het pad op en kwamen bij een plankier door het veen. Er stond een kruis met een Christus. We hadden net gezegd: 'We hebben een witte kerst' en we hadden een foto genomen van een met sneeuw bedekte dennenboom (of was het een spar?). Alles wit en koud, geen zicht vanwege mist en sneeuwbui. We keerden terug naar de auto en begrepen heel goed het verhaal dat we in het hotel lazen over een drama in januari 1871. Een 75 cm dikke sneeuwlaag bedekte het veengebied. Toch wilden François Reiff en zijn verloofde Marie Solheid te voet van Jalhay naar Xhoffraix gaan, op familiebezoek. Ze volgden de hen bekende weg door het veen, maar ze zijn nooit aangekomen. Pas op 22 maart van dat jaar , toen de sneeuw weggesmolten was, ontdekte men hun lichamen. Dat van Marie lag bij de plek waar nu het Verloofdenkruis staat. In haar kleren stak een briefje dat François nog geschreven had.: 'Marie is zopas gestorven en ook voor mij is het einde nabij.' Zijn lichaam lag echter drie kilometer verder, in de richting van Solwaster. Toen we terug waren in Verviers, scheen de zon. Het was moeilijk voorstelbaar dat bij Baraque Michel de sneeuw zelfs op de weg lag.

==

Correspondentie

De minachting voor kunst is natuurlijk belachelijk.Ik hoop dat niet alles gemeend is en dat het bij het politieke spel hoort.

Ik hoop dat je gelijk hebt, maar ik vrees dat er ook een welgemeende minachting is èn een kwaadheid tegenover wat zij de elite noemen. Jaloezie, omdat ze niet begrijpen wat de functie van kunst is? Geloven ze alleen in glitter en kermisvermaak? Er is inderdaad een vreemd verschijnsel: gestudeerde lieden die geen contact hebben met serieuze cultuur. R. heeft bijvoorbeeld gestudeerde leerlingen die niet weten wie Bartok is. Nu kun je natuurlijk heel goed leven zonder die kennis, maar wat zijn er nog meer voor leemten? Is er geen respect meer voor de kwaliteit die ze kennelijk niet meer hebben leren kennen in hun opleiding. Het onderwijs heeft veel schuld en ook de PvdA-ministers van onderwijs hebben geholpen bij de afbraak van wat de Duitsers zo mooi Bildung noemen.

Meer discipline is zeker nodig. (Ik was vandaag op een school in Sneek om leerlingen gedichten te laten schrijven (voor een wedstrijd). Je moet altijd door weerstand heen en je moet streng zijn. Ik vertel iets, lees iets voor om ze te inspireren en dan zeg ik: 'Aan het werk, ga maar schrijven.' Ja, maar, ik weet niks.'  'Dat is onzin. Schrijf over je hobby, over wat je bezig houdt, basketbal of paarden of de zee. Aan het werk!' En dan begint het gegiebel, lachen naar elkaar, protesthouding want we zijn pubers. Ik zeg: 'Hou je mond. Beweeg je pen. Als je niks weet kom ik je helpen.' En dan gebeurt het toch. Langzaam komen ze op gang en ze schrijven over eenzaamheid of verdriet om een dood dier of over een opa die kanker heeft. Een meisje schreef een gedicht vanuit de gedachten en uitspraken van haar opa, hoe hij worstelde en wilde opgeven etc. Ik las het na afloop voor. We gingen naar de mediatheek om een print te maken en toen ze het uittypte kreeg ze tranen in haar ogen en ze wilde het niet opsturen voor de wedstrijd. Ik zei: 'leg het even weg. Kijk morgen nog eens. Het is een goed gedicht.' Later hoorde ik van haar lerares dat ze het toch zou opsturen. Die lerares vertelde over een jongen die als kind mishandeld was en die daar een gedicht over schreef en dat hij door het opschrijven iets van zich af had geschud en dat hij weken daarna veranderd was, opener geworden. Kijk, dacht ik, dat kan een gedicht doen. Maar ook gewoon het plezier van op een interessante manier opschrijven wat je aan vrolijks hebt beleefd. Dat kan ook.)

Ik bedoel dat je respect moet hebben voor wat je niet kent, of onvoldoende, maar dat toch van belang is voor de beschaving. Ik zou me schamen als ik niet wist wat de slinger van Foucault was, of als ik niet iets begreep van het belang van quantum-fysica. Straks gaat de PVV ook nog tekeer tegen de experimenten rond het Higgsdeeltje, 'want wat heb dat voor nut?' Als we in de politiek alleen maar geld over hebben voor wat Toos en Dirk als belangrijk zien

 

De vele mooie schilderijen en composities van vroeger waar je vandaag de dag van geniet zijn gemaakt door mensen die in dienst waren bij vorsten of opdrachten kregen van de kerk.  Hoe vrij waren die??   We vinden de stukken geweldig maar er zijn opdrachtgevers(kerk) , waar velen niets meer van willen weten.

Ook daar heb je gelijk. Kunstenaars hebben natuurlijk altijd rekening moeten houden met geldgevers, maar gelukkig waren er altijd die zochten naar antwoorden om zich zelfs wil. Denk aan Copernicus. Aan de armoe van Van Gogh

 

We ontmoetten in de trein 2 twee frisse jonge meiden, begin 20. Waren samen naar Texel geweest om te fietsen en te wandelen in de koude. Een plus. De een leest een boek van Japin.Ik denk ook een plus. De ander leest een dikke pil over onderduik-kinderen aan het Oostfront (Stad der dieven, filmisch volgens een site). Ze wil ook kennis nemen van WO II. Weer een plus. Ja, zeker. De uitgevers proberen alleen bestsellers te brengen. Vroeger was toch het verhaal dat de opbrengsten dan gebruikt konden worden om ook eens een dichtbundel uit te brengen, of is dat niet meer zo?

Nee, dat is niet meer zo. Elke afdeling moet zijn eigen broek ophouden. Zit iets in, maar we gooien toch veel waardevols weg op die manier. Mensen blijven heus wel schrijven. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan.

Ik ben bang dat de groep mensen die de literatuur beleeft zoals jij beschrijft klein is, misschien wel erg klein. De meesten zullen het boek als medium zien zoals boven aangehaald. Dat is in ieder geval prikkelender en uitdagender dan passief kijken naar simpele films, TV, sociale media e.d.

De groep is altijd klein geweest; misschien is de groep zelfs wel groter dan vroeger vanwege de toename van studiejaren. Uittreksels werden ook in mijn HBS-tijd gebruikt. B. leest Steve Jobs, de biografie. Ik lees dat nu ook, om er met hem over te kunnen praten, maar ook omdat ik gewoon wil weten wat voor man dat was.

=

Tonnus

 

Uit het interview met Tonnus Oosterhoff (zie http://interviewsekkers.blogspot.com
Je zegt: ik laat me lokken, je hebt het over rattenvangerseffect en later ben je een beetje rattenvangerduwer geworden.
Is de rattenvanger de taal?
Wat is 'de taal'? Als je zegt: de rattenvanger is de taal Wanneer is dat een zinvolle uitspraak? Dan moet je weten wat taal is. Ik vind dat altijd moeilijke uitspraken. De muziek van de betekenissen, de klanken Bij het woord 'taal', net als bij 'boek' of 'literatuur' gaan sommige mensen heel vroom en verheerlijkt kijken. 'Ik houd van taal', 'Ik houd zo van literatuur', maar wat is het? Dat weten ze niet. Als je zegt: je houdt zo van taal; wat is dat dan? Dat weet ik niet. Het lijkt dan net of de betekenissen er niet meer toe doen. In dat stuk 'Zo is het!', (in Mooi, maar dat is het woord niet, R.E.) staat: 'Honden met roodbruin haar hebben altijd een tenorstem.' Als het anders geformuleerd zou staan, zou het me misschien niet opvallen, maar het zou me helemáál niet opgevallen zijn als het niet zo'n rare betekenis had.
Het is geen rationele uitspraak, geen ware uitspraak, en toch heb je het idee dat er een venstertje geopend wordt. Maar wat en in hoeverre heeft dat met taal te maken?
Hoe kan het dat verschillende lezers zeggen: ja, dat klopt?
Je zegt: het kan me niet schelen waarover het gedicht gaat, niet hoe lang het wordt, hoe breed. Je laat je daarbij bepalen door de intuïtie?
Dat is in de laatste bundel een beetje een thema geweest. Ik wilde een maximaal contrast tussen de gedichten.
Ik zak altijd een beetje in als ik merk dat ik mezelf herhaal, dat ik iets doe wat ik al eerder onderzocht heb. Dus dan stop ik ermee. Dat is ook niet iets wat ik in het algemeen de poëzie wil opleggen, maar zo werkt het voor mij.
Maar er zit in al dat gezoek ook een element van agressie, iets kapot maken.
Wat wil je kapot maken?
Misschien een leesgewoonte of wat dan ook. Als het maar kapot is. Een beetje agressief is het allemaal wel, denk ik. Ik kan me heel goed voorstellen als lezers van mijn proza, de korte verhalen, er helemaal beroerd van worden. Dat ze het intens rot verhalen vinden.
Je maakt de dingen niet kapot uit blinde agressie. Je wilt ze heel maken in een andere betekenis.
Opdat er dan iets lekkers uit komt lopen. Als je een bot breekt, is er merg.
Een soort hogere honing?
Het bot is ook het cliché.
Het cliché is vaak een pantser om het levende. Je gaat niet bewust cliché's vermijden, maar als je een cliché opschrijft, ziet het er slap uit.
Of versteend? Dat past beter bij de metafoor.
Ja, maar het voelt slap. Het doet niks in het gedicht. Je ziet het vaak heel laat hoor. Je bent nog te opgewonden, sentimenteel. Die slappe plekken gaan er soms heel laat uit.
Volgens Rob Schouten vormt 'de motor' van jouw poëzie 'opgevangen gespreksflarden, tekstbrokken, halfmeegemaakte momenten'.
Motor? Nee. De motor is het zoeken naar contact, 'soul'. Ik zou graag hebben wat Otis Redding met zijn publiek had. Contact met de mensen. Met de wereld. Ik merk het bij voorlezen, dat het ontstaat.
Je bent meer onderzoeker dan taster. Bijna een wetenschappelijke benadering. Experimenten. Eens kijken wat er uit komt.
Eens kijken wat er uit komt? Dat klinkt me te onbetrokken. Ik volg een zo-is-het-gevoel, dat heeft meer te maken met betrokkenheid.
De belangstelling voor het morbide is niet geïnitieerd door het wonen bij een psychiatrische inrichting?
Nee, ik vond dat allemaal heel gewoon. Mijn belangstelling voor het abnormale zit hem in het feit dat ik de binnenkant wil zien. Het gewone is vaak dicht en oninteressant. De dingen worden interessant als ze een beetje scheef zijn. (Loopt ter demonstratie spastisch door de kamer.) Maar ik vind het bij mezelf een gebrek, die overdreven aandacht voor het gebrokene. Een gebrek aan talent. In het gewone zit net zoveel leven als in het niet-afwijkende.
'Structuur en betekenis geven in een duister, onzinnig heelal. Maar zonder wezenlijk verband met de waarheid. Dat vind ik een treurige, absurde gedachte. Zin zonder waarheid. Hoe kan dat bestaan? (-) Ik geloof, nee hoop, ik heb het voor mijzelf nodig om te geloven, en ik voel het ook inderdaad zo, dat poëzie in een en dezelfde wereld spreekt als in die die de wetenschap beschrijft,() Het moet ongeveer zo zijn: om de wereld een beetje te begrijpen en te beheersen zijn we genoodzaakt gigantische reducties te plegen.' (Uit: Mooi, maar dat is het woord niet)
Ontreduceren. We kijken naar de wereld, leven er in met een aangepast patroon. Wat we zien is niet de werkelijkheid. Een vlieg ziet iets heel anders, maar hij kan op die manier van kijken heel goed leven, net als wij.
We leven in schema's, concepten.
Een stoel is een verzameling dansende moleculen, meer leeg dan vol.
Maar je kunt er op zitten. Reducties hebben we nodig. Als er een paar worden opgeheven, zie je een ongrijpbare werkelijkheid. Dan word je stapeldol. We kunnen niet buiten die reducties, maar het is wel goed om die kant op te wijzen. Ik heb net het boek van Michaux gelezen, over die mescaline-experimenten, oneindigheids- en vreselijke tijdservaringen. Hij maakte tekeningen onder invloed, of daarna. Kijk, allerlei vormen met een heel fijn pennetje. Dat ken ik ook wel. Dan begint er iets te trillen in je waarneming. Mescaline haalt een rem weg. Je kunt denken aan een achtbaan, dat gevoel, maar dan heb je er nog honderden handremmen opzitten. Als je die weghaalt
Het is ondragelijk. Hij beschrijft dingen het is haast niet vol te houden. Dan weet je weer dat we reducties nodig hebben. Je kunt ook niet in de winter buiten gaan slapen. Je hebt een huis en verwarming en een rekening bij de EDON; dat heb je allemaal nodig. Je kunt wel naar buiten gaan zitten staren en bedenken hoe het is om in de sneeuw te slapen.



Vet

Augustus Oklahoma van Tracy Letts was en is een succes: de schouwburgen zijn vol, het applaus is fors en langdurig. De schrijver heeft in het voetspoor van Tennessee Wiliams, Arthur Miller, Edward Albee en Eugene O'Neill een familiedrama geschreven. Tracy Letts (1965) schreef een eigentijds stuk in 2007, maar het lijkt mij nogal epigonistisch. Dit oordeel wordt niet gedeeld door de jury van de Pulitzer Prize voor drama en de Tony Award for Best Play. Vond ik het stuk dan niet boeiend? Ja wel, ik heb me niet verveeld. Heb ik niet genoten van de acteursprestaties? Zeker wel. Ik heb bewondering voor onder andere Ria Eimers (de moeder), voor Marie-Louise Stheins (de oudste dochter), voor Tjitske Reidinga(de middelste dochter). Wat zijn dan mijn bezwaren?
Het drama volgt een bekend patroon; er zijn vele cliché-matige situaties en gebeurtenissen en de regisseur Antoine Uitdehaag heeft die nogal vet aangezet, zodat het spel vaak een cabaretesk karakter krijgt. Er wordt veel gelachen; sommige teksten worden dan ook (knap) getimed als grap.
De moeder, teleurgesteld in haar man met wie zij zonder de kinderen in het grote huis alleen verder moet, raakt verslaafd aan slaapmiddelen en allerlei pillen. De vader heeft ooit een dichtbundel gepubliceerd, met enig succes, maar ja, in beperkte kring natuurlijk, want wie leest er poëzie? en daarna kwam er weinig meer. Aan het begin van het stuk zit hij drinkend te oreren tegen een Indiaans meisje, dat hij in dienst heeft genomen om het huishouden in goede banen te leiden. Zijn vrouw ligt immers de hele dag in bed. Later begrijpen we dat hij haar niet alleen achter wil laten. Hij pleegt zelfmoord door verdrinking. Aan het slot blijkt dat hij een briefje heeft achter gelaten voor zijn vrouw met het nummer van een motel. Zij zou hem moeten bellen, maar zij geeft voorrang aan het openen van een kluisje bij de bank met hun geld om dat veilig te stellen. Dat kan pas op maandag en dan is de sheriff al geweest met het nieuws. Heeft zij schuld aan zijn dood? Dat ontkent zij door tegen haar oudste dochter te zeggen dat hij de enige is die de daad heeft gepleegd. Zij geeft ook die dochter schuld doordat zij het huis is uitgegaan, zij, de lievelingsdochter, die niet vaak meer kwam.
De drie dochters komen naar huis vanwege het bericht over hun vader.
De oudste dochter is getrouwd met een universitair docent die van haar weg wil, omdat hij verliefd is geworden op een studente, Cindy genaamd. De echtelieden, bijna ex of in feite ex, maar dat weet de familie nog niet, schelden elkaar verrot zoals George en Martha in 'Who is afraid of Virginia Woolf'. Dat stuk is van 1962 en sindsdien zagen we vele scheldhuwelijken. Ook van Lars Noren ('De Nacht, de moeder van de dag' van 1982) met een drankverslaafde vader en een ziekelijke moeder. De dialogen klinken bekend. Man tegen vrouw. Vrouw een feeks, man onnozel.
De derde dochter heeft lang gezocht en denkt nu een ideale man gevonden te hebben, maar hij blijkt een lapzwans, die achter de wietrokende puberdochter, ook vet aangezet, van haar zus aan zit. Hij verleidt haar met 'zwaar' spul en verkracht haar bijna, maar ze wordt 'gered' door de Indiaanse die hem met een koekenpan op zijn kop slaat. Derde dochter af met vriend. Ze zegt nog gauw tegen haar zus dat haar dochter vast aanleiding heeft gegeven. De tweede dochter is moe, doodmoe, maar nu is ze verliefd op de zoon van haar tante, ook een feeks. Die man is een verontschuldigings-karikatuur, maar blijkt later haar broer, want papa heeft haar verwekt bij de zuster van zijn  vrouw. Dat wist mama ook al lang. Het maakt niet uit: want  tweede dochter gaat toch met hem naar New York. Ze is immers te oud om nog kinderen te kunnen krijgen.
Oudste dochter blijft alleen achter met moeder en Indiaanse, die door moeder racistisch en cynisch wordt behandeld. Die moeder blijkt een verzuurd en egoïstisch en sterk en slim wijf. Ze heeft iedereen door, weet alles al en blijft staande. Oudste dochter ook af. Nu is de moeder alleen en zij zoekt steun bij, huilt uit in de schoot van de Indiaanse, die boven op haar kamertje 'Waste land' van Eliot leest. Dat boek heeft ze gekregen van de vader des huizes. Zij heeft zich al die weken voorbeeldig gedragen als huishoudster en zij wordt in haar ouderwetse, lange, geruite jurk als vertegenwoordigster van de oorspronkelijke en 'misschien wel verfijndere cultuur van Amerika' gesteld tegenover de decadente, elitaire cultuur van de blanken.

 



Kunst en geld

Halbe Zijlstra staat niet alleen. Hij pikt op wat bij het volk leeft, samen met zijn companen. Ook Rutte, die privé misschien anders denkt, maar goed aanvoelt hoe de tijdgeest is. Dat kunnen politici.
Het volk heeft lak aan wat ze elitaire kunst noemen. Dat hadden de mensen vroeger ook, maar toen durfden ze het niet hardop te zeggen, want de dokter, de dominee, de notaris Nu slaan ze de dokter in elkaar, groeten de dominee niet meer en zoeken op internet de goedkoopste notaris. De tv geeft wat ze altijd al wilden en wat ze vroeger ook wel vonden, maar nu in overweldigende vorm en mate. En ze gaan naar de bioscoop kijken naar vloekende, zuipende aso's en vinden het 'geinig'.
Kunst  moet in elk geval niet gesubsidieerd worden van 'onze belastingcenten'.
'Toch is ruimschoots bekend dat er vele malen meer Nederlanders naar tentoonstellingen, theatervoorstellingen en concerten gaan dan naar het zwaar aan gemeenschapsgeld verslaafde betaald voetbal. () Bedenk dan ook nog dat, in weerwil van wat enkele kunsteconomen beweren, in geen enkele maatschappelijke sector door zo veel mensen zo veel niet en slecht betaald werk wordt verricht als in de kunstsector, en je vraagt je af waar de pijn wérkelijk zit.' Anna Tilroe in De Groene van 10-11-11)

 


Geniaal musicus

De Messiah van Händel wordt meestal rond Kerst opgevoerd, omdat de Passies van Bach voor Pasen gehoor vinden, maar Händel heeft de muziek bedoeld voor rond Pasen en dat is ook duidelijk als je de tekst volgt.
Deel 1 gaat over de komst van de messias zoals die in  Jesaja wordt aangekondigd. Er zal voor de gelovigen een betere toekomst komen. Ze zullen worden bevrijd uit de knechting. Er wordt een kind geboren en zijn naam zal luiden in het Engels van Händel: Wonderfull, Counsellor, the mighty God, the Everlasting Father, the Prince of Peace. En dan springt Händel naar het evangelie van Lukas en zingt van de herders en van de engel. Dit deel past dus bij Kerstmis.
Deel 2 gaat over de rol van Jezus, het Lam Gods, die voor onze zonden moet lijden. Ook dit wordt aangekondigd bij Jesaja: 'Hij werd veracht en verworpen door de mensen; een man van smarten, bezocht met leed. Hij gaf zijn rug aan hem die sloegen, zijn wangen aan die zijn haar uittrokken. Hij verborg zijn gezicht niet voor spot en speeksel.' Maar de Heer zal overwinnen en de machthebbers teneer slaan: 'Gij zult hen breken met een ijzeren stang. Gij zult hen in stukken slaan als een pottenbakkerskruik.' Dat komt uit Psalm 2:9.
Deel 3 gaat over de verlossing, de overwinning op de dood en past dus bij Pasen.
De Messiah werd voor Händel ook een verlossing. Toen zijn opera's niet meer werden gewaardeerd, paste hij zich aan aan de smaak van het publiek. Hij ging oratoria schrijven in het Engels, maar rond 1740 werd bijvoorbeeld de Saul niet meer uitgevoerd. Händel overwoog terug te gaan naar Duitsland. In 1741 kreeg hij van een vertegenwoordiger van de Engelse kroon echter de opdracht om een oratorium te schrijven. In 24 dagen schreef hij de Messiah, een ongehoorde prestatie. Men dacht in die tijd en later aan goddelijke inspiratie. Hij werkte echter vaker zeer snel, waarbij hij later de details invulde.
Dankzij het succes kon hij in Engeland blijven.
In 1759 werd hij onder grote publieke belangstelling begraven in de Westminster Abbey.
Hij was geboren in het Duitse Halle uit een niet muzikale familie. Zijn vader verbood hem een muziekinstrument te bespelen, maar hij wist aan een klein klavecimbel te komen dat hij thuis op zolder verstopte. Was zijn vader een beetje doof? Was het instrument zó zwak dat hij op zolder kon spelen of begreep zijn vader dat het muzikale talent van zijn zoon niet te verstoppen was? Nadat een hertog hem als achtjarige hoorde spelen, kreeg hij zijn eerste muzieklessen op het orgel van de Lutherse kerk in Halle.

 

 

Wanorde en rust

 

Ik moet even denken aan wat ik van de week van een oma hoorde: haar dochter heeft een psychotische zoon. Hij staat boven aan de trap en zegt:
'Ik spring mamma!'
Zij zwijgt onder aan de trap met haar armen over elkaar.
Hij roept: 'Waarom zeg je niks?'
Ze zegt: 'Ik wacht.'
Hij loopt rustig naar beneden.
Even later zegt hij: 'Ik wil dood. Maar dan wil ik wel terugkomen. Met wat meer rust in mijn kop.'

I.M. Paul Simons, alias Barbarini

 

 

Paul was een rasschilder. Ik ontmoette hem in 1964 in Baboen (Badoen staat in de krant) een sociëteit van de kunstacademie. Daar leerde hij bier tappen en dat werd de opstap naar het eetcafé Het Pakhuis, Hij verdiende er zijn geld, samen met Hammie, maar het was ook een aanslag op zijn schilderkunst. Paul was een levensgenieter en met het geld kon hij zich reizen veroorloven die het schilderen in de weg stonden. Hij reisde de hele wereld door. Af en toe kreeg  ik een ansicht van Indonesië, of Chili. Die ansichten hadden geen afzendadres, kwamen onregelmatig, waren slordig beschreven en hadden de verrassende aanhef 'Lieve Remco', alsof Paul een geliefde was. Dat was in zekere zin ook zo. We hadden een geheimzinnige band, vanaf het allereerste begin. We konden niet zo goed praten met elkaar, maar wel konden we geruime tijd naast elkaar liggen in het gras, naar de lucht kijkend. Als Paul een vrouw was geweest of als ik een vrouw was, zouden we een verhouding hebben gehad.
Hij woonde in een klein huisje, bijna onder de E10 in Niezijl, waar ik veel kwam. Zijn schilderijen op wrakhout stonden gewoon in de tuin te verkommeren. Ik redde een paar schilderijen die ik thuis ophing. Een schilderij van het wad in wilde kleuren. Een drieluik met ook weer natuurbeelden, maar in een expressionistisch stijl. Ik had een schilderij gekocht, waarop vier mensen stonden te praten met elkaar in het Vestzaktheater, waar ik toneel speelde. Op het schilderij stond ook Hammie. Het staat nog op mijn boekenzolder. Paul wilde het wel terugkopen toen hij op Ibiza woonde, maar het vervoer was een probleem.
Nu hoeft het niet meer.
We verloren elkaar uit het oog. Plotseling kreeg ik vier jaar geleden een mail uit Ibiza. Paul had me gevonden op internet. Sindsdien schreven we elkaar wekelijks of maandelijks.
Hij wilde dat ik naar hem toe kwam, maar Roel, die hij vaak kuste via email, moest wennen aan het idee. Onlangs zei ze dat we in het voorjaar maar naar hem toe moesten. Ik zou hem dat schrijven en advies vragen over een vakantiehuisje, maar dat kan nu niet meer.
Op 9 september schreef hij:
remco
ipad luid
en duidelijk
door gekomen
hoorde zo waar roel
op de achter grond
piano spelen
we hebben alle tijd
of niet dan
-
Ik antwoordde:
Paul, laten we maar denken dat we alle tijd hebben.
We leven nu, hoera.
=
Vale,
Remco
Zijn laatste mail kwam op 23-11, twintig dagen voor ik las over zijn dood in de krant.
remco
een van de regels
van de schilder kunst
schilder van donker
naar licht
hoe meer lagen
hoe lichter je
het krijgt
heb de temple
besteld
lief van je
dat je me een
exemplaar
wilt geven
()
goed zo jongen
de duivels oor kussen
beter bestaat niet
op dit moment zijn er
weinig toeristen
maar hoe dan ook
waar wij wonen
heel soms een verdwaalde
toerist
ons dorp vijf huizen
kerk
twee cafes
de rest woont op
de heuvels
zie je niet
regen seizoen nu
duurt een week of
vier
regen zon
twintig graden
regen
veel bloemen
prachtig groen
waarom zou je schilderen
nee hoor remco
een van de leukste dingen
schilderen
deo paul

===

Het boek 'Een spade diep' van F. Starik over 'eenzame begrafenissen', begint met een gedicht van Eva Gerlach, dat naar mijn smaak precies de juiste distantie vertoont die een dichter van dienst moet hebben. Er zit namelijk een gevaarlijke kant aan het dichter van dienst zijn. Wat bemoei je je met een anonieme dode? Hoe ijdel moet je zijn om jouw woorden uit te spreken bij de kist van iemand die je niet kent? Wie heeft wat aan het gedicht? De dode niet. Er zijn geen nabestaanden. De uitvaartleider vraagt volgens Starik wel eens om een copie van het gedicht voor het geval hij bij een andere gelegenheid niet de juiste woorden kan vinden.
Maar wat zijn dit voor zuinige, zure en sceptische opmerkingen?
Er gaat een mens begraven worden. Er zijn geen nabestaanden aanwezig. Wat beweegt je om eenzame uitvaarten door een dichter met een voor de gelegenheid geschreven gedicht te laten, ja wat? Opluisteren? Weg te rukken van desolate eenzaamheid? Van kapitalistische onverschilligheid?
De dode een humaan respect te betonen. Iedere dode zou 'recht' hebben op, als is het kortdurende, aandacht. Je moet diep geloven in het principe van solidariteit, compassie, naastenliefde. Met dat laatste woord komen we in de buurt van christelijk geloof, maar dat is het niet wat Starik beweegt. Wat dan wel? Mededogen, medelijden, instinct?
In het nawoord zegt Starik: 'En voor wie zich afvraagt waarom daar nu weer subsidie voor nodig is: het is mijn stellige overtuiging dat de dichter netjes betaald dient te worden voor zijn arbeid, net zoals de ambtenaren van de Dienst, de beheerder van de begraafplaats, de timmerfabriek waar de kist vandaan komt, de juffrouw die de koffie schenkt, de dragers en de uitvaartleider allemaal netjes voor hun arbeid betaald krijgen.'
Maar zal X zeggen: 'Waarom een gedicht? Schuif die junks en criminelen toch in een gat. Zand er over. Klaar. Hoe je maar twee man te betalen van onze belastingcenten.'
Starik schrijft in een gedicht voor een onbekende man in verregaande staat van ontbinding, gevonden met handen en voeten gebonden met ty-rips: 'We beloven dat het ooit veel beter was.' Kijk, dat is het: we doen paradoxale uitspraken omdat we willen dat een leven betekenis heeft/had.
Hij zegt het na de begrafenis van een in het water in een plastic zak gevonden baby ­ als een katje ­ zo: 'doe ik het voor de dode of om het idee dat mijn afscheid een verschil maakt? Niet dat het erg is, een mens moet zichzelf nu eenmaal af en toe belangrijk vinden. Maar toch, de mooiste momenten zijn de momenten dat je daar staat en je niet hoeft af te vragen of het zin heeft. Dat je gewoon even voelt dat het ertoe doet wanneer iemand de moeite neemt stil te staan bij een ander.'

=

 

Je kunt veel meer weglaten in de communicatie: alle woorden zelfs.
In de roman 'Het blauwe kind' vraagt de therapeute aan het meisje Myla: 'Praat Orion met jou over Paradijs-eiland nummer 2?' Ze antwoordt op de haar kenmerkende wijze, door haar lange wimpers langzaam neer te slaan.'
Wat betekent dat? Het is duidelijk: 'Nee'.
Dit is overigens een indrukwekkend boek vanwege het grote geduld van de psycho-analytica Véronique (de psychojuf die ook een beetje dokter is en verpleegster) die een psychotische jongen, Orion, redt van het plat spuiten. Zij ontdekt in hem een intelligente, gevoelige, getalenteerde kunstenaar, die in zijn schilderijen en beeldhouwwerken zijn demon weet te vangen.
De beschrijving van het begeleidingsproces is realistisch doordat Henry Bauchau, de schrijver, zelf psycho-analyticus, het vallen en opstaan laat zien.
Véronique leert zelf veel van de gesprekken en kunstwerken van Orion. Maar wat precies? In elk geval hoe veel inzicht Orion ook heeft. Als roman, als literaire constructie, is het boek minder geslaagd, omdat veel bijfiguren in de schaduw blijven en eendimensionaal blijven, maar als de schrijver ze allen voluit had laten leven, dan was de beschrijving van het proces in het gedrang gekomen of het boek was twee maal zo dik geworden. Had hij de figuren, bijvoorbeeld Vasca, de man van Véronique, die haar troost en goed begrijpt en bemint, die zelf ook een belangrijke ontwikkeling doormaakt, van motorcoureur en sleutelaar tot componist en musicus, moeten weglaten? Zijn ontwikkeling, zijn verhouding tot Véronique, tot de zangeres met wie hij rondreist, een vriendin van Véronique, lijkt een aparte roman waard, maar het boek gaat over Orion en zijn redster. Overtuigend, maar toch lijkt het boek eerder een 'case-study' dan een roman, ook al krijgt het dat etiket.

 

Tags case-study, platspuiten, psychose
Categorieën literatuur
Weglaten1
11/12/2011 //
0

In het Italiaans mag je het onderwerp, de persoon die de handeling uitvoert weglaten, omdat uit de vorm van het werkwoord blijkt wie wat doet. In het Chinees (Mandarijn) is het werkwoord altijd hetzelfde. Toch mag je de persoon weglaten, als uit de context maar blijkt over wie het gaat.
In het Nederlands kan het ook. 'Marie speelt piano. Slaat een verkeerde toon aan, ergert zich.'
Het Chinees gaat een stapje verder: 'Een verkeerde toon aanslaan, zich ergeren.'
Ook een lijdend voorwerp kan worden weggelaten. 'Wie heeft die auto weggereden? ' 'De monteur rijden -voltooid.'  Het kan natuurlijk korter: 'De monteur.'
In het Nederlands mag je niet te veel weglaten. 'Heb gister nog gedaan.' Wat?
In het Mandarijn is het correct iets weg te laten wat wel bekend is. We praten over de zangles. De vraag is: 'Wat hebben jullie gister gezongen?'  Antwoord: 'Lied van de Parelvissers.' Wij vinden dat een beetje onbeleefd kort.
Soms moet in het Mandarijn iets worden gezegd, wat bij ons niet hoeft. Je wordt bijvoorbeeld gebeld en de beller vraagt wat je doet. Wij mogen dan zeggen: 'Ik ben aan het eten.'
In China moet je zeggen wat je eet: 'Eten noedels.'
Wij kunnen zeggen: 'Ik schrijf.' Een Chinees moet zeggen: 'Schrijven karakters.' Maar als we het samen over het schrijven van karakters hebben gehad, mag hij zeggen: 'Schrijven.'
In het Nederlands mag je het lijdend voorwerp weglaten als het er niet toe doet, in het Mandarijn als het uit de context bekend is. Het kan alle twee, als de strategie maar bekend is bij beide sprekers.
(bron Rint Sybesma)

=

In poëzie spreken we over de KUNST van het weglaten.
Eva Gerlach schrijft:
Hazen hier 's ochtends, drie
achter elkaar in het veld
lucht op sloot over koeienpoten langs
vacht onder vacht nek om nek oor uit oor
gestrekt de hoge halve koepel van
het langstedaglicht door.
De ene plek de plek ernaast ervoor
Je lichaam in je lichaam alle tijd
dat je stilstaat en kijkt
hoe alles is zoals het is en hier -
De scherpe bochten achteloze sprongen
niks wordt geopenbaard
waar ze bestaan bestaan ze haar voor haar
-
Niet alleen de leestekens zijn weggelaten. Eerste regel: 'hier'. Waar? 'drie'; dat is wel duidelijk. De hazen springe in de lucht. Boven de sloot is de lucht. Weerspiegeld ook nog eens. De hazen springen waarschijnlijk over en langs koeienpoten. Ze springen door elkaar heen: de vachten raken elkaar of bijna. Ze zijn een kluwen. (Grappig: dat is de titel van de bundel.) Hun oren steken omhoog. Het wordt zomer. De hazen springen omhoog, landen in het gras: hop, hop, hop. Jij staat te kijken en je voelt je lichaam stilstaan. Iets springt mee in je lichaam, maar je staat stil. Zo is het. Het betekent niks en toch lijkt het iets te betekenen. De hazen bestaan. Ze bestaan! Voor haar die kijkt. Ze bestaan helemaal, haar voor haar.

 

=

En dan zou je kunnen zeggen dat achter een open deur een volgende open deur open gaat met de vraag wat voor onderwijs we willen. Goed onderwijs. En dan zou je kunnen vragen: wat is goed onderwijs?
'Prof. Gert Biesta, Professor of Education aan The Stirling Institute of Education sprak over de beperking van het onderwijs. Hij ziet drie grensgebieden waar onderwijs ophoudt en iets anders begint. Op basis van zijn stelling dat onderwijs zijn beperkingen kent kan onderwijs niet alle problemen oplossen. Biesta formuleert drie grensgebieden:
1. Onderwijs als oplosser van alle sociale problemen (socialisatie: deel worden van groepen en tradities).
2. Onderwijs als therapie (persoonsvorming).
3. Onderwijs en leren (kennis en vaardigheden).
Goed onderwijs maakt in de ogen van Biesta een afgewogen keuze tussen de drie elementen en verwoordt dat op adequate wijze. Taal is daarbij van wezenlijk belang. Welke woorden kies je en hoe formuleer je.'

=

 
In Wisconsin bleek in de kou
dat oude boeken goedkoper waren
dan steenkool of gas
zodat oude mensen hun kachel
begonnen te stoken met oude boeken.


=

Waarom hebben we in het Nederlands eigenlijk verschillende vormen voor het werkwoord in verleden tijd en tegenwoordige tijd ? In het Chinees bestaat maar één vorm.
Als je zegt: 'Ik liep gisteren over straat.' is het toch duidelijk dat het in het verleden is? Je zou net zo goed kunnen zeggen: 'Ik loop gisteren over straat.'
In het Chinees kun je ook aangeven dat iets voltooid is door het woordje 'le' achter het werkwoord te plaatsen. Dat betekent: het is voltooid.
Je krijgt dan: 'Ik koop- voltooid een bos rozen.', dus dat is achter de rug.
In het Chinees is er ook geen verschil tussen enkelvoud en meervoud bij zelfstandige naamwoorden: één boek, twee boek. Het telwoord is duidelijk genoeg. Bij sommige zelfstandige naamwoorden is dat verschil er in het Nederlands niet: één jaar, twee jaar, zes kilo, drie bier.
'Drie bier' betekent 'drie glazen bier' Dat is wel duidelijk in een café.
Je kunt niet zeggen: 'Drie millioen olie wordt geproduceerd.' Het moet zijn: 'Drie miljoen vaten olie'.
In het Chinees moet je een teleenheid noemen: 'één (eenheid) mens' of 'twee (eenheid) touw'. Die teleenheden zijn bijvoorbeeld alle platte vierkante dingen of af alle dunne slappe dingen, of alle voertuigen of alle dingen die je met één hand kunt pakken. Bij 'mens' is dat de eeneid 'staak'; bij 'slang' de eenheid 'sliert.
In het Nederlands is er ook zo iets. We kunnen niet zeggen 'vijf vee'; dat moet zijn 'vijf stuks vee' of 'drie krop sla'.

 

=
Rene Huigen gaat op kosten van Europees geld met een andere Nederlandse, drie Duitse en drie Poolse dichter(s) naar Polen, naar Wroclaw. Ze zouden met een boot langs de Oder varen en gedichten lezen. De waterstand is te laag: het wordt een bus, maar de schaamte blijft. Rene schaamt zich voor zijn honorarium, voor de ontvangst met wijn en hapjes. Tien jaar geleden schaamden dichters die uitgenodigd waren om een bijdrage te leveren aan de viering van Europese cultuur zich nog niet.
Als iemand toen klaagde over verspild belastinggeld, waren ze verbaasd. Wat voor barbaar spraken ze nu? Zij wezen ook nog op bestuurders die naar andere landen reisden en heel wat meer geld opmaakten om wederzijds begrip te kweken.
En wat te denken van zakenlieden, die uit puur eigenbelang dure reizen maakten en gefêteerd werden op kosten van de belastingbetaler, want het was allemaal aftrekbaar?
Maar de afkeer van cultuur die onze staatssecretaris uitdraagt op aansporing van de Partijen Tegen Hogere Cultuur, die ironisch genoeg de vrijheid in hun vaandel hebben, is al zo ver doorgevreten dat Rene, die zijn best doet om gestalte te geven aan een Europese traditie, ver weg van Europese strijd, zich schuldig voelt en angstig het aantal luisteraars telt, dat overigens groter is dan de gevreesde anderhalve man en een paardenkop.
Ik denk aan een gewaardeerd, gepensioneerd ingenieur, die het feit dat er gemeenschapsgeld besteed wordt aan kunst twijfelachtig vindt. Ach arme, wat is er toch gebeurd met onze cultuur?
Rene reist in de bus terug van het hertogelijk paleis van de voormalige heren van Pommeren, waar het huis van Alfred Döblin (van 'Berlin Alexanderplatz') tegenover ligt, en hij voelt zich saamhorig met de andere dichters. Hij zou wel met meer dichters willen rondreizen om de poëzie onder alle Europeanen te brengen. De andere dichters glimlachen. 'Zolang we dromen is er hoop.'


=

In de jongste aflevering van DE Gids verscheen 'Een Engelse havik in Toscane', 66 sextetten over de condottierre John Hawkwood, over geweld.
==

De kruik

De rijke boer don Lollo, een potentaat, laat de grootste kruik van het eiland Sicilië maken voor zijn olijfolie. Als de kruik door geheimzinnige oorzaak barst, is er maar één man die hem kan repareren.
Hoewel de zwartwit film van Giorgio Pastino over La Giara van Pirandello wat afwijkt van het geschreven verhaal, lijkt de verfilming toch authentieker dan de verfilming in kleur in Kaos.
Het begint met een storm. De barst wordt ontdekt zonder aanwijsbare aanleiding. Er worden bij het maken van de kruik geen krammen gebruikt, die een belangrijke rol spelen in het verhaal.
In de kleurenfilm windt de reparateur zich zó op over de eis van de krammen dat hij  er niet bij nadenkt, dat hij niet meer uit de kruik kan komen. Zijn mastiek is toverachtig goed: krammen zijn niet nodig.
Waarom Zi'Dima zichzelf opsluit in de kruik in de film van Pastino is niet goed te verklaren. Toch lijkt de hele situatie door de realistische verbeelding van de olijfboerderij met alle knechten en vrouwen levensechter dan in de film van de gebroeders Taviani. Is die film te esthetisch, te mooi gemaakt, te stilistisch ook in het spel van de personages?
De overeenkomsten tussen verhaal en beide verfilmingen  zijn groot. In het verhaal wordt de boer belachelijk gemaakt. Hij is een opgewonden, schraperige ijdeltuit, altijd er van overtuigd dat zijn personeel hem benadeelt. Hij probeert steeds zijn recht te halen bij een advocaat, die nu erg moet lachen om de gebeurtenis.
Zi'Dima wint omdat hij het geld dat hij krijgt voor zijn reparatie meteen uitgeeft voor een feest van alle arbeiders en arbeidsters, die maar al te graag hun patroon willen laten zien dat ze ook een eigen leven hebben. Als deze, wakker geworden door de herrie, in zijn woede de kruik omver duwt en deze de helling afrolt en tegen een boom in stukken breekt, is de reparateur bevrijd en hoeft hij geen vergoeding te geven.

 

 

Veranderen mensen in de loop van de tijd?

In 'Het Hoofdkussenboek van Sei Shonagon (eind 10de, begin 11de eeuw), Japan, staat een lijst van afschuwelijke dingen. Hieruit o.a. het onderstaande; zo herkenbaar!
Een bezoeker die aan de babbel blijft terwijl je grote haast hebt.
Kraaien die zich verzamelen en volop krassen wanneer ze naar elkaar toe vliegen.
(Elke morgen als ik naar het zwembad loop, zitten ze te lawaaien in de bomen langs het kanaal. Ik ben blij dat ik niet in de buurt woon.
Eern hond die luid begint te blaffen omdat hij een minnaar opmerkt die je stiekem komt bezoeken.
De ingezetenen van een ossenwagen met snerpende wielen. Je denkt vol afschuw: horen ze dat nou zelf niet? En als je in zo'n wagen moet zitten, voel je ook een grote haat opwellen voor de eigenaar.
Of ook: iemand neemt plotseling het woord als een ander zit te vertellen, en loopt zo maar vooruit op diens verhaal. Iedereen die anderen in de rede valt vind ik verachtelijk.
Iemand voor wie je waardering hebt, blijkt besmet door de achterlijke ideeën van een politicus die kunst iets vindt voor de linkse elite. Hij vindt het ook niet goed dat gedichten die zo weinig mensen begrijpen, gesubsidieerd worden.

Vragen

* Hoe doet La Palmen het toch steeds? Of: waarom besteden alle kranten zo veel aandacht aan deze dame die zo opzichtig, zo onmatig op roem uit is? Schrijft ze zo goed? Niet slecht, maar ik ken betere schrijvers die minder aandacht krijgen. Waarom moeten we zo ondergedompeld worden in haar rouwverwerking?
=
Hebben woorden de kracht om de werkelijkheid te veranderen?
Nee, want anders zou Hitler geen zelfmoord hebben moeten plegen na al die ontelbare 'Heil Hitler's.
Maar zou het uitspreken van een wens tenminste de spreker kunnen beïnvloeden zodat hij langer dan realistisch was gunstig over Hitler zou denken?
=
Sami Mansei schrijft in de negende eeuw in Japan:

Waarmee vergelijk ik dit leven?
Het is als een boot,
ontmeerd in de ochtend,
die uit het zicht verdwijnt
zonder een spoor na te laten.

==

Onzincursussen

Grote bedrijven als Shell, werkgevers als het Ministerie van Justitie, betalen fors voor het scholen van hun werknemers, om de sfeer op de werkvloer te verbeteren of omdat het goed staat om iets te doen voor
de ondergeschikten. Allerlei bureautjes met namen als I-opener of Working-together of VB-training geven die cursussen. De ondergeschikten gaan er heen om eens uit de sleur te zijn of omdat er goed gegeten en gedronken kan worden of omdat een collegaatje versierd kan worden.
Zelfs betalen de bedrijven voor het geven van 'pensioenlessen'. Wat is dat nu weer? Deze cursus helpt je bij het maken van de juiste keuzen: wat moet ik doen na mijn pensioen?
Vier dagen worden de cursisten gedwongen zich uit te spreken. De cursusleider heeft zelf een aangename en rendabele manier gevonden om zijn dagen te vullen. Samen met een leuke vrouw geeft hij de cursus.
Hij zegt: 'Ons doel is om deelnemers inzicht te geven in hun veranderende situatie.'
Let op het saaie, modieuze taalgebruik. Let op de redundantie ook.
'Om samen met hen achter gesloten deuren te kijken.' (?)
'die te openen en nieuwe mogelijkheden te ontdekken. Of ze daar dan ook wat mee doen, is helemaal aan hen. Wij bieden geen recepten, geen pasklare programma's voor het het leven na het pensioen. We laten de groep zelf over een aantal thema's reflecteren.'
Na het ontbijt met luxe broodjes en allerlei salades en taarten, gebakken eieren etc. is er koffie. De cursusleider vraagt: 'Hoe zit je er vandaag bij? Hoe is de eerste dag gisteren bevallen?'
De cursisten zeggen: 'Het viel me op dat sommigen al pensioenkundig zijn. Anderen worstelen nog met de vraag: wat nu. Ik ook.'
Ik denk: als je nu, op deze leeftijd, nog niet weet wat je wilt, ga dan maar achter de geraniums of hang je op.

==


Het grote zwijgen

Matthijs Vermeulen, de jonge vriend van Diepenbrock schrijft over muziek, componeert diep religieuze muziek, maar onder invloed van de Eerste Wereldoorlog twijfelt hij aan de zin en schoonheid van de schepping. In het hoofdstuk 'Het grote zwijgen' van de roman 'Het grote zwijgen' van Erik Menkveld herinnert hij zich als oorlogscorrespondent in Luik de gesprekken met zijn jonge vriend in de natuur als ze 'praatten over het geloof, over het raadsel van het oneindige, over het unieke denkvermogen waarmee de mens in de loop der eeuwen heeft kunnen ontdekken welke vorm de aarde heeft, welke banen de zon, de maan en de sterren doorlopen en hoe zij onderling van elkaar afhankelijk zijn. En hij denkt aan zijn oreren over het geheim van het Licht, dat ook het geheim van de muziek is, de levenwekkende golfstroom die het onbevattelijke Alles doortrilt, het heilige Vuur dat Diepenbrock de Liefde noemt en dat iedere ware kunstenaar sinds mensenheugenis probeert op te vangen en tot aardse schoonheid om te vormen.'
Maar nu, onder de indruk van de waanzin van de oorlog, het afschuwelijke gedrag van de Duitsers in België lijkt alles leeg, zinloos en absurd: 'het lijkt hem terug te werpen in een kaal, onomstotelijk heden. Een angstaanjagend potdicht afgesloten heden ook, dat elk gevoel, elke compassie, elk mysterie buitensluit, dat elk vermoeden van iets bovenwerkelijks of heiligs hoonlachend smoort. In dit ontheiligde, allesoverheersende hier en nu is het firmament niet langer ondoorgrondelijk, is het licht een reeks getallen, is alles plat, feitelijk, causaal en zinloos.'


'Het grote zwijgen' is de titel van Nietzsche, maar in de wat ouderwetse en afstandelijk vertelde roman van Erik Menkveld gaat het ook over het zwijgen van Diepenbrock. Hij verzwijgt zijn liefde voor zijn leerlinge Jo met wie hij een heftige korte verhouding heeft, met een lange nawerking. Hij kiest voor zijn huwelijk met Elsa en de twee dochters. Jo laat hem met rust en vlucht in een andere verhouding. Van Elsa heeft Diepenbrock nooit gepassioneerd gehouden. Elsa heeft het hem mogelijk gemaakt te componeren. Zij heeft hem de twee dochters geschonken en zij weet dat hij zich niet echt interesseert voor haar. In hun leven komt de jonge smidszoon Matthijs Vermeulen, met wilde haren en hartstocht, componist in de dop, met een scherpe pen die het durft om zijn kritische waarheid op te schrijven over Mengelberg en ook over een uitvoering van Diepenbrock, die hij niettemin zeer bewondert en beschouwt als leermeester.
Elsa is meteen onder de indruk van Matthijs, maar pas veel later verklaart zij, twintig jaar ouder, haar liefde, in een mooie scène in de trein, op weg naar de uitvoering van de Missa van haar man. Matthijs staat bij een raam in de trein; zij komt bij hem en zegt dat ze van hem houdt. Op het station van Breukelen staat een kruier die hen ziet, maar niet weet wat er gebeurt. Zo onbekend zijn ze voor elkaar, hoewel Elsa de eerste vrouw is die Matthijs diep raakt. Ze beginnen op haar initiatief een heftige verhouding, dat wil zij zeggen dat zij heftig is en hij vooral verbaasd. Matthijs laat haar het seminarie zien in Brabant, waar hij ging houden van een pater muziekleraar. De eerste keuze voor muziek, werd een mystiek moment, waarin hij zijn individualiteit voelde opgenomen worden in het Al. Elsa speelt al gauw open kaart met haar man, wat haar man niet deed rond zijn geliefde, terwijl zijn vrouw alles voorvoelde.
Elsa is in de roman een mooie figuur, die het verdiende om centraal te staan, maar Menkveld schreef een andere roman, een roman over de daadloosheid van Diepenbrock, de groei van Vermeulen, de waanzin van WO I en de barbaarsheid van het Duitse keizerrijk.
De roman eindigt in een epiloog waarin verteld wordt dat Matthijs getrouwd is met een bewonderaarster en bericht krijgt dat zijn oude leermeester dood is. Hij moet een stuk over hem schrijven.
Maar waar is Elsa? Hoe is het met Elsa? Matthijs heeft haar in de steek gelaten voor een leeftijdgenote, die hem een briefje heeft gestuurd met zeven roosjes. Hij zet de roosjes op de schouw boven zijn allesbrander en zegt: 'Als deze rozen gaan bloeien, wordt ze mijn vrouw.' Dan gaat hij naar het adres dat in de brief stond en maakt een afspraak. Als hij terugkomt zijn alle zeven roosjes open 'en staan uitbundig te bloeien'.
Die roosjes en de brief van Elsa waarin ze haar besluit om te scheiden bekend maakte; zijn respect voor Diepenbrock, zijn vrees dat de kinderen het hem kwalijk zouden nemen èn zijn verlangen naar eigen kinderen, die Elsa hem niet meer kon geven, dat alles doet hem besluiten met haar te breken. Uiteindelijk is de belangrijkste reden dat hij zich moeilijk over kon geven aan hun liefde.
En Elsa? O ja, we krijgen nog net te lezen dat zij katholiek is geworden en vrede heeft gevonden.


==

Hoe lang kan het nog, het Tropenmuseum bezoeken?
Ik was er vanmiddag en ik zag en luisterde naar een katoenboer in de Sahel. Hij heeft drie vrouwen en veel kinderen. Eerst hoorde ik één van zijn vrouwen. Zij heeft drie kinderen en zij vertelt trots dat haar man de baas is over meer dan vijftig mensen. Hij verbouwt niet alleen katoen, maar ook gierst en groenten. Hij heeft koeien en schapen en zevenentwintig kippen. Zij is mooi gekleed, terwijl ze katoen kaart, de pitten er uit haalt en dan met een spintol draden maakt. Deze tol is niet zo goed, maar ook met een goede tol is het moeilijk werk. Zij hecht met vaardige hand de plukjes tot draden aan elkaar, die haar man vervolgens verwerkt tot gekleurde lappen met behulp van een weefgetouw. Hij laat de spoelen heen en weer gaan met zijn handen. Aan zijn tenen zitten draden, een stokje onder zijn voetzolen, zodat de draden van de schering heen en weer gaan.
Zij staat 's morgens op, haalt water, wast zich en haar kinderen, maakt het ontbijt klaar en stampt gierst voor het middagmaal en nog een ander donker landbouwprodukt dat ze stampt tot vet en een soort boter, die ze tot ballen kneedt en verkoopt op de maandagmarkt. Ze is de hele dag aan het werk.
Hij heeft zijn koeien toevertrouwd aan een herder die het vee ook voedt met de stengels van gierst en mais. De koeien geven anderhalve liter melk per dag. Op een hectare verbouwt hij nog pinda's voor extra inkomsten. Een andere akker ligt braak. De mest van de koeien wordt gebruikt op het land. Er is geen geld voor kunstmest, maar sinds de voorlichting sinds 1970 is de opbrengst van land en vee verdubbeld. De koeien worden door een veearts in de gaten gehouden tegen wormen en mijten.
Ze hebben het goed, vindt hij. Als god het wil, krijgt hij nog meer koeien.
De herder heeft ook eigen koeien, meer dan zestig en ook hij kan goed leven. Hij heeft één vrouw en drie kinderen. Er zijn veel kinderen in het dorp die elkaar aanraken en spelen zoals bij ons op speelpleinen. Die kinderen zullen een ander leven krijgen.

=

Ja, hij lacht veel, Mark Rutte, hij doet lakoniek, maar hij is verantwoordelijk voor Opstelten en Teeven, voor de mannen die Telegraaf-politiek bedrijven, die maatregelen nemen waarvan Toos en Henk denken dat het helpt. Bijvoorbeeld de wietpas; klinkt lekker gereguleerd maar het effect is, zeggen betrokken burgemeesters, dat de criminaliteit toeneemt.
Rutte laat toe dat volksvertegenwoordigers morrelen aan de onafhankelijkheid van rechters, dat effectieve taakstraffen worden omgezet in criminaliserende celstraffen.
Rutte laat zijn oren hangen naar een columniste van Spits, Naima el Bezaz, die pleit voor strengere straffen en zelfs voor de doodstraf. Zo komt de Sharia op een onverwachte manier, via het kabinet dat bestaat dankzij een Islamhater, toch nog in Nederland.
Nee, ik zeg niet dat Rutte voor de doodstraf is, ­ ik weet het niet -, wel dat hij een klimaat gedoogt waarin ongenuanceerde, populaire opvattingen de overhand gaan krijgen.
Hij laat gebeuren dat anti-democraten mensen die opkomen voor minderbedeelden, werklozen, verdacht maken; dat journalisten die aan zijn coalitie kritische vragen stellen, monddood worden gemaakt.
===========

Kakekotoba

 

In de klasieke Japanse poëzie is een stijlfiguur populair: de 'kakekotoba'; hierbij wordt gespeeld met woorden die twee verschillende betekenissen in zich verenigen, homoniemen. De ene betekenis hangt samen met het zinsgedeelte dat aan het woord voorafgaat, de tweede met het zinsgedeelte dat er op volgt.
In het Nederlands ziet het er zo uit:


Ik blijf bij je, ik geef je een arm
ben ik als ik niet bij je blijf.


We zetten al ons geld op een bank
zitten we samen te beslissen.


Zullen we vreemd gekleed naar het bal
is de verbinding tussen hand en voet.


Uit de verte wierp hij haar een blik
waar voedsel in zat van grote waarde.


Zij was verheugd en smolt als was
hing hoog aan de lijnen op het balkon.

=

Pascal Cornet schrijft elke dag een behartenswaardig stukje tekst of plaatst een foto.
Sommige onderwerpen, motieven komen steeds langs. Zo heeft hij een onderwerp'gisteren en vandaag'. OpDINSDAG 25 OKTOBER 2011 schreef hij
gisteren en vandaag 298
Van gisteren zal ik iets wat ik hier niet opschrijven kan mijn leven lang onthouden.
Vandaag moet ik werken.
Dit fascineert; het is zo sterk omdat het een suggestieve uitgegomde plek is. De lezer kan zich er van alles bij voorstellen. Hij wordt bijna gedwongen na te denken over wat hij niet kan opschrijven, openbaar maken, maar wat onvergeetlijk is.
Op 6 april 1327 (Goede Vrijdag) ontwaarde Petrarca in de kerk St.-Claire een meisje, dat hij als Laura zijn leven lang heeft bezongen in lyrische verzen, die gebundeld zijn in de Canzoniere, in het Italiaans geschreven.
Hij kon zijn geschreven liefde wel openbaar maken. HOEZO liefde? Het gaat om iets heel anders bij Pascal. Om een gruwelijke jaloezie of een vernederende haat of om iets dat je niet eens kunt bedenken.

 

===

 

Henk Kauffman eindigde zijn lezing voor de HOVO Groningen over de evolutie van het bewustzijn met de opmerking: 'Wij zijn niet door de wereld geschapen; wij zijn er om de wereld te scheppen. Onze empathische vermogens zijn er om de wereld voort te zetten.'
Ook dat is een geloof, maar een geloof dat ruimte biedt voor een mooie opdracht.
Martha Nussboaum pleit in 'Niet voor de winst' voor een goede opleiding in humaniora. Deze opleiding is de laatste decennia verzwakt door technologische studierichtingen en managment opleidingen. Het kabinet Rutte bezuinigt juist op wat het onnutte of elitaire vakken noemt.
Het is echter duidelijk dat een democratie onderwijs in andere talen en culturen, kunst, geschiedenis, filosofie en literatuur niet kan missen, omdat juist deze vakken leren je in anderen te verplaatsen.
We zullen moeten beseffen dat economische groeicijfers en concurrentie minder belangrijk zijn dan wederzijds begrip; dat we ons niet moeten terugtrekken binnen onze eigen nauwe grenzen. We moeten de poorten naar buiten openzetten; we moeten in een respectvol contact treden met onze buren in Europa het Midden Oosten en Azië. Niet onze eigen normen en waarden alleen zijn 'heilig'. We moeten inzien dat anderen andere visies hebben en soms betere. Onze visie op sexualiteit is bijvoorbeeld eng en beperkend, terwijl in Oeganda en andere landen de vreugde, het geluk samenhangen met een vitale, vrouwelijke erotiek.
Nussbaum vertelt in een interview met Maartje Somers in NRC van 21-10 dat in Amerika de taal van Shakespeare jongeren zeer aanspreekt. Ook hebben ze wel degelijk belangstelling voor klassieke muziek.
Maartje verwees naar John Seabrook die zegt dat de meeste mensen alleen in massacultuur geïnteresseerd zijn en dat de zogenaamd hoge cultuur een niche voor de elite is geworden. Dat is natuurlijk altijd zo geweest, alleen vonden de meeste mensen dat toen nog begerenswaardig.
Nussbaum pleit voor Socratisch onderwijs; leren bevragen. "Een argumentatie goed opbouwen is iets heel anders dan zeggen wat je voor de mond komt. Socratisch onderwijs is een remedie tegen de tendens naar hufterig gedrag.'
Je kunt leren je in een ander te verplaatsen. Als we de wereld willen voortzetten zullen we dat moeten doen.


===

 

Het Neues Museum in Berlijn is zeventig jaar gesloten geweest. Het is open sinds oktober 2009. Wij zijn twee jaar lang niet in Berlijn geweest. Het is prachtig verbouwd sinds het in de Tweede Wereldoorlog werd verwoest. Pas in de tachtiger jaren werden noodzakelijke reparaties toegepast. De Engelse architect David Chipperfield heeft het gebouw met behoud van vele oude elementen, zelfs kogelgaten en resten van mortiervuur, geschikt gemaakt voor nieuw gebruik.


We zien er oude culturen van Egypte, Klein-Azië, Midden- en Noord-Europa.
In een grote binnenruimte is het thema chaos en door goden geschapen orde. We zien een reliëf met koning Assurasirpal II met vlak achter hem zijn genius, een soort bewaarengel, 9 eeuwen voor Chr. in Kalchu, Nimrud, Noordirak. We zien Kumanische vrouwen ­ en mannenfiguren van de twaalfde eeuw na Chr, uit de Oekraïne. Zij waren een thuisteken voor de zielen van de gestorvenen en werden aan de grenzen van het land neergezet als herkenning. Grote, ernstige figuren, die even doen denken aan de beelden van Paaseiland.


In dezelfde ruimte teruggevonden beeldjes uit Berlijn. Ze waren weggeborgen na getoond te zijn in verschillende Duitse steden als voorbeelden van Entartete Kunst. Weggeraakt, beschadigd, verweerd en sinds kort opgegraven, teruggebracht naar de orde. Bijvoorbeeld een beeldje van een zwangere vrouw, niet 'mooi' genoeg volgens de nazi's, brokstuk, zoals een teruggevonden antiek beeldje.


Hitler zei in 1935: 'Es ist nicht Aufgabe der Kunst in Unrat um des Unrats willen zu wühlen, den Menschen nur in Zustand der Verwesung zu malen, Kretins als symbol der Musterwerdung zu zeichnen und krumme Idioten als Repräsentanten der mänlichen Kraft hin zu stellen."


De tentoonstelling was zó ingericht dat het volk zich moeilijk met de lelijke kunst kon identificeren of tot het inzicht kon komen dat de kunstenaars wilden waarschuwen voor 'slechte' ontwikkelingen of de valse schijn wilden wegscheuren. Het zal niet moeilijk zijn vandaag in Nederland een expositie te maken waar de PVV-stemmers hun agressie tegen zogenaamd elitaire kunst kunnen laten opleven.
Maar in Berlijn is met deze kleine expositie de chaos even bedwongen.

We zien vroeg-Romeinse mummiemaskers van 100 na Chr. van vrouwen die we vandaag in Rome kunnen ontmoeten.


We zien een klein meisje bij kasten met laden die te voorschijn geroepen kunnen worden met een knop. Ze luistert naar commentaar door een draagbare audiogids en ze leest alle teksten. Een geloofsbelijdenis, een christelijke hymne aan martelaren, muzieknotatie in Grieks schrift, magische amuletten, recepten, gedichten en delen van verhalen, bijvoorbeeld het verhaal van Sinuhe, alles op papyrus dat aan de randen is vergaan en met veel moeite is ontcijferd en als puzzelstukjes bij elkaar gelegd. Het meisje bekijkt alles met een lichte ernst. Ze lijkt zich voor te bereiden op een carrière als schriftontcijferaar of als archeologe.
We zien een kettinghemd van een Germaanse strijder in Gallië tegen Romeinse soldaten. We zien de gouden hoge muts, die gebruikt werd als tijdmachine, acht eeuwen voor Chr.


We zien een marmeren zerk waarop staat: 'Hier rust in vrede het kind Paulinus, die geleefd heeft, een jaar en vier maanden, min een dag. Vader en moeder hebben de grafsteen neergezet. En wie heeft de letters gehakt in het marmer? HIC QUIESCIT IN PACE.


En we zien natuurlijk Nefertite, nu voor de derde maal. Eerst in Charlottenburg. Toen kon je haar nog aanraken. Later in het Altes Museum: een suppooste zei de eerste keer dat we er waren, in 2005: 'Nefertite komt terug!' Blij. In 2008 was ze terug en ze stond in een vitrine, goed bewaakt. Nu staat ze in het Neues Musem in een aparte ruimte in een grote, hoge glazen kist. Er staan voordurend twee bewakers aan weerszijden die de opdracht hebben te letten op gekken. Nefertite kijkt door andere zalen naar de zonnegod Helios, vijftig meter verder. Hij kijkt terug en wordt weerspiegeld in het heldere dikke glas.

Domweg gelukkig in de Nicolaikirche, de oudste kerk van Berlijn, waar het allemaal begon. Nederzettingen genaamd Cölln en Berlin, tot bloei geraakt aan de oevers van de Spree.
Ik zit naast het nieuwe orgel, het vorige is verwoest in 1945, samen met de kerk. Ik kijk de lichte kerk in met zijn kleurige lijnen langs de ribben van de zoldering: rood, blauw, groen, paars, boven de grijs witte pijlers met acht rondingen, geschilderde baksteen. En ik luister naar muziek van Felix Mendelsohn Bartholdy, een door een koor gezongen cantate. Dat mag weer, de joodse componist. Naast het orgel staan comfortabele banken en kun je een keuze maken tussen twintig muziekstukken, waarbij het orgel bespeeld wordt. Ik schreef 'oorlog' in plaats van 'orgel'. De oorlogen hangen hier in de lucht.


Eerder op de dag zagen we bij Hackesche Höfe in de Sophiastraat gele koperen vierkanten in het plaveisel met de namen van de joden die daar woonden, gestorven in 1943, 1944 of 1945, vaak in Auschwitz. Na mijn vorig bezoek schreef ik een gedicht waarin Paula voorkwam.
Een fragment:
'Een hand in het plaveisel, een bronzen hand
elders een voet die omhoogkomt of wegzinkt
zoals Paula Davidson uit de Sophienstrasse
van wie nu een kleine bronzen steen rest
tussen de andere, naast het mondstuk
van een sigaret: je loopt er overheen.
De straat heeft geen schuld.'
Er is daar in de Hamburger Strasse een voormalig joods kerkhof dat de nazi's ook niet met rust lieten. In '45 zijn daar vele lijken in een gat gegooid. Nu heeft men van het gebied een kerkhoftuin gemaakt. De er naast staande oude joodse school wordt streng bewaakt.


Bij de Nicolaikirche hangt informatie over pogroms in de achttiende eeuw. De heersende heren maakten gebruik van joodse muntmeesters om belasting te heffen. Bij de dood van zo'n heer werd de jood gevierendeeld en gemarteld in het openbaar. Het volk stond te juichen.
De vernietigingskampen werden verborgen gehouden.
Nu is één jood 1048 Palestijnen waard. Hoe lang nog?


Het domme publiek

 

In de negentiende eeuw was men druk bezig met spiritualiteit in de Franse salons: men liet tafels dansen. Flaubert windt zich er over op. O de domheden van de mensheid. We hebben niets geleerd van de Verlichting. We leven nog in de middeleeuwen. Hij schrijft: 'De wilden die denken aan zonsverduisteringen een einde te kunnen maken door op ketels te slaan, zijn niet minder dan de Parijzenaars die menen tafels te kunnen laten dansen door hun pink op de pink van hun buurman te leggen.'
Socialisten vindt hij ook zo dom. Zij geloven in het nut van de Kunst, in theorieën over het algemeen welzijn en het staatsbelang. Zij ijveren voor vrijheid, gelijkheid en broederschap, maar offeren de vrijheid voor het opstellen van algemene regels waaraan je je te houden hebt. Broederschap? Eenheidsworst! Het gelijkheidsideaal loopt uit in de massamens. Het domme publiek loopt achter ijdele hansworsten aan. De populaire figuren willen op straat herkend worden. Ze worden toegejuicht en ja, later natuurlijk gelyncht. Hosanna, kruisig hem.
O, als het volk het voor het zeggen krijgt!
Flaubert heeft het bijvoorbeeld over Saint-Simon. (Wikipedia over hem: staat bekend als een vroege (utopische) socialist. Zijn invloed en aanhang bleven sterk tot in de jaren 1840, en maakten een grote indruk op Karl Marx en Friedrich Engels. De laatste prees hem om zijn analyse van de Franse Revolutie als klassenstrijd. Overigens baseerde hij zijn hervormingsplannen op een positivistisch geloof in de wetenschap en was hij een voorvechter van een meritocratisch maatschappijmodel. Het laatste zou Flaubert moeten aanspreken.)
Flaubert noemt hem middeleeuws. Wat een kwast! wat een schoolmeester! 'Het socialisme is een aspect van het verleden, net als het jezuïtisme. De kern van alle maatschappelijke utopieën is: tirannie, antinatuur en einde van de ziel.

 

Grof geweld


Het reisverslag van Flaubert (Oriënt) is feitelijk, droog. Wel informatief en interessant omdat de lezer informatie krijgt over zo'n reis meer dan 150 jaar geleden.
In 'Haat is een deugd' staan enkele brieven vanuit Jeruzalem en Damascus aan een vriend. Hierin is Flaubert wel persoonlijk. Zijn opvattingen zijn zeer uitgesproken en nogal cynisch.
'Je vraagt me waarom je je Dulcinea trouw bent. De verklaring is eenvoudig: omdat je de anderen niet trouw was. Maar waarom deze wel en de anderen niet? Omdat deze in de periode is gekomen dat je het moest zijn. De liefde is als een aandrang om te pissen. Of je het nu in een gouden vaas of in een aarden pot laat stromen, het moet eruit. Het toeval slechts verschaft ons het vat. En ik, ik word steeds vunziger. Hoewel ik na Jeruzalem een beetje tot bedaren ben gekomen. Godverdomme! wat een mooie vrouwen waren er in Nazareth! wijven bij de bron, met kruiken op hun hoofd. In hun gewaden die bij de heupen omsloten worden door een gordel, wiegen zij bijbels met hun kont.'
Frieda Vogels kan er ook wat van. In 'De harde kern' zegt een vriend: 'Maar ik wou, dat ik de kracht had om er werkelijk hard tegenaan te gaan.' 'De fut in mijn donder, zou Gerrit zeggen, maar jij verdomt het om je boek te publiceren.'
Er wordt wat afgebekt en geoordeeld over allerlei mensen en situaties. Veel mensen zijn 'hufters'. Aan veel mensen hebben de personages de pest. Ze zijn snel geïrriteerd. Er is veel rancune.
'Jij maakt er een rotzooi van,' zei Jacob, 'jij zit in je huis te broeden op wat je je katten wilt aandoen en je komt ons hier vertellen dat je eigenlijk een antisemiet bent. Daarom zeg ik: niet opzouten, doen.'
Het is een vreemde troost dat het gescheld niet alleen van nu is.


Buurvrouw

 

Zij praat met een bos bloemen
kiest 's morgens een trui in hun kleur
gaat achter de tafel zitten en kijkt
luistert naar hun lichte kroon.

Zij zit op haar gemak, kiest
eenvoudige woorden, overtuigt
en ruimt na afloop van het gesprek
de tafel leeg, wast haar kopje.

Dan gaat ze de tuin in voor
het handwerk, buigt zich over
roert door de aarde, de bloemen
blijven tevreden staan.

=

 

Vergeving

 

Een belangrijk thema voor Willem Jan Otten is vergeving. In de film 'Dogville' van Lars van Trier wordt de toeschouwer meegezogen in een wilde, niets ontziende wraak, nadat Grace (let op de naam, bittere ironie) zo vernederd is dat haar genadeloze vuur niet alleen logisch, maar ook te rechtvaardigen lijkt. Vergeving? Moet zij de dorpeling vergeven? Dat zou toch dwaasheid zijn? Moeten we Grace vergeven?
Ik ken dat meegezogen worden ook bij het zien van de film 'Strawdogs' waarin een zachtaardige man gedwongen wordt tot een bloedige afreking met de verkrachters van zijn vrouw. Wat bij hem de stoppen doet doorslaan is de schending van zijn huis, zijn thuis.
Otten heeft het over 'Dead man walking' van Tim Robbins. Een non spreekt met een verkrachter/moordenaar die in de dodencel zit. Hij, Poncelet, ontkent zijn daden, zegt dat hij slachtoffer is, maar de film maakt duidelijk dat hij een gruwelijke dader is, door flash-backs te tonen juist tussen de laatste gesprekken van de non met Poncelet. Zij probeert Jezus' leer overeind te houden dat ieder mens meer is dan zijn wandaad, dat ieder mens gered kan worden, dat hij door zijn kruisdood ook de zonden van de ergste misdadiger kan 'wegnemen'., mits de dader zich bewust wordt van zijn zonde. Nu ja, kruisdood of niet, waar het om gaat is dat vergeving altijd mogelijk moet zijn.
In het verhaal haten de ouders van de slachtoffers de dader en hopen ze op zijn executie. Het wordt duidelijk dat zij slachtoffer zijn van hun haat. Vergeving is er niet alleen voor de dader, de buitengewoon veel vragende act van vergeving is er ook voor de slachtoffers. Eén echtpaar gaat uit elkaar, omdat de vrouw verder wil leven. Haar man blijft achter met bitterheid en wraakgevoel, maar aan het eind van de film lijkt hij, dank zij de non, toch op weg naar vergeving.
Geen verontschuldiging! Poncelet moet boeten voor zijn misdaden.
De non houdt ondanks veel onbegrip en tegenwerking vol. Zij wil Poncelet waardig laten sterven.
De meerderheid van de omgeving, en zeker de Telegraafachtige pers, is voor wraak en vergelding. Het gaat niet eens om een waarschuwing aan potentiële moordenaars. Men weet wel dat afschrikking niet werkt. De film gaat ook over het probleem van de doodstraf. De non is tegen. Overigens zou je om humane redenen kunnen pleiten voor de doodstraf. Levenslang is een zwaardere straf. Uit cynisme kun je ook zeggen dat executie de samenleving veel kosten bespaart.
Poncelet komt door de naastenliefde van de non tot erkenning van zijn schuld. Vastgebonden op de plank waar hij een dodelijke injectie krijgt, zegt hij tegen de gescheiden man dat hij spijt heeft en tegen het hatende echtpaar dat hij hoopt dat zijn dood hen enige genoegdoening kan geven.
Shakespeare heeft in 'The Tempest' een prachtig, niet christelijk geïnspireerd voorbeeld gegeven van vergeving. (Zie Helen Luke in http://remcoekkers.blogspot.com/2010/04/helen-luke-over-vergeving.html)
=

Willem Jan Otten schrijft vaak over goed en kwaad en over film. In 'Trouw' verschijnt nu een reeks over films die hem raakten. De eerste beschouwing gaat over 'Dead man walking'. In de inleiding heeft hij het over de rol van de schurk. Het verhaal is indrukwekkender naar mate de beschouwer het kwaad erin herkent. En dan geeft hij, de bekeerde schrijver, het klassieke voorbeeld uit Genesis. Ik leer van hem dat de betekenis van 'Satan' is 'verdediger. Dat wist ik niet. In het Hebreeuws betekent 'ha-Satan' 'tegenstander'. Hij staat tegenover God, de autoritaire die zich niet wil verantwoorden. Satan daagt hem uit. In zekere zin kun je die uitdaging zien als verdediging van het menselijk standpunt. Otten herhaalt de bekende visie: de slang schildert het goede als tegenstander af. 'God, zijnde degene aan wie je beloofd hebt de appel niet te eten. Die wordt beticht van waartoe je zelf naar overhelt: egoïsme, vrekkigheid, appelzucht' Leuk gevonden dat laatste, maar je kunt een heel andere visie hebben op Eva's handelingen. Zij legt zich niet neer bij het autoritaire verbod. Niet eten van de appel van kennis van goed en kwaad? Waarom niet? Moet zij dan altijd een onbewust kind blijven? Eeuwig leven in een paradijs van onschuld en stilstand? Is het niet de taak van een mens te groeien in bewustwording? Heeft de slang geen gelijk als hij zegt dat 'God weet dat jullie de ogen open zullen gaan zodra je ervan eet. Dan zul je aan hem gelijk zijn en inzicht hebben in goed en kwaad.' ? (Gen.3- vs5,6 ) Satan is de revolutionair. Interessant is ook dat de slang in sommige vertalingen negatief 'listig' wordt genoemd, in andere 'slim'. De slang is mythologisch-symbolisch het teken van energie. Slangen kunnen bewakers zijn van de bronnen van het leven. Ze zijn ambivalent: constructief en destructief. Misschien bestaat de tegenstelling alleen maar in het menselijk bewustzijn en moeten we leren inzien dat, zoals bij Shiva alles één is, licht en donker, vol en leeg.

=

Flaubert(1821-1880) gaat in 1849 met een vriend naar Egypte. Dat is ruim 160 jaar geleden, maar hij lijkt een schrijver, een man, die je nu tegen zou kunnen komen. Zijn psychologie, zijn waarneming, verlangens, angsten, melancholie, sexualiteit, het is allemaal heel herkenbaar. Ooit zei hij: 'Madame Bovary, c'est moi' en dat betekende dat hij haar herkende in haar verlangens, haar onbevredigdheid, haar teleurstelling om de steeds terugkerende verveling, vermoeidheid. Als je de roman leest, ben je meer dan een eeuw terug in de tijd, maar als je zijn aantekeningen leest over de 'Reis door de Oriënt' is het anders.
Natuurlijk, Egypte toen was anders dan nu, maar niet zoveel anders dan in pak weg 1990. Heel veel van wat hij toen zag langs de Nijl, kon je in 1990 ook nog zien en de man die alles opschreef zou een reisgenoot kunnen zijn. Wij konden in 1990 niet meer zo door de woestijn, met paarden en ezels, met tenten en boten, met de proviand. In 1990 ging dat allemaal gestroomlijnder en luxueuzer, de resten van tempels en piramiden waren min of meer opgeruimd, het toerisme was commerciëler geworden, maar toch, de omgeving, de mensen langs de rivier, de primitieve omstandigheden in de dorpen waren nog niet veel veranderd. Nu, in 2011 zal het wel anders zijn, in ieder geval in Luxor, Aswan, Karnak, maar daar tussen?
Wat wel veranderd is sinds Flauberts reis is de houding tegenover slavernij, tegenover vrouwen. Zo schrijft hij over El-Dakka in 1850: 'Zaterdagmorgen. Ik koop twee vrouwenlokken, met de sieraden erbij; de vrouwen die ze moeten laten afknippen huilen, maar hun mannen, die er de schaar in zetten, brengt dat tien piaster per lok op.
Wanneer we terug aan boord, op het punt staan te vertrekken, komt men er nog een aanbieden; Max koopt ze. Dat moet werkelijk een harde slag zijn voor die arme vrouwen, die er blijkbaar aan gehecht zijn. In de morgenzon stonden daar die van vet glimmende hoofden, blinkend als fris geteerde boten.'
Dit is een wonderlijke mengeling van medelijden, identificatie met die vrouwen en afstand: 'blijkbaar aan gehecht'. De vergelijking met de 'fris geteerde boten'. Wat een Europese hufterigheid, denk ik nu.
En dan de manier waarop hij het schieten op vogels beschrijft en vanzelfsprekend vindt, het afschieten van een krokodil of hyena. Natuurlijk: de mens is heer en meester over het dierenrijk, lijkt de moraal. Wat zou Flaubert vreemd opkijken als hij zou weten dat de Partij van de Dieren een serieuze fractie is in het Nederlandse parlement!


=

Beatus

Broeder Beatus was  weer in het klooster. Ik had medelijden met hem, omdat hij alleen naar buiten mocht als hij naar school moest. De broeder-portier kon af en toe naar buiten. Hij verzorgde ook de post en hij deed waarschijnlijk de boodschappen.
Broeder Beatus was een gezegend schoolmeester. Elke morgen gaf hij een spannende godsdienstles. Hij had daarvoor een boek en een schrift. Stonden daarin ook de goocheltrucs waarmee hij vaak de les begon? Ik dacht dat hij die zelf verzon, want de andere broeders goochelden niet. Hij had een toverstokje, doeken, bekers. Hij liet zijn stok slap worden, haalde doekjes uit een beker met water, die niet nat waren, maar het mooiste  waren zijn woorden, vooral als hij iets moeilijks uitlegde.  Zo legde hij ons het dogma van de goddelijke drieëenheid uit met behulp van drie lucifers.
Hij streek tegelijk de lucifers aan, hield ze bij elkaar, liet de vlam zien en zei: 'Kijk, jongens, er is één God, maar ' en dan liet hij de vlammende stokjes zich van elkaar verwijderen, zodat we drie vlammetjes zagen, 'maar er zijn drie Personen'. We begrepen het helemaal: het goddelijk vuur, de eenheid, de drieëenheid. Toen ging hij naar het bord en schreef alles heel duidelijk op, maakte er eenvoudige tekeningetjes bij en liet ons dat alles overschrijven en natekenen. Daarna begon de rekenles.
Een andere keer droegen wij zelf een theologisch probleem aan. We zaten in de derde klas, waren dus acht jaar, maar we dachten over die dingen na.
'Broeder, u heeft gisteren gezegd dat we in de hemel allemaal volmaakt gelukkig zijn, maar hoe kan dat nou? Dan is iemand die zijn hele leven heeft geploeterd en altijd eerlijk is geweest en zijn best heeft gedaan net zo gelukkig als de boef die op het laatste moment gebiecht heeft.' De broeder knikte, hij begreep het al, maar wij gingen nog even door. 'En wie weet heeft die man wel zijn hele leven gemoord en gestolen, maar op het laatste moment had hij berouw en dan gaat hij naar de hemel. Dat is toch zo?'
Hij knikte weer, ja, we hadden het goed.
'Nou, dat is toch niet eerlijk!', riepen wij verontwaardigd.
Hij lachte en zei dat het een probleem was en dat hij het morgen allemaal zou uitleggen. We moesten tot morgenochtend geduld hebben.
Wist hij het niet? Moest hij het de overste vragen of opzoeken in zijn boeken of wilde hij ons in spanning laten?

Beatus

(vervolg)

De volgende morgen hield hij geen moeilijke verhandeling. Hij zei niet dat wij kleingelovigen waren, dat wij Gods rechtvaardigheid moesten vertrouwen, dat God in zijn ondoorgrondelijke wijsheid had voorzien dat de man zijn geluk op een andere, voor ons onbegrijpelijke wijze had verdiend, nee, er stonden op tafel zes glazen van verschillende grootte, van borrelglas tot limonadeglas. Er naast stond een karaf met water. Een grote karaf, met condens aan de buitenkant, met parelend water. Het moest heerlijk water zijn, koud en nat.
Wij gingen zitten. Het werd vanzelf stil. Broeder Beatus keek ons aan. Na een lange stilte zei hij: 'Cor Brummel, kom jij eens naar voren.'
Cor Brummel was een beetje rare jongen, een leugenaar, met stiekeme grappen. Een kleine aap, dom en onbetrouwbaar.
'Cor, zie je die karaf met water?'
Cor zei: 'Karaf broeder?'
'Ja Cor, neem die karaf en schenk de glazen vol, schenk ze volmaakt vol.'
Cor ging aan het werk. Het duurde lang en wij zaten ademloos te kijken hoe Cor trillend en morsend die glazen volschonk. Hij was onhandig en wij wilden die karaf wel uit zijn handen trekken, maar uiteindelijk waren al die glazen vol. Sommige waren overgelopen, het tafeltje was nat.
Cor zette de karaf weer neer en vroeg: 'Is het zo goed, broeder?'
Broeder Beatus lachte en zei dat hij weer mocht zitten. Cor ging grijnzend zitten. Wij keken naar de broeder en naar de glazen.
'Kijk jongens', zei broeder Beatus, 'al die glazen zijn volmaakt vol en toch zit er in dat limonadeglas meer dan in dat kleine glaasje.'
Wij begrepen hoe broeder Beatus ons duidelijk had gemaakt dat je tijdens dit leven ervoor moest zorgen dat de inhoud van je ziel zo groot mogelijk werd.  Die moordenaar moest genoegen nemen met dat borrelglas en een brave oude vrouw was de gelukkige eigenares van het limonadeglas.
De broeder ging naar het bord, tekende de volle glazen en schreef eronder: in de hemel is iedereen volmaakt gelukkig.
Wij pakten met een gelukkige zucht onze schriften. Wat hadden we toch een mooi geloof. Daar konden die lui daarbuiten niet tegenop, die stakkers, die niet wisten wat een geniale broeders wij hadden. Ze waren bang voor onze broeders, omdat ze in het zwart waren gekleed. Ik had ze wel eens gezien bij de brug, hoe ze angstig de ijzeren leuning vastklemden als een broeder passeerde, of een pastoor. Dat deden ze om het ongeluk weg te laten vloeien, want zij dachten dat een zwartrok ongeluk bracht. Heidenen waren het, net zo zielig als de zwartjes in Afrika, waarvoor wij zilverpapier spaarden. Nog zieliger eigenlijk, want die zwartjes konden niet lezen, ze wisten niet beter, ze hadden geen kansen gehad, maar die jongens buiten moesten beter weten. Zij zaten ook op school, andere scholen natuurlijk, met meesters en juffen, maar daar leerden ze toch wel lezen?

=

Ontkomen

Zo langzamerhand weten we iets over de plaatsen in de hersenen waar bepaalde denkactiviteiten plaats vinden; we weten iets over neuronen, over chemische en electrische processen, de rol van neurotransmitters, van eiwitten... maar we weten nog bijna niets over hoe een gedachte, hoe een woord of een zin tot stand komt.

De laatste dagen schoot er een gedachte door me heen, hoewel 'schoot' geen adekwate omschrijving is. Het was meer dat er aarzelend een zin naar het bewustzijn kwam, waar vandaan?, die eerst onduidelijk was en dan langzamerhand, door concentratie, zichtbaar?, voelbaar?, kenbaar? werd. Het was iets als ' maar het ontkwam naar voren'. Waar kwam het zinnetje vandaan? Was het een citaat? Ik voelde het als een bevrijding: de zin kwam ook naar voren, alsof de zin een persoonlijkheid was die zelf naar voren kwam, borst vooruit, trots, blij vanwege de ontsnapping aan gevaar. En als de woorden dan helder in mijn hersenen 'resoneerden' voelde ik steeds een blijdschap, een bevrijding. Ik ademde diep. mijn borstkas verwijdde zich. Er was een lichamelijk gevoel van opluchting. Maar waar kwam die zin vandaan? Was het een regel uit een gedicht? Van wie? Zou ik de regel kunnen opzoeken bij Google? 'ontkwam naar voren'; was dat genoeg?148.000 resultaten in 0,22 seconden, maar niet eén letterlijk. Allemaal mensen die ontkwamen aan gevaar, dat wel.
Ik dacht een paar dagen dat het ging over de miljoenpoot op de Chinese Muur, die naar voren kroop. Dat was uit een gedicht dat ik schreef over dat beestje:

Miljoenpoot doet de Chinese Muur

Langzaam, sierlijk, met zijn cilindrisch lijf
traag glijdt hij de trappen af, horizontaal
verticaal, horizontaal, verticaal
en gratie Gods, dat is levensmoed.

Tussen toren eenentwintig en
tweeëntwintig glijdt hij naar voren.
Hij denkt niet, maar hij gaat
golfsgewijs maar zeker naar

tweeëntwintig, die hij in zijn korte
leven niet zal halen, maar hij gaat

de trappen af. Voor hem geldt geen
hoog of laag, op weg naar het einde.

Dat was toch niet 'ontkomen'!
Eindelijk kreeg ik een vermoeden over het juiste gedicht. Ik zocht het en ja, daar stond het zinnetje, letterlijk. Meer dan dertig jaar geleden geschreven.

Lieve N.

Vandaag zag ik je letter N op een schilderij
van Gianni Dessi uit Rome. Hij schilderde
een lam zoals jij het ooit in je armen droeg
achter het huis dat nu weg is.

Zijn lam was opgebouwd uit figuratieve
resten, vlekken, boven de letter N
die zijn poten vormden, links en rechts
een vlammend angstig duister waartussen

het lam AGNUS aarzelend en teder naar
voren kwam, met hangende oren, bedreigd
door AG en US langs het roomwitte pad
maar het ontkwam naar voren.

De laatste regel voel ik, als ik hardop lees, mijn borst zwelt op en ik maak bijna een beweging naar voren, ontsnappend aan de vlammen, blij, adem halend. En hoe zou het met N zijn (die eigenlijk M was)?
==

Wilde wraak

Moby Dick, van Melville (1851) gaat simpel gezegd over de krankzinnige woede van kapitein Achab of Ahab die een witte potvis achternajaagt omdat deze ooit bij een eerdere jacht zijn been afbeet. De reders betalen hem om walvissen te doden vanwege de kostbare olie. De bemanning krijgt een deel van de opbrengst en heeft dus belang bij het doden van zo veel mogelijk walvissen. Vooral de potvis is een prooi omdat zijn kop voor een groot deel bestaat uit zogenaamd sperm, rijke olie.
Minder simpel gezegd gaat het boek over de jacht op het onmogelijke. Moby Dick, de witte walvis, is symbool voor god of het lot, de oceaan of het universum. De verteller is Ishmael, een intellectueel, die gaat varen omdat hij vervreemd is van de gewone samenleving. Hij heeft een bijbelse naam, die van de zoon van Abraham en Hagar, die door Sara wordt verbannen naar de woestijn. Achter Ishmael verschuilt zich Melville, een succesrijk auteur uit de Amerikaanse Romantiek. Melville verschuilt zich ook achter een alwetende verteller, die soms Shakespeariaanse toneeltechnieken, monologen en terzijdes, gebruikt. Hij kent de binnenwereld van Ahab. Melville baseerde zich op bestaande verhalen over een schip dat werd aangevallen door een witte walvis en dat zonk. Er was een witte walvis die Mocha Dick werd genoemd en die tussen 1836 en 1839 schepen aanviel.
Ahab was de naam een beruchte, wraakzuchtige koning van Israël, wiens bloed uiteindelijk door de honden werd opgelikt.
Melville schrijft: 'De witte walvis was in zijn (Ahabs) ogen de monomane incarnatie van al de boosaardige krachten waarvan sommige diepzinnige figuren het gevoel hebben dat ze erdoor worden opgevreten, tot ze het voor de rest van hun leven moeten stellen met een half hart en een halve long.' Het is niet moeilijk om, afgezien van de diepzinnigheid, een parallel te zien met Wilders. 'Alles wat gek maakt en kwelt, alles wat de droesem der dingen oprakelt, (...), al wat de zenuwen sloopt en het verstand slecht, heel die verfijne demonie van leven en denken, alles wat kwaad was, waren voor de krankzinnige Ahab zichtbaar gepersonifieerd en letterlijk tastbaar gemaakt in Moby Dick. Op de witte bult van de walvis stapelde hij de som van algemene woede en haat, zoals gevoeld door zijn ras van Adam af; om er vervolgens, als was zijn borst een mortier, de hete granaat van zijn verhitte gemoed op los te laten.'
Ieder die hem vroeg te nuanceren verklaarde hij voor knettergek.
==

Geweld 24

We lopen achter onze schreeuwende leider aan
met knuppels en haken. We stormen op de huizen
van de anderen af en rammen de deuren.

We trekken de vijand naar buiten en slaan hem dood
nadat we de kleren van zijn lijf hebben gerukt.
Bloedend ligt hij op de grond te sterven.

Het is nog niet genoeg: we springen op zijn lichaam
blijven slaan met knuppels tot alle organen kapot zijn.
We steken zijn huis in brand.

We blijven nog schreeuwen, drinken bier en langzaam
trekken we huiswaarts, gaan doodmoe liggen op bed
maar we kunnen niet slapen.

 

=

Hoe electronen bewegen

Soms als mensen in een drukke straat
soms als een massa die langs Amsterdammertjes
moet laveren, soms als mensen in een stadion
die een 'wave' maken. Dat laatste kun je gebruiken
om iets te doen met supergeleiding.
Je kunt wetenschap bedrijven
door metaforen te zien.

Hoe kleeft de gekko aan de wand?
Hoe kan dat grote lichaam blijven hangen
aan die pootjes? Dat komt omdat de plooien
in zijn oppervlak weer bestaan uit vele vertakkingen
waarin weer vele staafjes zitten. Dat levert
een enorm oppervlak op. We kunnen het namaken
met koolstofstaafjes die hechten aan glas,

Zo kunnen we steigers maken die bedekt zijn
met een soort kleefband dat je aan het plafond
kunt hechten. Dat scheelt uren opbouwwerk.
Andersom kan ook. Waarom rolt een druppel
van een rozenblad? Omdat op het oppervlak
allemaal puntjes zitten, die geen houvast geven.
De druppel rolt er eenvoudig af.

Je kunt op ijs schaatsen omdat de bovenste
moleculen water zijn en dat laat glijden.
Noordpoolonderzoekers kwamen om
omdat ze niet door hadden dat beneden
40 graden celsius dat bovenste laagje
niet smelt en het zo stroef is als zand.
Ze konden eenvoudig niet snel genoeg terugkomen.

=
Metz, Centre Pompidou

De oude Rodin, al zo veel beelden gemaakt
klopt opgewekt op zijn beitel en langzaam
verschijnt een streep in het marmer
van een gaande man, die twee passen neemt.

Rodin staat op de trappen van een oud gebouw
tussen het onkruid en hij lacht boven zijn lange
baard, alpino op, de ogen knijpend tegen
het licht en later tegen schilfers, kwetsbaar
en kritisch kijkend. Hij zegt iets tegen de filmer
lachend omdat wij het niet kunnen horen.

Maar dan gaat hij weer kloppen op zijn beitel
blaast, kijkt en slaat opnieuw, werkt aan de streep.

 

=
Hoe je je zoon moet laten gaan

Geef hem een schop, niet te hard
maar effectief. Zeg: 'Ga naar buiten
kijk rond en kom pas terug
als je het andere hebt gezien
en misschien een beetje begrepen.

Keer dan terug en kijk je vader
vrolijk aan, verbaasd
over wat je achter hebt gelaten.
Bouw een eigen huis
richt de kamers in
en geloof in wat je doet.

=
Moderne-kunst-kitsch

In Almere staat een merkwaardig museum: De Paviljoens, of is het vooral een uitvalbasis voor Land Art in Flevoland. Toen wij er op 3 augustus waren, zagen we in een paviljoen een soort moderne kitsch: een gedemonteerde piano, een vitrage-gordijn, een zootje planken en laden, resten leken het van bureaus met woorden. Het laatste heette 'Depot van woorden'.
Toen we binnenkwamen, foutief via het kantoor, liepen we door een geluidsgang met enorme herrie. 'Chinese whispering'? Een metrotrein, versterkt!
De kunstenares is Suchan Kinoshita. Zij kreeg de gelegenheid het paviljoen in te richten met diverse werken. Divers inderdaad, maar niet erg origineel. Het is de laatste in een reeks solotentoonstellingen. het geheel heet: 'Het verkeerde moment op de juiste plek', een omineuze titel. Misschien was een eerder moment wel juist? In Kassel 1992?
Geboren in Tokio (1960), nu thuis, na omzwervingen in Duitsland vooral, in Maastricht. De installatie 'Chinese whispers' (Münster 2007) bestond uit doorgefluisterde tekstfragmenten, zoals het spel dat je in klassen doet, om aan te tonen hoe onbetrouwbaar mondeling doorgegeven berichten zijn. (Waarom wij de metro hoorden, is me onduidelijk.)
De piano moest 'Das Fragment an sich' van Nietzsche spelen, da capo, zonder einde. In de zestiger jaren hoorden we zulke composities vaak. In een folder (o, kunstbegeleiding!) staat:
'Naast de piano geeft een klok traag het verstrijken van de tijd weer. Achter de huiselijke vitrage in 'Gordijn' staat een tweede, nog tragere klok, gevuld met inkt en honing. Op het kleine tafeltje dat ook half achter de vitrage verborgen is, ligt een stuk broekspijp dat Kinoshita in New York op straat vond. Het is éen van de schijnbaar waardeloze, vaak gevonden materialen en objecten waarvan Kinoshita nieuwe poëzie maakt door ze een plek te geven in haar installaties.'
Schijnbaar? Nieuwe poëzie?

=
Vlinders

Ze zien er vrolijk uit; een paar weken fladderen
van bloem naar bloem, maar zo is het niet.

Het is hard werken om te zorgen voor rupsen.
De vrouwtjes slaan de mannetjes van zich af.

Ze moeten zorgen voor voldoende nectar
en de mannetjes moeten poedelen in stront
en lijken, nutriënten verzamelen als
huwelijkscadeau, dat zij dan uiteindelijk
toestaat te ontvangen, als hij zijn best doet
heftig fladdert. Bij het geven heeft zij
er al gauw genoeg van, maar hij laat niet los
bang dat een ander mannetje haar gaat bezitten.

Daarna mag zij eitjes afzetten
en mogen ze samen sterven.

=

Waarneming

Als ik kijk naar hoe het heel jonge meisje
kijkt naar de wereld, schommelend
in een stoeltje, gehangen aan de boom
geduwd door haar jonge vader

leg ik die waarneming even vast
denk over wat ik zie. Ik wil weten
wat in haar hoofdje gebeurt
of ze straks net voordat ze slaapt

in haar kleine bed nog even denkt
aan wat ze zag en voelde, aan
de vertrouwde hand van haar vader.

Of ze dan even heel gelukkig is
of ze dat ook weet en hoe lang

==
Ode aan een fietstocht

Opdoemend om de bocht van de holle weg
in schaduw van oude bomen, schrikdraad omhoog
de kinderen van een moeder, hun partners
kleinkinderen van twee tot vijftien rijdend
of meegedragen voor en achter de Gazelle
ontspannen ademend in landschap en lucht
omhoog. Er is ook lucht in de banden, zoevend
over asfalt, hobbelend door het bos, de lange
heuvelrug beklimmend, zingend omlaag, springend
naar het dal, als koningin Juliana, de rok in de wind
twee doodbidders, drie paarden, veel woorden
als: toen viel Tijs in de brandnetels en heb ik
Wilfried verzorgd met konijnenblad
en nu zijn ze beukennootjes aan het eten
en ze vinden ze nog lekkerder dan Hemanoten.

't Is heel simpel, we zijn al heel prima
op weg naar de bron. Kinderen spelen wedstrijd
met hun handen in het koude water.

Terugploegend langs het zandpad valt
de groep uiteen tot na de verhuurder.

Fietsen aaneengeschoven, glanzend vermoeid.
==

De Moeder De Vrouw

Het is nogal gewaagd iets te schrijven over Nijhoffs 'De moeder de vrouw', na Sötemann, Van den Akker, Bakker, Komrij en Yra van Dijk. Sötemann heeft veel overhoop gehaald en naar zich toe geredeneerd. Ik herinner me dat ik veertig jaar geleden danig onder de indruk was en het niet waagde om het niet met hem eens te zijn, maar ik herinner me ook dat ik dacht: er wordt wel veel bijgesleept en moeilijk gedaan. Kunnen we niet eenvoudiger lezen wat er staat.

Nu ben ik weer onder de indruk van Yra van Dijks studie over 'Leegte, leegte die ademt' met daarin opnieuw een analyse van het beroemde gedicht.
Ik waag het toch.
De titel 'De moeder de vrouw' is opmerkelijk door het eerste lidwoord, maar we kunnen ook accepteren dat de dichter hiervoor koos, vanwege de centrale figuur in het gedicht: de schippersvrouw.
Een ik-figuur ging naar Bommel om de brug te zien. (In de werkelijkheid buiten het gedicht werd een brug geplaatst bij Bommel, naast de spoorbrug. Je zou het een nieuwe brug kunnen noemen.) De ik zegt: 'Ik zag de nieuwe brug.' Eerst zegt hij dat hij naar Bommel ging om de brug te zien en jawel: hij zag de nieuwe brug. Dan zegt hij: 'Twee overzijden / die elkaar vroeger schenen te vermijden / worden weer buren.' Vreemd, denkt de lezer: twee overzijden. Waarom niet gewoon 'overzijden'? Het pleonasme voelt wat kinderlijk aan. De overzijden zijn het voor elkaar. Er is niet één overzijde. Als je het van beide kanten bekijkt, zijn er twee overzijden. Vermeden ze elkaar vroeger? Zonder verkeersbrug moest je vroeger omrijden. Zo schenen ze elkaar te vermijden. 'worden weer buren'? Ja, ze worden nu buren, dankzij de nieuwe brug. Maar 'weer'? Waren ze dat dan? Door de spoorbrug. Ze worden nog een keer buren.
De ik lag in het gras, had zijn thee gedronken en zijn hoofd was vol van de ruimte van het landschap bij de rivier. En wat gebeurt? Uit die wijdsheid, die oneindigheid van water en lucht hoort hij een stem, luid over het water. De stem was van een vrouw. Zij bevoer een schip, dat wil zeggen, zij is de baas, zij bestuurde het schip. Je kunt hier denken aan rijmdwang, maar 'bevoer' is ook mooier en sterker.
De ik ziet het schip - hij zit stroomafwaarts - door de brug varen. Door? Bij wijze van spreken natuurlijk. Letterlijk: onder de brug, maar weg van de ruimte die de brug inneemt. Je kunt dan zeggen - spreektalerig - 'door de brug gevaren'.
(De ik hoeft niet Nijhoff te zijn. In de werkelijkheid buiten het gedicht was het zijn vriend die hem het verhaal vertelde, een verhaal dat de dichter raakte.)
==

De laatste dagen word ik steeds wakker met het woord 'ossekerelingsgewijze' en even later 'boustrophèdon'. Het Nederlandse woord is gemunt door Ida Gerhardt. Het gaat om de beweging van de ploeg achter ossen, dezelfde beweging die velen zullen maken bij het maaien van hun grasveld: heen, keren en terug, keren en heen etc.
In het gedicht HET PLOEGSCHRIFT gaat het om een tekst, in de zwarte steen gegrift: 'de ommezwaai, als zij geraken / zwoegende aan de akkerrand'. De dichteres denkt over de overeenkomst tussen handschrift en ploegbeweging:

Boustrophèdon

welke hand, heeft de tekenen ingedreven,
donker opgaand, stremmend even
en verlangzaamd aan de rand?

In de oudheid scheef men zo: van links naar rechts en dan van rechts naar links. Soms werden ook de letters omgedraaid. Het vreemde is dat kinderen ook vaak zo schrijven en dat zeer oude mensen ook weer zo gaan schrijven.
Mooi is het verlangzamen aan de rand, alsof het naderende wit van de pagina of steen de schrijver even doet inhouden. Hij moet de sprong maken naar de volgende regel. Een strofe is de wending naar een leegte.
Maar wat is nu de betekenis van het wakker worden met die woorden, niet één keer, maar herhaalde malen? Het was lang geleden dat ik het gedicht las.

==
Harlingerland
Bij de vrede van Augsburg werd bepaald dat godsdienstoorlogen moesten worden opgelost door het principe ' Cuius regio, eius religio (wiens gebied, diens gebed). Als gevolg daarvan werd het gebied rond Esens in Noord-Duitsland, het Harlingerland, Luthers, wat weer betekende dat de kerken niet zo kaal zijn als in de Calvinistische. In Esens staat de Sint Magnus-kerk. Op het altaar staat een zogenaamde predella met het Laatste Avondmaal en daarboven een altaarstuk, met kruisbeeld, omgeven door wijnranken ('Ik ben de wijnstok, jullie zijn de ranken'). Achter in de kerk staat een grote zandloper, die de gelovigen moet herinneren aan het voorbij gaan van de tijd. Er is een gedicht bij te vinden met de opmerkelijke tekst, eerste strofe:
'Ich wünsche dir nicht alle möglichen Gaben.
Ich wünsche dir, was die meisten nicht haben:
Ich wünsche dir Zeit, dich zu freun und zu lachen,
und wenn du sie nützt, kannst du etwas draus machen.'

In Funnix staat de Sint Floriaan, in Stedestorf de Sint Aegidius. De laatste stierf in 723 als abt van het klooster Sint Gilles in de Provence. Hij geldt als beschermer van de veldvruchten. (Ach Europa!) Wij kennen de naam van het beroemde Egidiuslied ('Waar best du bleven / mi lanct naer di gheselle mijn'), uit Zuid-Nederland, tegenwoordig België´. (Ach Europa!)

Harlingerland? Heeft dat met Harlingen te maken? Hier stroomt de rivier de Harle en die naam duidt op het meevoeren van slik naar zee. De havenstad van Friesland heeft dezelfde naam gekregen om dezelfde reden. Het is dus niet zo, wat ik eerst dacht, dat het slik via de Waddenzee uiteindelijk bij Harlingen kwam. Dat is ook wel wat ver gezocht.

==

Rob Schouten

Sinds enige tijd moeten drogisten hun klanten uitleggen hoe zij hun produkten moeten gebruiken; in elk geval moeten zij vragen of de klant op de hoogte is van het gebruik. Stel dat je condooms koopt of aambeienzalf. Het meisje dat je helpt vraagt: 'Weet u hoe u het produkt kunt gebruiken? Ik stel me voor dat de Vieze Man van Kees van Kooten likkebaardend zegt: 'Nee, kunt u het even voordoen?'
Aan dat personage moet ik soms denken als ik lees in Vuil goed, de nieuwe verzamelbundel van Rob Schouten. Een keuze uit al zijn gedichten. Schouten heeft zijn sporen verdiend in gedichtenland, als dichter, als criticus, als poëzieprof. Het begon met het schrijven natuurlijk: op tweeëntwintigjarige leeftijd kreeg hij een positief briefje van Sontrop, redacteur van Maatstaf. Vijfendertig jaar en tien dichtbundels later gaat de dichter kijken wat mag blijven. Van de eerste bundels sneuvelt nogal wat, maar overigens valt het mee.
Schouten vermeldt in zijn voorwoord dat hij ook negatief commentaar kreeg: de gedichten waren korzelig, er steeg een niet altijd frisse beddenlucht uit op, de dichter was een solipsist. Schouten beschouwde dat als compliment: de gedichten waren van en hoorden bij hem. Het is 'vuil goed', maar wel van een erudiet. Het motto van Gedichten is: 'Tot quant es gela, mas ieu non puesc frezir (qu 'Amors novela mi fa cor reverdir) (Arnaut Daniel)
(Het vriest om me heen, maar ik word niet koud: een nieuwe liefde maakt me warm.)
Het derde gedicht, 'Zonnewende', begint zo: 'Van alles wat ik vroeger wist, / van het kale kutje van mijn zus in bad / tot hoeveel postzegels ik van China had, / was ik de specialist.// Nooit heb ik mij vergist / inde werk'lijkheid die ik bezat / en had ik een pak slaag gehad / dan werd er nog die nacht in bed gepist./ In de winkel waar ik mijn tubes Clearasil ga halen / vraagt men u of het een cadeautje is. / Nee! zeg ik hinderlijk hard; / noem mij geen u, / ik doe het ook sinds lang nog steeds niet.'
Merkwaardig is het vrije metrum, jambisch, maar met allerlei antimetrieën, de elisie bij werk'lijkheid, en de ritmische verstoring aan het slot (nog steeds niet).
Schouten was altijd opmerkelijk vrijmoedig in de autobiografische elementen: hier zijn nieuwsgierigheid naar het andere geslacht, zijn verzameldrift, zijn wraakzucht, zijn religieuze opvoeding, zijn brutaliteit, zijn puisterigheid, zijn afkeer van autoriteit. Zelfkennis is een deugd: 'Op school was ik geen al te vlotte prater, / Er school in mij een introverte solipsist; / Ik wist dat ik als enige iets werk'lijk wist / En viste liefst in allerdiepste water.'

Peter de Boer gaf een rake kenschets : 'Schouten is in zekere zin een experimentele moralist, iemand die de beschaving, die hij hoogschat, voortdurend confronteert met de 'dierlijke' zelfkant van de maatschappij. Hij weet dat ironisch, cynisch of sarcastisch te brengen in gedichten die, als het een beetje meezit, ook nog eens bloedmooi of interessant zijn. Of een beetje schunnig en smerig ook: 'net of de allerergste prut / zo het afvalputje in gorgelt'. Hij staat werkelijk voor de tegenstellingen die hij in poeticis belichaamt. En zijn zelfspot is daarbij misschien nog wel zijn sterkste wapen'. Deze kenschets past op de nu verzamelde gedichten.
Ouder geworden, realiseert hij zich dat allerlei ontwikkelingen zich voordoen en dat ieder individu vanzelf ouderwets wordt, maar sommige dingen zijn van alle tijden: 'Maar Mr. Samuel Pepys stond met z'n vingers / in Debs snee toen zijn vrouw hem betrapte. / Dat houden wij er hopelijk toch in. / Het zou me spijten als dat overging.'
Het is niet overgegaan, blijkt uit het actuele nieuws.
Dit gedicht zou, afgezien van de genoemde dochters en de 'buientap' geschreven kunnen zijn toen hij als dichter begon, ook al hadden de gedichten toen een consequent eindrijm.
Mensen stellen niet veel voor, laten we wel wezen. We kunnen het soms goed verbergen, zoals de puist op de reet van de non, maar al met al prutsen we wat aan. Aandoenlijk is hij, tussen engel en beest. Met die zogenaamde god is het niet veel beter. De schepping lijkt toch vooral een mislukking, al zijn er sublieme momenten.


Ik bewonder je werk


Onweer, hagel, windstoten,
onzeker, ingewikkeld, of je,
niet weet wat ervan komen gaat,
geplant maar wat ook weer?


Maar nooit dat ene, alles altijd vlottend,
een verwaarloosde tuin,
de bewoners zijn allang vertrokken,
maar jij rommelt nog in het schuurtje.


Ja, sla de ogen op, het mag er zijn,
mag onbeholpen rondspoken,
bij enkelingen die het ook niet weten.


Iets anders: en wat vind je van het mijne?
Toch insgelijks, bid ik vurig,
dat je er niet goed vat op krijgt, bitte.

=
Dat paradijs, de bewoners zijn vertrokken;
de grote tuinman rommelt wat in het schuurtje. Er zijn nog wat mensen die in hem geloven, maar zij weten het ook niet. De dichter, ook een soort schepper' lijkt op hem: hij is niettemin een beetje trots op wat hij gemaakt heeft. Het is allemaal niet eenduidig, des te beter. Het is vuil, maar het is ook goed, zoals het is. Misschien wordt het nog wel eens wat.
Vuil goed, Een keuze uit al zijn gedichten,Rob Schouten,De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen, 2011.
=

All beauty void of meaning and we behind
thinking about shadow and essential power
in a bitter moon whispering like the mist.
Beneath eternity I felt an incubate winter.

(gemaakt met 'magnetic poetry kit)

2
Rip me delirious goddess as a peach.
Manipulate my petal leave, the honey
Like a gorgeous symphony, a flood
Let my language worship you elaboretely.

=
Vooruit denken
Een aap in een dierentuin had de gewoonte stenen te gooien naar de bezoekers. Het bijzondere was dat hij 's morgens vroeg stenen verzamelde en op een hoop legde, zodat hij de benodigde ammunitie bij de hand had. Dat betekent dat de aap vooruit kan denken, op zijn gedrag in de toekomst kan anticiperen.
Om vooruit te kunnen denken heb je herinneringen nodig.
Een vrouw werd onderzocht door neuropsychologen. Alles leek in orde, maar er waren gaten in haar geheugen. De persoonlijke gebeurtenissen na een bepaalde datum waren weg uit haar geheugen en wat erger was: ze kon niet vertellen wat zij de volgende dag zou gaan doen. Zelf zei ze dat zij zich niet in de toekomst kon verplaatsen.
We hebben een verleden nodig om ons een toekomst voor te stellen. Neurowetenschappers ontdekten dat we dezelfde hersengebiedengebruiken bij het herinneren van ons verleden en het plannen van de toekomst. Evolutionair was dat van belang. Onze voorouders gingen niet naar een plek waar ze ooit roofdieren ontmoetten, bij een plas bijvoorbeeld.
Schade aan de hippocampus tast zo wel de herinnering als het vooruit denken aan.
Ratten bleken een mogelijke uitweg uit een doolhof te kunnen 'bedenken' dank zij de herinnering aan doodlopende stukken. Mensen kunnen veel meer: zij kunnen hun gedrag van te voren uitstippelen bij een receptie. Dankzij de taal kunnen zij verhalen vertellen over onze toekomst.
=
Tastend denken

Interpreterend lezen, zoals de meesten van ons gewend zijn, is gericht op een coherente betekenis, op het vinden van een samenhangende structuur. De gedichten van Tonnus Oosterhoff vragen een andere leeswijze. Het gaat daarin niet om de samenhang van de tekst, maar om de breuken en gaten. Oosterhoff staat in een belangrijke traditie van Mallarmé, Hölderlin, Célan en bij ons Leopold en Van Ostaijen. Het gaat ook om de lege plekken, om 'leegte die ademt', zoals Yra van Dijk dat in haar dissertatie over het typografisch wit, noemt.
Paul Rodenko, een belangrijk essayist over de experimentele poëzie van Lucebert c.s. had het over, 'een tastend denken dat zijn object geleidelijk-aan en langs steeds weer nieuwe wegen, met steeds nieuwe begrippen zoekt te omsingelen.'
=

Massamedia
Auguste Comte al, verweet de moderne massamedia - en hij kende de tv nog niet - 'zedelijke verruwing in de hand te werken en de mogelijkheden voor zelfreflectie, afzondering en originele ideeën te onder mijnen'. Dit lees ik bij Alain de Botton.
Jaren geleden had de VPRO een programma over zogenaamde Kasteelromans of Mammaboekjes, goedkope slappe boekjes die je bij de kiosken en tabakshandelaren kon kopen. Er werd gesproken met lezeressen en uitgevers, met dédain. Ik herinner me de oprechte verbazing van een uitgever die op de vraag of hij niet een taak had bij het 'opvoeden' van zijn lezerspubliek, antwoordde: 'Wat bedoelt u? Wij geven wat de lezer wil.' De reporter kon zijn medelijdende lach niet inhouden. Dat alles is nu algemeen geworden. Het dédain is afgestraft.
De dagbladjournalistiek heeft het moeilijk: de oplages dalen, de advertentiemarkt levert steeds minder geld op. Zelfs de oud-papier-markt blijkt er onder te lijden. Een oorzaak is niet moeilijk aan te wijzen: gratis kranten werden veel gelezen; internet bood gratis nieuws. Een nieuwe generatie nam geen abonnement meer op een krant. Het antwoord van de kranten was gratis nieuws op hun eigen internetsite, maar dat verergerde waarschijnlijk het probleem. Zouden de kranten geleidelijk aan geld vragen voor hun diensten met internetabonnementen voor achtergrondgegevens, voor het archief, voor specifieke informatie, dan zouden de internetlezers daar nauwelijks op in gaan. De mensen die zulke informatie nodig hebben, vinden hun weg naar bibliotheken waar de info weer gratis is. (Of ze hebben nog een papieren abonnement en ze hebben geen zin in het dagelijks downloaden van de krant op hun e-reader, zoals de NRC als mogelijkheid biedt, omdat de papieren krant voor dat soort ouderwetse mensen plezieriger is.) De papier-generatie sterft echter uit.
Er is nog een ander, ernstiger probleem. Het grote publiek kreeg een afkeer van moeilijke informatie ( en werd zo eigenwijs dat het dat niet erg vond!). De goede kranten werd intellectualiteit verweten. Zij hadden geen oog voor wat het volk bezighield. Het volk wilde geen genuanceerde verhalen over allochtonen. De Telegraaf had dat allang begrepen, samen met sommige regionale kranten. Zij bleven verhoudingsgewijs populair. De pers die meer aandacht besteedt aan zogenaamde BN'ers, aan sensatie en sex is altijd al groter.
En nog iets: de nieuwsvoorziening democratiseerde radicaal door het mobieltje, door sms-en, msm-en, getwitter, blogs etc. De burger nam foto's van rampen en stuurde die snel vermenigvuldigend rond. YouTube biedt iedereen de kans zelf het nieuws te verspreiden en desnoods te maken. Objectiviteit leek niet meer gewenst, 'waarheid' werd een achterhaald begrip, diepgang moest wijken voor snelle hypes.
We maken het mee: boekhandels verdwijnen, uitgevers fuseren en de vroegere literaire uitgevers willen de markt bedienen. Het doel is niet meer: mooie of belangrijke boeken uitgeven, maar produceren wat de mensen willen kopen, wat vroeger voorbehouden was aan de uitgevers van de kasteelromans. Nu maken literaire uitgevers reclame voor boeken die goed 'vallen', zodat tenslotte alleen nog maar bestsellers gelezen worden. Het is nu al zo, zeggen de boekhandelaars dat we de kasten met boeken weg kunnen doen. De mensen kopen alleen nog maar wat in stapeltjes bij de kassa ligt. Poëzie en essayistiek wordt steeds minder verkocht en dus niet meer uitgegeven. (Het lijkt de politiek wel: populisme zegeviert. Moreel gezag en opvoeding worden vieze woorden.)
Einde van de literatuur? Nee, de literatuur kruipt waar zij niet gaan kan. Kleine, niet commerciële uitgevers blijven bestaan. Het internet zorgt er voor dat geïnteresseerde lezers toch vinden wat ze belangrijk vinden. Electronische boeken zijn goedkoper en worden nog goedkoper. De literaire schrijvers kunnen, met enkele uitzonderingen, niet van hun pen leven, maar dat is van alle tijden. Vondel had een kousenwinkel.
=

Tragikomedie
In Groningen dacht een jonge man slim te zijn. Hij belde aan bij studentes met de vraag of zij hem wilden helpen bij zijn ontgroening. Hij moest voor een vreemd meisje een striptease uitvoeren. Ja, mag het? Het lukte een aantal malen. Een meisje dacht dat hij geen student was, want, zei ze, 'hij droeg 'opa-ondergoed'. Soms vroeg hij meer, met of zonder condoom, bood hij aan. Soms begon hij te masturberen.
Tragisch omdat hij zo aan zijn trekken moest komen.
Komisch omdat hij dacht (door porno?) dat meisjes net zo zijn als jongens, die het met iedereen willen doen op elk moment, terwijl meisjes strenge voorkeuren hebben en op beperkte tijden.
Arme jongen: hij dacht dat een meisje opgewonden zou worden van zijn blote lijf.

=
Paul Boswijk
Ik kreeg een uitnodiging: 'Landgoed ZoFier (bij Heerenveen) is op zaterdag 9 juli a.s. voor één dag de werkplek voor 9 van onze vaste kunstenaars. Zij gaan aan het werk in de galerie en in de beeldentuin en geven u graag uitleg over hun manier van werken. Graag nodigen wij u uit om de kunstenaars tussen 13.00 en 17.00 uur te ontmoeten en aan het werk te zien.'
Dit gebeurt niet vaak. Ik heb diverse schilders gevraagd of ik een uur of twee mocht aanwezig zijn in hun atelier als ze aan het werk waren. Ik zou mijn mond houden. Zij voelden daar niet veel voor: het was te intiem, het zou hen remmen, 'deden maar wat'.
Nu zag ik mijn kans schoon. Ik heb een uur bij de schilderende Paul Boswijk gestaan terwijl hij een vrouw portretteerde. Toen ik kwam had hij de opzet al klaar en ze was het ook al: ogen, mond, neus, decolleté, maar er moest nog veel gebeuren. Het haar, blond, springerig, lang, was er nog niet. Een sjaal moest nog; de jurk. Ik zag hoe hij zorgvuldig op zijn palet verf mengde, met veel gevoel voor nuances: een likje aquamarijn, kraplak, lichtblauw, vermiljoen, pruisisch blauw, wit natuurlijk. Hij mengde het dun op zijn palet met het bijpassende paletmes. In zijn hand acht of negen kwasten. Steeds koos hij een andere. Vaak werd de kwast gespoeld, gedroogd met behulp van keukenpapier. Soms werd de kwast even in een smeuig medium gedoopt. Bij grotere partijen pakte hij een brede kwast uit een blik of uit de doos. Hij werkte geconcentreerd, maar was niet te beroerd antwoord te geven aan voorbijgangers die soms technische vragen stelden over het materiaal, vaak vroegen naar de roodachtige achtergrond. 'Ja, dat schijnt door, ja, dat geeft warmte.' 'Deze verf is harsachtig, die droogt sneller.' 'Nee, ik heb nog nooit geschilderd met watervaste verven. Ik heb gehoord van een kenner dat de verf van Talens heel goed is.' Daarna ging hij weer opgewekt verder. Het model was geduldig, kreeg af en toe een pauze en ging dan weer in exact dezelfde houding zitten, met dezelfde blik en dezelfde vage glimlach. Ze was een mooie vrouw met een niet te glad gezicht. Het portret werd steeds mooier. Het viel me op dat Paul heen en weer sprong met zijn kwasten. Hij werkte aan een oog, ging naar de wang, naar de achtergrond, naar de mond, nog een puntje in een oog, de sjaal. Hij liet zich niet verleiden tot een precieze weergave van de sjaal, volgde wel de lijnen en de vouwen, maar liet zwarte bolletjes achterwege. Ze zouden tot gepriegel leiden.
Wat ik leerde was: het geduld, het voortdurend bijwerken in kleine stapjes. Hij kleurde nooit in, maar bouwde het portret op. Met professioneel gemak werden de veegjes een eenheid. Soms corrigeerde hij met een duim.
Ik was hem - en de galerie - zeer dankbaar dat ik daar mocht staan. Aan het eind van mijn bezoek keerde ik nog eens terug: het portret was klaar, zeer geslaagd. Misschien zou hij thuis nog iets aan de kleding doen, maar hij had dus in een middag een mooi portret gemaakt, ondanks onze nieuwsgierigheid.
=

Adviezen
Het is billijk en heilzaam ons te realiseren dat we geneigd zijn tot alle kwaad. We liegen, bedriegen, zijn onbetrouwbaar, genieten van de ellende van anderen, we zijn onmatig of gierig en wat niet al.
Als kind werden we hopelijk gecorrigeerd door onze ouders. Als we volwassen zijn, zouden goede vrienden, partners, familieleden die rol op zich kunnen nemen, maar accepteren we dat of zeggen we: wie ben jij om mij te corrigeren? Vroeger konden geestelijke leiders die rol vervullen, maar sinds we niet meer in een goddelijke vader geloven, hebben dezen hun gezag verloren. Bovendien bleken ze te vaak corrupt en te veel uit op eigen gewin en lust. De politie en de rechterlijke macht corrigeert alleen grove overtredingen waar de gemeenschap last van heeft.
Maar wie corrigeert ons egoïstisch gedrag, ons gebrek aan verantwoordelijkheid?
De politiek zeker niet. Die is bang voor stemmenverlies en bevordert alleen maar gemakzucht en egoøisme. Denk aan hun kreten: solidariteit is diefstal, naastenliefde is eigenhaat, kunst is hobby. Het CDA is medeverantwoordelijk.
Soms kom je op basisscholen lijstjes tegen met gedragsregels: ruim je rommel op, luister naar elkaar, pest een ander niet etc. Klassen met zulke lijstjes en met leerkrachten die de leerlingen durven corrigeren, zijn oases in een onverschillige, bange samenleving.
Kranten kunnen een positieve rol spelen door ons op te wekken het goede te doen, het kwade te laten, maar de grootste kranten geven wat de massa wil, vanwege commercieel belang. Kalenders geven soms goede raad. Er is alternatieve reclame, zoals SIRE, waarschuwingen tegen tabak, alcohol, drugs, onmatige sex. Opmerkingen een eenzame buurvrouw te bezoeken, buurtgenoten te helpen. Er is de Zonnebloem.
Wie ben jij om mij te vertellen wat ik doen en laten moet? Niet iemand die beter is, maar iemand die ook behoefte heeft aan goede adviezen. Ik kreeg ze van Alain de Botton ('Religie voor atheïsten'
=

Reizen met een BN-er


Het is al enige tijd mode om op reis te gaan met een BN-er. SNP maakt zich daar ook schuldig aan, niet beseffend dat de formule niet deugt. Als we naar Hongarije willen om veel en bijzondere vogels te zien, hebben we geen bekende neurotische cabaretier nodig als reisleider, maar een betrokken vogelkenner die zijn kennis graag wil delen en die aandacht heeft voor de kennis van zijn reisgenoten.
Als we gedichten willen leren schrijven in Frankrijk (met wijn en lekker eten - ook al fout) hebben we geen egocentrische dichter nodig, die uitsluitend zichzelf wil horen en zijn opdrachten ontleent aan zijn eigen gedichten, maar een bekwame schrijfdocent met belangstelling voor de mogelijkheden van zijn cursisten.
Als we naar Rome gaan, willen we geen ijdele verhalen horen van een bekende schrijfster, maar van iemand die op de eerste plaats geïnteresseerd is in de acrchitectuur en kunstschatten van deze stad, en op de tweede plaats in de belangstelling van de reizigers.
Als we naar IJsland gaan, willen we het landschap leren zien en de geologie leren kennen en niet de verhalen van een bekende schrijver die zich hoegenaamd niet interesseert voor zijn reisgenoten.
Misschien nog erger dan de bekende reisleider zijn de groepies die de reis maken omdat ze kunnen aanschurken tegen zo'n BN-er en thuis kunnen vertellen dat ze zo'n goede band hadden met deze man of vrouw.
Ik zag een film van wereldverbeteraars, bekwame neurologen of psychologen of kenners van de quantummechanica, die bijeenkwamen om konkrete plannen uit te werken tot heil van de wereld en dat deden in het paleis van de Dalai Lama. Je kon zien dat ze eigenlijk kwamen om aandacht te krijgen van deze geestelijk leider, die niet ophield ze duidelijk te maken dat het niet om hem ging en dat ze hun ego niet zo moesten opblazen, maar het hielp niet. Ze lieten elkaar niet uitpraten. Ze stonden glimmend op de foto met Hem, te lachen naar het thuisfront.
=
Onchristelijk CDA
Het CDA is ver weg gedwaald van christelijke idealen. Naastenliefde, juist voor de vreemdeling, denk aan het verhaal van de barmhartige Samaritaan, is verworden tot angst voor wat van buiten komt. Universele broederschap wordt belachelijk gevonden. Ja zeg, we zijn er niet om die lui uit het oosten te helpen. We zien elke vreemdeling als een potentiële dief of moordenaar of op zijn minst als iemand die onze banen inpikt, onze huizen bewoont, onze sociale voorzieningen misbruikt.
In de kerk willen we ons nog wel deel van een gemeenschap voelen en letten we even niet op status, inkomen, gezondheid, maar eenmaal buiten groeten we wie succes heeft op maatschappelijk gebied. We gaan weer denken dat de ander misbruikt maakt van subsidies, denken dat kunstenaars van onze centen mooi weer spelen, zieken op onze kosten luilakken, invaliden rondrijden in karretjes die wij moeten betalen. We gaan mensen met hoofddoeken negeren, ook al droegen onze grootmoeders hoofddoeken in onze kerken.
We houden niet meer van het woord 'deugdzaamheid'; we willen geen preek horen, we willen geen 'verheffende', laat staan onbegrijpelijke kunst.
=

Talenten

Ik las Matteüs 25:14 over de talenten altijd als een aansporing om niet bang te zijn en om te werken met wat je gekregen hebt, maar nu lees ik Matthias Smalbrugge (in Trouw van 2-7-2011), predikant en bijzonder hoogleraar Europese cultuur en christendom en ik ga met hem terug naar de tekst. De derde dienaar kreeg 1 talent (duizend goudstukken) en hij zei bij terugkomst van zijn heer: 'Heer, ik weet dat u streng bent; u maait waar u niet gezaaid hebt en u strijkt op waar u niet hebt uitgezet. Ik was bang en ben daarom uw geld¬Ý in de grond gaan verstoppen. Hier hebt u het weer terug.'
'Jij slechte en luie dienaar!' antwoordde zijn heer hem. 'Je wist dat ik maai waar ik niet gezaaid heb en opstrijk waar ik niet heb uitgezet. Je had mijn geld dus naar de bankiers moeten brengen en dan zou ik het met rente hebben opgevraagd. Neem hem die 1000 goudstukken af en geef ze aan hem die er al 10.000 heeft! Want iedereen die heeft, krijgt nog meer en heeft overvloed. Maar wie niets heeft, hem zal wat hij heeft, nog worden afgenomen. En wat die onbruikbare dienaar betreft, gooi hem eruit, de duisternis in! Daar zal hij huilen en knarsetanden!'
En nu ik dit overtyp, realiseer ik mij dat ik dit al zestig jaar geleden op school hoorde en dat ik toen dacht, maar niet kon uitwerken: hier klopt iets niet! Die heer is een kapitalist. Hij maait wat hij niet gezaaid heeft etc.
Het CDA dat meegaat met de VVD, of misschien wel voorafgaat aan de huidige politieke moraal: naastenliefde is eigenhaat, solidariteit is diefstal, het CDA luistert vooral naar deze parabel: 'Want iedereen die heeft, krijgt nog meer en heeft overvloed. Maar wie niets heeft, hem zal wat hij heeft, nog worden afgenomen. En wat die onbruikbare dienaar betreft, gooi hem eruit, de duisternis in! Daar zal hij huilen en knarsetanden!'
Smalbrugge zegt: 'Wie de parabel van de talenten ouderwets uitlegt, creëert zijn eigen atheïsme en zadelt de maatschappij op met louter winners en losers.'
De derde dienaar is niet te bang om zijn heer de waarheid te zeggen, recht in zijn gezicht. Hij weigert mee te doen aan het kapitalistische systeem.
=
Voor Roos

Ach, het meisje dat een mensje tekende
met blauwe lijnen en blauwe vleugels
tientallen jaren geleden, de buik is geel
het papier gevlekt door tijd

maar nog steeds hangt die engel
in een zwarte lijst in mijn kamer
als een onbegrijpelijke belofte
van opstijgen waar naar toe?

Dat meisje heeft een mensje
in haar armen, met rode sokken.
Een belofte, zeker, maar
belangrijker: ze is er nu.

=

Misbruik

Laten we aannemen dat de hoofdpersoon Margaux in 'Tiger tiger' niet dezelfde is als de schrijfster Margaux Fragoso, ook al zegt deze dat het een autobiografie betreft, nog sterker: 'herinneringen aan een jeugd vanaf haar zevende tot haar tweeëntwintigste'. We kunnen moeilijk dingen zeggen over de persoonlijkheid van de schrijfster die we niet kennen.
Op haar zevende is de hoofdpersoon van het boek in contact gekomen met een man van tweeënvijftig, Peter Curran, die haar langzaam inspint tot er een liefdesverhouding ontstaat die duurt tot voorbij zijn zelfmoord.
Wat kun je zeggen over de beschreven Margaux? Dat zij, voorzichtig gezegd, geen harmonieus meisje is, wel intelligent en verbaal begaafd. Haar moeder is geestesziek en moet regelmatig worden opgenomen, haar vader is een alcoholist. Hij betreurt zijn huwelijk zeer, maar beëindigt het niet, omdat dat niet hoort. Hij vindt het oordeel van buren belangrijk. Overigens heeft hij vele vriendinnen. Margaux moet het allemaal ondergaan en zoekt haar toevlucht bij Peter. In de loop van de jaren blijkt dat zij geen aansluiting vindt op school bij haar leeftijdgenoten, zij wordt zelfs wettelijk vrijgesteld van schoolgaan op grond van sociaal onvermogen, krijgt privélessen. Dit lijkt los te staan van het sexueeel misbruik. Later doet ze een serieuze poging tot zelfmoord èn probeert als teener zwanger te worden. Haar vader kan niet tegen haar op, evenmin als Peter die in wanhoop haar slaat, omdat zij hem tergt. Daarna wordt de ruzie weer afgezoend, maar dat vind je ook in normale sexuele relaties.

Margaux lijkt echt van Peter te houden. Een leven zonder hem is ondenkbaar. Het is een soort verslaving, maar dat is in 'normale' liefdesverhoudingen evenmin ongebruikelijk.
Peter vraagt haar vergiffenis: hij heeft haar jeugd gestolen en hij wil alles overdoen, zonder sex, maar Margaux verwijt hem dat hij haar te oud vindt, niet meer voor hem aantrekkelijk. Peter is naar haar toegekomen met een slagersmes, dat hij haar geeft met het verzoek hem te doden. Hij houdt het mes tegen zijn adamsappel. 'Vergeef je mij? Als je het niet kunt, moet je misschien mijn strot doorsnijden. Ik verdien het.'

Peter wordt door haar beschreven als een lieve, begripvolle man, die een voorkeur heeft voor jonge meisjes, maar die echt van Margaux houdt, wanhopig veel, ook als ze allang niet meer acht of negen is. Margaux verwijt hem ook achteraf weinig. Hij doet veel voor haar, schrijft elke dag een liefdesbrief, koestert haar foto's en tekeningen, maar, inderdaad, misbruikt haar ook. Zij verzet zich tegen penetratie, maar geeft toe aan zijn fellatio-wensen, kijkt samen met hem naar pornofilms, laat zich opwinden.

Ze heeft een sterke persoonlijkheid volgens een psychiater die haar onderzoekt in verband met de weigering naar school te gaan. Deze sterkte zal haar redding worden. De buurt vertrouwt haar 'vriendschap' niet voor de oude man, met wie ze regelmatig uit rijden gaat en bij wie ze altijd alleen in zijn kamer is met de deur op slot. Er wordt een maatschappelijk werkster op haar en Peter afgestuurd; een vrouw die kan doorvragen, maar zij krijgt geen vat op Margaux, die alle ongepastheden ontkent. Uiteindelijk haalt ze diploma's, schrijft verhalen, geeft ze les en heeft een kind. Over de vader wordt door haar niet gesproken. Het kind is belangrijk; zij zal het opvoeden tot een vrij mens voor wie alles bespreekbaar is.

Tenslotte schrijft Margaux haar herinneringen op, maar het is de lezer duidelijk dat het boek een constructie is: er zijn herinneringen geconstrueerd, er is geschrapt, er zijn compositorische ingrepen, redactionele. De schrijfster Margaux is voor een deel de misbruikte Margaux, het meisje uit haar boek, maar we zullen nooit weten voor welk deel.

Ik vond het merkwaardig dat ik het boek vaak terzijde legde, niet vanwege de schokkende onthullingen of de adembenemende voortgang, maar uit verveling. De schrijfster geeft complete dialogen die niet erg realistisch lijken. Ze blijft te veel op afstand. Een nauwkeurige beschrijving van haar gevoelsleven en gedachtenwereld zou interessanter geweest zijn.

Misschien blijkt bij publicatie van een nieuwe roman, die puur fictie is, of de schrijfster als schrijfster kan blijven bestaan.

=
Jet en de dingen

Tim Parks leed verschrikkelijke pijnen in zijn onderbuik. Een bevriend chirurg raadde hem een operatie aan: de gezwollen prostaat moest verkleind, de opening van de pisbuis moest vergroot. Tim wilde dat niet, zocht allerlei medische hulp en kwam tenslotte uit bij het zogenaamde alternatieve circuit, sceptisch of niet. Het bleek, kort gezegd dat hij zijn levenlang zijn lichaam had verwaarloosd, dat alle bekkenbodemspieren overspannen waren.

Als gevolg van een aantal dagen meditatie zag Tim Parks ('Leer ons stil te zitten') de 'dingen zoals ze zijn. Deze kom. De tafel.' Hij werd, zegt hij, door alles overweldigd. 'Alles was intens zichzelf, bron van zowel fascinatie als onverschilligheid.'

Hij vergelijkt het met een schilderij van Cézanne: elk voorwerp is daar bevrijd van menselijke interpretatie. Hij zou ook de schilderijen van Morandi kunnen noemen. De potjes en flesjes lijken bij hem een eigen leven te lijden; ze stralen met een diffuus licht, een warm grijs-wit, rose-grijs. Jet van Oosten werd vooral door Morandi geïnspireerd.
Jet van Oosten schildert de dingen in hun koele eigenheid: vazen, steelpannen. worsten, vogeltjes.

Het is een vreemd soort bewustzijn, niet animaal of menselijk, transcendentaal, zou ik willen zeggen. Jet schilderde ooit een rose konijn: fascinerend en onverschillig. Onverschillig voor ons particuliere lot. Onverschillig, paradoxalerwijs niet als gevolg van een gebrek aan aandacht, maar als erkenning van een feitelijke situatie: woe wei. Woe wei. De chinese karakters Woe en Wei betekenen "niets doen" of "laten gaan". Het betekent alles laten gaan, er niet tegen in gaan. De dingen nemen zoals ze zijn. Geen hartstocht, geen verlangen.
==

Chinese poëzie en proces denken

Jan Engberts is niet alleen bio-chemicus, maar ook een kenner van Chinese poëzie en van de filosofie van Whitehead. Hij ziet overeenkomsten in het procesdenken van Whitehead en de Chinese filosofie en poëzie.
Samen met Qian Li vertaalde hij Chinese poëzie, o.a een gedicht van Jiang Jie (1245-1310) over vallende regen in verschillende levensfasen van een waarnemer. De Chinese woorden hadden zo veel connotaties met de Chinese filosofie dat de vertalers besloten tot een proza-vertaling, waarin meer kon worden uitgelegd dan een getrouwe vertaling in dichtvorm die meer aansloot bij het origineel.
Dit was de prozavertaling, in het Engels: Listening to the Rain
When I was young, I was listening to the rain which gave me joy, just as the singing of the girls on the upper floor of a fancy mansion. I was delighted to see the dim red candles and the silky curtains of their luxury appartments.
When the years passed by and I grew strong, I was again listening to the rain when I was forced to escape from my home town by boat. I had to leave behind my beloved ones and my books. Travelling on a huge river with the clouds hanging low above the water, I heard the cry of a goose. He was lonely like me and struggling against the west wind. The authumn was coming.
And now, I listened to the rain again. My hair is already turning grey and I am living in a temple, talking with the monks. I accept sadness and happiness, separation and reunion as yin and yang, not stirring unnecessary emotions. Let it all be so. I hear the gentle drops of the rain falling on the stairs. Many memories come up. And then I wake up, a new day has arrived. The sky is bright!

Ik was zo eigenwijs om het gedicht toch in dichtvorm om te zetten, uiteraard dankzij hun aanwijzingen.

Vallende regen

Als jonge man luisterend naar de regen
vol vreugde om het zingen van de meisjes
op de buitengalerij boven het water. Achter hen zag ik
de schemerende rode kaarsen en de zijden gordijnen.

Als volwassen man luisterend naar de regen
vluchtend op een boot over de wijde rivier
onder lage bewolking, hoorde ik boven mij
de roep van een gans, worstelend met de westenwind.

En nu luister ik opnieuw naar de regen
in mijn kleine cel. Mijn haar is grijs.
Ik aanvaard treurnis en geluk, eenzaamheid
gezelschap met gelijk gemoed. Ik hoor
de regen vallen op de trappen van de tempel
tot een nieuwe dag komt, in helderheid.

=
Kunst en geld

De vraag is: moeten Toos en Halbe betalen voor het laten maken van kunst? Ze willen graag betalen voor een goed gelijkend portret of landschapje, voor een vrolijke musical, voor een passend rouwgedicht, voor een folkloristisch dansje, voor de Mattheüspassie desnoods of een schilderij van Van Gogh terug in Nederland, maar niet voor onregelende kunst, kunst die je verontrust, die je laat nadenken over je standpunten.
Toos en Halbe denken dat kunstenaars moeten lijden, zoals Van Gogh. Als ze dat niet willen, moeten ze maar iets nuttigs gaan doen.
Nee, Toos en Halbe willen betalen voor het vlees op hun barbecue, voor de pils, voor de schutting om hun tuin, voor de wijkagent en voor de marechaussee aan de grens.
Moeten we Toos en Halbe opvoeden? Nee, dat gaat niet lukken, maar misschien kunnen we de kinderen van Toos en Halbe wel in contact laten komen met andere muziek dan die van de relame. We kunnen op zijn minst het muziekonderwijs ondersteunen, het tekenonderwijs, het museumbezoek voor jongeren, zodat de kinderen van Toos en Halbe kunnen kiezen.
De kunst moet niet op de knieën. De kunstenaars mogen in alle trots hun werk maken, zonder hun hand op te houden, maar eis van de politiek ondersteuning van de jeugd.

==
Slapen gaan in Vlaanderen

's Avonds in het hotel waar ik ga eten en waar mijn gastvrouw kijkt wat ik doe aan tafel: schrijven aan het verslag. Ze laat me vol trots een gedicht van Anna Enquist zien verderop in het restaurant. Het is weer een typisch Enquist gedicht met veel lawaai.
Daar zitten drie Vlaamse echtparen van niet geringe omvang. Ze zijn al ingelicht over mijn activiteiten. Zij slapen met hun hoofd op mijn poes-gedicht. We praten over de relatie Groningen - Vlaanderen. Ik zeg dat wat mij betreft wij één samenhangend gebied zijn, dat onze literatuur tot de zestiende eeuw uit Vlaanderen kwam. Of ze 'De Vos Reynaerde' kennen? Ja zeker, maar meer van verhalen en afbeeldingen dan van lezen begrijp ik. En de 'Beatrijs'? Nee. Ik vertel kort het verhaal en dat vinden ze wel mooi. Hoe Maria haar taken waarnam. Maar we denken niet dat België opgesplitst wordt of dat Vlaanderen bij Nederland komt. Ze hebben ook geen problemen met Walloniërs. Het zijn de politici die moeilijk doen en de gemeenten rond Brussel. Dat moet eens ophouden.
Mijn gastvrouw geeft me een flesje water mee en een glas en wenst me goede nacht, maar, zeg ik, ik ga eerst nog wat lopen, naar Frankrijk bijvoorbeeld.
's Nachts droom ik o.a. van een dure motor en een groot festival. Ik moet mijn spullen door mensenmassa's en ruimtes verplaatsen met veel moeite. Als ik terugkom bij de motor is mijn helm gestolen. Daarvoor reed ik rond toen plotseling de motor sputterde, het licht uitviel en de motor. Wie kan dat maken?
Bij een haven, vermoed ik nu, staan veel kennissen te wachten. Collega's van Ubbo? Eén van hen heeft verstand van motors en begint de machine uit elkaar te halen. Ik krijg onderdelen in de hand en hij zegt dat ik goed moet onthouden hoe ik ze weer moet monteren. Dan kan ik volgende keer zelf de zaak verhelpen. Er moet iets doorgespoten worden en hij komt met, of we gaan naar een garage met een luchtpomp. Hij spuit een leiding door en ja wel de motor loopt weer. Kan ik zonder helm wel verder rijden? Dan ben ik al weer te wakker.

=
Tabaksreclame

18 december 1954 in Vrij Nederland: een tekening van een Roxy-sigaret met een gezichtje en een haardos van as en vuur, moet je aannemen. Hij buigt zich wat voorover naar een brandende lucifer, wiens hoofd in een vlam is getekend en die wat jong en onderdanig oogt. De sigaret vraagt volgens een onderschrift: 'Wat is je grootste wens?' en de lucifer antwoordt: 'Zo gewenst te zijn als jij!'
Even verder staat reclame van Niemeijer: 'Een pijp goede tabak geeft de man in deze jachtige tijd de kalmte en het evenwicht waarnaar jij verlangt. De mannen die een goede, karaktervolle tabak willen roken, vinden bij de pijptabakken van Niemeier altijd een vriend, waarmee ze rustig en zeker door het leven kunnen gaan. Of het nu een Baai, een Mixture of een Flake is, de man die roken kan weet, dat als er Niemeier op het pakje staat, er een knappe evenwichtige melange in zit.' Een man met een hand onder zijn wilskrachtige kin, pijpsteel in de hoek van zijn mond, de onderlip iets naar voren, kijkt tevreden en zelfverzekerd in de verte. Aan de rand afbeeldingen van zes pakjes; als eerste de EXTRA FIJNE BLANKE BAAI, vanouds de beroemde pijptabak, heerlijk zacht en geurig.
Weer verder: 'UILTJE laat elke roker genieten! Maak het deksel open van zo'n fraai gedecoreerd paddestoelblik en U ziet 25 voortreffelijke UILTJE sigaren; stuk voor stuk in cellophaan verpakt. Voor elke roker een feestelijk geschenk ... geurig van begin tot eind!'
Is het vreemd dat ik, toen 13 jaar, begon te roken? Ik zag bovendien hoe mijn vader en zijn vrienden genoten. En die leraar wiskunde die zo gretig aan zijn Roxy-sigaretten zoog! De leraar scheikunde met zijn pijp en de leraar Nederlands met zijn enorme sigaar!

=

Uit de droom

Vannacht droomde ik dat ik een nieuwe belangrijke uitvinding deed: zwaar water. Het was kwikzilverachtig, maar niet giftig en het had fabelachtige schoonmaakkwaliteiten, waardoor afwas - en wasmachines geen zeep meer nodig hadden. van alles kon worden schoongespoeld: pijpleidingen, scheepsruimen, noem maar op. Er moest nog uitgezocht worden of darmen konden worden schoongespoeld, waardoor darmkanker werd voorkomen.
De formule was H4O2C.
Ik stuurde dit op naar een filosofische natuurkundige. Hij antwoordde: "Grappige droom. En ook mooi al die nuttige eigenschappen. Nooit meer afwassen! Alleen maar spoelen. Geen darmkanker. Ik teken ervoor.
Droomde je echt ook die struktuurformule? Vreemd, maar wel leuk.
Maar ja, als we er wat precieser naar kijken dan vallen een paar inconsistenties op, maar moeten we het daar nu over gaan hebben?
Eerst maar even lekker genieten van wat er in je schoot wordt geworpen.
En kijk eens op internet naar het lemma polywater, dat is een soort distopische in de verte wat verwante variant van je droom."
Nu ja, het is dus veel ingewikkelder, dan in mijn droom. Dat had ik wel gedacht.
Merkwaardig trouwens dat zo'n droom zo maar komt, na de scheikundelessen van meer dan 50 jaar geleden.
De formule was eerst H5O2C, maar dat kon niet. Later hoor ik van de natuurkundige dat het ethanol betreft, zeer giftig!
=

 

Gemengde gevoelens

De Nederlandse samenleving en de 'waarden waarop deze berust' moeten in ons land centraal staan. Dat schrijft minister Piet Hein Donner ( Binnenlandse Zaken) in vervolg op het Regeerakkoord in zijn donderdagavond verschenen Integratienota.
Zo wordt gelaatsbedekkende kleding in de openbare ruimte verboden, als het aan Donner ligt. Dat zou per 1 januari 2013 moeten ingaan.
Hij spreekt van een 'koerswijziging' waarmee het kabinet 'afstand neemt van het relativisme dat besloten ligt in het model van de multiculturele samenleving'.

Een oud adagium is: 'Do in Rome as the Romans do'. Dat lijkt me juist.
In de NRC van 16 juni schrijft Elsbeth Etty over teksten van Tjalie Robinson, zoon van een KNIL-militair, geboren in Nijmegen. Hij werd onderwijzer en journalist op Java. Hij schreef 'Een land met gesloten deuren', waarin hij, volgens Etty, het heeft over de onmogelijkheid om te integreren in de Nederlandse samenleving. 'Dat kwam volgens hem door het verouderde en nutteloze denken in termen van rassen en nationaliteiten. Maar, zei hij ook, 'Gelukkig bestaat verreweg het grootste deel van het Nederlandse volk niet uit diehards, zodat geen enkele bruine man zich bijzonder bedreigd of zelfs maar gesignaleerd weet'. Hij vertelt dat hij maar één keer voor aap is uitgescholden door een fietser. Hij schoot toen in de lach. Etty schrijft: 'Het lachen zou Tjalie Robinson ongetwijfeld vergaan, als hij de opmerkingen over bruine mensen van hedendaagse nette burgermannetjes zou horen, in een Nederland waarvan de deuren nog altijd potdicht zitten.'

Het is niet aan de overheid om mensen te laten integreren, maar aan de migranten zelf om daar hun best voor te doen, zo meent de minister.

=
Wim Brands en zijn talloze interviews


De poëzie kruipt waar zij niet gaan kan. De genomineerden voor de Buddingh'prijs weten dat en houden er rekening mee: bundels worden niet of nauwelijks gekocht. Toch schrijven zij, omdat het moet. Van wie of wat weten we niet. Eén van de genomineerden doet haar uiterste best de gedichten de wereld en zelfs de kosmos in te zenden. Dat laatste is een mooie metafoor: met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid weet je dat de gedichten nooit gelezen worden en eeuwig ongelezen ronddraaien, wegsuizen of uiteindelijk te pletter slaan. Toch is er een krankzinnige hoop dat er ergens een levend wezen is dat onze tekens begrijpt, decodeert en vertaalt in zijn eigen communicatiesysteem. Je moet toch echt een beetje vreemd zijn als je energie stopt in zo'n project.
We schrijven niet om er iets mee te verdienen, maar omdat we vinden dat onze gedichten moeten worden gelezen.
Wim Brands doet zijn best, maar hij wordt steeds vervelender met zijn gebaartjes, vooroverbuigingen, stemvariaties en zijn geacteerde interesse. Ondertussen blijven zijn gesprekjes zeer oppervlakkig en je ziet de dichters denken: kan het stompzinniger? Wanneer is deze beproeving voorbij? Wat moet ik allemaal verduren om mijn gedichten een kans te geven? Ik moet wel vriendelijk blijven, want veel meer kans krijg ik niet; dit is zo'n beetje het enige programma dat aandacht besteedt aan poëzie. Als de literaire tijdschriften dankzij Rutte/Zijlstra gaan verdwijnen, wat blijft ons over? Pen en papier, computer en internet. Een twee drie, in godsnaam.
Overigens doet Wim alles, natuurlijk ook proza. Hij interviewde Margaux Fragoso over haar boek 'Tiger, Tiger'. Het gaat over Margaux die vanaf haar zevende jaar sexuele omgang had met een bijna een halve eeuw oudere man. Hij pleegde uiteindelijk zelfmoord, Margaux in grote verwarring achterlatend.
Wim vroeg haar - hij deed of hij het boek had gelezen - hij vond het zeer indrukwekkend - hoe oud ze was toen het misbruik begon. Zij antwoordde geduldig: zeven jaar. Zij zei niet: "Maar dat heeft u toch gelezen?'
Toen hij het enkele minuten later nog eens vroeg, zag je haar denken: ik praat hier toch niet met ...'

=
Een Nieuw Pinksteren
De eredienst van Apple gezien, met Steve Jobs als hogepriester van de virtuele wereld, met heel veel enthousiaste gelovigen die af en toe een hallelujah-achtig applaus laten opklinken, met diakenen die op verzoek demonstraties geven en die opdezelfde wijze voor het Beeldscherm langs wandelen.
En wat was de grote verrassing dit jaar? The Cloud. Je kunt je muziek en gebeden opzenden naar The Cloud en automatisch zendt The Cloud dit alles terug naar je andere 'devices': je IPhone, je IPad, je MacBook.
Als de hogepriester opkomt, met het Apparaat in zijn hand, klinkt er een lang applaus en geroep. Steve loopt bescheiden lachend heen en weer, groet met een eenvoudig gebaar apostelen. Hij praat niet over zijn ziekte, maar iedereen weet het. Iemand roept, als hij begint: 'We love you!' en Steve lijkt nu toch aangedaan en hij bedankt en voegt er aan toe dat het helpt. Er zal een plaatsbekleder komen op aarde en vanuit The Cloud zal Steve de communiteit blijvend besturen. The Cloud weet alles van ons: onze boodschappen, voorkeuren, onze meest intieme foto's, muzikale voorkeur en wat we maar prijs willen geven.
De Geest is altijd bij ons.

=

 

Twee rozen

Waar kies je voor? Kort en hevig?
Langdurig, over het seizoen uitgesmeerd?
Maiden's Blush is een albaroos
zeegroen blad, overweldigende geur
maar slordige bloeiwijze, drie weken.

De herinnering aan de geur
blijft een jaar lang hangen
aan de blos nog langer.

Bonica is een sterke en gezonde meid
gedijt op zand en veen als struikroos
parkroos, bodembedekker en zelfs
in een pot heeft Bonica het naar haar zin.

Zij bloeit lang en spectaculair
van juni tot december, maar geuren
nee, oranjerode bottels ja.


=
Bijna zestien

Afgelopen zaterdag gaf ik in opdracht van DoeMaarDichtMaar een zogenaamde masterclass voor jonge dichters. Zij leveren drie gedichten, kiezen er ter plekke één om voor te lezen en samen bespreken we het gedicht. Wat vinden we goed of mooi, wat minder, wat begrijpen we niet. De dichter mag even alleen maar luisteren en pas daarna zeggen wat ze van ons gebabbel vond.
S., dochter van A., zou ook komen. Ik had haar al een tijd niet gezien en wist niet dat ze al bijna zestien is. Bij binnenkomst geef ik iedere dichter een hand en we noemen onze namen. S. kwam een half uur te laat, zodat ik haar alleen maar toeknikte. Ze kwam niet meer aan de beurt. Haar gedicht was ook niet in copy aanwezig. Ik heb haar niet herkend.

Haar moeder vroeg hoe het was geweest. S. zat achter de piano en gaf af en toe antwoord op de vragen. Dat inspireerde haar moeder tot een gedicht.

"Ik kwam te laat," zegt ze, terwijl ze op de piano
een nieuwe compositie uitprobeert
"Ik zat naast hem."
Luidkeels: "Don't say you know me..."

Tussenspel in hoekige akkoorden
"Hij gaf me een bekertje water."
Kladpapier vol doorhalingen op de klep
"...if you never have talked to me!"

Haar handen springen op, bespelen lucht,
ze kijkt stralend om: "Ik was heel chaotisch!
Misschien weet hij dan wie ik was?"

Prachtig, door het opbreken van de gebeurtenis en de reactie, de pauzes en opmerkingen tussen het spelen door, de droge constatering ('Hij heeft me niet herkend') en dan toch een beetje de pijn van 'Misschien weet hij dan wie ik was?'

'Alles waait nu ook in mij', zo heet de nieuwe bundel, uitgegeven door DMDM, naar een regel van het gedicht van Jantine de Ruijter.
Naast de winnende jonge dichters traden afgelopen zaterdag Anne Vegter en Mark Boog op. Zij lazen hun volwassen poëzie en de jeugd luisterde stil en geïmponeerd.
Vroeger waren er nog wel eens lawaaiige pop bands, maar de laatste tijd kiest de organisatie voor poëtische muziekmakers. Dit jaar Roufaida & Pluck, twee meiden die gedichten op muziek zetten. Zij zijn op het podium niet anders dan op straat: zelfbewust, geestig, ontregelend. Ook Lucky Fonz III met zijn gitaar en verrassende harmonica-klanken is eigenzinnig en authentiek. Jongens zijn bij hem nogal sneu op zoek naar meisjes. Meisjes zijn net als jongens, maar zij hebben geluk.

De wethouder van cultuur van Groningen mocht op een koperen bel slaan om de website over DE JONGE DICHTER DES VADERLANDS te openen. De techniek werkte en op het scherm van de Kleine Zaal van de Oosterpoort verscheen het juiste computerbeeld.
http://www.poeziepaleis.nl/projecten/jonge-dichter-des-vaderlands/jddv/over-jddv
De hele adresregel heb je nog nodig, want Google is nog niet zo ver.

Geheel in overeenstemming met de professionele dichters: voor het geld hoef je het niet te doen.
=

 

Canto van een blik

Rob Møhlmann schilderde 124 keer een conservenblikje. Hij werkte er elf jaar aan. Alle schilderijen zijn 40x30; het zogenaamde Canto-blikje is altijd levensgroot en staat altijd op dezelfde plaats en wordt onder dezelfde hoek waargenomen.
Toen Rob Møhlmann in 1977 begon met schilderen in een tijd waarin zuiver realisme niet populair was in de kunstwereld kreeg hij op de kunstopleiding te horen dat hij niet moest schilderen wat hij zag, maar wat hij construeerde. Al snel hield hij het voor gezien en ging zijn eigen weg.

 

Het blikje is gewoon, alledaags, maar dat is niet waar: het niet bestaande merk werd 'Canto' - lofzang op de werkelijkheid; het blikje werd half uitgekleed als model, dat wil zeggen het papier werd er half afgescheurd, waardoor de naam gedeeltelijk zichtbaar was, maar vooral het glanzende, niet geribbelde oppervlak, dat de omgeving weerspiegelde. En daar vond het verhaal een steeds wisselende inhoud. Robs Canto werd een episch gezang in beelden, een verhaal over onze wereld door de ogen van een kunstenaar.

In 2006 verhuisde de kunstenaar voor het laatst (?) naar een monumentale boerderij aan de rand van Appingedam en vestigde daar zijn atelier, woonhuis en zijn museum. Het geheel werd grondig verbouwd en de Canto Collectie kreeg een vaste plaats.

 

Op het eerste schilderij zien we de blikjes met kippenvlees in een rij staan. In het halfnaakte blijk zien we de meesterschilder, vaag weerspiegeld. Hier begint een project waarvan hij dacht dat het 10 schilderijtjes zou opleveren. Op het volgende zien we het lege blik. Op het ernaast gelegen weggesneden bovenkant ligt een peuk met een uitzonderlijk lang filter en een andere peuk is met zorg recht overeind gezet. Dit wordt gespiegeld in het blik. Er achter hangt een emaille pollepel, nog niet afgewassen. De toeschouwer verbaast zich over de onwaarschijnlijk knappe weergave van de werkelijkheid: een spijkertje in de muur, de schaduw daarvan, natuurlijk in dezelfde richting als van blik en lepel, maar let op: het is strijklicht dat de schaduw veroorzaakt, want de staande peuk, vóór het blik, heeft geen schaduw.

Canto4 is minimalistisch: alleen het blik op een witte rand, tegen een witte achtergrond. Het blik spiegelt banen kleur van wat? Aan de onderkant van het blik zien we de spiegeling van de witte rand.
Bij Canto5 staat het blik op een lege, op zijn zij liggende kartonnen doos, tegen een andere doos. We zien de nietjes en de tekst 'SELVIAC / AMSTERDAM'. Dit bedrijf verkoopt 'Profiel en product artikelen'. De kunstenaar woonde destijds in Amsterdam.
De vormbeheersing van de 26-jarige schilder blijkt ook in Canto6: het blikje staat op een oude theedoek, met blauwe vierkanten. Het doek is van achter een beetje omhooggezet, waardoor de vierkanten allerlei vormen aannemen. In het blik zien we de spiegeling. 'Kijken, jongen', dacht de schilder. 'Goed kijken! Wat zie je? Hoe lopen de lijnen? Wat doet het licht?'

Canto7: het blik staat op de vensterbank. We zien door het raam een voormalig schoolgebouw aan de overkant van de Des Présstraat. De bakstenen zijn alle geschilderd, één voor één met variërende kleuren rood en bruin, de voegen alle in perspectief.

In het blik staat een fijne kwast. Naast het blik een halfvolle fles met medium(?). De dop is van dat zachte plastic met schenktuit, met nog een afsluitend zwart dopje. Tomado maakte die doppen geloof ik. Of ze nog bestaan? In elk geval hebben ze op het schilderij exact de stofuitdrukking die ik me herinner. Voor het blikje een hoge stenen asbak met zand en veel sigarettenpeuken met filter. Een peuk is er naast gevallen. Er ligt ook een kruimel as op de vensterbank en natuurlijk een doosje lucifers, op de buik, als je dat zo mag zeggen, het strijkvlak met kleine vierkantjes. Dat strijkt beter. Twee gebruikte lucifers.

Op Canto8 zien we een literaire vooruitwijzing: het snoer hoort bij een oud schippersradiootje dat vijf jaar later in de serie geschilderd wordt. Een brede kwast staat op zijn haren, die dus ombuigen, naast het blik. Er achter een opgespannen schildersdoekje, van 30x40 waarschijnlijk. Er komt bij toeval een glazen pot voor het blikje te staan. Nu wordt het lastig. De spiegeling van het glas, daardoorheen het blikje dat het glas weer weerspiegelt. De schilder maakt het nog moeilijker: hij doet wat water in de glazen pot en nu wordt het electrisch snoer verdubbeld. Het vlekje op het schilderslinnen is nog steeds hetzelfde.
Nog moeilijker: de pot wordt voor de helft gevuld. Blijf kijken, goed kijken. Allerlei spiegelingen veranderen weer. En dan de pot geheel vullen. Het blikje wordt opgeslokt.
=


Bezuinigen
Door de fouten van de banken moeten de danseressen van het beroemde Nederlandse ballet een andere baan zoeken. Onderwijs en onderzoek moeten bezuinigen. Bijstandtrekkers moeten een maaltijd overslaan, terwijl de bankmannen hun bonussen weer zien groeien. Beleggers, overheden, toezichthouders, banken, maar ook consumenten, namen de risico's van grote investeringen. Men liep elkaar achterna zonder de betekenis en de gevolgen van het handelen te begrijpen of dachten: 'na ons de zondvloed'.
Er is dus ook een collectieve verantwoordelijkheid: onverantwoord lenen, geld uitgeven dat je niet bezit, leven op te grote voet. Er stemmen te veel mensen op de partijen die de bankmannen niet willen aanpakken of die te laf zijn om impopulaire maatregelen te nemen.
De consumenten kunnen hun geld weghalen bij onverantwoordelijke en arrogante banken.
De kosten van de zorg nemen onverantwoord hard toe. Vinden we met elkaar dat alles wat technisch mogelijk is in verband met het krijgen van kinderen moeten realiseren. Dat we de situatie van zeer dure medicijnen moeten laten voortwoekeren? Dat we mee moeten blijven doen met het ontwikkelen van geavanceerd wapentuig?
Maar moeten we ook bijvoorbeeld miljoenen uitgeven om de levens van oude kankerpatiënten maanden te rekken? Misschien moeten we die arme mensen, die hun laatste maanden zuchten onder belastende chemokuren of bestralingen tegen zichzelf beschermen.
=
Taal en denken

Uit 'En toen wisten we alles' van Coen Simon: 'We zeggen dat de zon opkomt, terwijl we weten dat het niet zo is. De taal houdt ons vast in onze denkbeelden.
Absoluut,' knikt de fysicus, 'de taal is misleidend, vandaar dat we uiteindelijk ook op formules vertrouwen.'
Dit lijkt me ( en ik denk ook Simon) een onjuist verwijt aan de taal. We houden vast aan een denkbeeld, een illusie. We zeggen dat de zon opkomt omdat we dat zo zien, al weten we beter. Dat ligt niet aan de taal; de zegging is een adequate vertaling van ons denkbeeld.
Hoe het heden het verleden kan beïnvloeden, leren we in de roman van Richard Yates: 'Revolutionary Road'. Coen Simon maakt het duidelijk. Het eind van het, ook verfilmde verhaal, laat het eind van hun liefde zien. Het meisje zegt: 'Je was alleen maar een jongen, die me ooit aan het lachen maakte op een feestje.' Deze woorden herschrijven hun liefdesgeschiedenis ¬Ýen maken met terugwerkende kracht een eind aan een nooit begonnen liefde. Ze staan plotseling als vreemden tegenover elkaar.
Ik moet denken aan "Back From the Future," een artikel over het werk van Aharonov en zijn team. Dat werk heeft allerlei vreemde ontdekkingen tot gevolg gehad over het wezen van tijd en het universum. Aharonov heeft laten zien dat de quantumwereld de pijl van de tijd niet één kant laat uitwijzen. De pijl kan ook wijzen van de toekomst naar het verleden.
Dit is net zo onbegrijpelijk als het tegelijk aanwezig zijn van deeltjes op verschillende plaatsen.
Het gezonde verstand verzet zich tegen invloed van de toekomst op het verleden, omdat dat vast zou liggen, maar dat de visie op het verleden verandert door het heden maakt bovengenoemd voorbeeld wel duidelijk. Ook de politieke geschiedenis lijkt te veranderen door inzichten in het heden.
--
Graaizucht/geiligheid
Mensen streven naar een machtspositie. Ze besturen een stad of landsdeel. Hier gaat het om Lanquedoc. De hertog van Berry, bekend om zijn passie voor fraai geïllustreerde boeken, heeft veel geld nodig voor zijn hobby's. Hij kent geen maat in het heffen van belastingen : de kastelen met gebeeldhouwde torens kostten een vermogen. Zijn gespreksgenoot, zijn broer, hertog van Bourgogne, doet het anders. Hij trouwt de rijke erfdochter van Vlaanderen en toch perst ook hij zijn onderdanen uit. Berry laat zijn belastinginners verbranden, als zoenoffer voor zijn daden.
Dit lees ik in 'Het woud der verwachting' van Hella Haasse. Het verhaal speelt in de veertiende eeuw. De strijd tegen de Engelsen in Azincourt, die de ijdele Fransen verliezen, speelt een grote rol.
Hella Haasse schreef het boek, dat veel psychologisch inzicht verraadt en historische en politieke kennis, op 30-jarige leeftijd. Wat een kennis en rijpheid op die leeftijd!
Louis van Orléans koopt een ring die twee dagen onder de tong van een aan de galg gehangene heeft gelegen, omdat deze een machtig amulet werd geacht om de drager onweerstaanbaar voor vrouwen te maken. Louis is voortdurend op jacht in hofkringen, maar nu wil hij een nieuwe hofdame hebben, die nog maar korte tijd in dienst is van zijn vrouw, een meisje met groene ogen. Zij weerstaat hem en dat is hij niet gewend. Zijn vrouw ligt in het kraambed en kent zijn strapatsen, maar ach, zegt de koningin-moeder: dat is het lot van vrouwen.
Middeleeuws? Juliana zei het haar na. Tegenwoordig laten rijke handelslieden neushoorns slachten omdat de gemalen hoorn hun potentie zou verhogen. Ook gebruiken zij hun geld en roem om vrouwen te versieren. De liederlijkheid van Bernhard, Clinton en Berlusconi is bekend, maar ze zijn er niet minder populair om.

Betekenis

Er is eerst betekenis ('meaning') en dan taal. In ' Splash' van de neurowetenschapper en dichter Jan Lauwereyns, vond ik een bevestiging van bovenstaande opvatting.
In de literatuurwetenschap is een discussie, die ik hier en nu vereenvoudig tot twee representanten: De Rooder en Lauwereyns. De Rooder is literatuurwetschapper en hij beweert in een essay 'Het schandaal van de poëzie' dat poëzie neigt naar betekenisloosheid en ook voortkomt uit betekenisloosheid. In navolging van Frits Staal die Vedische rituelen onderzocht, zegt hij dat er eerst het ritueel is, dan poëzie en dan pas gewone taal. Ik begrijp nu dat De Rooder met betekenis bedoelt: woordbetekenis, verwijzende betekenis. Dan begrijp ik de volgorde van de trits. (Met dank aan Walter Schönau)
Lauwereyns is, zoals ik zei, neurowetenschapper en dichter. Hij falsifieert De Rooder in zijn boek 'Splash' en legt uit dat er eerst betekenis is; het symbool, dan taal en dan pas poëzie, een verhevigde vorm van taal. Poëzie neigt naar betekenisvolheid!
Helen Keller begreep zonder woorden dat de jurk symbool was van uitgaan.
De wortels van symbolische communicatie zijn terug te voeren naar het moment dat een dier 'iets' begon te denken. Er is een werkgeheugen: 'pas op' denkt de rat die bessen wil eten, zonder woorden, maar die eerder onder de struik een cobra heeft gezien. De neurowetenschap - u begrijpt dat ik hier leen van Lauwereyns, maar het is in overeenstemming met andere wetenschappers - laat zien hoe dit mogelijk is. Er vindt een verschuiving plaats van iets (het beeld van de slang) naar een ander iets (de mentale representatie). In die gedacht zit de oervorm van de symbolische verwijzing.
Uit neurologische proeven blijkt dat er hersenactiviteit bestaat die getuigt van een op de toekomst gerichte voorkeur. Het primaire recept van een emotie staat in een continue wisselwerking met abstractere, vermoedelijk 'bewuste' representaties van gevoelens. Ook bij dieren!
Apen kunnen vergelijken, terugblikken en vooruitkijken.
Er is het vermogen om abstracte representaties te maken van dingen die er niet zijn, die er niet meer zijn, middels symbolische verwijzingen. Ook zonder taal!
Apen 'begrijpen' in experimenten dat een rood lichtje gevaar , een groen lichtje beloning is. Sommige alarmkreten betekenen 'de boom in - er komt een tijger', andere 'de boom uit -er komt een slang-.
Een andere vondst is deze: dopamine maakt de mens blij wanneer hij regelmaat ontdekt in wat chaos leek. Nieuwe kennis is gekoppeld aan positief emotioneel gevoel. De zoektocht naar die begeestering maakt de dynamiek van poëzie uit.
Dit onderschrijft de dichter Rutger Kopland, de psychiater Rudi van den Hoofdakker. Hij schrijft gedichten om op zoek te gaan naar waar hij het over wil hebben. Poëzie kan worden opgevat als verzet tegen de ondraaglijke gedachte dat de mens het resultaat is van toeval. We verlangen naar zin.
De dichter van het verlangen, Kopland, spreekt dit steeds uit in nieuwe gedichten. We willen opgenomen zijn in een groter geheel, ook al begrijpen we dat niet. We willen vol-ledig zijn.
En Kopland weet ook: om te beginnen met schrijven moet men al aan het schrijven zijn. Daarna moet je selecteren en fijnslijpen, want het is de stijl die van een schrijver een interessante schrijver maakt. Je moet streven naar perfectie, maar je moet niet wachten op inspiratie. Bij poëzie-workshops zeg ik tegen de cursisten: de kunst van het schrijven is je pen over het papier bewegen. Daarna zoek je uit wat het bewaren waard is.

Wat blijft

Dan staan we nu op het slagveld van Crécy, waar Hawkwood zich verdienstelijk maakte voor de Engelse zaak door met effect zijn boogschutters in te zetten tegen de Franse ridders te paard. Ze waren zwaar geharnast, maar de Engelsen vielen de paarden aan en sloegen de met moeite opkruipende Fransen dood, een tactiek die met succes werd toegepast in Poitiers en vijftig jaar later - Hawkwood was toen al dood in bed - in Azincourt nog eens. De Fransen waren halsstarrig en hoogmoedig.
De zon schijnt. Volgens het verhaal werden de Fransen verblind door de zon, maar wij staan op het uitkijkpunt van Edward III en kijken tegen de zon in. Hoe zit dat? De strijd duurde tot de avond, maar de Fransen bleven de zon in de rug hebben. Wel moesten ze tegen de heuvel op en de Engelse boogschutters spanden rustig hun bogen en zorgden voor paniek bij de paarden.

 

Even later zijn we in Azincourt. Met de auto gaat het snel en we hebben geen last van pijlen of onweer. Daar is het centrum waar de belangrijke slag wordt uitgebeeld met een show met geluid en film. De koningen zeggen de tekst van Shakespeares Henri V. Hoor hoe Shakespeare de Franse Dauphin zijn paard laat prijzen en verlangen naar de ochtend van de strijd: What a long night is this! I will not change my / horse with any that treads but on four pasterns. / Ca, ha! he bounds from the earth, as if his / entrails were hairs; le cheval volant, the Pegasus, / chez les narines de feu! When I bestride him, I / soar, I am a hawk: he trots the air; the earth / sings when he touches it; the basest horn of his / hoof is more musical than the pipe of Hermes. '
Een levensgrote geharnaste pop met uitgelicht hoofd spreekt. Karel VI van Frankrijk lijkt op de jongste zoon van onze voormalige overburen. Maar de Fransen moeten weer door de modder.

We wegen de wapens, gruwen van de pijlen met weerhaken, zien het verschil tussen kruisbogen en de manshoge bogen van de Engelsen. Als de laatsten tien pijlen hadden geschoten, worstelden de kruisboogschutters met het spannen van hun boog voor de derde pijl. Ze drongen dieper door, die korte pijlen, maar dat maakte voor de paarden weinig verschil. Wikipedia schrijft: 'De slotscène werd gevormd door een halfhartige aanval van een groep Fransen die eerder waren weggevlucht. Koning Hendrik, bang dat zijn grote groep gevangenen zou kunnen ontsnappen, gaf opdracht deze te doden. Een deel van de Franse gevangenen werd levend verbrand in een hut waar ze toevlucht hadden gezocht. (als Tutsi's, R.E.) De slachting stopte toen de aanvallers vertrokken.'
Hella Haasse beschreef de slag in 'Het woud van verwachting'
Op de site van de Dutch Warbow Society worden de liefhebbers van de Engelse Oorlogsboog lekker gemaakt voor het feest (?) van de 600-jarige herdenking van de Slag bij Azincourt; in 2015 dus! De voorbereidingen zijn in volle gang: de organisatie wil meer dan 1000 Longbowschutters inzetten. 'Natuurlijk zijn wij er bij!'

In de kathedraal van St. Omer luisteren we naar een groep mensen die een half uur lang een litanie zeggen, alsof we in de veeertiende eeuw zijn: eentonig, maar hallucinerend.

 

Betekenis en lichamelijkheid

Als de poes hoort dat ik de koelkast opendoe, om een uur of half zes, komt zij er snel aan, in afwachting van eten. Het opendoen van de kast heeft betekenis voor haar, evenals het geluid van de auto als we even weg zijn geweest. Ze zit voor de deur. Het geluid is een teken.

Toen Helen Keller nog geen taal tot haar beschikking had 'voelde zij aan de jurk van haar moeder dat zij uitging'. Dat is betekenis. Het woord 'betekenis' wordt ook wel uitsluitend gebruikt voor 'taalbetekenis'. Zo verwijst het woord 'tafel' naar het meubelstuk waarop we boeken kunnen leggen of een wijnglas kunnen neerzetten.

De relatie tussen het woord en zijn betekenis is arbitrair. Een boom heet bij ons 'boom', maar in andere talen 'arbre' of 'tree'. Sommige woorden lijken niet toevallig: 'slang', 'sissen' en natuurlijk vooral de zogenaamde onomatopeeën (klanknabootsingen), zoals een voorbeeld uit het Turks cirt cirt voor klittenband.
De relatie tussen het teken en 'het ding' is meestal digitaal, zoals 010010 bijvoorbeeld a kan betekenen en 010011 b
Bij het lopende mannetje op het verkeerslicht van een oversteekplaats is de relatie analoog.
Voor een kind begint taal heel lichamelijk, met warmte, geuren, geluiden van de moeder. Het kind doet haar mondbewegingen na en maakt brabbelgeluiden en zegt 'mama' en later 'toetoe'. Ook dit is analoog.
In gedichten vind je nog veel van die lichamelijkheid terug in klank en ritme. Natuurlijk geldt dat vooral voor bakerversjes, maar ook de poëzie voor volwassenen wordt daardoor gekenmerkt. Daarom moeten gedichten vooral ervaren worden en niet alleen begrepen. Je moet een gedicht zeggen, de mondbewegingen voelen. Een dichter beweegt bij zijn voordracht vaak zijn handen en armen, als een dirigent bijna, om de lichamelijke ervaring te ondersteunen.

Gedicht
Ik wil je steeds weer
proeven op mijn tong
laten dansen in de lucht
aan het eind van de regel.

Het is niet genoeg als
ik weet dat je bestaat.
Niet hoe je voelt, maar klinkt
een precieze foto van vormen

in juist die ene constellatie
en dan pas hoe dat voelt.
Je bent er als ik je uitspreek.
Je groeit als ik je hoor gaan.
=

Kunst is hobby

Halbe Zijlstra moet van zijn partij bezuinigen. Geen probleem, hij wil het zelf ook. Van zijn PVV-vrienden moet hij extra bezuinigen, juist op cultuur, dat zal die elitaire klootzakken leren. Van Halbe mag het. Hij ging zelf toch al nooit naar toneel en literatuur, ach, dat was vervelend, het moest van bepaalde leraren. Nou goed, geen kaasschaaf dus, de hakbijl. Nu hakt hij benen af, waardoor kunstinstellingen en kunstenaars mank lopen. Leuk gezicht, kunnen we in elk geval nog lachen.
Maar waarom niet totaal bezuinigen? Zijn we gelijk van het gelazer af. Letteren? Geen subsidie meer. Die schrijvers zoeken maar een ordentelijke baan. En als ze zo nodig willen schrijven, doen ze dat in het weekend en in de avonduren. Niet minder werkbeurzen... geen werkbeuzen. Letterenfonds afschaffen. Henk Pröpper gaat maar een baan zoeken als accountmanager of zo. Als de mensen willen lezen, zal Halbe ze niet tegenhouden. Ieder zijn hobby. Maar daar hoeft Geert of Annie toch geen belasting voor te betalen? Die hebben we nodig voor meer asfalt of voor dat mooie vliegtuig. Trouwens, op internet vind je genoeg gratis boeken en op koninginnedag kun je bijna voor niks een meter boeken kopen. heb je voor jaren genoeg te lezen.

Toneel? Wie gaan daar naar toe? Moeten ze zelf weten. En als je acteur wilt zijn, kun je toch ook meedoen met Gooise vrouwen of Flikken of een leuk lachstuk. Kunnen we ook de toneelscholen opheffen. Spelen leer je van een oudere collega. Voor het geld werk je in in de supermarkt en in je vrije tijd ga je lekker oefenen voor toneel.

Musea? Al die ouwe troep! Nou ja, zet een paar ouwe vrouwen neer als suppoost. Die gebouwen hebben we al. Een concierge is niet zo duur. En nieuwe musea? Met die rare kunst, die ook nog vaak beledigend is of onbegrijpelijk? O ja, kunstacademies...sluiten. Als je zo nodig wilt tekenen of beeldhouwen zoek je maar een leraar. Op internet zijn er gratis cursussen. Van Gogh was toch ook arm? Er was laatst een tandarts, die ging beeldhouwen. Verdiende hij een tiende van wat hij eerst binnenhaalde. Was wel gelukkig, zei hij. Nou ja, gekken zijn er altijd.

Orkesten? Goed, één orkest voor het ontvangen van buitenlandse staatshoofden.
Die hele kunst... het mag, maar niet van ons geld. Staatssecretaris voor de kunst? Opheffen. Ik vind wel weer ander werk. Onderwijs kan ook eenvoudiger. Leer een nuttig vak. Taalbeheersing voor het schrijven van nota's, voor het leren overtuigen, spreken in het openbaar, rekenen, wiskunde (?), natuurkunde, biologie, geografie, boekhouden, management vooral.
=

Vooruitgang


In Le Crotoy is een kasteel aan het water waar Jeanne d'Arc gevangen heeft gezeten. Hoe was het ook weer? Hoe kwam ze op de brandstapel na het Engelse beleg van Orléans gebroken te hebben als 17-jarig meisje, boerendochter? Ze veroverde Reims omdat de dauphin daar gekroond moest worden als Karel VII. Als kind hoorde Jeanne stemmen die zeiden dat haar land bevrijd moest worden van de Engelsen. Die stemmen waren van de heilige Catharina en Margaretha, van de aartsengel Michaël en van God. Nou ja. In elk geval was ze dus overtuigd van een missie en haar moed maakte indruk op de Franse troepen. Ze riepen waarschijnlijk: 'Voor Jeanne, voor God, voor Frankrijk!'
Een jaar later werd ze gevangen genomen bij een uitval uit het veroverde Compiègne, door de Bourgondiërs, die ook vijanden waren van de Fransen. Ze verkochten haar aan de Engelsen.
Vanuit bovengenoemd kasteel deed ze een ontsnappingspoging. De Engelsen wilden het koningschap van Karel VII ontkrachten door Jeanne als heks en ketter neer te zetten. Na enig gemartel ontkende zij het horen van stemmen. Ze had dus gelogen. De kerkelijke rechtbank - de Engelsen waren toen nog Rooms-Katholiek - beschuldigde haar verder van het weglopen van het ouderlijk huis, het ontkennen van de kerkelijke autoriteit (ze had immers een eigen verbinding met God?), het dragen van mannenkleren en een poging tot zelfmoord (ze was bij haar vluchtpoging uit een toren gesprongen!). Eerst werd ze veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf, maar de Engelsen wilden van haar af. Met een list lieten ze haar weer mannenkleren dragen. Het proces werd weer geopend wegens recidive en nu verklaarden de kerkelijke rechters haar tot ketter en dan mocht ze verbrand worden. In Rouen stroomde het volk samen. Sensatie! Toen ze dood was, werd het vuur gedoofd en haar deels verkoolde lichaaam werd het volk getoond. Zien jullie wel: zij is een vrouw! Daarna werd het vuur weer aan gestoken. De voorstelling ging door. Omstanders beweerden dat haar hart niet wilde branden. Niettemin werd haar as in de Seine gestrooid, dreef af naar zee, zodat het volk geen bedevaartplaats kon bezoeken. Dit gebeurde in 1431.
In 2011 werd het lichaam van een een andere, Amerikaanse, vijand in zee geworpen om dezelfde reden. Nu met moslimrituelen. De as van Jeanne verdween zonder kerkelijke gebeden. Is dat nu vooruitgang?
=
Slachtvelden

In de baai van de Somme is een oude Cisterciënser abdij, verbouwd neem ik aan, in de zeventiende en achttiende eeuw, maar in 1987 heeft Gilles Clément er tuinen aangelegd met bijzondere bomen. Daar ontmoette ik op het water de notonect. Hij zwemt met zijn hoofd naar achter, waarom hij waarschijnlijk bootsmannetje of rugzwemmer wordt genoemd. Hij gebruikt zijn achterpoten als roeispanen, een wonder van vernuft, die maar kort leeft in de open lucht. Als larf leeft hij daarentegen jaren in het water. Een paar weken dus volwassen en dan is hij prooi van vissen en vogels. Hoevelen halen die paar weken?
De abdij is nogal lelijk, maar de tuinen zijn wonderlijk mooi, gemaakt als levend kunstwerk, volgens esthetische principes. Niet ver daar vandaan is Crécy te vinden, waar in de veertiende eeuw de Engelsen de Fransen een vernietigende slag toebrachten, een slag die honderd jaar nadreunde. John Hawkwood vocht daar zijn eerste grote slag onder Edward III van Engeland. De Engelsen waren zo succesvol omdat ze zich weinig aantrokken van ridderlijke afspraken. Ze doorboorden de paarden van de Fransen met hun dolken, waardoor de ridders moesten neervallen en vervolgens werden doodgeslagen. De Engelsen hadden de zon in de rug. Onweersbuien speelden een grote rol, waardoor de Franse linies werden verbroken. De Engelse boogschieters schoten met hun manshoge bogen pijnlijk precies en tenslotte gebruikten de Engelsen voor het eerst bombardementen met behulp van grote ronde stenen.. Er vielen die dag 1542 ridders en 10.000 soldaten, waaronder vele jonge mannen. In hetzelfde gebied stierven vele jonge mannen in '14-'18 en weer in '40-'45.
Bij Etaples is een zeer groot kerkhof, een theater van de dood. De jonge mannen werden opgevangen in een kamp, waar ze de laatste lessen kregen in bajonetgevechten en waar ze moesten oefenen met gasmaskers. Velen kwamen zwaar gewond terug van het slagveld, slachtveld, in het kamp om ondanks de zorg van verpleegsters alsnog te sterven. Ook de verpleegsters stierven toen de Duitsers het kamp gingen bombarderen, maar nu met vernietigender materiaal dan stenen kanonskogels.
=
Blij?


Gistermorgen zag ik op mijn laptop in een hotel in Boulogne sur Mer dat Osama Bin Laden was gedood door de Amerikanen en ik merkte dat ik het bericht niet hardop zou kunnen lezen vanwege de ontroering, maar wat me verontrustte, was de blijdschap die ik voelde. Blij? Omdat iemand vermoord was? Was ik zó geïndoctrineerd door de jarenlange berichten over de jacht op hem? Ik las later op de dag dat het onmogelijk geweest zou zijn om hem levend te pakken. Hij had gehoord en berecht moeten worden. Cynici zullen zeggen dat dit een hoop geld scheelt.
In de Franse kranten geen woord op de voorpagina. Wel over de paus en de zalig- of heiligverklaring door zijn voorganger. Wat is dit nu weer voor middeleeuwse onzin? In plaatselijke kranten veel aandacht voor een verdronken visser en de naweeën van een trouwerij in Engeland, die eveneens veel aandacht had gekregen. Maar Osama? Nee. Kwam het bericht na het uitbrengen van de kranten? Maar waarom konden Trouw en de Volkskrant... wacht, dat was op internet. Morgen verder kijken.
Nu zie ik dat Daily News schrijft: 'Rott in Hell' en de New York Post 'Vengeance at last. US nails the bastard'. Deze primitieve reacties voorspellen weinig goeds.

 

Oostende, nazomer 2007 (I.M. Hans Faverey (8-7-1990))

Zie ik hem daar lopen na zeventien jaar
op het strand, blote voeten, schoenen in de hand
broekspijpen op driekwart, tas aan de schouder
en aan de branding
staat een hond naar hem te kijken
verbaasd, want hij kan daar niet lopen
dat wist zelfs de hond
en de zon verborg zich
achter wolken, maar liet een baan licht
vrij op het zand
waar hij zou gaan lopen
langs aangespoelde takken en riet.

Hij liep daar in zijn scheve houding
naar het licht en naar de branding.

En een man die verderop stond
te vissen, het kind dat keek
naar zijn schelpen, de wandelaar
in de verte, de oude vrouw op de stoel
tegen het duin: zij wisten het niet.

Alleen de hond, met gespitste oren
staart omhoog, nekharen gerezen
stond te kijken hoe de man
naar hem toeliep en hij blafte niet.

Kon niet blaffen en ik kan niet
door het venster breken: ik zie hem lopen
naar de zee, naar de doodstille hond.

=

Kijken

We moeten leren kijken
wat we kunnen zien.
Met ons hele netvlies
kunnen we een groot
waarnemingsgebied onderscheiden
een schetsmatige tekening.

Elke contour heeft een uit-
gesproken zeggingskracht.
In het centrum van het netvlies
ligt een klein gebied, de fovea
diameter één millimeter
een blikveld van één graad

(zien van een duimnagel
bij gestrekte arm)

Je gaat rond met je oog
plakt de beeldjes aan elkaar.

=
Bloed

'Bloedige zondag', 22 januari 1905, de dag waarop in Rusland de revolutie uitbrak. Tienduizenden hongerige arbeiders trokken die zondag met hun vrouwen en kinderen naar het Winterpaleis van de tsaar in Sint-Petersburg om een grondwet te eisen en leniging van hun nood. De kozakken schoten honderden mensen dood. Er braken overal opstanden uit.
Kadaffi en Assad laten nu betogers dood schieten. Het zal niet helpen, maar die betogers zijn wel dood.

'Wij zijn het geslacht dat moet vergaan
opdat een groter rijze uit onze graven;
wij zijn het geslacht dat zich moet laven
aan zijn gebrokenheid en smartelijke waan;
wij zijn het geslacht welks ganse have
is als 't flauwe schimsel van de eerste maan.'

=
Groei

Ach, de vuilnisman die verliefd werd
op de dichteres die een week meeliep,
omdat er voor het eerst iemand was
die luisterde naar zijn verhaal
die hem dingen liet zien en bedenken,
omdat zij een wereld voor hem opende.

En ach, het verdriet omdat zij weer wegging
hij achterbleef. Hij kon niet meer samenwerken
op de vuiniswagens met zijn collega's.
Toen werd hij maar alleen op pad gestuurd,
met een zogenaamde poephapper
en dat was dan nog een troost.

Epstein-Barr virus

We lachen als we lezen over de schepping van de mieren en vervolgens die van de miereneter, maar minder vrolijk worden we van de evolutionaire bizarriteiten, vanuit menselijk perspectief, bij voorbeeld omtrent het Epstein-Barr virus. Het kan kanker of Multiple Sclerose veroorzaken. Het virus weet zich goed schuil te houden in ons immuunsysteem.
Een milde vorm, verhoudingsgewijs, is de ziekte van Pfeiffer. Bizar is al weer dat een goede hygiène geen voordeel is. Men ontwikkelt de ziekte dan niet op jonge leeftijd, waarbij genezing veelal vanzelf tot stand komt. Infectie vindt vaak al plaats door het voorkauwen van voedsel van baby's. In het westen kent men de variant die 'kusziekte' wordt genoemd. Het delen van speeksel leidt tot besmetting. Niet meer zoenen dus? Stress en prestatiedruk, zoals we die in 'ontwikkelde' gebieden kennen, vergroten de kans op het uitbreken van de ziekte.

Een afschuwelijke vorm is het nasopharynx carcinoom. Dit kan leiden tot een niet operabele tumor in het neusgebied, die kan uitgroeien naar gehoorgangen, keelgebied en door het hersenbot richting grijze hersencellen.
Men probeert de tumor te doden met chemo-kuren, die zeer belastend zijn en vele bestralingen, die ook weer allerlei nare gevolgen hebben: doofheid, vernietiging van speekselklieren.
Het vermoeden bestaat dat Epstein-Barr virus eiwitten uitscheidt waar de T-cellen van ons afweersysteem passief van worden. Onderzoekers zoeken onder andere dan ook naar een therapie om ervoor te zorgen dat de T-cellen juist actief gaan reageren op deze eiwitten.

Virussen trekken zich niets aan van menselijk lijden. De evolutie is totaal onverschillig ten aanzien van ons geluk. Deze uitspraken zijn ook al veel te antropocentrisch.
'Achter de grenzen zijn wij weerloos. / De wereld is een gevaarlijke plaats / alsof er een afvoerput bestaat / die wat je denkt te begrijpen wegtrekt.

 

Uit_het_nest_getild

We bespreken een gedicht van Lucebert. Plotseling klinkt er een heftige vloek. Ik vraag wat er is. 'Ik begrijp het en ik vind het mooi!' 'Maar dat is toch prachtig?', zeg ik verbaasd. 'Ja, maar mijn vrienden vinden het klote!!'
Hier is iemand zich bewust geworden van het feit dat hij uit zijn milieu wordt getrokken en hij weet ook dat dat moeilijkheden gaat opleveren. Het is al lang geleden, maar ik zou nu willen weten hoe het met hem is. Als je dit leest en de situatie herkent, reageer dan alsjeblieft.
=
Prinses

Een prinses schrijft een boekje. Wat? Een prinses? Bestaan die nog? In de eenentwintigste eeuw? Ja wel. Niet dat het goed moet zijn, daar gaat het niet om. Het is een boekje van een prinses, die eerder een burgermeisje was. 25.000 exemplaren verkocht. De prinses heeft in Madrid op de Spaans-Nederlandse basisschool Hof der Lage Landen de Spaanstalige editie gepresenteerd. Verkoopt ook lekker in Argentinië.
Eerder was al een Catalaanse vertaling verschenen. In februari verscheen een tweede deel 'uit de reeks'. Er zijn nog vele buitenlanden met Nederlandse scholen, dus in hoeveel talen kan het boekje vertaald worden?
Recensenten lieten zien hoe vervelend of saai of cliché-matig het boekje was maar dat gaf niet. De prinses zelf vindt het vast goed en haar man, de prins, ja, wat moet hij zeggen? Hou op met die onzin? Je bent een prinses, geen schrijver? Maar ze zou het kunnen worden en natuurlijk doet ze haar best het boekje te promoten en ze gebruikt alle middelen die ze tot haar beschikking heeft en dat zijn er nogal wat. Ze komt vast ook nog bij P&W, of anders wel bij Knevel, dol op Oranje.

Maar waarom hollen daar zoveel mensen achteraan?
=
Virtueel

Ze zegt: 'Ik slaap met mijn mobieltje.
Het is altijd bij me en als ik het op school
in de kluis moet achterlaten, weet ik
wanneer het begint te trillen.

Mijn mobiel is meer dan een vriend.
Het hoort bij mij, als een arm, of oor.
Altijd sta ik klaar om te luisteren
ook als jij met me praat. Hij gaat voor.

Ik heb duizend vrienden met wie ik praat
met emoticons gaat het gemakkelijk
maar ik weet niet wat ik moet zeggen
als ik ze vandaag tegenkom op straat.
=
Ongevraagde poëzie

De hoofdpersoon van Memorandum van MARLENE VAN NIEKERK schrijft: 'Op zichzelf vind ik poë zie schaamteverwekkend, vooral als zij voorgedragen wordt. Menno Wigman schrijft in 'Red ons van de dichters' over de vreselijke ervaring te moeten voorlezen, met megafoon! , in een Utrechtse bus.
'Meneer, leg die megafoon toch weg' zegt een vrouw. Even later laat Wigman ook zijn bundel zakken en kijkt vol schaamte naar buiten. En ook bij festivals vindt hij het een twijfelachtig genoegen. Waarom kopen die luisteraars zo zelden een bundel? Maar goed, die mensen komen toch uit vrije wil, ze betalen er voor en luisteren vaak aandachtig.

Het is al een beetje over, denk ik: dichters die lezen op een station, vanaf een balcon op de Grote Markt; die mensen op straat aanschieten met de vraag of ze een gedicht willen horen; die in winkels aan een tafeltje voorlezen, of in een kwekerij in de open lucht onder een boom; als cliniclowns aan het bed van stervenden gaan zitten om een gedicht te mompelen; aan graven van onbekenden om een gedicht te lezen.
Dat laatste vond ik prachtig, een daad van uiterste menselijkheid, maar nu vraag ik me af of het niet beter is eerbiedig te zwijgen, zonder ijdelheid.
Er was iemand die bedacht dat het leuk zou zijn om bij stoplichten automatisch een gedicht te laten horen als het licht op rood sprong. Op rood!

http://www.jetvanoosten.nl

Een steelpan bij voorbeeld

Niet dat ze er nog zijn als wij al weer
verdwijnen, maar zo stil ademen
dat het niet te horen is en nog minder
te zien. Ze laten zich vatten als een steelpan
laten zich vol- of leeggieten, geduldig
wonend in hun belijning, stoffelijkheid.

Het zijn de dingen die getuigen
van de leegte en de volte.
Ze staan in hun ongeduide omgeving
op te vangen hoe we kijken naar hun lot.
Ze staan te treden uit de schaduw
en wij weten: bewustzijn houdt van licht.

Een bijzondere lynx

Trek een nieuwe wijnfles open
kijk naar de kurk, ruik er aan.
Koop geen fles met namaakdop
beleg je vloeren met kurk
isoleer je wanden niet met schuim.

Red de lichte wouden van Spanje
waar de paddestoel groeit, de kurk
waar hazen en konijnen leven
de roofvogels vliegen tussen stammen
zodat de pardellynx zijn voedsel vindt.

=

Verdediging

Ik vind het grappig om te zien hoe nu ook, na het goedpraten van onderwijs- en kunst bezuinigingen, die van defensie worden gladgepraat: 'Krijgsmacht na bezuinigingen nog tot elk optreden in staat' zegt de minister glashard, terwijl iedereen kan bedenken dat het een leugen is.

De scholen worden er beter van als ze fuseren; ziekenhuizen bieden meer mogelijkheden als ze groter worden; bejaarden liggen tevreden in bed; kunstenaars gaan innovatiever te werk zonder subsidie; orkesten spelen zuiverder of indrukwekkender als ze worden wegbezuinigd.

=

Werkelijkheid/betekenis

Wij dichten de werkelijkheid betekenis toe. Op zich zelf heeft de werkelijkheid geen betekenis, al denken naïeve realisten daar anders over. Een tafel is een stuk hout; een stuk hout is een chemische samenstelling, dansende moleculen. Inzoomend verliezen de moleculen elke betekenis. Andrew Pickering spreekt zelfs van het construeren van de werkelijkheid. Quarks , de deeltjes die eind jaren zeventig samen met leptomen, als de meest elementaire bouwstenen van de materie worden verondersteld, werden als wetenschappelijk 'feit' 'geconstrueerd'. In het begin was het concept 'quark' alleen nog maar een hypothetisch hulpmiddel om de uitkomst van verrichte metingen te verklaren. De naam 'quark' was ontleend aan fictie, namelijk Finnegans Wake van James Joyce. Gell Mann, de wetenschapper die het concept presenteerde, noemde de quark aanvankelijk naar het geluid dat eenden maken. Hij wist niet hoe hij het woord moest spellen tot hij het vond bij Joyce:

Three quarks for Muster Mark
Sure he has not got much of a bark
And sure any he has it's all beside the mark.

Joyce maakte met een gedicht van 13 regels koning Mark, de bedrogene, uit de Tristan-legende belachelijk. Het gedicht is gebaseerd op een 'smerig' kroegliedje. Quark komt van kwaken of gekras van eenden of kraaien.
Bestaat de quark zonder menselijk begrip?
Bestaat een 'tafel' als alle mensen dood zijn?
Bestaat de maan als alle mensen dood zijn? Het ding dat om de aarde draait zal geen maan heten, maar het zal om het ding dat wij aarde noemen, draaien (wat wij draaien noemen).
Bestaat er zoiets als 'liefde' als alle mensen dood zijn?

=

 

(beeld van Jan van Munster, Apeldoorn)

 

Men zegt: 'een illusie', maar hier

lig ik toch, je kunt op me zitten

voel maar, hier op de grond

nog niet er in en ook dan

een harde werkelijkheid.

 

 

Wat wil ik? Nadenken over

wat ik ben, was, word, juist

als ik weg ben, voorgoed

en ik hoop nog niet vergeten

al maakt ook dat niet veel meer uit.

 


=

Onder het motto 'Het heft in handen' vindt op vrijdag 11 maart 2011 een bijzondere poëzieavond plaats in Zuidhorn. Vier in het dorp woonachtige dichters, te weten Remco Ekkers, Meindert Talma, Willem Tjebbe Oostenbrink en Gritter, zullen op deze avond werk van zichzelf en van elkaar voordragen. De muzikale afwisseling wordt verzorgd door PUR.
Het motto van de avond verwijst naar de dreigende crisis in de sector kunst en cultuur. Initiatiefnemer Gritter: "Door het opdrogen van subsidiestromen dreigt de levende cultuur in de verdrukking te komen. We nemen daarom het heft in eigen handen, om de meerwaarde van cultuur uit te dragen." Het kostte Gritter weinig moeite om de andere Zuidhorner dichters over te halen. "Iedereen was direct enthousiast om in eigen dorp te laten zien en horen waar men mee bezig is," aldus Gritter. "We willen het publiek laten merken, dat poëzie mooi, komisch en ontroerend kan zijn." Het belooft een gevarieerde avond te worden. Zo zal Ekkers nog een aansprekend minicollege geven over een onderwerp dat met het schrijven samenhangt, en zullen de voordrachten worden afgewisseld door optredens van PUR. Deze jonge tweemansband, bestaande uit Igor Wijnker en Ronald Nieuwenhuis, brengt eigen nummers op gitaar.

De dood in Florence


__Florence in de zomer is een stinkende stad. Wij waren er voor het eerst ruim dertig jaar geleden en het is erger geworden. De koolmonoxyde-dood hangt in de smalle straten en geen wind waait de onzichtbare gifstoffen weg, zelfs niet in de lente. Florence stinkt ook naar pizza's. De taaie koeken branden snel aan. De zwarte brandplekken kun je met een mes wel wegschrapen, maar de stank blijft hangen. Florence ligt in een dal. Niets waait weg: de geuren van mannen en vrouwen worden in het voorbijgaan meegenomen en weer overheerst door auto's._

De Florentijnen geven om uiterlijk vertoon, als ze maar een beetje geld hebben. De belangrijkste winkels zijn die waar je schoenen, tassen of kleding kunt kopen. Met deze leer- en textielwaren lopen mannen en vrouwen van vier tot tien uur door de smalle straten te flaneren, langs de bedelende zigeunervrouw met schurftige knieën, de man met de stompjes. Er zijn ook pleinen, meestal smerig en lelijk - pittoresk worden ze genoemd - en daar kunnen ze op een terras bij elkaar zitten of anderen zien lopen. Hun kerken zijn pompeus. In de Medici-kapel kun je zien hoe ook een grafkapel met donker marmer pralend gemaakt kan worden. De dood is niet alleen aanwezig in de enorme sarcofagen, somber en indrukwekkend, maar ook in de achter de kapel gelegen gangen, in glazen vitrines op een belachelijke en tenslotte ergerniswekkende manier in kitscherige reliekschrijnen: brokken sleutelbeen of ellepijp, apenschedeltjes of verpulverde kalkrommel._

De trots van Florence is de Duomo: van buiten een enorme banketbakkerstaart, van vinnen streng en plechtig, indrukwekkend. Daar hangt meer dan levensgroot het ruiterportret van Giovanni Acuto, alias John Hawkwood, gemaakt door Paolo Uccello, meer dan dertig jaar na de dood van de Engelse havik._

De net niet tegen het schip aangebouwde klokkentoren, de Campanile van Giotto, is in zijn geheel van de banketbakker, tot en met de spugende schoolkinderen op de nok. De dood staat hier te lachen op de grond, roept lokkend omhoog en veel mensen moeten de neiging onderdrukken over de rand te stappen. Naar beneden kijkend krijg je kriebels, wil je in je fantasie uitproberen hoe je moet vallen, dwing je je te concentreren op het vallen, opgewekt naar beneden zeilen of somber neerstorten als een steen. Het speeksel waait in vlokken uiteen en haalt nooit de grond. het Griekse aftelrijmpje van een vrolijke pater brengt me terug naar de nok. Ik kijk naar de koepel van de dom. Boven op de koepel, tegen de lantaarn, hoger dan de Campanile, staan mannen te kijken naar de stad in het Arnodal. Ze hoeven maar even uit te glijden lijkt het en ze zijn even dood als de slachtoffers van de buiten zijn oevers getreden rivier, veertig jaar geleden._De rivier ligt nu groen en glad tussen de stenen kade, die sindsdien is opgehoogd. Aan de hoge kant is op één van de huizen een marmeren bordje gehangen: zó hoog steeg de Arni in november 1966. De waterlijn is goed te zien op de huizen. Waar nu pizza's worden gebakken, dreven toen artisjokken, broden, tassen en elegante herenschoenen. Op dia's kun je zien hoe ook de vloer van het Baptisterium onder water stond. hoe door het opkruipende vocht de fresco's van de Sante Croce werden verkankerd.__

Ik trek de slaap binnen, voorportaal van de dood. Ik geniet van de rust, maar betreur dat de exploratie van de ruimte in volstrekt duister moet plaatsvinden. Als ik wakker word, moet ik aan het leven wennen. In Florence lijken de huizen op graftombes, de luiken sluiten het licht buiten. Vanmorgen ontwaakte ik heel vroeg, de zon was nog niet op, nog net niet, de gordijnen waren open en met een soort stille verbazing zag ik de marmeren kilte van de slaapkamer, als een grafkamer met gedempt licht, als de Nieuwe Sacristie bij de San Lorenzo van Michelangelo, een grafruimte voor de hertog van Urbino, condottiere uit de vijftiende eeuw, die door moorden aan de macht kwam en de hertog van Nemoers, ook een legeraanvoerder. De tombe was bedoeld voor Lorenzo il Magnifico, maar Michelangelo kwam nooit aan zijn grafmonument toe, want toen de tirannieke Alessandro de Moor aan de macht kwam, moest hij Florence ontvluchten. Nadat Alessandro vermoord was, werden de tomben afgemaakt door Vasari. Het lichaam van de verachte Moor werd zonder plichtplegingen op de overblijfselen van Lorenzo II geplaatst. Op zijn tombe liggen een naakte man en een vrouw. Zij symboliseren Schemering en Dageraad. De gestalte en vooral het gezicht van Dageraad geeft expressief mijn eigen gemoedsgesteldheid van die ochtend weer. Bij het wakker worden uit de slaap verlangde ik terug naar onbewustheid, het niet meer weten. Het was alsof schaduwen dood aan mij vast bleven kleven, niet wilden loslaten, zoals vleermuizen zich zouden vastklampen aan een omhoog geworpen witte doek. Het beeld van Lorenzo stelt het bezinnende leven voor. Met de kin op de hand rustend, een gebogen vinger langs de linker bovenlip, kijkt hij met lege ogen vanuit de dood naar niets.__

Op het Piazza della Signoria is een plaats gemarkeerd waar Girolamo Savonarola werd verbrand. Hij was een Dominicaner monnik, tijdgenoot van Michelangelo, die met zijn boetepredicaties veel macht kreeg over het volk. Als voorloper van de Reformatie verwierp hij de heidense Renaissance, al die schilders en beeldhouwers die het aanschijn van de aarde vernieuwden. Hij getuigde tegen hen op meeslepende wijze met een stem als van de dood. Hij leek te beschikken over profetische gaven; hij voorspelde met griezelige nauwkeurigheid de dood van Lorenzo il Magnifico. Om deze te genezen van zijn maagkwaal diende zijn doktoren hem als laatste elixer een mengsel van vergruisde parels en edelstenen toe. Savonarola voorspelde ook de dood van paus Innocentius VIII en die van de koning van Napels. De dood van Lorenzo ging gepaard met katastrofes. Toen hij lag te sterven, sloeg de bliksem in de koepel van de kathedraal en stortten blokken marmer omlaag. Een komeet verontrustte mens en dier, de wolven huilden in de omliggende heuvels, uitlopers van de Apennijnen. De levende symbolen van de republiek, leeuwen, bevochten elkaar. Een leeuw werd gedood. Een hysterische vrouw kreeg biddend in een van de vele kerken een visioen van een stier met vlammende horens. Na Lorenzo's dood vond men het lichaam van zijn arts in een put. Moord of zelfmoord?_Op het hoogtepunt van Savonarola's roem luisterden soms wel veertienduizend mensen naar zijn boetepredicaties. De politieke en economische depressie scheen hem gelijk te geven en Pico, geschiedschrijver, een briljante intellectueeel die op twintigjarige leeftijd tweeëntwintig talen beheerste, schreef dat een prediking `zulk een vrees, ontsteltenis en gesnik en zo veel tranen veroorzaakte, dat iedereen verbijsterd, sprakeloos, meer dood dan levend door de stad ging.' Na een conflict met paus Alexander, een schurk die als geen ander de boetepredicaties nodig had, werd Savonarola in het San Marco-klooster door een menigte Arrabbiatie (dolle honden) overmeesterd, zes weken lang in het Palazzo della Signoria gevangen gehouden en onder herhaalde martelingen ondervraagd._

In San Gimignano zag ik het levend villen van een adspirant heilig en het roeren van een duivel met een scherpe stok in de vagina van een verdoemde. Zo gebeurde het gister in Chili, in Uruguay, vandaag in Afrika. En morgen?_

Nadat Savonarola bekende dat zijn profetieën vals waren, hing men hem en zijn metgezellen op, stenigde hen en verbrandde de lichamen zoals zij nog pas daarvoor de ijdelheden (kaarten, dobbelstenen en pikante boeken zoals de Decamerone ) hadden laten verbanden op de laatste avond van het carnaval. Na afloop werd de as in de Arno geworpen, waarmee weer en profetie werd bewaarheid: `de verdorvenen zullen zullen de rechtvaardigen vatten en hen in het midden van de stad verbranden; en dat wat het vuur niet verteert en de wind niet verstrooit zullen zij in het water werpen.'_In de Santissima Annunziata keek ik plotseling in de bronzen ogen van Savonarola: streng en onderzoekend._In dezelfde kerk stond een rij mensen voor de biechtstoel. Een verveelde pater, die niet de moeite nam om het gordijntje te sluiten, luisterde nauwelijks naar een prevelende militair die voor zijn luikje knielde. Biddende mannen en vrouw deden penitentie. Het systeem werkt nog. Zwartrokken lopen langs en worden eerbiedig gegroet. In elke kerk staan wel één of twee kitschaltaartjes voor bakken met brandende kaarsen: altijd Maria in technicolor of het Heilig Hart, soms een lokale heilige, zoals Santa Fine in San Gimigiano. Haar ouderlijk huis is trots gemarkeerd.

De moeders van Italië, ruggengraat van kerk en staat, bidden daar om troost te zoeken voor hun leven, hun huwelijk. Ze zijn in hun sexuele leven niet meer zo gehoorzaam aan de paus, maar ze bidden wel om abortus niet in de wet op te nemen. Een kardinaal zegt nog dat vrouwen die zich laten aborteren als hoeren zijn. Een vrouw duwt haar kleinkind in een karretje over het plavuizel. Zal oma voor jou een kaars aansteken? Het kind knikt. Oma duwt een euro in de gleuf, pakt een kaars, ontsteekt hem aan een andere., het kleinkind moet de kaars even aanraken. Oma zet hem op een punt vlak voor het kind en straalt. Dan moet zich er een zwartrok mee bemoeien. In veel kerken zie je volwassen mannen, met een groot aantal jaren studie achter de rug, moet je aannemen, zich onledig houden met het verplaatsen van kaarsen, of het doven van halfopgebrande. Die worden in een doos gestopt om te worden omgesmolten tot nieuwe kaarsen. Ook nu wordt de eenling in het gelid geplaatst. Alles keurig op een rij: kerk, staat en leger. Alleen de premier mag zijn gang gaan._

Op witte donderdag maakten we in de kathedrale dom een mis met voetwassing mee. TV aanwezig. Indrukwekkend uiterlijk vertoon, een schitterend koor zing lijdenszangen van Bach, prachtige bloemen op het zijaltaar. Na de mis werd Onsheer in processie onder baldakijn door de aartsbisschop naar het zijaltaar gebracht. Gelovigen stroomden toe, sleepten soms reusachtige kaarsen aan, om Onsheer in Zijn verbannen positie te troosten. Achter ons knielde een jonge blonde vrouw. Ze ging hijgerig staan bidden, knielde weer, sloeg kruizen en de tranen stroomden over haar wangen._

Op Paaszaterdag zagen we voorin een kerk een groot kruis liggen op met paarse doeken overtrokken schragentafels. De binnenstromende mensen, jong en oud, raakten even het Corpus Christi aan, kusten hun vingers, sloegen een kruis. Het katholicisme is een geloof voor kinderen. Op Goede Vrijdag hoorden we van koor en orkest: `Stabat mater dolorosa / juxta crucem lacrimosa / dum pendebat filius'(Stond de bedroefde moeder onder het kruis, in tranen, waaraan haar zoon hing.) Het katholicisme is een geloof voor moeder en kind. Vooral dode zonen doen het goed. Daarom vind je in de Italiaanse kerken zoveel schilderijen van de moeder onder het kruis en zoveel Pietá's. De Pietá van Michelangelo laat zien hoe schoon de dood kan zijn.__

Op Goede Vrijdag ook zochten we, beiden toevallig gekleed in het zwart, de `Madonna met de zak' een mooi fresco van Andrea del Sarto, zo genoemd naar de zak waarop Jozef zijn hoofd laat rusten. Dit fresco bevindt zich in een kruisgang naast de Santissima Annunziata. De naam van de kruisgang is `Chiostro dei morti' _In de hoek tegenover het fresco stond de deur van een kapelletje open. Op de deur stond `Visitors not allowed to enter' maar toen wij naar gluurden om te kijken wat daar dan wel te zien was, werden we gewenkt door een zwartgejaste koster of zo, die ons breed glimlachend uitnodigde verder te komen. De kapel was rijk versierd, maar onze aandacht werd getrokken door een kist midden in de kapel, op klossen. Bij drie hoekpunten brandde een een lamp. De vierde was misschien defect. In de kist lag het lichaam van een oude vrouw. Ik verbaasde me over het merkwaardige gebruik de locale heilige als wassen beeld zó te eren. Het beeld was zeer goed nagemaakt; zelfs de zwarte haarstoppels van de kin waren onregelmatig ingeplant. Mijn handen wilden de stevigheid van het nagemaakte vlees navoelen, toen ik de deksel zag in een hoek van de kapel. Een vermoeden dreef me dichterbij om de inscriptie op het koperen plaatje te lezen: Carola Magnini, 15 april 1967._15 april, de dag van Anastasia, martelares, patrones van de perscensuur, afgebeeld met schaar


Bewuste baby's

De hersenen van baby's zijn anders dan die van volwassenen, volgens Alison Gopnik. Ze zijn plastischer en ze 'zwemmen in cholinergische transmitterstoffen', d.w.z. stoffen die de informatie ruim begeleiden, terwijl er maar een paar remmende transmitters zijn.
Baby's staan open voor alles wat om hen heen gebeurt, terwijl volwassenen hun aandacht richten met een volgspot, scherp, helder, maar smal. Evolutionair is dat voordelig: baby's moeten nog van alles leren, ze zijn biologische leermachines.
Volwassenen doen veel onbewust (auto rijden, pianospelen, koffie drinken) terwijl baby's dat nog moeten veroveren. Ze zijn bewuster dan volwassenen! Ze zijn een en al innovatie en creativiteit.

We kunnen dit herbeleven op reis in een vreemd land, zonder reisgids. Een dichter kan zich over alles verwonderen dat op hem afkomt. Hij stelt zich open voor het onbekende en verbindt graag twee dingen die voorheen niet met elkaar in verband werden gebracht. (Bron: 'De kleine filosoof', Alison Gopnik)
En nu op avontuur... achter de condottiere aan...

=


IJskoud

Hoe zou je meneer Bosma duidelijk moeten maken hoe onmogelijk het is te schrijven dat  'die hele klimaat-hetze een linkse hobby is, en dat het helemaal niet zo is dat het steeds warmer wordt. Hadden we niet een koude winter?'

Omdat hij niet achterlijk is, moet je zo'n uitspraak wel beschouwen als een kwaadwillige poging om het publiek dat niet langer dan één winter kan tellen te misleiden en te bevestigen in hun afkeer van arrogante wetenschappers.

En wat zegt Bosma nu bekend werd dat de ijskap van Groenland het afgelopen jaar sneller is gesmolten dan ooit en dat de laatste tien jaar behoren tot de warmste van deze eeuw? Of zou hij ijskoud zeggen: dat betekent niets; tien jaar op een eeuw!

=


Ringeloren

Hoe is het toch mogelijk dat  bevolkingen zich steeds laten ringeloren door boeven? Bouterse, verdacht van moorden, veroordeeld wegens drugshandel, werd tot president gekozen. Nu blijkt dat hij ook na zijn veroordeling doorging met cocaïne-handel.
De wandaden van Berlusconi zijn bekend, maar hij is nog steeds de baas.
Ben Ali van Tunesië is gevlucht, maar zijn voormalige maîtresse Leïla Trabelsi nam een kwart van de totale Tunesische goudvoorraad mee: 1500 kilo goud. Hoe kan dat? Terwijl de bevolking honger had, bezat Trabelsi vijftig luxe sportwagens. Wat moet je daar mee? Ze vloog regelmatig naar Dubai om te 'shoppen' voor tienduizenden euro's. Haar foto in de krant brengt het slechtste in mij boven.
Ik heb nog het echtpaar Ceausescu voor ogen. Elena Petrescu, de vrouw van de baas, de bazin van de baas, liet gouden kranen in hun badkamers aanbrengen. Etc.
De lijst is akelig uitbreidbaar: Baby Doc van Haïti, weduwe Marcos etc. Mubarak: wat neemt hij mee?
Een andere foto waarvan ik walgde is die van Loekasjenko bij zijn inauguratie (vierde termijn!). Achter hem vlaggen. Ja, natuurlijk vlaggen, meestal brengers van onheil. Daarachter jonge mannen als wassen poppen, met operettepakken, enge petten met hoge spiegels, een rode sjerp voor de kleur boven de blauwe pakken, uitgestreken gezichten. En dan de baas: ronde kop met Stalinsnor, zorgvuldig gekleed, goed in het vlees; hij waarschuwt dat dissidenten niet getolereerd worden. Hij zegt dat Wit-Rusland 'de limiet van revoluties en opstanden heeft bereikt'. 'De verkiezingen waren niet frauduleus.' De zaal zit vol met zogenaamde parlementsleden, die voor een braaf applaus een ruim salaris ontvangen. Zestien jaar houdt hij het al vol. Ben Ali heeft 23 jaar de baas gespeeld! Mubarak 30 jaar.

worst en kaviaar

Erland Galjaard, de programmadirecteur van RTL 4, is door Broadcast Magazine uitgeroepen tot Omroepman van het Jaar 2010. Hij werd dus uitgenodigd bij P&W. Aardige, verstandige man leek hij. Waar ik me over verbaasde was dat het niet bij P&W opkwam iets te zeggen over de mogelijkheden die we hebben met de tv om informatie te geven, of indrukwekkende verhalen te vertellen, in plaats van grinnekende bn'ers te laten zien. Galjaard prees Linda de Mol uitbundig om al haar kwaliteiten, Gordon sprong rond, kermisvermaak alom. Nee, dat kwam niet bij ze op, afgezien van het feit dat ze het misschien niet durven naar voren te brengen. Het volk zou zich beledigd kunnen voelen. Opvoeden? Linkse arrogantie! Durf ik dit wel te plaatsen?
In het Dagbladv/h Noorden, op de voorpagina de foto van een populaire zanger, zo één die het publiek laat opstaan en klappen en meewiegen, met de tekst: 'Ik heb liever worst dan kaviaar'.
Het gaat niet om die produkten, hun prijs, hun smaak, het gaat om de boodschap: ik kies voor de smaak van het volk, of voor de portemonnee van het volk, De zanger zal inderdaad liever worst eten dan kaviaar, maar hij zegt het om in de smaak te vallen. Goed, zo is de zanger.
Maar nu het Dagblad: het zet foto en tekst prominent op de voorpagina. De redaktie zegt: wij zijn ook zo. Wij kiezen voor het volk, want dat verkoopt het best. Uitgangspunt is niet: we hebben een taak, we brengen nieuws, lichten de mensen in, nee, we geven waar de mensen om vragen.En wat is daar mis mee?, vraagt men vandaag de dag.
Nationale kurkendag

Geachte mevrouw, meneer,


Graag sturen wij u hierbij de brochure waarmee we uw aandacht willen vestigen op de twaalfde Landelijke Kurkendag, die zal plaatsvinden op vrijdag 27 januari 2011. Cork International nodigt alle culturele instellingen in Nederland uit om op Kurkendag speciale aandacht aan kurk te schenken. Bijvoorbeeld door het organiseren van workshops met kunstenaars, lezingen of thema-avonden rond kurk. Ook zou u voor ideeën contact kunnen opnemen met kurkplantages of andere betrokken instanties. Het zijn enkele suggesties die u mogelijk op ideeën brengen. Wij hopen dat met uw inzet en die van andere betrokkenen de 12de Landelijke Kurkendag als creatief evenement weer een succes wordt. Wij zijn benieuwd naar uw plannen en ideeën. Vergeet niet uw activiteiten bekend te maken bij Cork International. Dan kunnen ze worden opgenomen in het evenementenoverzicht. Het adres vindt u in de folder. Met vriendelijke groet, STICHTING CORK INTERNATIONAL.
Folder: Nederland ging het nieuwe millennium creatief binnen. In 2000, op dinsdag 29 februari, vond voor het eerst de Landelijke Kurkendag plaats. Ruim een half miljoen Nederlanders blijkt met enige regelmaat kurken te snijden. Bij ingrijpende gebeurtenissen als een geboorte, een vurige verliefdheid, een trouwpartij of een overlijden duiken de kurken op. Blijkbaar is het bij uitstek de kurk die mogelijkheden biedt om onze gevoelens te uiten. Toch lijken kurken, misschien door de centrale positie van de schroefdop, wat in het nauw te geraken. Te weinig mensen vinden ze op hun pad. De Landelijke Kurkendag wil daarom de kurk in heel Nederland de ruimte geven. Op deze dag moet de kurk voor iedereen goed zichtbaar en verkrijgbaar zijn. Alle andere dagen mag de schroefdop alle aandacht krijgen. De Landelijke Kurkendag moet, net als het Carnaval, uitgroeien tot een grote, jaarlijks terugkerende manifestatie. Dat kan alleen als scholen, creativiteitscentra, kunstinstellingen en musea op grote schaal meedoen. De Stichting Cork International nodigt iedereen uit om Kurkendag naar eigen inzicht in te vullen. Met speciale kurketalages, snijsessies, interviews met kurkkunstenaars, creatieve boomavonden rond kurk, stempelmarathons, demonstratiewedstijden of kurkvloeren. Ook valt te denken aan kurkroutes door de stad, open podia met kurkentrekkers, discussiemiddagen, een kurkontbijt of diner, tentoonstellingen, een avond met kleurrijke bewerking van kurken of een kurkkunstenaar in de klas.
email: kurkendag@cork.nl; website: http://www.cork.nl/kurkendag.
Comité van aanbeveling: Arjan Ederveen, Maartje van Weegen, Marianne Timmer, Mark Rutte, Halbe Zijlstra, Philip Freriks, Henk van Os, Geert Wilders en Paul Witteman.

 


Kwaliteit-quantiteit

Wat goede poëzie is, kan worden uitgelegd, maar in laatste instantie is het een kwestie van smaak. Je kunt zeggen: ik zie wel dat de gedichten kwaliteit hebben, maar ik hou er niet van. Of: ik zie wel dat het kitsch is, maar het ontroert me, ik vind het mooi.
Rob Schouten vindt de gedichten van Jacob Groot kitsch. Hij noemt hem een epigoon van Kees Ouwens. (Ze zijn verwant, maar toch heel anders, vind ik. ) Gerbrandy vindt het adembenemende poëzie. Ook Arie van den Berg was enthousiast in de NRC.
Sommige goede lezers zijn allergisch voor Lucebert, anderen voor Faverey. Kouwenaar vond Vasalis niet goed. Later loofde hij Anna Enquist.
Er bestaat zoiets als smaak van een generatie. Na de Vijftigers kreeg 'men' bezwaar tegen al te gezochte metaforen, na Zestig kwam weer de behoefte aan eindrijm, metrum, strofenbouw. Jonge dichters schrijven nu vaak zonder leestekens; ze verafschuwen anecdotiek en houden van raadselachtigheid en onvoorspelbaarheid en zelfs duisterheid.
Soms vragen mensen mij: 'Vind je het niet erg dat je nooit bent doorgebroken, dat je ondanks twaalf bundels niet bekender bent?' Ik denk er over na. Ik denk dat er zo veel literatuur is, dat er zo veel schrijvers zijn die mooie dingen maken en dat er maar enkelen (verhoudingsgewijs) beroemd zijn. In de muziek  of beeldende kunst is het niet anders. Ik zeg: 'Ik schrijf wat ik kennelijk moet schrijven en als dat niet wordt opgepakttant pis.' Het ging me nooit om roem, al geef ik toe dat ik het soms jammer vind, dat ik niet bekender ben, maar dan neem ik me die 'klacht' meteen kwalijk. 'Luister', zeg ik tegen mezelf: ' Je schrijft omdat je een emotie hebt en die geef je gestileerd door aan een ander, aan anderen en dat geluk heb je mogen smaken. De intensiteit, de kwaliteit van de waardering, wordt niet groter door de quantiteit.

=
Knapenliefde

In 399 werd Socrates door het stadsbestuur ter dood veroordeeld op beschuldiging van belediging van de staatsgoden. Dus niet omdat hij knapenliefde praktiseerde. Die was gebruikelijk, ook later bij de Romeinen.

Het Gronings Museum is weer geopend, met een expositie over Russische oriëntalistische kunst. Er hangt op een prominente plaats een gedurfd schilderij van Vasili Vasiljevitsj Vereshchagin uit 1872. Naast het schilderij hangt een kastje waartegen je een stukje plastic met chip kunt houden. Een afbeelding van het schilderij wordt overgenomen. Bij de infobalie kun je de afbeelding laten overseinen naar je eigen computer thuis. Als toelichting bij het schilderij staat: 'Het verhandelen van een kind als slaaf was een tafereel dat Vereshchagin had gezien in Kokand, waar, anders dan in Samarkand of Tasjkent, de praktijk van mensenhandel nog bestond. Door als 'levende koopwaar' niet een volwassen persoon, maar een weerloos bloot jongetje uit te beelden, verhoogt hij de tragiek van het onderwerp. Op de voorgrond, verscholen in de schaduw en met zijn rug naar de kijker, opent een Oezbeek een deur, waardoor een fel licht de kamer binnenstroomt. Met deze opzet benadrukt Vereshchagin dat de handeling iets onbeschaafds en barbaars is. De kleurenrijkdom, de geslaagde compositie en het geraffineerde licht en schaduwspel maken dit doek tot een meesterwerk.'

Als je het schilderij goed bekijkt zie je de rijke heer in kleermakerszit. Zijn gebedssnoer in de hand hangt naar beneden. Zijn religie kent geen verbod op wat hij gaat doen. De slavenhandelaar prijst het naakte jongetje aan met een obsceen gebaar. Met zijn andere hand houdt hij het jongetje bij de arm, al lijkt het er niet op dat het kind wil wegrennen. Misschien heeft het kind met zijn stevige, ronde billen en zijn fiere houding zich al lang neergelegd bij de situatie  en ziet hij niet eens op tegen de koop. Deze rijke oude man zal hem geen pijn doen, vermoedt hij. Zijn mantel is op de grond gegleden, afgedaan door de koopman, zonder dat de jongen tegenstribbelde. Hij staat daar met zijn armen iets wijd om zijn lichaampje goed te laten zien. De schilder heeft zijn best gedaan op de bibs met schaduw- en lichtpartijen.

Ik zet de afbeelding niet op de blog; ik zou lastig gevallen worden door de zedenpolitie.

=
Mechanismen

Zij heeft plotseling een onweerstaanbare behoefte aan chocola en vindt in de kast een aangebroken letter, eet die op. Later krijgt ze een migraine-aanval en ze wijt deze aan de chocola, maar het is andersom: de aanval kondigde zich aan door de behoefte aan chocola. Vòòr een aanval houdt het lichaam meer vocht vast; sommige mensen worden depressief of geïrriteerd. Een vriend kan de aanval 'zien' aankomen.
Honden kunnen een epilepsie-aanval van hun baasje voelen aankomen en waarschuwen, zodat het niet gebeurt in de auto.
Hij heeft een onweerstaanbare behoefte aan een sigaret, maar hij zou niet meer roken. Hij fietst naar de winkel en denkt: 'Ik moet geen sigaretten kopen!' Omdat hij uit ervaring weet dat de nicotinebehoefte het gaat winnen van zijn 'vrije' wil, neemt hij een nicotine-zuigtablet in zijn mond. Hij hoeft maar even te zuigen en de gedachte aan de sigaret verdwijnt. Wat moest hij ook weer kopen? O ja, uien en sardines.
Mag hij later trots zijn dat hij geen sigaretten heeft gekocht?
De behoefte aan chocola of nicotine heeft heel andere oorzaken, maar de keuze voor beide produkten is even 'mechanisch'.

Een moeder schaap krijgt twee lammeren, maar heeft maar melk voor één. Een ander schaap heeft een doodgeboren lam. Wat te doen? Je zet moeder1 en lam2 bij elkaar in het hok, net zo lang tot de moeder van het lammetje gaat houden. Zo werkt dat in de natuur. Liefde een keuze?  Bij mensen werkt het ook vaak zo. In de beroemde Japanse film 'De vrouw in het zand', wordt een man in een kuil gelaten. Daar is een vrouw - lelijk volgens hem - die alleen is. Zij werkt in de diepe kuil. De man probeert wanhopig uit de kuil te komen. De vrouw zoekt toenadering. Hij wijst haar af, maar na enige tijd komen ze toch bij elkaar. Als hij weer later uit de kuil kan ontsnappen, blijft hij bij haar.

=


Tegen de optimistische minnaar

Je bent de blije hond
die naar zijn bakje rent
ook als ik het niet heb gevuld.


Als ik je alleen laat
blijf je vrolijk zitten
bij de deur omdat je weet
dat ik toch weer terugkom.


Kinnesinne

 


Zoals in de biljartwereld, de wereld van de darts, zo is het ook bij de schrijvers. Sommigen (laat ik voorzichtig zijn) gunnen de anderen geen succes. Onder dezen zijn niet de minste schrijvers. Orlando Figes is een vooraanstaand historicus, maar hij schaamde zich niet voor de volgende actie. Onder pseudoniem schreef hij op de website van  Amazon een vernietigende kritiek op het boek 'Molotov's Magic Lantern' van Rachel Polonsky: 'Onbegrijpelijk dat het ooit gepubliceerd werd, pretentieus en bijna niet te volgen'. En over zichzelf schreef hij: 'Ik hoop dat Figes nog lang zal blijven schrijven'. Hij was toen al een veel geroemde auteur en verscheen vaak op radio en tv. Weer anderen misgunden hem zijn succes en dus kregen volgende boeken venijnige kritieken. Hij zou weinig hebben begrepen van het beschreven onderwerp en werd beschuldigd van plagiaat.
 Marc Reugebrink reageerde op een bericht in 'De Morgen' (Vlaamse krant) over het niet meer lezen van jongeren. 'Scholen kweken boekenhaters'. Het zou vooral liggen aan het feit dat de leraren niet aansluiten bij de belevingswereld van de jongeren. Reugebrink reageert fel: 'Fuck de leefwereld van de tiener.' 'We gaan bij wiskunde ook niet de stelling van Pythagoras onder vuur nemen omdat die niet werkelijk tot de leefwereld van de tiener behoort.' Het onderwijs heeft juist te lang niet meer gekozen voor opvoeding en serieus literatuuronderwijs.
Frank Hellemans reageerde hier op in 'Knack'. 'Geletterdheid is al lang geen zaak meer van schone letteren degusteren. Wie films kijkt, leest ook en is terloops bezig verhalen tot zich te nemen.'  '() digitaal geletterden zijn associatiever en impulsiever, terwijl schriftgeleerden het analytische en stapsgewijze denken verkiezen en visueel geletterden sensuele kwaliteiten appreciëren. Zoveel zinnen, zoveel manieren van denken. En zoveel media, zoveel vormen van geletterdheid.'
Hier heeft Hellemans een punt. (Zie mijn stukjes over 'De Nieuwe literatuur' hieronder.)
Waar Hellemans ontspoort is in de volgende zinnen: 'Het is niet omdat je de romans van Reugebrink niet leest  dat je niet van goede verhalen houdt. En misschien lusten de jongeren hem niet omdat hij geen sterke verhalen vertelt maar cerebrale constructies optrekt vol heimwee naar het grote epische gebaar.' Dat is venijn! Reugebrink had het niet over zijn eigen romans.

=

Margriet van der Linden


Verlichting vs Romantiek

Verlichting staat voor redelijkheid, tolerantie, internationalisme, denken; Romantiek voor onredelijkheid, onverdraagzaamheid, nationalisme, voelen. Verlichting en Romantiek houden natuurlijk nog veel meer in, in positieve en negatieve zin, maar nu gaat het me om optimisme versus pessimisme, loslaten van het bekende t.o. krampachtig vasthouden van het bekende, er op uit of terug naar je hol.
Neurologen aan The University College London hebben ontdekt dat mensen met conservatieve opvattingen beschikken over een grotere amygdala dan liberalen. De amygdala is de zetel van emoties als angst. Liberalen hadden een grotere anterior cingulate, vòòr in de hersenen, verantwoordelijk voor optimisme en moed.
Bas Heijne heeft het in de NRC van 31-12-2011 over Sarah Palin en haar reclamefilm waarin ze blij een kariboe doodschiet, zogenaamd om haar diepvries aan te vullen, maar de jacht kostte 140.000 dollar, dus dat zal de reden niet geweest zijn. Het walgelijke is de bloed-en-bodem-romantiek en de leugenachtigheid van het geheel. Ze krijgt een kick van het doodschieten. Ze zou het nog warme, bloedende hart wel willen opvreten, maar dan wordt haar dure jas vies. Uiteindelijk gaat het haar om politieke macht. Hoe komt het dat haar aanhang haar alle blunders en leugens vergeeft? Omdat zij is als zij. Het gaat om gevoel en niet om redelijkheid.
Het is echter ook een aanval op de mensen die vlees eten, maar niet willen zien hoe er gedood wordt. Daar heeft ze een punt. Zij wil duidelijk maken dat je moet doden om te leven en in wijdere zin dat het dagelijks bestaan moeite vraagt, dat je moet vechten voor je eigen welzijn, dat je goed voor jezelf moet zorgen, dat naastenliefde niet ten koste mag gaan van eigenbelang. We kennen de kreten: solidariteit is diefstal, naastenliefde is eigenhaat.
Politici die gelijkheid, tolerantie, rechtvaardigheid, eerlijk delen nastreven en propageren worden nu belachelijk gemaakt. Het gaat de mensen immers om basale behoeften als veiligheid, familiewaarden, eigenheid, trots.


Grofheid voorbij?

Marc Mulders, gelovig beeldend kunstenaar, katholieke jongen met een afkeer van prelaten, zegt: 'Het publiek heeft de buik vol van boos, grof en lelijk. () Het tij keert. Kijk maar eens goed om je heen: het is al begonnen.' Ik hoop dat Marc voorvoelende gaven heeft. Ik zie het nog niet. Alleen verneem ik dat de populariteit van De Leeuw tanende is. Ik verbaasde me al lang over het feit dat die schreeuwlelijkerd populair was, dat men lachte om zijn afzeikgedrag, ook al kende ik, hoorde ik af en toe een liefdevolle uting van hem, een liedje, mededogen met een debiele jongen. Hoe lang heeft het geduurd? Toch meer dan tien jaar. Nu hebben we programma's die populair zijn om hun grofheid, internetsites, ook over poëzie, die grossieren in scheldpartijen, vulgaire, hondsbrutale interviewers, politieke leiders die schelden en schoppen. We zitten er nog midden in. Het zal wel voorbij gaan, maar ik zie nog geen kentering. Moge Marc gelijk hebben!

 

=
Huilen om kunst

Ze vroeg: 'Heb je wel eens gehuild om een schilderij?'
Gehuild? Nee, maar er zijn veel schilderijen die me geraakt hebben, die me ontroerd hebben. 'Door to the river' van Willem de Koning, 'Het melkmeisje' en 'Gezicht op Delft' van Vermeer, schilderijen van Max Liebermann, Breitner, Braque, Willem Maris, een stilleven met pruimen in een neteldoek, Hans am Ende, P.S. Krøyer, Viggo Johansen etc. Maar huilen nee.
Bij muziek? Rillingen soms.
Toneel, ballet, nee, niet huilen.
Alleen bij literatuur en vooral bij sentimentele literatuur. Bij goede literatuur niet, gaat het wel dieper.
Bij films vaak, ook bij de sentimentele momenten, vechten tegen tranen. Vooral bij een documentaire over Helen Keller en dan het moment dat Ann Sullivan haar handjes onder de stromende kraan houdt en een w in een hand schrijft. Daar breekt de taal door en bij mij de tranen.

 


Liefdesrouw

 
 Meneer X ontmoette zijn tweede vrouw in de supermarkt. Er stond een lange rij. Zij stond achter hem en glimlachte. Toen was er dat magische moment dat we kennen van de Westside story. Even viel alles weg, behalve de ogen van de ander. Meneer X sloeg zijn ogen neer, keek naar de inhoud van haar karretje, zag daar niets van en toen was hij aan de beurt. Bijna duizelig liep hij naar de auto, stond stil, wachtte tot zij er aan kwam en zei: 'Ik heb u hier nooit gezien.' 'Nee', antwoordde ze, 'ik woon hier niet, ik ben op bezoek bij een vriendin.' Nu zag meneer X een taart liggen en een bos bloemen, een bekend tijdschrift. 'Meestal zijn de rijen niet zo lang' mompelde hij nog, pakt zijn sleutels en liep mechanisch naar zijn auto.
Een week later zag hij haar in de stad lopen. Hij vroeg: 'Bent u er nog?' 'Ik ga vanmiddag weg, waarom?' 'Dan zie ik u niet meer.'
Een maand later ontmoette hij haar op een feest bij een vriend. Zijn vrouw was niet mee; ze deden niet veel dingen meer samen. Ze dronk net als hij witte wijn en ze lieten elkaar niet meer los.
Een jaar later waren ze getrouwd. Ze zaten niet de hele dag hand in hand, maar daar leek het wel op.
Het huwelijk duurde 21 jaar. Bij hem werd met succes een tumor verwijderd. Zij kreeg last van haar longen, raakte snel buiten adem. De diagnose was longemfyseem. Toen zij hoorden wat haar levensverwachting was, hoe het einde zou zijn, vroeg ze hun arts of hij bereid was mee te werken aan een vrijwillig levenseinde. Ze waren lid van NVVE. Toen de ziekte zo ver gevorderd was, dat ze beademd moest worden, nam ze afscheid van meneer X en het leven. Hij was ontroostbaar en wilde ook dood. Na enige maanden in ellende te hebben doorgebracht ging hij naar zijn arts en vroeg om hulp. De arts gaf antidepressiva, maar meneer X werd er misselijk van, kon niet meer slapen. De volgende stap was het consulteren van een psychotherapeut. 'U moet door de rouw heen, nu uw tweede liefde is gestorven.' 'Tweede liefde? Er was maar één liefde in mijn leven. Mijn eerste huwelijk was een vergissing uit mijn jeugd. Nu is alles zinloos geworden.' Er volgden dertig gesprekken, maar ze hielpen niet en met wederzijds goedvinden besloten de therapeut en meneer X te stoppen. Hij kwam terug bij de huisarts.
Moet nu de huisarts bepalen of het lijden ondraaglijk is?


Liefdesrouw 2


Het bericht over de heer met liefdesrouw zette me aan het denken.
Ik vind dat de patiënt het laatste woord heeft bij de bepaling of het lijden ondraaglijk is, maar we weten allemaal dat iemand blind kan zijn voor de eigen mogelijkheden. Moeten we dan maar bevoogdend over iemand gaan beslissen?
Waaraan ontlenen we dat recht? Als je gelooft in een religieuze wet, in een God die zelfdoding verbiedt, ja, dan is het gemakkelijker.
Je beroept je op die hogere instantie, maar als je het geloof in zo'n God een beetje kinderachtig vindt, wordt het moeilijk.
Ik dacht: het leven is me geschonken, ik moet het me ook laten afnemen; ik mag er niet zelf over oordelen. Ook dat is een beetje rare overweging.
Ik ben ongevraagd ter wereld gekomen; mag ik dan tenminste uit vrije wil afscheid nemen?
Tegen de rouwende heer zou ik willen zeggen: misschien ontmoet je morgen (kan ook nog vandaag) een vrouw die een nog grotere liefde blijkt.
Of: alles is beter dan niet bestaan. Is dat zo?
Of: draag je lot. Zo lang er licht is, is er hoop. (Wat een uitspraak! Waar haal ik dat nu weer vandaan?)
Je ziet: het denken schiet heen en weer. Je weet het van alle discussies rond euthanasie.
Je kent de verhalen over zelfmoordenaars die op het laatste moment worden gered door echte aandacht. Later zijn ze er blij mee. Maar het gaat hier niet om depressieve zelfmoordenaars: het gaat om mensen die weloverwogen een eind willen maken aan een onoverkomelijk lijden. De rouwende heer lijdt, dat is duidelijk, maar is het onoverkomelijk?
Welke rol speelt zijn met succes verwijderde tumor? Heeft hij door zijn zelfverkozen isolement de dodelijke eenzaamheid nu niet over zichzelf afgeroepen? (En zo ja, mag dat dan niet? Wie ben ik om hem dat kwalijk te nemen? Mag ik wel iemand waarschuwen die in zo'n proces zit?)
De pil van Drion is een metafoor, maar stel dat er zo'n pil was, waarom wordt die dan niet vrijelijk beschikbaar gesteld, zoals pistolen in Amerika? Vanwege het misbruik natuurlijk. Iemand zou veel te gemakkelijk haar overheersende echtgenoot een pil kunnen geven. Dan maar het pistool of rattengif? Is de stof van die pil niet even goed te detecteren, zodat de oorzaak van de dood bekend wordt? Maak zo'n pil ingewikkelder, zodat hij in stappen wordt toegediend. Geef de pil aan een instantie, die hem onder begeleiding kan toedienen. Een humaan sterfhuis, niet bevoogdend, maar wel controlerend, zonder getraineer.


Zelfgekozen levenseinde

Frits H. (71) heeft alzheimer. Zijn moeder had het ook en hij heeft gezien hoe ze schommelde in een verpleeghuis, niets wetend, niets kunnend. Hij leeft samen met zijn vriendin van 85, met wie hij alles doet, behalve slapen. Samen trekken ze rond, niet meer naar de Noordkaap, dat lijkt niet verstandig als er iets gebeurt, maar wel in Nederland en omringende landen. Maandelijks gaat hij naar het alzheimer-café - wat een naam - en praat daar met lotgenoten. Er komt een deskundige met adviezen hoe je met de ziekte kunt omgaan. Frits geeft ook tips aan mensen. Hij slikt al tien jaar Reminyl en dat lijkt de ziekte te vertragen. Hij wil niet in een verpleeghuis en heeft elk half jaar een gesprek met zijn huisarts over het moment dat hij niet verder wil. Hij is lid van het NVVE (Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde). Als de arts toch niet wil meewerken, doet hij het zelf. Hij springt niet van een dak. Dat wil hij anderen niet aandoen. (Bron: 'Relevant' december 2010)

=
Kinderen

Op een dag kwam mijn jongste zoon mijn studeerkamer binnen en vroeg boos: 'Waarom heb je mij gemaakt? ' Ik stamelde: 'Omdat ik van kinderen hou; misschien is het een instinct.'
Een andere keer vroeg hij - hij was nog maar acht jaar-: 'Waarom is er iets en niet niets?' Hij had Heidegger nog niet gelezen. Ik zei: 'Wees blij dat je die vraag kunt stellen.', maar ik wist natuurlijk ook geen antwoord.
Toen hij 34 was, vroeg zijn vriendin of hij ook een kind wilde. Hij zei dat het goed was. 'Nee', zei ze, 'Ik vroeg of je een kind wil!'
Na drie jaar werd zijn dochter geboren. Ik zie hoeveel hij van het kind houdt, maar ik vraag niet waarom hij haar heeft gemaakt. Misschien is zijn antwoord: 'Instinct'.
Waarom krijgen/nemen mensen kinderen? De geschiedenis leert dat het aantal kinderen sterk afhankelijk is van de leefsituatie. Jagersvolken hadden minder kinderen dan landbouwers. Als de kindersterfte hoog was, werden er meer kinderen geboren. In allerlei landen probeert men nu nog voldoende kinderen te maken, als verzekering voor de oude dag. Kinderen moeten al jong meewerken op het land of in het bedrijf. In welvarende landen worden minder kinderen geboren en worden ze lang als kind gekoesterd, beschermd opgevoed en ook verwend. Vrouwen weten al heel lang methodes om het kinderaantal te reguleren. Zieke of zwakke kinderen en meisjes, in bepaalde maatschappijen, werden te vondeling gelegd of achtergelaten in de wildernis of zelfs wel gedood. In China werd en wordt men nog wel financieel gestraft voor het hebben van meer dan één kind, maar ook daar wordt als gevolg van de toenemende welvaart het enige kind te zeer verwend en groeit nu een generatie op die alles te gemakkelijk krijgt, waardoor het kind weinig weerstand heeft tegen ongeluk en misère.
Al is het aantal kinderen afhankelijk van de praktische omstandigheden, de drijfveer om kinderen te nemen is nog steeds vooral onberedeneerd.

=
Gapen en vaken


Ik mocht een verrassend wondertje beleven: ik heb Wende, mijn kleindochter in mijn armen en zing haar in slaap met 'Dodo, kindje van de minne, slaap en doe je oogjes toe. Heb je gene honger en je moet niet gapen. Heb je gene slaap en je moet niet vaken. Dodo, kindje van de minne, slaap en doe je oogjes toe.'
Door het brommen van mijn borstkas gaan de oogjes langzaam dicht en af en toe een beetje open bij het zingen van liedjes over IJsland of De Kaap en zeker bij 'Moeke, daar staat een vrijer aan de deur'.

Iemand gaapt van de honger en vaakt van slaap. Klaas Vaak weet er alles van.

 

=
Dierenhemel?
 
Rond de kerstdagen zijn vele dieren geofferd. Volgens de christenen hebben dieren geen ziel en gaan ze dus niet naar de of een hemel. Ik zocht op internet naar een antwoord op de vraag of dieren een ziel hebben. Volgens Leo de Vos ( let op zijn naam) is dit een echte kindervraag. Volwassenen vragen zich dit nooit af. Natuurlijk is er geen dierenhemel.
Wat is er met mij aan de hand? Ik piekerde er over, vanmorgen half vier. Hoe dat nu zat in de beleving van christenen. Leo schrijft een heel verhaal naar aanleiding van de vraag. Eerst waarschuwt hij tegen een paragnoste die beweert dat onze dode huisdieren op ons wachten in de hemel. Ze zijn gelukkig, spelen met elkaar, maar soms staat er eentje stil, kijkt in de verte en begint te rennen. Daar komt zijn baasje!
Hoe moet dat nu met al die geslachte varkens en koeien?
Later gaat Leo toch twijfelen: 'Trouwens, als een dier geen ziel heeft en dús niet in de hemel komt, dan loopt straks op de nieuwe aarde geen beest rond en zien wij er in eeuwigheid geen meer. Als dat zo zou zijn, zou ik me toch wel afvragen waarom God dan dieren geschapen heeft.'  Dat is nog eens antropocentrisch denken!
Hij troost een kind: 'Weet je, 800 jaar geleden was er een beroemde christen en die heette Franciscus. Die zei: 'Zelfs het allerkleinste vliegje zien we straks in de hemel terug!' Nou, als dat zo is, als hij gelijk heeft, dan zie je jouw cavia zeker terug.' 'En dan kunt u samen wat gaan doorfantaseren. Want als alle dieren terug komen, tsja, dan natuurlijk ook bladluizen, krokodillen, schorpioenen, cobra's, vogelspinnen, tyrannosaurussen. Maar oké, die zullen niet lastig of gevaarlijk meer zijn, maar allemaal vrolijk met ons komen spelen! Doet u dit niet denken aan het toekomstvisoen in Jesaja 11 waarin een baby veilig speelt bij het hol van een adder? '
Schattig hè?
Een aparte dierenhemel vindt hij onzin: 'Letterlijk on-zin. Elke zin ontbreekt erin. Waarom zou het beter zijn voor dieren om eeuwig gescheiden te worden van de mens? Ik denk dat u dat ook rustig kunt vertellen tegen kinderen. Als er een aparte dierenhemel zou zijn, dan zou dat niet heel fijn zijn, maar juist heel erg! Want dieren hebben dan alleen elkaar maar, en niet de mens om ze te vertroetelen. En jij zou dan nooit een kat kunnen aaien of met vogeltje mee kunnen fluiten of op een dolfijn kunnen surfen of op de nek van een diplodocus kunnen klimmen om over het bos heen te kijken. Dus: is er ook dierhemel? Nou, gelukkig niet, zeg. Wat zouden we dan een hoop missen!'

Wat heeft hij toch tegen die paragnoste?

=
Volg de rivier

Volg de rivier in Jiang Nan
(Yang Jin (1644-1728)
(Landschap in de stijl van Shen Zhou)

Een man in rode kimono zit
Met gekruiste benen in
Een met takken bedekte hut.
 
Dezelfde man loopt op een brug.
Hij loopt voor zijn bediende
Die een guqin draagt, muziekinstrument.
 
Achter de heuvel loopt hij het bos in
Met een staf in zijn hand terwijl
De dienaar op een andere brug staat.
 
Na een derde brug praat de man
Tegen zijn knecht op een overdekte
vierde brug vlak voor een waterval.
 
Boven de rivier kijken zij uit
Over een immense watervlakte.
Op de begroeide kust halen vissers
 
Hun boten op het land. Alle
Gebeurtenissen gescheiden
In tijd en plaats, zijn verbonden
 
En de toeschouwer kan wandelen
In de heuvels en de structuur
Van het landschap beschouwen.
 
Kan niet zeggen of hij
In de natuur is of
De natuur in hem.

=


De nieuwe literatuur

Hij stopt een nieuwe schijf in zijn schootcomputer en zegt, terwijl hij de inleiding voorbij laat gaan: 'Dit is de nieuwe literatuur. Beeld, geluid en goede teksten. Vergelijk het met het lezen van 'De Toverberg' van Thomas Mann: de geschiedenis van een jonge man die nadenkt over de wereld, over ziekte, liefde en zijn toekomst. Deze film in afleveringen gaat over een mensen die werken op een middelgroot reclamebureau in Manhattan, vanaf de jaren vijftig, toen mannen nog mannen waren en vrouwen 'rokken', dat wil zeggen prooi voor de mannen, ondergeschikt, maar beschikkend over sexuele macht.
De mannen van het bureau zijn cynisch, opportunistisch, grof tegen vrouwen. De creatieve figuren acteren als oude corpsstudenten. Ze willen alle meisjes van de typekamer hebben, of ze nu zelf pas getrouwd zijn of niet en de meisjes hopen door toe te geven te stijgen op de ranglijst van het bureau. Ze zijn onderling ook meedogenloos. ze hebben macht over de mannen en ze krijgen wat ze willen hebben.
'Mad men' heet de serie, geschreven door Matthew Weiner.

Hij zegt: 'hij heeft literaire kwaliteit, hij is subtiel, niet redundant, zit vol symboliek, beeldspraak, stijlfiguren. Let op de weglatingen. Er wordt geen woord teveel gesproken; je moet goed kijken, anders mis je belangrijke gebeurtenissen en hun consequenties. Let op het natuurlijke, overtuigende spel van de acteurs, hun expressie. De hoofdpersoon, de chef creativiteit, heeft een geheimzinnig verleden, waar je langzamerhand achter komt. Hij heeft een slechte jeugd gehad, vluchtte uit zijn milieu in het leger, de Koreaanse oorlog en nam een nieuwe identiteit aan toen een collega onherkenbaar verbrandde. We volgen zijn huwelijk, we volgen zijn vreemd gaan, zijn kracht en creativiteit, zijn zachtheid voor zijn kinderen, zijn liefde voor zijn vrouw. We zien hoe hij wordt gechanteerd door een ondergeschikte, die zijn identiteit per ongeluk achterhaalt. We zien hoe hij dat oplost, nadat een vriendin hem laf noemde omdat hij met haar wilde vluchten en zijn gezin in de steek zou laten. We zien hoeveel hij drinkt en rookt, hoe hij reclame maakt voor Lucky Strike, terwijl hij weet dat tabak doodt. 'We geven de mensen wat zij willen.' Het is, zoals gezegd een cynisch zootje, maar toch zijn de personages de moeite waard, je krijgt als lezer, pardon, toeschouwer sympathie voor hen. je ziet hoe die fllnke mannen kleine jongens zijn en die sterke voruwen kleine meisjes. Je raakt ontoerd, je wordt meegesleept. Bij een boek spraken ze van 'pageturner', 'unputdownable', nu doe je steeds weer een nieuwe schijf in je computer.  
Denk je nu echt dat jouw kleinkinderen nog boeken gaan lezen, met deze nieuwe vormen van literatuur?"


De nieuwe literatuur 2

De lezer verwacht iets van het verhaal, naar aanleiding van de titel en wellicht de reputatie van de schrijver.
  Het doorbreken van de verwachtingshorizon wordt in de receptie-esthetica (o.a. door Jauss) als een kenmerk van literaire waarde genoemd - net als het vóórkomen van open plekken (door Iser) '
De verwachtingshorizon is dat wat de lezer verwacht en dat heeft natuurlijk alles te maken met zijn eigen lees- en leefervaring.  Als een bepaalde tekst dicht bij deze verwachtingshorizon ligt zit er weinig verrassends in, maar als hij zich ver van deze horizon verwijdert kan de lezer afhaken. Het is een spel op het scherp van de snede. Te veel (onbegrepen) informatie vervreemdt de lezer van het verhaal; te veel redundantie (overbodige informatie) verveelt hem.  De auteur moet plekken openlaten die de nieuwsgierigheid van de lezer prikkelen en zijn eigen verbeelding aan het werk zetten.
Onder invloed van filmtechnieken ontstand het begrip 'clifhanger'; dat werd ook gebruikt in de feuilleton, het verhaal werd in stukken geknipt voor de krant. Elke dag kreeg de lezer een nieuw stuk van het verhaal. De schrijver eindigde een stuk vaak met een spannende scène die de lezer benieuwd maakte naar het vervolg. Couperus beheerste deze techniek. In de twintigste eeuw zijn er veel voorbeelden te noemn van romanschrijvers die de lezer in een volgend hoofdstuk verrassen met onverwachte gebeurtenissen: Simon Vestdijk, John Fowles, Iris Murdoch. Zij hebben veel geleerd van de film.
In televisieseries vind je dit alles terug. De literaire kwaliteit van een serie kan bepaald worden aan de hand van die verrassende gebeurtenissen. 'Mad men' is voorbeeldig. In elke aflevering gebeurt weer iets dat 'open plekken' invult of een psychologische lijn voortzet op zo'n manier dat het past bij een personage en toch de kijker verrast.
 
 Je moet als kijker/lezer duistere plekken zoeken in jezelf. Niet de romans/films die de wereld simpeler voorstellen, zijn van belang. Het gaat om nieuwe ontdekkingen. Je leert de wereld beter kennen. Je leert dat goed en kwaad soms niet helder te onderscheiden zijn, dat het kwaad ook in jezelf schuilt. Het maakt je toleranter.
Bevestiging leidt alleen maar tot kort aangename en uiteindelijk  vervelende prikkeling.
Het populisme heeft weinig behoefte aan nuance. Het stelt de wereld voor als simpel: wij zijn goed, de anderen fout. Het houdt niet van grijze gebieden. Uiteindelijk leidt dat tot ruzie en oorlog. Men koestert zich in het idee dat zijn geschiedenis de enige ware is. Dat is de geboortegrond voor dictaturen.

 

=
Electronica


Als je voortdurend met oortelefoontjes rondloopt, hoor je je omgeving niet goed meer. Je bent ook steeds met je eigen muziek bezig. Hoe ernstig is dat voor je sociale contact, het contact met de natuur?
Als je steeds paraat bent met je I-Phone, heb je weliswaar voortdurend contact met de wereld, in electronische vorm, maar beweeg je je in de reële wereld als een buitenstaander.

Bejaarden die vroeger moesten wachten op bezoek en de wereld zagen via het scherm van hun tv, hebben nu weer contact met anderen via een blog of Hyves of Facebook. Een kleinzoon chat met zijn grootvader. Daardoor zal hij ook wel eens op bezoek willen.

Sms-cultuur, snel even iets tikken en wegsturen, niet letten op spelling of grammatica.
Hoeveel vrienden heb je op Hyve? Wat betekent het hebben van een vriend? Wat betekent 'ontvrienden'?
Privacy? Als iedereen bijna alles over je kan opzoeken? Als je overal gevolgd kan worden, via beelden of virtuele afdrukken, telefoongesprekken, betalingen.

Hoezeer beïnvloedt de dagelijkse technologie ons vermogen tot geconcentreerde aandacht?
Dat laatste is nodig voor het beleven van literatuur.
Passen onze hersenen zich aan en leren we allerlei dingen tegelijk op te pakken?

 

Sleutelen aan gedrag

Thomas Rinne, medisch directeur van het Pieter Baan Centrum stelt een aantal belangrijke zaken aan de orde. Een bepaald enzym breekt neurotransmitters af. Genetisch ligt vast of je de trage of snelle variant hebt van dat enzym. Jongens die dat trage enzym hebben en die bovendien vroeger mishandeld zijn, hebben een hogere kans  op een antisociale ontwikkelingsstoornis. Moet je nu niet deze jongens in een vroeg stadium gaan begeleiden om agressief gedrag te voorkomen? Het zou beter zijn voor die jongens en voor hun eventuele slachtoffers. Officieel kan pas behandeld worden als 'het kalf verdronken is'. Over gentherapie beschikken we nog niet, maar dat komt er aan. Over een tijd zullen we wel beschikken over een passende gentherapie. Mag je die dan dwingend voorschrijven?
Thomas zegt dat hij bij een zoon met een verhoogd risico 'alles zou doen wat in zijn mogelijkheden ligt om gevaarlijk gedrag  te voorkomen'. We gaan sleutelen aan gedrag.
Zouden mensen uit vrije wil laten sleutelen aan gedrag? In Duitsland bleek dat achthonderd mannen zich meldden toen gevraagd werd: 'Houdt u meer van kinderen dan u lief is?'
Therapeuten konden de vraag niet aan. Thomas vindt dat de overheid zich moet inspannen om preventieve programma's  te stimuleren en te financieren.
(Bijna 1 procent van de mannen heeft pedosexuele neigingen. Dat bleek uit een onderzoek. Is dat niet weinig, 1 procent? Wat zijn die neigingen? Gaat het hier om kleuters of om nimfijnen? De laatste groep lijkt me voor veel meer mannen 'gevaarlijk aantrekkelijk'.)

=


Vragen over een stem


Renée van Riessen is dichter en filosoof. Zij werd onlangs benoemd als buitengewoon hoogleraar Christelijke Filosofie aan de Universiteit van Leiden.
Zij zegt in een gesprek met Herman Amelink (NRC, 18-12): 'Als dichter onderzoek ik de achterkant van mijn denken, met taal die daar tegenaan schuurt.' Stop, denk ik, wat betekent dat? De achterkant van mijn denken; het is een metafoor, maar wat is het tertium comparationis? Hij is als een leeuw: het derde lid van de vergelijking is 'moed'. Maar wat is dat bij 'de achterkant van mijn denken'?
Zij vervolgt: 'Dat is voor mij een taal die dicht bij het lichamelijke ligt. Vaak is het een zoeken naar klanken en naar het samengaan van klanken en betekenis.' Dat laatste vind ik weer moeilijk.
Bij het vraaggesprek staat een gedicht afgedrukt:
De stem van Aristoteles
Ons leven is niet op het hoogste punt
wanneer de dood zijn dans begint,
schreef Aristoteles, maar de natuur
gloeit zelf in ons het einde tegemoet.
Het hoogste punt wordt onderweg bereikt
happend naar adem, zoals in een veld
de klaproos open, vuur-in-vlam
alles om haar heen verwarmt.
Wie gaat de omgekeerde weg?
Een bij - duikt onder in de roze schelp
van balsemien, kruipt dronken
weer naar buiten, trillend
van verzadiging
Mooi beeld van de klaproos en van de bij, maar wat hebben ze te maken met de uitspraak van Aristoteles? ('Valt het doel van iets wat leeft altijd samen met zijn einde (...) Of is alleen het hoogste het doel?') Is het gedicht niet een beetje poëtische onzin? Wie of wat hapt naar adem?
Is het hoogtepunt van een leven ( en wat is dat eigenlijk?) te vergelijken met het vlammende rood van een klaproos? En wat is 'de omgekeerde weg'? Wat heeft het gedicht te maken met de stem van Aristoteles? (Afgezien van het feit dat het een uitspraak van Aristoteles parafraseert.)


Weldoeners


Boeven worden soms weldoeners. In de veertiende eeuw was Robert Knowles een bekende huurling, een 'warlord' zouden we nu zeggen, die weliswaar werkte in opdracht voor anderen, maar in feite alleen voor eigen eer en gewin. Na de strijd om Poitiers bleef hij in Normandië plunderen, met zo'n bekwaamheid en meedogenloosheid dat hij in één jaar een buit verzamelde van 100.000 kroon. Zijn naam bracht zo'n schrik teweeg dat men zich alleen al bij het horen van zijn komst in de rivier wierp. Hij berichtte koning Edward van Engeland dat alle versterkingen die hij had veroverd tot zijn beschikking waren. Edward, die zoals andere heersers graag wilde profiteren van de rijkdom die schurken verzamelden, schonk hem vriendelijk genade voor al zijn schendingen van bereikte wapenstilstanden of andere afspraken. Knowles bekeerde zich tot dienst aan de koning, zonder dat hij overigens zijn stijl van optreden veranderde. Aan het eind van zijn carrière trok hij zich terug, in grote welstand, op een kasteel en werd een weldoener van kerken en armenhuizen. (Bron: Frances Stonor Saunders)

De lezer vindt vast wel parallellen met moderne 'weldoeners', ook al waren ze niet zulke uitgesproken schurken.

=

De Natuur van de dingen


De titel 'De Rerum Natura', 'De Natuur van de Dingen' is treffend en juist. De dichter Lucretius (99-55/4 vC) zet zijn loflied op de filosoof Epicurus (341-271/0 vC) en zijn betoog over de wereld daarmee af tegen de filosofie van Plato, Aristoteles en de Stoa, die zich lieten leiden door de illusie van het hogere, wat in zijn opvatting een gevolg was van bijgeloof. Plato en in zijn vervolg Cicero bekritiseerden de hedonistische filosofie van Epicurus als dierlijk en mensonwaardig, maar Lucretius verdedigde zijn leermeester door te wijzen op het slaafse karakter van hun houding tegenover de goden. Epicurus durfde op te staan en vrij te zijn, zelf te denken over het ontstaan van de wereld. In zijn voetspoor wil de dichter twee angsten van de mens uitbannen: de angst voor de goden en de angst voor de dood. Lucretius ontkent niet het bestaan van goden, maar hij ziet ze, als ik het goed begrijp, als mythologische wezens. Hij zegt: 'nooit wordt door goddelijk toedoen iets uit niets geschapen'. (Eerste boek, vers 150). Ik citeer nu uit het rijke boek van Piet Schrijvers, zijn vertaling van Lucretius met een zeer instructief voorwoord en een nabeschouwing over de receptie van Lucretius tot de dag van vandaag. Vooral aan Cees Nootebooms gedichten naar aanleiding van Lucretius besteedt hij veel aandacht.
Niet de goden zijn verwerpelijk, wel de godsdienst. Epicurus heeft 'de godsdienst neergeworpen, / vertrapt; die overwinning treft ons hemelhoog.' (1,78/79). De godsdienst 'heeft vaak tot goddeloze misdaad aangezet.' (1,82/83) Wat klinkt dat actueel!
Een aantal malen wijst Lucretius op de schanddaad van het offeren van Iphigeneia vanwege wind voor de vloot naar Troje, of, voeg ik er cynischer aan toe: om haar vaders positie als leider van het Griekse leger niet in gevaar te brengen. (En ik denk nu aan Abraham, die toch maar bereid was zijn zoon te offeren en aan Jeptha die zijn dochter offerde.)
Het is een beroemde regel geworden: 'tantum religio potuit suadere malorum' ('zozeer kon godsdienst leiden tot misdadigheid'). (Bij Ida Gerhardt is de vertaling: 'Zóveel boosheid vermocht de godsdienst aannemelijk te maken.')
De goden bemoeien zich niet met de mensen. Alles ontstaat zonder toedoen van de goden. Alles ontstaat uit verschillende eerste deeltjes; in het Grieks 'atomos', maar Lucretius vermijdt dat woord en Schrijvers vertaalt terecht, ondanks de jambische versmaat van 'atoom' met 'deeltje' of  'kiem' of 'zaad'.
De oorsprong van die deeltjes blijft onbesproken. Latere christelijke bewonderaars van de dichter hebben dan ook verklaard dat hun God die deeltjes schiep.
De deeltjes zijn als zaad dat een eigen kracht bezit en dat door allerlei combinaties verschillende dingen doet ontstaan. Lucretius vergelijkt het op een prachtige literaire manier met alle verschillende woorden die uit diverse letters gevormd worden.
Naast de onvoorstelbaar kleine deeltjes (de materie) is er leegte, waarin alles beweegt. Leegte in het universum èn leegte in de dingen. (Ook dat klinkt nogal modern.) Lucretius richt zich tegen de monisten, zoals Heraclitus, die uitging van één beginsel (vuur), maar ook tegen pluralisten die vier onveranderlijke elementen aannamen (vuur, aarde, water, lucht).

 

Epicurus kocht rond 306 in Athene een huis met een tuin en stichtte daar zijn filosofische school. Hij bemoeide zich zo min mogelijk met het openbare leven. Men noemde hem de vader van het hedonisme en dat kreeg al gauw een slechte naam, hetgeen versterkt werd door de praktische Romeinen en later door de vrome christenen, tot de dag van vandaag. 'Hèdonè' betekent genot of lust en de epicuristen werden afgeschilderd als genotzoekers. Van platheid was echter geen sprake. Epicurus wilde een filosofie van geluk uitwerken en nastreven en dat betekende eerder het vermijden van angst en pijn dan het opzoeken van genot. Een eenvoudige maaltijd, zo zei hij, levert meer vreugde dan een overvloedige en is bovendien gezonder. Gelukkig leven is verstandig leven en zeker niet het onbelemmerd opzoeken van drinkgelagen of feesten, het tomeloos genieten van sexualiteit of het najagen van macht of rijkdom. Over de goden zei hij: ze bestaan, maar ze zijn er niet om ons geschenken te geven of om ons te bedreigen. Veel mensen scheppen goden naar hun eigen beeld. Ze knielen voor altaren en offeren in de hoop op gunsten en ze zijn bang voor hun straffen.
De andere grote angst is die voor de dood. Daarover zei hij eenvoudig: hij gaat ons niet aan, want wanneer wij er zijn, is de dood er niet en wanneer de dood er is, zijn wij er niet meer. Het is dwaasheid eeuwig te willen leven. Geniet van het leven zolang het er is.
'De mensen weten niet wat de aard is van de ziel,
of zij geboren wordt, bij onze geboorte insluipt,
en bij de dood gescheiden gelijk met ons teloor gaat
of afdaalt naar de weidse , donkere poel van Orcus
ofwel van godeswege zelfs in dieren glipt,'
Er staan ook vreemde, onwaarschijnlijke dingen bij Lucretius. Ik geef als voorbeeld vs 709 e.v. uit boek vier.
'Bepaalde dingen zijn te scherp voor sommige ogen.
Zo kan een wilde leeuw geen confrontatie aan
en kijken naar de haan die klappend met zijn vleugels
de nacht uitluidt, Aurora roept met schril gekraai;
de leeuwen nemen ogenblikkelijk de vlucht,
omdat een hanenlichaam bepaalde zaden heeft,
die, als zij in de leeuwenogen zijn beland,
de oogpupil doorboren en scherpe pijn verwekken
die de woestelingen allerminst kunnen verdragen.'
Het is een oud volksgeloof, dat je ook terugvindt in fabels:
Het was koning leeuw, die lonkte al lang
Naar die sappige ezel, zo'n lekkere hap.
Maar van een ding was hij o zo bang,
't Was het gekraai van die haan zo knap.
En net toen de leeuw op de ezel wou springen
Bemerkte de haan het gevaar in de wei.
Om de ezel te redden begon hij te zingen
Hij kraaide en krijste, sloeg zijn vleugels opzij.
De leeuw liep brullend van de schrik
En hals over kop, zo hard hij maar kon.
(
(Luc Cielen)
 
In Vlaanderen bestaat de uitdrukking: 'als de haan kraait gaat de leeuw liggen' met als betekenis dat de Franstaligen winnen in de politieke strijd.


Wat er ook van juist is, de verklaring van Lucretius blijft vreemd.
Grappig is het dan te lezen wat hij over Centauren zegt:
'Het beeld van een Centaur ontstaat niet uit iets levends,
omdat een dergelijk creatuur nooit heeft bestaan.
Als beeldjes van een paard en een man toevallig botsen,
zitten ze prompt vast aan elkaar, zoals ik zei,
door hun fijnmazigheid en soepele textuur.'
Even verder geeft hij een 'verklaring' voor een wonderlijk verschijnsel waarvan de dichter Erik Menkveld gebruik maakt in zijn gedicht 'Schapen nu'. Hij roept het en ze staan al onder het raam te blaten.
'De eerste vraag luidt waarom onze geest terstond
zich voor kan stellen wat men maar bedenken wil.
Of loeren soms de beeldjes zelf op onze wil
en schiet, zodra wij willen, een beeldje op ons af,
wanneer wij denken aan de aarde, hemel, zee?
'Vergadering van mensen', 'optocht','diner', 'gevecht':
verschaft dan de natuur prompt na het woord die beeldjes,
zelfs als de geest van anderen op een zelfde plaats
aan alle mogelijke, heel andere dingen denkt?'
Dichters als Arjen Duinker en Kees 't Hart maken hier dankbaar gebruik van.
Het is al met al een zeer bijzonder boek of een serie boeken die Lucretius geschreven heeft. Dankzij de goed leesbare en voor zo ver ik kan beoordelen knappe vertaling van Piet Schrijvers ( de Latijnse tekst is gelukkig opgenomen en staat onbekrompen op de linker pagina naast de vertaling) kunnen we genieten van een uitzonderlijke dichter uit de eerste eeuw vC.


Lucretius, De natuur van de dingen, uitgegeven, vertaald en ingeleid en van aantekeningen voorzien door Piet Schrijvers, Historische Uitgeverij, Groningen 2008. (Onlangs kreeg S een mensch.'
Deze observaties wijzen op een fijngevoelig begrip voor het dichterschap van Kemp, maar de lezer moet wachten op Simon Vestdijk voor een grondige, psychologische, analyse van zijn poëzie.

 

 

==

 


   

Free counter and web 
stats