APOLLO 7
Shakedown
Apollo 7 betekende , bijna twee jaar nadat de laatste Gemini was geland, de eerste bemande vlucht van het Apolloschip dat in dit geval op een Saturnus 1-B draagraket was geplaatst.

 

Apollo 7 AS-205
   
Commandant Walter Shirra  
LM-piloot Walt Cunningham 
CM-piloot Donn Eisele 
   
Lancering 11 oktober 1968 
Missieduur 10 dgn. 20 uur. 10 min.
Landing 22 October 1968
   
Lanceerraket Saturn I-b (SA-205)
Commandomodule "Apollo 7" (CSM101)
   
   
   
   
 

Een Saturnus 1-B heeft twee trappen en is na het bereiken van de omloopbaan leeggebrand, in tegenstelling tot een Saturnus 5 die dan nog naar 40.000 km per uur moet kunnen versnellen om aan de zwaartekracht van de aarde te ontsnappen.

Apollo 7 was in feite de missie die door Apollo 1 uitgevoerd had moeten worden. De naam Apollo 1 werd uit eerbetoon toegekend aan de omgekomen bemanning. Daarop werd besloten alle voorafgaande vluchten te hernoemen waardoor de reservebemanning van Apollo 1 nu dus de Apollo 7 missie vloog.

De onbemande voorgangers van Apollo 7 waren niet echt een overtuigend succes geweest. Zo had Apollo 4 last van ernstige brandstoflekkage en grote computerstoringen. Bij de dummy-maanlander van Apollo 5 sprongen de ruiten eruit en weigerde de motor terwijl Apollo 6 zelfs in een geheel verkeerde en instabiele baan gelanceerd werd. Het dieptepunt van Apollo 6 was wel dat door het schudden van de raket tijdens de lancering een paneel van de adapter losraakte waardoor de dummy-maanlander naar buiten viel en in de Atlantische Oceaan belandde.

Maar tot opluchting van Shirra, Cunningham en Eisele verliep hun lancering probleemloos, ondanks de harde oostenwind waardoor er bijna uitgesteld moest worden. Het risico bestond dat bij een eventueel gebruik van de ontsnappingsraket de capsule met de astronauten terug op het land zou waaien in plaats van in de Oceaan.
Met name commandant Shirra maakte zich in het laatste uur voor de lancering hierover ernstig zorgen. Het tijdsplan had door de brand anderhalf jaar geleden al zoveel vertraging opgelopen dat verdere vertraging wel eens het breekpunt van het project zou kunnen worden. Vanuit de NASA-top werd dan ook behoorlijk wat druk op de vluchtleiding en Shirra uitgeoefend om door te zetten.

 

Shirra, veteraan van het eerste uur in de space race, werd ook nog verkouden en was het liefste weer direct geland. Er stond echter een elf dagen durende test op het programma waarbij, op aanwijzing vanuit Houston, tot vervelens toe weer nieuwe manoeuvres moesten werden uitgevoerd.

Tot onvrede van het NASA-HQ in Washington stonden er veel negatieve verhalen in de kranten over de stemming aan boord, en dat net op het moment dat voor het eerst sinds 1961 een budgetverlaging dreigde. De oorlog in Vietnam bleek een bodemloze put voor de Amerikaanse staatskas.

Met veel gemor maakten de inmiddels allemaal aangestoken bemanningsleden hun dagen in de ruimte vol. Het testprogramma was in ieder geval wel een succes, ondanks storingen waaronder communicatie-, besturing- en telemetrie-uitval.

 

 

De bemanning onderging een golf van kritiek, vooral omdat ze zich niet in de geest van Apollo 1 had gedragen, en het betekende het einde van hun ruimtevaartcarierre. Niet dat het veel uitmaakte, na de extreem dure jaren 1966 en 1967 waarin het merendeel van de Saturnus 5 draagraketten op het budget stond kreeg de NASA te horen dat ze Apollo 20, de vaste basis op de maan, het permanente ruimtestation om de aarde en de bemande vluchten naar Mars voorlopig wel kon vergeten.

Maar, voor de Amerikaanse bevolking betekende Apollo 7 dat hun natie weer "back in space" was.

 

 

Meer multimedia

 

Home | Site map | Contact