APOLLO 9
Ups and downs

Na de spraakmakende vlucht van Apollo 8, die als eerste de grote sprong tussen aarde en maan waagde, was Apollo 9 in de publiciteit minder spectaculair omdat deze in een baan rond de aarde bleef. In het Apollo-programma was het echter een uitermate belangrijke vlucht.

Apollo 9 patch Apollo 9 AS-504
   
Commandant James McDivitt 
LM-piloot Russel Schweickart 
CM-piloot David Scott 
   
Lancering 3 maart 1969
Missieduur 10dgn. 0 uur. 58min.
Landing 13 maart 1969 
   
Lanceerraket Saturn V, (SA-504)
Commandomodule "Gumdrop" (CSM-104)  
Maanlander "Spider" (LM-3)
   
   
   
 

Voor het eerst werd in gewichtloze toestand de maanlander (LM) opgestart. Eerst was, met de diverse stuurraketjes van de commando/service-module (CSM), de LM aangekoppeld zodat de commandant en de LM-piloot konden overstappen. De eerste belanrijke test was het besturen van de stack, de CSM-LM combinatie.

Het orginele vluchtplan van Apollo 9

Voor de ontkoppeling van CSM en LM moest ook eerst de nieuwe maanpakken buiten het ruimteschip uitgetest worden. Als de astronauten na de LM-test er niet in zouden slagen om te koppelen was de enige manier om terug in de CSM te komen een ruimtewandeling van luik naar luik te maken. Rusty Schweickhart werd echter misselijk en moest overgeven. Daardoor dreigde de rest van de missie te mislukken.

VAB

Een kijkje in het Vehicle Assembly Building.

Het Apollo 9 ruimteschip bestaande uit de Commandomodule, de Servicemodule en de adapter met daarin de maanlander, wordt binnengereden om op een Saturnus V te worden geplaatst.

De 10 meter lange ontsnappingsraket komt er daarna nog bovenop en vervolgens kan de hele constructie naar het lanceerplatform worden gereden.

Na een paar dagen was Schweickhart toch weer zover opgeknapt dat hij zijn pak aan kon trekken zonder het risico er in over te geven.
Het was de eerste maal dat er een bemanning in een ruimteschip vloog dat niet op aarde kon landen. Het was dus absoluut noodzakelijk om weer terug te kunnen komen bij de commando-module. Maar door de Gemini-vluchten had de NASA zoveel ervaring opgedaan in rendez-vouzing dat dat geen probleem meer was.

Een nieuw probleempje was dat er nu twee ruimteschepen (de commandomodule en de maanlander) tegelijkertijd in actie waren. Om de communicatie te vereenvoudigen werd een oude traditie uit de Mercury-tijd weer van stal gehaald en kregen de ruimteschepen een eigen roepnaam, al had de NASA wat moeite met de namen "Spin" en "Dropje" die de astronauten verzonnen hadden.

De maanlander "Spider" van Apollo 9 wordt getest boven een bewolkte aarde.

Onder aan de "spinnenpoten" zitten de twee meter lange voelsprieten

Tot ieders opluchtting deed de maanlander uitstekend zijn werk en werden de daal- en stijg procedures getest alsof er om de maan gevlogen werd inplaats van om de aarde. In maart 1969 begon het er inderdaad op te lijken dat er voor 1970 een Amerikaan op de maan zou gaan landen.
Of die eerste Amerikaan Neil Armstrong dan wel Pete Conrad zou heten hing af van de generale repetitie: Apollo 10.  

Meer multimedia


Home | Site map | Contact