APOLLO 16
"Let 's speed it up..."

Als de politieke- en daarmee verbonden de financiële steun aan de NASA op het zelfde peil was gebleven als vóór 1969 dan was men waarschijnlijk in april 1972 druk bezig geweest met het ontwikkelen van een permanente basis op de maan.

Apollo 16 patch
Apollo 16 AS-511
   
Commandant John Young 
LM-piloot Charles Duke 
CM-piloot Thomas "Ken" Mattingly 
   
Lancering 16 april 1972  
Missieduur 11 dgn. 1 uur. 55 min.
Verblijftijd op de maan 2 dgn. 23 uur. 3 min.  
Landing (Aarde) 27 april 1972 
   
Lanceerraket Saturn V, (SA-511)
Commandomodule "Casper" (CSM-113)
Maanlander "Orion" (LM-11)
   
Landingsplaats (maan)  Descartes hoogland
 

Maar toen Apollo 16 vertrok voor de op een na laatste reis naar de maan was NASA zijn boeltje al aan het inpakken, althans waar 't het Apollo-project betrof. De fabricage van nieuwe maanraketten was gestopt, er waren er al te veel. Apollo 18, 19, en 20 werden geschrapt terwijl de hardware al gedeeltelijk gereed was.

Apollo 16 was dus echt een routineklus voor NASA en ook voor commandant John Young was het niet de eerste keer dat hij naar de maan vloog. Hij was immers de CM-piloot geweest van Apollo 10, die nog net niet op de maan mocht landen.
( John Young was in 1981 de commandant van STS-1, de eerste vlucht van de Spaceshuttle).

Mede-bemanningslid Ken Mattingly was uit de line-up van Apollo 13 gehaald omdat hij kans liep aangestoken te zijn met Rode Hond waarmee LM-piloot Charly Duke een tijdje had rondgelopen. Duke was tijdens de historische Apollo 11 missie Capcom geweest, diegene die communiceert tussen de vluchtleiding en de bemanning.

Apollo 16 verlaat lanceerplatform 39A op Merritt Island

Na een voorspoedige reis naar de maan-orbit waren Young en Duke overgestapt in de maanlander. Ze hadden ontkoppeld van de commando-module toen Mattingly erachter kwam dat het backup-beturingssysteem van de CM niet goed werkte. Volgens de NASA-voorschriften moesten de twee ruimteschepen nu weer koppelen zodat eventueel de motoren van de maanlander gebruikt konden om terug naar de aarde te keren. Apollo 13 had al bewezen dat dit mogelijk was.
In Houston werden de problemen nader geanalyseerd door de specialisten van dit systeem, en uiteindelijk werd besloten dat het toch verantwoord was om de landing uit te voeren. Met zes uur vertraging werd nogmaals ontkoppeld en begonnen Young en Duke aan hun descent-burn.

NASA officials bijeen in het Manned Spacecraft Center (MSC) om te beslissen of Apollo 16 op de maan mag landen.

Zittend, vlnr.
Chris Kraft, directeur van het MSC.
Jim McDivitt, (ex-Apollo 9 astronaut) Apollo Spacecraft Manager

Staand vlnr:
Rocco Petrone
, Apollo Program Director.
John Holcolmb, Director Apollo Operations
Sigurd Sjoberg, vice-directeur van het MSC.
Chester Lee, Apollo Mission Director
Dale Myers, Administrator for Manned Space Flight
George Low, NASA Deputy Administrator.

De belangrijkste opdracht voor Apollo 16 was de speurtocht naar sporen van actief vulkanisme op de maan.
De eerdere missies waren weliswaar met vulkanische stenen thuisgekomen, maar die werden gevonden aan de randen van de enorme kraters die in het maanoppervlak zijn geslagen. Daarbij is het materiaal uit de diepere lagen opgeworpen.
De geologen verwachttten dat de Descartes hoogvlakte door lava-stromen van vulkaanuitbarstingen was ontstaan. Als dat inderdaad zo zou zijn zou dat bewijzen dat de aarde en de maan een overeenkomstige geologische geschiedenis hadden en kon er weer een stukje van de puzzel van het ontstaan van de maan en de aarde worden opgelost.

Young en Duke hadden een uitgebreide opleiding gekregen en en werkten uiterst efficiënt. Tien minuten nadat ze voet op de maan gezet hadden werden de eerste ondezoeks-instrumenten geïnstalleerd om vervolgens hun Lunar Rover in elkaar te zetten. Jammer was dat een instrument om de warmtegeleiding van de maanbodem te meten verloren ging omdat Young over de kabel struikelde, waardoor deze werd stuk getrokken.

Geologische les

De Apollo 16 bemanning en hun backup crew, worden tijdens een geologische les in de buurt van Taos, New Mexico gewezen op interessante landschaps-kenmerken.
Hun leraar is Dr. Lee Silver die er door zijn enthousiasme in slaagde om in een half jaar van piloten geologen te maken.

Op de foto o.a. Charly Duke, Fred Haise en John Young.

Maar eigenlijk hadden ze het belangrijkste al onmiddelijk gezien: de wetenschappers zaten er totaal naast.
Er was letterlijk niet een vulkanische steen te vinden. Ook tijdens de drie zorgvuldig voorbereide ritten met de Rover kon geen enkel bewijs van lava-uitbarstingen worden gevonden. Zelfs een enorm stuk steen dat "House Rock" werd gedoopt bestond net als de rest uit overblijfselen van ingeslagen meteorieten.

De in goudfolie gewikkelde landingspoot van de Apollo16 maanlander. De voelspriet die onder de voet zat is bij de landing afgebroken en steekt omhoog uit de maanboden.

Tegen de poot staat de "Cosmic Ray Detector", een apparaat dat straling uit de ruimte opvangt en meet.

Opmerkelijk was dat de belangstelling voor de televisie-uitzendingen vanaf de maan plotseling een stuk groter was geworden. Die aandacht was na Apollo 11 (met uitzondering van Apollo 13) gestaag gedaald. Maar de diverse camera's waren inmiddels van zo'n hoge kwaliteit dat de meest schitterende kleurentelevisie gemaakt kon worden. Ook de Lunar Rover was met een camera uitgerust zodat op aarde iedere stap live gevolgd kon worden. De camera's werden vanuit Houston bestuurd zodat de astronauten al voorbijrijdend op TV waren.

Film (2 MB) van de de Lunar Rover rijdend op de maan

Dit verleidde Young en Duke tot het zetten van een bijzonder record, namelijk de hoogst behaalde snelheid op de maan, van 18 km/uur.
Geologisch gezien was Apollo 16 eigenlijk een enorme verrassing. De structuur van de maan bleek veel moeilijker te voorspellen als gedacht. Hoewel de bemanning teleurgesteld was dat ze , zoals Apollo 15, geen grote vondsten had gedaan was de missie een groot succes. Juist omdat Apollo 16 niet thuiskwam met wat men had voorspeld.

Meer multimedia


Home | Site map | Contact