Terug naar de startpagina

Sago is het zetmeel dat uit de stam van de sagopalm wordt gehaald. Deze palm treffen we aan in moerassige streken in de gehele Indische archipel, maar niet in brak of zout water. Per boom wint men ca. 200 kg sago. In de Molukken dient sago als hoofdvoedsel.

   

Sago-palmboom

Sailendra's een boeddhistische dynastie op Java, die ca. 770-840 haar hoogtepunt bereikte. In deze periode vond de bouw van de Boroboedoer plaats. In 1007 versloegen ze samen met Srivijay het Mataram-rijk.

Salatiga, Capitulatie van, hier vond in 1811 de overgave aan de Engelsen plaats.

Sandelhout, eens was Soemba hiervan een bekende voortbrenger, nu alleen nog Timor. Sandelhoutolie wordt gebruikt voor farmaceutische doeleinden en in parfums.

Sangirezen en Talauders bewonen de Sangi- en Talaudeilanden ten noorden van Manado (Celebes). Zij zijn voor het overgrote deel Christenen. Het hoofdmiddel van bestaan is de landbouw (klapperbomen); daarnaast is er visvangst en nijverheid (scheepsbouw en smeedwerk).

De Sangirese taal (200.000 - 1995) en 't Talaoets (60.000 - 1981) behoren tot de Filippijnse taalgroep.

Zie ook: Bevolkingsgroepen.

Sanjaya hindoe-dynastie, die door huwelijk zeggenschap kreeg over Java in het landschap Mataram op Midden-Java in 832.

Sarekat Dagang Islam 1911 werd Sarekat Islam in 1912

Sarekat Dagang Islamyah 1909 opgericht als kleine associatie van islamitische handelaren; leider Raden Mas Tirtodisoerjo; opvolger van deze organisatie was de Sarekat Dagang Islam in 1911 ter ondersteuning van Javaanse handelaren en de inheemse nijverheid, tegen de succesvollere Chinese zakenlieden. De naam werd Sarekat Islam in 1912;

Sarekat Islam 1912 als opvolger van de Sarekat Dagang Islam.  De eerste voorzitter is Samanhoedi. Dit werd een massabeweging. In 1916 werd het eerste officiŽle nationale congres gehouden, waarbij de belangrijkste politieke eis was: democratisering van het koloniale bestuur. In 1923 ging de Sarekat Islam uit de Volksraad.

De oorzaak van de brede aanhang werd mede veroorzaakt door de onvrede over de vele ontwortelende activiteiten van het gouvernement.

Haar aanvang werd gevormd door:

  • de sociale emancipatiebeweging onder de intelligentsia in de steden die optimaal aan de nieuwe maatschappij wensten deel te nemen

  • de mensen op het platteland, vanwege het doorbreken van de traditionele verhoudingen

  • het verzet van de kratons tegen de zware hervormingen op Midden-Java (zie hiervoor ook Landverhuurstelsel).

Zie ook: Politieke Bewegingen en Partijen in de 20e eeuw.

Sasaks zijn een Islamitische bevolkingsgroep, die leven naast de veel kleinere groep van HindoeÔstische Balinezen op het eiland Lombok.

De Sasaks zijn de oorspronkelijke bewoners van het eiland, die vanaf het midden van de 18e eeuw door de Balinezen zijn overheerst. Vůůr die periode regeerden de vorsten van Soembawa over het eiland. Hun taal (2,1 miljoen - 1989) en kleding komen ook het meest overeen met die van de bewoners van Soembawa.

Na de expeditie van 1894 werd Lombok onder rechtstreeks bestuur gebracht.

Sasakwoning en -schuur

Zie ook: Bevolkingsgroepen.

Sassen, Emmanuel Marie Joseph Antony (1911-1995). Minister van Overzeese Gebiedsdelen van augustus 1948 tot februari 1949. Hij volgde Jonkman in deze functie op. (KVP).

Zie ook: Ministers van KoloniŽn.

Satria edelman, ridder; ook wel titel van zonen van voorname hoofden

Sawa-landbouw zeer arbeidsintensief. Nodig is vruchtbare grond en watertoevoer. Boeren blijven op dezelfde plek wonen; er is een hoge opbrengst door meerdere oogsten per jaar.  

De procedure:

  • het in orde brengen van de irrigatiekanalen en waterleidingen voor de kweekbedden die tussen de eigenlijke sawa's zijn gelegen.

  • de kweekbedden worden van onkruid ontdaan en de dijkjes die de kweekbedden omgeven worden gecontroleerd op lekkage.

  • de kweekbedden worden een aantal keren geploegd en de rijst wordt er in uitgezaaid.

  • intussen worden de sawa's gereed gemaakt voor het uitplanten van de zaailingen van de kweekbedden.

  • de sawa's worden tweemaal geploegd en geŽgd en van onkruid, wortelstokken e.d. ontdaan.

  • vervolgens worden de zaailingen uit de kweekbedden getrokken en in de modder van de bevloeide sawa uitgeplant; dit gebeurt in rijen met een tussenruimte van 30cm om het wieden te vergemakkelijken.

  • de rijst blijft dan tot een week vůůr de oogst (3-5 maanden na het overplanten) in de onder water staande sawa groeien.

  • vervolgens wordt de sawa drooggelegd en de vrouwen uit het dorp gaan de rijst oogsten met behulp van rijstmesjes (ani ani) waarbij aar na aar van de rijstplant wordt afgesneden.

  • tenslotte wordt de rijst gedorst en gepeld.

  • daarna kan weer opnieuw natte rijst worden verbouwd of, indien er problemen zijn met de watervoorziening in de wat drogere gebieden, voedselgewassen worden verbouwd zonder bevloeiing op de sawa.

Zie daarnaast ook Ladang-bouw en Tegalan-bouw

Schepenbank Rechtbank, ingesteld in 1620, voor zaken die burgers en vrije luijden betroffen. Zij mochten geen VOC-dienaren berechten, alleen in bepaalde gemengde zaken. Hun gebied was Batavia (zonder het Kasteel) en Ommelanden.

Zie ook: Rechtspraak.

Scherer, G.A. directeur Binnenlands Bestuur, 1894-1895

Schippers, L.J. directeur Binnenlands Bestuur, 1920-1924

Schmutzer, Jozef Ignaz Julius Maria  (1882-1946) was van februari tot juni 1945 minister van Overzeese Gebiedsdelen voor de RKSP (voorheen minister van koloniŽn geheten). Hij was in deze functie de opvolger van Van Mook.

Zie ook: Ministers van KoloniŽn.

Schouwburg Batavia geopend in 1821. Tot die tijd had er een bamboeloods gestaan, bestemd voor amateur-voorstellingen en geplaatst in de Engelse periode. Het beheer van de schouwburg werd uitgevoerd door de 'Bataviaasche ToneelsociŽteit'. In 1911 werd de Stadsschouwburg overgenomen door de gemeente Batavia. De indrukwekkende ingang (eenderde van de gehele lengte van het gebouw!)  had een aparte toegang voor de Gouverneur-generaal

Na de Tweede Wereldoorlog heeft het lange tijd dienst gedaan als bioscoop. In 1987 is het gebouw geheel gerenoveerd en sindsdien weer als schouwburg in gebruik. Het staat nu bekend onder de naam 'Gedung Kesinian'.

SEAC zie South East Asia Command

Sekaten = Selamatan, maar groter van opzet, valt samen met de geboortedag van de profeet Mohammed

Selamatan Javaans feest: kan op elk tijdstip worden gegeven, en om vele redenen, meestal huwelijk, besnijdenis, verjaardag, herdenken overledene, nieuwe onderneming of nieuw gebouw. Met speciale gerechten, wierook, islamitische gebeden en formele aankondigingen.

Selendro een van de toongeslachten van de gamalan

Semangat levenskracht die mens, plant, dier, heilige voorwerpen, hele dorpen, koninkrijken, eilanden bezielt en tot leven wekt. Door de eigen Semangat te vergroten gelooft men een fragiel evenwicht te bereiken en in stand te houden tussen het negatieve en het positieve. Van de Semangat van de mens wordt aangenomen dat deze vooral in het hoofd geconcentreerd is; het koppensnellen (Toradja's- Celebes, Dajaks- Borneo, Dani- Nieuw- Guinea) vergrootte de eigen Semangat met die van het slachtoffer

Sembah gebaar van aanbiddende verering of van begroeting waarbij de plat tegen elkaar gelegde handen naar het nijgende voorhoofd gebracht worden.

Seram (Ceram) Nu bij Molukken

Serawaiers zie: Redjangers / Sindangers / Serawaiers

Siak-Tractaat Overeenkomst met de sultan van Siak, 1858, na verdrijving van Europese gelukzoekers en Boeginese zeerovers op Oost-Sumatra, gunstig voor de Nederlanders.

Siam (Thailand) was ťťn van de VOC-locaties. In 1613 stichtte Hendrik Brouwer, opperhoofd in Japan, het eerste comptoir. Tussen 1622 en 1627 was deze opgeheven. In 1762 viel het doek definitief.

Belangrijkste vestigingen:

  • Ayutthaya of Judja. Comptoir 1613-1762. De hoogste VOC-functionaris was het opperhoofd. Producten: sappanhout, tin, dierenhuiden.
  • Nakhon Si Thammarat (of Ligor/Ligoor). Comptoir tot 1756. Producten: tin, sappanhout, ivoor.
  • Pattani, comptoir tot 1622. Product: peper.

Opperhoofden:

  • ?? -   1622 Hendrik Nachtegael
  • 1627-1628 Hendrik Nachtegael
  • 1628-1633 Justus (Joost) Schouten
  • 1633-1636 na een jaar sluiting werderom Justus (Joost) Schouten
  • 1636-1641 Jeremias van Vliet (we zien hem ook bij Malakka)
  • 1641-1644 Reinier van 't Zum (Tzum) (zie hem ook bij Japan)
  • 1647?-1650 Jan van Muijden
  • 1651-1653 Hendrik Craeyers (Krayerts)
  • 1653-1656 Volkerus Westerwold
  • 1656-1662 Jan van Rijk
  • 1663 en 1665-1668 Enoch Poolvoet (1664 kende geen opperhoofd) 
  • 1669-1672 Nicolaas de Roy
  • 1672-1676 Jan van der Spijk
  • 1677-1678 Dirk Tymansz de Jong
  • 1678-1684 Arnold Faa
  • 1684-1688 Joannes Keyts (zie hem ook bij PerziŽ)
  • 1688-1691 Pieter van den Hoorn
  • 1692-1697 Thomas van Son
  • 1697-1702 Reinier Boom
  • 1702-1703 Gideon Tant (zie hem ook bij Japan)
  • 1703-1712 Arnout Cleur
  • 1712-1717 Dirk Blom
  • 1717-1720 Wybrant Blom
  • 1720-1722 Hendrik Willemsz van der Burg(h) (zie ook bij Mocca)
  • 1723-1726 Georgius Hendrik Praagerman (Pragman)
  • 1726-1727 Imel Christiaan Kock (Cock)
  • 1728-1730 Rugier van Alderwerelt
  • 1731-1735 Pieter Seyen
  • 1735-1739 Theodorus Jacobus van den Heuvel
  • 1739-1744 Willem de Ghij
  • 1744-1760 Nicolaas Bang
  • 1760-1761 Nicolaas van Berendrecht
  • 1761-1762 Anthony Abraham Werndly

Siberg, Joannes (1740-1817)

Gouverneur-generaal, 1801-1805. 

Hij maakte zich schuldig aan verregaande corruptie. Na zijn ontslag bleef hij in Batavia wonen en werd een van de leiders van de Oudgastenpartij die niets moest hebben van de hervormingen onder Daendels en Raffles.

Zie ook: Gouverneurs-generaal op rij.

Sindangers zie: Redjangers / Sindangers / Serawaiers

Singosari Rijk dat ontstond toen Rajasa de koning van Kediri versloeg in 1222, en zelf koning werd. Tot 1292 periode van stabiliteit en bloei onder Jayawisnu Wardana (1248-1268) en Kertanegara (1268-1292)

Sinjo Aanduiding voor een Indo-Europese jongeheer in Nederlands-IndiŽ

Sirih-pruim Al eeuwen lang was het gebruik van sirih populair in de Indische Archipel: als geneesmiddel, als genotmiddel, van betekenis bij godsdienstige plechtigheden en bij geboorte en huwelijk. 

De sirihpruim bestaat uit een blad van de sirihplant, gemengd met een fijne kalksoort, een schijfje gambir en een stukje pinangnoot.

Het sirihsap heeft een bloedrode kleur, en bij regelmatig gebruik worden de tanden donker van kleur. Een voorraadje werd bewaard in de arkienjo, sirihdoos. Het uitspugen geschiedde gewoon op straat, of iets netter, in de kwispedoor, zoals in Nederland met de tabakspruim.

In de 17e en 18e eeuw werd het door zowel Europese mannen als vrouwen gebruikt. In de 19e eeuw raakte het bij de Europeanen langzamerhand in onbruik ten gunste van de tabak (pruim, pijp, sigaar, sigaret), maar met dezelfde sociale functie (wil je er ťťn van mij?)

Zie ook: Tabak

Sjahrir, Sutan (1909 Ė 1966) 

Sjahrir heeft zich in de 1920-jaren gevormd tot in de eerste plaats een sociaal-democraat en pas daarna tot nationalist. Voordat tot actie kon worden overgegaan om tot onafhankelijkheid te komen, vond hij het wezenlijk dat de massa, het volk eerst geschoold moest worden; rond 1930 was er slechts een kleine groep van Indonesische intellectuelen.

Sjahrir was duidelijk westers (en op Nederland) georiŽnteerd, en had het westerse democratische systeem voor ogen.

Van 1929-1931 studeerde hij in Amsterdam economie en in Leiden rechten; hij werd lid van de Indonesische Vereeniging (Hatta was daar ook lid van).

Na z'n terugkeer wordt hij hoofd van de partij PNI-baroe (Pendidikan Nasional Indonesia), die inderdaad de scholing van de massa vooropstelt.

In 1934 werd hij geÔnterneerd in Boven-Digoel, later op Banda.

In 1942 door de Japanners vrijgelaten, maar omdat hij niet met fascisten wilde samenwerken ging hij ondergronds. Dit in tegenstelling met Soekarno, waardoor na de oorlog Sjahrir door Nederland geaccepteerd werd als gesprekspartner en Soekarno niet!

Na de Japanse capitulatie behoorde hij met Soekarno en Hatta tot de grondleggers van de Republiek Indonesia

Oktober 1945 werd hij voorzitter van het werkcomitť van het KNIP: zij moesten de onafhankelijkheid voorbereidingen en hadden daarom de formele macht.

Sjahrir wilde een democratische en sociale revolutie (links georiŽnteerd), en zich minder richten op het pure nationalisme.

In november 1945 werd hij minister-president

PARAS (Partai Rakjat Sosialis) is zijn eigen partij.

In december 1945 is er een samengaan van de partijen Paras en PARSI: "Partai Sosialis"

In dezelfde maand zijn er informele besprekingen met luitenant-gouverneur-generaal Van Mook.

In februari 1946 biedt hij zijn ontslag aan: van Republikeinse kant krijgt hij te weinig steun voor 'diplomasi' met de Nederlanders

In maart 1946 opnieuw minister-president.

In dezelfde maand zijn er de eerste officiŽle besprekingen waaraan Britten, Nederlanders en IndonesiŽrs deelnamen. Sjahrir wil gelijkwaardigheid tussen de Republiek en Nederland, erkenning van de Republiek, een soort federatieve vorm met Nederland, maar wel moeten de Nederlandse troepen weg.

Antwoord van Van Mook: alleen de Republiek de facto erkennen op hun gebied op Java, en IndonesiŽ moest een federatie worden van Indonesische staten.

Hierop volgen besprekingen op de Hoge Veluwe in april 1946 waarbij Sjahrir niet aanwezig is: deze besprekingen mislukken, mede omdat in Nederland in mei de eerste verkiezingen na de Tweede Wereldoorlog voor de deur staan en men belangrijke beslissingen liever aan de nieuwe regering overlaat.

In juni 1946 komt in de publiciteit dat Sjahrir had voorgesteld dat de Republiek alleen soeverein is over Java en Sumatra. Hierdoor ontbreekt steun van eigen kant en legt hij z'n functie als minister-president neer.

In oktober 1946 komt het 3e kabinet Sjahrir tot stand en volgen de Linggadjati-besprekingen, waarbij hij een actieve rol speelt.

In juni 1947 vraagt hij opnieuw ontslag aan: om Nederlandse militaire actie te voorkomen biedt hij in de onderhandelingen zelfs aan om te komen tot een interim regering met een Nederlandse Gouverneur-generaal aan het hoofd. Hiervoor krijgt hij absoluut geen steun van Republikeinse kant, en is hij definitief minister-president af.

Hierna is hij nog actief als vertegenwoordiger van Soekarno in India, bij de Veiligheidsraad, bij de Renville-besprekingen en gesprekken met de Nederlandse minister-president Drees.

In februari 1948 stapt hij uit de Partai Sosialis omdat deze volgens hem te radicaal is geworden en richt de Partai Sosialis Indonesia (PSI) op.

Tijdens de 2e politionele actie wordt Sjahrir gevangen gezet en verblijft gedwongen bij het Tobameer op Sumatra.

Na de Indonesische onafhankelijkheid is hij nog wel actief in de PSI, maar verder is zijn politieke rol uitgespeeld.

In 1960 volgt een verbod van de PSI en wordt hij gearresteerd.

Het laatste jaar van zijn leven verblijft hij in Zwitserland en overlijdt aldaar in 1966.

Geschriften: "Indonesische Overpeinzingen", brieven geschreven tijdens zijn internering in de 30-er jaren, en "Onze Strijd", waarbij hij zich keert tegen degenen die gecollaboreerd hebben met de Japanners, zonder daarbij de naam van Soekarno te noemen.

Samenvattend: Sjahrir was een westers georiŽnteerde Indonesische intellectueel, nationalist, maar vooral sociaal-democraat. Een door Nederland geaccepteerde onderhandelaar die regelmatig zo ver ging dat de eigen achterban hem in de steek liet. Hierbij zal ook medebepalend zijn geweest dat hij getrouwd was met een Nederlandse vrouw.

Zie ook: Conferenties, stappen en gebeurtenissen in de relatie tussen Nederland en IndonesiŽ 1945-1963.

Slachtoffers in de Japanse Tijd

  • Burgers: 100.000 mensen werden geÔnterneerd (65.000 volwassenen, 35.000 kinderen). In totaal overleden hiervan 13.000 personen (13%)
    • Groot was het verschil in slachtoffers in de verschillende regio's onder de Nederlandse geÔnterneerde burgers: Java 16%, Noord-Sumatra 4Ĺ%, Midden-Sumatra 10%, Zuid-Sumatra 37%
  • Krijgsgevangenen: een totaal van 41.000 (38.000 KNIL, 3000 KM). In totaal overleefden 8500 personen de oorlog niet (21%).
    • Van de 18.000 Nederlandse krijgsgevangenen aan de Birma Spoorweg overleefde 17% niet
    • Van de Pakanbaroe Spoorweg van 5.000 Nederlandse krijgsgevangenen 14%
    • Op de Molukken bij de aanleg van vliegvelden 30% van de 4.100 Nederlandse krijgsgevangenen
    • 10% van de krijgsgevangenen werd gedood door torpederingen.
    • Het percentage van 21% dodelijke slachtoffers was bij de geallieerden in deze regio hoger: Engelsen 27%, AustraliŽrs 34%, Amerikanen 37%. Dit werd toegeschreven aan het feit dat (Indische ) Nederlanders beter konden omgaan met het leven in een warm klimaat.

Zie ook: Erevelden en "Special Party"

Slachtoffers in het Nederlandse Leger 1946-1949

In totaal zijn ruim 2500 Nederlandse soldaten in de periode '46-'49 in Nederlands-IndiŽ gesneuveld:

  • 1e periode:  485 : 9 maart '46 tot de 1e Politionele Actie 20 juli '47
  • 2e periode   169: 1e Politionele Actie (20 juli - 5 augustus '47)
  • 3e periode   597: tussen de Politionele Acties
  • 4e periode   113: 2e Politionele Actie (18 december '48- 5 januari '49)
  • 5e periode 1162: na de 2e Politionele Actie

Uit deze cijfers blijkt dat de laatste periode de meeste slachtoffers heeft geŽist.

Daarnaast zijn 2225 Nederlandse soldaten in genoemde periodes overleden ten gevolge van ziektes en ongevallen.

Zie ook: Erevelden, "Special Party" en Nederlandse Troepen na de Tweede Wereldoorlog in IndiŽ

Slag in de Javazee 1942 Doorman leidt een geallieerde vloot, en op 27 februari '42 wordt deze verslagen / vernietigd door de Japanners

Slavernij bestond reeds lang op alle eilanden van de archipel voor de komst van de Europeanen. 

  • In Oost-IndiŽ hadden Europeanen slaven vooral voor het gerief; het aantal slaven gaf maatschappelijk aanzien; in Batavia was het aantal particuliere slaven veel groter dan VOC-slaven. In West-IndiŽ was de slaaf slechts een werktuig.

  • In de Bataviase Statuten (1642) werden de rechten van de slavenhouders beperkt. De meeste slaven behoorden tot ťťn van de Indische volken. 

  • Batavia bepaalde aan het einde van de 17e eeuw dat inheemse Javanen niet tot slaven gemaakt mochten worden. Alle slaven kregen het recht om zich door eigen arbeid vrij te maken; gewelddadige bestraffingen van slaven werden streng bestraft. 

  • Tegen het einde van de 18e eeuw was er een terugloop in de aanvoer van slaven.

  • In 1809 stopt het Gouvernement met de koop van slaven. 

  • In 1813 werd de slavenhandel door de Engelsen verboden op Java en Onderhorigen

  • In 1816 werd dit verbod door de Nederlanders gehandhaafd.

  • In 1818 werd de slavenhandel en de aanvoer van slaven in geheel Nederlands-IndiŽ verboden.

  • In 1819 werd slavenregistratie voorgeschreven.

  • In het Regeringsreglement van 1854 werd de afschaffing aangekondigd.

  • Afschaffing van de slavernij in IndiŽ werd bij wet van 7 mei 1859 geregeld en ging in werking op 1 januari 1860. Dit betekende echter alleen de vrijlating van ca. 40.000 geregistreerde slaven in direct bestuurd gebied. Op Bali kwam de vrijlating in 1877, in andere delen van de archipel nog veel later tot stand.

Iemand werd slaaf door:

  • geboorte: in slavernij geboren

  • armoede en zichzelf te verkopen

  • schulden die afbetaald moesten worden (Pandeling)

  • een gerechtelijke straf

  • gevangenschap in oorlog

  • kidnapping tijdens rooftochten

Aantal slaven:

  • 1789: 36.942 geregistreerde slaven in en rond Batavia

  • ca. 1815: 23.239 (onder Raffles)

  • 1828: 6.170

  • 1844: 1.365

Zie ook: Mardijkers.

Sloet van de Beele, Ludolf Anne Jan Wilt, baron (1806-1890)

 Gouverneur-generaal van 1861-1866.

  • 1830: hij promoveert in de rechten te Utrecht
  • 1830: advocaat te Zutphen en hij schrijft publicaties over oud-vaderlands recht
  • 1847: griffier van de Staten van Gelderland
  • 1860: voorzitter van de raad van toezicht op de spoorwegen
  • 1861-1866: Gouverneur-generaal van Nederlands-IndiŽ
  • Vanaf 1867 publiceerde een groot aantal werken over o.a. rechtshistorie, een onderwerp dat zijn grote belangstelling genoot
  • 1868-1872: lid van de Tweede Kamer
  • 1877: president-curator van de Leidse universiteit

Zie ook: Gouverneurs-generaal op rij.

Sneevliet, Hendricus Josephus Franciscus Marie (Henk), 1883-1942

Revolutionair-socialistisch vakbonds- en partijleider, die nationaal en internationaal actief was in socialistische, communistische en marxistische kringen.

  • 1900-1910 werkzaam bij de Staatsspoorwegen te Zutphen en Zwolle
  • 1907-1910 lid van de gemeenteraad in Zwolle (SDAP)
  • 1910-1912 werkzaam voor de Nederlandse Vereeniging van Spoor- en Tramwegpersoneel (NVST) te Utrecht.
  • 1911 breekt hij met de SDAP, nadat deze de Haven- en Zeeliedenstakingen in Amsterdam en Rotterdam in de steek had gelaten.
  • 1912 is hij lid van de SDP: Sociaal Democratische Partij, maar als hij in die partij geen voet aan de grond krijgt, besluit hij weer terug te keren naar de SDAP (tot 1916) en wil hij zijn geluk in IndiŽ gaan beproeven.
  • 1913 in IndiŽ, werkzaam als journalist en als secretaris bij de Handelsvereeniging Semarang (Kamer van Koophandel)
  • 1914 wordt hij actief in de Vereeniging van Spoor- en Tramwegpersoneel (VSTP), een vakbond met daarin Indo-Europeanen, maar ook met lager Indonesisch personeel
  • 1914 mede-oprichter van de Indische Sociaal-Democratische Vereniging (ISDV)
  • 1916 wordt hij weer lid van de SDP, met mede-voorvechtster HenriŽtte Roland Holst. In 1918 verandert de naam van de SDP in Communistische Partij Holland (CPH) en in 1935 in Communistische Partij in Nederland (CPN)
  • 1917 ontslagen door de Handelsvereeniging, trad hij in dienst van de VSTP.
  • 1918 volgde zijn uitzetting uit IndiŽ, toen de matrozen- en soldatenbeweging overging tot de vorming van raden
  • 1919 terug in Nederland, waar bleek dat de CPH kritiek had op zijn ISDV-politiek. Daarom zag hij meer mogelijkheden in het NAS (Nationaal Arbeids Secretariaat) 
  • 1920 is hij sterk betrokken bij de grote transportarbeidersstaking.
  • 1920 woont hij als vertegenwoordiger van de uit de ISDV voortgekomen Perserikatan Komunis di India (PKI) het tweede congres van de Komintern in Moskou bij. Daar komt voor het eerst uitgebreid het nationale koloniale vraagstuk aan de orde.
  • 1921 stuurt Lenin hem naar China voor de Komintern, waar hij een poging doet om tot een samenwerkingsverband te komen tussen de Kuomintang (de nationale beweging in China) en Sovjet-Rusland (eventueel samen met de Chinese communisten). Dit gelukt in 1923. Doch hij is teleurgesteld in de Sovjet-Rusland, omdat de nadruk meer kwam te liggen op militaire hulp aan de Kuomintang, in plaats van deze om te vormen tot een politiek bewuste revolutionaire massapartij. Hierdoor raakt hij politiek geÔsoleerd. 
  • 1924 is Sneevliet definitief terug in Nederland en vervolgt hij zijn activiteiten bij het NAS, de radicale vakbeweging links van het NVV. Doch De Internationale (Moskou) gaf hem steeds minder ruimte in zijn vakbondspolitiek.
  • 1926/1927 brak hij met de stalinistische lijn van de Rode Vakbonds Internationale en de Komintern 
  • 1929 verlaat hij de CPH en richt de RSP op: Revolutionair Socialistische Partij.
  • 1931-1939 lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland voor de RSP.
  • 1933 zat Sneevliet vijf maanden in de gevangenis vanwege een manifest waarin hij de muiterij op de "Zeven ProvinciŽn" had toegejuicht. Nog in de cel zittende, wordt hij voor de RSP gekozen voor de Tweede Kamer ("van de cel in de Kamer"), tot 1937.
  • 1935 gaat de RSP samen met de OSP (Onafhankelijk Socialistische Partij) over in de RSAP (Revolutionair Socialistische Arbeiders Partij)
  • 1936 kwam hij tot een conflict met Trotsky, na onenigheid over zijn politieke verhouding met de Spaanse revolutionair Andres Nin.
  • 1939-1940 gemeenteraadslid voor de RSAP in Amsterdam
  • 1940 ontbindt Sneevliet onmiddellijk na de Duitse inval de NAS en de RSAP, en gaat de illegaliteit in onder de vlag van het MLL-front (Marx-Lenin-Luxemburg-front).
  • 1942 werd hij opgepakt, en na een proces met zes strijdmakkers op 13 april gefusilleerd. 

Zijn lijfspreuk was: "Berani Karena Benar" (Dapper zijn omdat het gerechtvaardigd is).

Snouck Hurgronje, Christiaan (1857 Ė 1936)

Nederlands arabist, islamkenner en deskundige op het gebied van de talen en culturen van IndonesiŽ, was 1884-1885 in Mekka). In 1889 vertrok hij naar Nederlands-IndiŽ, o.m. om de regering te adviseren in verband met de zich  voortslepende Atjeh-oorlog. Mede door zijn toedoen viel ten slotte de keus op Van Heutsz als Ďpacificatorí. Tot 1906 bleef hij in IndiŽ als regeringsadviseur en ook na zijn benoeming tot hoogleraar in het Arabisch te Leiden (1906) zou hij als adviseur voor Inlandse en Arabische Zaken van het departement van KoloniŽn een belangrijke rol spelen bij de bepaling van het koloniaal beleid; hij was een van de voormannen van de Ďethische politiekí. Hij was initiator van de Opleiding Indisch Ambtenaar aan de universiteit van Leiden.

SociŽteit voor Kunsten en Wetenschappen In 1778 opgericht, en is de eerste wetenschappelijke organisatie in koloniaal AziŽ. Haar gebouw in Batavia werd 1868 geopend; het is nu het Nationaal Museum.

Soedirman (1916-1950) 

In de Japanse periode werd hij lid van de PETA en commandant van een bataljon

Eerste leider van de TNI (Tentara Nasional Indonesia), daarvoor geheten: Tentara Keamenan Rakjat (TKR), waarin hij de functie van generaal had. Lijdend aan tuberculose stierf hij in 1950.

Soegijapranata s.j., Albertus, de eerste Indonesische Bisschop, per 1 augustus 1940

Zie ook: Missie

Soeharto of Suharto (1921-2008) 

Hij kreeg zijn militaire opleiding bij het KNIL.  In 1943 sloot hij zich aan bij de Pembelah Tanahair (PETA), het vrijwillige Indonesische hulpkorps. Na het uitroepen van de Republiek in aug. 1945 ging Soeharto over naar het leger van de nieuwe staat. Hij leidde  op 1 maart 1949 een bijna geslaagde overval op het door de Nederlanders bezette Djokjakarta. Na de soevereiniteitsoverdracht had Soeharto een aandeel in het onderdrukken van de coups van Westerling (1950) en Andi Abdul Aziz (1950) in resp. Bandoeng en Makassar. In 1962 benoemde Soekarno hem tot commandant van Oost-IndonesiŽ; en kreeg hij te maken met de  Nieuw-Guinea-kwestie. Hij was nu na Nasoetion en Jani de derde man in de legertop. Hij bleef dat ook na zijn benoeming op 1 mei 1963 tot commandant van de strategische reserve ( ĎKostradí). In deze hoedanigheid onderdrukte hij op 1 okt. 1965 de coup die door zijn gewezen ondergeschikte, overste Untung Pribadi, met waarschijnlijke steun van een deel van de PKI, tegen Nasution en Yani was georganiseerd. Daarmee was Soeharto's macht in wezen gevestigd. Het van Soekarno overnemen van het presidentschap op 27 maart 1968 bevestigde de feitelijke toestand, zoals die sinds 1965 bestond. Hij verbood de communistische partij, herstelde de betrekkingen met MaleisiŽ, Nederland en de Verenigde Naties. In de jaren tachtig raakte de familie Soeharto in opspraak wegens financiŽle malversaties. In de jaren negentig bepleitte Soeharto de overgang naar een grotere Ďopenheidí (keterbukaan), die zich o.m. uitte in grotere persvrijheid. In 1993 werd hij voor de zesde achtereenvolgende keer president. Soeharto's binnenlandse politiek was gericht op een centralistische eenheidsstaat. Alle regionale, religieuze en partijpolitieke verdeeldheid moest worden uitgebannen en ondergebracht in de grote familiestaat, onder de vleugels van ťťn vaderlijke leider. Met zijn pro-westerse politiek heeft Soeharto lange tijd het beeld van een stabiel, welvarend, min of meer democratisch land in stand weten te houden. In mei 1998 waren er hevige onlusten, vooral veroorzaakt door de economische bezuinigingen die hij in 1998 onder druk van het IMF doorvoerde. De druk op Soeharto om af te treden werd steeds groter: op 21 mei 1998, droeg Soeharto het presidentschap over aan vice-president Habibie.

Zie ook: Presidenten van de Republiek IndonesiŽ.

Soekarno (1901 Soerabaja- 1970) 

Hij studeerde aan de HBS in Soerabaja en de Technisch Hogeschool te Bandoeng (weg- en waterbouw).

  • PNI = Perserikatan Nasional Indonesia, in 1927 door Soekarno opgericht
  • 1929: honderden PNI-leden, ook Soekarno, werden gearresteerd.
  • 1930 Proces Landraad te Bandoeng; tegen vier voormannen van de PNI; Soekarno hield een pleidooi van twee dagen en kreeg vier jaar gevangenisstraf.
  • Eind 1931 kwam Soekarno weer vrij, en werd warm onthaald door de bevolking. Hij koos voor Partindo.
  • 1933 Soekarno weer gearresteerd, waarbij hij tot vier keer toe aanbood zich volledig uit het politieke leven terug te trekken, maar hij werd geÔnterneerd op Flores: Ende(1934-1938), daarna naar Bengkoelen op Sumatra, tot de komst van de Japanners.
  • in juli 1942 ging hij van Sumatra naar Batavia; hij was overtuigd dat Japan/Duitsland/ItaliŽ zouden winnen: het ging hem alleen om de onafhankelijkheid; Hatta en Sjahrir wilden een democratische toekomst.
  • Soekarno wilde geheel samenwerken met de Japanners; Hatta gedeeltelijk; Sjahrir ging in de illegaliteit
  • Soekarno formuleert in mei 1945 de Pancasila:  fundament voor de nieuwe Republiek.
  • 9 augustus 1945 ging hij met Hatta en Wediodiningrat naar Saigon voor gesprek met Japanse opperbevelhebber veldmaarschalk Terauchi: de PKKI zou 18 augustus worden geÔnstalleerd, en hij verwachtte dat in september de onafhankelijkheid kon worden geproclameerd.
  • 17 augustus 1945 (twee dagen na de Japanse capitulatie) proclameert hij door de omstandigheden gedwongen reeds de onafhankelijkheid. Zie ook bij: Proclamatie.
  • 18 augustus 1945 werd Soekarno benoemd tot president.
  • Nadat Sjahrir gevangen werd gehouden door radicale nationalisten in Soerakarta 27 juni 1946, stuurde Soekarno de regering weg, en trok de macht aan zich. Pas 2 oktober 1946 kwam het 3e kabinet Sjahrir.
  • 31 oktober 1945 voerde hij het eerste gesprek met luitenant-gouverneur-generaal Van Mook.
  • december 1948 werd hij tijdens de 2e Politionele Actie in Djokjakarta gevangen genomen.


Soekarno tijdens de gevangenname, geflankeerd
door Soetan Sjahrir en Agoes Samil.

De foto werd gemaakt door 
politiecommandant Emiel Ferdinant Klerks.
(Met dank aan C.E. Fredriksz)

  • 1950 vormt hij de eenheidsstaat Republik Indonesia.
  • 1963 gekozen tot 'president voor het leven'
  • 1965 in Bogor gevangene van het leger, na staatsgreep
  • 1968 officieel als president afgezet: Soeharto volgt hem op.
  • 1970 overleden, begraven in Blitar

Zie ook: Presidenten van de Republiek IndonesiŽ.

Soemba

  • 1756 pas eerste handelsakkoorden van de VOC met vorsten van Soemba.
  • 1906 greep het KNIL in bij onderlinge oorlogen en vestigt militair gezag.
  • 1912 kreeg Soemba een burgerlijk gezag.

Soembawa In 1908 onder direct gezag van Batavia

Soemoehoen ja (als inggih gezegd door een mindere tot zijn meerdere)

Soenan Goenoeng Jati Schoonzoon van Teranggono. Is ťťn van de Wali Sanga. In het Demak-rijk maakt hij Banten los van Pajajanaran (1527) en verovert Soenda Kelapa, dat herdoopt wordt tot Jayakarta. In 1546 verovert hij Cheribon.

Soenda Kelapa In 14e eeuw belangrijkste haven van West-Javaanse hindoe-rijk Pajajaran.

Soendanezen Zij zijn woonachtig in west-Java, behalve aan de noordkust van Banten tot Cheribon. Hoewel ze zeer verwant zijn aan de Javanen, zijn er verschillen: zo is de invloed van de Hindoe-kolonisatie minder ingrijpend geweest dan op midden- en oost-Java.

Ze hebben een eigen procťdť voor de vervaardiging van batik en ook voor het verven er van. De Wajang is er bekend en geliefd, hoewel waarschijnlijk uit midden-Java ingevoerd. De gamelan is hun echter onbekend; wel hebben ze de angkloeng, een schudinstrument van bamboe gemaakt.

Vanaf 1862 is hun taal, het Soendanees, serieus bestudeerd gaan worden. Deze wordt door ca. 27 miljoen mensen gesproken (1990).

Zie ook: Bevolkingsgroepen

Soepoemo ontwierp de eerste Indonesische grondwet, die op 18 augustus 1945 werd aanvaard door de Panitia Persiapan Kemerdikaan Indonesia (PKKI), waarbij Soekarno tot president werd verkozen en Hatta tot vice-president.

Soerabaja

  • 1625 Soerabaja geeft zich over aan de heersers van Mataram
  • tot 1900 grootste en belangrijkste zeehaven van de archipel. (Daarna Tandjong Priok bij Batavia). Het is de centrale marinebasis van Nederlands-IndiŽ
  • 19 september 1945 "Vlagincident": Indische Nederlanders plaatsten de driekleur op Hotel Oranje: waarna het eerste gewelddadige incident plaatsvond: woedende pemoeda's bestormden het hotel.
  • 29 september 1945 belegering door de IndonesiŽrs van een grote grote wapenopslagplaats: 30 september geven de Japanners zich over; de wapens gingen naar de Pemoeda Republik Indonesia (PRI) en de BKR.
  • 25 oktober 1945 arriveerde brigadier Mallaby met zijn 49th Indian Brigade in de haven; hij begon met de evacuatie van Nederlandse vrouwen en kinderen naar de haven.
  • 28 oktober 1945 begonnen ca. 15.000 Indonesische militairen de Britse stellingen aan te vallen, waarbij 250 Brits-IndiŽrs omkwamen.
  • 29 oktober 1945 is Soekarno in Soerabaja en doet via de radio een oproep aan de massa om de strijd te staken.
  • 30 oktober 1945 gaat Mallaby de stad in om een einde te maken aan de laatste schermutselingen: hij wordt op straat vermoord. De Britten dreigen met het grootste geweld, en Soekarno moet weer tot rust manen: dit bestand hield en de Britten evacueerden zo'n 6000 Nederlandse vrouwen en kinderen.
  • 10 november 1945 begon de Slag om Soerabaja: de Britten wisten de Republikeinen met moeite te verdrijven, maar het Indonesische moreel was zeer versterkt, en Soerabaja kreeg de bijnaam "Stad der Helden".

Zie ook: Bersiap.

Soerakarta (ook wel "Solo" of "Sala")

  • Stad van de Batik
  • centrum van de traditionele Javaanse uitvoerende kunsten
  • 1745 Midden-Javaanse troon van Mataram: eerder, in 1680, werd de kraton verplaatst van de omgeving Djokjakarta naar het dal van de Solo-rivier: eerst Kartasoera, toen naar Soerakarta
  • 1755 helft van het koninkrijk afstaan aan de nieuwe vorst van Djokjakarta, als prijs voor de vrede, door Nederlandse onderhandelaars tot stand gebracht
  • 18e eeuw: Pakoeboewana-dynastie: afhankelijk (militair en economisch) van de Nederlanders
  • 19e eeuw bestaat de koninklijke familie uit welgestelde landeigenaren en suikermagnaten
  • Tijdens de revolutie was anti-kolonistische beweging in Soerakarta afwezig, waardoor het als Vorstenland ophield te bestaan na de revolutie.

Vorsten van Soerakarta vanaf 1755:

  • 1755-1788  Pakubuwono III, van 1749-1755 ook over Mataram
  • 1788-1820  Pakubuwono IV
  • 1820-1823  Pakubuwono V
  • 1823-1830  Pakubuwono VI
  • 1830-1858  Pakubuwono VII
  • 1858-1861  Pakubuwono VIII
  • 1861-1893  Pakubuwono IX
  • 1893-1939  Pakubuwono X
  • 1939-1944  Pakubuwono XI
  • 1944-2004  Pakubuwono XII
  • 2005-heden Pakubuwono XIII

 

Soerapati (? Ė 1706) Balinese opstandeling / avonturier, in de periode 1687-1702 op Java. Een strijd die begon met de moord op FranÁois Tak, afgezant van de regering in Batavia die de opdracht had om de uitlevering van Soerapati op te eisen. Soerapati sneuvelde tijdens de Eerste Javaanse Successie-oorlog.

Soeripno-affaire Soeripno treedt op 22 mei 1948 als vertegenwoordiger van de Republiek IndonesiŽ in Praag in contact met de Sovjet-Unie. Om de goede relatie met de Verenigde Staten niet te verstoren wordt hij teruggeroepen naar Djokjakarta. Hierbij was hij vergezeld van Soeparto oftewel Moeso, die als communistisch activist in 1926 Nederlands-IndiŽ reeds had verlaten. Eenmaal terug in IndonesiŽ volgden uitspraken als: "Binnen enkele maanden zullen de communisten de macht grijpen om aan het Nederlands-Indonesische conflict een einde te maken". In verband met de ontwikkeling van het communisme in Europa en AziŽ bezien de Amerikanen deze zaken met grote zorg. Binnen een paar maand zit de Republiek opgescheept met de communistische Madioen-opstand.

Soesah last, moeite

Soesoehoenan de titel van de vorst van Soerakarta.
Zie ook Bestuursstructuur.

Soetardjo zie Petitie-Soetardjo

Soetomo (1888-1938) mede-oprichter van de Boedo Oetomo

Soevereiniteits-erkenning , zie Soevereiniteitsoverdracht. IndonesiŽ gebruikt de term 'erkenning', omdat voor hun de overdracht al plaats vond op 17 augustus 1945, bij de proclamatie van de onafhankelijkheid.

Soevereiniteitsoverdracht 27-12-1949 Paleis op de Dam te Amsterdam en te Batavia in Paleis Koningsplein. De IndonesiŽrs gebruiken hiervoor de term: Soevereiniteits-erkenning.

Amsterdam

Batavia

Zie ook: Conferenties, stappen en gebeurtenissen in de relatie tussen Nederland en IndonesiŽ 1945-1963.

Soja de sojabonen zijn waardevol voor de consumptie vanwege het hoge eiwit- en vetgehalte, naast het zetmeel-hoofdvoedsel van rijst / maÔs / cassave. Sojameel wordt gebruikt als deeg.

Solo zie Soerakarta

South East Asia Command (SEAC) stond o.l.v. lord Mountbatten. Vanaf 15 augustus 1945 (= de capitulatie van Japan) viel Nederlands-IndiŽ onder commando van de Britse SEAC. Vůůr genoemde datum viel het gebied onder het Amerikaanse SWPA (South West Pacific Area, o.l.v. Generaal Douglas Mac Arthur). Mountbatten besloot op 26 september 1945 Batavia en Soerabaja op Java (later ook Bandoeng en Semarang), alsmede Medan en Padang  op Sumatra (later ook Palembang) te bezetten als "key areas"; doel:

  • hulpverlening aan ex-geÔnterneerden en ex-krijgsgevangenen. Zie RAPWI
  • ontwapening van de Japanners.
  • en NIET het herstel van het Nederlands koloniaal gezag.

Vanaf 15 juli 1946 neemt luitenant-gouverneur-generaal Van Mook het gezag over van SEAC over Borneo en de Grote Oost.

Specerijen peper, nootmuskaat en foelie, kaneel, Spaanse peper, kruidnagelen, vanille, gambir.

Special Party of "A" Party. Een groep van hooggeplaatste krijgsgevangenen (militairen met de rang van kolonel of hoger), die in de Tweede Wereldoorlog door de Japanners bij elkaar werd gehouden. De "Special Party" werd eind oktober 1942 op Java gevormd. De groep ging 28 december 1942 in Tandjong Priok aan boord  en voer via Singapore en Zuid-Japan naar Formosa (Taiwan), waar men 30 januari 1943 arriveerde. Behalve Nederlanders waren tevens Engelse, Australische en Amerikaanse hooggeplaatsten in de kampen.

Op Formosa heeft de groep in wisselende samenstellingen in vier kampen gezeten: Karenko, Tamasata, Shirawaka en Moksaq.

In december 1944 wordt de groep verplaatst naar Mandsjoerije, waar, na de wapenstilstand van 15 augustus 1945, op 17 augustus een geallieerde missie werd geparachuteerd en 20 augustus een Russische missie verscheen.

De groep op Formosa bestond uit ruim 400 personen, waaronder 108 Nederlanders: 52 hooggeplaatsten en 56 adjudanten en oppassers.

Hieronder een lijst van de Nederlanders met de hoogste rangen:

  • Bestuur:
  • KNIL:
    • luitenant-generaal T. Bakker
    • generaal-majoor R. Bakkers
    • generaal-majoor P.A. Cox
    • generaal-majoor H. de Fremery
    • generaal-majoor G.A. Ilgen
    • generaal R.T. Overakker
    • generaal-majoor J.J. Pesman
    • luitenant-generaal H. ter Poorten
    • generaal-majoor Mil. Geneesk. Dienst J. van Rees
    • generaal-majoor W. Schilling
    • generaal-majoor G.J.F. Statius Muller
    • generaal-majoor J.H. Uhl

Specx, Jacques (Jacob) (ca. 1585 - ?)

  • Hij richtte in 1610 de factorij Hirado in Japan op. 

  • In 1629 was hij op weg naar IndiŽ, benoemd door de VOC tot eerste raad ordinair van IndiŽ. In de tussentijd liep er in Batavia een proces: zijn dochter Sara (buitenechtelijk kind van Specx en een Japanse vrouw) was opgenomen in het huis van J.P. Coen, en was betrapt met de vaandrig van de kasteelwacht Pieter Cortenhoeff. De laatste werd onthoofd en Sara gegeseld.

  • Specx arriveerde in Batavia dat op dat moment werd belegerd door een leger van Mataram van ca. 100.000 man, terwijl in de nacht voor zijn komst J.P. Coen was overleden.

  • In deze situatie benoemde de Raad van IndiŽ hem tot waarnemend gouverneur-generaal, 1629-1632. Zijn benoeming is nooit bevestigd door de Heeren XVII, waarschijnlijk omdat hij i.v.m. de behandeling van zijn dochter de leden van de Raad van Justitie uitsloot van het heilig avondmaal.

  •  Batavia heeft hij, na het beleg van Mataram, uitgebreid en hersteld. Tevens werd een brede stadsgracht gebouwd. Specx had een goede relatie met de Chinezen in Batavia. 

  • Op zijn terugreis bezette hij het eiland St. Helena in naam van de Staten-Generaal.

  • Het is onbekend waar en wanneer hij is overleden.

Zie ook: Gouverneurs-generaal op rij.

Speelman, Cornelis Jansz. (1628 Ė 1684). 

  • Als 16-jarige ging hij als assistent van de VOC naar IndiŽ, en zou nooit meer in Nederland terugkeren.

  • Als secretaris van een lid van de Raad van IndiŽ maakte hij een reis naar PerziŽ.

  • In 1656 volgde zijn benoeming tot boekhouder-generaal

  • In 1663 werd hij gouverneur van Coromandel (oostkust van India); een aldaar gekochte diamant die tegenviel, wilde hij in Nederland laten verkopen. Hier viel de VOC over, want het was particuliere handel. Er volgde een schorsing van 15 maanden en een boete van 3.000 gulden.

  • In 1669 bracht hij Makassar tot volkomen onderwerping. Daarop volgde zijn benoeming tot lid van de Raad van IndiŽ.

  • In 1676 werd hij belast met het bevel over de krijgsmacht op Midden-Java en Oost-Java (inname Soerabaja 1677).

  • Hij werd Gouverneur-generaal (1681-1684). Door in te grijpen bij een interne strijd in Banten verschafte hij de VOC het monopolie aldaar ten koste van de andere Europeanen.

Zie ook: Gouverneurs-generaal op rij.

Spies, Walter (1895-1942), geboren in Moskou als zoon van een Duitse diplomaat. Hij had een ruime artistieke belangstelling en aanleg. Na een studie in Dresden, richtte hij zich in Berlijn op muziek en musicals. In 1923 ging Spies naar Java, waar hij in de kraton van Djokjakarta de gamelanmuziek bestudeerde. In 1927 verhuist hij naar Bali. In de tussentijd hadden Duitse filmmakers de wereld kennis laten maken met de Balinese kunst. Dit trok vele artiesten en ook beroemdheden naar Bali. 

Spies vervulde een centrale rol in de kunstenaarskringen. De vrije levensstijl van de artiesten zat het gouvernement niet lekker. Walter Spies werd in verband hiermee gearresteerd en hij bracht in de jaren 1938-1939 tien maanden in de gevangenis door. Hierna hield hij zich bezig met het onderzoek en tekenen van insecten en zeedieren. In 1940, kort na de Duitse inval in Nederland, werd hij, evenals alle andere Duitsers gearresteerd en geÔnterneerd. Vanwege de Japanse dreiging vertrok hij met ruim 400 andere Duitsers in januari 1942 met de "Van Imhoff" naar Ceylon. Het schip werd echter getroffen door een Japanse bom, waarbij de meeste Duitsers verdronken. Walter Spies was een van hen.

Zie ook: Bali als toeristeneiland, Van Imhoff-drama, Duitsers in de Tweede Wereldoorlog.

Spijtoptanten Aan het einde van de 50-er jaren bleken veel Nederlands-Indische mensen, die voor de Indonesische nationaliteit hadden geopteerd (31.000) hiervan spijt te hebben. Een groot deel van deze groep (25.000) kreeg alsnog de gelegenheid naar Nederland te migreren. Tot 1955 had de Nederlandse regering een ontmoedigingsbeleid gevoerd: men moest o.a. zijn Nederlanderschap bewijzen. Na 1955 moest met de volgende beperkingen rekening worden gehouden:

  • men moest bewijzen in acute nood te verkeren
  • men moest bewijzen banden te hebben met Nederland
  • de uiterste datum voor repatriŽring werd gesteld op 31 maart 1964

Spoor, Simon Hendrik (1902 Ė 1949) 

Nederlands generaal; in maart 1940 kwam hij bij de generale staf van het KNIL. Op 8 maart 1942 vertrok hij naar AustraliŽ, waar hij werkzaam was bij generaal Douglas MacArthur en de Netherlands Indies Forces Intelligence Service (NEFIS, de inlichtingendienst van de Nederlandse strijdkrachten). Na de capitulatie van Japan keerde hij als directeur van de NEFIS in Nederlands-IndiŽ terug. Op 19 jan. 1946 werd Spoor benoemd tot legercommandant en hoofd van het departement van Oorlog met de rang van luitenant-generaal. Hij leidde de politionele acties. Spoor was bij zijn troepen zeer populair. Vlak voor zijn dood werd hij tot generaal bevorderd, en postuum werd hij benoemd tot commandeur in de Militaire Willemsorde.

Spoorwegen

  • treinen komen alleen op Java en Sumatra voor, plus nog ťťn lijn op Celebes (Makassar-Takalar) aangelegd van 1922-1930 met een lengte van 47 km
  • de Nederlandsch-Indische Spoorweg Maatschappij (NISM) opende met het lijntje van 6km van Batavia (oude stad) naar Weltevreden (Koningsplein) in 1871. De lijn Batavia-Buitenzorg kwam in 1873 gereed. De eerste lange lijn (256km) was Semarang-Djokjakarta (1873). 
  • De Staatsspoorwegen begon met en op haar eigen trajecten en wel op smalspoor: 1,067m, uit kostenbesparing bij de aanleg in bergachtige streken.
  • Vanaf 1894 was het mogelijk per trein te reizen van Batavia naar Soerabaja, ruim 800km; de reis duurde twee dagen, inclusief overnachting. In 1929 duurde deze trip nog ruim dertien uur, en 12 uur in 1934; de route stond bekend als de 'Eendaagsche Expres'
  • In 1936 startte de 'Nachtexpres' tussen Batavia en Soerabaja
  • Verder was er de 'Vlugge Vier': vier sneltreinen per dag tussen Batavia en Bandoeng, en de 'Vlugge Vijf', vijf keer per dag tussen Soerabaja en Malang.

De NISM had een grotere spoorbreedte, n.l. 1,435 m. Lastig waar de twee lijnen bij elkaar kwamen. Aanvankelijk betekende dit overstappen en overladen, tot men overging tot het invoegen van een derde rail! Verder opereerden er diverse stoomtrammaatschappijen. Op Sumatra was er de Deli Spoorweg Maatschappij

In 1938 waren in Nederlands-IndiŽ ca. 7400km spoor- en tramwegen in gebruik.

  

Station Batavia 

Zie ook: Tramwegen.

Sprenger van Eyk, Jacobus Petrus (1842-1907), minister van koloniŽn 1884-1888.

Zie ook: Ministers van KoloniŽn.

Springer, F (geb.1932), lit. "Bericht uit Hollandia", "Quissama", Bandoeng-Bandung", Tabee New York", "Bougainville"

Spruyt, Ruud lit. "Javaanse ogen"

Srivijaya boeddhistisch koninkrijk, ontstond op Oost-Sumatra in de 7e eeuw bij Palembang. Afsplitsing is de Sailendra-dynastie ca. 700, van Centraal Java: Boroboedoer. In de periode 850-928 overgenomen door hindoeÔstische Sanjaya-rijk Mataram: Centraal en Oost-Java. Ruzie met Srivijaya van Sumatra. Einde ruzie door onderling huwelijk in 1030. Belangrijke regeringsperiode van Airlangga (1019-1049), waar we een synthese zien van hindoeÔsme en boeddhisme. Na zijn dood viel het rijk uiteen. Onderlinge strijd: Kederi won; grootste koning: Kertanegara (sterft in 1292). Erfgenaam vluchtte voor Chinese keizer en stichtte de Majapahit-dynastie: Java, Sumatra,Oost- Noesa Tenggara, Borneo. Begin 15e eeuw neergang door: 1. opkomst Malakka, 2. opkomst moslim-staten

Staatsgreep 30 september 1965. Populistisch en communistisch gezinde officieren o.l.v. kolonel Untung, gaan over tot aanhouding en snelle executie van de legerleiding: zes generaals; de 7e ontsnapt: Nasoetion. Soekarno sloot zich aanvankelijk aan. Commandant van de strategische reserve, generaal Soeharto, organiseert met succes de tegenstand tegen de deelnemende troepen, en Soekarno keert zich al snel af van de coupplegers.
Soeharto neemt de macht over. Soekarno blijft in naam tot 1967 president.  Het leger is nu aan de macht en krijgt grotendeels steun van de oude westers georiŽnteerde elite. Hierna volgde een ongekend bloedbad onder degenen die ook maar in de verste verte van 'communisme' beschuldigd konden worden of contacten met de PKI.

Staatsspoorwegen; opereerde naast de Nederlandsch-Indische Spoorweg Maatschappij op Java. Zij maakten gebruik van smalspoor om kosten te besparing bij de aanleg in bergachtige streken. Toen haar lijnen met die van de NISM bij elkaar kwamen ging men over tot het invoegen van een derde rail!

Steur, Johannes van der (1865 Haarlem-1945 Magelang)

In Haarlem werd Van der Steur lid van de Zevendedags Baptisten. Als vrijwilliger startte hij een zondagsschool voor arme kinderen, naast zijn vele werkzaamheden.

In 1889 werd hij stadsevangelist en middernachtzendeling. Door zijn vele contacten in Harderwijk met geronselde IndiŽ-soldaten van het KNIL, vatte Van der Steur het plan op om naar IndiŽ te gaan, hetgeen geschiedde in 1892, waar hij na enige tijd terecht kwam in Magelang op Midden-Java, en het eerste militaire tehuis stichtte.

Kinderen van inheemse moeders en KNIL-militairen nam hij op, omdat de vaders vrouw en kinderen vaak onverzorgd achterlieten. Zo kwam hij aan zijn bijnaam "Pa" van der Steur. Zijn opvanghuis noemde hij "Huize Oranje Nassau". 

Om zijn activiteiten beter te kunnen organiseren richtte hij de "Vereniging tot bevordering van Christelijk leven en onderling hulpbetoon" op, die losstond van de Gemeente der Zevendedags Baptisten.

In 1898 werd Van der Steur door de koningin benoemd tot "Broeder in de orde van de Nederlandse Leeuw".

Hij kon een leeggekomen kazerne kopen, wat nodig was gezien het grote aantal kinderen dat onder zijn hoede stond. In Soekaboemi kwam een tehuis voor meisjes.

Om gezondheidsredenen ging hij in 1903 naar Nederland, waar hij ontmoetingen had met de Minister van KoloniŽn en Koningin Emma. Veel hoognodig geld kwam van alle kanten binnen. In hetzelfde jaar was hij terug op Java.

In 1907 huwde hij met de handschoen met Anna Maria Zwager, die, eenmaal in Magelang, al gauw "Moe" werd genoemd.

Vele honderden kinderen had hij tegelijkertijd onder zijn hoede; in totaal hebben ca. 7000 "Steurtjes" hun jonge jaren bij "Pa" van der Steur doorgebracht en daar ook hun scholing gekregen.

In 1943 werd hij opgepakt en gevangengezet, in 1944 geÔnterneerd in Tjimahi. In 1945 zat hij in twee kampen in Semarang. Kort na de bevrijding, hij was al heel ziek, kwam hij weer terug in Magelang, waar hij op 16 september overleed.

In de vijftiger en zestiger jaren namen pupillen van "Pa" de leiding op zich van de "Yayasan Pa van der Steur", zodat er heden tehuizen zijn voor wezen en kansarme kinderen in Jakarta, Pondok Gede en Depok.

In Nederland is vanaf 1990 "De Vereniging Vrienden van de Yayasan Pa van der Steur" actief.

Stolk, Jill lit. gebundelde columns "Thuismoeders", "Vlooienmarkt"; Romans, novellen: "Scherven van smaragd", "Onder de blauwe sarong". "De zwijgende vader"

STOVIA School Tot Opleiding Van Inlandsche Artsen, opgericht 1900. Indien de studie met succes was voltooid kreeg men rechtstreekse toegang tot het theoretische examen van arts in Nederland. Zie ook Onderwijs.

Stuw-groep of te wel: "Vereeniging tot bevordering van de maatschappelijke en staatkundige ontwikkeling van Nederlandsch-IndiŽ". Deze vereniging, die in 1930 tot stand kwam, gaf brochures uit en sedert maart 1930 het tweewekelijkse blad "De Stuw". Leden waren vooral intellectuelen die in Leiden geschoold waren, o.a. J.A.Jonkman, J.H.A. Logemann en H.J.van Mook: zij hielden vast aan de principes van de ethische politiek. In 1934 werden de activiteiten gestaakt. Als voorloper van de Stuw kunnen we het Indonesisch Verbond van Studeerenden noemen.

Zie ook: Politieke Bewegingen en Partijen in de 20e eeuw.

Subud Een geestelijke stroming die zich vanuit Java verspreidde over de wereld. Raden Mas Muhammed Subuh Sumohadiwidjojo (1901-1987), veelal als Bapak aangesproken, kreeg in ca. 1925 geestelijke ervaringen, die hij wel aan anderen mocht doorgeven, maar waar hij geen propaganda voor mocht maken.

  

Bapak

Subud staat voor drie woorden in het Sanskriet: Susila (leven in harmonie met de wil van God), Budhi (ontwikkeling van de innerlijke goddelijke kracht die in ieder mens aanwezig is), Dharma (overgave en onderwerping aan de wil van God.

De latihan (=oefening) staat centraal in Subud. Middels deze oefening kan men die niveaus bereiken en die krachten ontvangen die in overeenstemming zijn met Susila, Budhi, Dharma.

Het is geen leer of dogma, en is voor ieder mens, ongeacht geloof, bereikbaar.

Vanaf 1957 verspreidde deze stroming zich over de gehele wereld.

Suezkanaal 1869 geopend en het verkortte de zeereis naar Nederlands-IndiŽ aanzienlijk. De route naar IndiŽ ging nu door de Straat van Malakka, die daardoor belangrijker werd dan de Straat Soenda. Hierdoor werd de zeeroverij van Atjehers hinderlijker, en dit vormde een aanleiding voor de Atjeh-oorlog

Zie ook: Reis naar IndiŽ.

Suikerriet is al vůůr de 5e eeuw aanwezig. Pas tegen het jaar 600 wist men in Voor-IndiŽ hieruit eetbare suiker te vervaardigen. Waarschijnlijk brachten Chinezen in de 8e of 9e eeuw de kunst over naar Java. De VOC vestigde rond 1640 de suikerindustrie bij Batavia. Vanaf ca. 1662 kwam een extra impuls toen Taiwan (Formosa) met zijn suikerbouw voor de VOC verloren ging. De bereidingswijze was in deze periode nog zeer primitief en omslachtig, waardoor mede een houttekort dreigde. 

 

In de Ommelanden waren rond 1710 130 suikermolens o.l.v. 84 ondernemers; waarvan 79 Chinezen, 4 Nederlanders en 1 Javaan.

Tijdens het Cultuurstelsel werd de rietcultuur een verplichte cultuur tot 1890, waarna particuliere ondernemingen met suikerfabrieken het met succes overnamen. Van West-Java verschoof het zwaartepunt naar Midden- en Oost-Java. Na de rijstoogst worden op de sawa's de rietstekken in de grond gebracht. Proefstations zorgden voor goede ontwikkelingen en voorlichting.

Zie ook bij:  Wereldproductiecijfers.

Suikerwet 1870 gouvernement trekt zich geleidelijk terug uit de (gedwongen) suikercultuur, in 1891 volledig. (onder minister De Waal)

Sulawesi zie Celebes

Sumatra

Zie ook: Bevolkingsgroepen en Grensbepaling van Nederlands-IndiŽ.

Sumatra-Tractaat 1871 is een vervolg van het tractaat van Londen 1824 met Engeland.

  • Nederland verkocht de laatste bezittingen aan de Goudkust van Afrika (Ghana)
  • resterende concessies langs de kust van Brits-IndiŽ werden aan de Britten overgedaan
  • Nederland mag contractarbeiders werven in Brits-IndiŽ t.b.v. Suriname
  • En: in vergelijking met 1824 kreeg Nederland de vrije hand t.a.v. Atjeh, aangezien de Straat van Malakka steeds belangrijker werd na de opening van het Suez-kanaal, en deze wateren onveilig werden gemaakt waar het sultanaat van Atjeh niets aan deed. Dit leidde o.a. tot de Atjeh-oorlogen.

Zie ook: Grensbepaling van Nederlands-IndiŽ.

Sumatra's Westkust was ťťn van de VOC-locaties.

De belangrijkste vestigingen:

  • Padang. Hoofdcomptoir en commandement. Producten: peper, zout, kamfer, henzoŽ-hars (reukwaar)
  • Airhaji. Comptoir. Producten: peper en goud.
  • Barus (of Baros). Comptoir. Producten: kamfer en harpuis (combinatie van hars en vet, dat tegen de onderkant van schepen werd gesmeerd)
  • Airbangis. Comptoir. Producten: peper, kokosnoot en kokosolie.
  • Indrapura. Comptoir vanaf 1659. Product: peper.
  • Pulu Tjinkuk (of Poeloe Tjinko): eiland, comptoir met de aanwezigheid van een opperkoopman. Product: peper.
  • Banda Aceh (of Atjeh). Comptoir vanaf 1607. Product: peper. Verder een belangrijke handelsplaats.
Suratte was ťťn van de VOC-locaties, aan de westkust van India, maar ten noorden van Malabar (zie kaart).

Suratte was centraal gelegen: van de Indische Oceaan kwamen de schepen, van de landzijde kwamen de karavanen die de landroute met Midden-AziŽ onderhielden

De VOC was hier alleen om te handelen: zij bezat en bouwde er geen forten.

Suratte werd langzamerhand als handelsplaats zwakker en de productie in het binnenland nam sterk af omdat de infrastructuur ineenstortte:

  • het Mogolrijk ter plekke viel uiteen
  • evenals het rijk van de Safaviden;
  • het Ottomaanse gezag werd ondermijnd.

Belangrijkste vestigingen: 

  • Suratte. Hoofdcomptoir van 1616-1795, directie vanaf 1620. Producten: indigo en katoenen stoffen.
  • Agra. Comptoir 1621-1720. Product: indigo.
  • Ahmadabad. Comptoir 1617-1744. Handelsstad met de producten: indigo, katoenen garens, zijde, diamanten en salpeter.
  • Al Mukha: zie Mocca.
  • Bharuch (of Brochia). Comptoir. Verwerking katoen: zeer fijn geweven witte doeken.
  • Vengurla. Comptoir 1637-1685. Product: peper.

Directeuren van Suratte:

  • 1620-1628 Pieter van den Broecke 
  • 1628-1633 Johan van Hasel
  • 1633-1634 Jacob van der Graeff
  • 1634-1640 Barend Pietersz.
  • 1640-1644 Paulus Croocq
  • 1644         Cornelis Weylant
  • 1644-1648 Arent Barents (Muykens)
  • 1648-1651 Johan van Teylingen
  • 1651-1654 Gerard Pelgrim
  • 1654-1657 Hendrik van Gent
  • 1657-1658 Isaac Coedijk 
  • 1658-1661 Leonard Winnincx (zie hem ook bij Japan)
  • 1661-1665 Dirk van Adrichem
  • 1665-1666 Abraham Hartman
  • 1666-1667 Huybert de Lairesse (zie hem ook bij PerziŽ)
  • 1667-1673 Andries Boogaert
  • 1673-1676 Willem Volger (zie hem ook bij Bengalen)
  • 1676-1678 Sybrand Abbema
  • 1678-1679 DaniŽl Parvť
  • 1680-1685 Jacques de Bucquoy
  • 1685-1691 Gelmer Vosburgh (zie hem ook bij Malabar en Malakka)
  • 1692-?       Louis de Keiser
  • 1694-1695 Paulus de Roo (commissaris)
  • 1695-1698 Pieter Ketting
  • 1699-1701 Hendrik Zwaardecroon 
  • 1701-1705 Pieter de Vos
  • 1705         Willem Six (zie hem ook bij Malakka)
  • 1707-1708 Johan Grootenhuys
  • 1708-1710 Cornelis Besuyen
  • 1711-1715 Johan Josua Ketelaar (zie hem ook bij Mocca en PerziŽ)
  • 1715-1719 Daniel Hurgronje
  • 1719-1722 Philip Zaal
  • 1722-1726 Abraham Weijns
  • 1726-1728 Herman Bruyning (Bruininck)
  • 1729-1740 Pieter Lourens Phoonsen (eerst als gezaghebber)
  • 1740-1749 Johan Schreuder (zie hem ook bij Ceylon)
  • 1749-1753 Johannes Pecock
  • 1753-1755 Johan de Roth
  • 1755-1759 Louis Taillefert (zie hem ook bij Bengalen)
  • 1759-1763 Jan Drabbe (eerst als gezaghebber)
  • 1763-1768 Christiaan Lodewijk Senff (zie hem ook bij Malabar)
  • 1768-1776 Martinus Joan Boschman
  • 1776-1781 Willem Jacob van de Graaff (zie hem ook bij Ceylon)
  • 1781-1784 Engels tussenbestuur
  • 1784-1792 Abraham Josias Sluysken (zie hem ook bij Zuid-Afrika)
  • 1792-1795 Peter Sluysken
  • 1795-1818 Engels tussenbestuur
  • 1818-1825 opnieuw Nederlands tot het Tractaat van Londen 1824
Swieten, Jan van (1807-1888), Nederlands militair, vertrok in 1827 als tweede-luitenant naar Nederlands-IndiŽ, waar hij deelnam aan de Java-oorlog en snel promotie maakte. Zo leidde hij de derde expeditie tegen Bali (1849). Van 1849 tot 1858 was Van Swieten gouverneur van Sumatra's westkust en van 1858 tot 1862, inmiddels bevorderd tot luitenant-generaal, legercommandant van Nederlands-IndiŽ. Na zijn terugkeer naar Nederland had hij zitting in de Tweede Kamer (1864Ė1866). In 1873 werd hij hersteld in actieve dienst en belast met de tweede Atjeh-expeditie. In 1874 keerde Van Swieten voorgoed naar Nederland terug. Hij was een man van liberale opvattingen, die zich o.m. kantte tegen de na zijn vertrek in Atjeh toegepaste verschroeide-aardetactiek waarmee het Nederlandse bestuur hoopte de AtjeeŽrs tot onderwerping te brengen.

Swoll, Christoffel van (1663-1718)

  • In 1683 ging hij naar IndiŽ

  • In 1701 kwam hij in de Raad van IndiŽ

  • Hij werd gouverneur-generaal (1713-1718). De bevestiging van zijn functie door de Heeren XVII kwam pas in 1715, omdat de bewindhebbers in Nederland het aanvankelijk niet eens konden worden. De doorslag gaf zijn eerlijkheid in een corrupt wereldje. Deze houding bracht wel met zich mee dat hij met velen overloop lag. Hij ging met kracht de particuliere handel tegen. In 1717 besloot hij de schippers van Chinese jonken voor hun thee een derde minder te betalen. Resultaat: ze lieten zich jarenlang niet meer zien. Zijn opvolger Zwaardecroon heeft dit weer rechtgetrokken.

Zie ook: Gouverneurs-generaal op rij.

Szťkely-Lulofs (1899-1958), lit. "Rubber", "Koelie", "Tjoet Nja Din", "De hongertocht"

Terug naar de startpagina