Gewoonlijk is het weer op de Canarische Eilanden altijd ideaal voor vakantiegangers.
De zeven eilanden tellende archipel met vulkanisch landschap kent een Middellandse-Zeeklimaat.
De zon schijnt er uitbundig, regen valt er weinig en overdag liggen de temperaturen tussen
gemiddeld 20 graden in januari en 30 in augustus. De zeewatertemperatuur ligt tussen 20 en 24
graden, waardoor extreme hitte meestal wordt getemperd maar het ook nooit koud wordt.
's Nachts ligt de gemiddelde temperatuur tussen 14 en 21 graden. In Las Palmas zakt de
temperatuur zelden onder de 10 graden, het record is 7 graden op 6 januari 1943. Het record
overdag is 44,2 graden op 13 juli 1952. De dag ervoor noteerde Santa Cruz de Tenerife 42,6 graden.
Op de heetste dagen wordt de lucht met de sirocco aangevoerd uit de Sahara en wordt er ook zand
meegevoerd.
Meestal waait er een noordoostenwind die in de onderste luchtlagen vochtige lucht aanvoert.
Op 1000 meter hoogte is de lucht echter droger waardoor meestal alleen aan de noordelijke
kant van het eiland wolken en buitjes ontstaan. Wanneer de wind iets meer naar het noorden
draait drijven wolkenvelden die zich ten noorden van de Canarische Eilanden vinden het land op.
De wolken bereiken het zuiden meestal niet zodat de zon daar dan onderbroken blijft schijnen.
Lanzerote en Las Palmas noteren in juli 285 uur zon, Tenerife 335 uur.
Zelfs in een wintermaand
zien de Canarische Eilanden nog 170 uur zon, een aantal dat in De Bilt in een zomermaand niet
ongewoon is.
Regen valt in de zomer nauwelijks, alles valt in het winterhalfjaar. November en december zijn
de natste maanden met 21 mm in Las Palmas en ongeveer 45 mm op Tenerife. In die maanden kan het
hard regenen, de bewoners noemen dat de borascas. Dat zijn korte periodes met overvloedige regen,
veroorzaakt door depressies die ten zuiden van de Azoren ontstaan. La Retamillia op Gran Canaria
noteerde ooit 428,6 mm in 24 uur. Het record voor Tenerife is 260 mm in La Laguna op 11 april 1977.
Las Palmas noteerde ooit 239 mm in een etmaal.