







| |
Historie Prenger door drs.O.D.J.Roemeling, uitgave Gruoninga 1984
Vanaf het begin van de 16e eeuw
is dit geslacht in het oosten van de provincie Groningen
gevestigd. In 1508 komt Johan Prenger als richter in Bellingwolde
voor. Vanwaar hij kwam hebben we niet kunnen vaststellen.

 | Johan Prenger, de ouders van Johan
zijn niet bekend wel had hij 2 broers Jacob en Engelbert, die beiden reeds
in 1516 in Keulen studeerden, Jacob later richter en gezworen schrijver van
het Oldambt werd ca. 1503 geboren.Waarschijnlijk had Johan Prenger een zuster
die met een Engelken is getrouwd. Mogelijk is het geslacht afkomstig uit het
Bentheimse. De Ürbar" van het klooster Wietmarchen- gelegen tussen
Neuenhaus en Lingen, vermeldt het volgende: "De Prenger, oick woll
sumtides genomett, Catrinen, Johan, Greten, Johan, Sanders erve, Ao darfth ant
Cloister gekomen anno 1383, 10 schepel Winter roggen "Mepper mate." De
Groot vermeldt een Arnt Prenger voor 3 augustus 1469 gehuwd met Grete
Mensinck, dochter van Lambert Mensinck, schepen van Vreden en Alyde,Grete
overleed voor 9 augustus 1475.Haar tweede huwelijk moet geruime tijd voor
1469 zijn gesloten immers op 3 augustus 1469 verklaren Berndt de junge en
zijn vrouw Wemme dat"Ore Olderen" (hun ouders) hem tot bruidschat
hebben gegeven de Spiker (voorraadschuur) en Gadem(bedrijfsgebouw) bij hun
huis. Op 9 april 1470 lijftochten Arnt Prenger en zijn vrouw elkaar, terwijl
zij 7 januari 1472 aan het klooster To Groten Burlo een rente geven, ter
bekostiging an zielemissen voor hun beider zielen. Op 9 augustus 1475
ten slotte verklaart Engelbert van Kernebeke gescheiden te zijn van zijn
stiefvader Arnt Prenger. Johan Prenger als richter van Bellingwolde
vermeld 1508-1517, trouwt voor 31 mei 1516 Wybbo N. Hij komt voor het eerst
voor op 2 mei 1508, aan het charter hangt zijn zegel waarop het hier reeds
vermelde wapen(zonder helmteken).Op 31 mei 1516 dragen hij en zijn vrouw 2
akkers over aan het klooster in Ter Apel, doch zij blijven ze zelf
gebruiken.Later staat als gebruiker ervan de zoon"filius"Jacob
Prenger te boek.Hij komt voor als richter voor 1 augustus 1517.
|
 | Jacob Prenger, als richter van
Bellingwolde vermeld 1529-1555 overleden in Wedde op 24 november 1571 trouwt
voor 30 november 1530 met Anna (von) Dorgelo zij overlijd in Bellingwolde ca
28 maart 1571 is de dochter van Wulfert von Dorgelo. Vanaf 11 november 1529
tot 1555 komt hij veelvuldig voor als richter van Bellingwolde. Van hem
bleven ook enkele zegels bewaard, het hoenderregister noemt hem tot
1571/1572 daarna zijn weduwe Anna en in 1574/1575 zijn zoon Jacob Prenger,
dan is er een hiaat en komt in 1588/1589 Apalonia Prenger in het register. In
een onbekend jaar beklaagt Jacob zich bij de landsheer de Ligne dat hij door
drost Hans Hesse gevangen is gezet, wegens een vermeende valse brief, op 14
november wordt Jacob Prenger de oude verhoord (geexaminert), op 13 november
is zijn zoon, den Jungen Jacob Prenger tho Wedde geexamineert, "oft ehr
de breeff gescr hadde, want de scrift des rieves syn handt seer
verglyketh.Op 24 november anno 1571 is Jacob Prenger gestorven, de drost
meldt het overlijden aan de gravin van Arenberg en vraagt hoe hiermee te
handelen, kort daarop op 2 januari 1572 wenst de drost zich weer tot de
gravin met de mededeling dat de weduwe en kinderen Prenger zich wenden tot
de Stadhouder van Stad en Ommelanden, het verdere verloop is onbekend.Kwam
Jacob blijkbaar ellendig aan zijn einde, kort voordien in 1586 had hij
moeten doorstaan dat de troepen van Lodewijk van Nassau hem gevangen namen.
Voor 1530 huwde hij Anna van Dorgelo en maken zij te Emden hun testament.
|
 | Een Henrick Prenger komt 15
juni 1492 voor als momber van Lubbe Wichmans in het gericht Hardenberg. Naar
de Prengers in Overijssel en het aangrenzende gebied is verder geen
onderzoek ingesteld. Bekend is echter dat de naam ook in de 17e eeuw in
Hardenberg voorkomt, terwijl deze ook in Gildehaus bekend is. Aan de
universiteit van Rostock worden tussen 1549 en 1628 twaalf inschrijvingen
Prenger gevonden, alle betrokkenen komen uit Rostock zelve, zonder enige
volledigheid na te streven kan tenslotte kan nog gewezen worden op het
voorkomen van een familie Prenger te Esens (Oost Friesland) waarvan enkele
leden ca 1660 naar Amsterdam trokken.
|
 | Caspar Prenger geboren ca
1535, vermeld vanaf 1572, oud ritmeester in in 1607 en overleden in januari
1618, trouwt Hemme Nannes van Keppel.Met zijn moeder, broers en zuster wordt
hij in 1572 genoemd, blijkens de stukken van Strick (1575) dienden de drie
oudste zoons van Jacob Prenger onder de hopman Jacob Huisingh onder de
graven van Aremberg en Megen.Deze Caspar Prenger komt regelmatig voor in
rechtzaken in Groningen en Friesland ( periode 1575-1604 ).Uit het huwelijk
met Hemme komt Anna Prenger die trouwt met Aicke Ayckens Droege, die later
de naam Prenger aanneemt, zij trouwen voor 10 mei 1626. Aicke wordt als
bezitter van het sterfhuis Casper Prenger genoemd op 23 maart 1629.In 1646
gaan Aycke Aykes en zijn vrouw een schuldbekentenis van 600 dlr aan, zij
hebben twee zoons Caspar en Hans Hindrick.
|
 | Groningen 1984
|
|