Stamboom Familie Prenger 1469-2009

Vijf Eeuwen Historie

Omhoog
Prenger Stam Arnt
Prenger Wapens
Prenger Bellingwolde
Prenger Gorinchem
Prenger Sibculo
Prenger Wedde
Prenger Amsterdam
Prenger Heersjansdam

 

 

      Historie Prenger door drs.O.D.J.Roemeling, uitgave Gruoninga 1984

Vanaf het begin van de 16e eeuw is dit geslacht in het oosten van de provincie Groningen gevestigd.   In 1508 komt Johan Prenger als richter in Bellingwolde voor. Vanwaar hij kwam hebben we niet kunnen vaststellen.

Johan Prenger, de ouders van Johan zijn niet bekend wel had hij 2 broers Jacob en Engelbert, die beiden reeds in 1516 in Keulen studeerden, Jacob later richter en gezworen schrijver van het Oldambt werd ca. 1503 geboren.Waarschijnlijk had Johan Prenger een zuster die met een Engelken is getrouwd. Mogelijk is het geslacht afkomstig uit het Bentheimse. De Ürbar" van het klooster Wietmarchen- gelegen tussen Neuenhaus en Lingen, vermeldt het volgende: "De Prenger, oick woll sumtides genomett, Catrinen, Johan, Greten, Johan, Sanders erve, Ao darfth ant Cloister gekomen anno 1383, 10 schepel Winter roggen "Mepper mate." De Groot vermeldt een Arnt Prenger voor 3 augustus 1469 gehuwd met Grete Mensinck, dochter van Lambert Mensinck, schepen van Vreden en Alyde,Grete overleed voor 9 augustus 1475.Haar tweede huwelijk moet geruime tijd voor 1469 zijn gesloten immers op 3 augustus 1469 verklaren Berndt de junge en zijn vrouw Wemme dat"Ore Olderen" (hun ouders) hem tot bruidschat hebben gegeven de Spiker (voorraadschuur) en Gadem(bedrijfsgebouw) bij hun huis. Op 9 april 1470 lijftochten Arnt Prenger en zijn vrouw elkaar, terwijl zij 7 januari 1472 aan het klooster To Groten Burlo een rente geven, ter bekostiging an zielemissen  voor hun beider zielen. Op 9 augustus 1475 ten slotte verklaart Engelbert van Kernebeke gescheiden te zijn van zijn stiefvader Arnt Prenger. Johan Prenger als richter van Bellingwolde vermeld 1508-1517, trouwt voor 31 mei 1516 Wybbo N. Hij komt voor het eerst voor op 2 mei 1508, aan het charter hangt zijn zegel waarop het hier reeds vermelde wapen(zonder helmteken).Op 31 mei 1516 dragen hij en zijn vrouw 2 akkers over aan het klooster in Ter Apel, doch zij blijven ze zelf gebruiken.Later staat als gebruiker ervan de zoon"filius"Jacob Prenger te boek.Hij komt voor als richter voor 1 augustus 1517.

Jacob Prenger, als richter van Bellingwolde vermeld 1529-1555 overleden in Wedde op 24 november 1571 trouwt voor 30 november 1530 met Anna (von) Dorgelo zij overlijd in Bellingwolde ca 28 maart 1571 is de dochter van Wulfert von Dorgelo. Vanaf 11 november 1529 tot 1555 komt hij veelvuldig voor als richter van Bellingwolde. Van hem bleven ook enkele zegels bewaard, het hoenderregister noemt hem tot 1571/1572 daarna zijn weduwe Anna en in 1574/1575 zijn zoon Jacob Prenger, dan is er een hiaat en komt in 1588/1589 Apalonia Prenger in het register. In een onbekend jaar beklaagt Jacob zich bij de landsheer de Ligne dat hij door drost Hans Hesse gevangen is gezet, wegens een vermeende valse brief, op 14 november wordt Jacob Prenger de oude verhoord (geexaminert), op 13 november is zijn zoon, den Jungen Jacob Prenger tho Wedde geexamineert, "oft ehr de breeff gescr hadde, want de scrift des rieves syn handt seer verglyketh.Op 24 november anno 1571 is Jacob Prenger gestorven, de drost meldt het overlijden aan de gravin van Arenberg en vraagt hoe hiermee te handelen, kort daarop op 2 januari 1572 wenst de drost zich weer tot de gravin met de mededeling dat de weduwe en kinderen Prenger zich wenden tot de Stadhouder van Stad en Ommelanden, het verdere verloop is onbekend.Kwam Jacob blijkbaar ellendig aan zijn einde, kort voordien in 1586 had hij moeten doorstaan dat de troepen van Lodewijk van Nassau hem gevangen namen. Voor 1530 huwde hij Anna van Dorgelo en maken zij te Emden hun testament.

Een Henrick Prenger komt 15 juni 1492 voor als momber van Lubbe Wichmans in het gericht Hardenberg. Naar de Prengers in Overijssel en het aangrenzende gebied is verder geen onderzoek ingesteld. Bekend is echter dat de naam ook in de 17e eeuw in Hardenberg voorkomt, terwijl deze ook in Gildehaus bekend is. Aan de universiteit van Rostock worden tussen 1549 en 1628 twaalf inschrijvingen Prenger gevonden, alle betrokkenen komen uit Rostock zelve, zonder enige volledigheid na te streven kan tenslotte kan nog gewezen worden op het voorkomen van een familie Prenger te Esens (Oost Friesland) waarvan enkele leden ca 1660 naar Amsterdam trokken.

Caspar Prenger geboren ca 1535, vermeld vanaf 1572, oud ritmeester in in 1607 en overleden in januari 1618, trouwt Hemme Nannes van Keppel.Met zijn moeder, broers en zuster wordt hij in 1572 genoemd, blijkens de stukken van Strick (1575) dienden de drie oudste zoons van Jacob Prenger onder de hopman Jacob Huisingh onder de graven van Aremberg en Megen.Deze Caspar Prenger komt regelmatig voor in rechtzaken in Groningen en Friesland ( periode 1575-1604 ).Uit het huwelijk met Hemme komt Anna Prenger die trouwt met Aicke Ayckens Droege, die later de naam Prenger aanneemt, zij trouwen voor 10 mei 1626. Aicke wordt als bezitter van het sterfhuis Casper Prenger genoemd op 23 maart 1629.In 1646 gaan Aycke Aykes en zijn vrouw een schuldbekentenis van 600 dlr aan, zij hebben twee zoons  Caspar en Hans Hindrick.

Groningen 1984