Wat is Duchenne spierdystrofie?
Duchenne spierdystrofie is een ernstige erfelijke spierziekte
die de spieren aantast en verzwakt. De eerste verschijnselen
zijn dikwijls al zichtbaar voor het tweede levensjaar. Op den
duur kunnen de aangetaste spieren niet meer gebruikt worden.
Duchenne spierdystrofie treft nagenoeg altijd jongens. In
Nederland komt Duchenne spierdystrofie bij één op de
vierduizend pasgeboren jongens voor.
Oorzaak
Een fout in het dystrofine-gen op het X-chromosoom
veroorzaakt een tekort van het eiwit dystrofine in de
spiercelwand. Dit eiwit geeft de spieren veerkracht en
stevigheid. Zonder dystrofine beschadigen de spiercellen en
sterven ze op den duur af. Ze verdwijnen en er komt bindweefsel
voor in de plaats. Duchenne spierdystrofie is een erfelijke
ziekte die via de moeder wordt overgedragen. Zonen van een
draagster hebben 50% kans op de aandoening, dochters hebben 50%
kans om draagster te worden. In 30% van de gevallen treedt de
aandoening spontaan op waarna deze weer kan worden overgedragen.
Verschijnselen
Kinderen met Duchenne gaan vaak laat lopen, meestal pas
na achttien maanden. Omdat de beenspieren niet goed
functioneren, hebben ze moeite met opstaan vanuit hurkzit of
vanaf de grond. Ze duwen hun lichaam omhoog door zich met de
handen op de bovenbenen af te zetten. Later blijkt al snel een
motorische achterstand. Hardlopen en traplopen gaan moeizaam.
Opvallend is ook dat ze vaak met de buik naar voren en een holle
rug staan en lopen. Zij lopen waggelend en hebben meestal, door
het op de tenen lopen, spitsvoeten. De kuiten voelen hard aan en
zijn dikker dan normaal.
De spieren van met name bovenbenen en later ook de bovenarmen
zijn zwak en het uithoudingsvermogen is beperkt. In de loop der
jaren neemt de spierkracht af en de meeste kinderen hebben
tussen hun achtste en twaalfde jaar een rolstoel nodig.
Vanaf deze leeftijd ontstaan dikwijls contracturen, dit zijn
afwijkingen in de standen van de gewrichten. De gewrichten,
eerst in de benen maar later ook in de ellebogen en schouders,
kunnen niet meer goed bewegen. Ook de rug kan vergroeien
(scoliose). Een deel van de kinderen met Duchenne spierdystrofie
heeft ook een achterstand in de geestelijke ontwikkeling.
Uiteindelijk worden de ademhalingsspieren en de hartspier
aangetast. Rond het twintigste levensjaar kunnen patiënten vaak
niet meer zonder ondersteuning ademen.
Hoewel de ziekte wordt overgedragen op jongens, kunnen
draagsters (circa 20%) ook in lichte mate klachten hebben, zoals
spierkramp na inspanning. Soms komen hartspierproblemen voor.
Diagnose
De verschijnselen, het verloop van de ziekte en de
familiegeschiedenis wijzen dikwijls al op Duchenne. Als bekend
is dat de ziekte in de familie voorkomt, wordt alleen
neurologisch onderzoek en bloedonderzoek gedaan. Het bloed wordt
onderzocht op het voorkomen van de stof creatine kinase (CK).
Bij Duchenne is het CK-gehalte sterk verhoogd. In andere
gevallen vindt daarnaast een spierbiopsie plaats waarbij een
stukje spier wordt weggenomen dat onder een microscoop
onderzocht wordt. Hieruit blijkt afbraak en herstel van de
spiervezels en er kan worden bekeken of het eiwit dystrofine
normaal in het spierweefsel aanwezig is. Dit eiwit ontbreekt
(bijna) helemaal bij iemand met Duchenne. Met DNA-onderzoek kan
in veel gevallen ook een afwijking in het dystrofine-gen worden
aangetoond.
Prenataal onderzoek naar Duchenne is meestal mogelijk. Bij een
draagster kan met behulp van een vlokkentest tussen de tiende en
dertiende week van de zwangerschap aangetoond worden of de
vrucht mannelijk is en vervolgens of er een afwijking in het
dystrofine-gen is.
Behandeling
Duchenne spierdystrofie is nog niet te genezen, het
verloop van de ziekte is onomkeerbaar. De behandeling is vooral
gericht op het bestrijden en verlichten van de verschijnselen.
Van prednison is een positief effect op de spierkracht
beschreven. Dit middel wordt meestal voorgeschreven vanaf het
moment dat er sprake is van duidelijke klachten en mits er goede
controle is op eventuele bijwerkingen.
Kinderen worden behandeld vanuit revalidatiecentra die
gespecialiseerd zijn in spierziekten. De behandeling is gericht
op het stimuleren van de ontwikkeling, lichamelijk en
psychosociaal. Een revalidatiearts coördineert de behandeling
en kan daarbij verschillende deskundigen inschakelen zoals een
fysiotherapeut, ergotherapeut, logopedist, maatschappelijk
werker of diëtist.
Soms worden patiënten geopereerd aan een verkromming van de
wervelkolom. Als de ademhalingsspieren verzwakken, kan de
ademhaling ´s nachts kunstmatig worden ondersteund door
beademing via een neuskap of in een later stadium door
permanente beademing via een gaatje in de luchtpijp (tracheostoma).
Ook regelmatige controle van het hart, in principe één keer
per jaar vanaf de leeftijd van tien jaar, is aangewezen. Als er
afwijkingen ontstaan, kan al voordat er symptomen zijn, worden
gestart met behandeling ter ondersteuning van het hart.
Wetenschappelijk onderzoek
Er wordt volop onderzoek gedaan naar nieuwe
behandelingen van Duchenne. Een van de benaderingen is
gentherapie en is gericht op het inbrengen van een ´gezond´
dystrofine-gen. Ook vindt onderzoek plaats naar het inbrengen
van cellen die dystrofine kunnen aanmaken. Daarnaast wordt
gewerkt aan een methode waarbij men probeert verstorende delen (exonen)
van het gen over te slaan zodat er alsnog een beetje dystrofine
aangemaakt wordt (´exon skipping´). Aan al deze benaderingen
zitten veel haken en ogen. Het is onwaarschijnlijk dat zij op
korte termijn leiden tot effectieve behandeling in de praktijk.