Koningskerkjeteller

De pastorie

Het onderdak van de dominee

Na zijn aanstelling als predikant bemerkte Ds. Hanewinkel al snel dat de vele protestante privileges zoals die voor 1795 golden, niet meer werden toegekend. Deze privileges waren niet door de Nationale Vergadering afgeschaft, maar door het dorpsbestuur.
Hij vond onderdak buiten het dorp in een huis met een slecht dak, waarvoor hij bovendien veel huur moest betalen. In de lente van 1803 kwamen 2 leden van de protestantse gemeente van Zomeren langs. De naam en faam van Hanewinkel was wijd en zijd bekend en ze vroegen hem om predikant te worden in Zomeren. De dominee lichte de kerkeraad in en vertelde de lidmaten dat hij zijn keus nog niet bepaald had. Maar daar hij nog geen behoorlijke huisvesting in Vierlingsbeek had...
De rijke lidmaten J.A. van der Brugghen en J.J. Ernst boden hem direct een vrije woning aan, in de vorm van de oude katholieke pastorie die gebouwd was in 1708.
Op 25 oktober 1802, een half jaar na zijn bevestiging, werd de Hervormde Gemeente te Vierlingsbeek heropgericht. De dominee woonde dan wel in een pastorie maar moest daar wel een hoge huur voor betalen aan de kerkmeester. De oude schuurkerk met de pastorie waren verkocht aan het gemeentebestuur om er een nieuw raadhuis van te maken. De bovenverdieping werd bestemd als school en in het gedeelte waar Hanewinkel met zijn gezin woonde, zou de onderwijzer komen wonen.
Zijn positie was penibel en hij verzocht lidmaat G.A. van der Brugghen om wat te regelen. Op zijn beurt verzocht hij zijn neef luitenant-kolonel ir. R.T. Kraaijenhoff langs te komen om naar de situatie te kijken. Deze was directeur van de bouw van de vesting Amsterdam. De hoge officier liet zich door Hanewinkel alles van voren af aan uitleggen en was met de protestanten eens dat deze onrechtvaardigheid niet lang meer mocht voortduren.
Kraaijenhoff had het erg druk met de vestingwerken van Amsterdam, en kwam de belofte aan Hanewinkel niet na. Daarop besloot Hanewinkel op 21 november 1805 nogmaals te schrijven. De dominee kreeg per 29 november 1805 omgaande bericht dat luitenant-kolonel Kraaijenhoff de brieven ter kennisneming aan de minister van Binnenlandse Zaken had gebracht, en dat hij urenlang met de minister over de kwestie heeft geconfereerd. Mooi, dacht Hanewinkel, en stuurde direct op 7 december kopieŽn van Kraaijenhoffs brief aan de minister van Binnenlandse Zaken en aan de Hervormde Kerkeraad met het verzoek iets te regelen.
Op 17 september 1806 besloot de minister van FinanciŽn geld vrij te maken voor de bouw van een pastorie. Hanewinkel liet een pastorie bouwen aan de kerkstraat naast de Hervormde Kerk.
Ds. Hanewinkel ging in 1811 naar Warns en Schark in Friesland, na een langdurig conflict met de in het dorp hoog aangeschreven diaken W. Rink.

de Pastorie

Ds. Gerard van Bronckhorst die ook Sambeek onder zijn hoede had, werd bevestigd in Vierlingsbeek. Hij betrok de pastorie maar vond deze te klein voor zijn gezin met negen kinderen en liet er een verdieping op zetten. De dakruiter midden op het dak werd na deze verbouwing achterwege gelaten.
De laatste dominee die in de pastorie gewoond heeft was Ds. Hendrik Arie Boeser. Hij kwam van Stevensweert op 9 januari 1921 en kwam bij de bevrijding van Eindhoven op 1 februari 1945 onder een Engelse tank; hij overleefde het niet.

Bewoning na de laatste dominee

Na de oorlog ging de dominee van Boxmeer in Vierlingsbeek de dienst voor.
De pastorie werd enkele jaren bewoond door de Fam. van Heijst, waarvan Arnoldus van Heijst (17 juli 1880-11 maart 1952) vůůr de oorlog kerkvoogd was. In 1945 werd dochter Anna de eerste vrouwelijk kerkvoogd in Nederland. Dit bleef ze doen tot 1980, waarvoor ze een onderscheiding kreeg. Haar moeder bespeelde 60 jaar lang het harmonium in de kerk ze stierf op 17 september 1977 op 92 jarige leeftijd. Na het vertrek van de Fam. van Heijst kwam de afdeling Sociale Zaken van de gemeente Vierlingsbeek en vervolgens H.A.R.K. (Hulp-Aktie Rode Kruis) in het pand. In 1950 werd het voor 20 jaren verhuurd aan de Jeugdherbergcentrale te Amsterdam. Het werd een door jongeren druk bezochte jeugdherberg en de naam Huis ter Maas kwam op de gevel. Of de naam eerder voorkwam is niet bekend.
Daarna kocht de gemeente Vierlingsbeek het pand met de tuin voor 135.000 gulden. En verkocht de woning door aan leraar Verlinden uit Beers waarvan de zoon een tandarts praktijk wilde beginnen. De vriendin van de tandarts kwam uit Friesland en wilde hier niet wonen. Hierop kreeg de tweede zoon het pand. Het was toen de flower-power tijd en het was voor die tijd gebruikelijk om met een stel jongeren een pand te bewonen. Het pand werd totaal uitgeleefd.
Totdat Kenne Grťgoire het pand in 1986 op het oog kreeg en het weer goed bewoonbaar maakte. In 1997 kon hij er een goede prijs voor krijgen en op 30 maart 1998 is hij naar Deest vertrokken om weer een oud pand op te knappen.
Bert Kessels en zijn vriend Stefan Pulls werden nu de nieuwe bewoners. Centrale verwarming werd aangelegd. Door de grote vraag naar woningen en de lage rente schoot de waarde van huizen omhoog, waardoor een droom werkelijkheid werd, en vertrokken ze na twee jaar richting zuid-Spanje.
De Fam. Hendriks − Verhoeven uit Ysselstein bewonen nu, na weer een grondige verandering binnenshuis, het pand.

volgende