In de bus naar het hart van de Beemster
zijn we op deze zondagmorgen de enige passagiers. Hoe lang kunnen we nog
genieten van deze nauwelijks gebruikte sociale voorziening voor vervoersarme
groepen? Diepe rust heerst op het plein van Middenbeemster, het
enige dat nog rest van de dertien vierkante pleintjes die ooit op
kruisingen van polderwegen lagen. Die mathematische orde van vierkanten vinden
we ook terug in de hele indeling van de Beemster. De Werelderfgoedlijst is
een select gezelschap van natuurverschijnselen, gebouwen, steden en
cultuurlandschappen "van uitzonderlijk belang hetgeen hun behoud als
onderdeel van het erfgoed der gehele menselijkheid noodzakelijk maakt".
In het Unesco-rapport lezen we dat de Beemster een uniek voorbeeld
is van geplande ontginning waarbij in de vormgeving de schoonheidsidealen van de
Oudheid en Renaissance zijn toegepast. De inrichting op basis van zuivere
vierkanten geldt voor het wegenpatroon, de verkaveling, de opzet van de dorpen
en zelfs de plattegrond van de stolpboerderijen. De wegen liggen 1800 meter van
elkaar, de weteringen 900. In Nederland waren functionele rechthoekige patronen
reeds eerder toegepast bij ontginning, maar vierkanten vinden we slechts in een
drietal polders uit het begin van de zeventiende eeuw. De keuze voor het
vierkant lijkt ingegeven door een schoonheidsideaal die ook in
Renaissance-tuinen en de stedenbouw van de Italiaanse architect Paladio zijn
terug te vinden. Schrijfster Betje Wolff, de beroemdste inwoner van de Beemster,, vond haar polder prachtig. In 1774 schreef ze aan vrienden “Onze
Republicq heeft geen schoner Oort dan de Beemster….. ……… Niets haalt by
de effenheid der vierkante weiden.” Ook voorgeschreven beplanting
van iepen in plaats van de gangbare knotwilgen en elzen maakt duidelijk dat er
belang werd gehecht aan een goede vormgeving.
Het ‘Renaissance’ plein van
Middenbeemster werd ooit gebruikt als veemarkt. De ijzeren hekken zijn
zichtbare getuigen van die tijd. Nu bepalen geparkeerde auto's, schots en scheef
tussen de sporen van het verleden, het beeld.Café “’t Beemster” ligt aan
de markt en is open, maar verbaasde schoonmakers sturen ons er weer uit. Dan
maar zonder koffie het naakte weidse land in. We ritsen de jas wat verder dicht
en lopen langs het instituut “Français du Beemster” over de kaarsrechte
Middenweg het dorp uit, onze witte ademwolkjes achterna. Hollandse luchten zijn
op deze winterdag wel voorspeld maar nog niet te zien. Rijen Bomen langs rechte
wegen glimmen zwart van de mist. In de verte vermoeden we de toren van
Westbeemster.
Graan voor traan
Eind 16e eeuw was Amsterdam het
handelscentrum van de wereld. Landbouwgrond was een goede investering want de
bevolking groeide explosief. In 1607 kregen Amsterdamse kooplieden toestemming
van het Hof van Holland om de Beemster leeg te pompen. Eerdere aanvragen tot
drooglegging werden afgewezen. Vissers, vogeljagers en rietsnijders
protesteerden zoals bij droogleggingen elders. Ook rees verzet onder baggeraars
die in het meer naar klei ‘boorden’. Dit werd gebruikt om land te bemesten
en stenen te bakken. Protesten tegen het nieuwe land kwamen vooral uit de
hoek van de waterschappen en de zeescheepvaart. Door drooglegging zou een
deel van de boezem verdwijnen, wat de bemaling van andere polders kon
bemoeilijken. Hoe belangrijk de zeescheepvaart voor De Rijp en Graft was, blijkt
wel uit het feit dat even buiten deze dorpen traankokerijen lagen, waar
walvisspek tot lampolie werd verwerkt. Maar droogleggen had ook zo zijn
voordelen. Bij storm werden dorpen bedreigd en hapte de waterwolf steeds
weer grote stukken uit het land.
Korenmolen
Aan het einde van het eerste vierkant slaan
we rechtsaf de Hobrederweg in. Links staat de enige korenmolen van de Beemster.
Hij ligt aan het voormalige pleintje dat precies 1800 meter ligt van de dorpen
Midden-, West-, Noord- en Oostbeemster. Molen "de Nachtegaal" uit 1706
is nu een manege. Een grote bakstenen schuur blijkt een 'vermaning’, een
bescheiden doopsgezinde kerk. Stolpboerderijen, in de zomer verscholen achter
een scherm van bladeren, staan nu bijna naakt op het groene land. Hun
vierkante plattegrond past wondermooi in het ontwerp van de droogmakerij.
Populieren, in strenge rechte lijn, markeren het rasterwerk van wegen en sloten.
Zij hebben de plaats van de iepen ingenomen toen deze bezweken aan de iepziekte.
Het soms ontbreken en de wisselende leeftijd van de bodem doen afbreuk aan het
strakke 17de eeuwse ontwerp. Hierboven moet Bert Schierbeek gevlogen hebben toen
hij beneden Mondriaan ‘rustig in zijn eigen schilderij’ zag liggen. Kon
Mondriaan, eenzaam op zijn (zolder)kamer, doek na doek vol schilderen met zijn
eigen schoonheidsideaal, de ontwerpers van de Beemster streefden vooral naar
doelmatigheid. Enkele jaren na de ontginning werd duidelijk dat deze bij een
vierkant niet optimaal was. Veel wegen trokken nauwelijks boerderijen aan.
In de nabij gelegen Schermer werden daarom minder wegen in een rechthoekig
patroon aangelegd.
Graan na vee
Rechts liggen bloembollenvelden en wat
verder weg een verdwaald plukje fruitbomen beschermd door windsingels.
Onzichtbaar in de nevel, ligt de Stelling van Amsterdam, al in 1996
uitgeroepen tot Werelderfgoed. Honden blaffen ongevaarlijk achter een
brede sloot. “Graan na Vee” heet de boerderij die ze bewaken. Die naam
laat zien dat het gebruik van de landerijen in de loop der eeuwen nogal eens
veranderde. Op een kaart uit 1858 is bijna uitsluitend grasland te zien. De
laatste decennia is bijna de helft akkerland, waar steeds meer bloembollen op
verbouwd worden. We groeten een fietser die zich door de polder trapt. Zijn
hóóóiii komt van heel diep en klinkt als het loeien van een koe. Waar de
Nekkerweg en de Hobrederweg elkaar kruisen ligt Oostbeemster, weer zo’n
naam van orde en systeem. Bij de kruising wijkt de bebouwing iets terug. Een
aanwijzing dat ook hier een pleintje lag.
Vloek
Het gebied aan het eind van de
Nekkerweg vloekt met het extreem geordende land van de Beemster. Sloten lopen er
bochtig langs een hellend weiland vol kuilen. Het is oudland. In 1610 brak hier
tijdens een vliegende storm de dijk en liep de bijna droog gemalen Beemster weer
onder water. Tijdens herstelwerkzaamheden werd de dijk recht getrokken en bleef
het oude land achter in de droogmakerij. Even verder gaan we omhoog de Noorddijk
op. De ringvaart slingert hoog en avontuurlijk boven het land. De ‘Kuil’ met
zijn vierkanten zal vandaag niet meer betreden worden. Bij een stoomgemaal staan
molenwieken langs de dijk. Een kunstenaar stak ze in de grond op
plaatsen waar molens ooit het water uit de Beemster sloegen. Hier langs de
Noorddijk stonden er meer dan twintig op verhogingen rond de molenkolk. In
totaal maalden 43 molens de Beemster leeg. Enkele decennia later waren nog
meer molens nodig om de polder droog te houden. Door klink daalde het maaiveld
een meter en moest een vierde molentrap toegevoegd worden om het water uit
de polder omhoog naar de ringvaart te krijgen. Niet één van de 49 molens bleef
staan. We proberen het leven van de heiers voor te stellen die hier langs
de Noorddijk de bagger werden ingestuurd. In ploegen van veertig man trokken ze
aan de touwen van de hei-installatie om de fundamenten te leggen voor de molens.
Ringdijken
Op de grasdijk langs de ringvaart staan
veel hoefafdrukken, maar schapen zien we niet. Beneden aan het talud ligt het
verse kadaver van een haas. In de verte duikt een roofvogel omlaag. Bij 't Hol
ligt plotseling een gezellig wit café aan de overkant van het water. We steken
twee bruggen over en nemen plaats aan de leestafel van het café Les Deux
Ponts. Veel kun je er lezen over de Beemster. Onze leidraad, een artikel van
Hans Renes uit het Historisch Geografisch Tijdschrift ontbreekt. We beloven de
eigenaar een kopie te sturen. Weer verder langs de ringdijk met
prachtig dikke populieren. Aan de overkant van het water ligt de
Westfriese Omringdijk, ouder dan de Beemster en vreemd genoeg een stuk
lager dan de ringdijk van de droogmakerij. Het is ook een monument, maar nog
niet van de wereld. Vreemd genoeg is deze veel lager dan de ringdijk van
de Beemster. De zon breekt door. Beneden in de polder liggen sloten voorzichtig
te blinken in de winterse zon. Stil is het niet meer. De A7 en nog zo’n
verkeersader beginnen hinderlijk te brommen. Even voorbij Avenhorn, waar de
Westfriese Omringdijk naar rechts buigt, staan knotwilgen aan de voet van
de dijk. We lopen op bekend terrein en hopen aalscholvers te zien. Twee jaar
geleden schoten hier wel duizend van die vogels door het water op jacht naar
vis. Nu dobberen er alleen wat eenden in de ringvaart.
Even voor Schermerhorn ligt Portugal,
een monumentale stolpboerderij uit 1740. In het noorden van de droogmakerij
staan bijna alleen maar van zulke oude herenboerderijen. In het zuiden langs de
Volgerweg liggen ook buitenplaatsen van Amsterdamse kooplieden met tuinen vol
vierkanten en cirkels. In de zomer dreef de stank van de grachten hen naar
buiten. Hier kon de mens zich, met uitzicht over de polder, meester over de
natuur voelen. ’s Winters kozen de bewoners voor de beslotenheid van de stad.
Tegenwoordig zijn ook de boerderijen omgetoverd tot chirurgenstolpen.
Molens horen erbij?
Schermerhorn ligt op het Schermereiland,
ingeklemd tussen Beemster en Schermer.
Het sigarenwinkeltje van Schermerhorn is
nog zo’n echte sigarenwinkel waar je uitsluitend rookwaar kunt kopen,
bekend uit verhalen van grootvader. Een landweg langs de Eilandspolder voert
voorbij weilanden vol smienten naar De Rijp. De Beemster zelf is nu niet goed
meer te zien, maar de stolpen die boven de ringdijk uitsteken verraden toch de
aanwezigheid van ‘de Kuil’. Wanneer bij De Rijp de zon prachtig rood achter
de horizon zakt, houden de vier molens bij Schermerhorn op met draaien. Terwijl
er in de Beemster niet één watermolen bleef behouden, werden er in de Schermer
elf gered uit handen van de slopers. Het enige wat van de molens in de Beemster
rest zijn vier onduidelijke, flesvormige percelen aan de ringdijk. Op een van
die percelen staat een huisje met de naam Molenkolk, op een ander een
nieuwbouwwoning in de vorm van een ontkopte molen. Aan
de hand van oude kaarten blijkt dat het oude molengangen zijn. Het ontbreken
van molens en de onzichtbaarheid van de molengangen zijn een vlekje op de Werelderfgoedstatus van de
Beemster. Waarom is niet de Schermer in plaats van Beemster tot werelderfgoed
uitgeroepen? Thuis lezen we in het Unesco-rapport er nog eens op na. De Beemster
heeft als inspirerend voorbeeld gediend voor latere landaanwinningsprojecten in
de wereld is een andere overweging geweest. De Beemster is de eerste uit de
bloeiperiode van Nederlandse droogmakerijen van de zeventiende eeuw. De Schermer
is slechts het resultaat van een verbeterde toepassing van dezelfde principes.