|
Onze bestemming is Oud Kraggenburg, het
derde eiland op het droge, met even verderop een historisch waterpretpark voor
grote jongens Je kunt in dat bos havens
uit alle windstreken vinden. Wij zijn vooral geïnteresseerd in die van Lagos.
Het chaotische leven in die Nigeriaanse miljoenenstad maakte diepe indruk. Voor
één van ons het begin van een langdurig verblijf in Afrika, voor de ander niet
meer dan een tussenstop, een nachtmerrie van een hele dag. Allebei willen we er
heen, naar de haven van Lagos in die oh zo veilige Noordoostpolder.
Alles op fietsafstand
In Amsterdam miezert het. De weerman
sombert; de hele dag stevige regen. Het openbaar vervoer is sneller dan het
regenfront. Als we aan een lange polderweg bij een eenzaam geel bordje
uitstappen is het nog droog. We lopen over een langgerekt fietspad de Hollandse
steppe in. Geen huis te zien, wel plukken groen met wat herfstkleuren. Voor pak
weg een Portugees of Noor oogt het waarschijnlijk als natuur. Wij kunnen ons
eigen landschap natuurlijk wel lezen. In zo’n pluk groen staat eenzaam uit de
wind een boerderij in de polder, denken we. Dat hebben we mis. Achter de
windschermen vinden we niet een, maar steeds vier boerderijen bij elkaar, vaak
met één rijtje woningen ernaast voor wie knecht was. Over alles wat hier op de
voormalige zeebodem staat, is nagedacht. Voor de commissie, die de
Noordoostpolder net op een lijst met nog voor te dragen Werelderfgoederen heeft
geplaatst, het belangrijkste argument: “ de Noordoostpolder vormt een ultiem
voorbeeld van het geloof in een maakbare samenleving. Aan de hand van
Christallers centrale plaatsentheorie werd de Noordoostpolder integraal
ontworpen en uitgevoerd. Op basis van sociologisch onderzoek werden richtlijnen
opgesteld voor de dichtheid, positionering en ontwikkeling van winkels,
aantallen woningen en kerken”. Zo liggen alle boerderijen op fietsafstand
van een dorp, en alle dorpen in een cirkel rond Emmeloord.
Vandaag is de weidsheid niet leeg. Het is
oogsttijd. Lange bruingele strepen uien liggen op het zwarte land te drogen.
Verderop schuift een mechanisch monster, met een glazenhokje op zijn rug,
langzaam door de klei. De bestuurder is dichtbij maar onbereikbaar. Vaag horen
we het gedreun van zijn radio. Achter zijn rug spuit een lange stroom
aardappelen in de laadbak. Bij een veld met grote groene struiken vragen we ons
af wat daar groeit. Achterin het veld gooien mannen witte dingen op een lopende
band. Bloemkolen zijn het. Waar eens de golven het land bedolven, golft allang
geen halmenzee meer. Niet alleen de Zuiderzee, ook de Zuiderzeeballade is
verleden tijd.
Basaltblokken
Verderop tussen de bloemkolen ligt een
soort terp, begroeid met bomen. Uit het groen steekt een felrood kapje, het
vuurtorentje van Oud Kraggenburg. Als we dichterbij komen blijkt het bovenop een
woonhuis te staan. De zijkanten van de terp zijn bekleed met basaltblokken. Ooit
beukten daar de golven van de Zuiderzee tegenaan. Het huis lag aan de punt van
een kilometerslange strekdam die moest voorkomen dat de monding van het Zwarte
Water verzandde. Er naast moet nog een haventje te zien zijn. Een bordje
maakt duidelijk dat we niet welkom zijn. Teleurgesteld druipen we af en lopen
via een graspad, dat de oude strekdam volgt, naar de ringdijk.
Na een paar kilometer komen we bij een
bijzonder gemaal. Het pompt geen water de polder uit, maar juist erin. Jaarlijks
wordt 5 miljoen kuub water ingelaten, vroeger was dat veel meer. De bestemming
van dat water ligt aan de voet van de dijk, zo’n zes meter lager, het
Waterloopbos. Daar kabbelt overal water, door kanalen, stuwen en plassen. Een
plek die uitnodigt om even weer kind te zijn: stuwdammen bouwen zoals vroeger in
die bergbeken ergens in het buitenland. Roestige apparaten en met gras begroeide
muurtjes geven het geheel een mysterieuze uitstraling. Vandaag weerspiegelt het
water de prachtige herfstkleuren van het bos. In die plassen werden dertig jaar
lang proeven gedaan met stromend water. “Na de oorlog was er grote vraag naar
kennis van de waterstroming in havens en de golfslag tegen dijken,” vertelt
ingenieur Ton van der Meulen, die hier vroeger werkte. “De vernielde
Nederlandse havens moesten immers hersteld worden en men maakte zich grote
zorgen over de kwaliteit van de zeedijken”. Het Waterloopkundig Laboratorium
zocht goedkope grond met veel stromend water. Deze uithoek van de
Noordoostpolder bleek de beste keuze. Bovendien was in dit lemige deel van de
polder bos aangeplant. In de luwte van de bomen kon de wind niet te veel vat
krijgen op waterloopkundige experimenten.
Snippers en lijntjes
“Hier staan we op de plek waar vroeger
een schaalmodel van de haven van Lagos lag” De boswachter Klaas Althuis
heeft ons eerder in het informatiecentrum een prachtige oude foto laten zien.
Een groepje blanke en zwarte mannen in pak staat met glimmende schoenen op een
mini-strandje. Midden in het gezelschap staat een voorname man in traditionele
Afrikaanse kleding. Op het oog reusachtige golven omspoelen pieren van Madurodam
formaat. “Vanuit een hoge toren namen we foto’s om te zien hoe golven werden
afgebogen,” vertelt Ton enthousiast. “Ook gooide we papiersnippers in het
stromende water. We belichtten zolang dat de wegstromende snippers lijntjes
werden op onze foto’s. Hoe sneller de stroming, hoe langer de streepjes.”
Denkend aan Lagos zien wij scheepswrakken in de havenmond en rijen
schepen eindeloos wachtend op de rede. Of hun onderzoek deze haven
verder heeft gebracht vragen we van der Meulen. Veel wil hij er niet over zeggen.
Duidelijk is wel dat zijn adviezen op rotsige grond vielen.
In het bos is de haven van Lagos niet meer
te herkennen. Toen eind jaren zeventig de proeven alleen nog maar overdekt
werden uitgevoerd, zijn de schaalmodellen in het bos aan hun lot overgelaten.
Bomen en struiken zijn opgeschoten, gemetselde muurtjes ingezakt. De tand des
tijds heeft hier zijn werk gedaan. Slechts een verroest sluisje en wat muurtjes
verraden dat hier mensen hebben gerommeld. “Kijk,” wijst Althuis, “daar
bij dat muurtje groeit de tongvaren”. Later, in 1995, werden bijna alle
experimenten verplaatst naar Delft. Ton bleef in de polder wonen. Ooit was hij
met zestig andere ingenieurs en stafmedewerkers van het Laboratorium
systematisch over de dorpen in de polder verspreid om zo de door de gewenste mix
van hand- en hoofdarbeid te bereiken. Lang beschermde hoge hekken en
nachtwakers de kostbare meetapparatuur in het bos tegen avontuurlijke jongelui
en koperdieven. In deze beslotenheid kon hij ongestoord tussen de overwoekerde
dijkjes naar paling peuren en wandelen met zijn hond. ‘Het werk en later dat
zwerven door het bos, allebei was mooi,’ zegt van der Meulen. In 2002 was het daarmee
gedaan. Natuurmonumenten kocht het bos om huizenbouw te voorkomen en slechtte
de hekken. 27 Turkse havens
Op andere plekken in het bos is beter te zien wat hier gebeurde. Daar heeft
Natuurmonumenten de oude proefopstellingen weer blootgelegd en hersteld. Mooie
voorbeelden zijn de pieren van IJmuiden en de Maasvlakte. Maar al die
buitenlandse havens hier in de Noordoostpolder, dat maak dit bos toch wel heel
speciaal. ‘We hebben alle 57 Turkse havens langs de Zwarte Zee onderzocht,’
zegt Ton trots. De dubbelzijdige informatiepanelen maken duidelijk dat het
bos twee “gezichten” kent. Aan de ene kant lezen we de uitleg van de modellen
door Ton. Als je het paneel omkeert zie je zeldzame planten en dieren in en rond
de plassen hun plek hebben gevonden. Natuur- en cultuurbehoud gaan hier hand in
hand. |