Nederlandse landschappen in Polen
De kaart van van Veen op Home
pagina suggereert dat uitgestrekte delen
van Polen door Nederlanders zijn ontgonnen. Het gaat om twee typen gebieden,
benedenlopen van grote rivieren en veenmoerassen. Deze gebieden zijn ontgonnen
vanaf het begin van de 10de eeuw tot in het begin van de 19de eeuw. Het stadje
Paslek is in 1297
gesticht is door Hollanders en werd ook wel Pruisisch Holland genoemd. Deze oude
ontginningen maken deel uit van de trek van
Hollanders naar het Oosten in de Late Middeleeuwen. Dit is vooral terug te
vinden in plaatsnamen. Van enige zichtbare sporen is in Paslek geen sprake meer.
De
latere 16de eeuwse ontginningen zijn vooral het werk van Mennonieten die vanwege hun geloof
Nederland verlieten. Zij vestigden zich vooral in de Weichseldelta en langs de
benedenloop van deze rivier. Langs de rivieren de Notec en de Warta zijn
een tiental Mennonietenvestigingen uit het begin van de 17de
eeuw bekend. In de 18de eeuw, toen Polen onder Pruisische heerschappij
kwam, trokken een deel van deze Mennonieten verder naar het oosten. Bart Rijs laat in zijn mooie boek "Het
Hemelse Vaderland" (2005) zien dat Lutherse Hollanders zich
vestigde langs de rivier de Bug op het huidige drielandenpunt Polen, Oekraïne en Wit-Rusland.
De latere ontginningen van veenmoerassen die van Veen
aangeeft, zijn geen Nederlandse ontginningen, maar kolonies die door
Polen en Duitsers werden gevestigd op basis van het Hollands recht. Het
dorpje Polski Oledry is daar een voorbeeld van. Het kaartje van de regio
Wielkopolski geeft een beeld van het voorkomen van kolonies op basis van
Hollands recht. Dit recht gaf lijfeigenen hun (godsdienst)vrijheid in
ruil voor bewerking van woeste grond en belastingen. Chodyla (2006) schat dat er tussen 1550 en 1850
in heel Polen ongeveer 1500
nederzettingen zijn ontstaan op basis van Hollands recht. Slechts bij
een vijfde hiervan waren ook daadwerkelijk Nederlanders betrokken. |

 |