Voorbeeld 1

Onderstaande foto's werden gemaakt met;

  1. Een Nikkormat camera.
  2. Een Nikon 24-80 mm zoomlens. (Op 80 mm ingesteld).
  3. Een 3200 ASA/ISO Kodak T-MAX zwart/wit film.
  4. Ontwikkeld in T-MAX ontwikkelaar. (Volgens aanwijzing op de verpakking).
  5. Geen stopbad.
  6. Afgedrukt op AGFA-Portriga-speed (mat) papier.
  7. Papierontwikkelaar AGFA Neutol liquid WA.
  8. Omgekleurd met behulp van roodbloedloogzout. (Zie les 8)

                     

De groene tekst werd ook al bij de vorige "Voorbeelden" geplaatst, de werkwijze daarin beschreven dient ook voor deze foto.

Eerst wil ik nog graag vermelden dat de foto's die worden getoond steeds met primitieve middelen werden gemaakt, dat was bedoeld om de cursisten te tonen dat  met die primitieve middelen ook best goede resultaten mogelijk zijn. Op de academie heb ik steeds getracht creativiteit op de eerste plaats te stellen, techniek kwam op de tweede plaats. Hoewel er lampensets voor de belichting aanwezig waren, werden die vaak niet gebruikt, soms slechts één lamp en altijd zelfgemaakte reflectieschermen van wit karton aan één kant beplakt met aluminiumfolie.

Het maken van een "dubbeldruk".

Zie ook les 6 en les 8.

Hierboven twee foto's. De eerste foto werd gewoon afgedrukt, gefixeerd, gespoeld en gedroogd, enkele dagen later werd alsnog besloten de foto toch ook nog op een andere wijze te behandelen. De afdruk werd ongeveer 5 minuten in een bak water gelegd, daarna (gewoon bij daglicht) werden de randen (al bewegend) in de oplossing van het roodbloedloogzout gehouden, de gedeelten die donker moeten blijven mogen natuurlijk het minst met die oplossing in aanraking komen, de beweging dient om de overgang tussen gebleekte en niet-gebleekte delen zo geleidelijk mogelijk te laten verlopen.(Er zou ook met een wat dikker penseel kunnen worden gewerkt). Als de oplossing niet te sterk is gebeurt het bleken heel beheersbaar. Denk er aan om op tijd te stoppen. Als het bleken naar wens is verlopen de foto direct in een bak water en goed spoelen, het bleken stopt dan. (Niet fixeren) Is het beeld daarna nog niet naar wens, dan is het mogelijk (gewoon bij daglicht) de foto weer in de ontwikkelaar te leggen, de zwart-wit afdruk wordt dan weer hersteld en kan weer opnieuw met het roodbloedloogzout worden behandeld. Als de foto dan uiteindelijk klaar is, zal daglicht de gebleekte delen donkerder kleuren, dat kan men versnellen door de foto b.v. onder de hoogtezon of ander UV licht te leggen. Verschillende merken papier geven verschillende resultaten.

De tweede foto is gemaakt van hetzelfde negatief, er werd een ander negatief op gelegd, beide negatieven werden samen in de vergroter gelegd waarna de afdruk werd gemaakt. De tweede opname die voor deze foto werd gebruikt werd gemaakt aan de oever van de Rijn, het is een opname van een stukje rivieroever met wat schelpen, stenen en strepen van het stromende water in het zand. Bij het op elkaar leggen van beide negatieven bleek dat de beelden "in elkaar pasten". Bij het omkleuren werd weer dezelfde methode gebruikt als hierboven omschreven. De uiteindelijke foto werd afgedrukt op een formaat van 30 x 40 cm, daarna werd de afdruk "bijgesneden" tot het "lange" formaat. Dat laatste moet op gevoel gebeuren, ik gebruik daarbij altijd twee L-vormige witte "haken" die ik ten opzichte van elkaar over de foto kan verschuiven, zo vorm ik een passe-partout en kan ik heel makkelijk de gewenste uitsnede bepalen. De "haken" maak ik van een oud passe-partout van ongeveer 50 x 60 cm. of gewoon van een stuk wit karton. (zie figuur hieronder, bij de rode lijnen is het passe-partout doorgesneden). 

                                 

De standaardmaten van het fotopapier gebruik ik vrijwel nooit, ze voldoen naar mijn gevoel niet altijd. Vaak is het verrassend om te zien hoe positief de verandering is bij een foto met een andere dan de standaard uitsnede, een landschaps foto met horizontaal een lange uitsnede benadrukt de wijdsheid van het landschap, een kerktoren lijkt hoger met verticaal een langere uitsnede. Experimenteer hier zelf eens mee!

Ik zou het leuk vinden om eens te horen van iemand die al eens iets geprobeerd heeft met de "lessen" die ik op deze site geplaatst heb. Stuur in dat geval een email naar fotoroos@wxs.nl                                               

De foto vertoont een duidelijke korrel, de korrel zelf is scherp. Natuurlijk geeft de snelle T-Max 3200 ASA/ISO film al een veel grovere (scherpe) korrel dan de langzamere films van 100 of 200 ASA/ISO. Hoe langzamer (of hoe minder gevoelig) de film, hoe kleiner de korrel. Ook de nauwkeurigheid waarmee men de film ontwikkelt speelt hierbij een belangrijke rol. 

De film werd ontwikkeld op de wijze zoals op de verpakking van de ontwikkelaar staat aangegeven, om vlekken op de film bij het drogen te voorkomen werd na het ontwikkelen en fixeren de film gespoeld in water waaraan (enkele druppels) afwasmiddel werd toegevoegd. (zelfde resultaat als toevoeging van wetting agent) Indien er onverhoopt toch nog te weinig licht aanwezig is, kan de film eenvoudig worden opgewaardeerd tot bijvoorbeeld 6400 ASA/ISO, de verpakking van de ontwikkelaar geeft aan hoeveel langer dan ontwikkeld moet worden. In eerdere lessen (zie les 1 t/m 8) werd al uitgelegd dat het uit de hand fotograferen mogelijk is tot ongeveer 1/60 sec met een 50 mm lens. (uiteraard is ook nog belangrijk hoe vast men "terhand" is, en of men het fototoestel ondersteund door bijvoorbeeld ergens tegen aan te leunen)

Na het drogen van de film werd met de negatieven eerst een nauwkeurige proefbelichting op een strook fotopapier gemaakt, deze strook werd ontwikkeld en uitontwikkeld (dus net zolang in de ontwikkelaar laten liggen tot er geen zwarting meer optreedt, het fotopapier wel bewegen tijdens het ontwikkelen) Daarna de strook fixeren, spoelen en de de ontwikkeltijd vaststellen aan de hand van het best belichtte gedeelte van de proefstrook. 

Als algemene opmerking zou ik nog willen plaatsen (en velen van U weten dat al) dat de vergroter eerst scherpgesteld wordt op een wit stuk papier dat op de grondplank van het apparaat wordt gelegd, dat doet men met de grootste diafragmaopening, dat geeft een helder beeld voor de scherpstelling. Ook kan men  een stuk papier dan nog zodanig bewerken (een bepaalde vorm uitknippen) dat men dat als mal kan gebruiken als men bepaalde delen van de foto niet wil zien op de afdruk, tijdens het belichten schermt men die delen dan af, daarna schuift men het rode filter voor de vergroter en positioneert men het fotopapier waarop men af gaat drukken. Men draait daarna het diafragma naar een kleinere opening waardoor de scherptediepte (ook bij het objectief van de vergroter) gaat toenemen, eventuele kleine foutjes bij het precies scherpstellen kan men zo nog herstellen. Ik zelf sluit het diafragma altijd tot de kleinste waarde (natuurlijk ook bij het maken van de proefstrook) want als ik zo een belichtingstijd voor het papier vind is dat altijd een langere. Een langere belichtingstijd heeft als voordeel dat het belichten ook wat eenvoudiger is, want men kan zich voorstellen dat bij een korte belichtingstijd van bijvoorbeeld 3 seconden een foutje van 1 seconde korter of langer een groot verschil uitmaakt, makkelijk is bijvoorbeeld een belichtingstijd van 20 of 30 seconden, een seconde langer of korter maakt dan niet veel meer uit.