De groene tekst werd ook al bij de
vorige "Voorbeelden" geplaatst, de werkwijze daarin beschreven
dient ook voor deze foto.
Eerst wil ik nog graag vermelden dat de foto's die worden getoond steeds
met primitieve middelen werden gemaakt, dat was bedoeld om de cursisten te tonen
dat met die primitieve middelen ook best goede resultaten mogelijk zijn.
Op de academie heb ik steeds getracht creativiteit op de eerste plaats te
stellen, techniek kwam op de tweede plaats. Hoewel er lampensets voor de
belichting aanwezig waren, werden die vaak niet gebruikt, soms slechts
één lamp en altijd zelfgemaakte reflectieschermen van wit karton aan
één kant beplakt met aluminiumfolie.

Het maken van een
"dubbeldruk".
Zie ook les 6 en les 8.
Hierboven
twee foto's. De eerste foto werd gewoon afgedrukt, gefixeerd, gespoeld
en gedroogd, enkele dagen later werd alsnog besloten de foto toch ook
nog op een andere wijze te behandelen. De afdruk werd ongeveer 5 minuten
in een bak water gelegd, daarna (gewoon bij daglicht) werden de
randen (al bewegend) in de oplossing van het roodbloedloogzout gehouden,
de gedeelten die donker moeten blijven mogen natuurlijk het minst met
die oplossing in aanraking komen, de beweging dient om de overgang
tussen gebleekte en niet-gebleekte delen zo geleidelijk mogelijk te
laten verlopen.(Er zou ook met een wat dikker penseel kunnen worden
gewerkt). Als de oplossing niet te sterk is gebeurt het bleken heel
beheersbaar. Denk er aan om op tijd te stoppen. Als het bleken naar wens
is verlopen de foto direct in een bak water en goed spoelen, het
bleken stopt dan. (Niet fixeren) Is het beeld daarna nog niet naar wens, dan is het
mogelijk (gewoon bij daglicht) de foto weer in de ontwikkelaar te
leggen, de zwart-wit afdruk wordt dan weer hersteld en kan weer opnieuw
met het roodbloedloogzout worden behandeld. Als de foto dan uiteindelijk
klaar is, zal daglicht de gebleekte delen donkerder kleuren, dat kan men
versnellen door de foto b.v. onder de hoogtezon of ander UV licht te
leggen. Verschillende merken papier geven verschillende resultaten.
De
tweede foto is gemaakt van hetzelfde negatief, er werd een ander
negatief op gelegd, beide negatieven werden samen in de vergroter gelegd
waarna de afdruk werd gemaakt. De tweede opname die voor deze foto werd
gebruikt werd gemaakt aan de oever van de Rijn, het is een opname van
een stukje rivieroever met wat schelpen, stenen en strepen van het
stromende water in het zand. Bij het op elkaar leggen van beide
negatieven bleek dat de beelden "in elkaar pasten". Bij het
omkleuren werd weer dezelfde methode gebruikt als hierboven omschreven.
De uiteindelijke foto werd afgedrukt op een formaat van 30 x 40 cm,
daarna werd de afdruk "bijgesneden" tot het "lange"
formaat. Dat laatste moet op gevoel gebeuren, ik gebruik daarbij altijd
twee L-vormige witte "haken" die ik ten opzichte van elkaar
over de foto kan
verschuiven, zo vorm ik een passe-partout en kan ik heel makkelijk de
gewenste uitsnede bepalen. De "haken" maak ik van een oud
passe-partout van ongeveer 50 x 60 cm. of gewoon van een stuk wit
karton. (zie figuur hieronder, bij de rode lijnen is het passe-partout
doorgesneden).

De standaardmaten van het fotopapier gebruik
ik vrijwel nooit, ze voldoen naar mijn gevoel niet altijd. Vaak is het
verrassend om te zien hoe positief de verandering is bij een foto met
een andere dan de standaard uitsnede, een landschaps foto met
horizontaal een lange uitsnede benadrukt de wijdsheid van het landschap,
een kerktoren lijkt hoger met verticaal een langere uitsnede.
Experimenteer hier zelf eens mee!
Ik zou het
leuk vinden om eens te horen van iemand die al eens iets geprobeerd
heeft met de "lessen" die ik op deze site geplaatst heb. Stuur
in dat geval een email naar fotoroos@wxs.nl
De foto vertoont een duidelijke korrel, de korrel zelf
is scherp. Natuurlijk geeft de snelle
T-Max 3200 ASA/ISO film al een veel grovere (scherpe) korrel dan de
langzamere films van 100 of 200 ASA/ISO. Hoe langzamer (of hoe minder
gevoelig) de film, hoe kleiner de korrel. Ook de nauwkeurigheid waarmee
men de film ontwikkelt speelt hierbij een belangrijke rol.
De
film werd ontwikkeld op de wijze zoals op de verpakking van de
ontwikkelaar staat aangegeven, om vlekken op de film bij het drogen te
voorkomen werd na het ontwikkelen en fixeren de film gespoeld in water
waaraan (enkele druppels) afwasmiddel werd toegevoegd. (zelfde
resultaat als toevoeging van wetting agent) Indien er onverhoopt toch
nog te weinig licht aanwezig is, kan de film eenvoudig worden
opgewaardeerd tot bijvoorbeeld 6400 ASA/ISO, de verpakking van de
ontwikkelaar geeft aan hoeveel langer dan ontwikkeld moet worden. In
eerdere lessen (zie les 1 t/m 8) werd al uitgelegd dat het uit de hand
fotograferen mogelijk is tot ongeveer 1/60 sec met een 50 mm lens.
(uiteraard is ook nog belangrijk hoe vast men "terhand" is, en
of men het fototoestel ondersteund door bijvoorbeeld ergens tegen aan te
leunen)
Na het drogen van de film werd met
de negatieven eerst
een nauwkeurige proefbelichting op een strook fotopapier gemaakt, deze
strook werd ontwikkeld en uitontwikkeld (dus net zolang in de
ontwikkelaar laten liggen tot er geen zwarting meer optreedt, het
fotopapier wel bewegen tijdens het ontwikkelen) Daarna de strook
fixeren, spoelen en de de ontwikkeltijd vaststellen aan de hand van het
best belichtte gedeelte van de proefstrook.
Als
algemene opmerking zou ik nog willen plaatsen (en velen van U weten dat
al) dat de vergroter eerst scherpgesteld wordt op een wit stuk papier
dat op de grondplank van het apparaat wordt gelegd, dat doet men met de
grootste diafragmaopening, dat geeft een helder beeld voor de
scherpstelling. Ook kan men een stuk papier dan nog zodanig
bewerken (een bepaalde vorm uitknippen) dat men dat als mal kan
gebruiken als men bepaalde delen van de foto niet wil zien op de afdruk,
tijdens het belichten schermt men die delen dan af, daarna schuift men het
rode filter voor de vergroter en positioneert men het fotopapier waarop men
af gaat drukken. Men draait daarna het diafragma naar een kleinere
opening waardoor de scherptediepte (ook bij het objectief van de
vergroter) gaat toenemen, eventuele kleine foutjes bij het precies
scherpstellen kan men zo nog herstellen. Ik zelf sluit het diafragma
altijd tot de kleinste waarde (natuurlijk ook bij het maken van de
proefstrook) want als ik zo een belichtingstijd voor het papier vind
is dat altijd een langere. Een langere belichtingstijd
heeft als voordeel dat het belichten ook wat eenvoudiger is, want men
kan zich voorstellen dat bij een korte belichtingstijd van bijvoorbeeld
3 seconden een foutje van 1 seconde korter of langer een groot verschil
uitmaakt, makkelijk is bijvoorbeeld een belichtingstijd van 20 of 30
seconden, een seconde langer of korter maakt dan niet veel meer uit.