Terug
naar <<HISTORIE>> Verder naar <<
STAMREEKS-ARCHIEF
>>
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Hoe het allemaal
begon

(Tekst:
Louis Knipscheer – Secr.Archivaris)
Constant
Johan Laurent Knipscheer,
geb. 20.04.1852 (384)
was
in Nederland de eerste Knipscheer, die meer van zijn familiegeschiedenis wilde
weten.
Hij werd in Alkmaar geboren en
overleed in 1918 in 's-Gravenhage.
Hij wist van zijn afkomst uit
het Brabantse en gaf A.F.van Beurden,
landmeter van het kadaster en 1e
secretaris van het Prov.Gen.“Limburg”,
opdracht tot het samenstellen
van een stamboom en het schrijven
van een korte geschiedenis van
het geslacht Knipscheer.
Van Beurden deed voornamelijk
onderzoek in het Noord-Brabantse
geslacht en verzamelde de
gegevens in een eigen uitgave in 1905,
gedrukt door de
“Nieuwe drukkerij Leo Reijners” in Roermond,
onder de titel :
'Geschiedenis
van
het Noord-Brabantsche Geslacht
CNIPSCHEER
of KNIPSCHEER'.
~~~~~~~~
klik <<hier>>
voor omslag boekje
De gegevens hierin waren
overigens niet compleet.
Constant heeft voornamelijk zijn
eigen aftakking uitgewerkt.
De afstamming naar Rotterdam
werd niet behandeld.
Ook de in Den Hout wonende tak
werd veronachtzaamd.
Hij noemt zelfs een verkeerde
Petrus (197) als stamvader van de Den Houtse tak.
Een jaar later werd, ook in
opdracht van Constant, een boekje uitgegeven
over het
geslacht van zijn moeder, het
oud adellijke Luiker geslacht ‘De Loen de Kemexhe’,
dit al
speciaal in verband met de families ‘Van Sanen’ en ‘Koorn’.
Constant kwam uit een
vooraanstaande familie en dat wist hij.
Zowel zijn overgrootvader als
zijn grootvader studeerden medicijnen en werden
respectievelijk
‘heelmeester’ en ‘doctor’.
Zijn vader was ‘Inspecteur der
Registratie en Domeinen’ in Roosendaal en
hij zelf werd
Cavalerieofficier. De naam Knipscheer vond hij lelijk.
Daarom nam hij krachtens
Koninklijk Besluit,
de familienaam van zijn moeder
bij die van zijn vader.
Zijn familienaam luidde dus ‘Knipscheer-Koorn’.
Hij noemde zich verder:
‘Seigneur de Groot Schermer,
Schermerhorn & Westmijsen’.
Hij maakte veel geld met
‘olies’, woonde enige tijd in San Francisco en
daarna nog even in Parijs.
Toen Cornelis Jozef Knipscheer,
geb. 17.08.1906 (478) in Den Hout,
dit boekje later (in 1925) in
handen kreeg, was dit voor hem aanleiding
om het werk van v. Beurden te
perfectioneren en af te maken.
Reeds in zijn studietijd maakte
hij ruimte voor onderzoek in zijn Brabantse tak,
maar daarmede ontdekte hij ook
de Noord-Nederlandse Schipperstak
en nog een tweetal andere
takken, die nog niet waren aan te sluiten.
Hij deed zijn onderzoeken door
het bezoeken van diverse
Gemeente- en Rijksarchieven in
's-Hertogenbosch,
Arnhem, Nijmegen, Dordrecht,
Rotterdam, Amsterdam en Utrecht.
Hij bezocht ook andere
naamgenoten,
die hem aan veel informatie
konden helpen, zoals Ds. Fr.S. Knipscheer,
Predikant te Zaltbommel en
Veldprediker, later wonende in Bloemendaal
en Dr H.M. Knipscheer, Apotheker in Amsterdam.
Deze laatste vond in 1927 een
Duitse dienstbode Anna Knipscheer in De Bilt
en via haar kwam men met de
Duitse tak in contact,
en wel bij Max Knipscher in
Krefeld.
Gedrieën kreeg men in die jaren
een regelmatig contact met hem,
alsmede met zijn rechterhand; Wilhelm
Knippscheer uit Mülheim.
Het contact met Max blijkt later
van zeer veel betekenis te zijn voor
informatie over onze
schipperstak. Max had in zijn
onderzoeken
naar de
NiederRheinisch-Hollandische Schiffer de ondersteuning van
Hans Heubes, die naast de
onderzoeken in zijn eigen familiestam Heubes,
nog een 7-tal andere onderzoeken
deed, waaronder die
van de Knipscheren
Rijnschippers.
Zijn grootmoeder was nl. Maria
Hubertine Therese Knipschaar,
die huwde met Peter Joseph
Friedrich Ritsenhoff.
Dochter Therese huwde met Jean
Heubes, waaruit Hans Heubes werd geboren.
In die tijd was Genealogie in
het zogenaamde derde Rijk erg populair
en werd het door het Nationaal
Socialisme zeer gepropagandeerd.
Er ontstond bij Max dan ook een
prachtig archief van de
Duits-Nederlandse Knipscherentak.
In Duitsland kwam men ook als
eerste tot het organiseren van een familiedag;
'Sippentag Knipscheer in Mulheim'
op 18 september 1938.
Max Knipscher en Hans Heubes
waren hier aanwezig,
maar ook kapelaan C.J.
Knipscheer,
die een lezing gaf over zijn
onderzoektocht in Nederland.
Onderzoeker Ds F.S. Knipscheer
heeft reeds in begin twintiger jaren
een verzameling gemaakt van
kerkelijke archivalia.
Deze gegevens werden later
verwerkt in een door hem opgerichte ‘NV IKA’
(Incideren van Kerkelijke
Archivalia).
Deze gegevens gingen later naar
het Bureau voor Historische Demografie
en zijn uiteindelijk opgenomen
bij het
CBG (Centraal Bureau Genealogie)
in Den Haag.
Het onderzoeksteam werd in de
loop der jaren versterkt door de twee
gebroeders A.W. en A.H.Th.
Knipscheer uit resp. Baarn en Soest
en tevens nog bijgestaan door
Kolonel J.M. Knipscheer uit Den Haag.
A.H.Th. nam al direct de
correspondentie op zich en de Kolonel
zocht naar zijn afkomst.
Hij was de zoon van Martinus,
een hotellier uit Bemmel.
Deze tak kon maar niet aan de
schipperstak worden gekoppeld.
Dan was er nog een Gereformeerde
tak,
welke werd onderzocht door C.Ph.
Knipscheer uit Apeldoorn en
diens achterneef J.H. Kn. uit
Hoek van Holland.
Ook deze tak was nog niet aan te
sluiten aan de schipperstak.
Zo ontstond een stamboom
van <<4
Knipscheer families>> opgetekend
door Corn.J. Knipscheer
(kapelaan).
Deze stamboom werd gepresenteerd
op een 7 meter lange rol tijdens een
in 1939 georganiseerde eerste
Knipscheer bijeenkomst in Nederland
gehouden op 15 januari in
Utrecht. Klik <<hier>>
voor de groepsfoto.
Tijdens deze
bijeenkomst werd officieel
de
‘Genealogische
Vereniging Knipscheer’
opgericht.
A.W. Knipscheer werd gekozen als
voorzitter,
Kolonel J.M. Kn. als 2e
voorzitter, A.H.Th. Kn. als
secretaris,
Corn.J. Kn. als
2e secr./archivaris en Dr.
H.M.Kn. als penningmeester.
Ds F.S. Knipscheer, inmiddels
als emiraat verhuisd naar Bloemendaal,
werd benoemd tot
Ere Voorzitter.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------
<<terug
naar boven>>