Home

1. Tijd voor een ontmoeting, april 2008
2. Manila, de oude stad.
3. Manila Makati
4. Ta-al vulkaan
5. Met de bus naar het noorden
6. Hundred Islands
7. Anda
8. Terug naar de basis, op familiebezoek.
9. Onverwachte ontmoetingen
10. Bolinao
11. Harvent School
12. Baby Arenas
13. Mountain Province
14. Banaue
15. Baguio
16. Dagupan
17. Binmaley
18. Afscheid nemen
19. Terug naar huis

Reageer contact

1. Tijd voor een ontmoeting, april 2008

Het moment waarop we Glenn O. Fontanilla gaan ontmoeten komt in zicht. We leerden haar kennen via PLAN. Sinds januari 1990 waren er briefuitwisselingen –eerst via PLAN, later rechtstreeks-, e-mail wisselingen en een aantal telefoongesprekken. Nu is Glenn 22 jaar en ze heeft haar opleiding tot onderwijzeres bijna afgerond.

Vandaag, 28 maart 2008 zijn we klaar om Glenn te gaan ontmoeten. De reis naar Manila is een vlucht van 12 uur en 10 minuten, een behoorlijke beproeving voor ons gevoel van tijd. Om even voor 1 uur lopen we op Schiphol op weg naar de KL 803 richting gate f8. We hebben stoelen gereserveerd aan stuurboord, aan het raam en achter de vleugel. We krijgen een vroeg diner en om een uur of 5 een noedelsoepje. Als we over Urumqi vliegen zijn we al over de helft van de afstand, en is er nog 5 uur en 40 minuten te gaan. Omstreeks middernacht in Nederland wordt het buiten al licht. We zien op een km of 10 onder ons de stad Chongqing en het is nog maar 3 uur vliegen. Dat was een kort nachtje. Luzon vliegen we vanuit noordelijke richting aan. Het is licht bewolkt. Het zicht is goed. We zien de kustlijn en een enkele brede gortdroge rivierbedding liggen. Manilla komt in beeld; ook hoge flatgebouwen. Vlak voor de landing scheren we laag over de uitgestrekte woonwijk Parañaque; laagbouw met daken van geroest golfplaat. Kort na onze landing rollen onze koffers op een loopband de aankomsthal binnen. Bij een geldautomaat nemen we 30.000 Php op. We kunnen onze horloges nu 7 uur vooruit zetten. Het is dus even voor 10 uur in de ochtend en we haasten ons naar buiten, naar de letter G. We zijn al voorbereid op de buitentemperatuur: 35 ° C. Vanaf nu is het wachten op wat er komen gaat. Dan stopt er pal voor ons een wagen op de weg. Het zijn Jon en Janet Gatchalian die ons komen ophalen, wat een perfecte timing. Ik trek een bos zijden tulpen voor ze uit onze koffer. Het ijs is gebroken. In de file op weg naar ons logies maken we nader kennis met elkaar. Ze zeten ons af bij het nieuw ingerichte logeerhuis van UP Diliman en we krijgen een kamer met bed, WC, wasbak, tafel, kast en douche toegewezen. De conciërge is onze gastvrouw; klein, tenger en behoorlijk bewapend. Met een zelfservice en deze afgelegen locatie zijn we de koning te rijk. Het is voor ons ook best behoorlijk wennen. Op advies gaan we even verderop, bij Chocolate Kiss, een hapje eten. De kamersleutel moet bij vertrek worden ingeleverd en die enige eetgelegenheid in de wijde omtrek blijkt echt zeer gewild te zijn. Tot buiten toe staat een rij wachtenden. Onze namen moeten in een gastenlijst worden bijgeschreven, en gelukkig duurt het niet al te lang voor we aan een tafeltje kunnen plaatsnemen. De verkoeling door de airco is een verademing. Het doet ons de maaltijd met veel vers mangosap nog beter smaken. Voor een prijs van 387 Php, zegge € 5,80 per persoon is het eten zeker betaalbaar. (1 peso anno april 2008 is € 0,015, € 1 is 66,65 Php)

1 99. philippijnen 001 6. IMGP5662 10. IMGP5667 16. IMGP5678

Buiten rent een grote schare jongens en meisjes in middelbare schoolleeftijd opgewonden heen en weer. Gehuld in witte capes en wijs met witte hoofddeksels op het hoofd gaan ze op de foto. Binnen zijn de voorbereidingen voor hun graduation ceremonie in volle gang. Wij zullen het feest niet meemaken. We slenteren terug naar onze kamer. Het is warm. In ons vertrek zijn inmiddels een warm- en koud water apparaat, een waterkoker, twee kopjes en twee glazen gebracht. Aan een print van de plattegrond van het universiteitsterrein wordt nog gewerkt. We vallen om van de slaap en geven daar voor de duur van twee uur aan toe. We willen uitgerust zijn voor onze afspraak met Fina Lumpas, de secretaresse van de dean. Ze heeft beloofd ons het terrein van de Universiteit te laten zien en haar vriendin gaat ook mee. Het is een beste wandeling met een verplichte stop bij het symbool voor de academische vrijheid: een beeld van een naakte man. Fina legt uit, dat we op deze plek toch echt samen op de foto moeten. Dan lopen we door en kopen in een winkel voor levensmiddelen wat eten voor het ontbijt: paars gekleurde cake en kippenworstjes in blik. Dan moeten we aan een rit in een jeepney geloven. Het is vervoer op maat voor Filippinos, maar wat ons betreft niet de ideale manier om naar het gastenverblijf terug te komen.

2. Manila, de oude stad.

Er valt nog net een straal zonlicht op het zitje in de gang. Er zijn geen andere gasten in het logies en ik voel me vrij om blokfluit te spelen. De melodie van Bayan Ko weergalmt in de kale ruimte. Vanachter de tralies zien we verkeer langs rijden. We nemen een heerlijk verkwikkende koude douche en willen een taxi nemen naar het oude stadsdeel van Manila, maar onze waakzame gastvrouw heeft een beter idee. Zij wil de taxi voor ons bellen en houdt er rekening mee dat niet alle taxichauffeurs zich even onberispelijk gedragen. We laten het graag aan haar over, maar voor alle zekerheid noteren we bij het instappen toch ook het telefoonnummer dat op de binnenkant van de deur van deze taxi staat. Het staat daar om slecht rijgedrag te kunnen melden, maar het verhaal gaat, dat noteren van een nummer preventief kan werken. Bij instappen staat de meter op het basisbedrag: 30 Php en na een rit van zo’n drie kwartier worden we afgezet in de historische wijk Intramuros. We betalen de chauffeur 200 Php, inclusief fooi van circa 10%, een normaal bedrag. Er staat een professionele gids in de startblokken om ons rond te leiden, maar we bedanken vriendelijk. We zoeken liever zelf onze weg. Op veel plaatsen staan grote informatieborden waarop de geschiedenis van het land staat beschreven. We zien veel nieuwbouw en lezen dat alle oude gebouwen in dit stadsdeel tijdens de Amerikaanse aanvallen in tweede wereldoorlog met de grond gelijk zijn gemaakt. Alleen de oude muur, die het gebied van 64 ha omsluit is nog de originele.

21. IMGP5687 Manila cathedral 22. IMGP5690 23. IMGP5691 27. IMGP5702

Manilla Cathedral is indrukwekkend, maar wij krijgen niet lang de tijd om het gebouw vanaf het Plaze Roma te bewonderen. We worden aangesproken en bijna achtervolgd door verkopers en door een bedelende vrouw met kind. We blijven lopen en slaan een bezoek aan de kerk noodgedwongen over. Van het grootste orgel van Azie - 4500 pijpen van Nederlandse makelij - hebben we geen klank gehoord. Pas bij aan de noordkant van het Intramuros complex komt er weer wat rust en zijn we onze achtervolgers kwijt. Bij de poort betalen we 50 peso entree per persoon. De weelderige plantenteelt in een goed verzorgd park is als een oase. Er is een terras en er zijn wat souvenir winkeltjes. En op weg naar Fort Santiago -het belangrijkste verdedigingswerk van de stad- komen we nog langs een galerij van borstbeelden van voormalige presidenten. Bij Memorare Manila laat ik me overhalen om een gastenboek te tekenen. Te laat ontdek ik dat het de bedoeling was geweest, dat ik hier een bedrag van donatie voor herstel van de historische plek in bij schrijf. Ik zet toch mijn handtekening. Op weg naar buiten zien we bij de uitgang een wit kruis, een monument voor de vele Filipijnse gevallenen in oorlogen. We lezen hoe de mensen op wrede wijze en onder erbarmelijke omstandigheden om het leven kwamen, een geschiedenis om zeker wel bij stil te staan. Vlak bij de poort naar de vroegere monding van de rivier Pasig staat een koperkleurig beeld van een soldaat. Het hangt achteloos tegen een paal en is behoorlijk haveloos. Het beeld lijkt bijna uit te drukken dat de strijd hier is nu wel is gestreden. Een tochtje langs de 4.5 km lange muur kan ons dichter bij het verleden brengen, maar die muur is niet overal even begaanbaar. We hoeven ook niet te lopen. Er komt een oudere man op ons toe. Hij biedt ons aan voor een bedrag van 600 peso in zijn prachtige kalesa met goudgekleurde wielschermen langs de buitenmuur te rijden. Zijn paardje ziet er goed verzorgd uit. Een jongen heeft het dier net drinken gegeven. Zonder over de prijs te willen onderhandelen stappen we in de koets. De koetsier is duidelijk in zijn nopjes. Hij praat honderd uit en wij doen onze uiterste best om zijn engels te verstaan. Bij één van de hoektorens stappen we uit voor een korte wandeling op de muur. Staand op een van hoektorens kijken we uit over een strak aangelegd golfterrein en er komt een gesprek op gang. Volgens de koetsier is een sluipend gevaar in de stad nu wel geweken. Hij vertelt dat er vroeger een slotgracht was met daarin gevaarlijke krokodillen. Het stilstaand water was bovendien de bron van de verspreiding van gele koorts. Hij zegt blij te zijn met de vooruitgang. Bij de ingang van de club staan dan wel mensen met geweren, maar die horen bij het gewone straatbeeld. En dat is blijkbaar een kwestie van wennen. Na een ritje van nog geen uur zijn we terug in Fort Santiago en bij een laatste rondje wijst de koetsier ons nog even op in koper uitgevoerde voetafdrukken op het asfalt. Ze markeren de laatste stappen die verzetsheld Dr José Rizal liep naar de plaats waar hij in 1896 door de Spanjaarden ter dood werd gebracht. Hij werd beschuldigd van aanzet geven tot een revolutie tegen de kolonisator.

De eerste bewoners van het eilandenrijk der Filippijnen bereikten naar schatting zo’n 30.000 jaar geleden het land over de toen bestaande landbruggen vanuit Borneo en Sumatra. Deze mensen van Malay trokken later op in noordelijke richting. Omstreeks de 9de eeuw vestigden zich Chinese handelslieden in de stad Manilla. De Arabieren brachten in de 14de eeuw de Islam bij de bevolking. In de 16de eeuw hebben de Spanjaarden -onder aanvoering van Ferdinand Magellan- het land gekolonialiseerd. Hun komst heeft het Romaans Katholieke geloof bij de mensen gebracht. In 1898 werden de Verenigde Staten de nieuwe kolonisator. De Amerikanen hebben veel in onderwijs en infrastructuur geinvesteerd. In 1935 werd met de ondertekening van het Tydings-McDuffie Act een aanzet gedaan tot instelling van een zelfstandig regime op de eilanden van de Filippijnen. Onder leiding van de nieuw gekozen president Manuel Quezon was de verwachting dat het land zich in de loop van 10 jaar tijd zou kunnen ontwikkelen tot een zelfstandige democratie. Aanvakelijk werd Filippijnse politiek beheerst door zo’n 400 rijke families die in onderlinge rivaliteit posities en banen onder elkaar verdeelden. De landing van Japanse troepen op 8 december 1941 gaf een geheel andere wending aan de ontwikkelingen. De Japanse bezetters kreeg binnen een half jaar controle over het hele land. Ze bleven tot de Amerikanen hen in september 1945 na een bloedige strijd verdreven. De weg naar onafhankelijkheid kon weer worden opgepakt. Op 4 juli 1946 werden de eilanden van de Filippijnen officieel uitgeroepen tot een republiek onder president Roxas. De recente geschiedenis laat zien dat de ontwikkeling tot democratie een proces van strijd, vallen en opstaan met een lange adem is.

29. IMGP5695 port Santiago 31. IMGP5701 doorgang naar Pasig rivier 32. IMGP5705 golfclub intramuros 39. IMGP5713 Barbara's

Onze koetstocht eindigt buiten de poort van Fort Santiago, voor de deur van een fast food restaurant. Bij het uitstappen wordt onze aandacht volledig opgeëist door een groepje bedelende jongens. Snel betalen we de koetsier en gaan dan op zoek naar een andere eetgelegenheid. Het jongensgroepje haakt onverrichter zaken af. Met de Lonely Planet in de hand vinden onze weg naar Barbara’s, waar een regenbui ons langs een bewapende portier naar binnen jaagt. We strijken neer aan een tafeltje tussen twee binnenplaatsen, overdekt en in de buurt van een grote ventilator. Het buitje is zo over en geeft weinig verkoeling. Bij een glas vers mangosap en een Westers belegd broodje maken we plannen voor de middag. Het idee om naar de Chinese en naar de Amerikaanse begraafplaats te gaan gooien we na een gesprekje met een verkoper in de souvenirwinkel overboord. We gaan wandelen in het Rizal Park; daar waar iedereen op een mooie zondag ontspanning zoekt. Het park ligt op loopafstand en het is er gezellig druk. Het bruist van de activiteiten. Op een openlucht podium oefenen jongeren in traditionele dansen op live muziek. Onder een boom wordt les gegeven in een verdedigingstechniek. Als we langs lopen klinkt een “Hey Jo”. We houden de pas in en krijgen een demonstratie over hoe je een belager met steekwapen snel in een houdgreep zou kunnen nemen. Dat houden we snel voor gezien. Ik deel een handkus uit en we lopen door. De les gaat met een lach verder. Even verderop is een grote groep mensen in rode shirts. Iedereen zingt tekst van blad. Nieuwsgierig als we zijn, lopen we er naar toe en voor we het goed in de gaten hebben zijn we midden in een bijeenkomst van een politiek soort beland. We moeten er zo snel mogelijk doorheen lopen en op onze hoede zijn. Vlak voor ons vertrek uit Nederland lazen we nog op de website van het ministerie van buitenlandse zaken een dringend advies om samenscholingen te mijden. We lopen verder in de richting van de haven. Overal zijn kiosken waar je water en versnaperingen kunt kopen. Vliegers en ballonnen worden door een rond lopende verkoper aangeboden. Voorbij het Rizal monument komen we op een grote parkeerplaats waar onderlinge wedstrijden tussen de brandweercorpsen van verschillende wijken van de stad worden gehouden. Veel publiek is er niet, maar dat mag de pret niet drukken. Wij blijven ook niet al te lang kijken. We willen de scheepvaart in de baai van Manilla nog zien, maar die is er niet. Wel zijn er mensen die verkoeling zoeken in het zwaar vervuilde water. De taxi, die ons terug kan brengen naar ons logeeradres, zoeken we bij de ingang van het golfterrein. We hoeven er niet lang op te wachten.

41. IMGP5718 karabou 42. IMGP5719 Rizal statue 43. IMGP5723

Terug in onze kamer ploffen we moe neer op ons bed, maar voor we in een diepe slaap kunnen vallen gaat de telefoon. Het is Pete Gatchalian. Hij en zijn vrouw May zijn net terug uit Shanghai en hij stelt voor om ons op te halen voor een etentje bij hun zoon Jon en zijn vrouw Janet. We zijn dubbel blij met de uitnodiging en het is een hele opluchting dat we niet samen in het donker de straat over hoeven voor een bezoekje aan Chocolade Kiss. Dit is onze kans om het echtpaar Gatchalian eindelijk eens persoonlijk te kunnen bedanken. Ze hebben ons enorm geholpen bij het begeleiden van Glenn na de PLAN periode en op de weg naar een passende opleiding. Het is geweldig te ervaren hoe in de loop van die vier jaar het onderlinge vertrouwen is gegroeid. We krijgen een gastvrij onthaal bij de familie. Er wordt speciaal voor ons een grote ventilator in stelling gebracht om verkoeling te geven en we krijgen ieder een fles San Mig aangeboden, volgens hen het beste Filipijnse bier. Na een gezellige avond krijgen we het advies om de volgende dag de hypermoderne wijk Makati te gaan zien. Zelf moet het echtpaar helaas bij de ambassade langs om een visum voor hun reis naar Europa aan te vragen. Onze blijken van dank verbleken, als we een uitnodiging krijgen om met hen een dag later de vulkaan Ta-al te gaan zien. Ze willen het uitje graag combineren met een familiebezoekje daar niet ver vandaan. Het kan niet anders of ons bezoek aan Glenn en de kennismaking met de Filipijnen moet een succes worden.

3. Manila Makati

Voor dag en dauw lopen we naar het winkelcentrum van de universiteit. Dachten we onze reis zo goed voorbereid te hebben, zijn we toch nog iets vergeten. Om de batterijen van een mobiel of van een fototoestel nu en dan op te kunnen laden heb je in de Filippijnen wel een verloopstekker nodig. Nu kun je die in het moderne zakencentrum van Makati vast wel ergens kopen, maar dat zou ook goed als zoeken naar een speld in een hooiberg kunnen zijn. In een klein buurtwinkeltje vinden we snel de weg en even later zijn we met adapter terug in het logies en worden we voorgesteld aan de Dean van UP Diliman University, Prof. Jorge V. Sibal. Zijn kantoor is in hetzelfde gebouw als ons logies. Er is maar even tijd voor een gesprek; de taxi laat niet lang op zich wachten. De chauffeur is als een gids. Tijdens de rit naar Makati vertelt hij over de omgeving en het lijkt of de exclusieve woonwijken van de welgestelden ons niet mogen ontgaan. Ook de plaats waar velen in de periode rond 1980 en 1990 de straat op gingen om aandacht te vragen voor democratie gaat niet onbewust aan ons voorbij. We worden afgezet bij het standbeeld van Ninoy Aquino, de oud-president die werd vermoord.

45. IMGP5728 50. IMGP5748 beveiliging met wapens 52. IMGP5744 Noorse ambassade 53. IMGP5745

We staan in een goed verzorgde omgeving, lopen tussen hoge flatgebouwen, langs bewapend bewakingspersoneel en stuiten na een klein uur dwalen op een bijna drooggevallen maar duidelijk zeer vervuilde gracht. De zon staat recht boven ons, trek in lunch. We willen koers zetten naar een park, maar dat is een lastige opgave. Het wordt dolen tussen hoge gebouwen aan lange rechte straten met weinig zicht op blauwe lucht. De schroom om hulp te vragen bij de vriendelijke bewakers wordt met de minuut kleiner, maar goed bedoelde raad kan niet voorkomen dat we vier keer dezelfde straat aflopen voor we in het Greenbelt Park neerstrijken op een terrasje. We doen ons tegoed aan een Amerikaanse lunch en gaan vroeg in de middag op zoek naar het Ayala museum over de Filipijnse cultuur, kunst en geschiedenis. Helaas is het museum gesloten op maandag. We hadden het kunnen weten. In de Lonely Planet stond het zwart op wit. Een koele ruimte lijkt ons bij de heersende temperaturen een goede plek om te zijn en we raken verzeild in een mega boekenwinkel waar we op zoek naar de Filipijnse cultuur tegen een prachtige boekenserie over Filipijnse mythen en sagen aan lopen. (ISBN # 971-91939-4-8 te bestellen via maguilar@i-manila.com.ph) De boeken zijn te zwaar om nu al te kopen, maar goed om in gedachten te houden.

55. IMGP5751 jeepney in Makati 56. IMGP5752 mangoverkoop 60. IMGP5756 Greenbelt park

In de overdekte hal van de Mall rijden kinderen rond op elektrisch voortbewogen pluche knuffelbeesten. Op de achtergrond klinkt het geluid van schieten. Jong en oud zijn ieder voor zich in de ban van een machtig spel. De Filipijnen is een land van grote contrasten. In merkwaardig lage winkelrekken zoeken we nu al naar souvenirs en ansichtkaarten. We doen een greep uit beelden van plaatsen waar we nog denken te komen. Postzegels zijn niet te koop, alleen beschreven kaarten kunnen worden gestempeld, maar daarvoor is het nog te vroeg. We maken een keuze uit prachtige handgeschilderde T-shirts in de schappen en op zoek naar een eetgelegenheid lopen we terug naar Greenfields Park, daar waar een grote concentratie restaurants is. We gaan aan tafel in een restaurant met Filipijnse keuken en bestellen gerechten met grote garnalen en melkvis. In afwachting van de maaltijd ontdekken we dat we twee oproepen op ons mobiel hebben gemist en we bellen terug. We krijgen een bezorgde gastheer aan de telefoon. Hij wil weten waar we zijn. Men had ons toch al terug verwacht in het logies. Het eten wordt opgediend en dus is het gesprek kort. “Take care”, horen we hem nog zeggen. En die raad volgen we op als we op zoek moeten naar een taxi. Op de website van het ministerie werden we ook nog eens gewezen op de kleine kans op een ontvoering met gebruik van grof geweld of bedwelming. We lopen naar het dichtstbijzijnde drukke verkeerspunt. Het is een goed verlicht kruispunt en we slagen er met spontane hulp van de verkeersregelaar na enige tijd in om een taxi aan te houden. De man heeft zijn bordje achter de voorruit niet neergeklapt en is dus vrij. Het is geen beste wagen, maar we stappen toch maar in. De chauffeur knikt bij het noemen van onze bestemming. Snel blijkt dat we weinig geluk hebben met deze chauffeur. We moeten hem expliciet vragen de meter aan te zetten en zijn rijgedrag is ronduit beestachtig. Met gevaar voor ieders leven crost hij door het drukke avondverkeer van Manilla. Op de hoofdweg komt er even wat rust over ons. Immens grote reclameborden verlichten de route. Dan komen we in een onverlichte wijk van laagbouw huizen met golfplaat daken en onze taxichauffeur stopt. In gebrekkig engels maakt hij ons duidelijk dat we de eindbestemming hebben bereikt. Hij wil dat we uitstappen, maar dat gaat niet gebeuren. Met de kaart van het universiteitsterrein in de hand wijzen we hem de rij route tot voor de deur van ons logies en daar aangekomen willen we hem het verschuldigde bedrag inclusief 10 % fooi betalen. De man meent dat we hem een forse fooi verschuldigd zijn. In zijn beleving heeft hij ons snel en veilig voor de deur afgezet en dat laat hij duidelijk merken. Ook eist hij dat we gepast betalen. Wisselgeld heeft hij niet. Zo geschiedt. Bij de receptie ligt een briefje met de vraag of we onze gastheer nog even willen bellen. Hij hoort graag dat we goed terug zijn gekomen.

4. Ta-al vulkaan

61. manilla taal 63. IMGP5765 64. IMGP5769 Ifugao dans voor vruchtbaarheid 78. IMGP5799 80. IMGP5805 tinikling

De Taalvulkaan ligt op twee uur rijden zuid van Manila; een goede bestemming voor een dagtocht. Al om 9 uur in de ochtend gaan we met het echtpaar Gatchalian op weg. De enige hoofdweg vanuit Manilla naar het zuiden wordt ingrijpend verbouwd en dus moet er rekening gehouden worden met vertragingen. We rijden met enige regelmaat stapvoets door de heuvelachtige Laguna Province naar Batangas Province. In het langsrijden zien we plantages met combinatieteelt van ananas, banaan en palm. Langs de weg staan ook veel kraampjes waar je plaatselijke producten kunt kopen. We stoppen voor een kop koffie bij de MacDonalds. En nog net voor lunchtijd staan we voor de bewaakte entree van het Ta-al Vista Hotel (www.taalvistahotel.com) in Tagaytay City. Binnen wacht ons een super de luxe lopend buffet bij een prachtig uitzicht op de vulkaan in het meer. Van hieruit vertrekken geen boten voor een tochtje op het meer. Met zwoele live muziek op de achtergrond schuiven we aan tafel. Een eerste portie eten is nog maar net opgeschept of een dansvoorstelling begint. Het is lastig de aandacht te verdelen. Onze gedachten worden in de dans meegenomen van het noordelijkste puntje van Luzon tot het zuiden van Mindenao. We horen veel Spaanse invloeden, compleet met castagnetten. Van een dans die vraagt om vruchtbaarheid gaan we via een paringsdans naar een oogstdans. In de inspirerende omgeving en in vogelvlucht worden we ingewijd in de culturen van verschillende bevolkingsgroeperingen op o.a. Luzon, Mindenao en Leyte. Tijdens het nagerecht komt tenslotte de tinkling dans aan bod. Bamboe stokken worden met kracht en in een opzwepend ritme op de grond of tegen elkaar aangeslagen. De dansers doen hun passen op blote voeten en in balans met de bewegingen van de stokken. Het tempo neemt toe tot een hoogtepunt is bereikt. Dat is het moment waarop één van de gasten bij de dans wordt betrokken. Ze mogen zich het ritme en de passen langzaam eigen maken, maar gaandeweg wordt het tempo toch zachtjes aan opgevoerd. De kans op een misstap wordt groter naarmate de vermoeidheid meer toeslaat. Het is dus zaak om op tijd aan te geven dat je wilt stoppen. Ook wij krijgen een kans om dit te ervaren. Na onze inspanning klinkt een applaus en kunnen we aan tafel bijkomen van de vermoeienissen. Dan schaart het muziek ensemble zich om de tafel. We mogen 3 verzoeken doen. Besame mucho, Bayan Ko en nog een ander Filipijnse lied vormen een mooi besluit van de geweldige maaltijd, maar het feest is nog niet voorbij. We gaan naar buiten om vanaf het terras te genieten van een prachtig uitzicht op de Ta-al vulkaan in het grote vulkaan meer. Het is een mystiek panorama en een vreemde gedachte dat de vulkaan zeker niet dood is. Al is de kans op een uitbarsting niet groot, de vulkaan eist desondanks met enige regelmaat slachtoffers. En als het noodlot echt zou toeslaan, dan zijn de mensen in het vissersdorpje aan de oever van het meer hun leven niet zeker. Een vloedgolf zou hun dorp in een klap van de aardbodem kunnen vegen. Het lijkt geen prettig vooruitzicht. Op de weg terug zien we ook voordelen van het vulkanisme. In de wijde omtrek van de vulkaan zijn de plantages weelderig groen. Lava en stofregens hebben de grond zeer vruchtbaar gemaakt.

88. Taal panorama 3 94. IMGP5845 95. IMGP5849 tjitjak

We passeren de bewaking van een woonwijk van St Rosa, waar we op bezoek gaan bij Sheila en haar twee dochters. Kokosnoten en groene mango hangen zo voor het grijpen in de bomen langs de straten. We komen voor een flitsbezoek en worden zeer gastvrij ontvangen. De thee met plaatselijke lekkernijen staat klaar. Een wijze raad om geen schepijs of ijsklontjes in het bier of in de limo te eten slaan we in de wind…hier moet het toch kunnen. De keuze is en blijft lastig als je weet van een risico op buikloop. Op de terugreis mengen we ons weer in lange files, maar aan voedsel geen gebrek. Toketok boys lopen af en aan. Ze bieden alle automobilisten en hun passagiers voedsel en drinken te koop aan. Wij passen. In ons logies hebben we nog een restje cake en wat koud water. In de rustige avond volgen we de tjitjaks -huis hagedissen zoals de receptioniste de reptielen zo liefdevol noemt- op hun jacht naar vliegen en dat is vermakelijk. Als wij op één oor liggen is de maaltijd voor hen nog lang niet afgelopen. Nog één nacht slapen en we reizen af “naar malaria gebied” voor onze eerste allereerste ontmoeting met Glenn.

5. Met de bus naar het noorden

In alle vroegte pakken we onze koffers. Er is een lange dag te gaan. Om zeven uur klopt Jose Gatchalian op onze deur. Hij wil ons over drie kwartier in een airco-bus en met bestemming Lingayen zien zitten. De chauffeur staat al in de startblokken, aan hem zal het niet liggen. Hij kent de snelste weg naar de Cubao busterminal van de Victoria Liner op EDSA avenue. Hoewel ik op een website had gelezen dat buskaartjes drie werkdagen voor vertrek moeten worden gereserveerd, hebben we nog geen kaartje. We werpen een laatste blik in onze kamer. Niets vergeten. We lopen langs het overkapte zitje in de doorloop en de schommelstoel bij de uitgang. Een zangvogel met lange staart verdwijnt in het gebladerte van een boom. Uitchecken is niet mogelijk. De receptie is zo vroeg niet bemand. We stappen in de auto en komen ruim op tijd bij het busstation. Een enkeltje naar Lingayen is te koop voor 319 peso p.p. Je kunt je voor vijf peso p.p. ook bijverzekeren, waarvoor weten we niet, maar we doen het. Op onze kaartjes staan stoelnummers vier en vijf. Om half acht rijdt een lege bus voor. We kunnen instappen, maar zien geen stoelnummers. We kiezen voor de stoelen met uitzicht op de weg vooruit. Binnen een kwartier zijn bijna alle stoelen bezet en vertrekt de bus. In de stad zijn nog een aantal stops, en telkens roept een bijrijder luid en duidelijk de bestemming van de bus om. Verkopers stappen in en bij de volgende halte weer uit. Ze betalen de chauffeur in koopwaar. De enkeling die nog in stapt kan gewoon een kaartje kopen. Na een half uur stadsverkeer komen we op een gloednieuwe acht baans tolweg. De chauffeur trapt het gaspedaal in. We rijden 84 kilometer stevig door en even na negenen zijn we op het eindpunt van de de North Luzon Expressway: Angeles Malabakat. Er is een stop van een minuut of acht, even tijd om de benen te strekken en naar het toilet te gaan. Er zijn kraampjes waar je eten of drinken kunt kopen, maar we gunnen onszelf niet de tijd. De angst dat de bus zonder ons verder rijdt heeft ons onterecht in de greep, want later blijkt dat de bus pas doorrijdt nadat de bijrijder alle inzittenden heeft geteld. Op de tweebaansweg naar het noorden schiet de omgeving als in een droom aan ons voorbij: rijstvelden, plantenkwekerijen. We rijden vlak langs bebouwing, veel huizen met daken van geroest golfplaat en over een brug bij de brede drooggevallen rivierbedding. Het tempo moet steeds verder omlaag. We delen de weg met het plaatselijke langzame verkeer. Een uur is zo om. De beelden op het televisiescherm voor in de bus zijn aan ons niet besteed. In Tarlac is om een uur of elf een tweede stop. Nu hebben we een kwartier om naar het toilet te gaan en wat eten te kopen in het overdekte winkelcentrum. Een broodje lijkt ons wel wat en we sluiten aan in de rij voor de warme bakker. Een jongetje van een jaar of zeven glipt voor ons. Zodra de klant zijn portemonnee trekt, steekt hij een hand uit. Met afwezige blik zoekt hij contact. Het woord “money” komt vlot uit zijn mond en hij krijgt nog niet eens een broodje. Verveeld schopt hij tegen een verdwaald plastic flesje en loopt dan weg. We stappen weer in de bus, er zijn nog een uur of vier te gaan.

97. IMGP5851 vertrek bij Diliman 98. IMGP5852 Victorialiner 100. IMGP5854 North Luzon Expressway 103. IMGP5861 Tarlac

Over de tweebaansweg naar het noorden van Luzon rijden bussen af en aan. Langs de weg liggen goed verzorgde woongemeenschappen met nu en dan een pastelkleurig kerkgebouw van de geestelijke stroming Iglesia in Christo. In de wegberm liggen stapels knollen, singkamas zoals het gewas in Filipino wordt genoemd. In de landelijke omgeving stappen geen verkopers in. De bus stopt. De bijrijder stapt uit. Hij onderwerpt koopwaar aan een kritische blik en komt met betaalde buit terug in de bus. Het is even na half twaalf. We passeren een waterpompstation van het district Rosales. De chauffeur mindert vaart. Nog geen half uur later zitten we muurvast in het drukke verkeer van de stad Urdenata. Meter voor meter kruipen we in noordelijke richting. Bij ons stijgt de spanning met de minuut. Buiten de stad wordt de weg al maar smaller. Op het asfalt van de vluchtstroken aan weerzijden ligt palay -ongepelde rijst- te drogen. Om een uur of één zijn we in Dagupan; veel jeepneys, tricycles, stank en lawaai. De plaats waar Glenn in de afgelopen vier jaar heeft gewoond en gestudeerd is geen hemel op aarde. Dan buigt de weg naar het westen af. Ik verstuur een sms naar Glenn: “We zitten in de bus van Dagupan naar Lingayen, hoop je gauw te ontmoeten” We rijden in een waterrijke omgeving. Vissers en hun familie wonen letterlijk boven het water. Vanuit hun paalwoningen kijken ze uit op grote aantallen viskooien. Idyllisch is het misschien. We zijn al een uur of zes onderweg en naderen nu het busstation van Lingayen. Zodra de bus stopt zien we twee jongedames opstaan van een bankje. We herkennen direct Glenn met naast haar vriendin Lyca. Wat is ze klein, is het eerste dat me te binnen schiet. Dan stappen we uit. Eindelijk is het moment daar, maar de onwennigheid is groot. De eerste begroeting geeft ons wel een goed gevoel. Er wordt op ons gerekend. We lopen met elkaar naar het restaurant van mevrouw Armi Lorica. Zij is de vrouw naar wie wij vier jaar lang de toelage voor Glenn overmaakten, de vrouw die haar in de afgelopen jaren ook persoonlijk heeft begeleid. Op een tafel zijn twee schalen garnalen -grote en kleine- en een bord met in pannenkoek ingerolde groenten klaargezet. Glenn en Lyca krijgen van ons ieder een witte zijden roos. We eten samen, de beide jongedames kijken vooral toe. Ze hebben genoeg aan wat witte rijst. Na de maaltijd heeft Glenn een verrassing voor ons in petto. Ze heeft een zeer persoonlijk cadeau voor ons gemaakt: haar gebed en een beknopte weergave van haar levenshouding staan op schrift. We beginnen samen te lezen. Gespannen leest ze onze gezichten. Ze heeft er langer over nagedacht voor ze haar gedachten aan het papier toevertrouwde. Aan het tafeltje naast ons gaat een groepje jongelui zitten. Ze komen voor de karaoke. Het is lastig om de aandacht bij het lezen te houden en we besluiten het slot voor een rustiger moment te bewaren. Er gaat een microfoon van hand tot hand en om beurten zingt iemand mee met de muziek. Na een paar liedjes is het weer stil. We moedigen Glenn aan om de microfoon op te pakken. De twee vriendinnen bladeren in het boek met alle mogelijke songs en als we een munt van vijf peso op tafel leggen happen de dames toe.”All because of you” moet het worden. Glenn zingt met vaste stem en haarzuiver. Haar uitvoering wordt beloond met een 9.8 op het scherm. Wij klappen. Het is een goed moment om haar het boekje dat ik zelf maakte in handen te drukken. Het is een greep uit onze correspondentie in de voorgaande 18 jaren. Als ze wil kan ze alles zelf nog eens rustig nalezen.

109. IMGP5874 110. IMGP5876 Dagupan 114. IMGP5882 viskooien 115. IMGP5883 Glenn en Lyca

Er schuift een man bij ons aan tafel aan. Hij wil graag met ons praten over ons programma voor de komende dagen. Het voorstel is om morgen na een bezoek aan het natuurgebied van Hundred Islands door te rijden naar Anda, daar een dag te blijven en de familie van Glenn te ontmoeten en dan zaterdag met de taxi te worden opgehaald om naar de rijstterrassen in Mountain Province te gaan. Voor maandag staat de reis terug naar Dagupan op het programma. Dan zouden we nog een paar dagen de tijd hebben om daar in de buurt wat rond te kijken en ons op de terugreis voor te bereiden. Voor zover we het kunnen overzien moet het haalbaar zijn. We gaan ervoor. We wassen onze handen in het openbare toilet even verderop en stappen in de taxi. Niet ver van het strand worden we afgezet bij het Consuelo Hotel in Lingayen, waar we een kamer voor de schappelijke prijs van 800 peso nemen. Het is prettig om je na de lange reis even samen terug te kunnen trekken en wat op te frissen. De airco is er één van een luidruchtig type, er staat een koelkast met sporen van roest, maar er is een prima douche bij de kamer. In de namiddag zijn er afspraken gemaakt voor een bezoek aan het provinciehuis van Pangasinan, de VVV en een interview met een journalist; alles op loopafstand. In het Provinciehuis worden we vlot naar het kantoor van de gouverneur doorgestuurd, maar helaas. Honorable Amado T. Espino Jr. is niet aanwezig. We krijgen wat kranten en folders in de handen gedrukt en worden in zijn werkkamer binnengelaten. Dan komt een journalist binnen. Hij doet ons zijn verhaal en raakt niet uitgesproken over hoe corrupt deze regering is. Zijn woordenstroom moeten worden onderbroken voor een gesprek met een ambtenaar. Armi legt in het kort uit wat ons in Lingayen brengt. De man zegt dat de organisatie PLAN hem bekend is. Ze doen goed werk in de Philipppijnen, weet hij. Glenn laat hem haar kleine fotoalbum zien. We gaan met hem op de foto en dan wenst hij ons een prettig verblijf. Voor hij afscheid wil nemen merkt hij nog op dat we hem gerust kunnen bellen als er problemen zijn. Met zijn visitekaartje in de hand blijven we achter. We lezen: Rafael F. Baraan, provincial administrator en een telefoonnummer.

117. IMGP5885 Rafael F. Baraan, provincial Administrator Ligayen 118. IMGP5886 VVV Lingayen 119. IMGP5887 Capital building Office of the Governor 120. IMGP5888 Frans en Armi

Voor een volgende ontmoeting lopen we in de richting van het strand. Op een pleintje bekijken we beelden en herinneringen aan de Japanse onderdrukking tijdens de tweede wereldoorlog en de beloofde bevrijding door de Amerikanen. Een gids van de VVV vertelt ons meer over een zware voettocht naar het zuiden, die aan meer dan 25000 Filipijnse gevangenen van de Japanse bezetter het leven kostte. Het was hier, op het strand van Lingayen, dat op 12 januari 1945 en onder leiding van Douglas MacArthur de Amerikaanse bevrijders zijn geland. Deze generaal is de man die woord hield en terug kwam. We lopen terug naar het provinciegebouw voor een interview met de journalist. Hij wil schrijven over onze steun bij de opleiding van Glenn. Wij vertellen ons verhaal, de twee vriendinnen blijven op afstand. Het is half zes als we klaar zijn met het programma. We hebben wel trek gekregen in een hapje eten en lopen over een nieuw aangelegde wandelroute terug naar het restaurant van Armi. Weer krijgen we de maaltijd aangeboden, nu eten we met z'n vieren. Aan het eind van de avond nemen de vriendinnen de bus terug naar Dagupan. Wij lopen vergezeld door Armi in het donker terug naar ons hotel. Dat lijkt plezieriger dan een rit in een tricycle of jeepney.

6. Hundred Islands

Het pakken van onze koffers is een fluitje van een cent. Voor een ontbijt zoeken we een naburig restaurant op en treffen daar Glenn en Lyca gezeten op het muurtje rond het terras. Bij het krieken van de dag zijn ze met de bus naar Lingayen gekomen. Bepakt en bezakt zijn ze vol verwachting over wat er komen gaat. Ze hebben al gegeten. We gaan samen aan tafel en zij drinken een glaasje frisdrank. Lyca vertelt spontaan dat haar vriendin bij thuiskomst nog in het boekje met oude correspondentie heeft gelezen. Ze moest er van huilen en legt uit dat het terugdenken aan haar jeugd, aan de momenten dat ze telkens opnieuw haar ouderlijk huis voor ons tekende haar ontroerde. Wij hadden onze twijfels over de foto’s, maar ze verzekert ons dat er geen foto van een ander tussen zit. We betalen de rekening van het restaurant met en van het hotel zonder fooi. Niet elke nota is inclusief 10 % servicekosten, weten we inmiddels. Het wachten is nu op de taxichauffeur. We verwachten hem om een uur of half acht. Vandaag is het plan naar Hundred Islands te gaan en de familie van Glenn op Anda te ontmoeten. Armi neemt ons vergezeld door een kokkie en met chauffeur een dagje uit.

121. IMGP5890 bij Duitse inwoner 122. kaart  Anda Lingayen 001 123. 100 islands 002copy

We zijn nog geen half uur onderweg of er wordt een eerste stop ingelast. We rijden door een poort een omheind terrein op en stappen uit. Armi wil ons graag voorstellen aan een goede vriend. Een man met Europees uiterlijk en zo te zien van onze leeftijd loopt op ons toe. In zijn kielzog loopt een meisje van een jaar of zeven. Trots stelt hij haar aan ons voor; ze is zijn adoptiekind. Met groot enthousiasme vertelt hij over zijn woning. De bouw ervan had hem slechts €12.000 gekost. Het uitzicht over de golf van Ligayen is sprookjesachtig. Zijn moeder logeert vaak op dit adres. Gisterenavond laat had ze nog even een duik in hun zwembad genomen om de hitte van zich af te spoelen. Beiden zijn blij dat ze al is het maar voor even Duits kunnen spreken. Op de achtergrond schuifelt een Filipijnse vrouw naderbij, en de man stelt met trots zijn echtgenote aan ons voor. Ze is zeer slecht ter been. We horen dat ze na een auto ongeluk nu drie jaar geleden niet meer volledig hersteld is. Het is tot zijn spijt dat hij moet bekennen dat hij geen boot meer heeft en hij loopt weg om ons een laatste aandenken te laten zien; meer gat dan hout. De paalworm heeft toegeslagen. Voor een nieuwe boot zou hij kiezen voor polyester, weet hij nu. Over de vissers in de baai is hij niet te spreken. Ze vervuilen de omgeving en verwoesten het koraal. Terwijl we praten verplaatst de aandacht van Glenn en Lyca zich naar twee potige Dobermann Pinchers, veilig achter dikke tralies. Het terrein wordt zo te zien goed bewaakt.

124. IMGP5895 Maxime by the sea 127. IMGP5896 Glenn en Lyca aan boord van bangka 143. IMGP5916

Op de weg naar 100 Islands maken we in Alaminos een tweede stop. De auto wordt in de schaduw geparkeerd, vlak bij een veel bezochte markt en het VVV gebouw. Armi neemt ons mee voor een bezoek aan het informatiecentrum met airco, de anderen storten zich in de hitte. Er moeten inkopen worden gedaan voor een picknick op één van de eilanden. Dan rijden we door naar Lucap. Het is bij half elf als we daar bij een balie intekenen voor een excursie naar het natuurgebied. We kunnen voor de vaste prijs van 1000 peso een boot met schipper bespreken en huren voor twee personen snorkel benodigdheden bij. Dat kost nog eens 400 peso, in verhouding best veel. We krijgen het advies om eerst naar Marcos eiland te varen. Daar is het rustig. Er is een grot en een mooi wit strand waar we eten kunnen koken. Bovendien kun je in het ondiepe water goed snorkelen. Van daaruit kunnen we dan naar dieper water varen, de plek waar doopvontschelpen te zien zijn. En op de route terug zouden we nog een stop kunnen maken op één van de drie meer toeristische eilanden. Er staat een stevig briesje, maar daarover geen woord.

146. IMGP5919 147. IMGP5912 151. 48770026 159. 48770005

We stappen aan boord van onze bangka. Voor de Filippino’s onder ons zal het een hele geruststelling zijn dat de zwemvesten voor het grijpen hangen. Onze chauffeur trekt zich in stilte terug met zijn hengel. Hij blijft op de vaste wal. Op handkracht drijven we in de richting van dieper water. Dan gaat de motor aan. We varen best hard en op onrustig water. Overal waar we kijken zien we de typisch gevormde koraaleilanden. Het zijn net grote paddenstoelen. Zo’n 123 moeten het er zijn, maar het precieze aantal lijkt niemand echt te interesseren. Dat is afhankelijk van het getij, zou de Filippino met een lach hebben kunnen zeggen. We zetten koers naar een hagelwit strand, naar een eiland dat ondanks de nu bijna 30 jaren van op toerisme gericht beleid zijn natuurlijke charme heeft behouden. Quezon Island, Childrens Island en Governers Island zijn op toerisme ingericht, maar van een afstand is te zien dat we op ons meer natuurlijke stekje ook niet onder ons zijn. Onder de overhangende kalksteen hebben gasten van een andere boot al een plekje in de schaduw gevonden. Onze schipper vaart door tot op het zand, wij waden door kniehoog water naar de kant en gaan direct op onderzoek uit. De grot is snel gevonden. Het is een hangplek voor honderden vleermuizen. Onderin de grot staat water in open verbinding met de zee. Het lijkt een goed plan om eerst te gaan snorkelen. Terug bij onze bangka zien we gasten van een derde bangka aan land komen. Kokkie, Lyca en Glenn hebben een beschut plekje gevonden om een vuurtje te stoken. De warmtebron is bijna geheel afkomstig van het eiland: hout en verdord blad. De onderwaterwereld stelt niet teleur. Het is als zwemmen in een tropisch aquarium. De warme zon brandt in de huid op onze ruggen. Het dragen van een T-shirt is geen overbodige luxe. Het ademen door een pijpje is wel behoorlijk wennen en vermoeiend bovendien. Mijn maag krijgt er kuren van en ik zoek een plekje in de schaduw op. Het mag niet baten. Ik voel me steeds beroerder worden en water drinken helpt niet. Het komt vrijwel direct en in een grote golf dezelfde weg weer terug. De schipper van de andere bangka ziet het gebeuren en komt direct mijn kant op gerend. Hij heeft een klein flesje met groene vloeistof bij zich en wil dat ik me daar mee insmeer. Ik doe wat hij zegt en ruik menthol. Het nare gevoel zakt gelukkig snel. De anderen hebben gelukkig nergens last van en genieten van de maaltijd. Mijn portie blijft onaangeroerd. Afval moeten we achterlaten op het eiland. Een prullenbak is er niet. De troep wordt door anderen verzameld en opgeruimd. Zo zijn de regels hier in een natuurgebied.

163. IMGP5923 165. IMGP5925 169. IMGP5935

Wij gaan weer aan boord, op weg naar een duik plek vlak bij Governers Island, één van de onderwater tuinen van het UP Marine Science Institute. Onze bangka wordt aangelegd aan een vlot en één van ons gaat te water. Met zijn horloge nog om de pols zwemt hij weg, maar dat wordt op tijd ontdekt. In ruil voor het horloge krijgt hij de onderwater fotocamera toegeworpen. Het zien van de doopvontschelpen onder water overtreft blijkbaar iedere verwachting en de gelukkige snorkelaar stelt voor dat de bangka zonder hem doorvaart naar Governers Island. Hij kan die afstand wel zwemmend afleggen, maar dat idee wordt niet toegejuicht. Met alle hens weer aan dek varen we verder. Op Governers Island kunnen we ons pas echt toerist voelen. Helaas komen we niet veel verder dan wat hangen in een picknick hut. We grijpen de kans om jetlag, de vele indrukken en ervaringen een plekje te geven. Armi koopt ondertussen speciaal voor ons twee T-shirts met opdruk Philippines, Hundred Islands. Op Hundred Islands hadden we nog wel veel langer willen rondkijken, maar er staat nog meer op de rol. Langs en tussen de eilanden door varen we terug naar de haven van Lucap. We kunnen ons verheugen op de kennismaking met de familie van Glenn.

7. Anda

In mei 1991 beschreef de vader van Glenn het eiland Anda als “moeder van 100 eilanden”. Nu -17 jaar later- rijden we over de brug die het eiland verbindt met de vaste wal. Anda bridge werd in 1992 aangelegd in opdracht van oud president Fidel V Ramos, zelf geboren in Lingayen. De ontsluiting heeft een impuls gegeven aan de ontwikkelingen op het eiland. We rijden over een verharde weg, maar hard rijden is er niet bij. Terwijl Armi honderd uit praat over de dochter van de burgemeester –als journaliste een bekende TV persoonlijkheid in de Filippijnen-, wijst Glenn ons de weg naar zijn ambtswoning. De kwaliteit van het wegdek daalt met de minuut. Het is half zes als onze taxichauffeur stopt. We staan op het wandelpad naar een huis. De ambtswoning ligt op een heuveltje, verscholen tussen het groen. We worden naar een patio geleid en mogen aan tafel wachten. De burgemeester laat niet lang op zich wachten. Eén van zijn medewerkers komt ons thee brengen en er ontspint zich een geanimeerd gesprek. Honorable Nestor B. Pulido vertelt veel over zijn persoonlijk leven. Zijn vrouw was burgemeester op het eiland, maar zij heeft nu een andere bestuurlijke functie. Ze was steeds vaker van huis en daardoor heeft hij steeds meer taken van haar overgenomen. Inmiddels is hij zelf tot burgemeester gekozen. Dan komt het gesprek op meer bestuurlijke zaken, over Anda. Om het kustgebied van het eiland te beschermen en behouden staat hij volledig achter ecotourisme als ontwikkelingsstrategie voor de lange termijn. Hij denkt ook dat de plaatselijke bevolking door de ontwikkeling van het toerisme kans op alternatieve vormen van broodwinning krijgt. Het is zeker de bedoeling om op termijn op zijn minst Tondol beach duurzaam te ontwikkelen, maar daar is men nu nog niet aan toe. Visserij, zoutwinning en landbouw vormen nog steeds de belangrijkste middelen van bestaan van de rond 35.612 eilanders. Hij is erg trots op de inwoners, die verspreid over ongeveer 8379 ha grondoppervlak leven. Er zijn weinig verstoringen van de openbare orde. “Ït is a peacefull place”, zegt hij en dat wil hij graag zo houden. Hij weet dat grote delen van het gebied niet geschikt zijn om in cultuur te brengen. De ondergrond is in hoofdzaak keileem. Meer dan de helft van het areaal is akkerbouwgrond, slechts 596 ha is bos en de rest is grasland en viskwekerijen. Het gesprek komt weer dichter bij huis, op een beeld van een olifant in zijn tuin. Hij vertelt dat archeologen botten van olifanten in de ondergrond van het eiland hebben gevonden.

171. IMGP5936 crop Mayor 173. IMGP5940 178. IMGP5944

De geschiedenis van het eiland Anda begint zo’n 15 miljoen jaren geleden, toen het met nog wat kleinere eilandjes door opstuwing boven de Chinese Zee uitsteeg. Anda raakte pas rond 1842 bewoond. Voorouders van de huidige bevolking zijn op een groot bamboevlot het water overgestoken. Dan komt het gesprek op onze banden met het eiland. De burgemeester verzekert ons dat PLAN goed werk heeft gedaan voor de mensen op het eiland. Hij spreekt ook zijn waardering uit voor onze steun aan Glenn. Het was haar enige kans op een passende opleiding en wij haken direct aan met de opmerking dat het mooi zou zijn als Glenn op Anda werk zou kunnen vinden. We weten dat ze een baan in het onderwijs in haar geboorteplaats best zou ambiëren. Nu haar toekomst wordt besproken zit Glenn al niet meer bij ons aan tafel. Ze heeft zich met Lyca en de gemeenteambtenaar op gepaste afstand teruggetrokken. Gelukkig laat de burgemeester ons weten dat Glenn op zijn steun kan rekenen. Hij ziet mogelijkheden, maar kan ons helaas geen zekerheid geven. Hij suggereert dat Glenn eerst wat vrijwilligerswerk op de school kan gaan doen om dan langzaam door te groeien. Het begint buiten al aardig te schemeren. Nog steeds hebben we geen idee waar we die nacht gaan slapen, maar het verlossende woord valt snel. De burgemeester biedt ons zijn tweede huis aan het strand aan. We mogen er in ieder geval één nacht logeren, mogelijk twee. Dat hangt van zijn dochter af. Hij verwacht haar op korte termijn thuis, maar wil ons dan natuurlijk ook niet wegsturen. Mocht zijn dochter komen, dan doet hij ons het aanbod om zijn woning voor een nachtje met ons te delen. Dan lopen we terug naar de taxi voor een ritje naar Tondol beach. Om bij half zeven stoppen we voor een karakteristiek gebouw. Op internet kreeg het de naam Stars Inn mee, maar het blijkt Tondol White Sand Beach Hotel te heten. Het huis van de burgemeester ligt er pal naast. De beheerster van het hotel heet ons van harte welkom en zegt dat we voor het avondeten wel bij haar terecht kunnen. We nemen de uitnodiging graag aan, maar eerst zetten we onze bagage in één van de slaapkamers van het logeerhuis. De vriendinnen vinden hun weg naar de tweede slaapkamer. Iedere kamer heeft een bamboe dubbel bed, een eigen toilet en douche. Vanaf ons terras kijken we uit over de Chinese Zee. De ambtenaar komt nog even langs om ontbijt en beddengoed te brengen. Glenn en Lyca maken met veel plezier onze bedden op. We worden behoorlijk in de watten gelegd.

Terwijl de beheerster van het hotel een gerecht van kip en varkensvlees voor ons klaargemaakt, overladen wij Glenn en Lyca met presentjes. De hele uitdragerswinkel belandt op tafel: briefpapier, een boek over Friesland, pennen, potloden, gummetjes, puntenslijpers, kleine knijpertjes, grote en kleine dobbelstenen, een mondharmonica, een slinger met rode hartjes, zeep, shampoo en haarspelden, make up met glittertjes, een CD met muziek van Cocobowles, een T-shirt met een vlinderopdruk, adresboekjes en een aantal halskettinkjes, kaarsen en kitscherige tulpen in klompjes van porselein. Dan geven we haar het cadeau dat we meekregen van een vriendin uit Nederland. Haar ogen glimmen helemaal bij het zien van een horloge. Als klap op de vuurpijl krijgt ze mijn oude fotocamera met vier filmrolletjes cadeau. Ze wil graag horen hoe de camera werkt, maar onze uitleg wordt overstemd door het geluid van een motor. Glenn springt op van tafel. Ze weet dat haar ouders in aantocht zijn. Zij konden niet langer wachten haar weer te zien. Dan krijgt het pakjesfestijn een vervolg. Ook voor de familie van Glenn hebben we het nodige en onnodige meegenomen: ballonnen, ballen, chocolade hagelslag en bonbons, erwten- en bruine bonensoep met worst, Hollandse kaas, een zwemband, een opblaasbaar babyzwembadje, haarspeldjes en elastiekjes, een paar echte Hollandse klompen, een kalender met beelden van onze woonomgeving in Friesland, zeepjes voor groot en klein en weer die merkwaardige tulpen in porseleinen klompjes. Dan komt de “buurvrouw” om te vertellen dat ons eten staat opgediend. Alle presentjes wordt zo goed en zo kwaad als dat gaat weer teruggedaan in twee linnen tasjes en het samenzijn verplaatst zich naar de gedekte tafel in de ruime eetzaal van Tondol Beach Hotel. Er is genoeg eten voor iedereen, maar de ouders van Glenn schuiven niet zonder meer aan. Daar is wel wat overredingskracht van hun dochter voor nodig. Na een gezellige maaltijd mogen we afrekenen, in onze ogen is het eten niet duur. De ouders van Glenn rijden beladen met presentjes op hun motor weg. Het is donker als we na de maaltijd moe en voldaan teruglopen naar ons logis. De vriendinnen trekken zich terug in hun kamer. Wij verzetten onze gedachten even bij een sodoku. Morgen gaan we vijf km lopen, terug naar het ouderlijk huis van Glenn. Nu ziet ze op tegen een wandeling waar ze vroeger met enthousiasme over kon schrijven. Het is warm.

8. Terug naar de basis, op familiebezoek.

179. IMGP5952 182. IMGP5965 183. IMGP5975

Blaffende honden, kraaiende hanen. De dag begint even na vijven met een prachtige ochtendwandeling over Tondol White Beach. De zee heeft zich teruggetrokken. De zon kleurt de lucht roze-rood. De picknicktafel op een vlot ligt droog op het zand. Een vliegend visje zwemt rustig langs. Er is geen aanleiding om over het water weg te vluchten. We lopen door enkeldiep water. In de verte waden vissers tot hun middel door het water. Ze voeren hun manden op een langwerpig vlot van bamboestammen met zich mee. Langzaam trekken ze hun netten voort. Alles gaat met de hand. De honden lopen met ons mee, maar we halen ze niet aan. Het is beter om geen beet te riskeren. In de Filippijnen komt hondsdolheid voor. We verzamelen schelpjes in soorten en maten, bekijken ze en gooien ze dan weer weg. In het zand zien we diepe ronde kratertjes zonder een teken van leven. Het spreekt tot de verbeelding, doet wat denken aan reusachtige wadpieren. Glenn en Lyca zijn wat later wakker en lopen met ons mee, maar ze kunnen ons niet uit de droom helpen. Pas veel later komen we er achter dat die dikke zandkanalen de sporen van strandkrabben zijn. We slenteren terug naar het logeerhuis. Het is acht uur, we gaan ontbijten. En de koffers moeten weer gepakt. Onze bagage mogen we tijdelijk in een kamer van het Beach Hotel achterlaten, maar de wandeling naar het ouderlijke huis van Glenn is niet zonder last.

192. IMGP5987 196. IMGP5993 198. IMGP5991

Glenn neemt een vijf liter jerrycan gevuld met drinkwater mee. Dachten we eerst nog dat het voor haar familie is, later weten we wel beter. We lopen over stoffige zandpaden, langs gortdroge akkers. De lucht boven het land zindert van de hitte. Verspreid over de kale velden staan Zebus en karbouwen, aangelijnd. Er is geen omheining en ook geen water. Dat wordt dagelijks door de eigenaar aangedragen, vertelt Glenn. In grote rechthoekige bekkens staat water, zeewater dat langzaam verdampt aan de open lucht. Aan de oevers van die kunstmatige vijvers staan hutjes van palmbladen en bamboe met daarnaast grote stapels brandhout. Rookpluimen stijgen op van onder de gortdroge dakbedekking. Binnen wordt gewerkt. Het laatste restje water wordt uitgekookt. Het zout dat in de metalen bakken achterblijft wordt in plastic zakken overgedaan. Anda doet de Provincie eer aan. Pangasinan betekent “land van zout”.

Hoe droog en dor de omgeving ook is, er bloeien planten en een leger van rupsen doet zich tegoed aan de bladeren. Glenn kijkt verbaasd als we haar vragen of ze weet hoe de vlinders van de rupsen er uit zien. Ze zou het niet weten, maar weet wel dat het water dragen haar zwaar valt. De last wordt van haar over genomen en we lopen door tot bij een stenen gebouw. Het braakt een wolk van stof uit. Glenn neemt ons mee naar binnen. Mannen kijken enigszins verbaasd op van hun werk. Glenn wil ons ongepelde en gepelde rijst laten zien en verzamelt stapeltjes op haar handen. Het lijkt voor de werklui maar moeilijk te begrijpen. Rijst is gewoon, het belangrijkste levensmiddel. De rijst wordt na de demo keurig terug in het proces gebracht. Er wordt geen korreltje verspild.

203. IMGP6002 210. 44470023 213. IMGP5999 s 214. IMGP6000

Na ruim een uur lopen komen we in de buurt van bebouwing. Het zandpad gaat over in een verharde weg. We lopen langs een begraafplaats; afdakjes van wit beton werpen schaduwen over de graven. In de wegberm groeien mango- en bananenbomen. Het fruit is zo goed als rijp. Bij een grootbloemige struik houdt Glenn de pas in. De vorm van de gele bloemen komt ons bekend voor. Een jaar of 10 geleden versierde Glenn haar briefpapier met tekeningen van bloemen in die kleur en vorm. Een jongetje van een jaar of vijf rent ons tegemoet. Glenn roept Jeffrey; het is haar jonge broertje. Aan het zandpad staat een houten huis met dakbedekking van golfplaat. Aan de voorkant zitten twee ramen, beide voorzien van houten raamwerk met ruitpatroon. Glenn stuurde ons keer op keer een tekening van een huis, maar dit beeld geeft geen herkenning. Voor het huis staat een bamboe stellage met bloeiende potplanten. Een ijle uitgebloeide kapokboom voor het huis vormt een schril contrast met het weelderig groene bladerdek van de mangobomen er omheen. In de schaduw van het gebladerte staan bankjes en een bed van bamboe. De moeder van Glenn loopt met haar jongste dochter Christine Joy op de arm op ons toe. Vader Perfecto staat op uit een hangmat voor de deuropening van het huis. Iedereen is feestelijk gekleed en we worden uitgenodigd om op één van de bankjes te gaan zitten. Emilyn, de drie jaar jongere zus van Glenn is binnen bezig. Ze komt wel even naar buiten om ons te begroeten en we krijgen een glas kokosmelk aangeboden. Het sap is verrassend zacht van smaak. In de schaduw onder de oude mangoboom verzamelt zich een steeds groter wordend gezelschap. Glenn beantwoordt geduldig onze vragen over relaties binnen de familie. We hadden ons niet eerder gerealiseerd dat haar beide opa en oma zo dicht naast haar ouderlijke huis wonen. Er is ook een oom met een klein kindje en een vrouw en vier jonge kinderen. De verhoudingen binnen de familie beginnen ons te duizelen. We verwonderen ons over de nabijheid van zoveel familie. Glenn vertelt dat van de familie haar tante Gloria het best engels spreekt. Ze woont in het enige stenen huis op het woonerf, maar haar zoon is vandaag alleen thuis. Zijn moeder verkoopt mango’s op de vaste wal. De familie verzamelt zich op het bamboe bed. Glenn vertelt trots dat haar vader het heeft gemaakt. Het klimaat nodigt niet bepaald uit tot actief bewegen. Iedereen houdt zich rustig en Jeffrey schommelt wat in de hangmat. Glenn zegt dat de familie graag met ons had willen praten, maar er worden geen vragen gesteld. Wij ervaren de warmte in stilte en zijn terughoudend met het maken van foto’s. Glenn daarentegen maakt dankbaar gebruik van haar nieuw verworven mogelijkheid om haar familie op de gevoelige plaat vast te leggen. Iedereen poseert graag voor haar; alleen haar oom zegt verlegen te zijn. Zonder veel te zeggen zitten we ruim een uur bij elkaar. Dan vraag ik Glenn of ze ons de waterput wil laten zien. We volgen haar tot achter het tweede huis. Vanaf die kant komt haar ouderlijke huis ons wel bekend voor. Glenn tekende het keer op keer vanaf die kant, omdat dat eenvoudiger was zegt ze nu. De waterput ligt op nog geen minuut loopafstand, achter het huis van de broer van haar vader. Op ons verzoek haalt ze een emmertje water boven, maar als wij in de diepte van de put kijken schrikken we toch wel. Het water staat behoorlijk laag. Het zal zo’n meter of acht onder het maaiveld zijn. Het emmertje verliest op weg naar boven kostbare druppels water en wat Glenn boven haalt gaat niet met een plons terug in de diepte. Hebben is hebben, krijgen is de kunst. Het emmertje wordt in een badje geleegd, het raamwerk met plastic folie kan weer terug op de put. Glenn doet ons denken aan een stadse meid op veldbezoek.

218. IMGP6011 219. IMGP6015 221. 44470032

We lopen terug naar het zitje onder de mangobomen en vinden de familie gebogen over de kalender met foto’s van onze woonomgeving. De beelden worden met veel belangstelling bekeken. We voelen ons steeds meer op ons gemak en onze moed om hiervan beelden vast te leggen groeit met de minuut. Aanvankelijk zijn het groepsfoto’s van de familie als hun aandacht wordt afgeleid door de camera van Glenn. Later komen de kinderen in beeld, haar zusje en broertje, een neefje van een jaar of 6, dat helemaal op gaat in spel met de bloemen van een bougainville. Glenn vertelt dat hij het zoontje is van de broer van haar vader. Hij is geadopteerd toen de ouders kinderloos bleven. Ik neem ook een kijkje in huis. Emilyn staat verscholen achter een open kast op houtvuur te koken. De wanden zijn behangen met grote posters van haar popidool. Lyca haalt een lap over plastic stoelen en een tafeltje. Van buiten komt een eerste vraag, Glenn zou graag een foto willen van haar familie met ons. Haar zus weet ervan en komt naar buiten. Zodra we op een rij zitten voegt Glenn de daad bij het woord. Zelf blijft ze buiten beeld staan.

222. IMGP6012 226. IMGP6018

Binnen staat de lunch klaar. We schuiven bij Glenn en Lyca aan tafel, de anderen eten niet mee. We eten witte rijst, gebakken visjes, zeewier en daarbij een beker water. Op de grond scharrelen poezen op zoek naar restjes. Er is meer dan genoeg te eten en hoewel het ons prima smaakt maken we de schalen niet leeg. Jeffrey is stilletjes op het bamboe bankje binnen neergestreken en in slaap gevallen. Glenn kijkt vertederd naar hem. Dan staat ze van tafel op. Een van de poezen springt in haar plaats op de stoel en het bord is snel schoongelikt. We zijn uitgegeten. Ondanks de hitte willen we graag een wandelingetje in de buurt maken, langs de scholen die Glenn heeft bezocht. Het kan niet ver lopen zijn. Glenn at vroeger tussen de middag altijd thuis.

De scholen zijn gesloten; het is vakantietijd en het schoolterrein is niet vrij toegankelijk. Door de open ramen kunnen we wel een glimp opvangen van de klaslokalen. We zien verschillende typen schoolmeubilair. Er zijn schoolbanken voor twee leerlingen en er zijn stoelen met op de rechter leuning een plankje. We vragen ons af hoe een linkshandige leerling in zo'n schoolbank moet schrijven, maar op die vraag krijgen we geen antwoord. De leermaterialen zien er goed gebruikt uit. In de open lucht is ruimte voor vieringen en op een van de buitenmuren lezen we: Glenn O Fontanilla, Miss Faith. Ze is er trots op en maakt meteen van de gelegenheid gebruik om uit te leggen waar die O voor staat. Het is de eerste letter van de meisjesnaam van haar moeder, Esme Olerrmo. Op de weg terug lopen we dicht langs de huizen van andere buren. Iedereen groet vriendelijk, niemand lijkt verbaasd. Alleen bij de directe buren is voorzichtigheid geboden: vlak naast hun woning is het hok van een zeug met jongen. Glenn wil voorkomen dat we de dieren onrustig maken. De wandeling duurde maar een klein uur. Om half twee zijn we terug bij het huis.

233. IMGP6016 s 236. IMGP6028 r 237. IMGP6029

De familie zit nog buiten bij elkaar. Christine en Jeffrey hebben ieder een ballon gekregen. Ze blazen hem een beetje op en laten hem dan leeglopen. Als de ballon tijdens het leeglopen in het zand belandt, vindt hun moeder dat het speeltje niet zonder meer terug mag in de mond. En hun vader staat op om een soort visnet aan een lange stok te pakken. Alle kinderen krijgen er ieder een mango, kersvers, zo uit de boom. Wij krijgen een mand vol met bovendien twee enorme papaja’s. Hoe krijgen we dat mee terug. Hoe gaan we het op krijgen, schiet het door mijn hoofd. Dan verdwijnen Esme en Christine naar binnen. Als ze weer tevoorschijn komen heeft Christine een ander jurkje aan. De familie maakt zich klaar om ons terug te brengen naar ons logeerhuis aan het strand. De mand met fruit en het water worden op een twee wielige kar geladen. Het wachten is op vrienden met een motor die de kar kan trekken. We horen hen al van ver aankomen. De motor met grote stuurbeugel wordt voor de kar gezet en even na twee uur zitten we tegenover elkaar op de bankjes van de kar. Een van de oma’s is ook ingestapt.

Gelukkig hoeven we niet terug te lopen en lachend gaan we op weg. Verpakt water en een parapluutje tegen de zon zijn voor de stedelingen weten we nu. Bij een kiosk maken we een eerste stop. Er wordt benzine bijgevuld uit een colafles. We vervolgen de rit en rijden met een aardig tempo over een betonweg. Bochten en oneffenheden worden met overtuiging overwonnen tot er een bocht komt met een gat in het wegdek. Onze stuurman verliest de macht over de beugel en de motor kiest zijn eigen weg. Ons voertuig volgt, maakt een scherpe bocht naar links en we stevenen af op een boom met laaghangende takken. Vrouwen gillen. De kar hangt gevaarlijk over, maar blijft wonder boven wonder overeind. De wielen van de motor raken verstrikt in een hekwerk en dan staan we stil. Geschrokken stapt iedereen uit. Op het eerste gezicht zijn er gelukkig geen persoonlijke ongelukken en de mannen beginnen direct aan het metalen hekwerk te morrelen. Het wordt duidelijk wie in nood ijzer met handen kan breken. Na wat trekken en buigen zijn de wielen weer vrij en staat de kar weer op de weg. Onze reis kan worden voortgezet, maar de schrik zit er goed in. Glenn verzucht dat dit ook altijd hen moet overkomen, maar niemand wil natuurlijk dat het incident een donkere schaduw werpt over de dag. Op de zandwegen rijden we later die dag lang zo hard niet.

246. IMGP6036 247. IMGP6037 249. IMGP6040

We komen veilig aan op het strand. Bij het hotel trakteren we cola, om met elkaar bij te komen van de schrik. De jongere kinderen staan al gauw weer buiten en genieten van het strand. Emilyn wil nu graag poseren. De middag verloopt verder als een gezellig familie-uitje. Het afscheid aan het eind van de middag valt zwaar. Familie en vrienden stappen zonder een woord te wisselen op de kar. Wij staan klaar om uit te zwaaien, maar op de kar kijkt niemand om.

Onze bagage kan weer terug naar het logeerhuis. De dochter van de burgemeester is er niet ingetrokken. Ons beddengoed ligt zoals we het achter hebben gelaten. We kunnen in het hotel weer eten en komen in een donker huis terug. De stroom is uitgevallen en de buren staan direct klaar met kaarsen en lucifers. We willen vroeg gaan slapen, maar Glenn en Lyca maken het binnen extra gezellig door de kaarsen te branden en ze maken één van de papaja’s schoon. We krijgen nog een heerlijk nagerecht opgediend op het terras. Aan de horizon zien we lampjes gaan. Vissers gaan tot ver in zee. Voor we slapen is het mankement met de elektra al weer verholpen. Er zit een grote zwarte kakkerlak in onze reistas, maar zin om alles na te kijken hebben we even niet.

9. Onverwachte ontmoetingen

250. IMGP6043 252. IMGP6047 253. IMGP6050 256. IMGP6065

De zon komt op. Een nieuwe dag breekt aan. De golf van Lingayen ontwaakt en geeft een van zijn schatten vrij. De blauwe hemel met rood gekleurde sluierbewolking weerkaatst in de spiegelgladde zee. In het zicht van de kust zijn vissers aan het werk. Aan de horizon kunnen we verder geen scheepsverkeer ontdekken. Het is weekend, maar veel recreanten zijn er niet op het strand. In het ondiepe water dobbert een onbemand picknickhuisje op een vlot. Wandelend in het ondiepe water genieten we volop van rust en stilte in deze prachtige omgeving. Op de zandbodem zien we heremietkreeftjes lopen. Verspreid liggen stukjes koraal. Een zee-egel met lange zwarte stekels waarschuwt ons: pas op. We lopen met een boog om het dier heen. Na ons ontbijt hebben we de koffers uit- en weer ingepakt. Er was geen spoor van kakkerlakken te bekennen.

Vandaag voelt het of we op vakantie gaan. Glenn en haar vriendin Lyca zijn opgetogen, wij niet minder. Het is spannend om in dit gezelschap meer van het land te zien en ons reisdoel ligt in een deel van het land dat zij ook niet kennen: Mountain Province. Volgens onze verwachting is het een rit van een uur of 9 misschien wel 10. We zijn klaar voor vertrek, maar worden niet opgehaald. Glenn krijgt een sms’je.” Het gaat wat later worden”, zegt ze. De vriendinnen slaken een diepe zucht. De verwachtingen zijn hoog gespannen. Wat ons betreft kan het bericht eigenlijk toch niet echt slecht uitkomen. Het eiland Anda en vooral Tondol beach is mooi. We zijn hier ook nog lang niet uitgekeken. Vertrouwend op onze afhankelijkheid stellen we voor om samen naar een plek te lopen waar meer toeristen komen, op het witte strand achter een betonnen strekdammetje.

262. IMGP6063 264. IMGP6071 269. IMGP6081 272. IMGP6085 273. IMGP6089

Op Tondol Beach is het zo vroeg in de morgen al warm. Jong en oud waadt met de kleding aan in het ondiepe water. De één graaft zich in het zand in, een ander zorgt al rennend voor veel gespetter, weer anderen zwemmen, net Scheveningen op een wel heel rustige dag door de week. Glenn praat kort met een jongeman. Later vertelt ze ons dat ze hem een jaar of 4 geleden ontmoette, in de periode dat ze na het afronden van haar middelbare school uit huis ging om in Baguio te werken als au pair. Hij is de architect van het huis van haar tante in Baguio. Ze hadden elkaar al weer een tijd niet gesproken. Hij is toevallig dit weekend op Anda en geniet van de zon, de zee en het strand. Bij het zien van de badderende mensen in de hitte krijgen we zelf ook zin om een duik te nemen, maar helaas. Wij hebben de langste tijd op Tondol Beach achter ons liggen en onze kleren moeten droog blijven dus lopen we weer terug naar de bagage. Er wordt een tweede sms ontvangen. Rond 12 uur worden we opgehaald. Voor de lunch wordt gezorgd, is de strekking van de boodschap. Nog tijd genoeg om op zoek te gaan naar zeesterren. Ze moeten er zijn, maar we hebben er nog geen ontdekt. De vriendinnen gaan niet mee. Ze volgen onze wandeling vanuit een van de picknickhutten op het droge.

Verspreid op het witte zand vinden we de mooiste tropische visjes, dood. In onze westerse ogen zijn deze slachtoffers van de visvangst kostbaar. Hoogstwaarschijnlijk zijn ze niet lekker. Er komen steeds meer ranke vissersbootjes op de kust aan; Filipijnse bangkas gaan voor anker of worden op het droge getrokken. Het werk is gedaan, de bemanning gaat van boord. In het heldere water vlak voor ons kronkelt een dikke, duidelijk volwassen aal-achtige vis zich in bochten om vooruit te komen. We denken aan paling, maar het zou best een murene kunnen zijn. Oppassen dus maar weer. Voor we het beest goed kunnen zien is het uit het oog verdwenen. Dan zien we in het zand vage stervormige afdrukken staan. Even woelen en we hebben beet. We staan precies op een veld van zeesterren. Even verderop gaat een groepje kleine steltlopertjes op de wieken. De witte reiger blijft eenzaam op een zandbank achter. De zon begint aardig op onze huid in te branden. Het is tijd om terug te gaan naar een plekje in de schaduw. We hebben ons niet in kunnen smeren. In de dynamiek van een week reizen is onze zonnebrandcrème factor 30 zoek geraakt. We schuiven aan in de schaduw bij Glenn en Lyca en om de tijd wat te doden komen de sudoku boekjes tevoorschijn. Glenn veert op. Ze had zich eerder al afgevraagd wat wij in de avond toch aan het doen waren, maar toen had ze niets durven vragen. Ze dacht aan een dagboekje, maar wat ze nu ziet zijn getallen en ze wil weten hoe de puzzel in zijn werk gaat. Niet lang daarna zitten de vriendinnen over onze boekjes gebogen en genieten wij nog even van het prachtige uitzicht tot de taxi voorrijdt. We herkennen de chauffeur. Onze bagage wordt ingeladen en Jing nodigt ons uit om in te stappen. Het begin van een volgend avontuur.

274. IMGP6091 275. IMGP6094

Anda glijdt als in een droom aan ons voorbij; geel en groen, dood en levend, arm en rijk. Op de brug naar het vasteland weet Glenn dat we op weg zijn naar een klooster. Het gebouw van “little sisters of the poor” staat hoog op een rots. Het is een mooi punt met uitzicht over het eiland Anda en op Tambac Bay. Vandaag is de afronding van de bouw gevierd met een lunch voor sponsoren en Armi is één van de gasten. Het noemen van haar naam bij de poort is voor de bewaking voldoende om ons door te laten. Armi verwelkomt ons met trots en ze raakt niet uitgepraat over het bouwproces. Alle toegepaste materialen komen uit het buitenland, weet ze. Het moet een aanbeveling zijn. Van de stukken rots die moesten wijken voor het imposante gebouw zijn kleine gedenksteentjes gemaakt. Als we het project een warm hart toe dragen, moeten we toch zeker een rotsje mee naar huis nemen. Op de tafels staan vaasjes met zijden tulpen. Ook van Nederlandse zijde is bijgedragen aan het project. Armi nodigt ons aan tafel uit en van de restjes van de maaltijd op te scheppen. Hoewel er meer dan genoeg eten over is, voelt de omstandigheid wat vreemd. Armi is zo weer vertrokken om 5 nagerechten voor ons te regelen. De Hollandse kunstbloemen vormen een gemakkelijk onderwerp van gesprek. Na de maaltijd krijgen we een rondleiding aangeboden. De chauffeur haakt af; Glenn en Lyca volgen met enige schroom. We lopen door hoge gangen, kijken in slaapzalen, keuken, was- en gezelschapsruimten. Alles glinstert en schittert je tegemoet. Een zuster vertelt dat hier in de toekomst ouderen zullen worden opgenomen, die door iedereen vergeten en verlaten op straat zijn belandt. We zijn er stil van. Wat een luxe en hoe moet dat overkomen op de beoogde bewoners, vragen we ons af. Dan legt de zuster uit dat de nonnen hun leven hier in dienst van het geloof stellen. Om hier te komen werken moet men deemoedigheid hoog in het vaandel hebben zitten, zegt ze overtuigend en met een blik in de richting van Glenn en Lyca. Haar suggestie om te overwegen ook de stap te zetten vindt bij de vriendinnen geen gehoor. Onze bijdrage beperkt zich tot het kopen van een gedenksteen als souvenir en voor we het terrein verlaten krijgen we buiten nog een enthousiaste groet van de bouwploeg.

10. Bolinao

Armi stelt voor om eerst richting Bolinao te rijden. In Bolinao woont de vader van Lyca en het is zeker een goed idee om ons even voorstellen aan elkaar; een ritje om de vader van Lyca te ontmoeten is tenslotte ook niet al te om als je al van plan bent om naar Mountain Province te gaan. Lyca belt. Hij is thuis. We stoppen in een woonwijk en haar vader stapt in. De kennismaking bestaat uit een handdruk en de opmerking dat hij als oud-politieagent wel een strenge vader zal zijn. Van een gesprek komt het niet. We rijden naar de luxe accommodatie van El Piscador en stappen uit naast een zwembad met uitzicht op de Chinese zee.

276. IMGP6096 lichter 277. IMGP6099

In een open maar overdekte uitspanning zit een groepje mannen aan een tafel. Armi krijgt niet de kans om ons aan één van congresleden van het land voorstellen. De man loopt al met uitgestoken hand op ons toe. Honorable Arthur F. Celeste heet ons van harte welkom en zijn bodyguards kijken op een afstandje toe. Hij wil weten wat we van de accommodatie vinden, en we bekennen dat Tondol beach ons meer aanspreekt. Wij houden nu eenmaal van natuur en van zeilen en de aandacht verplaatst zich naar de poly jeugdboten op de kant. De bootjes hebben geen mast en in de Chinese zee zien we geen enkel baken liggen. Op het eerste gezicht lijkt het of er in dit prachtige vaargebied niet recreatief wordt gezeild, maar honorable Arthur vertelt over een internationale regatta die de haven van Bolinao aandeed. Hij moet toegeven dat hij zelf weinig weet over zeevaart en in de reisgidsen staat de vuurtoren van Bolinao vooral beschreven als toeristische attractie. We gaan met elkaar op de foto en praten verder over voeding. Nu moeten we echt even blijven om een plaatselijke delicatesse te proeven: de organen van die zee-egel met zwarte stekels. Het wachten duurt lang en Armi hakt een knoop door. Ze kondigt aan dat we nu echt verder moeten en krijgt als antwoord dat we mogen gaan als ze belooft het gerecht voor ons in Bolinao te kopen. Bij de volgende korte stop voegt de vader van Lyca de daad bij het woord. Hij loopt naar de markt en komt terug met twee zakjes gevuld met drab; één ervan houdt hij zelf, de ander is voor Armi, die tot onze opluchting het goedje mee naar huis wil nemen om het eerst zelf te proeven. Het is even over drieën als Lyca afscheid moet nemen van haar vader. Wij gaan in de buurt van Bolinao op berzoek bij het UP Marine Science Instistute en in Lingayen wil Armi ons nog voorstellen aan een vriendin. Het is nog maar de vraag of we voor het donker aan zullen komen in Mountain Province.

278. IMGP6100 279. IMGP6103

De stop bij het UP Marine Science Institute duurt minder dan een half uur. Glenn heeft ons voor 10 peso’s p.p. ingeschreven voor een rondleiding langs de bakken waar reuzendoopvont schelpen worden opgekweekt. Plesman lees ik in het gastenboek, mijn meisjesnaam. Het is de naam waaronder het eerste contact met Glenn werd gelegd. De rondleiding wordt door een stagiaire verzorgd. Ze vertelt dat een volwassen exemplaar van de soort wel 500 kg zwaar kan wegen. De dieren filteren voedsel uit het water en leven in symbiose met chlorofyl dragende organismen. Terwijl ze wijst naar de groene rand rondom de schelpranden klapt een van de dieren de schelphelften plotseling op elkaar. Het water golft tot over de rand van de bak en een van de toehoorders haalt een nat pak. Er volgt nog een uitleg over de voortplanting van de dieren – ze zijn man en vrouw in één - , maar het is nauwelijks nog te verstaan. De aandacht is weg. Iedereen praat door elkaar. Na de opmerking dat door inspuiting van de stof serotonine lozing van geslachtscellen kan worden opgewekt is de chaos echt compleet. De verwondering over op drollen lijkende zeekomkommers, zee-egels en zeesterren in soorten en maten en wieren voeren de boventoon. De rondleiding is afgelopen. Onze gids krijgt applaus.

11. Harvent School

282. IMGP6107 c

“Met zonsopkomst rijden jullie in de bergen”, zegt Armi op de weg naar Lingayen. Langzaam dringt het tot ons door dat dat we een nacht in de taxi gaan doorbrengen. Ze vervolgt met een geheimzinnige glimlach op haar gezicht: “We gaan op de foto met een heel mooie vrouw.” Na een rit van een kilometer of 75 stappen we uit bij een groot gebouw. Het begint al aardig te schemeren. Het is even na zessen en er is nog met geen woord over eten gesproken. We worden een aula binnen geleid en krijgen voor in een zaal stoelen aangeboden. De eigenaresse van deze privé lagere school is een vriendin van Armi. Ze wil haar graag aan ons voorstellen en wij pakken nog een staartje van een leerling voorstelling mee. Op een podium ontrolt zich een ziekenhuis scène. Gehuld in prachtige kostuums zingen, dansen en acteren de kinderen in strak gelid. Hun ouders schieten de mooiste beelden en benemen ons het zicht. Glenn en Lyca zijn in geen velden of wegen te bekennen. Na afloop van de act klinkt een applaus. Het is niet echt, het komt uit de luidsprekers. De meeste gezinnen hebben de zaal al verlaten. Stoelen staan schots en scheef. Achievers day eindigt met veel troep op de grond. De eigenaresse van Harvent school heeft een momentje om ons te ontmoeten. Ze is trots op haar school, waar men volgens de Montessori methode werkt, trots ook op haar dochter, die deel uit maakt van het docententeam. We gaan met haar op de foto en dan terug naar buiten om te ontdekken dat de taxi er niet meer staat. In aarde donker lopen we in de richting van de hoofdweg en gelukkig rijdt de taxi ons achterop. Glenn en Lyca lijken niet van hun plaatsen op de achterbank te zijn weggeweest. Als leraressen van de toekomst hebben ze zo goed als niets meegekregen van het bezoek aan deze school. Naast de chauffeur zit een tweede man.

12. Baby Arenas

284. IMGP6111 l 286. IMGP6115

Op weg naar onbekende bestemming maken we een tussenstop om een leeftijdgenoot van Glenn op te pikken. Na ruim een uur rijden staan we voor een bewaakte entree en worden binnen gelaten op het landgoed van Rachel “baby” Arenas. Armi heeft ons dan al veel verteld over het leven van die mooie vrouw. Ze moet wel een kleurrijk figuur in de Filipijnse samenleving zijn. Ze heeft meer dan eens bewezen fondsen te kunnen werven voor charitatieve doelen door concerten te organiseren met grote namen. Bovendien zet ze zich ook persoonlijk in voor liefdadigheid. Volgens de verhalen zou ze zelf ook niet onverdienstelijk zingen en ze zou een relatie hebben (gehad?) met één van de oud presidenten van het land, maar zeker is dat niet. Zeker is wel dat haar dochter meedoet in de race om een plaats in het congres en dat zij ook niet afkerig is van politiek. We zijn uitgenodigd om aan te schuiven bij een maaltijd om de graduation van studenten van wie zij de opleiding heeft betaald te vieren, maar eerst krijgen we een drankje en hapjes aangeboden. Ze vertelt dat de gerechten zijn klaargemaakt en worden opgediend door jongeren die als kind aan haar werden toevertrouwd. De groep jongeren om wie het feest draait wacht op de achtergrond. Baby Arenas heeft het op haar manier op haar landgoed goed voor elkaar. Tijdens een korte wandeling vertelt ze over een grote bruine ras kip. Ze wil de dieren graag aan ons laten zien en denkt dat wij als Nederlanders het ras wel zullen kennen. Een van haar medewerkers krijgt opdracht om een kip te halen en komt even later met een enorme bruine Barnevelder in de armen terug. Het arme dier belandt met de poten op de grond om bewondering te oogsten. Baby Arenas wil ons ook haar mangoboomgaard laten zien, maar dat gaat niet lukken. Het is aarde donker en de buitenverlichting is defect. Enigszins geïrriteerd en zonder een naam te noemen roept ze de technicus toe dat dit probleem voor morgen moet zijn verholpen. Het verlossende woord komt met een teken dat het gezelschap aan tafel kan. Het lopende buffet is geopend. De gastvrouw en haar jeugdige personeel zien erop toe dat alle gasten aan hun trekken komen, zelf eten ze niet veel. Baby Arenas praat aan één stuk door over haar huizen en vakanties in het buitenland en stuurt onderwijl het personeel aan. Wij raken in gesprek met weer een gouverneur en als iedereen is uitgegeten zet baby Arenas een video op over de verkiezingscampagne van haar dochter. Bij ons komt de gedachte aan politieke indoctrinatie op, maar misschien begrijpen we het verkeerd. We zien wel dat de meeste graduates de beelden met veel aandacht bekijken. Dan volgt weer een fotosessie met ditmaal op de achtergrond de muur vullende poster van dochter Rachel in de verkiezingsstrijd. Onze behoorlijk gebruinde huid steekt scherp af bij de onnatuurlijk blank gekleurde huid van onze gastvrouw. Wij zijn te bruin om mooi te kunnen zijn. Dan is het de beurt van alle graduates om met hun sponsors voor de camera poseren. De achtergrond wordt verbreed met een poster met felicitaties aan de in juni 2004 gekozen 14de president van de Filippijnen, mevrouw Gloria Macapagal-Arroyo, dochter van… Ten afscheid worden we overladen met gedroogde mangosnippers in kleine plastic verpakking waarop woorden met een politieke lading, een macht aan foto’s van dochter Rachel Arenas en haar moeder. “Salamat” –bedankt-. Of we nog niet genoeg hebben gekregen krijgen we als dank voor onze aanwezigheid op deze bijzondere avond ook nog een aantal cadeaus. Al weten we niet hoe, zelf voelen we ook de behoefte om de gastvrouw en haar gasten te bedanken en Glenn vindt het een goed gebaar als ik Bayan Ko voor hen wil spelen. Ik diep mijn blokfluit en de bladmuziek op uit de bagage, loop een beetje buiten adem naar de plek met op de achtergrond de affiches en begin te spelen. Glenn valt direct in, andere graduates volgen. Al bij de tweede regel wordt uit volle borst meegezongen. Iedereen lijkt de tekst te kennen. Het oude lied dat gaat over vrije vogels en liefde en stelt de vraag waarom is het land niet vrij is. Het lied klinkt als een klok. Het laatste couplet wordt met een applaus afgerond. De ontmoeting met de bijzondere vrouw en haar opmerkelijke huishouding stemt tot nadenken. We nemen afscheid van Armi en gaan met zes personen verder op weg door de nacht.

13. Mountain Province.

289. IMGP6117 292. IMGP6120 295. IMGP6126

Vast in de riemen en worstelend met gemis van water moeten we het tandenpoetsen voor een keertje overslaan. Glenn en Lyca zijn zo in slaap. Met kunst en vliegwerk doen we onze lenzen uit voor we de ogen dicht kunnen doen, maar van slapen komt weinig. Rond de klok van 2 in de nacht is iedereen klaar wakker en komt Jing met een geweldig idee. Hij wil muziek horen en vraagt Glenn of ze karaoke wil zingen. Na enig aandringen stemt ze in. Het beeldscherm gaat aan, de microfoon wordt doorgegeven en we horen 3 liedjes. Dan is het weer stil. Glenn heeft er geen zin meer in. We dommelen wat weg tot de wagen stopt bij een kiosk. Even kunnen we de benen strekken. Na een bezoek aan het toilet rijden we door. We hebben werkelijk geen flauw idee waar we zijn als de wagen weer stopt en de motor wordt uitgezet. Jing neemt pauze. De bijrijder neemt het stuur dus niet over. Na een tijdje rust wordt de motor weer gestart. We rijden weer. De wegen zijn redelijk tot goed, maar het tempo ligt niet hoog. Er zijn nogal wat scherpe bochten en nu en dan zijn er delen van de weg onverhard. Hoe het ook zij, met zonsopkomst zijn we niet ver van Banaue en voor we het goed en wel in de gaten hebben draaien we in het dorpje de oprit naar het Banaue Hotel op. Het is nog vroeg. Bij de receptie krijgen we te horen dat alle kamers nog bezet zijn. We moeten zeker nog een uur wachten voor we kunnen inchecken. Een kamersleutel kunnen we pas verwachten als de schoonmaak is gedaan. In het hostel voor personeel zijn wel voldoende bedden vrij, maar wij kiezen ondanks de kosten voor een standaard kamer: 2300 peso’s p.n. Op verzoek reserveren we 4 bedden in het hostel voor 250 p.p.p.n., alles inclusief ontbijt en we kunnen direct aan het lopende buffet aansluiten. In de eetzaal zijn nog genoeg stoelen vrij en enigszins onwennig schuiven we met elkaar aan een tafel. Het uitzicht op de rijstterrassen en in de verte de lintbebouwing langs de weg in de bergen naar Batad is schitterend. Wij zijn blij dat we goed zijn aangekomen en toch nog zo snel. Het ontbijt smaakt ons best en in afwachting van een kamer zakken we onderuit in de robuuste bankstellen in de lobby van het hotel. De vermoeidheid slaat toe en ik laat me ontvallen dat ik veel van wat we hebben meegemaakt niet kan begrijpen. Pratend over de onverwachte ontmoetingen krijgen de mensen en de onvergetelijke ervaringen vanzelf een plek. Het gesprek komt op onderwijs, werk, democratie en politiek. Jing steekt niet onder stoelen of banken dat hij zich geen beter beroep had kunnen wensen dan dat van zelfstandig chauffeur in de Filippijnen. Hij vertelt over zijn ervaringen met werken in het buitenland, hoe hij in korte tijd veel geld wist te verdienen en legt uit dat de luxe wagen, waarmee hij nu in zijn eigen land de kost kan verdienen is gekocht van spaargeld. Nu hoopt hij zoveel te kunnen verdienen, dat zijn twee dochters een kans hebben op het volgen van een opleiding. Over werken in eigen land meent hij dat er één vak is, dat je niet moet willen ambiëren. Wie een rol speelt in de politiek loopt gevaar en dat moet je gewoon niet opzoeken, zegt hij. En toch is hij het, die nu met 2 ondernemende buitenlanders op reis is in Mountain Province, terwijl ons ministerie van buitenlandse zaken ons adviseert om in noord Luzon alleen in groepsverband te reizen. Hoe noordelijk precies en om wat voor groepen het gaat wordt niet vermeld, maar de gedachte komt in ons op dat onze bijrijder misschien bedoeld is als bodyguard, alleen hij draagt geen wapen. Het heeft er alle schijn van dat we allemaal vastbesloten zijn om de eeuwenoude rijst terrassen van Mountain Province te zien.

296. rice terraces 1copy 297. IMGP6128

Jing stelt voor om in de middag een rondrit te maken. Met Glenn en Lyca spreken we af om nog voor de lunch vanuit het hotel een wandeling tussen de rijst terrassen te gaan maken. En dan is er een kamer voor ons vrij en kunnen we ons even terugtrekken. In onze luxe kamer en op de zachte matrassen van 2 bedden vallen we als een blok in slaap om een uur of 2 later weer vol nieuwe energie wakker te worden. De zon staat hoog aan de hemel, het zicht is helder. Glenn en Lyca wachten ons beneden in de lobby van het hotel op en we gaan op pad. Bij een temperatuur van dik 34 graden Celsius zoeken we onze weg over de aarden wallen; trap af, trap op. We zien rijstplanten in verschillende stadia van ontwikkeling. Op het land wordt nu niet gewerkt. Het wachten is op de oogst. We komen niet veel mensen tegen, maar de mensen die we tegen komen hebben tijd voor een praatje. Ze spreken ons in de lokale taal aan en als duidelijk wordt dat we die niet begrijpen schakelen ze moeiteloos over op gebroken engels en vragen of we een rondleiding willen, of we voor een klein bedrag de botten van voorouders willen zien. We bedanken vriendelijk en mogen ons pad vervolgen. Omstreeks het middaguur zijn we terug bij het hotel. Voor even scheiden onze wegen. Wij gaan in het dorpje op zoek naar postzegels en een hapje eten. Zij gaan terug naar de kamer in het hostel die ze toevallig ook niet met anderen hoeven te delen. Op zoek naar het postkantoor raken we in gesprek met een van de inwoners. Hij vertelt in goed verstaanbaar engels graag over zijn leven. Zijn velden liggen op een uur lopen van huis en tot zijn spijt moet hij ons vertellen dat de oogst nu niet meer voldoende is om zijn gezin te voeden. Dat is inmiddels te groot voor de rijstopbrengst van eigen grond. Hij zou ons graag naar zijn land gebracht hebben, maar wij hebben al een afspraak om een rondrit te gaan maken en weer moeten we bedanken. We kopen wat drinken en brood en gaan terug naar het hotel. In het weekend zijn in Banaue geen postzegels te koop.

14. Banaue

298. IMGP6130 299. kaartje banaue detail

De bodem van de fruitmand is in zicht. Er zijn nog drie mango's en één papaja over van het fruit dat we in Anda kregen. Zittend op de trap voor de ingang van het hotel kijken we hoe Jing de laatste mango's voor ons klaarmaakt. Ze moeten nu echt wel op. We krijgen het vruchtvlees in hapklare brokken op de schil aangeboden. Als we de vruchten op hebben bekijken we een handgetekend kaartje van de omgeving. Er zijn wegen, maar informatie over de staat van het wegdek ontbreekt. Jing kan ons een bezoek aan de uitkijkpunten zeker aanraden, ons lijkt het leuk om naar de Tappiyah watervallen te gaan en zodra Glenn en Lyca zich laten zien gaan we op weg richting Batad. Na nog geen uur rijden maakt Jing een eerste stop: een mooi punt om voor een foto te poseren met op de achtergrond de rijst terrassen. Jing drukt af en we vervolgen de reis. Het wegdek of beter gezegd het ontbreken van wegdek zorgt ervoor dat we steeds langzamer moeten rijden. Nog maar eens kijken op het kaartje en we denken dat we aan het begin van een wandelpad naar de watervallen zijn. Frans en ik stappen uit en gaan samen op onderzoek uit. Onze wandelroute voert over een hekje, balancerend over een muurtje boven stromend water en eindigt bij een poel waar twee jongens van een jaar of zeven de was doen. Ze schrobben zeep in spijkerbroeken, die half op stenen en half in het water liggen. Er zijn ook kinderen die zich spetterend en plonzend in het water vermaken. Even verderop zien we Jing staan. Hij is kort in gesprek met een dame en komt dan naar ons toe om te vertellen dat ze toegangsbewijzen verkoopt voor de poel waar wij niet via de officiële route gekomen te zijn. En niet onbelangrijk: Hij weet inmiddels ook dat dit niet de weg naar de watervallen is. Langzaam begint het tot ons door te dringen dat het kaartje van het hotel niet meer is dan een ruwe schets. De wegen zijn niet op schaal getekend en ons plan om zo laat in de middag en zonder 4-wiel aangedreven auto naar de watervallen te komen is gedoemd te mislukken. Wij kopen alsnog toegangsbewijzen en Jing voegt een fooi toe. Er zit niets anders op dan de weg terug naar Banaue te nemen en Jing stelt nogmaals voor om naar de uitzichtpunten te rijden en daar uit te stappen om de 2000 jaar oude rijstterrassen op zijn mooist te zien en terloops laat hij vallen dat hij ons de volgende ochtend al weer vroeg terug wil rijden naar Dagupan. Wij concluderen snel dat er dan voor een tussenstop in Baguio nauwelijks gelegenheid zal zijn en Jing blijft bij een gemaakte afspraak om een andere klant een dag later naar Manilla te rijden. We staan maar niet te lang stil bij zijn drukke agenda en kijken vooral om ons heen, naar de schitterende uitzichten en de knap tegen steile bergwanden aangeplakte hoogbouw woningen op palen.

303. 6140-6143 copy 304. rice terraces  6146-6151 copy

Terug in de auto en na een uurtje rijden parkeert Jing de wagen bij een kiosk. Wij stappen uit en vier oudere vrouwen in traditionele Ifugao klederdracht nodigen ons uit om met hen op de foto te gaan. Hun ruggen staan voor altijd krom van het werken op het land. We zeggen vriendelijk gedag en lopen door. Het panorama lonkt. Een poging om dit uitzicht met de camera vast te leggen is gedoemd te mislukken. Je moet het "8ste wereldwonder" gewoon met eigen ogen gezien hebben. Jing heeft de tijd nuttig besteed met het kopen van een opklapbaar stoeltje in de kiosk. Het is grappig, handig en te zwaar om mee te nemen. We rijden terug naar het hotel en bespreken tijdens de avondmaaltijd een nieuw plan voor de volgende dag. Wij hoeven zo nodig niet vroeg uit de veren en vragen Jing of hij ons tot Baguio wil rijden. We zien er niet tegenop om van daaruit met het openbaar vervoer verder te reizen en willen rustig de tijd hebben om de stad te zien. Jing stemt snel in.

Tijdens het ontbijt in Banaue Hotel horen we frans, engels en een Scandinavische taal. Er zijn vooral buitenlandse toeristen te gast. De meesten reizen in grote groepen, meer maatje touringcar dan maatje jeep. Onze kans op een rit over de spectaculaire weg naar Sagada is verkeken, het is wel spijtig dat we al weer terug moeten, maar niet getreurd. Het weer is schitterend en we krijgen nu een kans om de weg terug door de bergen bij daglicht zien.

309. IMGP6160 313. IMGP6164 315. IMGP6170 316.  pas 6371-6374 317. pas noord copy

Om even na 8 uur is er weinig verkeer op de weg. Jing kan zonder probleem midden op een brug stoppen. De river stroomt door grillige bergen. Zo op het eerste gezicht zijn toppen en dalen zonder enig verband, klakkeloos achtergelaten. Het beeld verschilt behoorlijk van de alpen zoals wij die kennen. Hoe we precies naar Baguio rijden weten we niet, maar het moet haast wel via de Mountain Police Highway zijn. Om even over 10 stopt Jing bij een kiosk om even wat vers fruit te kopen. In deze kraam zo ver van de zee liggen oude verweerde doopvontschelpen te koop. Wij zien wegwijsbordjes naar een toilet. De WC is snel gevonden, maar daar is ongeveer alles mee gezegd. De natuur is de cultuur hier ver de baas. Er moet al maanden geen bezoeker en al zeker geen schoonmaker langs zijn geweest. We kunnen tegen de geur van opgedroogde ontlasting leunen en gooien de deur maar gauw weer dicht. Er zit niet veel anders op dan te bekennen dat we behoefte hebben aan een plaspauze. De verkoopster van de kiosk hoort van onze nood en wijst ons haar brandschone WC. Na gebruik water uit een ton naast het toilet scheppen en door spoelen graag, zegt ze. Dat lucht op. De reis kan worden vervolgd.

Het verkeer wordt drukker, de weg niet breder. Er zijn hele colonnes vrachtverkeer onderweg, rijstoogst op transport. Soms gaat het tempo zo ver omlaag, dat er wel ingehaald moet worden. Het is maar goed dat we niet zelf achter het stuur zitten. Jing blijft onverschrokken als er ons op onze weghelft in hoog tempo een tegenligger tegemoet komt en soms stuurt hij zelf de wagen ook nog net op tijd terug in de file. Gelukkig voor ons loopt het keer op keer goed af, maar niet iedereen heeft dat geluk. We zien ook twee vrij ernstige ongevallen. We rijden veilig naar de hoogste pas in de omgeving. De laatste papaja uit de fruitmand moet nu echt op. Het moet in de buurt van Santa Fee zijn geweest, die plek omringd door vergezichten in de bergen waar we stopten om te eten. Drie kwartier lang hebben we genoten van het schitterende uitzicht om vervolgens nog eens bijna twee uur door een berglandschap, afgewisseld met vlakten te rijden. Het dagelijkse leven van de bevolking hier staat volledig in het teken van de rijstteelt. Ook oogsten is vooral handwerk. De ongepelde rijst wordt op het wegdek uitgespreid en uiteen geharkt. Na het drogen wordt palay in zakken geschept en op vrachtwagens geladen. Op de kale natte akkers worden nieuwe rijstplanten gepoot.

320. IMGP6183 322. IMGP6188

Plotseling minderen we vaart. Jing stopt in een dorpje en vraagt de weg. Aarzelend rijdt hij verder tot op het punt waar het wegdek voor ons volledig bedekt ligt met gele palay. Weer twijfelt hij, maar hij besluit dan toch om rustig door het eten heen te rijden. Normaal kan het niet zijn, maar de dorpsbewoners reageren met gelatenheid. De weg eindigt in een grote zandbak. We keren en rijden nog een keer over de palay. Vragende blikken alom. Jing vraagt opnieuw hoe we naar Baguio kunnen komen. Een man stuurt ons door, het dorp uit. We sluiten weer aan in de file op de hoofdweg en slingeren over de Kennon Highway door het berglandschap. Nu en dan geeft het wolkendek een haast mystiek tintje aan de omgeving mee. Gelegenheid om te stoppen is er niet, ook niet bij die prachtige waterval. De eerstvolgende stop is op een parkeerplaats met een uit rots gevormde reusachtige leeuw, het symbool van Baguio. We zijn bijna aan Jing verplicht om hier een foto te maken, zo trots is hij, maar na de rit van bijna 4 uur over de bergweg en zoveel indrukken zijn we niet in de stemming. Jing belooft ons een volgende stop met een mooi uitzicht naar het zuiden. Het is niets teveel gezegd. Vanaf daar heb je een prachtig uitzicht op een stuk van de weg, die door de Amerikanen in de tweede wereldoorlog werd aangelegd.

323. IMGP6189 326. IMGP6192 328. IMGP6194 330. IMGP6195

Als we de zomerhoofdstad van de Filippijnen vanuit het zuiden binnen rijden zingt het in ons hoofd. "We zijn er bijna." Wij voelen ons gebroken van het uitstapje naar Mountain Province. Jing rijdt door de stad alsof hij de weg weet, en al is deze rit nog zo luxe, voor het vervolg van de reis gaan we graag met het openbare vervoer. Een Filippijns-Nederlandse vriendin heeft ons het logis van PNKY home aan de Leonard Wood Rd nummer 13 in Baguio aangeraden. We hebben het geluk dat we er zonder te reserveren twee nachten terecht kunnen en Glenn en Lyca denken zich hier ook wel even thuis te kunnen voelen. Voor 11.200 peso’s kopen we rust en luxe om weer bij te tanken voor het vervolg van de reis. Jing noemt ons een vaste prijs. We hoeven dus niet te onderhandelen, maar hebben nog wel een probleempje. De 21.000 peso’s die we hem verschuldigd zijn zit niet meer in onze portemonnee en we moeten wel cash betalen. Er zit dus weinig anders op dan toch maar weer met de moed der wanhoop in de taxi te stappen en op zoek te gaan naar een ATM betaalautomaat. We rijden naar de dichtstbijzijnde Mall en laten de wagen in de parkeergarage achter. Gevijven verkennen we het winkelcentrum. ATM geldautomaten zijn er genoeg, maar de eerste twee die ik probeer werken niet. Pas bij de derde poging heb ik succes. Onder grote belangstelling spuugt het apparaat een bedrag van 20.000 peso’s uit. Het is een hele stapel bankbiljetten en ik gun me niet de tijd om ze netjes op te bergen. Met de flappen om mijn beurs gevouwen wil ik zo snel mogelijk naar de wagen terug, een wandeling die door de rest van het gezelschap met angst in de benen lijkt te wordt volbracht. We betalen Jing in de tuin van PNKY en nemen afscheid van elkaar. Na het eten nestelen we ons in het zachte bankstel van een sfeervol ingerichte huiskamer, bij een boekenkast en geluidsinstallatie. PNKY home voelt voor ons als thuiskomen. Glenn haalt de CD tevoorschijn, die ze in Anda van ons kreeg en al gauw vult de muziek van Cocobowles de kamer. Bladerend in boekjes met teksten, vooral over de liefde, dromen de vriendinnen weg. Bij ieder van ons ligt op het nachtkastje een klein bijbeltje.

15. Baguio

331. IMGP6197 332. IMGP6199

Wat brengt een buitenlands echtpaar met twee Filipijnse jongedames in Baguio? De vraag wordt niet gesteld, maar staat op het gezicht van onze gastvrouw te lezen. Een lokaal ontbijt wordt vlot opgediend, een continentaal ontbijt duurt ietsje langer en smaakt zeker niet beter. We gaan lopend de stad Baguio verkennen en zoeken eerst een fotowinkel om het fotorolletje van Glenn te laten ontwikkelen en afdrukken. Het prijsniveau ligt aanzienlijk veel lager dan in Nederland, maar in de eerste de beste winkel slagen we niet. Glenn wil eerst prijzen vergelijken. Het is moeilijk voor haar om hier geld aan uit te geven. Op weg naar één van de grote winkelcentra komen we langs het postkantoor. Eindelijk kunnen we postzegels kopen voor onze ansichtkaarten. Ze zijn al lang onderweg, maar nu kunnen we ze dan toch posten. We wandelen in de richting van de grote kathedraal van Baguio en Glenn wordt aangesproken door een vrouw. Ze lopen een tijdje samen op en we zien de dame doorlopend praten. Dan haalt ze informatie uit haar aktetas en overhandigt Glenn een A4’tje tekst. Glenn steekt het bij zich en vertelt ons dan dat deze vriendelijke dame haar wel geld zou willen lenen. Wij denken er goed aan te doen om haar te waarschuwen. Bij de kerk aangekomen, zien we dat de banken aan weerzijden van het gangpad versierd zijn met witte linten en bloemstukken. Er is een trouwdienst. Glenn en Lyca knielen in gebed neer op de achterste bank en wij blijven buiten staan kijken en wachten tot ze weer naar buiten komen. Als we even later met elkaar verder lopen horen we dat ze zich hardop afvragen of zij voor zichzelf een dergelijke huwelijksinzegening zouden wensen, maar die vraag blijft onbeantwoord als Glenn spontaan vertelt waarom haar familie is overgestapt van de methodisten naar het katholieke geloof. De Katholieke kerk ligt het dichtst bij haar ouderlijke huis.

333. Baguio compleet copy 6201-6207 337. IMGP6212 338. IMGP6214

Bij de fotowinkel van de Big Mall ontdekken we dat het geen zin heeft om de tarieven voor ontwikkelen en afdrukken verder te vergelijken. Ze zijn overal hetzelfde. Voordeel van de Mall is wel het uitzicht: een groots panorama over de stad. De vriendinnen kijken liever in de etalages vol met luxe artikelen. Een uur is zo voorbij en de foto’s geven een verrassend mooie indruk van plaatsen en ontmoetingen. Op zoek naar een mooi lunchplekje lopen we in de richting van Burnham Park, waar grote roeiboten als enorme zwanen statig dobberen op het troebele water van het meertje. Er ligt één boot op het droge, een dankbare achtergrond voor een fotoreportage. Verkopers lopen af en aan, met manden vol fruit en andere etenswaar op hun hoofd. Er zijn ook verrijdbare stalletjes waar je vers geroosterde maïs kunt kopen en dit alles voor een schappelijke prijs. Ik druk met een plastic mesje voorzichtig het sappige vruchtvlees van een mango uit de schil. Mijn handen plakken en ik ben al op weg naar het meertje als ik nog net op tijd een gil van Lyca hoor: “dirty”. En ja, contact met stilstaand water zou hier niet verstandig zijn. Voor een paar peso’s was ik mijn handen netjes in een wasbakje van het openbare toilet en dan gaan we op weg naar de markt. De jongedames willen een jurk kopen en Glenn weet de weg. In dit deel van de stad kwam ze duidelijk vaker toen ze hier als au pair werkte. Dat is nu al weer zo’n vier jaar geleden. Nu woont ze met haar beste vriendin Lyca op een kamer in Dagupan, waar ze de opleiding tot onderwijzeres heeft gevolgd. De graduation is kort na ons vertrek uit het land.

343 IMGP6221 345 IMGP6223 347 IMGP6226

In sneltreinvaart lopen we langs kramen en winkeltjes. We zien prachtig uitgestalde peulvruchten, verse penen, kolen, knollen, bladgroenten en veel fruit, gebruiksartikelen, bloemen en potten ingemaakte voedingswaren. Er is ook een overweldigend aanbod van 2de hands kleding, maar we gunnen ons zelf weinig tijd om lang stil te staan. Er zijn kleine kinderen die met veel enthousiasme grote boodschappentassen te koop aanbieden, er zijn er ook die bedelen. Van de afdeling vlees en vis krijgen we niet veel meer mee dan de geur, adembenemend. Na nog geen half uur lopen staan we weer buiten op straat. De beide jongedames speuren nog wat in de rekken vol kleding van een betaalbaar soort, maar helaas. Op weg terug naar de Big Mall stuiten we op een lange rij wachtenden. Als we vragen naar het waarom, stapt Lyca op één van de mensen af. Het gaat om rijst. Iedereen staan in de rij voor de door de regering gesubsidieerde en dus de goedkoopste rijst. Geduld overheerst. Glenn heeft inmiddels nog een derde filmrolletje weg te brengen. We lopen terug naar de Mall en besluiten die avond te gaan eten bij een Italiaans pizza restaurant. De teleurstelling over het niet slagen om kleding kopen is gauw vergeten. Wij willen graag eerst terug naar PNKY om ons nog even wat op te frissen, maar nemen niet de uitgang waardoor we naar binnen kwamen. Hoe goed we ook kijken, redeneren, de kaart bestuderen en naar de weg informeren, we kunnen die korte weg terug naar PNKY zo gauw niet vinden en als we tot drie maal toe dezelfde straat af zijn gelopen geeft Glenn op. Bij nader inzien besluiten de vriendinnen dat ze liever in het winkelcentrum willen wachten tot de foto’s klaar zijn. Wij zetten door en we spreken op een vaste tijd met elkaar af voor het restaurant. Op onze dwaaltocht naar PNKY belanden we in een soort parkje met prachtig uit hout gesneden figuren die verschillende bevolkingsgroepen van de Filippijnen uitbeelden. Prachtig, maar geen plek om haast te hebben. Tot onze schande zijn we wel een half uur te laat op de afgesproken plek en toch worden we van verre enthousiast toegezwaaid. Glenn is blij met de foto’s, maar de vriendinnen hadden zich ook aardig zorgen gemaakt. De gedachte dat we elkaar hier kwijt zouden kunnen raken had hen de stuipen op het lijf gejaagd. Bij de Italiaan ebt de spanning langzaam weg en na het eten vinden we de goede uitgang. Het is buiten echt donker. Er staat een lange rij mensen te wachten op een taxi. In het moderne winkelcentrum hebben de welgestelden massaal inkopen gedaan. Arm of rijk, in één opzicht zijn mensen gelijk; vandaag hebben we geen ouder gezien die zijn kind boos toesprak of een draai om de oren gaf. Terug in de gezellige huiskamer van PNKY brengen we de avond door met het om beurten zingen van kinderliedjes in drie talen. Melodieën zijn herkenbaar, kerstliedjes sluiten de rij.

352 IMGP6236

De dag begint met een Amerikaanse ontbijt, snel opgediend en lekker. Alles in het interieur van PNKY home is te koop en wij hebben een oogje op een houtsnijwerk van vier vissers in een bangka. We kunnen pas uitchecken als de winkelhoudster er is en doden de tijd met spelletjes sungka en het nemen van wat foto’s in de huiskamer. De verkoopster laat niet lang op zich wachten en zodra ze ons ziet laat ze zich ontvallen dat het horen van onze kerstliedjes haar goed heeft gedaan. Frans kan naar Filippijns gebruik een bijnaam bijschrijven: “de missionaris”. Zonder afspraken over de aankoop van het kunstwerk rekenen we af. Er wordt een taxi gebeld en even later stappen we uit bij het busstation van de Victoria Liner.

16. Dagupan

357 IMGP6245 359 IMGP6249 360 IMGP6250

De bus naar Dagupan heeft een kapotte airco en staat op het punt om te vertrekken. Met of zonder airco, wij gaan liever met de niet gekoelde bus mee, dan buiten in de hitte te wachten op een volgende bus. Er zijn nog precies vier plekken vrij achterin de bus. Onze koffers passen mooi in het gangpad en in de bus kunnen we ook nog wel kaartjes kopen. De bijrijder knipt in razend tempo gaatjes: bus nummer, datum, tijd, prijs, begin en eind station en dat in viervoud. We betalen 360 peso’s totaal en krijgen elk een kaartje met 15 gaten. Een schitterend berglandschap trekt aan onze ogen voorbij. Soms ligt het dal links van de weg, dan weer rechts. De bus blijft steeds over links hellen. Marcos Highway is even grillig als de omgeving. Door de openstaande ramen waait een verkoelend windje. Als vanzelfsprekend stuurt een TV voorin de bus doorlopend beeld en geluid in de ether. Er zijn mensen die onder die omstandigheden de krant kunnen lezen. Het landschap gaat volledig aan hen voorbij. De passagier op de bank naast ons stuurt met een verbazende vingervlugheid doorlopend SMSjes. Onderweg zijn heel wat haltes, plaatsen waar kooplieden in- en uitstappen en gaandeweg komen er weer zitplaatsen vrij. Na een uur of twee rijden herkennen we het stadsbeeld van Dagupan; veel jeepneys, tricycles en dikke bundels van de telefoonbedrading langs de weg. De entree in de stad wordt kracht bijgezet met een spandoek: “Welcome to Dagupan City. Ang ating kapalaran ay nakasalalay sa ating kaisipan. Busugin ang ating isip ng mga tamang pag aaral. Mag aral habang may pagkakataon para sa masaganing kinabukasan.” Vrij vertaald: Onze toekomst is in je gedachten. Zolang je de gelegenheid hebt moet je leren zodat jij een goede toekomst tegemoet gaat. Bij het eindstation stapt iedereen uit. We worden direct aangesproken door een man, die ons een rit in zijn tricycle aanbiedt. We lopen achter Glenn en Lyca aan naar zijn kar. Hij laadt de tassen van de vriendinnen op, even later gevolgd door onze bagage. Glenn en Lyca moeten achterop de motor gaan zitten en wij persen ons in een zijspan. Het reisdoel is YMCA, Mc Arthur Highway, Tapuac District, maar al bij de eerste keer optrekken wordt duidelijk dat er iets niet goed zit. De motor met zijspan steigert als een onwillig paard en we staan weer stil. Glenn stapt af en moet nu bij ons in de zijspan. Zo is de gewichtsverdeling beter, zegt de chauffeur. In nog geen 10 minuten staan we op de stoep bij het hostel, maar voor ons is het ritje lang genoeg. Dit is gewoon niet het beste vervoermiddel voor mensen van ons postuur. De tricycle rijder vraagt een prijs van 100 peso’s voor het ritje, aanmerkelijk meer dan het standaard tarief dat we lazen op de sticker aan de binnenkant van de zijspan. Hij voert aan dat we wel erg veel bagage bij ons hebben en wil met ons in discussie. Daar passen we voor en we betalen met tegenzin. Onze conclusie staat vast: tricycles are too expensive.

365 IMGP6257

In YMCA huren we een kleine kamer met een dubbel-bed, douche en toilet aan de achterkant van het gebouw; voor 450 peso’s per nacht een zeer betaalbaar en goed verblijf. We ontdoen ons van onze bagage en gaan dan met Glenn en Lyca op weg naar hun studentenkamer. We zijn nog geen uur in de stad of we zitten gebogen over begrotingen en balansen van de kosten voor levensonderhoud en studie van Glenn, die alle inkomsten en uitgaven netjes op een rij heeft staan. Haar studieresultaten zijn voor haar op dit moment even van minder groot belang. Ze wil graag dat wij de boekhouding zien. Pas als dat voor elkaar is, krijgen we alle resultaten, deelcertificaten en tot slot de thesis te zien en vertellen Glenn en Lyca over het onderzoek dat ze hebben gedaan voor dit verslag, zo te horen een behoorlijke klus. Ze spraken met veel leraren en leraressen in verschillende delen van de stad. De laatste op- en aanmerkingen van hun studiebegeleider moeten nog worden verwerkt, maar daar is nu even geen tijd voor. We lopen de trap af op weg naar hun school -het Lyceum Northwestern University Dagupan- en ik breng snel nog even een bezoekje aan het toilet. Handmatig doorspoelen gaat niet lukken, helaas. De emmer is leeg. De stem van Glenn klinkt geruststellend. “De kraan is in de keuken bij de voordeur.” en “Daar staat ook een koelkast, maar die doet het niet.”, zegt ze even later. “Vanavond kunnen we helaas niet koken, want de gastank is leeg.”, voegt ze spontaan toe. Het wandelingetje naar het universiteitsterrein valt erg mee. Het is een afstand die Glenn gewoonlijk per tricycle aflegt. Het is al later in de middag en op school zijn de meeste lokalen leeg en op slot. De Dean is nog in gesprek, maar na niet lang wachten kan Glenn ons toch aan elkaar voorstellen. Nogmaals krijgen we een uitleg waarom de datum van de graduation op het laatste moment nog een week moest worden verzet, een verontschuldiging maar ook een bevestiging dat er geen rekening kon worden gehouden met onze planning. Als de rijkste persoon in de Filippijnen een uitnodiging om aanwezig te zijn bij de graduation aanneemt is zijn planning maatgevend. Het is plezierig te horen dat Glenn een goede studente is. Goed in dit verband wil zeggen; goed kunnen luisteren en ijverig zijn, begrijpen we en dat verbaasd ons. De Dean is verheugd dat Glenn dank zij ons haar opleiding aan de universiteit heeft kunnen doen en in één adem volgt de opmerking dat Glenn ons dankbaarheid verschuldigd is. We zijn weer verbaasd, maar onze mond valt bijna open als we haar horen zeggen dat voor Glenn de tijd nu rijp is om aan een gezin te denken. Het gesprek komt niet op haar kans op een baan, maar gaat verder over de toekomstdromen van haar eigen dochter van 12, die graag in de voetsporen van haar moeder zou willen treden. Onze gedachten dwalen af, het gesprek verzandt. Terwijl we over het universiteitscomplex lopen vertelt Glenn over een van haar medestudenten, een moeder van 5 kinderen die door nanny’s worden grootgebracht. Dat kan als je rijk bent, is haar simpele verklaring. Zelf kan ze zo niet denken. Ze heeft wel andere zorgen.

367 IMGP6261 corr 370 IMGP6267

Zwijgend lopen we naar een park waar we tot het eten nog even neer kunnen strijken. Het is niet ver van YMCA. Veel groen en bankjes zijn er niet, maar op de randen van de plantenbakken kun je ook prima zitten. Tegenover ons zit een moeder met haar tweeling aan de borsten, vlak naast haar geeft een andere vrouw haar baby de fles. Zo tegen het eind van de middag komt jong en oud zich ontspannen onder de palmbomen van dit kleine parkje. Er wordt geposeerd en gepraat. Bij de moeder van de tweeling voegt zich een meisje van een jaar of zeven. Moeder vertrouwt één van de baby’s aan het kind toe en komt naar ons toe om haar verhaal doen. In goed verstaanbaar engels horen we dat de vader hen verlaten heeft. Er is niemand die voor haar of voor de kinderen zou kunnen zorgen, vervolgt ze haar verhaal. We luisteren, vragen niet verder. Ze loopt terug naar haar kinderen. Het begint al aardig te schemeren en we gaan op zoek naar een eettentje. De vrouw met haar drie kinderen blijft achter in het park. Ze zijn er niet verlegen om een praatje, maar of ze vanavond ook een gezonde maaltijd krijgen zullen we niet weten. We lopen naar een restaurantje op de stoep van een drukke straat. Er is nog één tafeltje vrij. Op een lange BBQ buiten wordt melkvis –bangus-, met aubergine geroosterd. Bij een vitrine kun je rijst op een bord scheppen. Het geluid van de karaoke staat net hard genoeg om de herrie van jeepneys en trycicles te overstemmen. Als onze rijst wordt opgediend, gaat er bij het omdraaien van het eten op de BBQ even wat mis. De vis belandt op straat en wordt zonder blikken of blozen terug gelegd op het rooster en even later opgediend. Tijdens de maaltijd komt een jochie bij de tafels langs en bedelt om geld. Het jongetje krijgt van de andere gasten een munt, maar duidelijk is wel dat hij zich dan ook snel uit de voeten moet maken en zich vanavond hier niet meer moet laten zien. Als hij in een donker zijstraatje verdwijnt klinkt een enorm lawaai. De ijsbrokken in de vele kratten vol met vis worden ververst, legt Glenn uit. Voor koffie en wat meer rust gaan we naar een cafeetje vlak bij het YMCA en Glenn vertelt over haar familie. Het valt haar zwaar en de tranen springen in haar ogen. We kunnen haar troosten, maar dat verandert weinig aan de situatie. Het kan zeker lastig zijn om twee zo verschillende culturen te combineren, maar Glenn weet dat het contact met zoals zij het noemt “far away parents’ haar een goed gevoel kan geven.

17. Binmaley

373 IMGP6271 374 IMGP6272

Het lijkt ons heerlijk om een dag aan het strand van Binmaley door te brengen. De reis er naar toe is voor ons al een heel avontuur en eigenlijk is dat ook wel genoeg. Glenn is vaker in Binmaley geweest om daar Armi of het echtpaar Gatchalian te ontmoeten, dus ze weet welke jeepney we moeten nemen. We hoeven alleen maar achter haar aan te lopen en in te stappen, dicht achter de chauffeur te gaan zitten en hem te zeggen dat we voor vier personen willen betalen. De man noemt een bedrag en wij verhogen het bedrag met een fooi. Onder het rijden lijkt het of hij feilloos bij houdt wie voor de rit betaald heeft, maar als we uitstappen is er toch een misverstand in het spel. De vriendinnen worden door omstanders met veel misbaar besprongen. De beschuldigingen van zwart rijden komen hard aan. Nu wil Glenn er vanaf te zijn en ze betaalt opnieuw. Dan zoekt ze een z.g.n. nieuwe tricycle uit voor een ritje naar de afgelegen plek aan het strand. In de hitte vallen we neer op houten banken onder een afdakje en wentelen ons in de rust.

376 IMGP 6274 6275 Binmaley strand 377 IMGP6276 381 IMGP6281 corr 383 IMGP6286 384 IMGP6288 corr 386 IMGP6291

Op het strand liggen ranke bangkas zij aan zij. Het is warm. We krijgen er dorst van en de zee trekt. Even verderop in zuidelijke richting zien we dat mensen verkoeling zoeken in het water. In Noorderlijke richting dobbert een bangka in het ondiepe water. Vanaf het strand wordt met vereende krachten aan een lange lijn getrokken, de vissers werken eendrachtig samen. Als er aan het eind van de lijn niet voldoende ruimte meer is om te trekken wordt er afgehaakt en vooraan in de rij weer aangekoppeld. Na enige tijd ligt het net volledig op het droge en dan is het of het hele dorp uitloopt. Vooral jongeren zijn er als de kippen bij om te helpen bij het sorteren van de vis. De wat oudere vissers maken de netten schoon en brengen het vismateriaal terug in de bangka. De vangst waar het om gaat –inktvis- wordt in een mand verzameld. Een stapel bijvangst van kwal en een sortering koraalvissen blijft achter in het zand, dood of ten dode opgeschreven. Een oudere vrouw vraagt of ik inktvis van haar wil kopen, maar ik moet bedanken en ga terug naar ons rustige stekje. Armi en Jing zijn net aan komen rijden. We worden voor een lunch uitgenodigd en Armi wil ons voorstellen aan haar broer. Hij is niet alleen burgemeester, maar ook eigenaar van een fabriek van bouwmaterialen in de achtertuin van zijn woning. Ze heeft de maaltijd bij zich. We hebben geen andere plannen of afspraken en nemen de uitnodiging aan. Terwijl op de veranda van een woning de tafel wordt gedekt voor een feestelijke maaltijd, zien we hoe een man palmbladen in tweeën klieft. Andere mannen vullen mallen met specie. De zachte steen wordt gestort om bij de hoge temperatuur in de schaduw te drogen en dan klaar voor gebruik op een vrachtwagen geladen. Twee nanny’s met ieder een peuter onder hun hoede zoeken ons bijzijn op. De kinderen staan in het middelpunt van de belangstelling. Het ziet ernaar uit dat ze niets tekort komen en de zorg als vanzelfsprekend ondergaan. Na de maaltijd komt haar broer ons kort de hand schudden. Hij stapt in zijn auto en vertrekt met een chauffeur achter het stuur. Armi wil van de gelegenheid gebruik maken om ons ook voor te stellen aan haar jongere zus. Ze is toevallig in het land en woont in een woning met omheind terrein naast het huis van haar broer. In de tuin van de woning raken we in gesprek. Gastvrij worden tafel en stoelen aangedragen en we krijgen een glas frisdrank aangeboden. Achter in de tuin staat een groot aantal hanen op hoge poten, ieder dier met een eigen afdakje en zitstok, ieder dier met een poot aan een ketting. Haar zwager is een vervent liefhebber van hanengevechten en hij komt net aangelopen. Hij vraagt onze mening over zijn favoriete sport. Het antwoord is kort maar krachtig. “Gokken om hanengevechten is in ons land niet toegestaan”. Het gesprek valt dood. Terug op de veranda vinden we Glenn en Lyca slapend op een bankje. Ons gesprek over een plan voor de rest van de middag maakt hen wakker. Zonder hun mening te horen gaan we in een taxi op weg naar het grote winkelcomplex van Dagupan. Armi wil ons graag dat we nog even op de foto gaan op het bordes van het gebouw waar de graduation van Glenn en vele anderen een week later zal worden gevierd: het Jimmy L. Fernandez Centre. De kosten van dit feest liggen ver boven het normale bestedingspatroon van de studenten, weet ze. We gaan nog even op zoek naar de 2 mooie boeken met sagen uit de Filippijnen, maar na enig zoeken moeten we opgeven.

389 IMGP6294 390 IMGP6296 Matutinas

Terug bij het YMCA hebben we even tijd om ons op te frissen voor het avondeten. Armi heeft ons uitgenodigd voor een maaltijd in het presidentiele restaurant Matutinas vlak bij de Tondaligan kust in Dagupan. Opnieuw worden we als eregasten onthaald en krijgen we een fantastische maaltijd opgediend. Jing adviseert ons bovendien om onze laatste nacht in Manilla in een eerste klas hotel niet ver van het vliegveld te overnachten. Hij noemt Heritage Hotel. Bij de voordeur van YMCA nemen we afscheid van Armi en Jing.

18. Afscheid nemen

Glenn wacht ons al vroeg in de morgen op bij de receptie van YMCA. Ze is nu in gezelschap van 2 vriendinnen en we gaan met z’n vijven op zoek naar een eetgelegenheid. Niet ver van de hostel vinden we een eettentje aan de Mac Arthur Highway. Terwijl we ontbijten lijkt het wel of er op straat een muzikale oorlog aan de gang is. Uit elke hoek klinkt wel een andere muziekstijl. We eten rijst en in kruiden gebakken vleesreepjes, maar het gesprek aan tafel wil slecht op gang komen. Er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan. De eigenaar van het eetcafé vult de stilte aan tafel met zijn verhaal. Hij vertelt over een motorongeluk dat hem nu al weer een paar jaar geleden is overkomen en waardoor hij nu gehandicapt is. Zijn leven is volledig veranderd. We luisteren, betalen de rekening en lopen terug naar het YMCA hostel om onze bagage uit de kamer op te halen. Glenn en Lyca hebben hun thesis bij zich, maar in de verwarring van het moment laten ze de bladzijden over straat dwarrelen. De drie vriendinnen haasten zich om alle losse bladzijden bijeen te rapen. Gevieren nemen we de tricycle naar het busstation. Voor 307 peso’s p.p. kopen we twee enkeltjes Manila en we kunnen meteen de bus in. Als de bus gaat rijden draait Glenn haar hoofd om. Lyca wil nog zwaaien, maar dat valt ook haar zwaar. Met een gebaar van keep smiling verdwijnen we uit het beeld. Voor in de bus gaat de TV aan. We zitten helemaal voor in de bus en concentreren onze aandacht volledig op een leuk muziekprogramma.

391 luzon

Kilometers glijden aangenaam aan ons voorbij, tot de buschauffeur plotseling ingrijpt en de sfeer in de bus volledig verandert. Er wordt een film opgezet met als thema moord en doodslag in een vrouwengemeenschap. De beelden die we zien en het geschreeuw dat we horen is niet voor de poes. We vluchten naar een plaats achter in de bus en kijken nu vooral naar buiten. Bij één van de tussen stops in Tarlac en Angeles stappen twee mannen met jonge kinderen in. Ze gaan op de achterbank zitten. De film vol beelden van lichamelijk geweld wordt niet uitgezet, en gelukkig vallen de kinderen snel in slaap. West van de weg speuren we naar de vulkaan Pina Tubo, maar tevergeefs moeten we concluderen als we Manilla binnen rijden. Het eindstation van de bus ligt op loopafstand van het hotel. Buiten is het warm. Duf als we zijn reageren we niet op het aanbod van een taxichauffeur. Wij zijn nog steeds druk doende met de kaart als we opnieuw worden aangesproken. Ditmaal nemen we de aangeboden hulp aan. Onze bagage wordt overgenomen en we moeten er in looppas achteraan. Zijn taxi blijkt aan de overkant van een drukke weg te staan en een groepje mannen houdt het verkeer tegen zodat wij de weg kunnen oversteken. Als we goed en wel in de taxi zitten zien we geen meter. De chauffeur legt uit dat zijn branche samenwerkt met de busmaatschappij Victoria Liner en dus meer dan betrouwbaar is. Hij noemt een prijs waarvoor we met de officiële taxi een aardig eind zouden kunnen rijden, maar wij besluiten dat we bij nader inzien toch liever lopen en stappen uit. De chauffeur haalt niet begrijpend onze bagage uit het kofferruim.

Ver hoeven we niet te lopen, maar we krijgen weinig kans. Al na een paar meter worden we opnieuw aangesproken. Nu door iemand die een officiële taxi voor ons aan wil houden. De buitentemperatuur helpt ons bakzeil te halen en even later staan we zonder problemen aan de receptie bij het Heritage Hotel. Er zijn geen kamers beschikbaar, maar de receptionist verzekert ons dat er wat later op de dag zeker kamers vrij zullen komen. Formaliteiten worden afgehandeld en we kunnen onze bagage achter laten. We lopen naar Mall of Asia aan de oever van de Zuid Chinese Zee.

393 IMGP6300 399 vuurwerk 403 IMGP6321

Het grote winkelcomplex verrast ons in verschillende opzichten. Je vind er sport en winkels onder een dak. Energieverbruik lijkt er geen rol te spelen. In een van de overdekte hallen ligt een ijsvloer. De airco draait op volle toeren en je kunt er het gevoel voor klimaat compleet kwijtraken. We speuren in drie verschillende mega boekenwinkels naar boeken over Filipijnse sagen, maar zonder het gewenste resultaat. Op de boven boulevard lopen we langs een breed scala van restaurants tot we onze keuze hebben gemaakt. Het eten is goed, de bediening geweldig en het uitzicht om niet te vergeten. Onze laatste avond in de Filippijnen kan niet meer stuk. De maaltijd is als een feest, compleet met vanaf een ponton in de zee afgeschoten vuurwerk. Als grappige toegift krijgen we bij ons nagerecht maffe hoofddeksels op het hoofd gezet en worden we door de bediening uit volle borst toegezongen. We ontkomen er niet aan om even helemaal in het middelpunt van de belangstelling te staan. Ons bezoek aan de big Mall is niet voor niets. Op weg terug naar ons hotel weten we toch die twee mooie boeken vol sagen uit de Filippijnen te bemachtigen. De versie die we eerder kochten sturen we op naar Glenn in Dagupan in de hoop dat het boek inderdaad nog voor haar graduation bezorgd kan worden.

19. Terug naar huis

405 IMGP6298 409 IMGP6326 413 IMGP6330 416 IMGP6342

Aan elke droomreis komt een eind. Na een royaal en goed verzorgd ontbijt in het Heritage Hotel checken we uit. De charity box op de balie kan ditmaal niet op onze gaven rekenen. We willen ons laatste Filipijnse geld graag op het vliegveld aan cadeautjes uitgeven en onderhandelen zelfs nog over de kosten van het versturen van een pakket. Als het opsturen vanuit de Filipijnen duurder is dan verzending vanuit Nederland nemen we -hoe omslachtig ook- het pakje net zo lief eerst mee naar huis, maar zo ver komt het niet. Pal naast de entree van het hotel stappen we in een niet al te nieuwe taxi. De chauffeur probeert een prijsafspraak met ons te maken zonder de meter te gebruiken, maar dat gaat niet door. We zeggen vast te willen houden aan het metergebruik, maar als hij ons na een rustige rit bij het vliegveld afzet betalen we toch zijn prijs. De wagen kan wel een onderhoudsbeurtje gebruiken. Van geld uitgeven op het vliegveld komt weinig. Wij en met ons vele Filipino’s die in het buitenland werken moeten ruim 2 uur in de rij staan voor we in het vliegtuig kunnen stappen. We zijn blij dat we de kans hebben gekregen om Glenn te ontmoeten en met haar en haar vriendin Lyca meer van de Filippijnen te zien.