Onze reis
2. Noordereiland: Bay of Islands, Coromandel

Vrijdag 28 november

De volgende ochtend verkennen we de omgeving en zien we de eerste Kauri-bomen, evenals de eerste wilde orchideeën (met bloempjes van 2 mm). Kauri-bomen zijn inheemse bomen die zeer oud en groot kunnen worden.
Daarna bezoeken we het Kauri-museum, wat zeer indrukwekkend en de moeite waard is. We kunnen hier ook de eerste natuurboeken kopen. Dat is hard nodig, want er is veel vreemds te zien. Vooral de bomen, varens en vogels zijn vreemd en in enorme verscheidenheid..
Tot onze verbazing zijn veel planten herkenbaar en zelfs bekend (Bitterling, Duizendguldenkruid, Brunel, Margrieten, ...)..
Heel bijzonder zijn de boomvarens, varens op een stam die meer dan 20 meter hoog kunnen worden.
Het weer is wisselvallig: een graad of 17 met af en toe een bui. Als de zon schijnt wordt het snel warm. Niet zo gek, want de zon staat hier net zo hoog als in Marokko.

De mensen zijn erg aardig en informeel gekleed. Ed koopt schoenen in een schoenenwinkel en ziet alleen een 'toerist' op gympies, korte broek en hemd uit zijn broek. Dit blijkt de eigenaar/verkoper te zijn.

Boomvarens

Het ontbijt bij Thomas en Beate

De rest van de vrijdag rijden we naar het noorden, naar de Bay of Islands. Onderweg komen we door Waipoua Forest, het grootste overgebleven Kauri-bos. Dat ziet er zo indrukwekkend uit dat we besluiten er nog terug te komen. Vrij laat komen we in de Bay of Islands aan, een subtropische baai met meer dan 100 eilandjes. We overnachten in een bijzonder huis van een Duitse kunstenaar: Thomas Lautenbach. Hij schildert uitsluitend Maori's, iets waar zowel de Maori's zelf als de andere Nieuw-Zeelanders in het begin moeite mee hadden.
Hij heeft het schitterende huis zelf gebouwd en het ligt op een helling met uitzicht op de baai..
Na een lekkere nacht krijgen we een fantastisch ontbijt op de veranda geserveerd met een prachtig uitzicht. We boeken gelijk nog maar bij, want hier kom je helemaal tot rust.

Zaterdag 29 november

We maken een 6 uur durende boottocht in de Bay of Islands. De catamaran gaat alle kleine inhammen in en we zien veel vogels: Jan van Genten, nestelende meeuwen, etc. Ondanks smeren blijken we 's avonds behoorlijk verbrand. Het weer is hier beter dan waar we eerst waren.

Zondag 30 november

We rijden terug naar het Kauri-bos. We maken een paar korte, maar mooie wandelingen. Het is een bos met veel verschillende bomen en (boom)varens. We zien 4 nieuwe orchideeënsoorten, waaronder de aparte greenhoods.
Het bos heeft de kenmerken van een tropisch regenwoud, behalve de temperatuur: het is lekker wandelweer. We overnachten in een 'cabin' op een camping, met uitzicht op zandduinen van 100 m hoog. Het bed is niet slecht, maar we verlangen alweer naar het ontbijt bij Thomas en Beate.

De bomen in het Kauri-bos zijn prachrig begroeid met varens en mossen

Maandag 1 december

Maandagochtend rijden we terug naar de Bay of Islands (ca. 180 km) omdat we met dolfijnen willen zwemmen. Onderweg kiezen we kleine weggetjes en maken een mooie rit.
's Middags gaan we in een speciale boot de baai rond op zoek naar dolfijnen. Er zijn snorkels en wetsuits aan boord. Helaas: het weer is mooi, maar de dolfijnen worden niet gevonden. Het blijft bij een pinguïn en een Sunfish. We krijgen een deel van het geld terug en hopen de volgende keer op meer succes.

Als pleister op de wonde genieten we van een lekker biertje en een maaltijd met vis en lam op een terrasje in Russell, met uitzicht op de baai.

De Bay of Islands

Dinsdag 2 december


We verlaten de Bay of Islands en trekken naar het zuiden. We bezoeken eerst de meest historische plaats van NZ: de Waitangi Treaty Grounds. Hier is de overeenkomst tussen de Maori’s en de Engelsen getekend, die nog steeds de basis vormt van de samenleving.
Daarna maken we een wandeling over plankieren door een mangrove-bos. Hoewel het klimaat er niet naar is, heeft men hier echte mangrove-bossen die heel veel voorkomen in riviermondingen aan zee. We lunchen heerlijk in het Waikokopu café.
We maken een lange rit naar het schiereiland Coromandel, dat onder Auckland ligt.

We overnachten 2 nachten bij Rosemary in het plaatsje Thames, een echte Engelse lady en gepensioneerd huisarts. Ze heeft een prachtig huis in de bossen aan een riviertje met een mooie Engelse tuin. Haar man en zoon zijn enkele jaren geleden gestorven en ze is best eenzaam. Eigenlijk wil ze liever terug naar Engeland, maar ja, dat plekje….

Woensdag 3 december


We maken een prachtige bergwandeling in het Coromandel Forest Park, vlakbij waar we slapen. Het is erg mooi en afwisselend: bossen, natte stukken, rotsen, watervallen,..
We zien o.a 3 soorten Zonnedauw en Zonne-orchideeën. We lopen de Kauri-track, een pad waarover vroeger ossen en paarden de grote Kauri-bomen vervoerden. Dat lijkt nu onvoorstelbaar.
Het weer is schitterend: tussen 20 en 25 graden en volop zon. We zweten wat af!
We zullen ruim een week dit mooie weer houden.
‘s Avonds eten we in een eetcafé. De serveersters zien er goed gekleed uit in schort en sloof. Als ze zich echter omdraaien zien we een korte broek.

Zonnedauw en orchideeën

Vogels kijken bij Miranda

Donderdag 4 december


‘s Morgens rijden we naar het plaatsje Miranda, waar we op de slikken veel waadvogels bekijken, o.a. een soort steltkluten. Het ligt er vol mooie schelpen.. Hier begint Dory’s Nieuw-Zeelandse schelpen-hobby. (we komen met een stuk of 50 thuis)
Coromandel staat bekend om zijn mineralen. We bezoeken daarom een mineralen-en gesteentenfabriek waar van alles te koop is voor redelijke prijzen.
‘s Middags maken we nog een schitterende rondrit over het schiereiland met mooie kusten en bijna bloeiende Pohutukawa-bomen.
We willen de volgende dag naar Whakatane om daar met dolfijnen te zwemmen. Dat is nog een hele rit, dus slapen we in een motel in Tauranga.

De "Green Lipped Mussel" is uniek voor Nieuw-Zeeland.
Hij heeft inderdaad een groene rand en de mossel zelf is vlezig, groot en lekker.

De mosselen van Coromandel zijn beroemd en geliefd.
Daarom mag je er niet meer dan 50 per persoon rapen.