Onze reis
7. Zuidereiland: Zuid-oost kust, Otago
28 december

Het bezoek aan Stewart Island is alweer voorbij. Het is ons echt uitstekend bevallen en we willen hier zeker nog wel eens terug, bijvoorbeeld om een meerdaagse tocht te maken.
Om acht uur gaan we terug met dezelfde boot en schipper; de zee is gelukkig een heel stuk rustiger. Voor we op de boot gaan moeten we het kenteken van onze camper opgeven. We vragen ons af waarom, maar het blijkt dat ze hem bij aankomst dan al klaar hebben staan (hij stond in een betaalde stalling)! Nadat we ons wrak hebben opgehaald gaan we verder langs de zuidwestkust van het Zuidereiland. We rijden door een gebied dat The Catlins heet en erg populair is bij de Nieuw-Zeelandse vakantiegangers.
Het eerste stuk is weer heel leeg. We maken ons een beetje zorgen, want de benzine is bijna op en alle tankstations die we tegenkomen (en dat zijn er niet veel) zijn gesloten (zondag).
In een tankstation in een klein dorpje hangt op de ruit een briefje waar de eigenaar woont en dat je hem eventueel mag storen. We bellen aan op nr. 26 en gelukkig is hij thuis. Even later komt hij speciaal voor ons de pomp openen.
Er zijn veel bezienswaardigheden langs de (vaak onverharde) weg. We stoppen eerst bij de resten van een fossiel, versteend woud aan het strand. Het is behoorlijk indrukwekkend met mooie rotsen en veel kelp (zeewier). In Nieuw-Zeeland is ondertussen de zomervakantie begonnen, want we zien meer mensen dan we gewend waren - maar nog niets vergeleken bij Europese zomer-aantallen. De volgende stop is een baai waar regelmatig Hector-dolfijnen moeten zitten, een hele kleine soort. Het is een prachtige baai met een heel groot strand en inderdaad zien we enkele dolfijnen in de branding spelen.
De volgende ‘attractie’ zijn de Cathedral Caves, grotten in rotsen op het strand die alleen bij eb te bereiken zijn. Hoewel de dame op het parkeerterrein (waar we 3 dollar p.p. aan moeten betalen) zegt dat we het nog wel halen, staan de grotten al onder water.

We rijden door. Het begint weer te regenen en we gaan op zoek naar accommodatie. We willen het wel weer eens in de camper proberen (niet van harte) maar de campings waar we langs rijden zien er niet aantrekkelijk uit en zijn vol. We proberen het in een paar dorpjes langs de zee maar alles is vol - wat een verschil met de rest van de vakantie, waar het altijd de eerste keer raak was!
We rijden langs Nugget Point, wat heel mooi moet zijn. We gaan toch nog even kijken. Het is inderdaad zeer de moeite waard: een uitstekende rotspunt in zee met een vuurtoren. Onder aan op de rotsen is een grote kolonie zeeleeuwen. Ondanks het donkere weer kunnen we ze goed bestuderen. Er zitten veel jongen tussen.
Er is ook een kijkhut voor het bekijken van Geeloog-pinguïns. Deze zeldzame soort komt alleen in Nieuw-Zeeland voor en dan nog alleen in dit gedeelte. Ze broeden in het struikgewas boven het strand en als je geduld hebt kun je er een zien die naar zee gaat om voedsel te zoeken of een die net terug komt. We brengen een half uurtje in de hut door en zien er één het strand op komen.

We besluiten om door te rijden naar een grotere plaats (Balclutha) waar we denken meer kans te hebben op een slaapplaats (door de regen hebben we -alweer- geen trek in een nacht in de camper). Gelukkig vinden we een goed en goedkoop hotel. De hotels op het Zuidereiland zijn uitstekend: luxe kamer, goed en groot bed, mooie badkamer, keukentje met alles erop en eraan, tv, etc.

Het versteende woud

 

Nugget point in de regen, maar wel mooi

 

 

Maandag 29 december

We rijden richting Dunedin, een van de grootste plaatsen van het Zuidereiland. Dunedin is Keltisch voor Edinburgh en er wonen veel Schotten. Nieuw-Zeeland wil de laatste dagen van ons afscheid nemen met mooi weer: het klaart op en het wordt steeds warmer. Dit zal zo blijven tot we vertrekken. Bij Dunedin ligt het schiereiland Otago, wat beroemt is om zijn natuur en kolonies Koningsalbatrossen en Pinguïns. Er is een speciaal reservaat voor de Geeloog-pinguïn. Hier hebben we vooraf telefonisch een excursie geboekt.
De rit over het schiereiland is prachtig met een lekker zonnetje en schitterende kust.
We rijden als eerste naar de punt van het schiereiland waar het (grote) bezoekerscentrum is bij de Albatros-kolonie. We kunnen hier terecht voor een excursie om half zes. Dan moet net kunnen, want de pinguïn-excursie is om kwart voor vier.
Ondertussen zoeken we een onderkomen. Daarbij hebben we veel geluk: bij een motel vlakbij de pinguïn-kolonie hebben ze nog een ‘kamer’ vrij. Dit blijkt een mooi, houten huis te zijn, met houten veranda op de zonkant en luxe inrichting.
We eten op onze veranda eerst een met garnalen gevulde avocado (die zijn net als het andere fruit in NZ heerlijk rijp) en drinken -je raadt het nooit- een lekkere fles wijn. Dit alles in de volle zon, zo’n graad of 25.
Dan eerst de Geeloog-Pinguïns: in de natuurlijke leefomgeving heeft men een uniek reservaat gemaakt: er zijn ‘loopgraven’, van waaruit je de broedende pinguïns en hun jongen van heel dichtbij kunt bekijken. De vogels worden allemaal geringd en bijgehouden. We kunnen de pinguïns fantastisch zien en het is erg indrukwekkend.
Direct daarna doorrijden (maar een paar km.) naar de Albatrossen. Het gaat hier om Koningsalbatrossen, een van de grootste vogels ter wereld: spanwijdte ruim 3 meter!
Dit is de enige kolonie op het vasteland. Alle andere kolonies zijn op kleine eilanden in de oceaan. Er is een permanente uitkijkpost met spiegelglas. Na introductie door een gids kun je hier een halfuurtje doorbrengen om de vogels te bekijken.
Er zijn een paar broedende paren op het nest te zien, maar het meest indrukwekkend is als ze gaan vliegen op de aanwakkerende zeewind.

Voldaan gaan we weer naar ons plekje in de zon. Het is die dag echter nog niet gedaan met de natuurbeleving! We hebben o.a. van de gids gehoord dat er op een strand in de buurt een kolonie Dwergpinguïns (of Blauwe pinguïns) broedt. Deze gedragen zich heel anders dan de Geeloog-pinguïns: ze broeden ook in de struiken boven het strand, maar gaan overdag op voedsel uit. In de schemering komen ze dan met groepen tegelijk op het land. We willen dit graag zien. Er zijn meer mensen die er vanaf weten, want na zonsondergang staan we er met een aardige groep. Er komt een ranger langs die uitleg geeft over de gedragingen van de dieren en hoe ze beschermd worden. Op een gegeven moment ziet hij een groep zich verzamelen in zee. Hij heeft hier duidelijk ervaring mee, want zonder verrekijker is dit nauwelijks te zien. Bovendien is het bijna donker. Dan komt de ‘zwarte vlek’ dichter naar de kant en stappen de kleine vogels op het strand. Ze volgen het pad wat van het strand omhoog leidt. Daarna blijven ze in de beschutting staan tot ze met een aardig groepje zijn en voldoende moed verzameld hebben (ze zijn zich degelijk bewust van de mensen). Dan lopen ze voorzichtig tussen de mensen door naar hun nesten in het struikgewas. De jongen zijn ondertussen al gaan roepen en maken behoorlijk lawaai. Het is een uitermate indrukwekkende ervaring.
Na de eerste golf gaan de meeste mensen weg. Met een ander stel blijven we nog staan wachten en inderdaad komt er nog een groep aan land. We gaan liggen en zien de kleine pinguïns tot op enkele decimeters van ons passeren.

Het is een prachtige dag geweest en dus gaan we voldaan slapen.

Dinsdag 30 december

Na een heldere nacht worden we wakker met een mooie zon. We gaan voor de verandering eens een stadje bekijken en rijden naar het centrum van Dunedin. Het is een leuke plaats met een rustige sfeer. Het station is beroemd en inderdaad een zeer fraai gebouw.
Na een kop koffie op een terrasje in de zon bezoeken we een hele grote supermarkt om wijn in te slaan voor thuis.
Dan op weg voor de laatste etappe: langs de kust richting Christchurch.
We maken een uitstapje naar de Moeraki Bolders: grote, bijna volmaakt ronde rotsen op het strand met een diameter van ca. 2 meter. Het is een vreemd gezicht.
Daarna rijden we boven het plaatsje Moeraki naar een uitzichtspunt waar een broedplaats is van de Geeloog-pinguïn. Het is een mooie, afgelegen plek op een rotskust. Helaas mogen we niet verder omdat ze er nesten van zeldzame vogels gevonden hebben.
We rijden terug naar het vissersplaatsje Moeraki. Dit is een ontzettend leuk plaatsje en we ontdekken een restaurantje met een terras direct naast de haven. Het bestaat pas een paar maanden en is fantastisch. Van buiten is het een eenvoudig houten gebouwtje, van binnen erg gezellig. De rookoven staat tussen het restaurantje en de haven en verser dan hier kun je de vis niet eten. Dit restaurantje (Fleur’s place) is zonder meer een omweg waard.

Na de maaltijd is het 5 uur en we hebben nog 300 km. te rijden. We maken nog een stop bij Omaru, bij een broedplaats van de Geeloog-pinguïn. Hier zien we 3 pinguïns uit de zee komen. Het is heel goed te zien, ook door het mooie weer en de heldere zee.

We rijden tot ongeveer half tien door en vinden dan een motel dichtbij het vliegveld van Christchurch.

   
Woensdag 31 december

We komen tijdig op het vliegveld aan, waar de man van Wardhire al klaar staat om de camper in ontvangst te nemen.
Het is een lange terugreis: Christchurch-Auckland-Kuala Lumpur-Amsterdam.
Oudejaarsavond om 12 uur zitten we op het vliegveld van Kuala Lumpur.
Om half zeven op nieuwjaarsdag komen we aan op schiphol.
Gelukkig staat Gerard, Dory’s broer, klaar om ons thuis te brengen. De overgang naar het koude, drukke kikkerlandje is erg groot en het zal weken duren voor we weer een beetje gewend zijn.