Dicksonia antarctica, Dicksonia fibrosa, Dicksonia squarrosa, Cyathea dregei

 

Beschermd

Een prachtige verschijning is de Australische boomvaren Dicksonia antarctica. Deze schaduwminnende plant kan ongeveer 5 graden vorst verdragen. Deze prehistorische, bedreigde plantensoort komt uit TasmaniŽ.

Vorstgevoelig!

Voor alle duidelijkheid, de naam doet vermoeden dat deze boomvaren uit Antarctica zou komen en dus vorst zou kunnen verdragen. Op TasmaniŽ vriest het echter zelfs in de bergen niet langdurig, dus de Dicksonia antarctica is zeer vorstgevoelig! De "stam" is vlak onder de kroon het meest vorstgevoelig. Dus een oude, plant met een hoge stam zal de vorst beter kunnen verdragen. Een grote plant is helaas prijzig. 

Als er geen vorst is, maar wel droogte dan dient de stam extra water te krijgen. Uitdroging is ook 's winters een gevaar!

Boom?

Verder doet boomvaren denken, dat deze varen iets te maken zou hebben met een boom, ook dit is absoluut niet het geval. Normaal gesproken gaat er door de stam van een boom een sapstroom van blad naar wortels en omgekeerd. Bij de Dicksonia is dit niet het geval. Eigenlijk is de "stam" van de boomvaren een pakketje humus. Ieder jaar maakt de varen een aantal bladeren en oude bladeren sterven af. De basis van de afgestorven bladeren is samen met de wortels en de humus de "stam". De "stam" wordt  ieder jaar ongeveer 3 cm. hoger. Ook de wortels moeten dus meegroeien om de bodem te kunnen bereiken voor het opnemen van water. Voor de verzorging houdt dit in dat de "stam" nooit mag uitdrogen! Sproei extra water over de stam bij droog weer. In hun natuurlijk verspreidingsgebied kunnen deze planten tot 10 meter hoog worden. Hier zullen ze op den duur vier meter hoog kunnen worden.

Dicksonia antarctica.jpg (7619 bytes)

Dicksonia antarctica (op de achtergrond)

Inpakken!

Als de plant zeer goed wordt ingepakt kan hij buiten uitgeprobeerd worden. De bladeren zullen vrijwel altijd bevriezen, ook bij een zachte winter. Vaak worden alle bladeren afgeknipt voor de winter, zij kunnen tevens dienen als isolerend materiaal voor het inpakken van de varen. Maar opbinden is beter. Als de winter niet al te hard toeslaat blijft het blad behouden door het opbinden. Hoe meer blad behouden kan worden des te sneller de boomvaren herstelt. Het inpakken dient grondig te gebeuren. Om de "stam" worden een paar stokken gezet op ongeveer 20 cm afstand. Omwikkel het geheel met een rietmat, vliesfolie of kippengaas, stort daarna het bouwsel vol met isolerend materiaal: de afgeknipte bladeren, stro, droog blad, etc. Bij strenge vorst kan het geheel tijdelijk worden omgeven door noppenfolie.

Bij zeer strenge vorst is het bekeden van de stam met jute ter bescherming tegen de directe warmte van verlichting. Daaromheen een snoer van kerstverlichting. De lampjes aandoen als de temperatuur onder 0 blijft verlichting aandoen. Bij strenge vorst noppenfolie gebruiken. Let op! De stam droogt sneller uit en de warmteproductie achter de folie is groot, dus zo kort mogelijk gebruiken! En bij acclimatiseren eerst verlichting uit daarna folie verwijderen. Bind de bladeren op en gooi een hoeveelheid droog blad in het groeihart (een deel mag gerust als 'mest' blijven liggen in het voorjaar)

Denk ook 's winters aan voldoende vocht voor de "stam"; niet sproeien bij vorst!

    

   

Standplaats

De grond moet vochtig maar goed doorlatend en luchtig zijn (bladaarde), als er voldoende vocht is (ook op de "stam") kan de plant wat zon verdragen, maar schaduw heeft de voorkeur.

Omdat de boomvaren in Nederland vrijwel iedere winter zijn blad verliest, wat hij in zijn natuurlijk verspreidingsgebied niet gewend is, kan de groeikracht in de volle grond langzaam verminderen. Geleidelijk aan kan de stam steeds dunner worden, doordat de plant buitengewoon veel energie in zijn herstel moet steken, als hij jaren achtereen getroffen wordt door een strenge winter. Maar na een zachte winter als de winter van 1999-2000 groeit hij als nooit tevoren. Doet weer nieuwe krachten op zeker als er een normale Hollandse zomer volgt. Dat is een zomer waarover de gemiddelde thuisblijver niet echt tevreden is, de boomvaren daarentegen wel!

Andere soorten

Een kleiner "broertje" van Dicksonia antarctica is Dicksonia fibrosa. Deze komt uit Nieuw-Zeeland en wordt daar Wheki-ponga of "Golden Treefern" genoemd. Hij groeit tot ca. 1000 meter hoogte in de bergen. Waarschijnlijk is hij even "winterhard" als "antarctica". De groei is langzaam. En hij wordt minder hoog dan "antarctica". De bladeren zijn kleiner en wat glimmender de beharing is goudbruin. Hij houdt niet van te veel zon, hoewel hij bij ons best wat zon kan verdragen, als de "stam" bij droog weer nat wordt gehouden. Geplant onder bomen ontvangt hij extra bescherming tegen winterkou. Hij wordt (nog) niet vaak aangeplant, maar de ervaringen die verschillende mensen met deze mooie plant hebben zijn positief! Hij groeit sneller dan "antarctica", maar hij loopt ook later uit meestal pas in juni.

Een mooi Nieuw-Zeelands broertje is de Dicksonia squarrosa. Deze kan  4 meter hoog worden, maar de "stam" blijft elegant (tot 15 cm dikte), en maakt uitlopers. De bladeren zijn donkergroen en de stam lijkt wel zwart. De plant kan zijtakken/scheuten maken. Een paar "zaailingen" staan reeds twee winters onder een Dicksonia antarctica. Ze overleefden onder het winterdek. Toch zal deze Dicksonia geen lang leven beschoren zijn in Nederland.

Uit Zuid-Afrika komt de Cyathea dregei deze schijnt ook wat vorst te kunnen verdragen. Maar aangezien, zeker grote, boomvarens zeer duur zijn zou ik ze liever niet buiten uitpoten. Met de Cyathea dregei zijn in de winter 1998/1999 slechte ervaringen bekend, en deze winter is toch zeker niet de strengste.

Mooie Engelstalige sites: Cold-hardy Tree Ferns Page, Treeferns downunder http://www.boomvaren.be/

Combineren in de schaduw

Deze planten geschikt voor een geweldige "show" in de schaduw verdienen de begeleiding van de zeer mooie Nieuw-Zeelandse Cordyline indivisa!

terug