Feijoa sellowiana

 

De struik Feijoa sellowiana, die uit Zuid- Amerika stamt, heeft schitterende bloemen en wordt vaak in de warme kas gebruikt, maar ook in de volle grond doet ‘ie het ook goed. De bloei laat lang op zich wachten, maar ook zonder bloemen is de plant de moeite waard, het blad is bovenop groen en vanonder grijsachtig behaard. Maar het wachten op de bloemen wordt beloond, ze zijn bijzonder exotisch! De bloemen komen uit een witachtige knop tevoorschijn, de vier witachtige bloembladen hebben een groot aantal opvallend rode meeldraden met helder gele stampers.

De Feijoa is nauw verwant aan guave, een tropisch fruitgewas. De vruchten van de Feijoa worden gegeten; bepaalde rassen worden in de tropen en subtropen speciaal voor de vruchten gekweekt. Bij ons moeten we de bloemen met een penseel bestuiven om vruchten aan de plant te kunnen krijgen. In de volle grond heb geen vruchten waargenomen. In een zeer mooie warme zomer zullen de prachtige bloemen u doen verwonderen.

In Duitsland hebben proeven uitgewezen dat deze soort temperaturen tot -16C kan overleven. De planten moeten dan wel droog en uit de zon staan. Bij ongeveer ongeveer -8C zal het blad bevriezingsverschijnselen gaan vertonen, maar in het voorjaar wordt weer voldoende nieuw blad gevormd. Zelfs na een zeer strenge winter kan de plant zich vanuit de grond herstellen. De jonge twijgen spruiten vanuit de wortelvoet uit. In de praktijk van mijn tuin bleek, dat alleen in de laatste elfstedenwinter de plant bijna tot de grond afstierf. Het herstel was zeer voorspoedig. De bladschade treedt eerder op als de vrieswind erg schraal is en langdurig is, maar als er een aantal "normale" nachtvorsten zijn is er nauwelijks bladschade.

De Feijoa sellowiana houdt van een zonnige standplaats en de grond moet ‘s winters droog blijven. De winterbescherming bestaat uit het beschermen met vliesfolie, als er een koude vrieswind waait. De plant verdraagt snoei goed.

Vermeerdering: In juli topstekken nemen, behandelen met stekpoeder en onder glas of plastic bij een temperatuur van 20 - 25C aan de wortel brengen. Vermeerdering uit zaad in het voorjaar is goed mogelijk, laten kiemen bij ongeveer 20 C.