Het weer & klimaat in Nederland

 

Inhoud van deze pagina op alfabetische volgorde:

concrete klimaatgegevens voor Nederland, El Niño & La Niña, Extreem weer, ijsheiligen klimaat, midden van het land, neerslag in Nederland, noordkust, oosten, noordkust, Samenvatting, temperatuur onder de grond, termen bij het weer, vorst aan de grond, vorstdagengrafiek De Bilt, weer, westkust, zeeklimaat

andere links:

 

Klimaat

Het klimaat voelen we niet direct aan den lijve. Het klimaat zijn b.v. gemiddelde temperaturen, hoeveelheden neerslag en dergelijke, over een bepaalde periode in een bepaald gebied. Uiteraard bepaald het klimaat mede of een plant al dan niet in een bepaald gebied kan groeien. Want een plant heeft een bepaalde tijd nodig om te groeien (groeiseizoen) en in die tijd moet het warm/koud of droog/nat zijn enzovoort..... Het klimaat kunnen we blijkbaar beïnvloeden, zoals uit vele onderzoeken is gebleken. In Nederland en Vlaanderen wordt het gemiddeld warmer, maar aan de andere kant zal het weer misschien veel extremere pieken laten zien. Het weer kunnen we nauwelijks beïnvloeden.

 

Weer

Het weer voelen we ieder moment, dat we buiten zijn. Het weer is door zijn grilligheid in Nederland een belangrijk thema van gesprek, iedere dag opnieuw. De planten krijgen natuurlijk ook te maken met die grilligheid, dus ook het weer beïnvloed het welzijn van de planten. Voor planten, die hier "op het randje" van hun verspreidingsgebied groeien of planten, die wij graag in de tuinen zouden zien beteken de extremen in het weer vaak een vraag van leven of dood. Bijvoorbeeld het extreem dalen van de temperatuur heeft soms dodelijke gevolgen.......Zoals gezegd het weer is nauwelijks te beïnvloeden, daarom moeten we de planten waar nodig beschermen tegen de grilligheid van het weer.

Ter illustratie de temperaturen over de maand januari 2005. Nederland gemiddeld warmer, maar in Zuid-Europa opvallend veel kou. Menig liefhebber in Zuid-Europa zal planten verloren hebben. En dit scenario is ook in Nederland niet uitgesloten, hoewel het al jaren gemiddeld warmer is dan normaal.

temperaturen januari 2005

Weer links:

 

 

Zeeklimaat

Nederland en Vlaanderen hebben een zeeklimaat, dat wil zeggen een klimaat waarin de zee een grote rol speelt. De aanwezigheid van grote watermassa’s (Noordzee en IJsselmeer), speelt een grote rol bij het temperatuurverloop in ons land. Vlak aan het water zijn de verschillen in temperatuur kleiner dan dieper land inwaarts. Het water heeft een vertragende werking op temperatuur. Het water is namelijk in staat de temperatuur langer vast te houden dan land. Hoe groter deze vertraging des te meer er sprake is van een zeeklimaat of maritimiteit. ‘s Zomers zal het langer duren voordat de warmste dagen er zijn. In het najaar duurt het aan zee langer, dat het kouder wordt. Het Nederlandse klimaat kun je gerust als zeer grillig omschrijven, zodat u bij het lezen van de grafieken de nodige reserves moet hebben. Maar het is en blijft een goede vingerwijzing, want de pieken doen zich regelmatig in dezelfde periodes voor. De extremen in het voorjaar geven aan dat oppassen gewenst is, en in het najaar geven ze ook aan wanneer u in een ongunstigst geval tot beschermen moet overgaan. De extremen zullen niet veel extremer worden. Tot slot is gebleken, dat de gemiddelde temperatuur omhoog gaat in de laatste jaren, maar de winters van 1996/1997 bewijzen dat het best wel eens koud kan worden.

 

El Niño & La Niña

El Niño en La Niña zijn weerverschijnselen, waarover pas de laatste jaren meer bekend is geworden, door veel onderzoek. Schijnbaar hebben wij in Nederland weinig te maken met een warme stroming (El Niño) in de Stille Oceaan voor de westkust van Zuid-Amerika. Maar als het verschijnsel El Niño hevig is, b.v. in 1998, dan heeft dat zeker invloed op ons weer.

Onderzoekers van het K.N.M.I. hebben historische klimaatgegevens verzameld vanaf 1856. Daarbij werd een verband ontdekt tussen El Niño en het weer in Nederland. Telkens als er een krachtige El Niño optrad dan werd dit bij ons gevolgd door een nat voorjaar. Waarschijnlijk houdt dit verband met temperatuurafwijkingen in Zuidoost-Azië, die de ligging van hoge-en lagedrukgebieden beïnvloeden. Daardoor valt er meer voorjaarsregen langs de 50ste breedtegraad, het gebied waar Nederland ligt.

La Niña is het omgekeerde weerverschijnsel, maar La Niña heeft geen invloed op ons weer, omdat dit verschijnsel minder sterk is dan El Niño.

 

Termen bij het weer

 

Concrete klimaatgegevens voor Nederland

Hieronder zijn een aantal beschrijvingen gegeven over het temperatuursverloop van de laatste en eerste vorstdagen in De Bilt. Verder zijn er natuurlijk verschillen tussen de waarnemingspunten, die over het hele land verspreid liggen. Daarom wordt er voorzover er over algemene gegevens gesproken kan worden een aantal kenmerken van gebieden met "specifieke" temperatuurgradiënten. Dit laatste is betrekkelijk zoals u in de tabel voor De Bilt kunt zien. Tussen 1970 en 1971 zit bijna 3 maanden verschil in het voor het eerste optreden van de eerste vorstdag (gemeten op 1,5 meter hoogte, de laagste temperatuur van een etmaal). Ieder jaar heeft zo zijn eigenaardigheden. Dus de weerberichten binnen deze genoemde tijdspanne bijhouden is het devies. Deze grilligheid is wel een vaststaand gegeven over het hele land.

 

midden van het land

In 1975 vroor het op 10 centimeter hoogte (géén vorstdag, maar vorst aan de grond) in De Bilt nog op 2 juni 1975.

De verdere gegevens worden uitgebreid geïllustreerd in de tabel.

 

westkust

De laatste vorstdag valt vrijwel altijd vòòr de helft van april, gemiddeld begin april. Maar op 6 mei 1996 vroor het in Bloemendaal 2,7 graden.

Vooral de streek vlak achter de duinen is kwetsbaar!

In het najaar komt de eerste vorstdag pas in november, maar in 1993 vroor het in Rotterdam (- 3° C) en in Westdorpe (- 1° C).

 

noordkust

In het voorjaar valt de laatste vorstdag vaak voor 20 april, maar in 1979 nog op 5 mei: Den Helder (- 0,5° C).en Terschelling (- 0,9° C).

In het najaar komt de eerste vorst over het algemeen pas in november, maar op 20 oktober 1993 vroor het in Den Helder 2 graden.

 

oosten

In het voorjaar kan de minimum temperatuur tot half mei tot 4 graden onder nul dalen: 3 mei 1981 Dedemsvaart (- 4,1° C), 6 mei 1996 Twente (- 3,9° C), 16 mei Eerbeek (- 3,2° C). Dit zijn uitzonderingen, maar de uitzonderingen geven toch aan dat voorzichtigheid troef moet zijn, ze moeten echter geen fobie worden.

Deze streek geeft zelfs in sommige jaren nog later in het voorjaar vorst, tot begin juni toe! Almen op 2 juni 1975 (- 1,2° C), en op 2 juni 1991 Eerbeek (- 1,4° C). De sterkste was in 1955, toen vroor het in Uithuizermeeden zelfs nog op 18 juni en wel (- 0,8° C).

In het najaar komt de eerste vorstdag meestal ergens in oktober, soms pas in november. Na die eerste vorst kan het vanaf oktober al flink vriezen. Een paar voorbeelden: Eelde: - 4,3° C op 20 oktober 1993, Wageningen: - 5,7° C op 24 oktober 1983, Echt: - 6,3° C op 19 oktober 1972.

In 1986 vroor het echter al op 11 september (Terwolde: - 1° C) en op 16 september 1971 vroor het op uitgebreide schaal (Winterswijk: -2,4° C).

 

Vorst aan de grond

Er komt in het binnenland sporadisch zelfs in juli nog vorst aan de grond (10 cm hoogte) voor en kort daarna kan het eind, augustus alweer sporadisch aan de grond vriezen. Op 19 juli 1971 was er nog vorst aan de grond in Dedemsvaart, in deze plaats (en Twente) was er vorst aan de grond op 22 augustus 1973.

 

Vorstdagengrafiek De Bilt

Hieronder is een grafiek te vinden met daarin de datum en de minimum temperatuur van de laatste vorstdag van het voorjaar, en de datum en de minimum temperatuur van de eerste vorstdag in de herfst. De waarden van de minima zijn gemeten op waarnemingshoogte (1,5 meter hoogte in de thermometerhut) in De Bilt.

De grote fluctuaties in de datums zullen u opvallen. Deze fluctuaties zullen ook gelden voor andere waarnemingsstations in het land, alleen de data zullen in positieve ofwel negatieve zin verschuiven. Je zou bijvoorbeeld kunnen stellen, dat een dergelijke grafiek voor het oosten van het land over het algemeen op een later tijdstip in het jaar nog vorstdagen te zien zullen geven. In het kustgebied zal dat andersom liggen.

De minima aan de grond kunnen met name in het binnenland aanzienlijk lager liggen, wat vooral in het voorjaar problemen op kan leven met jonge, kleine, tere plantjes.

 

 

 

rood de temperatuur, groen de datum

 

IJsheiligen

Ook na de zogenaamde IJsheiligen kunnen dus nog nachtvorsten voorkomen (maar dan spreken we van vorst aan de grond). Vooral in gebieden die verder van de zee af liggen, want daar is de vertragende invloed van de zee minder. Het volgen van het weerbericht in vooral de voorjaarstijd is van groot belang, omdat tot in juni nachtvorsten kunnen dreigen bij vooral bij heldere en schrale nachten. (zie ook: gevaar in de lente)

 

Deze grafiek geeft ook grote fluctuaties aan. De vorstschade rond de eerste te verwachten vorst is meestal niet zo groot als in het voorjaar, maar vooral in het oosten van het land is waakzaamheid geboden. Vooral omdat daar na de eerste vorst, flinke vorst op kan treden. Aan de andere kant is al te voorzichtig zijn in het najaar ook niet goed, omdat de planten die al te goed beschermd worden niet voldoende afharden.

 

 

In deze laatste grafiek is de periode te zien waarin geen vorstdagen meer voorkwamen in De Bilt.

Deze tijd is dus veilig voor de subtropische planten, houd echter wel de vorst aan de grond in de gaten. Verder gelden deze cijfers voor De Bilt en dit is het midden van het land, de kust is veiliger en het oosten van het land is minder veilig zoals u al eerder kon lezen.

 

Neerslag in Nederland

In een vlak land als Nederland zijn de verschillen in neerslag hoeveelheden van plaats tot plaats gering. Hoewel er bij buiige neerslag de hoeveelheden neerslag van plaats tot plaats en bui tot bui zeer groot kunnen zijn. Wij spreken hier over gemiddelden vanaf 1961 (tot 1995).

Voor ons is vooral de neerslaghoeveelheid gedurende de koudste maanden van het grootste belang. We hebben daarom ook de gemiddelden genomen over de maanden november, december, januari, februari en maart.

Van jaar tot jaar kunnen de neerslaghoeveelheden enorm verschillen, b.v.: Het seizoen 1995-1996 was droog, in de IJsselmeerpolder viel van november-maart lokaal minder dan 120 mm! Dit had vooral voor groenblijvende en of subtropische gewassen grote gevolgen; verdroging (ook door de wind).

Het jaar ervoor 1994/1995 was juist erg nat op sommige plaatsen viel in dezelfde tijd 500 mm.! Ook dit heeft gevolgen voor veel subtropische gewassen, omdat ze door de natte voeten juist gevoeliger worden voor schade door vorst! Zeker in gebieden met een hoge grondwaterstand.

Verder is het van het grootste belang, dat de grondsoort (grondstructuur) en grondwaterstand ook invloed hebben op het vocht in de grond. Zo zal een nat gebied wat betreft hoeveelheid neerslag, maar met een goed doorlatende zandgrond, minder vochtig blijven dan een wat droger gebied (qua neerslag) met veengrond en een hoge waterstand! Op vochtige klei komt de groei pas laat in voorjaar op gang en dat kan gevolgen hebben voor het hele groeiproces, dus ook het afharden. Is een plant niet voldoende afgehard voor de winter dan komen er problemen.

Hieronder volgt een tabel met de gemiddelde neerslaghoeveelheden (in millimeters) in de maanden november, december, januari, februari en maart, vanaf 1961 tot 199, voor de plaatsen, die bovengemiddeld scoorden. Dit zegt niet veel over de toekomst en natuurlijk ook  niet over andere factoren, die een rol spelen bij het succesvol kweken van subtropische planten.

 

Oosterhout 77 79 66 49 65 336 67,2
Groningen 84 80 70 45 60 339 67,8
Schoonlo 78 80 71 48 63 340 68,0
Frederiksoord 81 81 70 49 60 341 68,2
Schiermonnikoog 93 83 68 43 55 342 68,4
Sneek 87 81 69 49 57 343 68,6
Assen 81 81 71 49 62 344 68,8
West Terschelling 97 83 71 44 51 346 69,2
Nes (Ameland) 96 84 67 45 55 347 69,4
Valkenburg 75 80 64 59 70 348 69,6
Uithuizen 91 81 73 46 59 350 70,0
Den Burg (Texel) 100 84 70 43 54 351 70,2
Drachten 88 83 71 49 61 352 70,4
Hoogeveen 81 85 73 50 65 354 70,8
Dokkum 95 85 74 47 61 362 72,4
Apeldoorn 84 89 83 55 74 385 77,0
Vaals 80 92 76 67 78 393 78,6
Beekbergen 89 101 84 58 80 412 82,4
gemiddelden 80 78 66 47 60 331 66,2

 

Temperatuur onder de grond

De grond neemt sneller de temperatuur van de lucht over, dan water. Dit geldt echter voornamelijk voor de bovenste laag van de lucht. Naarmate men dieper in de grond komt is de temperatuur ten opzichte van de gemiddelde luchttemperatuur hoger in november, december, januari en februari. Vandaar dat een winterdek een soort van ophoging van het grondoppervlak is. Sneeuw doet dit van nature ook, het zorgt ervoor dat de vorst niet zo snel en diep in de grond komt. ‘s Zomers is het omgekeerde het geval (vertraging).

Het opwarmen van de bovenste laag van de grond verschilt ook nog eens per grondsoort. Zandgrond wat als goed doorlatend bekend staat neemt in het voorjaar eerder de warmte op dan b.v. vochthoudende kleigrond of natte veengrond. Planten zullen dus eerder op zandgrond gaan groeien, dan op andere grondsoorten. Iets wat meer gevaar op kan leveren als het heel vroeg in het voorjaar langere tijd warm is en later weer forse nachtvorsten optreden.

De onderstaande tabel geeft de gemiddelde luchttemperatuur weer en de temperatuur op verschillende diepten onder de grond voor De Bilt (1961-1980). Dit om een indicatie te geven van het hierboven gestelde. Het zegt echter niets over het binnendringen van vorst in de grond. Dit hangt af van de duur van de vorstperiode, sneeuwlaag, wind, bebouwing, mulchlaag, grondsoort enz. Het is echter wel duidelijk dat dieper in de grond minder vorst is te verwachten.

 

gemiddelde temp. lucht/gronddiepte 1961-1980 De Bilt in ºC

 

diepte diepte diepte diepte diepte
maand luchttemp 5 cm 10 cm 20 cm 50 cm 100 cm
Jan 1,9 2,4 2,6 2,8 4 5,6
Feb 2,7 3,2 3,2 3,3 4,1 5,3
Mrt. 4,7 5,3 5,2 5 5,2 5,7
apr 7,9 9,5 9,1 8,5 8 7,6
mei 12,1 14,2 13,5 12,5 11,3 10,1
juni 15,2 17,7 16,9 15,8 14,2 12,5
juli 16,5 18,9 18,1 17,1 15,8 14,2
aug 16,5 15,6 15,3 15 14,8 14,5
sept 14 15,6 15,3 15 14,8 14,5
okt 10,3 11,5 11,5 11,5 12,1 12,7
nov 5,7 6,7 6,9 7,2 8,5 9,9
dec 2,8 3,6 3,9 4,2 5,6 7,4

 

Vet gedrukt: de temperatuur stijgend naarmate men dieper in de grond komt.

Schuin gedrukt: overgangsmaanden.

Normaal gedrukt: de temperatuur dalend naarmate men dieper in de grond komt.

De bovenste laag van de grond neemt steeds een hogere gemiddelde temperatuur aan dan de gemiddelde luchttemperatuur.

 

Extreem weer

De weervoorspelling is de afgelopen jaren sterk in kwaliteit toegenomen. Zeker de korte termijn voorspellingen zijn goed, maar toch is het raadzaam enkele van onderstaande verschijnselen in de gaten te houden. Om niet voor plotselinge verrassingen te staan, maar zelf acuut in te kunnen grijpen. Want voorkomen is nog steeds beter dan genezen.

Her onder volgt een staatje met gegevens over de extremen in De Bilt vanaf 1900 tot 1991. Hierbij zei aangetekend, dat de gemiddelde temperatuur de laatste jaren gestegen is. Verder is de temperatuur in het noorden (Eelde) gemiddeld lager en in het zuiden (Vlissingen) hoger. Met name in de winterperiode zijn de verschillen groot. Dus ook van belang voor de risico’s, hoewel deze lang niet alleen van de temperatuur afhangen.

Extremen in De Bilt 1900-1991

 

weer jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec
warmte 15,1 17,3 23,9 27,8 33,6 36,8 35,6 35,3 34,2 26,6 19,3 15,3
kou -24,8 -21,6 -13,9 -6,6 -3,7 0,2 3,4 3,8 0,7 -7,8 -14,4 -16,6
zon maximum 109 135 195 259 331 301 307 313 240 189 112 75
zon minimum 19 26 46 41 114 93 106 105 68 34 18 13
neerslag maximum 142 174 139 126 133 155 192 221 209 215 183 205
neerslag minimum 17,9 2,6 7 10 6 15 11 6,3 3 3 14,9 5
vorstdagen 31 28 25 14 5 1 11 23 30
ijsdagen 22 24 5 4 20
sneeuwdagen 18 20 15 8 3 9 13
mistdagen 20 18 19 12 7 8 8 11 15 18 14 17

 

Gemiddelde minimum temperatuur november, december en januari in De Bilt (rood), Eelde (groen) en Vlissingen (blauw). (1961-1990)

 

Samenvatting

 

Lees deze klimaat gegevens zo, dat u een risicoanalyse kunt maken voor uzelf.  En neem de volgende zeken mee bij de aanschaf.

Een aardige link: meteonet.nl