Musa basjoo

 

Musa basjoo

De banaan wordt vaak boom genoemd, maar dat is een banaan zeker niet. Hij heeft een dikke wortelstok, die zich vaak ondergronds verplaatst. De bladeren groeien als bij een prei (hoewel hij er geen familie van is) en zijn nogal gevoelig voor sterke wind. Ze scheuren dan en dat komt de schoonheid niet ten goede. De plant vraagt verder een vochtige goed gedraineerde grond die vol met voedingsstoffen zit.

Een banaan in de volle grond in onze Lage Landen doet wel zeer subtropisch aan.

Je kunt bananen als de bekende Musa ensete ieder jaar uit zaad opkweken en als éénjarige kleine banaan houden (eventueel) laten overwinteren in een kuip, maar hij vraagt veel opslag ruimte. Een heel mooie vorm is de "rode" Ensete ventricosum "Maurelii".

 

Maar er is een "winterhard" alternatief: Musa basjoo

De enige Musa vertegenwoordiger, die met bescherming de winter door te krijgen is, is: Musa basjoo afkomstig uit Japan (oorspronkelijk China). Deze soort banaan wordt in Japan gekweekt voor de vezels. De plant dankt zijn naam aan het doek genaamd "bashofu". Dit doek werd gebruikt om bijvoorbeeld boeken te binden.

Verzorgen

Alle bananen houden van een zeer voedselrijke grond. Voordat je een banaan plant moet er een groot gat van 90 x 90 x 90 cm gegraven worden. Daarin moet compost, ruige mest, bladaarde, beender-bloedmeel, en gewone tuingrond worden gemengd. Dit mengsel houdt zowel vocht als voedingsstoffen vast en dat is wat de banaan verlangd. Let er wel op dat de grond doorlatend moet blijven!

Musa basjoo moet goed beschermd worden want, de bovengrondse delen vriezen altijd weg als je de plant alleen maar mulcht. Blad kan maar een enkele graad vorst verdragen. Daar de plant voor een groot deel uit water bestaat bevriezen de cellen direct en het blad gaat al bij - 2 º C ten gronde, zelfs al duurt die vorst maar een kwartiertje. Ook de "stam" heeft heel snel te lijden van vorst, maar omdat de "stam" domweg dikker is duurt het wat langer voordat de vorst binnenin is gekomen en de "stam" helemaal verpapt.

De wortelstokken lopen echter ieder voorjaar weer uit. Goed inpakken met dikke laag stro geeft de plant een groeivoorsprong in het voorjaar. In Engeland hebben we een leuk idee gezien: de plant in het najaar inpakken met stro, maar om de stro een oude typisch Engelse schoorsteenpijp plaatsen. In Nederland zullen die schoorstenen moeilijk te verkrijgen zijn, maar een alternatief kan een dikke gresbuis zijn. De binnenkant van een dergelijke buis moet wel gevuld worden een isolerend materiaal. En deze vorm van inpakken heeft alleen effect bij een zachte winter. Dus als een stuk van de "stam" intact blijft zal de plant nog forser uitgroeien. En vergeet niet te zorgen voor bescherming van de wortelstokken d.m.v. mulch. Zorg altijd voor een dikke laag mulch op alle wortelstokken!

Als je  geen moeite teveel is, kunnen de "stammen" geheel worden ingepakt, de kans bestaat dan dat de plant (op de bladeren na) in tact blijft en dan is een bloeiwijze niet uitgesloten!

Let in het voorjaar op late nachtvorsten. De jonge bladeren kunnen absoluut niet tegen vorst en beschermen tegen vorst (gedurende de nacht) is dan wenselijk, alles wat maar een beetje isoleert voldoet.

Om de plant een beetje voorsprong te geven is een dikke mest mulch van paardenmest heel geschikt. De paardenmest zorgt voor broei en levert natuurlijk ook nog eens voeding.

In het voorjaar kun je de dode plantenresten weghalen, en stevig mesten met mest /beendermeel, want de plant is een veelvraat. Je zult dan in het hart van de "stam" "leven" zien, het binnenste voelt stevig aan en heeft een roseachtige kleur. Er zullen zich 4 tot 8 enorme bladeren ontwikkelen. Eerste zie je het blad opgerold uit de "stam" komen en langzaam rolt ‘ie zich uit tot een tot 1,5 meter groot blad en dit kan in een goede zomer iedere 10 dagen gebeuren. Een geweldig schouwspel!

Na enkele jaren kan de plant tot 4 meter hoog worden. Ook tijdens het groeiseizoen vindt deze plant een goede scheut vloeibare mest heerlijk, stop met mesten in juli.

Hij neemt veel plaats in, zowel de grote bladeren als de uitlopers nemen op den duur enkele vierkante meters in beslag. Het kan zelfs zijn, dat de plant bloemen en zelfs vruchten vormt, maar die zijn (helaas voor de liefhebber) niet te eten.

Bananen?

De bloemen komen alleen als de plant helemaal vorstvrij is gehouden, iets wat in Nederland helaas erg moeilijk is. De bloem komt uit de "stam" als er zich na de grote bladeren en aantal kleinere bladeren ontwikkelen. Eerst zie je een paars steenachtig object tevoorschijn komen. Dit paarse object (mannelijke bloem) hangt aan een groene "tak" die almaar doorgroeit totdat het object naar beneden komt te hangen. geleidelijk krult zich een deel van het paarse object zich om en hierachter zie je een rij vrouwelijke bloemen. Uit die bloemen zullen zich de oneetbare bananen ontwikkelen. De banaantjes zijn kleine en groen, met daarin zaden. De "stam" waaraan de bloeiwijze was gaat dood, maar nieuwe scheuten groeien vrolijk door.

Bloei Musa basjoo helaas nog te weinig te zien in de Lage Landen

Wind

De plant is zeer gevoelig voor wind, de bladeren scheuren aan alle kanten als de plant wordt blootgesteld aan wind, dus zorg voor een zeer beschutte plek om een mooie plant te kweken. Hij houdt van een warme plaats, maar te veel zon doet de bladeren lelijk rood verkleuren, dus een mooi beschutte plaats in de halfschaduw is perfect.

Vermeerderen

Vermeerderen: delen van de wortelstokken. Doe dat altijd in het voorjaar en alleen bij zeer fors uitgegroeide exemplaren.

Ook zaaien is mogelijk. In het voorjaar moeten de zaden in een luchtig, goed doorlatend zaaimengsel worden gezaaid bij een temperatuur tussen de 20 en 25 graden. Voordat de vaak keiharde zaden worden gezaaid is het goed om ze minsten 24 uur te laten weken in warm water (het toevoegen een theelepel (Potassium nitraat) salpeter op een halve liter water is aan te bevelen, om rot te voorkomen), daarna direct zaaien. Na het verspenen komt een moeilijke tijd. De plantjes hebben zeer snel last van rottingsverschijnselen. Het grondmengsel moet zeer goed doorlatend zijn en de potmaat niet te groot. Gezaaide plantjes zullen de eerst volgende winter buiten waarschijnlijk niet overleven, dus maak een "back up". De eerste winter binnen is ook niet gemakkelijk ook dan bestaat snel de kans op rotten dus niet te veel "wateren", zeker als de planten koel staan.

Leuke link naar You tube: Een Noorse liefhebber die een zaai instructie geeft!

 

Musa sikkimensis

In China is een nieuwe soort ontdekt: Musa sikkimensis (hookerii). Er zijn nog geen ervaringen mee, maar het is waarschijnlijk, dat deze Musa ook wat vorst kan verdragen. De plant is afkomstig uit het Noordoosten van India, hij groeit in de bergbossen van de Himalaya op een hoogte van ongeveer 1800 meter. Net als de Musa ensete heeft deze banaan een mooie rode basis in het blad en verder zijn de vruchten van deze soort eetbaar, dit in tegenstelling tot de Musa basjoo.

 

Musella lasiocarpa

Deze zeer langzaam groeiende banaanachtige plant schijnt winterharder te zijn dan Musa basjoo. Niet iedereen heeft met deze (nog) prijzige plant even goede winter ervaringen. Dit zegt niet zoveel omdat er alleen ervaringen zijn met aanplant van een enkele plant, die misschien ook zwak/ziek was.
In Engeland zijn er wel positieve ervaringen mee geweest. Een enkel bericht uit Neerland is "minder", schijnbaar heeft deze "banaan" veel zomerwarmte nodig (net als
Sabal en Rapidophyllum (palmen)) om tot goede groei te komen.

Maar, de gele bloem is zeer spectaculair! Wie niet waagt, die niet leeft.

Discussiegroep bananen (Engels/English):

E-mailende groep van bananen liefhebbers, in het Engels.

Aanmelden via: http://www.egroups.com; typ bij search: "musaceae" en volg de instructies op het scherm.