Hersenbeschadiging
Door Fienie Gerekink

Wanneer je met mensen werkt die een hersenbeschadiging hebben, zoals met mensen met een verstandelijke handicap, is het zinvol meer te weten van de werking van de hersenen. Deze keer daarom een uitgebreid verslag van Fienie Gerekink. Fienie is begeleider muziek en muziektheater op het activiteitencentrum van Amstelrade, wooninstelling voor mensen met een lichamelijke of meervoudige handicap te Amstelveen.

De hersenen zijn de "regelkamer" van ons functioneren. Raken zij om de één of andere reden beschadigd of werkt de informatieverwerking niet goed meer dan kan dat grote consequenties hebben, zowel lichamelijk als geestelijk. Hieronder volgt een globale schets van wat een hersenbeschadiging voor gevolgen kan hebben voor de persoonlijkheid, het functioneren en gedrag van een cliënt en waar je rekening mee moet houden als begeleider of therapeut.

Het gaat hierbij om mensen met niet-aangeboren hersenletsel, maar een aantal aspecten zijn natuurlijk ook van toepassing op mensen met aangeboren hersenletsel.

De hersenen bestaan uit de volgende onderdelen:
- grote hersenen
- kleine hersenen (de fijne motoriek)
- hersenstam (automatische levensfuncties)
- tussenhersenen (selectie, doorsturen hormonen)

Prikkeloverdracht tussen al die miljarden hersencellen vindt plaats via neurotransmitters. Beschouw ze maar als bepaalde stoffen die het doorgeefluik zijn voor informatie. Bij aandoeningen als depressiviteit of ADHD heb je te weinig of teveel van een bepaalde stof.
Je kunt de hersenen ook indelen in drie "niveaus" met verschillende functies:
1. automatische functies, reflexen
2. het uitvoeren - als niveau 2 uitvalt krijg je een cliënt die wel wil, maar niet kan. Met als mogelijk gevolg depressie en
agressie. Een voorbeeld hiervan zijn Parkinson patiënten
3. het willen - als niveau 3 uitvalt krijg je een cliënt die geen initiatief neemt, geen wilsfunctie meer heeft. Deze cliënt
heeft een externe prikkel nodig. Dit symptoom zie je vaak bij cliënten met een hersenbeschadiging door
zuurstoftekort (coma)
Bij een beroerte kan zowel niveau 2 als 3 uitvallen.

De gevolgen van een hersenbeschadiging voor het functioneren als persoon
De meeste van onze functies worden gerealiseerd door samenwerking van verschillende hersendelen (systemen). Hoe ingewikkelder de functie, hoe meer samenwerkende hersendelen er nodig zijn. Bij een diffuse hersenbeschadiging (door een ongeluk, zuurstoftekort of een hersenvliesontsteking) worden deze zgn. "hoge" functies verstoord. Denk hierbij aan: aandacht, concentratie, denken, geheugen, zich een voorstelling van de toekomst kunnen vormen. Egocentrie komt dan vaak voor. Eigenschappen als "sociaal gedrag" (aangeleerd!) en "je kunnen inleven in de ander" (empathie) verliezen we heel snel. Ook moeten de beschadigde hersenen vaak zo hard werken om te blijven functioneren, dat de aandacht maar op één ding gericht kan zijn. Dat verklaart waarom iemand bijv. "alleen maar voor hem leuke dingen" of schijnbaar "willekeurig" kan onthouden. De hersenen maken een selectie in volgorde van belangrijkheid.

Ook komt het voor dat de persoon met hersenbeschadiging blijft "hangen" op de leeftijd die hij krijgt ten tijde van zijn ongeluk. Bijv. een 19 jarige gaat 5 jaar terug in de tijd, wordt 14 en blijft zijn hele verdere leven een puber. Dit wordt "mentale fixatie" genoemd.

Bij een beroerte of hersenbloeding is de hersenbeschadiging meer plaatselijk. Denk aan een links- of rechtszijdige verlamming. Een bepaald "regelcentrum" in de hersenen is aangetast.. Beschadiging van de linkerzijde van de hersenen, waar het regelcentrum voor taal zit, kan leiden tot afasie. Beschadiging van de rechterzijde, waar het regelcentrum voor ruimtelijke oriëntatie zit, tot "neglect". De cliënt is zich niet meer bewust van de aangedane lichaamshelft. In het frontale gedeelte van de hersenen ligt het regelcentrum voor het doelgericht handelen. Beschadiging daar kan leiden tot apraxie.

Mogelijke gevolgen van een hersenbeschadiging

Neurologische stoornissen

Cognitieve stoornissen

Veranderingen van persoonlijkheid, emotie en gedrag

Psychiatrische stoornissen

  • bewustzijnsdaling
  • verlammingen
  • coördinatiestoornissen
  • bewegingsstoornissen
  • sensibele stoornissen
  • overige zintuiglijke functiestoornissen
  • articulatiestoornis: dysarthrie
  • stoornissen van blaas en darmen
  • stoornissen van de seksuele functies
  • geheugenstoornissen
  • attentie- en concentratiestoornissen
  • apraxie
  • afasie
  • lager tempo informatieverwerking
  • inzicht-/overzichtbeperking
  • waarnemingsstoornissen/neglect
  • planning- en organisatieproblemen
  • beperkt probleemoplossend vermogen
  • apathie
  • initiatiefvermindering
  • prikkelbaarheid/agressie
  • stemmingsverandering
  • stemmingswisselingen
  • woede-uitbarstingen
  • ontremd gedrag
  • eetontremming
  • libidoverandering
  • decorumafname
  • risicozoekend gedrag
  • emotionele vervlakking
  • dwanglachen/huilen
  • egocentriciteit
  • empathie-afname
  • veranderd gevoel voor humor
  • moeite met relativeren
  • gestoord ziektebesef/-inzicht
  • psychotische stoornissen
  • stemmingsstoornissen
  • angststoornissen
  • posttraumatische stress-stoornis
  •  

    Het gedrag dat een cliënt vertoont is afhankelijk van een aantal factoren:
    A. Het letsel dat is vast en onveranderlijk. Als een bepaald gedrag zich steeds herhaalt is het letselgebonden.
    B. De reactie elke cliënt heeft zijn eigen manier van reageren op en verwerken van het opgedane letsel. Dat kan variëren van heftig tot gelaten.
    C. De persoonlijkheid de persoonlijkheid die de cliënt was voor het letsel, hoe hij in het leven stond.
    D. De bejegening de manier waarop de omgeving reageert op de cliënt, maar ook de verwachtingen en de verlangens die de omgeving kan projecteren op de cliënt.

    Het is zaak om, rekening houdend met de punten A tot C, te komen tot een goede bejegening. Er is een risico op overvraging van de cliënt (de cliënt wordt te hoog ingeschat, gaat over zijn grenzen en kan helemaal instorten) of juist ondervraging (de cliënt wordt te weinig geprikkeld of voelt zich niet serieus genomen en gaat vervelingsgedrag vertonen).

    Bij de omgang met mensen met NAH moet je rekening houden met de volgende primaire behoeften:
    - behoefte aan vrijheid
    - behoefte aan autonomie
    - behoefte aan binding
    - behoefte aan effectiviteit
    - behoefte aan veiligheid

    Het is de taak van de begeleider of therapeut om de cliënt zoveel mogelijk te ondersteunen in zijn streven om weer zelfstandig (of zo zelfstandig mogelijk) te functioneren. Waarbij het een constant laveren is tussen die verschillende behoeftes, bijv. tussen de behoefte aan vrijheid en autonomie en de behoefte aan veiligheid. Door beperkt ziekte-inzicht is de kloof tussen wat de cliënt wil en kan vaak erg groot. De cliënt wil bijv. zijn oude werk weer oppakken, of weer saxofoon gaan spelen. Neem de cliënt hierin serieus. Biedt hem de mogelijkheid om zich te gaan oriënteren op werk of op een muzikale hobby. Zodat de cliënt zelf kan ervaren wat zijn mogelijkheden zijn.

    Als je aan een traject begint is het volgende van belang:
    - ga niet uit van het onvermogen van de cliënt, maar hou er wel rekening mee!
    - gaat het niet meteen zoals de cliënt het wil, dan kan er een "explosie" volgen. Laat je niet meteen uit het veld slaan,
    dit kan gebeuren
    - kijk na drie maanden hoe het gaat: is er sprake van prestatieverlies, vermoeidheidsverschijnselen e.d. dan kan het dat
    de cliënt toch overvraagd is of zichzelf heeft overschat. Heeft de cliënt bijv. teveel keuzevrijheid, dan komt de behoefte
    aan veiligheid in het geding.
    - wees niet paternalistisch, laat de cliënt in de fout gaan. Maar zorg er wel voor dat je er bent om te ondersteunen.

    Zoals je ziet, het is moeilijk om echt een gedragslijn uit te stippelen. Naast kennis van wat er met je cliënt aan de hand is, is het minstens zo belangrijk dat je als begeleider ook op je gevoel durft af te gaan. Ga uit van wat iemand bij je oproept, maar zorg wel dat je in je achterhoofd weet wat er met de cliënt aan de hand is. Zodat je enerzijds kunt werken aan de acceptatie van een vaak (ook voor de cliënt zelf) onzichtbare, onherroepelijke handicap en anderzijds aan het ontdekken en ontwikkelen van de mogelijkheden die er nog zijn.

    Fienie Gerekink

    Met dank aan Hans van Dam, docent en consulent neurologie/niet-aangeboren hersenletsel

    Website
    http://www.hersenletsel.net (op deze website van de Stichting Brainstorm kun je met al je vragen terecht en vind je
    namen van en links naar allerlei organisaties op het gebied van hersenletsel)

    Literatuur
    Voor een goed algemeen overzicht:
    "Veranderd leven: begeleiding na hersenletsel" van Jenny H.W. Palm. Assen: Van Gorcum 1997. ISBN 90 232 3301 8
    Voor muziektherapie nog steeds:
    "Muziektherapie op maat", onder red. van Madeleen de Bruijn. Nijkerk: Intro 1994. ISBN 905574011X