Twenten in Drenthe              veeteelt 98

Fokkers Gijmink Rekruteren veelkleurige stieren met hoge exterieur aanleg

Tijdens de NRM maakte Nederland voor het eerst kennis met de vader Jan en zoons Harold en Dennis Gijmink. Met drie koeien behoorden ze tot de grootste inzenders en dat is wat de Gijminks betreft geen incident: exterieur heeft een prominente plaats in het Fokdoel. Elke stier die een bijdrage aan dat fokdoel kan leveren is welkom, van zwart- en roodbont tot Brown-Swiss.
De roodbonte tint overheerst echter nog nadrukkelijk bij de Gijminks, die vier jaar geleden het Twentse Markelo verlieten en kozen voor de ruimte in de Drentse VeenkoloniŰn.

GN Astrid 10 v. Likes AV86 en GN Anka 17 v. Jump AV 87

Eerlijk zullen we alles delen. Zo moeten de broers Harold (27), Dennis (25) en hun vader Jan Gijmink (53)uit het Drentse Nieuwlande/Oosterhesselen en Geesbrug gedacht hebben. Geen twee kapiteins op een schip. 'Dat leek ons absoluut geen goed uitgangspunt. We kunnen uitstekend met elkaar opschieten en dat willen we graag zo houden', leggen de twee broers uit.
═n feite door toeval en een stukje handelsgeest zijn we hier in Drenthe terecht gekomen', zo vertelt Jan Gijmink, die zijn wieg heeft staan in het Twentse Markelo.═n Markelo hadden we een bedrijf met zo'n kleine 90 melkkoeien op 30 hectare grond. Deze koeien molken het quotum van 450.000kg melk vol. In mei 1990 kochten we in het Drentse Nieuwlande. 17 hectare grasland en 150.000 liter melk. Bij deze koop waren wat machines, een oude ligboxenstal en een nieuwe jongveestal inbegrepen.Maar daar ging het ons niet om. Wij waren uitsluitend ge´nteresseerd in het uitbreiden van melkquotum in Markelo. Het gras in Drenthe voerden we aan onze eigen koeien in Markelo. We lieten daarom het gras in grote pakken naar Twente overkomen. Dit werk bracht met zich mee dat we vaak in Drenthe kwamen. 

Harold Gijmink en Vriendin Sandra met Astrid 11 (v.Ras-poutin), dochter van NRM deelneemster Astrid 10 (v.Likes)

De liefde om hier een toekomst op te bouwen groeide. Het resultaat was dat we op zoek gingen naar nog een bedrijf. Voorwaarde was dat het dicht in de buurt van Nieuwlande moest zijn en dat er ruim twintig hectare grond bij moest liggen. Mijn zonen konden dan apart boeren op twee afzonderlijke bedrijven.
En zo gebeurde het. Het tweede bedrijf werd gevonden in Geesbrug en de definitieve overstap werd in januari 1994 een feit. Dennis woont nu met zijn ouders en grootouders -ook zij maakten de overstap- in Geesbrug, Harold samen met zijn vriendin Sandra (25) in Nieuwlande/Oosterhesselen.

Opdeling

In Nieuwlande werd de ligboxenstal grootschalig gerestaureerd, in Geesbrug werd nieuwe huisversting voor koeien en jongvee gerealiseerd. In mei 1996 kwam de tweedeling in koeien en melkquotum en melkkoeien.'De koeien werden ingedeeld in vier groepen met verschillend lactatiestadium. Vervolgens kozen we om de beurt een koe uit elke groep. Na afloop bleek dat de verdeling perfect was verlopen. Ieder had evenveel AB-koeien, zo stellen de beide broers en hun vader tevreden vast.Harold heeft nu 345.000 kg melk en heeft er 45.000 liter bij geleast. Ook zijn broer Dennis bezit op dit moment 345.000 kg melk met daarnaast 70.000 kg leasemelk. Hoewel de twee verschillende bedrijven volledig gescheiden zijn weten we precies wat ee ander doet. We helpen elkaar zoveel mogelijk. Natuurlijk wordt dit ook versterkt doordat we een machinepark hebben en dit inzetten op beide bedrijven vertelt Harold. Daarnaast werkt Dennis geregeld op een loonwerkbedrijf. Op die momenten nemen Harold en zijn vader de werkzaamheden over. 'Het grote voordeel blijft dat ieder 'savonds altijd terug kan keren naar zijn eigen bedrijf'.

Exterieur telt

De beide roodbonte veestapels van de broers doen niet voor elkaar onder. Het 47-koppige melkkoeien koppen van Dennis kent een voorspelde productie van 7920 kg met 4.25% vet en 3,44% eiwit. De 45 koeien van Harold hebben een voorspelde productie van 8085 liter melk met 4.17% vet en 3,50% eiwit. Op beide bedrijven behalen de koeien deze producties via eenzelfde rantsoensamenstelling. Zomers krijgen ze gras, 10 kilogram ma´s aangevuld met 10 kg aardappelvezels en krachtvoer en in de winter 60 procent ma´s, 40 procent kuilgras, 10 kg aardappelvezel en krachtvoer. 'We streven niet naar topproducties. Een productie van rond de 8000 kg melk vinden we voldoende. Die laatste liters uit een koe halen kost gewoonweg te veel. Veel belangrijker vinden we het exterieur. Dat telt voor ons het meeste.'Mooie koeien, daar beleven de broers veel plezier aan. Harold heeft dit jaar aan het nationale kampioenschap veebeoordelen voor roodbont meegedaan.

Frame is Waardevol'

Voor totaal exterieur hanteren we een minimumgrens van 110. Inet, daar dijken we zijdelings naar. Wel zijn we voorzichtig met het inzetten van gehalte verlagers. Bij stierkeuze gaan we altijd uit van compensatieparingen. Ook houden we de bloedlijnen in de gaten. Stieren uit moeders die maar 83 punten hebben hoeven we niet. Van dat soort koeien hebben we er zelf genoeg. Marty en Spektrum zetten we daarom niet in. Ze scoren te laag voor exterieur. Daardoor krijg je te veel ondereind binnen je veestapel. Juist daarom gebruiken we wel Jubilant-zonen, zij scoren doorgaans hoog voor exterieur. Ook Stolberzonen hebben ons altijd aangestaan. Je krijgt dan koeien met een sterk skelet, koeien met een lange levensduur'. verteld Harold. Juist die levensduur willen de broers vasthouden binnen de roodbontfokkerij. Voor duurzaamheid is het een voorwaarde dat de koeien goede benen hebben. Mascotbloed willen we dan ook niet. Dat voegt niets toe aan de roodbontfokkerij vanwege het slechte beenwerk en de tegenvallende persistentie. Als je zwartbontstieren gebruikt mag je niet achteruitgaan op eiwit en benen. Aan bespiering hechten we trouwens weinig waarde.Per slot van rekening fokken we niet voor de slager, legt Dennis uit. Natuurlijk dient er wel voldoende breedte, melktype en ont-wikkeling in de koeien blijven, een goed frame is noodzaak. Op die manier houd je gewicht in de koe. Wij streven niet naar een vaars die meteen lactatiewaarde van 130 laat zien. Het staat weliswaar leuk op papier maar ze houden het niet lang vol. Duurzaamheid bij de koeien blijft het sleutelwoord, benadrukt Harold.

NRM-koeien

Met stieren als Enhancer, Adler, Regal en Statos is de basis gelegd. Op dit moment zijn het Cardinal, Jubistar, Reyno, Jurist en Koerier 114 die het fokkerijbeleid bepalen. Voor de pinken komen Koe-rier 104, Koerier 114, Tulip, Jump en Solist in aanmerking, legt Harold zijn stierkeuze uit. Het maakt niet uit wie de stier vermarkt. We betrekken overal sperma van. Bij ons gaat het puur om de stier, niet om de organisatie. Zo gebruiken we ook Brown-Swiss-stieren als Vidoba, Emory en Vinos. Dat zijn echte correctiestieren met name voor eiwit en kruisligging, vertellen de broers.Een ijzersterk voorbeeld hiervan is NRM-deelneemster Naatje 10, een met 89 punten ingeschreven dochter van de Brown-Swiss-stier Emory. Naatje is een machtig mooie koe, maar zal waarschijnlijk door haar egale donkere kleur nooit de nummer een positie bereiken. Een ander kopnummer bij Dennis in de stal is Leaderdochter Kileen, gekocht van Jan Arfman uit Ruurlo. Met haar 90 punten voor algemeen voorkomen mocht ze Naatje 10 vergezellen op de All-Holland Dairy show. Uit Kileen loopt nog een veelbelovend kalf rond; Kyra, dochter van Kemview. De eerste presentatie op de jong-veekeuring heeft ze met glans doorstaan. Kyra is zwartbont. Maar zwartbont schuwen we niet, aldus de broers.Harold reisde naar de NRM met Astrid 10, dochter van Likes (ook de vader van NRM-kampioene Mat 72), de succesvolle vererver van KI Samen. Met KI Samen stieren bereiken we uitstekende resultaten. Het zijn weliswaar niet de hoogste inet stieren maar wat exterieur betreft voldoen ze prima. Jump zet ik daarom veel in, zegt Harold, aangemoedigd door een goede Jump dochter in de eigen kudde. Want Jump dochter Anka 17 weet haar zeer goede exterieur (algemeen voorkomen 86 punten) prima te combineren met haar voorspelde productie:2.04 305 6880 5.05 3.99 goed voor lactatiewaarde van 121.

Dennis Gijmink met Kyra (v. Kemview) uit NRM-deelneemster- Kileen.

Proefstieren

De broers gebruiken wel proefstieren maar laten zich daartoe niet verplichten doormiddel van een proefstieren contract.'Niet dat wij daar principieel op tegen zijn, maar wij willen voor ons de beste stieren'.De fokkerij houd Harold en Dennis erg bezig. Niet alleen in Utrecht maar ook op vele andere keuringen zijn ze altijd present. 'De Fokkerij begint bij ons vruchten af te werpen. Was het met het fokken jaren geleden nog zo dat een plus een een is, nu zien we steeds vaker dat een plus een twee of zelfs tweeŰnhalf wordt', zo geven de beide broers aan. 'Toch blijft het fokken met een kleine f, zo relativeert vader Jan Gijmink. 'Het blijft een hobby.'Maar of Dennis en Harold dat met hem eens zijn?

Han Kleinlugtenbeld