Paradise (predella panel), ca. 1445
Giovanni di Paolo (Italian, Sienese, ca. 1400–1482)
Tempera and gold on canvas, transferred from wood;
Rogers Fund,
Priesters en hooggeplaatsten

in een eeuwig groene weide onder bomen met hazen en herten; zoals Pius beschrijft als zijn plek voor een consistorie.

 

 

 

 

  

 

 

 

 

 

Overzichtskaart met de tochten van Pius in het gebied van de Monte Amiata in de zomer van 1462


read here some pages of Jan Pieper on the Monte Amiata from his book Pienza, Il progetto di una visione umanistica del mondo

 

 

 

 

 

 

 

 

Eerste tocht: vanaf het klooster van Abbadia, door Pius beschreven als een nieuwe stichting
 boven op de resten van een oude stad, naar een top van de berg met een opeenstapeling van
rotsen, tegenwoordig bekend als Sasso della Maremma (2). Op deze route bevindt zich de kapel
 van Rotari met een bron, in de buurt waarvan kluizenaars wonen (1). Onder de top ziet men
kastanjebossen en grasrijk terrein tussen de twee toppen. Hier houdt Pius zijn consistorie (3).
Een beklimming vanaf de
Prato della Contessa tot onder de tweede top van de Amiata,
Poggio della Montagnola (4).

Tweede tocht: vanaf Abbadia naar de noordelijke hellingen van het gebergte.
Pius vermeldt een boomloze bergpas (5) voorafgaande aan de afdaling naar Vivo d'Orcia,
vindplaats van het wonderkruid Carolina, waarmee het leger van Karel de Grote wordt genezen van de pest.
Vandaar volgt Pius de Vivo (6) naar de ruïnes van het
Vivo Eremo klooster (7).

De terugweg naar Abbadia gaat langs de uiterste noordkant (8).
Hier inspecteert Pius het terrein voor de aanleg van een kunstmatig meer.

Derde tocht: een klim in zuidelijke richting naar Santa Fiora (10) langs Piancastagnaio (9).
Vandaar een bezoek aan de benedenloop van de rivier de Fiora met zijn
piscicoltura (11).
Hierna volgt een beklimming naar de weiden van Montecalvo (12),

waar een ontmoeting met een herder wordt beschreven.


(kaart en beschrijving ontleend aan Jan Pieper, Pienza,
Il progetto di una visione umanistica del mondo; edition Axel Menges, Stuttgart/London (pag. 218/219
).

 

 
 


 

 
     

 

© michel goldsteen