Het hoofd van Andreas naar Rome overgebracht Comm., VIII, 2 (part three)
 

 

Voorbereidingen van Pius om het heilig hoofd te ontvangen. Zijn zeer godvruchtige redevoering; de processie; overweldigende publieke belangstelling. (Comm. VIII, 2) ..part 3

Daarop daalde de paus, omgeven door brandende fakkels, van het podium af en met het eerbiedwaardig relikwie in zijn handen ging hij op weg naar de stad, terwijl de kardinalen, bisschoppen en overige prelaten, palmtakken voor zich uit houdend,  hun rang in de processie innamen. In het grote gedrang van mensen en paarden kwamen niet weinigen onderweg in de verdrukking en men kon zich nauwelijks een weg banen door de enorme mensenmassa. Bij de stadspoort wachtte een deel van de clerus met heilige relieken op de komst van de apostel en ging, na hem verwelkomd te hebben, samen met hem de stad binnen. De paus betrad de kerk van Santa Maria en legde het hoofd van de apostel op het altaar neer bij de icoon van de glorieuze Maagd, de moeder van onze Heer, waarvan de overlevering wil dat het door de heilige evangelist Lucas is geschilderd. Hij zegende het volk en wees uit de referendarissen bepaalde bisschoppen aan die gedurende de nacht bij het relikwie moesten waken, waarna hijzelf in een vertrek, dat in de kerk was ingericht, de nacht doorbracht.

De zon was nog niet onder, of de lucht betrok en een wind uit het Zuiden bracht opnieuw regen, die de hele nacht tot aan de dageraad aanhield; de buien waren zo hevig, dat niemand verwachtte, dat de volgende dag volgens plan het hoofd dwars door de stad naar de basiliek van Sint Pieter gedragen kon worden. De frustratie was algemeen, iedereen betreurde het dat de grote plechtigheid, die voorbereid was, niet zou doorgaan en dat de grote verwachtingen van de mensen teleurgesteld werden. Ontelbaar veel vreemdelingen uit Duitsland, Frankrijk, Hongarije en andere streken aan de overzijde van de Alpen waren toegestroomd; met name uit Italië zelf waren talloos velen, gewone mensen en voorname lieden, gekomen, vurig verlangend het heilig hoofd te zien. Zelfs het jubeljaar onder paus Nicolaas V, waarvan algemeen wordt aangenomen dat het zeer druk bezocht is geweest, heeft niet één dag een grotere mensenmenigte gezien. Allen waren terneergeslagen, vooral degenen die niet op de weiden waren geweest; want velen waren pas na de ceremonie in de stad gekomen. Ook bij Pius was de droefheid even groot, bezorgd als hij was voor de mensen, van wie hij zag hoezeer hun verlangen gefrustreerd werden; hij voelde compassie en met burgers en met vreemdelingen, die allen in gelijke mate bedrukt  waren. Maar daar klonk de eenparige bede, dat God de dag van morgen helder weer zou geven, en God in zijn barmhartigheid wilde hun gebed niet onverhoord laten. Waarschijnlijk ook heeft de heilige Andreas rustig weer voor zijn hoofd gevraagd en is hij overeenkomstig zijn verdienste verhoord. Want plotseling, kort voor zonsopgang, heeft een wind – Aquilo of Boreas of een andere wind – alle wolken verdreven en een onbewolkte en heldere hemel gegeven en de zon zelf verscheen schitterend en stralend als nimmer tevoren aan de kim, zodat velen, met name de paus zelf, moesten denken aan het volgende distichon:

“Na een hele nacht regen keren ’s morgens de spelen terug:
Caesar deelt zijn rijk met Jupiter.”

 Pius echter veranderde de verzen en sprak tot de omstanders:

 “Na een hele nacht regen zijn onze weersomstandigheden teruggekeerd:
De nacht was het domein van de vijand, van God zal de dag zijn.”

En hij voegde eraan toe:

 “Het natte weer is voorbij, het droge weer terug.

De vijandige nacht is heen, de vriendelijke dag is verschenen.” 

De paus gaf opdracht de kardinalen te ontbieden en de noodzakelijke voorbereidingen te treffen voor het starten van de processie. Zelf droeg hij in zijn vertrek de mis op en las het lijdensverhaal van de Heer volgens de evangelist Lucas. Na de mis, in aanwezigheid van de voltallige senaat en de hele clerus, riep hij de kardinalen bij zich en informeerde bij hen, wat er moest gebeuren. Want er was wel besloten om het hoofd van de apostel in processie mee te dragen, maar er was nog niet beslist of de tocht te voet of te paard zou gaan. De vorige dag was de hele weg, waarlangs de processie zou gaan, door de bevolking schoongemaakt, maar de nacht met zijn overvloedige regen had alles met een dikke laag modder bedekt en het zag ernaar uit dat de passage over de glibberige grond voor de priesters, die de relieken droegen en gehuld waren in hun liturgische gewaden, erg moeilijk zou zijn. Ook de lengte van de route scheen voor ouderen bezwaarlijk, want er moest een afstand van ongeveer twee mijl worden afgelegd vanaf de Santa Maria del Popolo dwars door de stad naar de basiliek van Sint Pieter. Daarom meenden velen, dat men de kardinalen, bisschoppen en abten moest toestaan zich te paard te verplaatsen en dat de overigen te voet moesten gaan. De paus echter was volstrekt niet gelukkig met dit voorstel, want hij wilde niet dat het zou lijken op twee afzonderlijke processies, of dat de priesters te kort leken te schieten in devotie en respect jegens de heilige apostel. Hij beval, dat iedereen te voet zou gaan en zijn inspanning als eerbewijs zou aanbieden aan het heilig hoofd om daarmee vergeving van zonden te verdienen. Indien iemand echt te oud of te ziek was om de inspanning aan te kunnen, moest hij te paard een andere route naar de Sint Pieter kiezen om daar op de trappen voor de deuren de komst van de processie af te wachten. Niettemin moesten zij, die niet de hele weg te voet konden gaan maar wel een deel ervan, zover te voet gaan als waartoe zij naar eigen inzicht in staat waren en een punt uitkiezen, vanwaar zij naar de Sint Pieter zouden lopen....

(klik op volgende)

terugvolgende

 

Apparatus Pii ad sacrum caput excipiendum, eiusque oratio devotissima, hymnusque cantatus, et pompa omnium aetatis nostrae maxima. Concursus nationum incredibilis

Descendit exin pontifex de suggesto luminaribus undique circundatus, et venerabile pignus in suis manibus tenens portavit in Urbem, cardinalibus et episcopis ceterisque praelatis suum servantibus ordinem, et palmas prae se ferentibus. In via prae multitudine plebis et equorum non pauci comprimebantur, vixque aditus in tanta populi frequentia patebat. Ad Urbis portam cleri pars adfuit cum sacris occurrens apostolo venienti, quo salutato rediit cum eo in Urbem. Et pontifex ecclesiam Beatae Mariae ingressus caput apostoli in altario deposuit apud imaginem Gloriosae Virginis, matris Domini - quam tradunt Beatum Lucam evangelistam effinxisse -, et benedicto populo episcopos ordinavit ex numero referendariorum, qui vigilias illic per noctem agerent, et ipse in cubiculo apud eandem ecclesiam praeparato pernoctavit.

 

Necdum sol conditus est, et ecce mutato aere novas auster pluvias adduxit, quae noctem totam usque ad auroram tenuerunt, adeoque ingentes ceciderunt imbres, ut nulla spes esset in crastinum efferendi per Urbem capitis ad basilicam Beati Petri, ut institutum erat. Communis omnium mentes occuparat maeror tantam solemnitatem, quae praeparata erat, impediri dolentium, et tantam populi expectationem frustrari. Confluxerant infiniti advenae ex Germania, Gallia, Hungaria et reliquis Transalpinis regionibus; tum vero ex Italia innumerabiles adventaverant plebes, et viri multi nobiles studio visendi sacratum verticem, adeo, ut in Iobeleo, qui sub Nicolao Quinto pontifice Romano celebratus est - quem constat fuisse maximum -, nunquam una die maior hominum multitudo visa fuerit. Et omnes tristes erant, ii praesertim, qui non fuerant in pratis; nam multi postea introierant. Nec Pium pontificem minor affligebat maestitia timentem super populo, cuius desideria frustrari animadvertebat, et hinc civibus, inde advenis condolebat, qui pariter angebantur. Rogabant autem universi Deum, ut serenitatem in crastinum elargiretur; quos non audire noluit divina miseratio - et vero simile est impetrasse Beatum Andream suo capiti placidum tempus, qui exauditus est pro sua dignitate. Subito enim paulo ante solis exortum - sive aquilo fuit sive boreas aut alius ventus - nubes omnes pepulit, et caelum nitidum serenumque reddidit, et sol ipse splendidus ac supra modum fulgidus apparuit in orienti, ita, ut meminerint multi, et praecipue pontifex ipse, illius distici:



,,Nocte pluit tota, redeunt spectacula mane:
divisum imperium cum Iove Caesar habet.”

Sed mutavit Pius carmen, dixitque circumstantibus:

,,Nocte pluit tota, redierunt tempora nostra:

nox fuit acta hostis, lux erit ista Dei.”

 Et subiunxit:

,,Humida praeteriit tempestas, sicca reversa est:

nox inimica abiit, luxit amica dies”

Iussitque pontifex accersiri cardinales et parari, quae essent ad educendam pompam necessaria. Ipse vero in cubiculo suo celebravit, et Passionem dominicani legit eius diei secundum Lucam. Et finito sacrificio, cum iam frequens Senatus adesset et omnis clerus, accersitis cardinalibus percontatus est, quid facto esset opus. Nam ducere in pompa caput apostoli decretum erat, verum pedibus an equis iter agendum, nondum certum. Etsi enim mundaverat hesterna die populus omnem viam, qua erat eundum, nox tamen pluviosa multum superinduxerat luti, et transitus in lubrico solo sacerdotibus sacra ferentibus et sacris indutis vestimentis difficillimus videbatur. Tum longitudo itineris gravis apparebat senibus, nam circiter duo milia passuum conficienda erant ab aede Sanctae Mariae Popularis ad basilicam Sancti Petri per mediam Urbem. Itaque multorum sententia fuit indulgendum esse cardinalibus, episcopis et abbatibus, ut in equis incederent; reliqui pedibus ambularent. At id pontifici minime placuit, ne vel divisa processionis pompa videretur, vel parva sacerdotum devotio et minor impensa divino apostolo reverentia; iussitque, ut omnes pedibus irent, honorarentque suo labore sacrum verticem, dignique fierent indulgentiis; si qui vero senes aut valitudinarii id laboris subire non possent, irent alio itinere equitantes ad Sanctum Petrum, et ibi expectarent in gradibus ante fores adventum pompae; et nihilominus qui non possent totum iter pedibus agere, possent autem partem, tantum irent, quantum suo ex arbitrio valerent, selecto loco, ex quo possent ad Sanctum Petrum pedibus pervenire.

 

 
 


 

 
     

 

© michel goldsteen