Start Teksten.htm navigat.htm Amiata.htm Links.htm  


de graaf van Armagnac door Pius terechtgewezen
 
(for the House of Armagnac see http://www.gascogne.fr/histoire/maisar.htm)

 

Het incestueuze huwelijk van de graaf van Armagnac; de corrupte en doortrapte bisschop van Alet.

Terwijl de paus de baden van Macerato bezocht, voegde Jean, de graaf van Armagnac , zich bij hem, een man van hoge adel, in wiens aderen het bloed van Franse koningen vloeide. Hij verklaarde een grote som geld aan Jean , de bisschop van Alet, gegeven te hebben om dispensatie te krijgen voor het huwelijk dat hij met zijn zuster was aangegaan. Die dispensatie zou hij hebben verkregen, maar de brief berustte nog bij de bisschop. Hij verzocht om de overdracht van de brief, die was opgesteld in naam van Calixtus en Pius, en beval zichzelf en zijn familie bij de paus aan; want, zei hij, armoede was de oorzaak dat hij had besloten zijn zuster te huwen: De oorlog met Engeland had zijn middelen uitgeput, zodat hij niet in staat was om een bruidschat die bij zijn stand hoorde aan zijn zuster te geven, als zij met een ander in het huwelijk trad. De theologen hadden hem te verstaan gegeven, dat in een dergelijk geval dispensatie gebruikelijk was.

 

 

De comitis Armeniaci incestu et Electensis episcopi corrupta nequitia

Dum Macereti apud balneas pontifex ageret, venit ad eum Iohannes Arme­niaci comes, magna vir nobilitate et regio Francorum sanguine ortus, dixitque magnam se auri vim Iohanni episcopo Electensi dedisse, ut dispensationem impetraret, qua liceret sibi in matrimonio, quod cum sorore contraxerat, re-manere; dispensatum esse, litteras apud episcopum retineri; petere, ut tradere cogeretur, quae sub Callisti Piique nomine confectae fuissent; se suumque genus commendare; nam quod sororem sibi coniugem delegisset, paupertatem im­pulisse: Britannico bello exhaustum dotem suo genere dignam, si nupsisset alteri, non potuisse sorori tradere; suasisse theologos in eo casu dispensari solere.

 

De graaf was een achterkleinzoon van de man die met 16.000 Fransen naar Italië was getrokken om Lombardije aan te vallen en zijn leger had verloren, toen hij in de buurt van Alessandria slaags was geraakt met Gian Galeazzo, hertog van Milaan] . Na de dood van zijn ouders bleef de jongeman met één zuster thuis alleen achter; ze stoeiden met elkaar, de graaf ging daarbij te ver, raakte in vuur en vlam en verleidde haar. Bevreesd voor de schande van dat misdrijf gaf hij aan incest de naam van huwelijk en – zoals hijzelf zei – hij verborg zijn schuld achter dit woord. Hij schreef aan paus Nicolaas om dispensatie te verkrijgen. Deze echter gruwde van die vreselijke zonde en wees hem in een harde brief terecht. Daarop kwam de Franse koning Charles in actie: niet uit rechtvaardigheidsgevoel – want vorsten bekommeren zich in de regel niet om fatsoen – maar uit woede: omdat hij wist dat de graaf in het geheim met de Engelsen samenspande, beroofde hij hem in één veldtocht van al zijn steden en forten, meer dan tweehonderd, en nam hemzelf gevangen. De graaf echter werd onzorgvuldig bewaakt en vluchtte naar Philip, de hertog van Bourgondië. Niettemin bleef hij, om zijn schanddaad te maskeren, doorgaan met dispensatie te vragen aan de Apostolische Stoel. Een van de leden van de Romeinse Curie was de genoemde bisschop van Alet, een geslepen en corrupt man, tot ieder bedrog bereid, voor wie simonie dagelijks werk was, welbespraakt en knap om te zien, vlot in de omgang, kwistig in zijn uitgaven en altijd attent als er iets te verdienen viel; want omdat hij alles uitgaf aan dure maaltijden en lichte vrouwen, schrok hij niet terug voor leugens en meineed, als hem dat winst opleverde. Hij was daarbij een meester in het verborgen houden van zijn ondeugden, zodat hij ondanks al zijn leugens de indruk wekte van een eerlijk en deugdzaam mens. Hij had dan ook, omdat men zijn ware karakter niet doorgrondde, in de Romeinse Curie het ambt van referendaris verworven. Toen hij had gehoord van de wens van de graaf – o zo blij dat hij nu een vogel had gevonden die hij kon plukken – schreef hij hem dat hij kon krijgen, wat hij begeerde, maar dat het hem op zijn minst 24.000 goudstukken zou kosten. De graaf zegde 17.000 toe en betaalde eerst 700 scudi en vervolgens nog eens 1000. De onderhandelingen begonnen in het eerste jaar van Calixtus’ pontificaat en duurden tot diens laatste jaar. Driemaal bracht de bisschop de zaak ter sprake bij Calixtus, in de hoop dat hij de inhalige oude man met geld kon paaien. Toen hij met zijn pogingen geen resultaat boekte, nam hij zijn toevlucht tot bedrog en zag om zich heen of hij misschien iemand in het paleis kon omkopen om een valse dispensatie te fabriceren; maar hij slaagde er niet in iemand te vinden die voor zo’n lage streek te koop was. Maar zie, toen Calixtus ziek lag, maakte een zekere Giovanni van Volterra, een apostolische schrijver die gehoord had, dat er in het paleis veel valse stukken geproduceerd werden, in gezelschap van meerdere mensen de volgende opmerking: “Vrienden, als iemand van jullie iets wil dat in strijd is met recht en fatsoen, dan heeft hij nu de kans, want de paus staat iedereen alles toe.” Hij zei dit, alsof hij zich opwond en zijn afschuw wilde laten blijken van de praktijken van de Curie. Onder zijn toehoorders bevond zich ook de bisschop van Alet en toen het gezelschap uiteen ging, volgde de bisschop hem en informeerde of dispensatie kon worden verkregen voor een huwelijk in de eerste graad van bloedverwantschap. “Dat is heel moeilijk en ongebruikelijk,” antwoordde Giovanni, “maar we kunnen proberen of Borgia, de neef van de paus, die zaak wil aanpakken; maar het zal geld kosten.” “Geld,” zei de bisschop, “zal er zijn. Peil ’s mans bereidheid en breng me op de hoogte.” Giovanni aanvaardde de opdracht en toen hij de volgende dag een ontmoeting had met de bisschop, zei hij: “ U kunt hebben, waar u om vraagt, mits u 3000 goudstukken meebrengt.” Dat was met Borgia afgesproken, verzekerde hij. De bisschop van Alet ging met deze voorwaarde akkoord en beloofde Giovanni een commissie van 300 goudstukken. Giovanni, voor het overige een man met een onbevlekt blazoen en een hoogstaande reputatie, werd gek bij de gedachte aan goud: hij stelde een schrijven op, waarin hij het deed voorkomen, dat graaf Jean en zijn zuster Isabella in de vierde graad verwant waren, en hij droeg zijn secretaris op de brief te publiceren. Dat stuitte op geen enkel bezwaar, want leden van de adel krijgen makkelijk dispensatie voor een huwelijk in de vierde graad. Het brief volgde de gebruikelijke weg. Toen het document weer terug was bij Giovanni, krabde hij heel handig weg, wat hij had geschreven, en in plaats van ‘vierde’ graad schreef hij nu ‘eerste’ graad. Hij hield de bisschop de verkregen dispensatie voor en loog dat zij te danken was aan Borgia’s tussenkomst, en vroeg om het beloofde geld. De bisschop gaf hem goede hoop dat het geld er zeer binnenkort zou zijn. Meer gebeurde er niet zolang Calixtus leefde.

 

 

Hic comes illius pronepos fuit, qui sexdecim milia Gallorum in Italiam ducens Longobardis infestus a Iohanne Galeazio Mediolanensium duce non procul ab Alexandria conflictus amisit exercitum. Remansit hic adolescens compositis parentibus cum sorore unica, quam, dum immoderatius cum ea ludit, tandem libidine victus corrupit. Sed veritus infamiam tanti piaculi, incestum matrimonium vocavit, atque - ut ille ait - ,,hoc praetexit nomine culpam", scripsitque Nicolao praesuli, ut secum dispensaret; qui tantum flagitium abominatus litteris eum durioribus increpavit. Karolus rex Franciae non amore iustitiae - neque enim tanta est honestatis cura principibus -, sed ira percitus, quia comes occulte sentiret cum Anglicis, omnibus eum oppidis atque arcibus, quae supra ducenta fuerunt, una incursione dispoliavit, comprehensumque captivum abduxit. Sed dum incaute ducitur, ad Philippum Burgundiae ducem confugit, et nihilominus, turpitudinem suam ut tegeret, Apostolicae Sedis dispensationem quaerere nunquam cessavit.

Erat in Curia Romana episcopus Electensis, quem nominavimus, homo versutus et fallax, ad omnes fraudes paratus, simoniae egregius artifex, loquendi peritus, aspectu pulcher, conversatione gratus, profusus in expo­nendo, attentus in acquirendo, nam omnia cum in cenis meretricibusque consumeret, nec mentiri, neque peierare lucrandi causa verebatur. Tegebat tamen vitia sua mirabili arte, ut quamvis millies mentiretur, verax tamen appareret et virtutis amator; propter quam rem referendariatus officium in Romana Curia non satis cognitus impetravit. Qui cum accepisset desiderium comitis, gavisus admodum invenisse avem, quam deplumaret, obtineri posse, quod peteretur, ad eum scripsit, verum non minori precio, quam quatuor et viginti milium aureorum. Comes septem et decem milia promisit, et primo septingenta scuta, deinde mille dissolvit. - Coepit tractatus eius rei primo Callisti anno, et ad ultimum perductus est; ter verba fecit episcopus cum Cal­lista, sperans avidum senem pecunia demulcere posse. Cum frustra conaretur, ad falsitatem se convertit, si forsitan in Palatio quempiam inveniret, qui eam dispensationem pecunia corruptus fabricaret; nec aliquem repperit in causa tam turpi venalem. Accidit autem aegrotante Callisto Iohannem quendam Volaterranum, scriptorem apostolicum, cum accepisset in Palatio multa fraudulenter expediri, in corona plurium virorum dixisse: ,,Amici, si quis vestrunt res iniustas atque inhonestas quaerit, nunc tempus adest nam pontifex omnibus omnia concedit" Atque haec quasi stomachans et eius Curiae mores abhorrens aiebat. Audivit Electensis, et secutus eum dissoluta corona percontatus est, dispensatio matrimonialis an impetrari posset in primo gradu consanguinitatis. Respondit Volaterranus id perarduum esse atque insolitum, experiundum tamen, si forsitan Borgias, pontificis nepos, rem aggredi vellet; verum opus auro fore. ,,At aurum” inquit Electensis - ,,praesto aderit. Tentato hominis animum ac referto!” Acceptavit provinciam Volaterranus, et postridie conveniens episcopum: ,,Habebis," ait, ,,quod quaeris; auri modo tria milia nummum afferas!” atque ita cum Borgia conventum affirmavit. Amplexus conditionem Electensis trecentis aureis Volaterranum inarravit. Volaterranus - alioquin incorruptae famae ac perliberalis - auri fame insaniens litteras scripsit, tanquam in quarto gradu Iohannes comes et soror eius, Isabella sese contingerent, deditque secretario expediendas; nec mora in eo fuit, nam quarti gradus inter nobiles facilis est dispensatio. Fecerunt litterae suum cursum, ut moris est. Quibus redemptis Volaterranus perquam subtiliter scripturam suam radens pro 'quarto' gradu rescripsit 'primum', et Electensi ostendens dispensationem obtentam, ementitus Borgiae operam intervenisse, promissum aurum petiit. Electensis spem bonam fecit pretii quam primum affuturi. Nec amplius vivente Callisto factum est.

Tijdens het congres te Mantua gaven twee boodschappers van de graaf 700 franc aan de bisschop van Alet en stelden een bedrag met een totaal van 4000 in het vooruitzicht, als zij het document in handen hadden, en zij vroegen het te mogen zien. Giovanni, als een echte koopman die het stuk als onderpand bij zich wilde houden, toonde het stuk. Want die slimme handelaren hadden met elkaar afgesproken dat ze zo zouden handelen, om de indruk te wekken dat het geld aan Borgia betaald was. De boodschappers onderzochten het document en zeiden dat het niet geldig was, aangezien de verordening die erin besloten lag in naam van Calixtus was opgesteld en dat het document was verlopen met de dood van degene die deze verordening had doen uitgaan. De bisschop ging daar tegenin en voerde een regel van de kanselarij aan, waarin bepaald was dat verordeningen van Calixtus, niettegenstaande zijn overlijden, moesten worden uitgevoerd – zo had Pius namelijk besloten. De bisschop van Alet had op grond van zijn verklaring, dat Isabella en haar broer alleen maar de toepassing van die regel nodig hadden, het zegel van Pius verkregen. Toen de boodschappers dat zagen, zeiden ze dat het geld er binnenkort zou zijn. Tijdens het congres is er verder niets meer mee gedaan. Maar toen de paus terug was in Siena, kwam ook de graaf daarheen; hij had namelijk van de bisschop vernomen dat het document met de dispensatie bij een bankier in Florence berustte en pas kon worden verkregen na overdracht van 4000 goudstukken (want op het laatst was men deze som overeengekomen). Verontwaardigd begaf hij zich naar de paus, toen deze zich bij de baden bevond, en vertelde het verhaal dat wij boven hebben weergegeven. “Wij schamen ons vanwege u,” antwoordde de paus, “dat u, die een zo ernstige zonde heeft begaan, van de Apostolische Stoel veronderstelt dat zij net zo denkt als u en dat zij een dispensatie heeft verleend, waarvan men sinds het begin van de wereld nog nooit heeft gehoord. Wat de bisschop van Alet beweert, berust op bedrog en als hij u een document heeft getoond, is dat vervalst. Wees wijs, erken en betreur uw zonde en vraag de Heilige Stoel om u vergiffenis te schenken voor uw dwaling. Dat is het medelijden dat wij u kunnen betonen. Indien wij u manen om dat afschuwelijke vergrijp van u af te werpen en zo te handelen als een edelman betaamt, dan is dat een blijk van respect onzerzijds voor uw adel.” De graaf antwoordde: “Dat moge zo zijn, maar toch is wat ik zeg waar: ik heb met eigen ogen het document gezien, afkomstig van Calixtus en uzelf, waarin dispensatie wordt verleend. De bisschop zweert dat het volgens de regels is opgesteld; en als hij het geld heeft, zal hij het openbaar maken. Indien dispensatie mogelijk is – zoals de theologen aangeven – is die ook aan mij toegestaan. Waarom verzet u zich tegen mijn recht in plaats van de bisschop te dwingen het document te publiceren?”

 

 

In Mantuano conventu duo comitis nuncii septingentos francos Electensi dedere, et ad quatuor usque milia promiserunt obtentis litteris, quas videre voluerunt. Volaterranus, tanquam mercator esset et pignoris nomine teneret, eas ostendit. Ita enim faciundum esse boni artifices inter se convenerant, ut pecuniae persolutae Borgiae crederentur. Nuncii consideratis litteris, quod nomine Callisti expeditae commissionem continerent, eas non valere dixerunt, quia morte mandantis expirassent. Obviavit Electensis, regulam cancellariae producens, in qua cautum erat Callisti commissiones non obstante obitu executioni debere mandari - sic enim Pius statuerat -, Electensisque, tanquam Isa­bella et frater eius ea regula indigerent, plumbatum Pii pontificis testimonium impetravit; quo viso nuncii pecuniam brevi affuturam dixere. Nec amplius durante conventu factum. At pontifice Senas reverso secutus comes cum ab Electensi didicisset dispensationis litteras Florentiae apud mensarium retineri, nec haberi posse, nisi aureorum quatuor milia traderentur - de hac enim postrema quantitate convenerat -, indignatus ad praesulem venit in balneis agentem, atque ea dixit, quae supra narravimus. Cui pontifex:

,,Pudet nos" - inquit - ,,tui causa, qui admisso tam gravi scelere Apostolicam Sedem tui similem putas, quae dispensationem a saeculo inauditam fecerit. Falso Electen­sis hoc affirmavit, et si quas ostendit litteras, adulterrimae sunt. Tu, si sapias, flagitium tuum recognosces ac deflebis, rogabisque Primam Sedem, erroris veniam ut tibi elargiatur. Haec est misericordia, qua te prosequi possumus; nobilitatem tuam eo pacto commendatam habemus, si monemus, ut foetido dimisso scelere ea facias, quae nobilitati conveniunt. "

Tum ille: ,,At hoc verum est" - inquit. - ,,Ego litteras et Callisti et tuas hisce oculis vidi, quae dispensationem admittunt. Electensis iurat rite expeditas esse; quod si pecuniam habeat, id palam faciet. Si dispensari potest - ut theologi tradunt -, et hoc mihi concessum est, cur iuri meo adversaris, et non potius Electensem cogis litteras edere?"

 

De paus zei hierop dat hij, wat Calixtus aanging, niet ten volle kon bevestigen of ontkennen hoe deze gehandeld had, hoewel hij dikwijls in geval van een nog verder verwijderde graad van verwantschap dispensatie had geweigerd; maar hijzelf had stellig nooit van een dergelijke zaak gehoord. Maar goed, als de brief van Calixtus echt was, zou hij hem zijn recht niet onthouden; hij moest maar met het document voor de dag komen. De graaf vertrok naar Siena en had opnieuw een gesprek met de bisschop, maar er viel niets te bereiken, want de bisschop wilde geld zien, geen woorden. Intussen had de kardinaal van Avignon de bisschop van Alet bij zich geroepen om hem te vragen of hij iets wist van de dispensatie. Hij antwoordde dat Ottone Caretto, de gezant van de hertog van Milaan, de dispensatie had verkregen op aanbeveling van de hertog, die de graaf graag mocht, omdat deze in het hertogdom Milaan ten gunste van hem afstand had gedaan van zijn rechten. De kardinaal schreef de paus over de onzin, die hij gehoord had, en in de hele Curie gonsde het al van geruchten over de ongebruikelijke dispensatie. De paus zond zijn secretaris, Jacopo van Lucca, naar Siena met het bevel de bisschop van Alet te arresteren. Jacopo ging handig te werk: hij riep de bisschop bij zich en nam hem in hechtenis; Giovanni lokte hij met vriendelijke woorden naar de paus. Toen beiden gevangen waren gezet, namen ze hun toevlucht tot leugens, hoewel ze bekenden, dat het document niet langs reguliere weg tot stand was gekomen en ze zich hadden laten verblinden door hun zucht naar goud; tenslotte legden ze een schriftelijke bekentenis af dat alles, wat wij hierboven hebben verteld, waar was. Van Giovanni is verder niets komen vast te staan. Wat de bisschop betreft, bij hem kwamen afschuwelijke en ontzaggelijke misdaden aan het licht: simonie, meineed, vervalsing, overspel, incest, moord, verraad, heiligschennis. De moord, zei hij, had hij per ongeluk begaan, maar twee kardinalen getuigden dat hij met voorbedachte rade had gehandeld: hij was tijdens zijn studietijd in Parijs verliefd geworden op een lichte vrouw. Omdat hij vermoedde, dat zij met een ander de nacht doorbracht, was hij gewapend naar het verdachte huis gegaan, had zich met geweld toegang verschaft en met een lans zijn rivaal gedood, toen deze er vandoor ging.

 

 

Ad quem pontifex, quod ad Callistum pertineret, non posse se ait vel affirmare omnino vel negare, quamvis saepe in laxiori gradu dispensare recusaverit; se vero nunquam rem talem audivisse; quod si Callisti litterae verae essent, non privaret eum suo iure, tantum faceret, ut ille producerentur. Abiit Senas comes, et iterum Electensem allocutus nihil impetravit ab eo, qui aurum, non verba quaerebat.

Interea cardinalis Avinionensis Electensem ad se vocatum, de dispensatione an aliquid accepisset, interrogavit. Ille Ottonem Caretum, ducis Mediolani legatum eam dispensationem obtinuisse respondit duce iubente, qui comiti bene cuperet, quia iure suo in ducatu Mediolanensi ei cessisset. Cardinalis, quas audiverat, nugas pontifici scripsit, et iam totam Curiam insolitae dispensationis rumor impleverat. Pontifex Iacobo Lucensi secretario suo Senas misso, ut Electensem interciperet, imperavit. Qui calliditate usus Electensem ad se vocatum comprehendit, et Volaterranum dulcibus verbis ad pontificem deduxit. Ambo in custodiam dati mendaciis usi sunt, quamvis litteras non recta via expeditas, et se auri cupiditate devictos confessi ad extremum cuncta, quae supra diximus, suis manibus vera esse scripserunt.

Et de Volaterrano nihil amplius compertum est. Electensis nephanda et immensa facinora inventa: simonia, periurium, falsitas, adulterium, incestus, homicidium, proditio, sacrilegium. (Homicidium ipse casu commissum aiebat, duo cardinales voluntarium affirmavere: amasse illum apud Parisios stu-dentem meretriculam, qua cum alio pernoctante suspectam domum armatus adierit, et ostio perfracto ingressus lancea fugientem conrivalem interemerit.)

 

De schuldigen worden gestraft; hoe Pius de graaf terechtwijst en een zeer ernstige vermaning uitspreekt die meer indruk maakt dan wapens.

 Nadat deze feiten waren gebleken, liet de paus de aangeklaagden overdragen voor een proces, de bisschop van Alet aan de kardinaal van San Pietro , die intussen was vrijgelaten en teruggekeerd naar de Curie; Giovanni aan de auditor van de Camera. Giovanni werd uit zijn ambt van schrijver ontslagen, van zijn eer beroofd en zijn geval werd overgelaten aan een seculiere rechtbank. De bisschop werd uit zijn bisdom verwijderd, tot levenslange opsluiting veroordeeld en verbannen naar de broeders van Monte Oliveto, twaalf mijl van Siena vandaan. Daar matte hij zijn lichaam zolang af met waken en bidden, tot hij erin slaagde de broeders in zijn bekering te laten geloven, waarna zijn bewaking verslapte; hij wist via hoge rotsen te ontsnappen en vluchtte naar Frankrijk.

 

 

Corruptorum poena, et comitis obiurgatio atque admonitio a Pio facta gravissima et armis formidolosior

 His ita compertis pontifex reos iudicandos - Electensem cardinali Sancti Petri iam dimisso et ad Curiam reverso, Volaterranum auditori Camerae commisit. Hic privatus est officio scriptoriae et infamis declaratus, ac iudicio saeculari relictus. Electensis pontificio amotus perpetuo carceri adiudicatus, et apud fratres Montis Oliveti duodecimo miliario ab urbe Senensi relegatus. Quo in loco vigiliis et orationibus tandiu corpus suum maceravit, quoad fratribus fidem fecit conversionis suae, atque inde male custoditus per altissimas rupes elapsus in Franciam aufugit.

 

Pius ontbood de graaf en sprak in de senaat van de kardinalen ten overstaan van meerdere bisschoppen als volgt: “Graaf, u heeft gehoord, wat er gebeurd is met de bisschop van Alet, en het zal u duidelijk zijn, dat het document waar u om vroeg, vervalst is. U kunt uw zonde niet verborgen houden. Indien u gered wilt worden, beken uw dwaling en vraag om vergeving. Als u dat doet, zul u genade vinden bij deze Stoel, die vol barmhartigheid is en zondaars weet te vergeven. Veel koningen en prinsen zijn in zonde gevallen en naderhand teruggekeerd tot de Kerk. David heeft na overspel en moord zijn zonde beweend en Gods genade verdiend. U heeft hen in hun zonde nagevolgd; volg hen dan ook in hun bekering. De roem van uw huis heeft u verspeeld met een afschuwelijke schanddaad; uw goede naam zult u nooit meer terugwinnen, tenzij u boete doet. Alleen zo kunt u de eer van u en uw familie herstellen. Wij vragen u dit als een liefdevolle vader en zullen u barmhartigheid betonen, indien u als een wijs man handelt. Wanneer u echter in uw houding blijft volharden, weet dan dat u een kind des doods  bentbent en getroffen zult worden met het zwaard van de excommunicatie en in de hele wereld gebrandmerkt met schande: beschouwd als iemand zonder geloof, zonder godsdienst, zonder God, zult u door allen gemeden worden. Maak de keuze of u de Heilige Stoel wilt ervaren als wreker van uw misdaden of als schenker van genade.”

 

 

Pius vocato comite in Senatu cardinalium praesentibus pluribus episcopis in hunc modum locutus est:

,,Accepisti, comes, quae acciderunt Electensi, et iam plane advertis falsas fuisse litteras, quas petebas. Non potes peccatum tuum tegere. Opus est, si salvus fieri vis, errorem tuum fatearis et veniam petas. Quod si feceris, hanc Sedem benignam invenies, quae piissima est et novit peccatoribus indulgere. Multi et reges et principes lapsi sunt, qui tamen postea ad Ecclesiam rediere. David post adulterium et homicidium suam culpam deflevit, et gratiam Domini meruit. Imitatus es, qui peccaverunt; imitare etiam, qui se emendarunt! Offuscasti tuae domus gloriam teterrimo flagitio; nunquam recuperabis famam, nisi poenitentiam agas. Hoc unum est, quo te tuamque familiam nomini bono restituas; hoc more pii patris ex te petimus, misericorditer acturi tecum, si sapias. Sin pertinaciter sic pergis, scito te mortis filium excommunicationis mucrone feriendum et ubique gentium infamandum: sine fide, sine religione, sine Deo existimatus ab omnibus evitaberis. Elige: Romanam Sedem ultricem tuorum scelerum, an veniae datricem experiri velisi!"

 

De graaf wist zich geen raad en vroeg een uitstel van acht dagen voor zijn antwoord, hetgeen hem werd gegund. Tegen zijn vrienden zei hij, dat hij de Franse koning Charles tot vijand had gehad, maar dat hij voor diens leger nooit zo bang was geweest als nu voor de woorden van Pius, wiens tong hem evenveel angst had ingeboezemd als een vlijmscherp zwaard.

 

 

Attonitus his comes octo dierum inducias ad respondendum petiit; quibus impetratis inter suos ait hostem sibi Karolum Franciae regem fuisse, nunquam se tamen eius exercitum adeo timuisse, quam Pium loquentem, cuius linguam veluti gladium acutum expaverit.

 

De poëtische en heidense redevoering van de bisschop van Arras, of liever, zijn dwaas gekwebbel; het zeer christelijke tegenbetoog van Pius. De vergeving van de graaf.

De graaf keerde op de afgesproken tijd terug naar de paus en in aanwezigheid van dezelfde mannen als de vorige keer liet hij Jean, de bisschop van Arras, als zijn woordvoerder optreden. Deze hield een rede die ongeveer als volgt luidde: “Ik zal niet ontkennen, Uwe Heiligheid, dat mijn cliënt ernstig heeft gezondigd. Wanneer u echter alle omstandigheden kent, die hem ertoe hebben gebracht zich met zijn zuster te verenigen, zult u vinden dat deze zonde veel geringer is dan algemeen wordt aangenomen. Ik vraag u slechts geduldig te luisteren. Er zijn namelijk drie verzachtende omstandigheden aan te voeren voor het misdrijf van de graaf: liefde, raad en armoede. Nadat Jean zijn ouders had begraven bleef hij thuis achter met alleen zijn zuster, twee jonge mensen. Zij vermaakten elkaar met scherts en spel. Omdat hij dag en nacht zijn zuster voor ogen had en er niemand was met voldoende gezag om zijn jeugdig gedrag te corrigeren, begon hij met haar te praten, haar te kussen en te omhelzen. Van gepraat kwam liefde, van liefde passie en daarna het idee van een huwelijk; want intieme omgang met zijn zuster zonder dat dit gesanctioneerd werd door een huwelijk achtte hij goddeloos. Zorgvuldig gaat hij na of een broer mag huwen met zijn zuster. Rechtskundigen en de beste theologen worden geraadpleegd. Men laat weten dat een verbintenis enkel mogelijk is met toestemming van de paus, die in sommige gevallen dispensatie heeft verleend. Een tweede, dwingende omstandigheid was armoede: de graaf was door al zijn geld heen vanwege de langdurige oorlogen met Engeland en hij zag geen kans een bruidschat aan zijn zuster te geven, zoals mannen van adel die verlangen. En hoogadellijk bloed verenigen met onedel bloed kwam niet in aanmerking; en het meisje zelf wilde ongehuwd blijven. Omdat dus aan de ene kant liefde en raad, aan de andere kant de noodzaak hem dreef, verenigde, in het vooruitzicht van de dispensatie, hij zich met zijn zuster, met de intentie haar te huwen.

 

 

Atrebatensis poetica et gentilis oratio, immo insana garrulatio, Piique Christianissima confutatio, et comitis absolutio

 Reversus ad pontificem in tempore iisdem vocatis, qui prius affuerunt, Iohannem Atrebatensem, qui faceret pro se verba, supposuit. Ille hoc ferme modo peroravit:

,,Non eo inficias, pontifex maxime, quin graviter peccaverit meus cliens. Verum si cuncta noris, quibus impulsus est sorori permisceri, longe minus peccatum censebis, quam vulgo feratur. Audias me tantum patienter, oro. Tria enim sunt, quae delictum comitis extenuant: amor, consilium, paupertas.

Iohannes conditis parentibus solus cum sorore in domo relictus est, iuvenis cum iuvene. Intervenere ioci  lususque; cum dies ac noctes ante oculos versaretur soror, nec superior esset, qui corrigeret adolescentiae mores, coepit alloqui, obsculari, amplexari. Peperit amorem conversatio, flammas amor, atque hinc de coniugio cogitatum est, nam sororem cognoscere absque titulo matrimonii nefas ducebat. Quaerit diligenter, liceatne fratri sororem nubere. Vocantur in consilium iuris periti ac summi theologi. Negatur coniunctionem fieri posse, nisi pontifex maximus indulgeat, qui solitus sit aliquando dispensare. Accedit paupertatis coactio: exhaustus omni auro comes propter diutina Britannica bella, unde dotem sorori daret, non habebat, qualem viri nobiles exposcerent; neque ignobili tradendus erat nobilissimus sanguis, neque continere puella volebat. Cum ergo hinc amor et consilium, inde necessitas urgeret, sub spe dispensationis cognita est a fratre soror, destinata coniunx.

 

Hij is niet de eerste die gezwicht is voor Amor: alle goden bijna, die in de oudheid vereerd werden, hebben zich onder Amor’s juk gebogen. Lees ook het Oude Testament erop na: hoeveel voorbeelden van liefde kan men daar aantreffen! De verhalen van heidense dichters bezingen niets anders dan helden die gezwicht zijn voor liefde. En zoeken we naar huwelijken, of zo u wilt incest, tussen broer en zuster: Jupiter zelf heeft met zijn zuster geslapen en, zich beklagend dat hij haar verliet, zei zij: “Zuster van de Donderaar , de enige naam die mij rest.” En onze eerste ouders hebben huwelijken tussen hun kinderen bekrachtigd: Amnon nam zijn zuster Thamar. Maar al te verleidelijk is Amor en gemakkelijk haalt hij ons over, Amor, die door de Ouden tot de goden werd gerekend. Is het dan vreemd dat een god een mens heeft overwonnen? De graaf is gezwicht voor een god, hij is overwonnen door hem die velen heeft overwonnen en die over allen, zelfs de grootsten, heeft gezegevierd. Hij bekent zijn dwaling en alleen al die bekentenis verdient vergeving. Hij staat hier voor u als een smekeling en bidt dat u hem barmhartigheid bewijst, gaarne bereid de boete te ondergaan, die u hem zult opleggen.”

 

 

Non est hic primus, qui Amori succubuerit. Nam dii ferme omnes, quos coluit antiquitas, colla summiserunt amori. Et si Vetus Testamentum legimus, quot illic amoris exempla reperies! Nec historiae gentilium aliud canunt, quam victos amore heroas. Quod si sororum fratrumque vel connubia vel stupra requirimus, ipse Iuppiter sorori commixtus est, quae se desertam querens: “Soror,”inquit, “Tonantis, hoc solum mihi nomen relictum.” Et primi parentes connubia inter filios sacraverunt: Amon sororem violavit Thamar. Blandus est nimis et persuadet Amor facile, quem veteres inter deos annumerarunt. Et quid mirum, si deus hominsem superavit? Cessit deo comes, victus est ab eo, qui multos vicit, et qui de omnibus, etiam viris maximis triumphavit. Fatetur errorem suum: ipsa confessio veniam meretur. Adest in conspectu tuo supplex orans, ut secum misericorditer agas, penitentiam, quam imposueris, libenter subiturus."

 

Zo ging de bisschop van Arras nog een hele tijd door, terwijl de paus met grimmige blik toehoorde. Voordat hij hem echter van repliek diende, vroeg hij aan de graaf of hij zich zou onderwerpen aan het apostolische vonnis en de boete aanvaarden, die de Heilige Stoel hem oplegde. Toen de graaf antwoordde dat hij alles wat hem werd opgedragen zou uitvoeren, vervolgde de paus: “Bisschop van Arras, een ernstige misdaad heeft u voorgesteld als een licht vergrijp en aan de hand van heidense voorbeelden willen aantonen dat incest niet zo’n erge zonde is. Zo groot is uw vertrouwen in uw eigen welsprekendheid! Maar het was passender geweest, wanneer u, die het ambt van bisschop hebt bereikt, zich had bediend van kerkelijke in plaats van heidense voorbeelden. Schaamt u zich niet, dat u het woord goden gebruikt voor wezens, die onze voorouders voor louter mensen hielden, misdadige mensen ook nog, of demonen? Is het vreemd, dat demonen, die er voordeel van hebben mensen tot misdaden te verleiden, zonden aanprijzen? Wij echter respecteren de heilige wetten en de instellingen van de heilige vaders. De verordeningen van keizers en de besluiten van prinsen bestempelen incestplegers en broers die met hun zusters slapen als mensen die hun eer en recht verloren hebben en de doodstraf verdienen. De Kerk, die milder is en niet de dood van de zondaar wil maar dat hij blijft leven en zich bekeert, beveelt dat hij, die ontucht heeft gepleegd met zijn zuster, maar daarna tot inkeer komt, veertien jaar buiten de gemeenschap van de Kerk moet leven en in ballingschap gaat met zeven pond ijzer aan zijn nek of zijn arm, levend op water en brood. Wij zullen de graaf nog milder behandelen. Luister, zoon. Wij gelasten u om een jaar lang iedere vrijdag te vasten; wij verbieden u voor altijd iedere omgang en gesprek met uw zuster; wij bevelen u om, zodra de gelegenheid zich voordoet, dienst te nemen in de strijd tegen de Turken met een contingent van minstens vijftig lansiers naar de wijze van uw vaderland; en voorts om 5000 goudstukken te schenken voor de bruidschat van arme meisjes en het herstel van kerken. Als u dit volbracht heeft, zult u vrij zijn.”

De graaf verklaarde zich van ganser harte bereid de opgelegde boete uit te voeren. Hij mocht gaan en vertrok naar Rome om de heilige plaatsen te bezoeken, voordat hij naar huis terugkeerde

 

 

Dixit et alia pleraque praesul Atrebas, quae pontifex torvis oculis audivit. Prius tamen, quam ei responderet, interrogavit comitem, an se committeret apo­stolico arbitrio acturus poenitentiam, quam Prima Sedes imponeret. Quo respondente se mandata omnia suscepturum, Pius haec subiecit:

,,Grande crimen, Atrebas, parvum ostendere voluisti, et gentilium exemplis usus incestum etiam levem esse monstrare. Tantum eloquentiae tuae confidisi At te, qui episcopatum assecutus es, ecclesiasticis potius, quam gentilibus exemplis uti decebat. Non puduit te deos appellare, quos nostri maiores aut homines tantum fuisse, et quidem sceleratos, aut demones affirmaverunt? Quid mirum, si demonia peccata collaudant, quibus in lucro est ad scelera traxisse homines? Nos sacras leges et sanc-torum patrum instituta respicimus: imperatorum constitutiones et placita principum incestuosos sororumque concubinos infames atque intestabiles reddunt et ultimo supplicio dignos. Ecclesia, quae mitior est, et non vult mortem peccatoris, sed vitam, ut convertatur, eum, qui sororem stuprasset, ad poenitentiam venientem quatuordecim annis extra Ecdesiam esse iussit, et peregre proficiscentem septem ferri pondo aut in collo aut in brachio ferre, pane tantum et aqua contentum. Nos cum comite mitius agemus. Audi, fili! Ieiunium tibi sextarum feriarum annuum indicimus, sororis commercium atque omne colloquium perpetuo interdicimus; cum primum facultas aderit, contra Thurcos ut milites, iubemus, non minus quam lanceis quinquaginta pro more tuae patriae associatus; in puellas pauperes nuptui tradendas ecclesiasque reparandas auri quinque milia nummum effundas. Hec si feceris, liber esto!"

Subiit comes, ut ait, volenti animo impositam paenitentiam, atque ita dimissus Romam profectus est sancta visurus loca, priusquam domum rediret.

 

 

Start Teksten.htm navigat.htm Amiata.htm Links.htm