Uit Goldsteen-von Martels, Boesbeeck's Vier Brieven over het gezantschap naar Turkije (pag. 87-91), Verloren, Hilversum 1994    

Ook vonden we alom een groot aantal oude munten, met name van de latere keizers Constantinus, Constans, Justinus, Valens, Valentinianus, Numerianus, Probus, Tacitus en dergelijke.[1] De Turken hadden ze op veel plaatsen in gebruik als gewicht, namelijk als drachme of halve drachme; ze noemen ze Giaur manguri, om zo te zeggen: geld van heidenen of ongelovigen.  Bovendien waren er veel munten bij uit naburige steden van Azië: Amysus, Sinope, Comana, Amastris en ten slotte enkele uit Amasya zelf, waarheen we op weg waren. [2] Hierbij bezorgde een kopersmid mij een grote teleurstelling, toen hij, op onze vraag naar munten, meedeelde dat hij er tot voor enkele dagen een enorme pot vol van had gehad, maar ze had gesmolten om er een paar koperen ketels van te smeden, omdat hij dacht dat ze van generlei nut of waarde waren. Het deed mij werkelijk hevig verdriet dat zoveel oudheid vernietigd was. Maar op hem heb ik wraak genomen door te zeggen dat, als die munten er nog waren, ik er honderd goudstukken voor had neergeteld. Zo zond ik hem weg, even bedroefd, nu dat winstje aan zijn neus voorbij was gegaan, als hij mij had teleurgesteld door dat verlies van oudheden.

Van planten, die we op onze reis tegenkwamen, waren er niet zoveel die ons onbekend waren. De meeste waren gelijk aan planten die bij ons inheems zijn, behalve dat ze naar gelang de bodemgesteldheid weliger of slechter groeiden.
De 'Amomum', waarvan Dioscurides schrijft dat hij ook in Pontus voorkomt, hebben we ondanks alle moeite niet kunnen vinden. Zodoende weet ik niet, of dit gewas is uitgestorven of andere grond heeft opgezocht.
[3]

Ankara was de negentiende pleisterplaats die we sinds Constantinopel bereik­ten. Het is een stad in Galatië, eens de woonplaats van de Gallische Tectosagen, goed bekend aan Plinius en Strabo.[4] Het kan evenwel heel goed zijn, dat wat nu nog bestaat slechts een deel is geweest van de oude stad. De Canonische Boeken spreken van Anquira.[5]

Hier zagen we een schitterende inscriptie, een afschrift van die tafels, waarop Augustus een beknopt overzicht geeft van de daden die hij heeft verricht.[6] Deze hebben we, voor zover de tekst leesbaar was, door onze mensen laten kopiëren. De inscriptie staat gebeiteld op de marmeren muren van een verval­len gebouw zonder dak, ooit misschien het paleis. Bij binnenkomst heeft men de helft van de inscriptie aan zijn rechter-, de andere helft aan zijn linkerhand. De bovenste gedeelten zijn nog bijna volledig. Het midden begint te lijden aan lacunes. De onderste regels echter zijn zo verminkt door slagen met knotsen en bijlen dat ze onleesbaar zijn. Dat betekent voor de letteren stellig geen gering verlies en dient terecht door de geleerden betreurd te worden. En wel des te meer omdat het vaststaat, dat die stad door de gezamenlijke provincie Azië eens aan Augustus is toegewijd.[7]

Hier zagen we ook hoe die gewaterde stof mohair, geweven uit de wol van de geiten die ik beschreven heb, geverfd werd, en, overgoten met water en onder de druk van een pers, die golvingen kreeg waaraan ze haar naam en bekendheid dankt. Als de mooiste en van de hoogste kwaliteit werd beschouwd de lap die een ononderbroken patroon van zeer brede golven had gekregen. Maar als er ergens kleinere en onregelmatige golven tussendoor liepen, was zo'n lap, al was er geen verschil in kleur en stof, lap wegens deze tekortkoming enkele goudstukken minder waard. Oudere Turken van aanzien hullen zich doorgaans in gewaden van deze stof, zelfs Süleyman laat zich in geen andere kleding liever zien dan in een gewaterde mantel, nota bene een groene, een kleur die naar onze smaak niet past bij een gevorderde leeftijd. Maar Turken worden hiertoe aangezet door hun godsdienst en het voorbeeld van hun profeet Mohammed, die ook op hoge leeftijd nog bij voorkeur in het groen gekleed ging.

Zwart geldt bij hen als een armoedige kleur en brengt ongeluk. Wanneer iemand in het zwart verschijnt, wordt dit beschouwd als een teken van afschuwelijk onheil. De pasja's verbaasden zich dan ook soms, dat wij in het zwart gekleed bij hen op bezoek gingen, en maakten daar ernstig bezwaar tegen. Inderdaad, niemand verschijnt daar in zwarte kleren in het openbaar, tenzij hij volslagen ontredderd is, getroffen door bijzondere armoede of een zware ramp. Purper is een uitstekende kleur, maar in tijden van oorlog een voorbode van bloedvergieten. Meer geluk voorspellen wit, oranje, donkerblauw, violet, muisgrijs en andere kleuren. Turken hechten namelijk veel waarde aan voorspellingen en voortekens. Bekend is dat meerdere keren een pasja uit zijn ambt is ontzet omdat zijn paard struikelde, alsof dit de voorbode was van een groot ongeluk; door de pasja uit zijn ambt te verwijderen dacht men een ramp die de gemeenschap zou treffen op zijn hoofd af te wentelen.[8]


 

 

[1] Het gaat hier om de keizers Constantijn de Grote (306-37); Valens (keizer van het Oost Romeinse rijk; 364-78); Numerianus (284); Probus (276-82); Tacitus (275-6); er waren drie keizers Constantius (resp. 305-6; 337-61 en 421) en twee keizers Justinus (resp. 518-527; 565-78), en drie keizers Valentinianus (resp. 364-75; 375-92; 425-55).

[2] Amysus = Samsun; Sinope (in Paphlagonia) = Sinoub; Comana Pontica = Gömenek Köprüsü; Amastris = Amasserah; Amasya = Amasia.

 

[3] Amomum: misschien bedoelt Boesbeeck hiermee de Commiphora opobalsamum (Balsam of Gilead), een geneeskrachtige plant; zie http://www.botanical.com/botanical/mgmh/b/balofg05.html

[4] Plin. Nat. Hist., V, 146; Strabo, XII, 5, 2.

[5] Cf. Canones Apostolorum. Veterum conciliorum constitutiones. Decreta pontificum antiquiora. De primatu Romanae Ecclesiae, Mainz 1525

[6] Cf. Suetonius, De vita Caesarum: Divus Augustus, CI, 4

[7] Het gebouw was niet een ‘praetorium’ (paleis), maar de tempel voor de vergoddelijkte keizer Augustus en de godin Roma.

[8] voor de betekenis van kleuren in de islam zie http://www.hermetic.com/bey/islamandeugenics.html

 

 

 

  munt van keizer Constantijn

Austria, Vienna Dioscurides
Dioscurides' work can be considered as the most important pharmaceutical source of the Ancient World and was used throughout the Middle Age, Renaissance and in later centuries as a dictionary for medical practitioners. It forms the basis of medical herbal therapeutic knowledge. The Vienna Dioscurides manuscript rates as a masterpiece of the book art from later Classical Antiquity.

angora-geit, waarvan de mohair stamt

fragment van het Monumentum Ancyranum

 


 

 
     

 

© michel goldsteen