<

Voor Pienza en zijn ligging in het landschap zie de schets van Jan Pieper, Pienza (pag. 58) >>..


 

De paus vertrekt naar Pienza.
Zeer kunstzinnige beschrijving van haar schitterende   bouwwerken.

Profectio pontificis ad Pientiam
et praestantissimorum aedificiorum
artificiosissima descriptio.

 

 

 

 

Terwijl hij in Abbadia was, werd de paus ziek en lag een dag en een nacht op bed, gekweld door een hevige aanval van artritis, toen de hevig ontstelde kardinalen onverwacht kwamen melden, dat in de stad pest was uitgebroken en dat sommigen van de mensen, die zij kenden, waren bezweken. Zij drongen er op aan voor de vreselijke besmetting te vluchten. Onverwijld gaf de paus opdracht voor een draagbaar te zorgen en bij zonsondergang ging hij, hoewel uitgeput door hevige pijn, met heel zijn huishouden op weg, gevolgd door de kardinalen. Zo kwam een eind aan de genoegens van Abbadia; op vreugde volgt immers altijd droefenis.

 

Aegrotavit in Abbatia pontifex, et arthetico dolore per diem noctemque decubuerat oppressus, cum subito exterriti cardinales pestem in oppido coepisse nuntiant et notos aliquos occubuisse, fugiendumque tetrum virus suadent. Pontifex nihil cunctatus apparari sibi lecticam iubet, et sole iam cadente cum omni familia sequentibus cardinalibus iter ingreditur non sine vehementi dolore languens. Hic exitus delitiarum Abbatiae fuit - ut semper voluptatem sequitur maeror.

 

 

Het was diep in de nacht, toen hij in Pienza aankwam. Pius wilde niets liever dan zijn bouwwerken bekijken, daar kwam echter de eerste dagen niets van, omdat hij ziek te bed lag. Toen hij hersteld was, onderwierp hij alles aan een grondige inspectie en had geen spijt van de hoge kosten, hoewel hij meer dan 50.000 dukaten had neergeteld voor de werkzaamheden. De schoonheid en waardigheid van de bouwwerken deden zijn bedenkingen over de kosten vergeten.

 

Nocte iam multa Pientiam venit, nec aedificia sua pro desiderio intueri potuit diebus aliquot morbo decumbens. Postquam convaluit, singula diligenter invisit, nec penituit expensarum, quamvis auri supra quinquaginta milia nummum in ea opera contulisset; pulchritudo et dignitas aedificii molestiam sumptus ademit.

 

Het rechthoekig paleis [MG1] had een hoogte van negentig voet en was opgetrokken uit blokken natuursteen, die vanaf de basis tot bovenaan zorgvuldig waren gepolijst en aan de randen telkens een vinger dik waren afgerond zodanig, dat de verbindingen samenvielen met de insnijdingen en de voorkanten van de blokken als tegels uitstaken. Een cisterne op het dak, gemaakt van grotere blokken en 5 voet [MG2] terugwijkend van de muur verzamelde het regenwater, dat werd opgevangen in dakgoten, en loosde het daarna via ijzeren pijpen een heel eind verder. De dikte van de muur bedroeg nergens minder dan 4 of 6 voet. Drie muren van het paleis waren op deze wijze opgetrokken, waarvan de noordmuur een lengte had van 126 voet, terwijl de oostmuur en de westmuur 18 voet langer waren vanwege de loggia’s, die aan de zuidzijde buiten het vierkant van het paleis uitstaken. De omtrek van het gehele paleis mat 540 voet. Er waren twee rijen met ieder 23 vensters, opmerkelijk in grootte en stijl en op onderling gelijke afstand van elkaar. De vensters waren door zuiltjes in tweeën verdeeld en vanuit ieder willekeurig venster konden drie mannen naar buiten kijken. Onder beide rijen vensters liepen twee kunstig gebeeldhouwde sierlijsten, gewoonlijk cornices genoemd, van een steensoort gelijk aan travertijn, die het paleis als met twee guirlandes omgaven. Ook had de architect vanaf de bodem tot aan de cisterne op zeer harmonieuze wijze vierkante kolommen ingevoegd met passende basen en kapitelen. Op de hoeken van het paleis en op meerdere plaatsen tussen de vensters had hij stenen schilden opgehangen, waarop in goud en zilver en andere kleuren het wapen van de Piccolomini schitterde, een gezamenlijk werk van beeldhouwer en schilder. Ook waren er veel ijzeren ringen toegevoegd en een soort houders aan de muren bevestigd, om s nachts brandende toortsen en overdag vaandels in te steken. Verder waren er kleinere vierkante vensters om de lagere verdiepingen van licht te voorzien; deze waren afgesloten met ijzeren tralies. Ook zitbanken ontbraken niet met twee of soms drie treden van dezelfde steensoort als bij de sierlijsten. Aan de noordzijde bevond zich in het midden de hoofdingang, een zeer brede en indrukwekkende poort. Aan de oostzijde, die op het stadsplein uitkijkt, kon geen ingang in het midden gemaakt worden: daar zijn toen ter wille van de symmetrie twee deuren toegevoegd, waarbij voor de ene deur een muur was gemetseld, zodat hij de indruk wekte afgesloten te zijn, en de andere deur voor dagelijks gebruik open stond. Met de westzijde was hetzelfde gedaan. De vierde zijde[MG3] , met een heerlijk uitzicht op het zuiden naar de Monte Amiata, is voorzien van drie boven elkaar gelegen loggia’s, geschraagd door stenen kolommen. De eerste, met een edel en hoog booggewelf, maakte een zeer aangename wandeling mogelijk langs de rand van de tuin; de tweede met een balkenplafond, dat zeer mooi versierd was met schilderingen in verschillende kleuren, bood een uiterst prettig verblijf tijdens de wintermaanden en had een balustrade, die met zijn bovenrand ongeveer tot halve mensenhoogte reikte. De derde galerij was aan de voorgaande gelijk, maar had een cassetteplafond, dat minder bewerkt was. Tot zover de buitenkant van het paleis.

 

illustraties ontleend aan J. Pieper, Pienza, Il progetto di una visione umanistica del mondo

Palatium quadratum fuit nonaginta pedibus altum ex lapide vivo, ab imo usque ad summum ferro artificis expolito, ad digiti crassitudinem circumsecto, ita, ut iuncturae in ipsa caesione concurrerent, et saxorum frontes tanquam tesserae prominerent. In vertice compluvium ex grandioribus saxis quinque pedibus a muro recedens collectas in canali tectorum aquas per fistulas ferreas procul eiecit. Muri crassitudo nusquam sex aut quattuor pedibus minor. - Tria in hunc modum palatii latera surrexerunt, quorum aquilonare centum XXti sex pedes longitudinis habuit, orientale et occidentale duodeviginti amplius propter porticus, quae in australi latere palatii quadrum excessere; totius palatii ambitus quingentorum et quadraginta. Tum fenestrarum duo fuerunt ordines structura et amplitudine admirabiles. Tres et XXti fenestras aequo inter se spatio distantes ordo unus complexus est, et alter totidem. Tres ex qualibet fenestra viri exterius prospicere potuerunt columnellis inter se divisi. Sub utroque fenestrarum ordine ex lapide ei simili, quem Tyburtinum vocant, duo pluteorum cimatia, quas vulgo cornices appellant, nobili artificio deducta palatium quasi duae coronae cinxerunt. Duxit et architectus a terra compluvium usque quadratas columnarum figuras suis basibus et capitulis aptissime coherentes. Suspendit et in angulis palatii et inter fenestras pluribus in locis scuta lapidea, in quis Picolomineae domus insignia sculptoris pictorisque opere auri et argenti et aliis fulsere coloribus. Ferri quoque multi annuii additi et instrumenta, quae faces ardentes nocturno tempore servare, et quae vexilla interdiu sustinere possent, iniecta sunt. Fuerunt et fenestrae minores in forma quadrata, quae loca inferiora collustrarent; has cratibus ferreis conclusere. Sedilia quoque duorum graduum et aliquibus in locis trium circumposita ex lapide cimatiorum. In latere, quod aquilonem spectat, portam in medio amplissimam et magnificam collocarunt, quae praecipua esset. In orientali latere, quod oppidi plateam respicit, cum medium porta tenere non posset, ad servandam simmetriae gratiam duae ianuae additae sunt, quarum altera muro obducta clausae vestigium prae se ferret, altera ad quotidianum usum mansit aperta; in occidentali latere idem fecere. Ad quartum latus, cui meridies et Amiata mons aspectu gratissimus obiicitur, tres porticus erexerunt, quarum secunda primae et tertia secundae superincumberent columnis innixae lapideis. Prima sub testudine alta et nobili deambulationem iuxta hortum praebuit amoenissimam; altera sub contignatione coloribus et picturis ornatissima mansionem hyberno tempore iocundissimam praebuit pluteis, quae ad umbilicum hominis cum suis cimatiis pertingerent, elevatis; similis conditio tertiae, quamvis lacunari minoris artificii. Haec exterior forma palatii.

 

  

Het reservoir op het dak voerde, zoals we hebben gezegd, een deel van het regenwater af naar buiten; een ander deel werd naar de binnenhof geleid om, na door een kiezelbed te zijn gefilterd, cisternen te vullen. Twee daarvan stonden in het paleis en een derde, die zeer groot was en toereikend zou zijn voor een groot huishouden, stond in de tuin. Op de nok van het dak prijkten 23 bouwsels die op torentjes leken, waaruit de rook uit de stookplaatsen omhoog steeg, versierd met pinakels en uitsteeksels en bont beschilderd; van verre zichtbaar verleenden ze het gebouw een vrolijk en sierlijk aanzicht. Wanneer men het paleis door de hoofdingang betreedt, komt men in een hoge en ruime zuilengang, die een vierkante binnenplaats omgeeft, met monolithische zuilen, die 16 voet hoog zijn en een dikte hebben, die daarmee in verhouding staat, en die een zeer harmonieus geheel vormen met hun basen en kapitelen. Hier bevinden zich de eetzalen, voor de winter, voor de zomer en voor de seizoenen daar tussenin, en vertrekken, waarin koningen zich thuis voelen; voorts opslagruimten, die zowel onder als boven de booggewelven liggen en voor allerlei zaken dienen. Want toen men de fundamenten van het paleis groef, werd de zeer harde rots tot een diepte van ongeveer 16 voet weggehakt en werden kelders voor wijn en olie en andere levensmiddelen gebouwd, overdekt met tongewelven: inderdaad een edele provisieruimte, die men moeilijk geheel zou kunnen vullen.

 

Tectorum compluvia partim exterius - ut diximus - aquas emiserunt, partim interius in aream, ut per meatum et glaream purgatae cisternas implerent; quae in palatio duae fuerunt, et tertia in horto amplissima et magnae familiae suffectura. In cacumine tecti, qua fumi caminorum exhalarunt, tres et viginti quasi turres pinnis et propugnaculis picturisque variis ornatas construxerunt, quae procul visae multum splendoris et gratiae operi addiderunt. Ingredienti palatium porta maiori peristillum altum occurrit et amplum, quod quadratam ambit aream columnis subnixum unius lapidis sex et decem pedibus altis et ad proportionem suae longitudinis crassis, basibus et capitulis aptissime coniunctis. Hic triclynia sunt et hyemalia et aestiva, et quae medio tempori conveniant, et cubicula digna regibus et rerum diversarum receptacula sub testudine et supra testudinem sita. Effodientes enim palatii fundamenta saxum durissimum ad sexdecim circiter pedes exciderunt, ibique promptuarias ac vinarias et olearias cellas superinductis fornicibus construxerunt: nobile certe penu, et quod difficile queat impleri.

 

Vanaf de hoofdingang tot aan de zuilengang loopt een hal met een stralend wit gewelf, even lang als de eetvertrekken aan weerszijden breed zijn. Wanneer je door de hal heen in de zuilengang bent gekomen en je gaat naar rechts, tref je een trap aan van ongeveer veertig gemakkelijke, uit één steen gevormde treden, 1 voet hoog, 2 voet diep en 9 voet lang, die leiden naar de woonvertrekken op de eerste verdieping. Het eerste deel van de trap stijgt twintig treden naar rechts omhoog, het tweede deel evenveel treden naar links, terwijl op het niveau waar de trap van richting verandert een venster is aangebracht om beide helften te verlichten. De trap komt uit op een galerij, vanwaar men aan drie zijden door vierkante vensters, die door een stenen kruis verdeeld zijn, op de binnenplaats neerkijkt. Het balkenplafond is kunstig gemaakt en fraai beschilderd in verschillende kleuren.

 

A porta maiori ad peristillum usque porticus sub fornice
candida tam longa patet, quam lata sunt hinc atque inde triclynia.
Hac deambulata ingressus peristillum, si ad dexteram
te converteris, scalas offendes, quae secunda in habitacula ducent gradibus clementibus circiter quadraginta, qui - alti, quantum pes unus est, duobus lati, longi novem - quot numero sunt, tot ex lapidibus succreverunt. Scalae a dextris viginti gradibus ascendunt, totidem a sinistris versae, fenestra in ipsa conversione adiecta, quae utrarunque aditum illuminet. His ascensis deambulatorium occurrit, quod ex tribus lateribus per fenestras quadratas et lapide per modum crucis divisas in aream respicit; contignatio desuper apte composita et variis ornata coloribus.

 

Wanneer je in de galerij naar rechts loopt, kom je in een vierkante hal die toegang geeft tot twee prachtige vertrekken; in het ene vertrek valt het licht vanuit het westen naar binnen, het andere ontvangt zijn licht ook vanuit het noorden en bevat een afgesloten ruimte, waarin kostbare zaken kunnen worden bewaard. Op het einde van de galerij ligt een hal die 72 voet breed is en een derde langer. Hier komen zes deuren op uit, twee ervan naar de galerij, twee bieden toegang tot de loggia in het midden, die uitzicht heeft op de Amiata, terwijl de andere toegang geven tot twee ruime en mooi ingerichte vertrekken, waarvan het ene zijn licht ontvangt van de opkomende, het andere van de ondergaande zon. De hal zelf wordt verlicht, deels door de deuren, deels door grote vensters die uitkijken op de binnenplaats en twee kleinere vensters aan de kant van de loggia. Binnen is er een haard, vakkundig gemaakt van wit marmer. Het cassetteplafond valt op, zowel door de harmonieuze schikking van de balklaag als door de verscheidenheid van de beschildering. Het is hier behaaglijk in alle seizoenen, nooit extreem koud of warm.

 

Ad dexteram deambulanti quadrata sese offert aula honestissimis cubiculis duobus serviens, quorum alterum ab occidenti lumen recipit, alterum etiam ab aquilone lucem admittit, et conclave interius habet, in quo possint preciosa recondi. In fine deambulatorii aula est septuaginta duorum pedum, tertia parte sua latitudine longior. Haec ostia sex habet: duo deambulatoria respiciunt, duo in porticum mediam Amiatam versus aditum praebent, reliqua in duo ampla et ornatissima cubicula, quorum alterum ab oriente sole, alterum ab occidenti lucem mutuatur. Aulam ipsam et ostia illuminant et fenestrae maiores in aream versae et duae minores, quae in porticum vergunt. Caminus inest ex lapide albo ingeniose constructus. Lacunar et contignationis aptitudine et picturarum varietate conspicuum. Locus nullo tempori non conveniens, excessivi frigoris et caloris expers.

 

 

Ga je in de galerij naar links, dan kom je bij een tweede trap, geheel gelijk aan de eerste, die naar de tweede verdieping voert. Voorbij deze trap ga je door een deuropening, die de galerij in tweeën deelt. Van hieruit kun je, als je wilt, rechts de hal betreden, die, zoals gezegd, aansluit op de centrale loggia; links echter vind je een hal of eetzaal, die tijdens de zomer dienst doet, het ruimste vertrek van alle, met vier vensters op het noorden aan de straatzijde en twee op het oosten aan de kant van het plein. Vanuit deze hal kom je in een gebedsruimte en de oostelijke vertrekken, namelijk drie slaapkamers, waarvan de laatste, zoals gezegd, een doorgang heeft naar de hal met de zes deuren, die aansluit op de loggia. Dit was het woonvertrek van de paus, die opdracht had gegeven het te voorzien van een dennenhouten lambrisering om geen last te ondervinden van de vochtigheid van de nieuwe muren. Iedere slaapkamer had een haard en wat er verder aan inrichting nodig leek. Overal waren er cassetteplafonds en opmerkelijke balken van dennenhout, waarvan de grootte en schoonheid in harmonie waren met het hele gebouw. De dakbalken en de dwarsbalken verleenden zowel door hun vormgeving als door hun beschildering en bladgoud een bijzondere luister aan het geheel. De vloeren bestonden uit gepolijste volkomen gelijke bakstenen met een en hetzelfde uiterlijk; nergens hoefde men, wanneer men zich van het ene slaapvertrek naar de andere begaf of van plaats naar plaats, een stap omhoog of omlaag te doen. De vertrekken van de tweede verdieping zijn in vorm gelijk of nagenoeg gelijk aan die van de eerste verdieping. De gewelven zijn wat lager en zonder beschildering en alleen opmerkelijk door de schoonheid van de dakbalken.

 

Ad sinistram deambulatorii conversus alteras offendes scalas, quibus in tertia scanditur habitacula, prioribus per omnia similes. His dimissis ostium ingrediens, quod deambulatorium in duas partes dividit. Exin a dextris - si placuerit - in aulam ibis, cui diximus mediam porticum cohaerere; a sinistra vero aestivum cenaculum sive aulam omnibus maiorem reperies, cuius quattuor fenestrae septentrionem admittunt, orientem duae, et ille in vicum respiciunt, iste in forum. Ex aula in oratorium itur et habitacula in orientem versa, id est cubicula tria, quorum ultimum ostium habet - ut diximus - in aulam sex ostiorum et in porticum cohaerentem. Et hoc pontifex habitavit, quod abiete iusserat incrustari, ne recentis parietis humor officeret. Nullum cubiculum aut camino caruit aut aliis, quae necessaria viderentur officinis. Spectatu digna ubique laquearia, trabes abiegnae magnitudine et pulchritudine respondentes operi; asseres et tigna cum suo corpore, tum picturarum additamento et auri laminis mirificum splendorem attulerunt. Pavimenta ex lateribus perpolitis nusquam inaequalia, una omnium facies. Nihil est, quod ex cubiculo in cubiculum aut ex loco in locum vadentem aut ascendere oporteat aut descendere. Et qualis forma est mediarum habitationum, talis est tertiarum, aut certe minimam distantiam habent. Concamerationes paululum declinant coloribus et pictura carentes et asserum tantum dignitate conspicuae.

 

adapted from J. Pieper, Pienza

 

Als inderdaad, zoals sommigen willen doen geloven, licht het voornaamste element [MG4] vormt dat een huis aantrekkelijk maakt, dan is geen enkel huis te verkiezen boven dit paleis, dat zich onbelemmerd opent naar alle vier windstreken en het daglicht overvloedig binnenlaat niet alleen door de vensters aan de buitenkant, maar ook door de vensters die uitzien op de binnenplaats van het paleis, en die het verspreiden tot helemaal beneden in de provisieruimten. Vanuit de hoger gelegen woonvertrekken heeft men in westelijke richting een wijds uitzicht voorbij Montalcino en Siena tot aan de bergen van Pistoia. Het panorama in noordelijke richting biedt over een afstand van vijf mijl [MG5] een verscheidenheid van heuvels en het lieflijk groen van bossen. Als je goed kijkt, kun je zelfs de Apennijnen zien en Cortona, op een hoge heuvel gelegen niet ver van het Trasimeense meer; maar de Chiana vallei, die er tussen ligt, wordt door zijn diepte aan het zicht onttrokken. Naar het oosten reikt het uitzicht minder ver, tot aan Montepulciano – een voortdurende bron van zorg voor de Sienezen – en de bergen die de vallei van de Chiana en van de Orcia van elkaar scheiden. De blik vanuit de drie loggia’s die de middagzon ontvangen, wordt begrensd, zoals gezegd, door de zeer hoge en beboste Amiata; je kijkt neer op de vallei van de Orcia, groene weiden en heuvels die in het seizoen met gras begroeid zijn, vruchtbare akkers en wijngaarden, burchten en steden op steile rotsen, de baden van Vignoni en Montepescali[MG6] , dat hoger ligt dan Radicofani en poort is van de midwinterzon.

 

Et si prima aedium gratia - ut quibusdam placet - lux est, profecto nulla domus huic fuerit praeferenda, quae plagas caeli quattuor expeditas habet, et lumen non solum ab exterioribus fenestris, sed etiam ab interioribus per cavum palatii copiose admittit, et usque in imum penu derivat. Respicientis ad occidentalem plagam ex altioribus habitaculis prospectus ultra Ilcinum et Senas et in ipsis Pistoriensibus Alpibus terminatur. Ad aquilonem prospicienti varietas collium et silvarum iocunda viriditas sese offert ad quinque milia passuum protensa. Fertur et in Appenninum acrius intuentis acies, et sedentem in alto colle Corthonam respicit non

 procul a lacu Trasimeno; vallem, quae media interiacet, amnis Clanii profunditas e conspectu aufert. Ad orientem brevior est prospectus Politianum usque procurrens, Senensi populo perpetuo metuendum, et montes, qui Claniam regionem ab Urciensi disterminant. - Tres porticus meridianum solem excipientes in Amiata - ut diximus - altissimo et nemoroso monte visum terminant, subiectamque Urciae vallem et viridantia prata collesque suo tempore gramineos et frugiferos agros et vineta et in praeruptis rupibus arces atque oppida intuentur et balnea, quae vocant Venionis, et montem Pesium Radicofano celsiorem et brumalis ostium solis.

 

 

Het hoofdgebouw van het paleis bezat geen keuken. Een vierkant gebouw met dezelfde hoogte als het paleis werd opgetrokken naast de cisterne in een hoek van de tuin aan de kant waar de zon in de winter ondergaat. Daarin werden drie keukens gebouwd, met hun verschillende geledingen boven elkaar, aansluitend op de loggia’s zodat men de drie woonlagen van het paleis zeer gemakkelijk kon bedienen en geen last had van rook of wind en uit de cisterne vlak bij door middel van touwen water kon putten.

 

Deerat huic fabricae coquinarum structura. Domus quadrata ad altitudinem palatii erecta est iuxta cisternam in horto defossam in angulo hyemalis occasus et in ea tres coquinae cum suis membris alia super aliam aedificatae, quae porticibus cohaerentes tribus palatii habitationibus commodissime inservirent, nec fumo laborarent nec ventis, et aquam ex proxima cisterna funibus haurirent.

 

 

Voorbij de loggia’s en de keukens tot aan de stadsmuur strekte zich een terrein uit, dat even groot was als het oppervlak van het paleis zelf. Hier wilde Pius graag een tuin aanleggen, maar de bodem was ongelijk en helde sterk af. Daarom werden vanaf de rotsbodem beneden zeer dikke muren opgetrokken en gewelven gemetseld op kolommen van natuur- en  baksteen, waardoor er ruimte ontstond voor stallen voor honderd paarden en werkplaatsen voor smeden. Daarboven volgde een leeg gedeelte van ongeveer 12 voet, afgedekt door een tweede rij gewelven; daarop werd aarde opgehoopt om een vlakke ondergrond te vormen voor een hangende tuin, geschikt voor de aanplant van wijnstokken en bomen. Er was voor gewaakt, dat regenwater niet door de gewelven kon heendringen en de stallen vochtig maken. Rondom de tuin stonden stenen banken en een omheining op borsthoogte, versierd met beschilderde pinakels, die van verre een heel vrolijke aanblik boden. Wanneer men het paleis betreedt door de hoofdingang aan de noordzijde, omvat men in één blik de zuilengang en de binnenplaats en door de deur aan de overzijde de benedenloggia en de tuin tot aan het einde toe, en kan men in alle rust zonder ergens omhoog te moeten stappen alles belopen.

 

 

 

Ultra porticus et coquinas usque ad muros oppidi tantum spatii fuit, quantum palatium ipsum occupavit; hic hortum plantare libuit; sed erat inaequale solum et ingens descensus. Deducti sunt magna spissitudine muri ab ima saxorum crepidine, et sub columnis lapideis ac latericeis iniecti fornices, qui centum equis stabula praeberent et officinas ferrarias. Exin vacuo XII circiter pedum relicto alii desuper fornices additi, et super his terra congesta, quae solum aequaret, et hortum pensilem faceret vitibus et arboribus aptum - cautione adiecta, ne pluviales aquae inferiores quirent testudines penetrare aut humectare stabula. Circa hortum sedilia fuere saxea et plutea pectoribus tenus pinnis ornata depictis, quae procul visae speciem laetissimam praebuerunt. Ingressi palatium maiori ianua ad boream versa peristillum et aream et per posticum infimam porticum et hortum et ultimas horti metas uno prospectu contuentur, et passu placido nil pedibus elevatis cuncta deambulare possunt.

 

 

 

Beschrijving van de kathedraal van Pienza.

 Zo was dus het paleis ingericht. Ernaast was de kerk gebouwd ter ere van de heilige Maria altijd maagd. Omdat de bodem ter plaatse afhelde, was het in feite een dubbele kerk: een benedenkerk en een bovenkerk. Toen men in de ingewanden der aarde op zoek was naar een vaste ondergrond om een hecht fundament te kunnen leggen, vond men die pas op een diepte van 108 voet, en ook hier was de rotsgrond verbrokkeld. Terwijl men het losse gesteente uitgroef om een stevig fundament te vinden, stuitte men voortdurend op scheuren en zwaveldampen. Bij hun pogingen om deze te dichten kwamen enkele werklieden om het leven, bedolven onder het puin van een instortende bouwput, waarvan de randen niet voldoende gezekerd waren. Als oplossing werden zeer brede bogen geconstrueerd, die van rots naar rots liepen. Daar bovenop werd een muur gemetseld zonder dat de basis van de rotsen voldoende onderzocht was; hoewel die enorm groot waren, was het onzeker hoe vast ze in de ondergrond verankerd zaten. En het ontstaan van een scheur in het gebouw, die helemaal van boven naar beneden liep, liet twijfel rijzen over de betrouwbaarheid van de fundering. De architect schreef het ontstaan van de scheur toe aan het uitharden van de kalk en achtte geen reden aanwezig om bezorgd te zijn voor de constructie. De tijd zal het leren. De muren waren buitengewoon dik en in staat hun eigen gewicht en de dubbele rij gewelven erboven te dragen.

 

 

Descriptio templi Pientini

 Et palatium quidem ita se habuit. Cui proximum fuit templum in honorem Beatae Mariae semper Virginis aedificatum, quod ut esset duplex - alterum inferius, alterum superius -, inaequalitas soli fecit. Fundamenta in viscera terrae quaesita vix tandem post octo et centum altitudinis pedes non satis commoda sunt inventa inter saxa non cohaerentia; cum rimas effoderent solidum reperturi fundamentum, hyatus offendere perpetuos et sulphureas exhalationes, quas dum conantur obstruere, nonnulli artifices ruina non bene custoditae scrobis obruti perierunt. Ob quam rem ex saxo in saxum arcus deduxere latissimos, et super his murum iniecerunt non satis explorata saxorum radice - quae licet essent ingentia, incertum tamen est, qua firmitate subsideant -; et rimula in aedificio demum suborta, quae a summo usque deorsum procurrit, suspectam fundamenti sedem efficit. Architectus calcem inter durescendum subsedisse censuit, indeque rimam prodiisse, nec verendum operi; veritatem dies patefaciet. - Murorum eximia spissitudo fuit et idonea, quae suam altitudinem et duplicatos posset sustinere fornices.

 

 

 

In de benedenkerk daalde men af door een deur en zesendertig zeer brede treden. Twee kolommen in het midden torsten het gewicht van het hele bouwwerk Drie grote ramen zorgden voor een zee van licht in de hele de kerk en voor de vier altaren en het doopbekken, kunstig vervaardigd van wit marmer, dat in een van de kapellen stond. Alleen al de aanblik van de kerk wekt bij de bezoeker een gevoel van diepe ontroering en devote eerbied.

 

Ad templum inferius per portam et gradus XXXVI late patentes descensus fuit. Duae in medio columnae universam molem sustinuere. Lumen abunde per tres fenestras ampliores altaria quattuor et universam aedem illustravit et fontem baptismatis, quem eo in loco in uno ex sacellis reconditum ex lapide albo nobili opere construxerunt. Ipsa templi facies commotionem mentis et religionis quandam reverentiam excitat intrantibus.

 

 

De bovenkerk heeft een lengte van 140 voet, een hoogte van 60 voet en een even grote breedte, wanneer men de kapellen niet meerekent, die de kerk zowel langer als breder maken. Omstandigheden maakten het nodig dat, in tegenstelling met de gewoonte, de lengteas van de kerk van noord naar zuid verloopt. Het plein voor het paleis was bestraat met bakstenen, die op hun kant waren gezet, en mortel; men betrad de bovenkerk via drie hardstenen treden, die over de volle breedte van de voorzijde waren gelegd, en kwam eerst in een open ruimte, 15 voet breed, een soort vestibule. De voorgevel zelf was 72 voet hoog en bekleed met een op travertijn lijkende steensoort[MG7] , die de witheid van marmer imiteerde. Hij vertoonde de vorm van een antieke tempel, prachtig versierd met zuilen, basen en halfronde nissen, die bestemd waren voor beelden. Hij bezat drie mooie deuren met harmonieuze verhoudingen, de middelste groter dan de andere, en een rond venster, oculus [MG8] genoemd, wijd open als het oog van een Cycloop, en verder nog het wapen van de Piccolomini met daarboven het pauselijke lint, gewonden om de drievoudige kroon, en de sleutels van de Kerk er tussen. Vanaf de basis tot het dak is de façade overal even breed, daarboven tot aan de nok heeft  hij de vorm van een piramide en is versierd met mooie kroonlijsten. De overige muren van de kerk waren gemaakt van minder kostbaar materiaal, vierkante steenblokken, die glad gepolijst waren, terwijl pilasters, die als een soort ribben waren ingevoegd op regelmatige afstand van elkaar, het gebouw meer stabiliteit moesten verlenen.

Superior aedes centum et quadraginta pedes longitudinis habuit, altitudinis sexaginta, latitudinis totidem - non supputato eo spatio, quod sacella sibi vendicavere, hinc longius inde latius efficientia templum; quod urgente necessitate praeter consuetudinem a septentrione in meridiem protenditur. In foro, quod ante palatium lateribus in latus erectis et calce stratum erat, tres gradus - quam lata fuit templi facies - ex duro lapide produxere, quibus in templum per aream quindecim pedes latam tanquam vestibuli vicem tenentem ascenderetur. Frons ipsa templi duo et septuaginta pedes alta, ex lapide Tyburtino simili et marmoreum imitanti candorem, vetustarum aedium prae se formam tulit columnis, spiris et emiciclis, quae statuas recipere possent, perpulchre adornata. Tres portas habuit congrua dimensione venustas, mediam ceteris ampliorem et in morem Cyclopis oculum late patentem et insigne Picolomineum et desuper pontificalem infulam corona triplici redimitam, clavibus Ecclesiae interpositis. Surgitque frons ipsa a fundamentis usque ad tectum aequaliter lata, deinde usque ad summum pyramidalem accipit formam non indecoris communitam cimatiis; reliquae murorum partes ex saxo minus precioso creverunt, verum quadrato et commode perpolito, prominentiis quibusdam tanquam costis interiectis, quae pariter inter se distantes stabilius redderent aedificium.

 

 

 

Wanneer je door de middelste deur naar binnen gaat, overzie je de hele kerk met kapellen en altaren en raak je onder de indruk van de helderheid van het licht en de luister van de architectuur. De binnenruimte is verdeeld in drie zogenaamde schepen; het middenschip is het breedst, de hoogte van alle drie is gelijk, overeenkomstig de opdracht van Pius, die voorbeelden [MG9] daarvan gezien had bij de Duitsers in Oostenrijk. Het maakt de kerk bekoorlijker en lichter. Acht kolommen van gelijke dikte en hoogte dragen het totale gewicht van het gewelf. Nadat de basen waren gelegd en de kolommen met vier halfronde zijden daarop waren gezet en met kapitelen waren bekroond, ontdekte de architect dat de gewelven minder hoogte zouden hebben dan gewenst was. Daarom plaatste hij op de kapitelen vierkante kolommen met een lengte van zeven voet en zette daar nogmaals kapitelen bovenop om de gewelfbogen te dragen. Een gelukkige vergissing, die juist door zijn afwisseling bijdroeg aan de schoonheid van het gebouw. De zijschepen zijn tot aan de derde kolom overal even breed, waarna ze geleidelijk aan smaller worden, zodanig dat de gehele kerk eindigt in de vorm van een halve cirkel. Want het voorste gedeelte, dat men kan vergelijken met een gekroond hoofd, was verdeeld in vijf kapellen, die buiten de rest van het lichaam uitstaken, en had een gelijk aantal gewelven met dezelfde hoogte als die van de schepen; door de gouden sterren die erop waren vastgehecht en de gouden kleur die er erop was aangebracht, vertoonden zij een sprekende gelijkenis met de hemel. De overige gewelven in de schepen waren in verschillende kleuren beschilderd; de kolommen, die waren toegevoegd om, zoals gezegd, de vergissing te corrigeren, hadden met hun kapitelen de kleuren gekregen van porfier en andere edele marmersoorten; de kolommen eronder hadden hun natuurlijke kleur van wit marmer. De wanden van de kerk en de rest van het gebouw straalden met een wonderbaarlijke witte glans. In de centrale kapel stond de bisschopszetel en de koorbanken, vervaardigd van een kostbare houtsoort, versierd met sculpturen en afbeeldingen in een techniek die intarsia wordt genoemd. In de overige vier kapellen waren altaren geplaatst, versierd met altaarstukken die geschilderd waren door vooraanstaande Sienese [MG10] kunstenaars. In de tweede kapel links van de bisschopszetel stond het tabernakel, bestemd voor de heilige Hostie, van wit marmer dat met groot meesterschap was gebeeldhouwd. Elke kapel had een hoog en breed venster, kunstig samengesteld uit zuiltjes en bloemmotieven in steen en beglaasd met zogenaamd kristal. Ook de zijschepen zijn voorzien van vier soortgelijke ramen, die, als de zon schijnt, zoveel licht binnenlaten, dat kerkgangers het gevoel hebben niet omgeven te zijn door een gebouw van steen, maar van glas. Aan de twee kolommen die naast de ingang staan, zijn waterbekkens bevestigd, werk van een hoog artistiek gehalte, waaruit degenen, die de kerk betreden, zich met wijwater besprenkelen. Het hoofdaltaar staat tussen de twee voorste kolommen en wordt met vier treden beklommen. De priester en zijn assistenten staan tijdens de dienst met de rug naar het volk en de zangers voor zich, naast de bisschopszetel. In de benedenkerk zijn nog twee altaren ten behoeve van het kerkvolk opgesteld.

 

Ingredienti mediam portam universum templum cum sacellis et altaribus in conspectu datur praecipua luminis claritate et operis nitore conspicuum. Tres -ut aiunt - naves aedem perficiunt; media latior est, altitudo omnium par: ita Pius iusserat, qui exemplar apud Germanos in Austria vidisset; venustius ea res et luminosius templum reddit. Octo columnae spissitudine et altitudine congruentes universam testudinum sustentant molem. Architectus fundatis basibus cum columnas quattuor habentes facies emicicleas superduxisset, et capitula imposuisset, animadvertit fornaces minus, quam par esset, sublimitatis habituras, erexitque super capitulis quadratas septem pedum columnas, et altera superaddidit capitula, quibus testudinum arcus inniterentur. Gratus operis error et ipsa varietate decorem afferens. - Naves extremae usque ad tertiam columnam aequaliter procedunt, deinde paulatim coarctantur universo tempio in formam semicirculi desinente. Pars enim superior tanquam coronatum caput in aediculas quinque divisa, quae a reliquo corpore exterius procumberent, totidem fornices habuit navibus altitudine pares, in quis stellae affixae aureae et color impressus aereus veram coeli faciem emulabantur. Reliquas navium testudines diversis coloribus appinxerunt, et columnis - quas diximus ad corrigendum errorem additas - cum capitulis suis porphirii et aliorum nobilium lapidum addidere colores; columnae inferiores naturam suam servavere lapidis albi. Parietes templi et reliquum omne corpus candore mirabili resplenduere. - In aedicula, quae media fuit, episcopalem cathedram et canonicorum sedilia ex materia nobili arte, quam vocant Tharsicam, sculpturis et imaginibus insignia composuerunt; in reliquis quattuor altaria pictis ornata tabulis erexerunt illustrium, quos Senae produxerunt, pictorum operibus. In ea, quae secunda est a sinistris cathedrae, Divini Sacramenti conditorium ex albo lapide sculpsere artificio non ignobili. Nec ulla aedicula est, quae fenestram non habeat latam et altam, columnellis et floribus lapideis artificiose compositam, vitro, quod cristallinum vocant, occlusam. Sunt et aliae quattuor fenestrae similes sub navibus extremis, quibus fulgente sole tanta lux admittitur, ut qui templum incolunt, non domo lapidea, sed vitrea sese clausos existiment. Duabus columnis, quae proximae portis assunt, duo adherent lavacra, ex quis sacris se lymphis aspergunt ingredientes; non vilis opus ingenii. Altare maius inter duas columnas ultimas situm est, ad quod quattuor gradibus ascenditur. Sacerdos et ministri, cum rem divinam faciunt, a tergo populum habent, cantores a fronte iuxta pontificis cathedram. Sunt et alia duo altaria, quae multitudini serviant in inferiori aedis corpore.

"een gelukkige vergissing"

 

Aan de rechterkant is een sacristie gebouwd, aan de linkerkant van de kerk een klokkentoren met een hoogte van 160 voet, waarvan een derde deel nog niet voltooid was. Vanaf de benedenkerk naar de bovenkerk en vervolgens naar het dak van de kerk waren links en rechts wenteltrappen van 132 treden aangelegd, uitgehakt in de dikte van de muur.

 

Et in parte dextera sacrarium constructum est, in sinistra turris campanaria, cuius altitudinem centum et sexaginta pedum constituerunt; ei adhuc pars tertia defuit. - Deduxerunt et ab inferiori templo a sinistris et a dextris scalas per muri spissitudinem ad aedem superiorem et deinde ad tecti summitatem in modum coclearum centum triginta duos gradus habentes.

 

 

Op het plein naast het paleis stond een diepe put met bronwater, waarvan de opening was uitgevoerd in prachtig marmer met twee kolommen, die een kunstig gebeeldhouwde dwarsbalk schraagden met kettingen en emmers om water te putten.

 

Fuit et in foro iuxta palatium puteus profundus aquae vivae, cuius os pulcherrimo lapide adornarunt adiectis columnis, quae trabem lapideam ingeniose sculptam sustinerent, et cathenas et situlas hauriendis aquis necessarias.

 

 

 

Dit alles vanaf de fundamenten tot het dak was in drie jaar [MG11] voltooid, op de klokkentoren na, die nog niet kompleet was.

 

Haec omnia a fundamentis usque ad summum triennio perfecta sunt excepta turri campanaria, quae nondum erat absoluta.

 

 

De architect Bernardo. Het decreet om de inrichting van de kathedraal te bewaren. De overige bouwwerken van Pienza.

Tegen de architect waren veel aantijgingen ingebracht bij de paus: hij zou oneerlijk hebben gehandeld; hij had fouten gemaakt bij de bouw; terwijl hij de kosten van het werk op 18.000 dukaten had geschat, had hij er meer dan 50.000 uitgegeven. De wet van de Efesiers zou hebben voorgeschreven, dat de extra kosten voor zijn rekening kwamen, aldus Vitruvius [MG12] . Het ging om Bernardo, een Florentijn, alleen al vanwege zijn afkomst bij de Sienezen gehaat. Iedereen brak hem af, terwijl hij zelf afwezig was. Nadat Pius de bouwwerken had geïnspecteerd en alles had bekeken, liet hij de man ontbieden. Toen hij niet zonder vrees – want hij wist heel goed dat er veel beschuldigingen tegen hem waren geuit – enige dagen later verscheen, zei Pius: “U heeft er goed aan gedaan, Bernardo, dat u ons hebt voorgelogen over de kosten die de bouw met zich zou meebrengen. Als u de waarheid had gesproken, zou u ons nooit hebben overgehaald zoveel geld uit te geven en zouden dit edel paleis en deze kerk die in heel Italië beroemd is, er nu niet staan. Aan uw misleiding danken deze  zeer kostbare bouwwerken hun bestaan, door allen geprezen behalve door die enkelen, die door afgunst verteerd worden. Wij zijn u dankbaar en wij achten u onder alle architecten van onze tijd een bijzondere eer waardig.” En hij beval hem zijn volledige honorarium te betalen en daar bovenop nog honderd dukaten en een scharlaken mantel. Hij bedacht zijn zoon met de gunsten, waarom hij gevraagd had, en verleende hem nieuwe opdrachten. Toen Bernardo de woorden van de paus gehoord had, brak hij van vreugde in tranen uit.

De Bernardo architecto, et decreto pro decore templi conservando edito, et aliis Pientinis edificiis.

 Multa adversus architectum pontifici suggesta fuerant, qui et infideliter egisset, et errasset in aedificio, et qui sumptum operis octo aut decem milibus aureis aestimasset, supra quinquaginta milia consumpsisset; quem lex Ephesiorum resarcire impensas - ut est apud Vitruvium - praecepisset. - Bernardus hic erat, natione Florentinus, Senensibus ipsa patria odiosus; absentem cuncti lacerabant. Pius inspectis operibus et omnia contemplatus accersiri hominem iussit. Cui post dies aliquot non sine metu adventanti, qui se multis criminationibus delatum non ignoraret: ,,Probe" - inquit - ,,egisti, Bernarde, qui nobis de futura operis impensa mentitus es. Si verum dixisses, nunquam nobis tantum auri exponendum suasisses, neque hoc palatium nobile neque templum tota Italia illustrissimum modo extaret. Surrexerunt tua fallacia precarissima haec aedificia, quae cuncti laudant paucis exceptis, quos edit invidiae livor. Nos tibi gratias agimus, et te inter omnes architectos nostri saeculi praecipuo dignum honore censemus." - Iussitque omnem homini reddi mercedem, et ultra centum aureos et vestem coccineam dono dari; et filio, quas optavit, gratias elargitus est, et novis eum praefecit operibus. Qui audito pontifice prae gaudio collacrimatus est.

 

 

 

Om de waardigheid en luister van de kerk voor de toekomst te behouden, vaardigde Pius het volgende decreet uit:

“Pius, bisschop, dienaar der dienaren Gods, om eeuwig in herinnering te houden. In deze kerk die wij hebben gebouwd en toegewijd aan de heilige maagd Maria, de moeder van onze Heer en God, mag niemand een gestorvene begraven, uitgezonderd in de graftomben, die bestemd zijn voor priesters en bisschoppen. Niemand mag de witheid van de muren en zuilen aantasten. Niemand mag beschilderingen aanbrengen, niemand schilderijen ophangen. Niemand mag kapellen toevoegen aan de reeds bestaande of altaren oprichten. Niemand mag iets aan de vorm van de kerk, hetzij de bovenkerk, hetzij de benedenkerk, wijzigen. Als iemand handelt in strijd hiermee, treft hem de banvloek, waarvan hij enkel, tenzij hij op het punt van sterven is, door de paus van Rome kan worden ontslagen. Gegeven te Pienza, de 16de september van het jaar 1462 van de Menswording van onze Heer, in het 5de jaar van ons pontificaat.”

 

Pius, ut templi dignitatem ac nitorem servaret, huiuscemodi decretum edidit:

,,Pius episcopus, servus servorum Dei, ad futuram rei memoriam. In hoc templo, quod Beatae Mariae Virgini, Domini et Dei nostri genitrici ereximus et dedicavimus, nemo mortuum sepelito exceptis tumulis, qui sacerdotibus et episcopis assignati sunt; nemo candorem parietum atque columnarum violato; nemo picturas facito; nemo tabulas appendito; nemo capellas plures, quam sint, aut altaria erigito; nemo formam ipsius templi - sive quae superius, sive quae inferius est - mutato. Si quis contra fecerit, anathema esto, solius Romani pontificis, excepto mortis articulo, auctoritate absolvendus. Datum Pientiae, anno Incarnationis Dominicae Mo CCCCo LXIIo XVI Kalendas Octobris, pontificatus nostri anno quinto."

 

 

Ook bouwde de paus een huis links naast de kerk, waarin de provoost en de kanunniken comfortabel konden wonen en waaruit zij ongehinderd de kerk konden binnengaan door een speciale kleine deur, die met dat doel was in de zijmuur van de kerk was ingevoegd, om overdag en ’s nachts hun diensten te verrichten. Tegenover het paleis, opzij van het plein, stond een oud huis, waar de pretor en overige magistraten van de stad plachten te wonen. Pius kocht het en stelde het ter beschikking aan de vice-kanselier, op voorwaarde dat hij het zou afbreken om op die plaats een bisschoppelijk paleis te bouwen, dat hij aan de heilige maagd Maria zou schenken. Nog andere huizen van burgers kocht hij tegenover de kerk aan de overzijde van het plein en gaf opdracht ze te slopen en daarvoor in de plaats een derde paleis te bouwen met een loggia en een grote hal, verschillende vertrekken en opslagruimten en een klokkentoren met uurwerk, die tevens als gevangenis fungeerde. Zijn bedoeling was, dat de magistraten van de stad hier zouden wonen en de burgers hier zouden vergaderen. Hij nam werklieden in dienst en betaalde zelf een groot deel van hun loon, omdat hij graag zag, dat het plein door vier edele gebouwen omgeven werd.

 

Aedificavit pontifex et domum iuxta templum a sinistris, in qua praepositus et canonici commode habitarent, et per ianuam quandam parvam, eorum causa in latere templi dimissam, ad nocturna diurnaque munera nullo impediente procederent. E regione palatii interiecto foro domus antiqua fuit, quam praetor et reliqui magistratus oppidi incolere consueverunt. Hanc Pius coemit diruendamque vicecancellario ea lege tradidit, ut palatium ibi episcopale construeret, ac Beatae Mariae Virgini dono daret. Emit et alias aedes civium oppositas ultra forum templo, quibus dirutis tertium aedificari palatium iussit cum porticu et aula magna et cubiculis et armamentariis et turri, quae campanis et horologio serviret et carceri, magistratus urbis ut hic habitarent, et consilia civium fierent. Conduxitque operarios, et partem magnam mercedis tradidit, volens quattuor nobilibus aedificiis circundari forum.

 

 

Ook andere prachtige huizen werden in de stad gebouwd. Na de vice-kanselier bouwde de kardinaal van Arras [MG13] een hoog en ruim paleis, daarna de thesaurier[MG14] , na hem legde Gregorio Lolli de fundamenten voor zijn huis. Als eerste van allen bouwde de kardinaal van Pavia [MG15] een mooi huis met evenwichtige proporties volgens een vierkant grondplan, dat een volledig huizenblok besloeg. De kardinaal van Mantua [MG16] kocht een kavel om een huis te bouwen, evenals Tommaso[MG17] , pauselijk kamerheer, en verder zegelbewaarders en verschillende stadsbewoners: oude huizen werden gesloopt om plaats te maken voor nieuwe, zodat de stad er nergens meer uitzag als vroeger.

Op het feest van de onthoofding van de heilige Johannes de Doper wijdde de paus, [MG18] terwijl de kardinaal van Ostia [MG19] de mis opdroeg, de kerk en de altaren in en zalfde zelf de voorkant van het hoofdaltaar en, nadat de relieken van de heiligen erin waren opgeborgen, hechtte hij er zijn zegel aan. Hij haalde de bisschop van Chiusi, Giovanni Chinugi, een edelman uit Siena, naar Pienza en gaf zo een bruidegom aan de nieuwe bruid. Gabriele Piccolomini, uit de orde der Minderbroeders, die Observantisten genoemd worden, benoemde hij tot bisschop van Chiusi. Korte tijd later, toen de aartsbisschop [MG20] van Sevilla in deze kerk door de kardinaal van Porto [MG21] werd gewijd, zette de paus eigenhandig de mijter op zijn hoofd en zegende hem.

 

Fuerunt et aliae domus magnifice in oppido constructae. Cardinalis Atrebatensis post vicecancellarium altas et amplas aedes aedificavit, deinde thesaurarius, post eum Gregorius Lollius fundamenta iecit. Primus omnium aptissimam et pulchram domum construxit cardinalis Papiensis quadratam et insularem; Mantuanus constructurus aream emit; Thomas quoque, pontificis cubicularius et plumbi ministri et plures oppidani deiectis antiquis domibus novas erexerunt, ut nusquam prior oppidi facies appareret.

 

In Decollatione Beati Iohannis Baptistae pontifex templum et altaria per cardinalem Ostiensem dedicavit, et per se ipsum maioris arae frontem inunxit, et reconditis in ea sanctorum reliquiis sigillum adiecit, ac Clusinum episcopum. Iohannem Cinughium, nobili loco apud Senenses natum illuc transtulit, et novae sponsae virum dedit; Clusinis Gabrielem Picolomineum ex Ordine Minorum, qui Observantes habentur, praefecit antistitem. Et paulo post Hispalensi archiepiscopo in ea ipsa aede per cardinalem Portuensem coram se consecrato sua manu mytram imposuit et benedixit.

 

 

Hardloopwedstrijden en de prijzen voor de winnaars.

De burgers van de stad vereren de heilige apostel Mattheus met grote vroomheid en op zijn feestdag in september[MG22] , houden ze een drukbezochte jaarmarkt en loven prijzen uit voor de deelnemers aan een wedren. Pius schonk, om door zijn aanwezigheid het geheel een nog feestelijker karakter te geven, alle leden van de stadsraad nieuwe kleding en gaf geld ter bestrijding van de onkosten. De volgende prijzen waren uitgeloofd: voor de paardenrace acht el scharlaken stof en voor de wedren met ezels vier el stof van een andere kleur, voor de hardloopwedstrijd van mannen ook vier el en die van de jongens een gans.

Zodra de vastgestelde dag was aangebroken, werd in alle vroegte in de kathedraal de mis opgedragen, in aanwezigheid van de paus en onder zeer devote aandacht van het kerkvolk. Na de dienst verzamelde de menigte zich in de tenten buiten de stad, waar koks dertig grote ossen, aan de ploeg ontrokken, hadden gebraden en een hele boel kleinere dieren, wat allemaal in één maaltijd werd verslonden. De rest van de tijd tot aan de avond bracht men door met koop en verkoop van spullen en het opdissen van leugenverhalen.

Hierna werden de startposities voor de paarden aangewezen en klonk het signaal voor het begin van de wedren. De race zelf was niet erg spannend, omdat de snelheid van de paarden erg ongelijk was en de winnaar geen moment in gevaar kwam: het paard van Alessandro liet zijn rivalen ver achter zich en bereikte ver voor nummer twee de finish. Het gevecht tussen de ezels daarentegen was fel, nu eens lag de een voor, dan weer een ander, aangevuurd door onophoudelijke zweepslagen. Tenslotte kwam Sacchino’s ezel, die al vaak gewonnen had bij vorige gelegenheden, als eerste bij de eindpaal aan, nadat zij haar berijder had afgeworpen. Degene die als tweede aankwam, zat nog op zijn ezel en hield staande dat de eerste prijs hem toekwam, niet aan Sacchino, die van zijn rijdier was afgegooid. De jury wees zijn eis af, omdat de prijzen waren uitgeloofd voor ezels, niet voor mensen.

 

Diversa certamina currentium, et constituta praemia victoribus

 Oppidani Divum Mattheum apostolum pia religione colunt, et in eius festo, quod Septembrio celebrant, frequentes habent nundinas, et praemia cursu certantibus ponunt. Pius, ut se praesente celebrius agerent festum, consulares omnes cives nova veste donavit, et pecuniam dedit ad sumptus necessarios. Illi cursoribus equis praemia posuerant panni coccinei ulnas octo, asinis ulnas quattuor coloris alterius; viris, qui pedibus currerent, totidem, pueris anserem.

Ubi dies statuta illuxit, summo mane res divina in templo coram pontifice ingenti populi devotione peracta est. Multitudo deinde extra oppidum in tabernacula se recepit, in quis caupones XXX magnos boves ab aratro receptos coxerant et animalia multa minora; quae omnia unico prandio vorata sunt. Deinde usque ad vesperum emundis vendundisque rebus ac mendaciis tempus datum.

Post haec equis assignati carceres, et signum currendi datum. Spectaculum vilius reddidit velocitas impar et sine contentione victoria: Alexandri longe post se dimissis emulis primus ad metam equus nullo insequente pervenit. Inter asinos magna concertatio fuit, et nunc unus nunc alter praecessit crebris verberibus stimulatus. Postremo Sacchini asina, quae saepe consuesset vincere, sessore deiecto prima tenuit metam. Qui proximus sequebatur asino insedens, deberi sibi bravium contendit, non Sacchino, qui fuisset ab animali excussus. Iudices petitionem reiecere, quod asinis, non hominibus fuissent posita praemia.

 

 

Aan de voetrace nam een flink aantal sterke en lenige jongemannen deel, die al dikwijls in het stadion hadden gelopen. Het had een beetje geregend en de route was glibberig. Ze renden naakt en nu eens lag de een op kop, dan de ander. Vaak kon je ze zien uitglijden en om de beurt vallen en door de modder rollen, zodat de laatsten dan ineens voorop liepen. Op deze manier voltrok zich de wedren over vier stadiën tot aan de stadspoort[MG23]  met heel weinig verschil tussen winnaar en verliezers, terwijl hun lichamen zo onder de modder zaten, dat ze nauwelijks te herkennen waren. Op dat moment schoot een kok, Trippe genaamd[MG24] , afkomstig uit de keuken van de paus, die zijn laarzen en kleren had afgeworpen en slechts een wambuis had aangehouden, vanuit een hoek tevoorschijn en zonder herkend te worden begon hij door de stad te rennen, alsof hij bij de deelnemers hoorde, en, fit als hij was, snelde hij in rap tempo de voorste twee voorbij en greep, alsof hij winnaar was, de prijs, tot groot verdriet van de volgende renner, die dacht dat hij, op het punt van winnen, op het laatste moment geklopt was, en die het niet kon verkroppen, dat iemand hem de overwinning had ontfutseld. Maar even later doorzag hij het bedrog, toen hij merkte dat de winnaar te weinig modderspatten had opgelopen en dat hij een wambuis droeg, waarmee hij zo’n lange koers niet had kunnen volbrengen. De juryleden wezen schuddend van de lach de kok af en gaven de prijs aan de jongeman uit Sarteano, die eerste was geworden.
  De jongensrace was het meest spectaculair. Het merendeel van hen die meededen was nog heel jong; bij het startsignaal schoten ze naakt naar voren en het was prachtig om te zien hoe ze erom streden elkaar te passeren en hun voeten niet uit de taaie klei konden trekken; nu eens kwamen ze adem te kort en vielen, dan kwamen ze weer op adem en krabbelden overeind, gesteund door hun ouders en broers, die hen voortdurend met kreten aanmoedigden. Er was ongeveer een stadie afgelegd tot aan de stadspoort en het was nog altijd onduidelijk, wie zou winnen. Toen vloog een huisslaaf van Alessandro, erg klein van stuk, die tot de race was toegelaten, omdat hij geen baard had en er heel jong uitzag, naar de eerste positie en, nadat hij vliegensvlug door de stad was gerend, raakte hij de eindpaal aan en eiste als overwinnaar zijn prijs op. Vlak achter hem volgde een jongen uit Pienza, met blond haar en een volmaakt lichaam, ook al was het door modder bevuild; omdat hij besefte, dat hij slechts met een lengte van drie of vier passen was geslagen, huilde hij tranen van woede om zijn pech, dat hij niet harder had gerend. Zijn moeder, een heel knappe vrouw, stond bij hem en troostte haar zoon met zachte woorden en wiste met een doek het zweet van zijn lijf. De jury stond al op het punt de gans aan de eerste loper toe te kennen, toen Alessandro begreep, wat er speelde, en riep: “Wat doen jullie toch? Mijn slaaf is al achttien jaar en heeft zich door een list laten inschrijven bij de jongens. Pas op, dat zijn bedrog niet beloond wordt!” Nu begreep de jury, hoe het gegaan was, en koos de jongen uit Pienza als winnaar. Met de levende gans werd hij op de schouders van zijn liefhebbende vader naar huis gedragen, gevolgd door een grote menigte, en bracht heel zijn woonwijk in een vrolijke stemming.

De paus keek vanuit een venster op grote hoogte naar dat alles met veel plezier, hoewel hij intussen doorging zijn kardinalen over staatzaken te raadplegen.

 

Iuvenes robusti et agiles, et qui saepe in stadio cucurrissent, complures in cursu certaverunt. Pluerat aliquantulum, et lubricum erat iter. Nudi currebant, et nunc unus nunc alter praeibat; eratque saepe videre lapsu pedum nunc istum nunc illum in terram cadere ac luto provolvi, et qui erant ultimi, fieri priores. Stadiis per hunc modum quattuor usque ad portam cursitatum est minimo inter victorem et victos spatio intercedente, ita corporibus luto foedatis, ut internosci non possent. Tum cocus unus, cognomento Trippes, ex popina pontificis, dimissis vestibus et caligis, duploide tantum retenta ex angulo prosiliens incognitus, tanquam unus ex contendentibus esset, per oppidum currere coepit, et celeri passu recens duos, qui praecesserant, antecessit, et quasi victor bravium apprehendit non sine dolore sequentis, qui se victum, cum iam vicisset, existimabat, et victoriam de manibus ereptam iniquo ferebat animo. Sed cognovit e vestigio fraudem, victorem ubi aspersum luto parum animadvertit, et indutum duploide, cum qua non potuisset tantum cursum peragere. Iudices in risum soluti reiecto coco Sartheanensi, qui primus fuerat, dedere praemium.
   Puerorum cursus spectaculis omnibus praestitit. Multi fuerunt in stadio nondum puberes, qui nudi prosilientes accepto signo, dum alius alium praecedere conatur, mira contentione decertant, nec pedes e creta tenaci possunt tollere: nunc deficiente spiritu labuntur, nunc hanelitu resumpto consurgunt, et his parentes illis fratres adsunt crebris cohortationibus animos excitantes. Curritur circiter stadium usque ad portam oppidi inter plures nutante victoria. Tum vero quidam Alexandri vernaculus, corpore minimus, et quia barba carebat, impubes existimatus, ad cursum receptus primus evolat, et oppido celeri passu decurso tanquam victor metam attingit, ac praemium petit. Succedit Piensis quidam crine candido et toto corpore pulcher, quamvis luto deformis; et quoniam tribus quattuorve passibus superatum se non ignorabat, flens fortunam suam sibi ipsi succensebat, qui non celerius cucurrisset. Aderat mater, non invenusta mulier, quae dulcibus verbis filium consolabatur, et linteo tergebat sudantem. Iudices iamiam primo decreturi anserem videbantur; quod cum Alexander intellexisset: ,,Quid agitis?" - inquit. - ,,Vernaculus meus duodeviginti natus annos dolo inter pueros ascriptus est. Cavete, ne fraus ei subveniat!" -Illi re cognita Piensem praetulerunt; qui vivo donatus ansere pii parentis humeris, frequenti turba subsequente domum delatus omnem viciniam laetificavit.

 Haec pontifex ex altissima fenestra cum cardinalibus non sine iocunditate spectavit, quamvis interea de publicis negotiis consultaret.

 

 

 

       

 


 [MG2]20 voet=5 meter

 [MG3]voor de vierde zijde, de achterkant van het palazzo:

zie http://www.volipindarici.it/viaggi/vivicitta/it_tos/pienza/

 

 [MG4]Dit en het volgende steunt vooral op Leon Alberti’s De Re aedificatoria boek IX

 [MG5]5 mijl=8 klm.

 [MG7]Istrische steen (marmer)

 [MG8]Zie voor oculus en andere Pienza zaken:

De la ville idéale à la cité utopique, ou le désenchantement du monde 1

MAFPEN CRÉTEIL

STAGE 13 & 14 OCTOBRE 1997

L’UTOPIE

PHILIPPE CARDINALI

DE LA CITÉ IDÉALE À LA VILLE

UTOPIQUE

OU

LE DÉSENCHANTEMENT DU MONDE

 [MG9]Misschien in Wiener Neustadt, of Graz, of de Sankt Stefan dom in Wenen.

 [MG11]1459-1462

 [MG12]Vitruvius, de architectura X, 1:

1. Nobili Graecorum et ampla civitate Ephesi lex vetusta diciturmaioribus dura conditione sed iure esse non inquio constituta. nam architectus cum publicum opus curandum recipit, pollicetur quanto sumptu id sit futurum. tradita aestimatione magistratui bona eius obligantur, donec opus sit perfectum. absoluto autem, cum ad dictum inpensa respondit, decretis et honoribus ornatur. item si non amplius quam quarta ad aestimationem est adicienda, de publico praestatur, neque ulla poena tenetur. cum vero amplius quam quarta in opere consumitur, ex eius bonis ad perficiendum pecunia exigitur.

 [MG13]Jouffroy

 [MG14]Giliforte de' Buonconti, misschien Antonio Laziosi

 [MG15]Jacopo Ammannati

 [MG16] Francesco Gonzaga

 [MG17] Tommaso Urbani Piccolomini

 [MG18]29 augustus

 [MG19] Guillaume Estouteville

 [MG20]Alfonso de Fonseca

 [MG21]Carvajal

 [MG22]21 sept.

 [MG23] 1Stadie=185 meter

 [MG24]Trippe(s);

Je zou bijna deken dat dit een betekenisvolle bijnaam is voor een kok!