Enea Silvio bevorderd tot kardinaal (Comm. I, 33)

Voor de benoeming door Calixtus van deze kardinalen zie http://www.fiu.edu/~mirandas/election-piusii.htm

 

Aeneae promotio ad cardinalatum, et omnium gentium congratulatio.
Cum adessent Adventus Christi Salvatoris tempora, quae cardinalium propemodum comitia dici possunt, summa contentione in Senatu Apostolico certatum est, cum pontifex creare cardinales vellet, Collegium resisteret; et modo numerum cardinalium esse nimium dicerent aliqui, modo in personas, quae nominabantur, probra maledictaque iactarent, atque in eos more suo magis ac magis inveherentur, qui meliores iudicabantur et summo pontificio digniores. Vicit tamen Callistus tribus, quos iam assumpserat, cardinalibus summopere adnitentibus, seque - ut par erat - et caput et dominum ostendit, cardinalesque novos sex creavit: Raynaldum Piscicellum archiepiscopum Neapolitanum, Lucretiae patruum, quem - ut illi morem gereret - enixissime petebat Alfonsus; Iohannem episcopum Zamorensem, natione Hispanum, scientia iuris excellenti, qui annis uno de XL in muneribus Curie prudenter casteque fuerat obversatus; Iohannem Papiensis ecclesie praesulem, Castilionensi nobili domo apud Mediolanenses natum; Aeneam pontificem Senensem, quem non imperator solum, sed Hungarie quoque rex, Ladislaus et cuncti ferme Germaniae principes efflagitabant; Iacobum Feretranum episcopum, natione Romanum, Simonis medici fratrem et Ricchardum Constantiae Normanicae sacerdotem, quem Karolus Francorum rex expetebat. Laudata est horum creatio,  Neapolitano et Feretrano exceptis, quos non suis meritis assumptos aiebant, nec dignis intercessionibus, sed alterum mulierculae impudicae, alterum medico traditum asseverabant. Aeneam vero ubi donatum pileo rubeo audivit populus, mox fama exorta est successorem sibi creasse Callistum, et ingens tota Urbe laetitia fuit. Sena quoque, ut accepit, suo praesuli ornamenta quae accesserant, festos dies celebravit, fuitque publice gaudium, privatim apud eos, qui urbem gubernabant, ingens in mente dolor: verentes - quod secutum est -, ne pontificatum adeptus Eneas aliquando maximum nobiles eius urbis ad munia civitatis conaretur asciscere, quos illi oderant, et iam pridem a regimine procul amoverant. At Federicus imperator mirum in modum exultavit, cum accepisset legatum et consiliarium suum in ordinem cardinalatus assumptum. Nec Alfonsus Aragonum et Siciliae rex mediocri gaudio affectus est, quod ad suam prophetiam iam videret aditum patefactum. Sed et Germani omnes principes Aeneae per epistolas congratulati sunt, tanquam in eo et Germania ipsa decorata fuisset. Nec decepti, nam Aeneas Germanorum semper et laudator et defensor extitit non modo in cardinalatu, verum etiam in pontificatu maximo, et Callistus eum prae ceteris cardinalibus in rebus Germanicis audivit.

Enea tot kardinaal bevorderd. Alle volkeren wensen hem geluk.

De adventstijd brak aan, de periode die men praktisch gesproken kan beschouwen als tijd om kardinalen te kiezen, en er ontbrandde in de apostolische senaat een hevige strijd, omdat de paus kardinalen wilde benoemen, maar het college daartegen gekant was. Sommigen voerden aan dat er al te veel kardinalen waren, sommigen ook wierpen de personen, die genoemd werden, van alles voor de voeten en maakten hen zwart; vooral zij die men beter vond en die als kanshebbers voor het pausschap golden, vormden het gebruikelijke mikpunt van aantijgingen. Toch won Calixtus het pleit met de krachtige steun van drie kardinalen die hij al had gekozen, en hij toonde zich, zoals dat betaamt, heer en meester van de Kerk; hij benoemde zes nieuwe kardinalen: Rinaldo de’ Piscicelli, de aartsbisschop van Napels en een oom van Lucrezia; voor zijn benoeming had zich Alfonso, als een persoonlijke gunst jegens hem, sterk gemaakt; Juan, bisschop van Zamorra, een Spanjaard die uitblonk in rechtsgeleerdheid en negenendertig jaar lang wijs en integer de curie had gediend; Giovanni, de bisschop van Pavia, uit de edele familie van Castiglione te Milaan; Enea, bisschop van Siena; op zijn benoeming had niet alleen de keizer aangedrongen, maar ook Ladislas, de koning van Hongarije en bijna alle Duitse vorsten; Giacomo, bisschop van Montefeltro,[1] die uit Rome stamde en een broer was van de geneesheer Simone; en Richard, een priester uit Coutances in Normandië, om wiens benoeming gevraagd was door koning Charles van Frankrijk. Hun benoeming werd met instemming begroet, behalve die van de bisschoppen van Napels en Montefeltro. Men zei, dat zij niet benoemd waren op grond van verdiensten of op voorspraak van waardige bemiddelaars; de een, beweerde men, had zijn benoeming te danken aan een vrouw van lichte zeden, de ander aan een geneesheer. Toen het volk echter hoorde dat Enea de rode hoed had ontvangen, deed aanstonds het gerucht de ronde dat Calixtus zich een opvolger had gekozen en er heerste een geweldige blijdschap in heel Rome. Ook de Sienezen vierden dagenlang feest, toen zij gehoord hadden van de hoge onderscheiding van hun bisschop. Officieel heerste vreugde, maar binnenshuis waren de bestuurders van de stad zeer  misnoegd, omdat zij bang waren dat Enea op een dag paus zou worden – hetgeen ook gebeurd is - en zou proberen de publieke ambten open te stellen voor de adel, die bij hen gehaat was en reeds lang uitgesloten van deelname aan het stadsbestuur. Maar keizer Frederik toonde grote blijdschap, toen hij hoorde dat zijn ambassadeur en raadgever was opgenomen in het college van kardinalen. Ook Alfonso, koning van Aragon en Sicilië, was niet weinig verheugd, omdat hij de deur geopend zag voor het in vervulling gaan van zijn profetie. Ook alle Duitse vorsten wensten Enea schriftelijk geluk, alsof aan Duitsland in zijn persoon geëerd was. En daarin hebben zij zich niet vergist, want Enea heeft zich altijd doen kennen als voorvechter en verdediger van de Duitsers, niet alleen toen hij kardinaal maar ook toen hij paus was, en Calixtus luisterde in Duitse aangelegenheden naar hem boven alle andere kardinalen. 


[1] Giacomo Tebaldi

 

 
 


 

 
     

 

© michel goldsteen