Pius vertrekt naar Mantua, begin 1459 (Comm. II, 10)

 

Pii discessus et eius dissuadentibus amicis constantia

Sic rebus in Urbe dispositis, ad cuius regimen Nicolaus Sancti Petri cardinalis dimissus est, pontifex maximus ad XIII Kalendas Februarias, quae dies profectionis dicta est, ex palatio apostolico, quod est apud Sanctum Petrum in Vaticano, intempesta nocte ad aedem Sanctae Mariae Maioris in Exquilio monte se contulit; ibique sequenti die commoratus frequenti populo ac vehementer lacrimanti lacrimans ipse benedixit, et postridie sole nondum orto per thermas Diocletiani et collem Suburrae ad portam Flamineam - nunc Populi vocant - et deinde ad pontem Milvium descendit. Cardinales eo usque secuti sunt, et optimatum Urbis plebisque maxima pars.

Ibi equitum in armis expectabant turmae, quae pontificem tutum deducerent. Tum dimisso populo sex cardinales delecti sunt, qui papae servirent iter agenti: Vilhelmus Rhotomagensis, e regia stirpe natus; Alanus Avinionensis, nobilis Brito; Philippus Bononiensis, Nicolai pontificis quondam frater; Petrus Sancti Marci; Prosper Columnensis; Rhodericus vicecancellarius - qui Romanorum pontificum nepotes fuerunt: Eugenii, Martini, Callisti. Cardinales reliqui, ex quis nonnulli valitudinarii fuerunt, iussi sunt Romae manere, aut mitius veris tempus expectare, ac tum pone sequi. Et cum aliorum aegritudinibus pontifex ignosceret, suae nequaquam pepercit, qui podagrico dolore et pluribus affectus morbis subire mortis periculum maluit, quam constitutam profectionis diem negligere. Obstabant amici, multisque artibus remorari praesulem adnitebantur, horridam hiemem et rigidas Apennini alpes et itineris mille pericula memorantes. Quae cum frustra obiectarentur, non defuere, qui dicerent:

,,En, pontifex, si nulla tui corporis te retinet cura, respice saltem, quae tibi commissa est, Romanam Ecclesiam, et quot ei insidiae praeparentur, animadverte! Et quis Patrimonium Beati Petri te absente tuebitur? Quam primum Padum transmiseris, invadent regnum tuum lupi rapaces. Nam quae terra est tyrannis, ne dicam latronibus magis fecunda, quam tua? Picenum alii, Umbriam alii, alias alii provincias dilacerabunt, nudabuntque prorsus tuam Sponsam. Cum redieris, non invenies locum, ubi reclines caput, quem possis tuum dicere" - Ad haec pontifex:

,,Meliora" - inquit - ,,praestabit Deus, cuius acturi causam per aegre proficiscimur. Quod si permiserit divina miseratio id fieri, quod timetis, privari his temporalibus bonis Ecclesiam, quam fide malumus. Nisi servamus, quod promissum est, perit fides nostra; et quis amplius credet nobis? Religio quoque in discrimine ponitur, quam Turchi oppugnant, adversus quos conventus indictus est. Sin pergimus, nutat temporale regnum Ecclesiae. At hoc saepe amissum est et saepe recuperatum. Spirituali si semel exciderimus, incertum est, an vendicari aliquando poterit. Pereant haec fluxa, dum solidiora illa retineamus! - Nec plura locutus iter ingressus est.

 

Het vertrek van Pius; zijn standvastigheid tegenover de bezwaren van zijn vrienden.

Aldus regelde de paus de zaken in Rome, waarvan hij het bestuur toevertrouwde aan Nicolas, kardinaal van San Pietro. Op de 20ste januari, de dag die voor het vertrek was aangekondigd, begaf Pius zich vanuit het pauselijk paleis, gelegen bij de Sint Pieter op de Vaticaanse heuvel, in het holst van de nacht naar de kerk van Santa Maria Maggiore[1] op de Esquilijn. Daar bleef hij de volgende dag en zegende, zelf in tranen, een grote menigte die aan zijn tranen de vrije loop liet. De dag daarop vertrok hij nog voor zonsopgang en daalde langs de thermen van Diocletianus en de heuvel van de Suburra af naar de Porta Flaminia – nu de Porta del Populo – en verder naar de Pons Milvius. De kardinalen vergezelden hem tot daar en ook een groot deel van de edelen en het volk van Rome.
Hij werd opgewacht door een gewapende ruiterescorte, die voor een veilige reis van de paus moest zorgen. Het volk werd teruggestuurd en zes kardinalen werden uitgekozen om de paus onderweg bij te staan: Guillaume van Rouen, van koninklijke bloede; Alain van Avignon, een Bretons edelman;
[2] Filippo van Bologna, broer van wijlen paus Nikolaas; Pietro van San Marco, Prospero Colonna en de vice-kanselier Rodrigo, die neven waren van pausen, respectievelijk van Eugenius, van Martinus en van Calixtus. De overige kardinalen, van wie er enige met hun gezondheid sukkelden, kregen opdracht in Rome te blijven of te wachten op zachter weer in het voorjaar om de paus achterna te reizen. Ofschoon hij begrip had voor de klachten van anderen, ontzag hij zijn eigen zwakke gezondheid volstrekt niet; want gekweld door jicht en verschillende andere kwalen liep hij liever de kans om te sterven dan de dag die was vastgesteld voor zijn vertrek voorbij laten gaan. Zijn vrienden protesteerden en probeerden op allerlei manieren hem tot uitstel te bewegen, door te herinneren aan het barre jaargetij van de winter en de besneeuwde toppen van de Apennijnen en de talloze gevaren van de reis.
Toen al deze bezwaren vergeefs bleken, waren er mensen die zeiden:
Heilige Vader, als de zorg om eigen gezondheid u niet weerhoudt, houd dan tenminste rekening met de Kerk van Rome, die U is toevertrouwd, en zie toch hoeveel hinderlagen tegen haar gelegd worden. Wie zal het erfgoed van de heilige Petrus beschermen zolang U afwezig bent? Zodra U de Po hebt overgestoken, zullen vraatzuchtige wolven uw rijk binnendringen. Want welk land is vruchtbaarder grond voor tirannen, wat zeg ik: voor rovers, dan het uwe. Sommige onverlaten zullen zich storten op Piceno, andere op Umbrië, weer andere zullen andere gebieden verscheuren en zij zullen uw bruid volkomen leegroven. Bij uw terugkomst zult u geen plek vinden om uw hoofd neer te leggen, geen plek die ge de uwe kunt noemen.

De paus antwoordde:
God zal ons beter belonen, God om wiens zaak te behartigen wij met zoveel moeite vertrekken. Maar als Gods barmhartigheid zal toelaten dat, wat u vreest, gebeurt, zien wij liever de Kerk beroofd worden van deze tijdelijke goederen dan van onze trouw. Als wij niet gestand doen wat wij hebben beloofd, is het gedaan met onze geloofwaardigheid. Wie zal ons dan nog vertrouwen? Ook het Geloof staat op het spel, aangevallen door de Turken, tegen wie het congres is bijeen geroepen. Als wij gaan, wankelt het tijdelijke koninkrijk van de Kerk. Maar dat is al vaak verloren gegaan en vaak weer hersteld. Als wij het koninkrijk van de geest opgeven, is het onzeker of we ooit de gelegenheid zullen krijgen het terug te winnen. Laten deze onbestendige dingen verloren gaan, mits we behouden wat solide is.” En zonder daar nog iets aan toe te voegen ging hij op weg.


[1] Voor een afbeelding:
http://www.panoramas.dk/fullscreen/fullscreen46.html

[2] Alain de Coetivy né le 8 novembre1407 en Plounéventer dans le Léon. Sa mère,
Catherine du Chastel est la   soeur du fameux Tanguy du Chastel.
Il reçut le canonicat du Léon le 5 Juillet 1436 et il le cède le 30 octobre 1437,
lorsqu'il est nommé évêque d'Avignon.
Créé Cardinal "in petto"par le pape Eugéne IV, confirmé par Nicolas V en Janvier 1447.
le 20 décembre 1448, il reçut le titre de St Praxède.
Evèque commendataire de Nîmes le 1er avril 1454,
par transfert de son cousin Jean du Chastel, à Carcassone.
Evèque administrateur de Dol le 18 juin 1456.
Il devint, comme cardinal, évèque de Palestine le 7 juin 1465,
puis de Sabine le 11 décembre 1472.
Il devint abbé commendataire de l'abbaye de Redon en 1468.
Il meurt à Rome, en son palais du Campo de Fiori le 3 mai 1474.
A noter qu'il a posséder les bénéfices de la paroisse de Marsac,
qu'il résigna à la prière de Pierre II le 4 septembre 1451.

 
 


 

 
     

 

© michel goldsteen