I “De paus liet op het grote kerkhof voor de vestibule van de San Francesco een prachtig tabernakel bouwen, bestaande uit een snel in elkaar te zetten houten frame, dat bespan­nen was met veelkleurige stoffen en overeind werd gehouden en stevig was verbonden door veel touwwerk...”
II Kardinaal van Rouen,  Guillaume d’Estouteville
III Kardinaal van Coutances, Olivier de Longueil
IV Kardinaal van Lebret, Luigi de Lebret
“Waar de versiering van de paus ophield, begon die van de kardinaal van Rouen, van Coutances en van Lebret; naar de gewoonte van hun land hadden zij de muren van hun huis behangen met gobelins, die tapijten van Arras worden genoemd, en ze hadden altaren gebouwd, rijk voorzien van goud en zilver en met veel wierook…”
V Referendarii
“Na hen volgden de huizen die de referendarissen hadden versierd; onder een hoog geplaatst altaar hadden zij een jongeman gezet, die de Verlosser moest voorstellen: hij zweette bloed en vanuit zijn geopende zijde vulde hij een kelk met het bloed dat voor onze redding vergoten wordt; ze hadden het tafereel gecomple­teerd met jongens, gevleugeld als engelen, die epische of elegische verzen zongen en die door geleerde geesten geschreven waren…”
VI Kardinaal van S. Sisto, Juan Torquemada
“Daarna was de kardinaal van San Sisto aan de beurt; overeenkomstig de waardigheid van zijn orde bracht hij een voorstelling van het Laatste Avondmaal, de Verlosser en zijn leerlingen en de instelling van het sacrament ter nagedachtenis van het lijden en de ononderbroken bescherming tot aan het einde der tijden van het menselijk geslacht tegen de listen en lagen van de duivels; ook de heilige Thomas van Aquino werd uitgebeeld, die als het ware de leider van deze verheven ceremonie was…”
VII Kardinaal van Mantua, Francesco Gonzaga
“Na hem had de kardinaal van Mantua een lang ge­deelte van de weg overdekt en versierd met beroemde verhalen, die zeer kundige wevers op rijke gobelins hadden afgebeeld...”
VIII Arte dei Notai
"Da li (chiesa di San Egidio) al termine del palazzo Bussi parò ed ombraggiò la strada l’Arte dei notari"
(C. Pinzi, Storia di Viterbo, Vol. IV, Libro XIV, p. 180)
IX Kardinaal van Porto, Juan Carvajal
“De volgende was de kardinaal van Porto, hij bracht de uitbeelding van een reusachtige draak en gestalten van veel boze geesten, van wie een vreselijke dreiging scheen uit te gaan; maar een gewapende soldaat, die de rol speelde van de aartsengel Michael,  sloeg, toen de paus passeerde, de kop van de draak af en alle duivels stortten blaffend ter aarde. Een roodachtige doek was als een wolk voor de hemel geschoven en de muren waren in Andalusische trant bedekt met leerbehang, beschilderd met gouden bloemen…”

IX Kardinaal van Nicea, Bessarion
“Als volgende had ook de kardinaal van Nicea een altaar opgericht en hij liet knapen optreden, die als engelen zon­gen. Overal steeg wierook op van talrijke altaren, priesters droegen op vele plaatsen de mis op. Heilig vaatwerk en al wat er aan relieken in de stad voorhanden was, werd, omgeven met goud en zilver, op de altaren ten toon gesteld…”
X Kardinaal van Spoleto, Bernardo Eroli
“De kardinaal van Spoleto  was de volgende; zijn versiering werd ingesloten door twee bogen, kunstig gevlochten uit groen loof en bloemen. In het midden stonden een schrijn en een altaar, dichte rook steeg op van welriekende kruiden en een knapenkoor zong; een veelkleurig weefsel, serge genaamd, benam het uitzicht op de hemel en de muren…”
XI Vice-kanselier, kardinaal Pietro Luigi Borgia
“Daarachter kwam de verto­ning van de vice-kanselier over een lengte van vierenzeventig passen: een kostbaar gordijn van purperen kleur vormde de achtergrond van beelden en van tableaux vivants, een rijk versierd vertrek met een kostbaar bed en een fontein, die uit verschillende pijpen niet alleen water maar ook edele wijn spoot…”
 

XII Arte degli Speziali e dei Sartori
“Fino alla chiesa di Sant’Angelo pavesarono la via le Arti degli Speziali e dei Sartori..”
(C. Pinzi, op.cit. p. 181)
XIII Kardinaal van Santa Susanna, Alessandro Oliva da Sassoferrato
“De kardinaal van Santa Susanna volgde de natuur en had het gedeelte van de weg, dat hem was toegewezen, overspannen met een doek in de kleur van de hemel, waarop hij gouden sterren had aangebracht, en een met bloemen versierde fontein geplaatst, die witte wijn spoot, en een geurend altaar en standbeelden, die leken te lachen en te zingen, en een koor dat met lied en spel de menigte vermaakte…”
XIV Kardinaal van Teano, Niccolò Forteguerri
“Niccolò, de kardinaal van Teano had, om de paus, die van bijzondere dingen hield, te plezieren, uit zijn geboortestad Pistoia acteurs laten komen en knapen die welluidend zongen. Het plein, dat hem was toegewezen en waaromheen de magistraten van de stad wonen, had hij overdekt met een stof van blauwe en witte kleur en rondom met tapijten versierd; hij had zeer veel bogen opgericht, met groene klimop en veelsoortige bloemen bekleed; op iedere zuil zat een jongen, die een engel voorstelde,..”
“..Midden op het marktplein had hij het graf van de Heer laten bouwen als imitatie van het graf waarin ons Leven omwille van ons is ontslapen in de Heer. Om het graf heen lagen gewapende soldaten, alsof zij dood waren, in diepe slaap verzonken en engelen hielden de wacht en stonden niet toe het vertrek van de hemelse Bruidegom te schenden…”
XV Kardinaal van Avignon, Coetivy, en de kardinaal van Pavia, Ammannati
“Na de kardinaal van Teano had de kardinaal van Avignon een altaar opgericht, dat het aanzien waard was, en aan het hem toegewezen deel van de weg had hij glans verleend met Franse kunstwerken. Daarna was de kardinaal van Pavia aan de beurt, die met weefsels in vier kleuren de hemel aan het oog had ontrokken en met wandtapijten uit Arras de muren had bekleed. Hij had bloembogen opgericht en aan weerszijden een groep jongens neergezet, die engelen uitbeeldden en met brandende kaarsen in hun handen het hemels sacrament vereerden…”
XVI Arte della Lana e dei Calzolai
“Hierna werden de versieringen minder ingenieus: in plaats van tapijten, nu bloemen, loof en groene twijgen en het soort bedekking dat op onvermogende bezitters wees, hoewel nergens altaren ont­braken en priesters, gehuld in gewijde gewaden, en stemmen van zangers en wolken van wierook…”
XVII De heer van de pauselijke hofhouding, Ambrogio Spannocchi
“Ambrogio van Siena echter, verbonden aan het pauselijk hof, had meer werk gemaakt van de versiering van de weg voor zijn huis en hij deed zijn best om, door met zijn bescheiden middelen de zon uit te bannen en de muren van zijn huis te bedekken, de grote heren te evenaren…”
XVIII Kardinaal van Arras, Francesco Jouffroy
"Als volgende had de kardinaal van Arras vanaf de stenen brug, die de twee delen van de stad verbindt, tot aan het plein van de grote kerk de weg overspannen met stoffen, die hij kort geleden uit Florence had laten komen om het huispersoneel in nieuwe kleren te steken, Engelse wol van een kleur die het midden hield tussen rood en donkerbruin. De zijkanten van de straat had hij gesteund met de middelen uit zijn eigen stad Arras: hij had op afstanden van elkaar hoge palen opgericht, die hij met touwen met elkaar had verbonden, waaraan tapijten hingen, dat alles omdat de huizen aan weerszijden hem te gering in aanzien leken…”
XIX kardinaal van Santi Quattro Coronati, Giovanni Luigi del Mila
“Het grote plein voor de kathedraal was door de kardinaal van Santi Quattro Coronati geheel overdekt door middel van een stelsel van hoge palen die met touwen waren verbonden en hij had het ver­fraaid met kostbare en bijzondere voorwerpen. Op een daarvoor geëigende plaats had hij een altaar gebouwd; rechts ervan de pauselijke troon en de zitbanken voor de kardinalen, links de zetels van de bisschoppen, de protonotarii en de abten en een kapel die ingericht was zoals in het apostolisch paleis. Op een hoger gelegen deel van het plein was de graftombe van de glorieuze maagd Maria opgericht,..”
 
 
 

Bron van de afbeelding: PIO II, LA CITTÀ, LE ARTI (La rifondazione umanistica dell'architectura e del paesaggio; Protagon Editori, a cura di Giuseppe Giorgianni)

La festa del Corpus Domini del 17 giugno 1462 a Viterbo, Carlo Armati e Luigina Romaniello, p. 47

 


 

 
     

 

© michel goldsteen