terug naar overzicht

terug naar Matteüs 8 e.v.

e-mailadres

verder naar Galaten

13  Brieven algemeen

 

1 Welke brieven ?

2 De opbouw van de brieven

3 Wat 'doen' de brieven ?

4 Hoe echt ?

5 De brieven van Paulus

6 Paulus' last

 

1 Welke brieven ?

Het beste te zien in het bijbelpanorama (en onder 'De Boeken' 2 Nieuw Testament). Het gaat om 10 brieven van Paulus kort bij elkaar, drie brieven van Paulus van later datum (90), drie brieven van Johannes (de presbyter), een brief van Jacobus, een van Petrus, een van Judas en nog een van Petrus die veel op Judas lijkt. De 'brief' aan de Hebreeën is eigenlijk geen brief (wel erg mooi en niet van Paulus). De brieven van Paulus vormen een aparte groep; ze dragen een duidelijk stempel van de auteur. De niet-Paulusbrieven worden wel de 'katholieke' (= algemene !) genoemd.

Belangrijk is te constateren dat die tien van Paulus zijn geschreven voordat de evangeliën op schrift stonden; zie het bijbelpanorama onder de jaartallen 45 - 50 'de geloofsbelijdenissen' en onder 60 - 65 'schriftelijke bundeling' Mc 4 en 13. Na die brieven komt pas het Marcus-evangelie als eerste.

De volgorde van de brieven zoals ze in de bijbel staan is geen historische volgorde. Van verscheidene brieven is de schrijf-/ontstaansdatum niet goed na te gaan. Dat de Romeinenbrief vooraan staat is net als bij het evangelie van Matteüs waarschijnlijk om haar belangrijkheid aan te geven: het is een soort standaardwerk.

 

2 De opbouw van de brieven

is in de stijl van die tijd nl. de hellenistische: van … aan - inhoud - slot. Veel sterker dan bij ons hoort dit slot bij de brief. Maar zeker in die van Paulus vind je een uitgebreid begin naar Joodse traditie:

- van ... aan     

- dankzegging     

- inleiding

- onderwerp

- slot + zegenwens

Als je het begin van Fil en 1 en 2Tes (dus de brief aan de Filippenzen en de 1e en de 2e brief aan de Thessalonicenzen) vergelijkt met dat van Jak, zie je hoe enthousiast de joodse stijl van Paulus is vergeleken met de hellenistische stijl van Jakobus. Na de openingsgroet, het votum ('Genade zij u ...' enz. of soortgelijke bewoording), volgt een dankzegging en dan een inleiding. Bij Ef lijkt die dankzegging te ontbreken maar ze volgt na de 'Christushymne', die net als bij Kol een oud stuk liturgisch materiaal is, een kerklied, dat in een brief wordt aangehaald - misschien om het te verspreiden; de brieven werden nl. gekopieerd en ook wel naar andere gemeenten doorgestuurd. Het slot is doorgaans persoonlijk.

 

3 Wat 'doen' de brieven ?

Ze zijn oer-christelijk, uit de tijd van het oer-christendom, mondeling missiewerk. Ook al zijn ze geschreven, ze werden voorgelezen in de bijeenkomst en zodoende hebben ze 'geklonken', hetgeen -m.i.- een belangrijk verkondigingaspect is. Een preek moet klinken en gehoord worden in een verzameling van mensen, dan functioneert ze. Zo ook de brieven.

De inhoud bestaat uit bemoedigingen, aansporingen tot goed gedrag, leerstukken, getuigenissen van de auteur zelf en bovengenoemd (liturgisch) oer-materiaal.

 

4 Hoe echt ?

De vraag over de authenticiteit speelt hier ook. Je zou misschien verwachten dat die vraag nauwelijks ter zake is, omdat het gaat om één auteur - die zijn gedachten zelf heeft opgeschreven - en niet om gemeenschapsgoed zoals bij de evangelies. Maar de originele teksten zijn weg, ze zijn overgeschreven - direct van het origineel en indirect d.w.z. kopie van een kopie - en het is mogelijk dat op en of andere manier brieven samen zijn gevoegd of niet origineel overgeschreven. Dus - zoals de teksten nu voor ons liggen - hoeven ze niet in oorspronkelijke vorm te zijn.

Voor de inhoud geldt hetzelfde als bij de evangelies: de jonge Kerk heeft de brieven bewaard als gezagvolle en inspirerende documenten (de latere tekst van het N.T.), die algemeen bekend waren zodat 'vervalsing' zou opvallen. We zijn geneigd om te denken dat gemeenschapsgoed dat mondeling wordt doorgegeven, kwetsbaar is voor vervorming bij het doorgeven. Het verhaal dat van persoon naar persoon wordt door­gegeven verandert immers - denk maar aan de geruchten tijdens de oorlog. Maar het doorgeven van evangelisch/bijbels goed was geen doorgeven van persoon naar persoon maar van gemeenschap naar gemeenschap; het doorvertellen stond dus onder 'sociale controle'.

Toch is er ook sprake van een stroming, een school, die zich op een gezagvolle persoon beroept. De brief van Petrus -zeker 2Pe - is geschreven toen hij allang dood was. Ze zal ontstaan zijn onder een 'petrus-fanclub'. De brief van Jakobus is meer "een verzameling van losse spreuken en vermaningen zoals men die ook aantreft in de joodse wijsheidsliteratuur". Dan ga je denken dat een aantal gevleugelde woorden in de gemeenschap in Jerusalem op papier verzameld zijn en later naar anderen gestuurd met 'Jakobus, de broeder van de Heer' als stempel, hoewel hij ze niet geschreven, of zelfs gedicteerd hoeft te hebben. Ze komen gewoon uit die hoek.

 

5 De brieven van Paulus

vormen de grote hoop. We zullen er één van lezen nl. die aan de Galaten, de 'vrijheidsbrief' - vind ik. Daarin ook onderwerpen die in de Romeinenbrief ter sprake komen maar dat wisten we toen nog niet.

Omwille van een beetje achtergrond volgt hier een tijdsschema van Paulus' wederwaardigheden. Het beste is natuur­lijk de Handelingen te lezen vanaf - laten we zeggen - 12, 25. Dan is hij al geaccepteerd als 'zendeling' (= apostel). Al lezende leer je Paulus kennen. De onderstaande jaartallen zijn deels uit Hand en Gal afgeleid, iets anders dan de chronische tabel van de Willibrord.

 

bekering - actief in Damascus

33/34

Hand 9

vlucht uit Damascus - 1e  keer in Jerusalem, bij Petrus

35/36

Hand 9, 26vv en Galaten 1, 18vv

Teruggetrokken in Tarsus dan in Antiochië

tot 43

 

1e kleine reis Cyprus - Kl. Azië

tussen 45 - 48

Hand 13 - 14

concilie in Jerusalem over besnijdenis

48/49

Gal 2, 1-21 en Hand 15, 5-29

2e reis Kl.Azië - Macedonië - Griekenland - in Korinte

50 - 52

 

3e reis idem naar Jerusalem

53 -56

 

ruzie met Joden, gevangene in Caesarea

58 - 60

Hand 18, 22vv

beroep op de keizer om ruzie, naar Rome, schipbreuk

60

 

in Rome onder bewaking

61 - 63

 

 

Na Rome zijn we zijn spoor bijster. Redelijkerwijs is zijn beroep op de keizer goed afgelopen. Of Paulus toen nog is teruggegaan, is onbekend. Er is nog een traditie dat Paulus vanuit Rome naar Spanje wilde maar die is onzeker en zover bekend is het er niet van gekomen. Zijn marteldood te Rome wordt -volgens de inleiding op de brieven van Paulus in de nieuwe Willibrord- voldoende door niet-bijbelse bronnen bevestigd, o.a. in een brief van paus Clemens 1.

terug naar begin

6 Paulus' last

Een thema dat Paulus in zijn hoofd heeft is wat hij aan moet met de wet. De Tora is de Wet voor de Jood, ook voor Paulus. Die is heilig en ook Jezus zei daaraan niets te veranderen. Tora betreft een algemene levenshouding, menta­liteit, die de Jood zich eigen wil maken, waarmee hij het Verbond beleeft.  Daarnaast zijn er geboden, wetsblokken, die  onderdeel van de Tora zijn. Maar die geboden waren regeltjes geworden. Je moet de Tora bestuderen om te leren wát je moet doen, om die levenshouding in te vullen, om de 'Tora te doen', maar als je van die geboden artikelen maakt die niet meer in de geest van de Wet ademen, als je haar verlaagt tot rituele voorschriften die lastig zijn i.p.v. liefde, dan maak je de Wet tot een last.

Petrus zegt in Hand 15, 10v : "Waarom wilt u dan nu God uitdagen om op de nek van de leerlingen (uit de heidenen) een juk te leggen dat onze voorvaderen noch wijzelf konden verdragen? Nee het is door de genade van de heer Jezus dat wij geloven gered te worden, even goed als zij."

Het was moeilijk al die voorschriften na te komen en ze ademen niet in de geest van het 1e en 2e gebod, ook niet in de geest van de belofte aan Abraham. We zien dat in de Galatenbrief en ook in Romeinen, waarin hij ook zit met zijn vroegere geloofsgenoten, aan wie de belofte gegeven was.

Vaak denk je "Paulus, klets nou niet zo veel; zeg gewoon waar het op staat. Waarom zo uitgebreid doorredeneren en je het moeilijk maken?" Vergeet niet dat hij uit de Joodse school komt waar hij heeft geleerd veel te disputeren en casuïstiek erbij hoorde - ja, maar als nu dit geval aan de hand is en als nu dat geval zich voor doet en als ze nu dat zeggen. Dat houdt hij toch. Het positieve ervan is dat veel argumenten aandacht krijgen, dat je er mee bezig bent en zo leert. Het negatieve is dat spitsvondig­heid kan overheersen.

 

Als bladvulling een van de z.g. Papyri Oxyrhynchos, stukjes papier met bijbelteksten. Hier een met de eerste verzen tekst uit het 1e hoofdstuk van de Romeinenbrief. Als je weet hoe de letter 'p' in het grieks (p, pi)  en de 'l' (l, lambda) eruit zien, kun je het laatste woord op de 1e regel lezen: apostolos. Het dateert uit de 4e eeuw; Oxyrhynchos ligt in Egypte. Die papyri zijn gevonden in het begin van de 20e eeuw.

 

 

terug naar begin

 

 

 


terug naar overzicht

terug naar Brieven Algemeen

e-mailadres

Verder naar Romeinen

 

14  De brief aan de Galaten

 

 

1 indeling

2 de tekst

 

1 Indeling

1, 1-5

groet

 

1, 6-13

introductie

 

1, 13 - 2,14

verhaal:

hoe hij apostel werd: van J.C. zelf!
in Jerusalem: zij horen er toch ook bij!

incident in Antiochië: P is onafhankelijk

 

1, 13-24

2, 1-10

2, 11-14

 

2, 15-21

het probleem: waar gaat het om ?

 

3, 1 - 4,31

de argumenten:

  1e  de ervaringen van de Galaten zelf

  2e  vanuit de Schrift (O.T!)

  3e  vanuit menselijk erfrecht,

       plaats van de Wet  

  4e  effect van de doop

       uitwerking en bewijs

       moeilijke vraag   

  5e  persoonlijk aanspreken

  6e  de echte afstammelingen v. Abr.

 

3, 1-5

3, 6-14

3, 15-18      

3, 19-25

3, 26-29

4, 1-7

4, 8-11

4, 12-20

4, 21-31

5, 1 - 6,10

aansporingen:

als besnede de hele wet accepteren ! tegen misbruik - vóór de Geest

diversen  

  

5, 1-12

5, 13-24

5, 25 - 6,10

 

6, 11-18

afsluiting

 

 

En ik weet weer niet meer welk commentaar deze indeling hanteert.

De Galatenbrief is waarschijnlijk in ca 55 geschreven op het eind van de laatste reis, dus na het concilie in Jerusalem.

Vraag: enig idee waarom bij het 2e argument O.T. met een uitroeptekenstaat ?

 

2  De tekst volgen

 

Groet  1, 1-5      Schrijver, lezers, groet

 

Ik, Paulus, apostel, niet vanwege mensen en ook niet door een mens, maar door Jezus Christus en God de Vader die Hem uit de dood heeft opgewekt,

 

2 en alle broeders die bij mij zijn, aan de gemeenten van Galatië:

 

 

 

3 genade voor u en vrede vanwege God onze Vader en de Heer Jezus Christus,

4 die zich heeft gegeven voor onze zonden, om ons te ontrukken aan de tegenwoordige slechte wereld, volgens de wil van onze God en Vader,

 

 

5 aan wie de heerlijkheid zij tot in alle eeuwigheid. Amen.

1 'Ik, Paulus …' de andere brieven beginnen met 'Van Paulus, …' en vervolgens claimt hij zijn apostel zijn als rechtstreeks van J.C. en de Vader ontvangen. Hij gaat dus meteen op zijn strepen staan: er is iets aan de hand.

2 'en alle broeders die bij mij zijn'. Bij de andere brieven noemt hij soms namen van een of twee kameraden maar nu zijn het meer: hij plaatst nog meer gezag achter zijn brief dan anders.

'aan de gemeenten van Galatië': soort rondzendbrief

3 Paulus gaat hen wel op hun donder geven maar de heils­groet hoort erbij, het gaat het immers om heil.

4 'de tegenwoordige slechte wereld': de wereld van het niet-geloof, waarin men onder de macht van de/het boze, van de uitzichtloosheid staat, van de niks-heid. Als je een beetje Galaat bent, zie je de bui al hangen: jullie sufferds sollici­teren daar weer naar.

5 'aan wie de heerlijkheid'. Een typisch joodse toevoeging, zegenspreuk, die vaak voor komt. De Islamiet doet ook zo.

terug naar begin

 

Introductie  1, 6-13  Inleiding  

 

 6 Ik sta er verbaasd over dat u zo spoedig afvalt van hem die u riep tot de genade van Christus, en overgaat naar een ander evangelie;

 7 maar er ís geen ander, er zijn alleen maar lieden die u verontrusten en het evangelie van Christus willen verdraaien. 8 Maar al zouden wijzelf of een engel uit de hemel u een ander evangelie verkondigen dan het evangelie dat wij u verkondigd hebben: hij zij vervloekt! 9 Wat wij vroeger hebben gezegd zeg ik nu opnieuw: als iemand u een ander evangelie verkondigt dan u ontvangen hebt: hij zij vervloekt! 10 Tracht ik nu de mensen te winnen of God? Zoek ik soms de gunst van de mensen? Als ik die zocht, zou ik geen dienaar van Christus zijn.

 

 

 

11 Ik verzeker u, broeders en zusters, het evangelie dat door mij is verkondigd, is niet door mensen uitgedacht. 12 Want ook ik heb het niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door een openbaring van Jezus Christus.

6 De gebruikelijke dankzegging en smeekbede ontbreekt. Hij krijgt het niet uit zijn mond of kan zich niet inhouden: er zit hem iets hoog. Nog zegt hij heel netjes 'Ik sta verbaasd':

7 er is maar één evangelie, nl. dat wat ik jullie verkondigd heb

8 en als iemand -ook ik, zelfs een engel - iets anders verkondigt: vervloekt !

 

 

 

10 Vermoedelijk een argument van zijn tegenstanders nl. dat Paulus zieltjes wint door het hen niet te belasten met de (Joodse) besnijdenis. Dat voorkwam natuurlijk een onge­mak, dat christenen uit de Joden wél hadden ondergaan in hun joodse traditie, en dus moesten anderen er ook aan/in geloven, en Paulus moet niet slijmen. Maar Paulus stelt zich te weer: 'vind je nu dat ik slijm, de gunst van de mensen zoek? Dan was ik geen waarachtig dienaar van J.C.

11 Mijn evangelie is goed, want het komt van boven (en daar staat niets in over besnijdenis, die nu niet meer wezenlijk is; 't mag wel maar hoeft niet).

12 ik ga jullie vertellen hoe dat is gegaan:

terug naar begin

 

Het verhaal van Paulus  1, 13 - 2, 14  Voorvallen uit Paulus' leven

 

13 U hebt toch gehoord hoe ik vroeger als Jood geleefd heb: hoe ik de kerk van God fel vervolgde en haar trachtte uit te roeien; 14 en hoever ik het gebracht heb in de Joodse godsdienst, vele leeftijdgenoten onder mijn volk overtreffend in mijn grenzeloze ijver voor de overle­veringen van mijn voorouders. 15 Maar toen God, die mij had uitgekozen, nog in mijn moeders schoot, en die mij heeft geroepen door zijn genade, 16 besloot zijn Zoon aan mij te openbaren om Hem onder de heidenvolken te verkondigen, toen ben ik aanstonds, zonder een mens te raadplegen, 17 zonder naar Jeruzalem te gaan, naar hen die eerder apostel waren dan ik, vertrokken naar Arabië en vandaar naar Damascus teruggekeerd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

18 Pas drie jaar later ben ik naar Jeruzalem gegaan om met Kefas kennis te maken, en ik ben veertien dagen bij hem gebleven. 19 Van de andere apostelen heb ik nie­mand gezien, behalve Jakobus, de broer van de Heer. 20 Ik schrijf u de zuivere waarheid. God is mijn getuige.

21 Daarna ben ik naar het gebied van Syrië en Cilicië gegaan, 22 zonder dat de christengemeenten van Judea mij persoonlijk hadden leren kennen. 23 Zij wisten alleen van horen zeggen: degene die ons vroeger vervolgde, verkondigt nu het geloof dat hij vroeger wilde uitroeien. 24 En zij verheerlijkten God om mij.

2, 1 Daarna, na verloop van veertien jaar, ben ik weer naar Jeruzalem gegaan, samen met Barnabas, en ik heb ook Titus meegenomen. 2 Ik ging op grond van een openbaring. En ik heb aan hen het evangelie voorgelegd dat ik aan de heidenvolken verkondig, aan hen, dat wil zeggen: in besloten kring aan de mannen van aanzien. Ik wilde er zeker van zijn dat ik niet voor niets werk of had gewerkt. 3 Maar zelfs mijn metgezel Titus, een Griek, werd niet gedwongen om zich te laten besnijden. 4 Maar wegens het feit dat er valse broeders binnengedrongen waren, die onze vrijheid wilden bespieden, die wij hebben in Christus Jezus, om ons in slavernij te brengen ...

 

 

 

 

 

 

 

5 Maar wij zijn geen moment voor hun druk opzij ge­gaan, om de waarheid van het evangelie bij u behouden te laten blijven. 6 Maar de mannen van aanzien - hoe belangrijk zij precies waren interesseert mij niet, voor God telt mense­lijk aanzien niet - hoe dan ook, mij hebben de mannen van aanzien niets opgelegd. 7 Integendeel, omdat zij inzagen dat aan mij het evangelie voor de onbesnedenen was toevertrouwd, zoals dat voor de besnedenen aan Petrus 8 - want Hij die Petrus kracht had gegeven voor de zending onder de besnedenen had mij kracht gegeven voor de heiden­volken - 9 en omdat zij de mij gegeven genade hadden erkend, hebben zij, Jakobus en Kefas en Johannes, de mannen van aanzien die als steunpilaren gelden, mij en Barnabas de hand der gemeenschap gereikt: wij zouden naar de heidenen gaan en zij naar de besnede­nen. 10 Wij moesten alleen de armen gedenken, en ik heb daarvoor dan ook mijn best gedaan.

11 Maar toen Kefas in Antiochië gekomen was, heb ik hem openlijk de waarheid gezegd, want hij bleek schul­dig. 12 Immers, voordat sommige mensen van Jakobus gekomen waren, at hij altijd samen met de heidenen, maar toen zij gekomen waren, begon hij zich terug te trekken en afzijdig te houden, bang voor de mannen van de besnijdenis. 13 En ook de andere Joden waren net zo huichelachtig als hij, zodat zelfs Barnabas zich door hun huichelarij liet meeslepen. 14 Maar toen ik zag dat zij niet recht op de waarheid van het evangelie afgingen, zei ik tegen Kefas waar ze allemaal bij waren: 'Als jij, een ge­boren Jood, leeft als een heiden en niet als een Jood, hoe kun je dan de heidenen dwingen om te leven als Joden?

 

 

14 'overleveringen van mijn voorouders'. Hij heeft een gedegen opleiding gekregen, ijveraar voor De Wet, aan de voeten van Gamaliël (Hand 5,34).

15 'nog in mijn moeders schoot'. Zo werden profeten geroepen: Paulus claimt!

16 net als aan Petrus e.a. is Jezus als Verrezene aan Paulus verschenen.

 

17 'naar Jerusalem te' Volgens Hand 9 is hij wel vrij snel naar Jerusalem gegaan en bij de apostelen gebracht. Heeft hij daar iets geleerd waarin hij nog niet onderricht was in Antiochië ? Wel staat in Hand 9 dat hij er al gauw in de synagoge ging verkondigen dat Jezus de Messias was. Dat doorbrekend inzicht was hem overko­men. Dat was (toen) genoeg, want de Wet gold nog steeds. Uit dat basis­gegeven dat Jezus dé man was, die visie op Wet en Profe­ten, is de geloofsleer/-praxis gevormd en geformuleerd.

Paulus beroept zich in vss 16 en 17 op rechtstreekse open­ba­ring en roeping. Het lijkt erop dat hij vaker ingevin­gen, 'visioenen', had. Hij schrijft als eerste over de preëxi­stente Christus, dus diens bestaan 'in de schoot van de Vader' vòòr zijn bestaan op aarde: "Hij die (reeds) bestond in goddelijke majesteit … is als mens verschenen" (Fil 2,6a.7c een hymne uit de oude liturgie.). Heeft hij dat gezien? 

18 Dit 'drie jaar' wordt gebruikt om jaartallen in Paulus te bepalen; ik hou het liever op getallensymboliek: een lange periode waarin een beslissing wordt bereikt. '14 dagen' zij dan een korte periode van een opgaande lijn (zie Mt 1,17 en/of getallensymboliek onder getal 7 ).

 

 

 

 

 

God werd verheerlijkt, niet Paulus. Joodse zienswijze.

2, 1 'veertien jaar': zie als boven onder getallensymboliek.

 

2 Hij wilde horen dat zijn ('heidense') bekeerlingen er net zo goed bij hoorden als de Christenen-uit-de-Joden.

 

 

 

3 Zelfs de assistent hoefde niet, dus zeker de 'gewonen' niet.

4 'valse broeders' die kennelijk Paulus onderuit wilden halen door te stellen dat hij geen traditie-band had met het Christen-Jeruzalem, dus 2e rangs was en/of ontrouw aan de wet. Hand 15, 7 spreekt van "Enkele gelovigen afkomstig uit de farizese partij …" die besnijdenis eisen en "dat ze zich aan de wet van Mozes moesten houden".

'die onze vrijheid wilden bespieden, die wij hebben in C.J. … ' hoor je hem vloeken bij die puntjes ?

'Vrijheid' - 'slavernij': de wet van het evangelie  -  de wet van de Joden (hun Tora-invulling). Hét onderwerp van Paulus. Het moet te maken hebben met zijn bekering van bekrompen drammer naar authentieke vrijheidsbeleving. Hij is er vol van. Die bevrijding uit de wetsdwang moet voor Paulus (e.a.!) kennelijk enorm zijn.

6 als die mannen van aanzien niets opleggen, wie dan wel?

 

 

7 'zoals aan Petrus voor de besnedenen'. Dat klopt niet helemaal. Petrus heeft o.a. in een visioen meegekregen dat voor de 'heidenen' net zo goed bekering ten leven gold, zie Hand 10 en 11.

9 in ieder geval wordt Paulus bevestigd, m.a.w: ik zit goed! Paulus verdedigt het evangelie maar daaronder zit dat hij wordt aangevallen door een stelletje 'lelijk woord' die hem en zijn werk onderuit willen halen.

 

 

 

 

 

11 Antiochië werd het nieuwe centrum i.p.v. Jeruzalem.

Paulus houdt ook tegen Petrus in de waarheid (vs 5) staande.

12 'sommige mensen van Jacobus' nl. uit Jerusalem, de strengen, wij zouden zeggen drammers, die vonden dat besnijdenis nodig was, terwijl Jacobus dat niet vond (Hand 15, 19)

 

 

14 ' ... geboren Jood, leeft als een heiden  ... nl. toen die Christenen uit de Joden er nog niet bij waren.

'de heidenen dwingen'. Door te doen alsof de 'heidenen' niet goed genoeg waren zette Petrus hen te kijk als tweederangs.

terug naar begin

Het probleem  2, 15-21

 

15 Zeker, wij zijn van geboorte Joden, geen zondaars uit de heidenen. 16 Aangezien wij weten dat de mens niet gerechtvaardigd wordt door de werken van de wet, maar alleen door het geloof in Jezus Christus, zijn ook wij in Christus Jezus gaan geloven, om gerechtvaardigd te worden door het geloof in Christus en niet door de werken van de wet, want door de werken van de wet zal geen mens gerechtvaardigd worden. 17 Als wij nu, door onze gerechtigheid te zoeken bij Christus, ook zelf zondaars bleken te zijn, betekent dit dan dat Christus in dienst staat van de zonde? Dat nooit! 18 Maar als ik weer opbouw wat ik heb afgebroken, maak ik mezelf tot overtreder.

15 '… van geboorte Jood, geen zondaars ...' Het leek dat wij als Jood wel goed zaten, maar nu met J.C. blijkt dat we niet gerechtvaardigd worden door wetsopdrachten/-regels (koud) uit te voeren. Daarvoor is ons hart nodig.

'geloof in J.C.'- 'in C.J. gaan geloven'. In sommige hand­schrif­ten is die volgorde omgedraaid. Maar 'C.J.' is typisch Paulus.

17 Dus wij waren net zo goed zondaars (omdat de wet on­voldoende is) en niks beter dan 'heidenen'. Is dat niet gek ?

' … Christus in dienst staat van de zonde?' Dit soort dis­puut­achtig doordenken doet Paulus vaak. De veronderstel­ling is dat Jezus in dienst van de zonde staat omdat Paulus c.s. vinden dat zij eigenlijk zondaars (nl. tegen geloof) zijn.

Flauwe kul. Als dat tegen Paulus werd gehanteerd, lijkt me dat

 

 19 Want staande onder de wet ben ik gestorven voor de wet, om te leven voor God. Met Christus ben ik gekruisigd. 20 Ikzelf leef niet meer, Christus leeft in mij. Mijn sterfelijk leven is een leven in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zichzelf heeft overgeleverd voor mij.

21 Ik doe de genade van God niet teniet: als de wet ons kon rechtvaardigen, dan zou Christus voor niets gestorven zijn.'

inderdaad erg zielig.

19 Want ik volgde die benauwende wet maar heb haar nu afgezworen, ik ben er dood voor, en ben nu zo vrij dat

20 'Ik zelf niet meer leef, Christus leeft in mij.' Astublieft. Zo iets kun je alleen maar zeggen -dacht ik- in vrije keuze, een vrije ervaring, overgave. Paulus lijkt mij meer mysticus dan onderrichter. Voor mij het hoogtepunt uit de brief.

21 'Als de wet … ' Met 'de wet' bedoeld wordt het levenloos uitvoeren van de regels. Jezus zei dat de mens er is niet voor de sjabbat maar andersom. Dus die haarkloverij hoe ver je op Sjabbat mag lopen of je kalf uit de put mag halen of je mag genezen enz. verkracht de bedoeling van de sjabbat.

'genade' blijkt uit de ('schande')dood van Jezus, want des ondanks is hij opgewekt door God en heeft hij zich getoond als Verrezene; genade blijkt niet uit de wet! Die sukkels !

terug naar begin

 

Argumenten  3,1 - 4, 31    Bewijsvoering: wet en geloof      

 

1e argument: de ervaringen van de Galaten zelf  vs 1 - 5

 

3, 1 Domme Galaten, wie heeft u behekst? Jezus Christus was u toch openlijk en duidelijk voorgetekend als gekruisigd? 2 Dit wil ik alleen maar van u horen: hebt u de Geest ontvangen door de wet te onderhouden of door gelovig te luisteren? 3 Hoe kunt u zo dom zijn! U bent begonnen in de Geest, wilt u nu eindigen met het vlees? 4 Hebt u zo veel meegemaakt voor niets? Inderdaad, het zou voor niets zijn. 5 Nogmaals: Hij die u de Geest verleent en onder u machtige daden verricht, doet Hij dat omdat u de wet onderhoudt of omdat u gelovig luistert?

3, 1 Volgens de wet lasterde Jezus God voor het Sanhedrin en werd hij volgens de wet ter dood gebracht. Als ik jullie hem verkondig als gekruisigde, passeer ik de wet, die niet meer geldig is, want zijn Vader heeft hem toch opgewekt.

2 Jullie wisten van geen wet, jullie werden gelukkig en nu laten jullie je door een stelletje wettelingen opjutten.

3 Begonnen in geest, eindigen in vlees, waarin de besnijdenis! ? Zeg nou zelf !

 

2e argument: vanuit de Schrift vs 6 - 14

 

 6 Neem nu Abraham: Hij heeft God geloofd en het werd hem als gerechtigheid aangerekend. 7 U ziet dus: mensen die geloven, dat zijn kinderen van Abraham.

 

 

8 En aangezien de Schrift voorzag dat God de heidenvol­ken zou rechtvaardigen door het geloof, heeft zij aan Abraham bij voorbaat het evangelie verkondigd: In u zullen alle volken worden gezegend, 9 zodat de mensen die geloven gezegend worden, samen met Abraham, de gelovige.

10 Want alle mensen die zich op de werken van de wet verlaten, hebben een vloek op zich geladen. Er staat immers geschreven: Vervloekt is ieder die zich niet houdt aan alle voorschriften in het boek van de Wet, en ze niet volbrengt. 11 Trouwens, dat niemand door de wet bij God gerechtvaardigd wordt, is duidelijk, want: De rechtvaardige zal door het geloof leven. 12 Welnu, de wet gaat niet uit van het geloof, maar: Hij die deze dingen doet zal daardoor leven.

 

13 Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek van de wet door zelf voor ons een vloek te worden - want er staat geschreven: Vervloekt is ieder die hangt aan het hout - 14 opdat in Christus Jezus de zegen van Abraham over de heidenvolken zou komen, opdat wij de beloofde Geest zouden ontvangen door het geloof.

 

7 De Joden rekenden zich zelf automatisch tot de kinderen van Abraham vanwege hun afstamming van Abraham. Daar verzet o.a. Joh de Doper tegen (zie  Mt 3, 9). Paulus kwalificeert iemand als kind van A. als hij gelooft, niet omdat hij Jood is.

8  'de Schrift' min of meer tegenover 'de wet'; hier meer de Voorzienigheid dan Geschriften (- Profeten - Wet).

'evangelie' in oorspronkelijke betekenis: het goede nieuws.  accent op 'alle', niet alleen Joden.

9 'die geloven': die gelóven.

 

10 de clou zit in 'volbrengt', helemaal vervult; zie Hand 15,10.  Dat is onmogelijk en toch is men dan vervloekt. Maar we schieten allemaal tekort en toch is er heil.

 

 

11b kennelijk een spreuk: leven door geloof - dat is wel haalbaar, daardoor zul je wel leven. Gelóófswerken zijn wel vruchtbaar maar voorschriften alleen maar uitvoeren niet,  '… dingen doet, zal daardoor …' zegt de wet.

 

13 Jezus heeft de wet getrotseerd door volgens de wet als godslasteraar die schanddood van de wet te ondergaan en vervolgens toch te verrijzen.

14 en zo kregen wij de (vrijheids)Geest door geloof in hem.

terug naar begin

 

3e argument a: zoals bij menselijk erfrecht vs 15 - 18

 

15 Broeders en zusters, een voorbeeld uit het dagelijkse leven: ook onder de mensen kan niemand een rechts­geldig testament tenietdoen of wijzigen. 16 Nu zijn de beloften aan Abraham gedaan en aan zijn nageslacht. (Het woord staat in het enkelvoud, niet in het meer­voud: 'en aan uw nageslacht', en dat nageslacht is Christus.) 17 Ik bedoel dit: een door God bekrachtigd testament wordt niet ontkracht door de wet die vier­honderddertig jaar later is gekomen, zodat de belofte zou komen te vervallen. 18 Als de erfenis afhankelijk was van de wet, dan zou ze het niet zijn van de belofte. Maar God heeft juist door een belofte Abraham zijn genade betoond.

 

 

 

16 niet 'nakomelingen' maar 'nageslacht'. Dit is een grammaticale spitsvon­digheid van Paulus die hij gebruikt om J.C. in de lijn van Abraham te accentueren als een toppunt.

 

 

17c de belofte is nog steeds primair.

 

3e argument b: de plaats van de wet vs 19 - 25

 

19 Waartoe dient dan de wet? Die is erbij gekomen met het oog op de overtredingen, tot de komst van het nageslacht op wie de belofte betrekking heeft. Ze is uitgevaardigd door engelen door tussenkomst van een middelaar.

20 Maar een middelaar vertegenwoordigt meer dan één persoon, God echter is één. 21 Is de wet dan in strijd met de beloften van God? Dat nooit! Als er een wet gegeven was die het leven kon schenken, dan zou de gerechtigheid inderdaad voortvloeien uit de wet.  22 Maar de Schrift heeft alles opgesloten onder de zonde, zodat de belofte gegeven wordt aan hen die geloven, en wel op grond van het geloof in Jezus Christus.

23 Vóór de komst van het geloof stonden wij onder bewaking van de wet, opgesloten tot het geloof zou worden geopenbaard. 24 De wet is dus voor ons een oppasser geweest tot de komst van Christus, opdat wij gerechtvaardigd zouden worden door het geloof. 25 Maar nu het geloof is gekomen, staan wij niet langer onder de oppasser

De belofte, het testament, het verbond, is rechtsgeldig door het geloof van Abram en niet door de wet die veel later op papier is gezet.

19c De wet is via een middelaar, Mozes, gekomen maar basis is de rechtstreekse belofte aan Abram.

 

 

19a+22a De wet heeft weldegelijk zin (gehad) want door haar is duidelijk, staat zwart op wit, wat niet goed is, wat zonde is; dus benadering vanuit het negatieve: ze trekt een grens die niet overschreden mag worden (zie 6 van de 10 geboden), dus waar de dood begint. Zo geeft ze de zonde een wettelijke status. Wij vinden dat wellicht spitsvondig maar Paulus voelde dat zo. Hij moet (die visie op) de wet niet meer.

 

24 Ze is voor ons een 'kindermeisje' geweest tot Jezus kwam.

 

 

4e argument a: het effect van de doop vs 26 - 29

 

26 Want u bent allemaal kinderen van God door het geloof, in Christus Jezus. 27 Want allemaal bent u in Christus gedoopt, met Christus bekleed. 28 Er is geen Jood of Griek meer, er is geen slaaf of vrije, het is niet man en vrouw: u bent allemaal één in Christus Jezus. 29 Maar als u bij Christus hoort, dan bent u ook nageslacht van Abraham, erfgenamen overeenkomstig de belofte.

28b open vrijheid

 

29 C.J. is middelaar, niet bemiddelaar !

 

 

 

4e argument b: uitwerking en bewijs  4,1 - 7

 

4, 1 Ik bedoel dit: zolang de erfgenaam onmondig is, verschilt hij in niets van een slaaf, hoewel hij heer van alles is; 2 maar hij staat onder voogden en beheerders tot het tijdstip dat door zijn vader is bepaald. 3 Zo waren ook wij slaven zolang we onmondig waren, onderworpen aan de machten van de kosmos. 4 Maar toen de volheid van de tijd gekomen was, heeft God zijn Zoon gezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, 5 om hen die onder de wet stonden vrij te kopen, opdat wij de rang van zonen zouden krijgen.     6 En dit is het bewijs dat u zonen bent: God heeft de geest van zijn Zoon in ons hart gezonden, die roept: Abba, Vader! 7 U bent dus geen slaaf meer, maar zoon; en als u zoon bent, dan ook erfgenaam, door toedoen van God.

Door de doop zijn we met Christus bekleed en dan is er geen onderscheid meer, alleen maar eenheid in/onder dat kleed. Door hem zijn we kind van Abraham, kind van de belofte, zonder besnijdenis.

 

4, 2 'voogden' kan slaan op de Wet, de gouvernante, dus op Joden duiden; 'beheersers' kan slaan op de kosmische machten, dus op heidenen duiden; voor beide dus.

4 'onder de wet': Jezus wist wat het was; het was dus een actie van binnenuit.

6 door de doop roept de Geest in ons, hij is in ons gelegd, wat moeten wij dan nog ? Besnijden zeker !

'Abba' is het 'lievelingswoord' van Jezus !

terug naar begin

         4e argument c: moeilijke vraag vs 8 - 11

 

8 Vroeger echter, toen u God niet kende, hebt u goden gediend die geen echte goden zijn. 9 Nu echter, nu u God hebt leren kennen, of liever, door God bent gekend, hoe kunt u zich nu weer keren tot die zwakke en armzalige machten? Wilt u nogmaals hun slaven worden? 10 U houdt zich aan bepaalde dagen en maanden, tijden en jaren ...  11 Ik ben bang dat ik me tevergeefs voor u heb afgetobd.

 

8 Paulus trekt een parallel tussen die 'Joden'-actie en de slavendwang van heidengoden!

 

 

10 Willen jullie weer (heidense) slaven worden ? Aan de 'goden' overgeleverd? Al mijn moeite voor niets ? Nu wordt Paulus emotioneel en persoonlijk.

 

5e argument  persoonlijk aanspreken vs 12-20  Paulus' band met de Galaten

 

12 Word zoals ik, want ik ben aan u gelijk geworden; broeders en zusters, ik smeek u erom. U hebt mij in niets tekort gedaan. 13 U weet toch: lichamelijke ziekte was de aanleiding dat ik u indertijd het evangelie heb verkondigd, 14 en hoewel mijn toestand een beproe­ving voor u was, hebt u geen spoor van minachting of afkeer getoond. Integendeel, u hebt me opgenomen als een bode van God, als Christus Jezus zelf. 15 U prees uzelf gelukkig; wat is daarvan overgebleven? Want het is een feit: als het mogelijk was geweest, had u uw ogen uitgerukt om ze mij te geven. 16 En nu zou ik uw vijand geworden zijn omdat ik u de waarheid zei? 17 Zij ijveren voor u, maar niet met goede bedoelingen. Zij willen u van mij vervreemden opdat u ijvert voor hen. 18 Het is mooi als men altijd ijvert voor een goede zaak, maar dan ook altijd, en niet alleen als ik bij u ben. 19 Mijn kinderen, ik moet opnieuw weeën doorstaan vanwege u, totdat u de gestalte van Christus hebt aangenomen. 20 Graag zou ik op dit ogenblik bij u zijn en een andere toon tegen u aanslaan, want ik ben ten einde raad met u.

 

 

 

 

 

 

 

15 eerst waren jullie gelukkig met me en nu laten jullie me in de steek.

 

 

 

17 'zij' die onvrije 'christenen', die mij in een kwaad daglicht zetten.

 

 

 

19c 'gestalte': een woord dat meer op het wezen van iets duidt.

 

6e argument: werkelijke afstamming van Abraham 4, 21-20  Hagar en Sara

 

 

21 Zeg me, u die zo graag onder de wet wilt staan, luistert u wel naar de wet? 22 Er staat immers geschreven dat Abraham twee zonen kreeg, een van de slavin en een van de vrije vrouw. 23 Maar de zoon van de slavin werd geboren uit de kracht van de natuur, die van de vrije vrouw uit de kracht van de belofte.

24 Deze dingen zijn allegorisch bedoeld. Want de twee vrouwen zijn twee verbonden: het ene, dat van de berg Sinaï, brengt slaven voort, en dat is Hagar. 25 De Sinaï is namelijk een berg in Arabië. Zij beantwoordt aan het tegenwoordige Jeruzalem, dat immers met zijn kinderen in slavernij leeft. 26 Maar het Jeruzalem van boven is vrij en dat is ónze moeder. 27 Want er staat geschreven:

‘Verheug u, onvruchtbare, die niet baart,

jubel en juich, u die geen weeën kent.

Want de kinderen van de eenzame

zullen talrijker zijn dan de kinderen

van haar die de man heeft.’

 28 Welnu, broeders en zusters, u bent evenals Isaak kinderen van de belofte. 29  Maar zoals indertijd het kind van de natuur het kind van de geest vervolgde, zo gaat het ook nu. 30 Maar wat zegt de Schrift? Verjaag de slavin en haar zoon, want de zoon van de slavin hoort de erfenis niet te delen met de zoon van de vrije vrouw. 31 Dus broeders en zusters, wij zijn geen kinderen van een slavin, maar van de vrije vrouw.

Paulus maakt een onverwachte vergelijking die alleen maar spreekt voor hen die zijn gedachtegang volgen. Je kunt het geen bewijs noemen. Hij zegt dat de belofte meer is dan de Wet. Wet staat voor starheid en belofte voor Leven. Isaak is zoon van de belofte en staat dus ook voor de onbesneden christenen, i.c. de Galaten. Hagar is tegenhanger van Isaak en wordt dan voor de 'wettelijken' neergezet.

 

24-26 Wet - Belofte is parallel met Sinaï - Jeruzalem-van-boven, zo ook het tegenwoordige Jeruzalem en het vrije Jeruzalem. Zie ook slotcouplet ps 24.

Het 'tegenwoordige' in dit vers staat ook in 1,4. Paulus moet van dat Jerusalem niet veel meer hebben. Het centrum voor de Christenen is nu Antiochië.

 

Een belofte-tekst van Jesaja 54, 1

 

 

 

 

 

29 tekst van Gen 21, 9  Ismaël lachte eens en Sara kon dat niet hebben (Isaak = 'moge hij lachen'!) en eiste vertrek van Hagar met Ismaël. Zie het hele verhaal van Gen 21

Laat je niet vervolgen maar

30 gooi die slavin, d.w.z. die wettelijken, er uit volgens de Schrift! 'Schrift', niet 'wet', dus de Toratekst, Gen 21, 10

 

Ondanks de mooie vergelijking slaat Paulus over dat Isaak, laat gekregen - volgens belofte, pas kwam nadat Abram zich had laten besnijden. Dat lijkt me een complicatie.

terug naar begin

 

Aansporingen  5, 1  -  6, 10   Vrijheid in Christus   

 

Als besnedene de hele wet accepteren: 5, 1 - 12

 

5, 1 Voor die vrijheid heeft Christus ons vrijgemaakt. Houd dus stand en laat u niet opnieuw het slavenjuk opleggen. 2  Let op mijn woorden. Ik, Paulus, zeg u: als u zich laat besnijden, zal Christus u niets baten. 3 Nogmaals verzeker ik ieder die zich laat besnijden, dat hij verplicht is de hele wet te onderhouden. 4 Als u door de wet gerechtvaardigd wilt worden, hebt u met Chris­tus gebroken; dan hebt u de genade verbeurd. 5 Want wij verwachten door de Geest de verhoopte gerechtig­heid van het geloof. 6 Want in Christus Jezus is niet de besnijdenis of de onbesnedenheid van belang, maar het geloof dat werkzaam is door de liefde.

7 U was zo goed op weg. Wie heeft u verhinderd naar de waarheid te blijven luisteren? 8 Die ingeving kwam niet van Hem die u roept. 9 'Een beetje zuurdesem maakt het hele deeg zuur.' 10 Ik vertrouw op u in de Heer, dat u er niet anders over denkt. Maar degene die u in verwarring brengt zal het vonnis moeten ondergaan, wie het ook is. 11 Wat mij betreft, broeders en zusters, als ik de besnijdenis nog verkondig, waarom word ik dan nog vervolgd? Dan is het immers afgelopen met de ergernis van het kruis. 12 Zij moesten zich meteen maar laten ontmannen, die opruiers!

vs 1 - 6 Als je je laat besnijden, moet je de hele Wet accepteren en heb je niets meer aan Jezus Christus, die ons juist vrij heeft gemaakt van de dwang van de Wet en vrij voor de Geest, door Wie wij de verhoopte gerechtigheid verwachten, door Wie wij te-recht zijn.

 

 

 

 

 

 

 

vs 7 -12 een beetje dreigen.

 

9 Wij zeggen: "Eén rotte appel in de mand …

 

 

 

11 Als ik de besnijdenis verkondig (als zijnde noodzakelijk), was ik ook van het kruis af, dat me achtervolgt, dat  me niet met rust laat.

12 Dat is mannentaal, in Cybele-stijl.

 

Tegen misbruik - vóór de Geest vs 13 - 24  Algemene vermaning

 

13 Broeders en zusters, u werd geroepen tot vrijheid. Alleen, misbruik de vrijheid niet als een voorwendsel voor een zondig leven, maar dien elkaar door de liefde. 14 Want de hele wet is vervat in dit ene woord: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. 15 Maar als u elkaar blijft bijten en verscheuren, vrees ik dat u elkaar nog eens zult ombrengen.

16 Ik bedoel dit: leef volgens de Geest, dan zult u niet toegeven aan uw zondige begeerte. 17 Want de zondige natuur begeert tegen de Geest in en de Geest tegen de zondige natuur in, want ze zijn elkaars tegenstanders, zodat u juist niet doet wat u zou willen doen. 18 Maar als u zich door de Geest laat leiden, staat u niet onder de wet.

19 De uitingen van een zondig leven zijn bekend, zoals ontucht, onreinheid, losbandigheid, 20 afgodendienst, toverij, vijandschap, twist, afgunst, woede, intriges, ruzies, partijdigheid, 21 jaloersheden, drinkgelagen, orgieën en dergelijke dingen meer. Ik waarschuw u zoals ik u al eerder gewaarschuwd heb: wie zich zo misdragen, zullen het koninkrijk van God niet erven.

22 Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, vertrouwen, 23 zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Tegen zulke dingen richt de wet zich niet. 24 Zij die Christus Jezus toebehoren, hebben de zondige natuur gekruisigd, met zijn hartstochten en begeerten.

13 Een waarschuwing: je kunt onze vrijheid ook misbruiken; liefde is het criterium voorgoed gebruik want uw naaste liefhebben omvat de hele wet.

 

15 Kennelijk hadden  ze ruzie onder elkaar. Over de besnijdenis? Of is dit een algemene waarschuwing?

 

 

 

 

 

 

18 dan bent u vrij, en goed bezig.

 

19vv daar gaat de wet over: dat mag allemaal niet, dus een benadering vanuit het negatieve (zie 3,22).

 

 

 

 

 

22vv de Geest produceert iets positiefs, in vrijheid en creativiteit. De wet spreekt daar niet over; daar kan überhaupt geen (enkele) wetsformule tegenop.

 

24 hebben de negatieve benadering aan de schandpaal genageld

 

Diversen over gedrag  5, 25  -  6, 11

 

25 Als wij leven door de Geest, laten we ons dan ook gedragen volgens de Geest. 26 We moeten niet verwaand zijn en elkaar niet voortdurend uitdagen en benijden.

6, 1 Broeders en zusters, als iemand op een misstap betrapt wordt, moet u, geestelijke mensen, zo iemand in een geest van zachtmoedigheid overeind helpen; let erop dat u niet ook zelf in verleiding komt. 2 Help elkaars lasten te dragen; op die manier zult u de wet van Christus vervullen. 3 Want wie meent iets te betekenen, terwijl hij niets is, bedriegt zichzelf. 4 Laat ieder zijn eigen gedrag onderzoeken, dan zal hij zijn roem wel vóór zich houden en er zijn naaste niet mee lastig vallen; 5 want ieder heeft zijn eigen vracht te dragen.

6 Wie onderricht ontvangt in het woord van God, moet zijn leermeester laten delen in alle goeds dat hij bezit. 7 Maak u niets wijs: God laat niet met zich spotten. Wat een mens zaait zal hij ook oogsten. 8 Wie zaait op de akker van zijn zondige natuur, zal van die natuur verderf oogsten; wie zaait op de akker van de Geest, zal van de Geest eeuwig leven oogsten. 9 Laten we onophoudelijk goed doen; want als we de moed niet opgeven, zullen we te zijner tijd de oogst binnenhalen. 10 Laten we dus, zolang we tijd hebben, goed zijn voor allen, maar vooral voor onze geloofsgenoten.

De Romeinenbrief maakt zich ook sterk over de Geest; die lezen we nog.

 

 

6, 1 Bij Mt spreekt Jezus over eerst onder vier ogen iemand terecht wijzen.

'geestelijke mensen': beetje moeilijk te vertalen. Bedoeld is mensen van de goede Geest.

terug naar begin

Afsluiting  6, 11 - 18

 

11 Zie met wat voor grote letters ik u nu eigenhandig heb geschreven. 12 De lieden die zo graag in menselijk opzicht een goed figuur willen slaan, trachten u alleen maar de besnijdenis op te dringen om niet vervolgd te worden vanwege het kruis van Christus. 13 Want die besnedenen onderhouden zelf niet eens de wet, maar willen wel dat u zich laat besnijden, om daarop trots te kunnen zijn.

14 Wat mij betreft: ik denk er niet aan mij op iets anders te beroemen dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus, waardoor de wereld voor mij gekruisigd is en ik voor de wereld gekruisigd ben. 15 Het gaat niet om besnijdenis of onbesnedenheid, maar om de nieuwe schepping. 16 Laat vrede en barmhartigheid komen over allen die naar dit beginsel leven, en over het Israël van God! 17 Laat voortaan niemand het mij lastig maken, want ik draag de merktekens van Jezus in mijn lichaam.

18 Broeders en zusters, de genade van onze Heer Jezus Christus zij met uw geest. Amen.

 

11 Paulus dicteerde zijn brieven kennelijk. Vaker schrijft hij de laatste worden zelf.

 

12b achtervolgd worden door het kruis (zoals Paulus in vs 5, 11 aangeeft), houdt een persoonlijke bekentenis/bekering in en da's veuls te moelijk voor die lui.

 

 

14 Nu heeft Paulus het niet meer over achtervolgd worden door het kruis maar hij beroemt zich erop.

 

15 Hij maakt zich vrij van het kader inzake besnijdenis en hanteert een nieuw gedachtekader: het gaat om nieuwe schepping.

 

17 'merktekens' duidt wellicht op de littekens van b.v. de geselslagen die hij heeft ondergaan.

 

18 De kortste slotzin met zegenwens van zijn brieven.

 

 

Het zal  wel duidelijk zijn geworden waarom ik deze brief heb gekozen: het is de vrijheidsbrief. Zonder vrijheid geen schepping - creatie - creativiteit.

Ik weet niet meer welk commentaar ik hier heb gebruikt - überhaupt, het meeste is niet van mezelf. Ik geef door wat ik zelf heb geleerd.

terug naar begin

e-mailadres

En dit is dan het einde van de beroemde bijbelkoers - dachten we toen -

 

in de beroemde parochie

 

in een berucht dorp

 

in de hedendaagse slechte wereld.

 

 

Waarvoor dank gebracht

 

aan de Geest                 en de Zoon                           en de Vader

om het samen be-leven van het goede nieuws van Zijn trouw en gerechtigheid en mededogen.

 

Epe, 29 april 1997, feest van Catarina van Siëna, maagd en kerklerares. De tekst is tijdens de tweede bijbelkoersloop verbeterd en vastgelegd op 18 mei 1998 en nog eens voor de internet-versie in september 2002.

Verder naar Romeinen

© 2000 -2003 P.Goris Epe