13 Brieven algemeen
1 Welke brieven ?
1 Welke brieven ?
Het beste te zien in het bijbelpanorama (en onder 'De Boeken' 2 Nieuw Testament). Het gaat om 10 brieven van Paulus kort bij elkaar, drie brieven van Paulus van later datum (90), drie brieven van Johannes (de presbyter), een brief van Jacobus, een van Petrus, een van Judas en nog een van Petrus die veel op Judas lijkt. De 'brief' aan de Hebreeën is eigenlijk geen brief (wel erg mooi en niet van Paulus). De brieven van Paulus vormen een aparte groep; ze dragen een duidelijk stempel van de auteur. De niet-Paulusbrieven worden wel de 'katholieke' (= algemene !) genoemd.
Belangrijk is te constateren dat die tien van Paulus zijn geschreven voordat de evangeliën op schrift stonden; zie het bijbelpanorama onder de jaartallen 45 - 50 'de geloofsbelijdenissen' en onder 60 - 65 'schriftelijke bundeling' Mc 4 en 13. Na die brieven komt pas het Marcus-evangelie als eerste.
De volgorde van de brieven zoals ze in de bijbel staan is geen historische volgorde. Van verscheidene brieven is de schrijf-/ontstaansdatum niet goed na te gaan. Dat de Romeinenbrief vooraan staat is net als bij het evangelie van Matteüs waarschijnlijk om haar belangrijkheid aan te geven: het is een soort standaardwerk.
is in de stijl van die tijd nl. de hellenistische: van … aan - inhoud - slot. Veel sterker dan bij ons hoort dit slot bij de brief. Maar zeker in die van Paulus vind je een uitgebreid begin naar Joodse traditie:
- van ... aan
- dankzegging
- inleiding
- onderwerp
- slot + zegenwens
Als je het begin van Fil en 1 en 2Tes (dus de brief aan de Filippenzen en de 1e en de 2e brief aan de Thessalonicenzen) vergelijkt met dat van Jak, zie je hoe enthousiast de joodse stijl van Paulus is vergeleken met de hellenistische stijl van Jakobus. Na de openingsgroet, het votum ('Genade zij u ...' enz. of soortgelijke bewoording), volgt een dankzegging en dan een inleiding. Bij Ef lijkt die dankzegging te ontbreken maar ze volgt na de 'Christushymne', die net als bij Kol een oud stuk liturgisch materiaal is, een kerklied, dat in een brief wordt aangehaald - misschien om het te verspreiden; de brieven werden nl. gekopieerd en ook wel naar andere gemeenten doorgestuurd. Het slot is doorgaans persoonlijk.
Ze zijn oer-christelijk, uit de tijd van het oer-christendom, mondeling missiewerk. Ook al zijn ze geschreven, ze werden voorgelezen in de bijeenkomst en zodoende hebben ze 'geklonken', hetgeen -m.i.- een belangrijk verkondigingaspect is. Een preek moet klinken en gehoord worden in een verzameling van mensen, dan functioneert ze. Zo ook de brieven.
De inhoud bestaat uit bemoedigingen, aansporingen tot goed gedrag, leerstukken, getuigenissen van de auteur zelf en bovengenoemd (liturgisch) oer-materiaal.
De vraag over de authenticiteit speelt hier ook. Je zou misschien verwachten dat die vraag nauwelijks ter zake is, omdat het gaat om één auteur - die zijn gedachten zelf heeft opgeschreven - en niet om gemeenschapsgoed zoals bij de evangelies. Maar de originele teksten zijn weg, ze zijn overgeschreven - direct van het origineel en indirect d.w.z. kopie van een kopie - en het is mogelijk dat op en of andere manier brieven samen zijn gevoegd of niet origineel overgeschreven. Dus - zoals de teksten nu voor ons liggen - hoeven ze niet in oorspronkelijke vorm te zijn.
Voor de inhoud geldt
hetzelfde als bij de evangelies: de jonge Kerk heeft de brieven bewaard als
gezagvolle en inspirerende documenten (de latere tekst van het N.T.), die
algemeen bekend waren zodat 'vervalsing' zou opvallen. We zijn geneigd om te
denken dat gemeenschapsgoed dat mondeling wordt doorgegeven, kwetsbaar is voor
vervorming bij het doorgeven. Het verhaal dat van persoon naar persoon wordt
doorgegeven verandert immers - denk maar aan de
geruchten tijdens de oorlog. Maar het doorgeven van evangelisch/bijbels goed
was geen doorgeven van persoon naar persoon maar van gemeenschap naar
gemeenschap; het doorvertellen stond dus onder 'sociale controle'.
Toch is er ook sprake van een stroming, een school, die zich op een gezagvolle persoon beroept. De brief van Petrus -zeker 2Pe - is geschreven toen hij allang dood was. Ze zal ontstaan zijn onder een 'petrus-fanclub'. De brief van Jakobus is meer "een verzameling van losse spreuken en vermaningen zoals men die ook aantreft in de joodse wijsheidsliteratuur". Dan ga je denken dat een aantal gevleugelde woorden in de gemeenschap in Jerusalem op papier verzameld zijn en later naar anderen gestuurd met 'Jakobus, de broeder van de Heer' als stempel, hoewel hij ze niet geschreven, of zelfs gedicteerd hoeft te hebben. Ze komen gewoon uit die hoek.
vormen de grote hoop. We zullen er één van lezen nl. die aan de Galaten, de 'vrijheidsbrief' - vind ik. Daarin ook onderwerpen die in de Romeinenbrief ter sprake komen maar dat wisten we toen nog niet.
Omwille van een beetje achtergrond volgt hier een tijdsschema van Paulus' wederwaardigheden. Het beste is natuurlijk de Handelingen te lezen vanaf - laten we zeggen - 12, 25. Dan is hij al geaccepteerd als 'zendeling' (= apostel). Al lezende leer je Paulus kennen. De onderstaande jaartallen zijn deels uit Hand en Gal afgeleid, iets anders dan de chronische tabel van de Willibrord.
|
bekering - actief in Damascus |
33/34 |
Hand 9 |
|
vlucht uit Damascus - 1e keer in Jerusalem, bij Petrus |
35/36 |
Hand 9, 26vv en Galaten 1, 18vv |
|
Teruggetrokken in Tarsus dan in Antiochië |
tot 43 |
|
|
1e kleine reis Cyprus - Kl. Azië |
tussen 45 - 48 |
Hand 13 - 14 |
|
concilie in Jerusalem over besnijdenis |
48/49 |
Gal 2, 1-21 en Hand 15, 5-29 |
|
2e reis Kl.Azië - Macedonië - Griekenland - in Korinte |
50 - 52 |
|
|
3e reis idem naar Jerusalem |
53 -56 |
|
|
ruzie met Joden, gevangene in Caesarea |
58 - 60 |
Hand 18, 22vv |
|
beroep op de keizer om ruzie, naar Rome, schipbreuk |
60 |
|
|
in Rome onder bewaking |
61 - 63 |
|
Na Rome zijn we zijn spoor bijster. Redelijkerwijs is zijn beroep op de keizer goed afgelopen. Of Paulus toen nog is teruggegaan, is onbekend. Er is nog een traditie dat Paulus vanuit Rome naar Spanje wilde maar die is onzeker en zover bekend is het er niet van gekomen. Zijn marteldood te Rome wordt -volgens de inleiding op de brieven van Paulus in de nieuwe Willibrord- voldoende door niet-bijbelse bronnen bevestigd, o.a. in een brief van paus Clemens 1.
Een
thema dat Paulus in zijn hoofd heeft is wat hij aan moet met de wet. De Tora is
de Wet voor de Jood, ook voor Paulus. Die is heilig en ook Jezus zei daaraan
niets te veranderen. Tora betreft een algemene levenshouding, mentaliteit, die
de Jood zich eigen wil maken, waarmee hij het Verbond beleeft. Daarnaast zijn er geboden, wetsblokken, die onderdeel van de Tora zijn. Maar die
geboden waren regeltjes geworden. Je moet de Tora bestuderen om te leren wát je
moet doen, om die levenshouding in te vullen, om de 'Tora te doen', maar als je
van die geboden artikelen maakt die niet meer in de geest van de Wet ademen,
als je haar verlaagt tot rituele voorschriften die lastig zijn i.p.v. liefde,
dan maak je de
Wet
tot een last.
Petrus zegt in Hand 15, 10v : "Waarom wilt u dan nu God uitdagen om op de nek van de leerlingen (uit de heidenen) een juk te leggen dat onze voorvaderen noch wijzelf konden verdragen? Nee het is door de genade van de heer Jezus dat wij geloven gered te worden, even goed als zij."
Het was moeilijk al die voorschriften na te komen en ze ademen niet in de geest van het 1e en 2e gebod, ook niet in de geest van de belofte aan Abraham. We zien dat in de Galatenbrief en ook in Romeinen, waarin hij ook zit met zijn vroegere geloofsgenoten, aan wie de belofte gegeven was.
Vaak denk je "Paulus, klets nou niet zo veel; zeg gewoon waar het op staat. Waarom zo uitgebreid doorredeneren en je het moeilijk maken?" Vergeet niet dat hij uit de Joodse school komt waar hij heeft geleerd veel te disputeren en casuïstiek erbij hoorde - ja, maar als nu dit geval aan de hand is en als nu dat geval zich voor doet en als ze nu dat zeggen. Dat houdt hij toch. Het positieve ervan is dat veel argumenten aandacht krijgen, dat je er mee bezig bent en zo leert. Het negatieve is dat spitsvondigheid kan overheersen.
Als bladvulling een van de z.g. Papyri Oxyrhynchos, stukjes papier met bijbelteksten. Hier een met de eerste verzen tekst uit het 1e hoofdstuk van de Romeinenbrief. Als je weet hoe de letter 'p' in het grieks (p, pi) en de 'l' (l, lambda) eruit zien, kun je het laatste woord op de 1e regel lezen: apostolos. Het dateert uit de 4e eeuw; Oxyrhynchos ligt in Egypte. Die papyri zijn gevonden in het begin van de 20e eeuw.

14 De brief aan de Galaten
1 indeling
2 de tekst
1 Indeling
|
1, 1-5 |
|
|
|
1, 6-13 |
|
|
|
1, 13 - 2,14 |
hoe hij apostel werd: van J.C. zelf! incident in Antiochië: P is onafhankelijk |
1, 13-24 2, 1-10 2, 11-14 |
|
2, 15-21 |
het probleem: waar gaat het om ? |
|
|
3, 1 - 4,31 |
1e de ervaringen van de Galaten zelf 2e vanuit de Schrift (O.T!) 3e vanuit menselijk erfrecht, plaats van de Wet 4e effect van de doop uitwerking en bewijs moeilijke vraag 5e persoonlijk aanspreken 6e de echte afstammelingen v. Abr. |
3, 1-5 3, 6-14 3, 15-18 3, 19-25 3, 26-29 4, 1-7 4, 8-11 4, 12-20 4, 21-31 |
|
5, 1 - 6,10 |
als besnede de hele wet accepteren ! tegen misbruik - vóór de Geest |
5, 1-12 5, 13-24 5, 25 - 6,10 |
|
6, 11-18 |
|
En ik weet weer niet meer welk commentaar deze indeling hanteert.
De Galatenbrief is waarschijnlijk in ca 55 geschreven op het eind van de laatste reis, dus na het concilie in Jerusalem.
Vraag: enig idee waarom bij het 2e argument O.T. met een uitroeptekenstaat ?
2 De tekst volgen
Groet 1, 1-5 Schrijver, lezers, groet
|
Ik, Paulus, apostel, niet vanwege mensen
en ook niet door een mens, maar door Jezus Christus en God de Vader die Hem
uit de dood heeft opgewekt, 2 en alle broeders die bij mij zijn, aan
de gemeenten van Galatië: 3 genade voor u en vrede vanwege God
onze Vader en de Heer Jezus Christus, 4 die zich heeft gegeven voor onze
zonden, om ons te ontrukken aan de tegenwoordige slechte wereld, volgens de
wil van onze God en Vader, 5 aan wie de heerlijkheid zij tot in
alle eeuwigheid. Amen. |
1 'Ik, Paulus …' de andere brieven beginnen met 'Van Paulus, …' en vervolgens claimt hij zijn apostel zijn als rechtstreeks van J.C. en de Vader ontvangen. Hij gaat dus meteen op zijn strepen staan: er is iets aan de hand. 2 'en alle broeders die bij mij zijn'. Bij de andere brieven noemt hij soms namen van een of twee kameraden maar nu zijn het meer: hij plaatst nog meer gezag achter zijn brief dan anders. 'aan de gemeenten van Galatië': soort rondzendbrief 3 Paulus gaat hen wel op hun donder geven maar de heilsgroet hoort erbij, het gaat het immers om heil. 4 'de tegenwoordige slechte wereld': de wereld van het niet-geloof, waarin men onder de macht van de/het boze, van de uitzichtloosheid staat, van de niks-heid. Als je een beetje Galaat bent, zie je de bui al hangen: jullie sufferds solliciteren daar weer naar. 5 'aan wie de heerlijkheid'. Een typisch joodse toevoeging, zegenspreuk, die vaak voor komt. De Islamiet doet ook zo. |
|
6 Ik sta er verbaasd over dat u zo
spoedig afvalt van hem die u riep tot de genade van Christus, en overgaat
naar een ander evangelie; 7
maar er ís geen ander, er zijn alleen maar lieden die u verontrusten en het
evangelie van Christus willen verdraaien. 8 Maar al zouden wijzelf of een
engel uit de hemel u een ander evangelie verkondigen dan het evangelie dat
wij u verkondigd hebben: hij zij vervloekt! 9 Wat
wij vroeger hebben gezegd zeg ik nu opnieuw: als iemand u een ander evangelie
verkondigt dan u ontvangen hebt: hij zij vervloekt!
10 Tracht ik nu de mensen te winnen of God? Zoek ik soms de gunst van de
mensen? Als ik die zocht, zou ik geen dienaar van Christus zijn. 11 Ik verzeker u, broeders en zusters,
het evangelie dat door mij is verkondigd, is niet door mensen uitgedacht. 12
Want ook ik heb het niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door een
openbaring van Jezus Christus. |
6 De gebruikelijke dankzegging en smeekbede ontbreekt. Hij krijgt het niet uit zijn mond of kan zich niet inhouden: er zit hem iets hoog. Nog zegt hij heel netjes 'Ik sta verbaasd': 7 er is maar één evangelie, nl. dat wat ik jullie verkondigd heb 8 en als iemand -ook ik, zelfs een engel - iets anders verkondigt: vervloekt ! 10 Vermoedelijk een argument van zijn tegenstanders nl. dat Paulus zieltjes wint door het hen niet te belasten met de (Joodse) besnijdenis. Dat voorkwam natuurlijk een ongemak, dat christenen uit de Joden wél hadden ondergaan in hun joodse traditie, en dus moesten anderen er ook aan/in geloven, en Paulus moet niet slijmen. Maar Paulus stelt zich te weer: 'vind je nu dat ik slijm, de gunst van de mensen zoek? Dan was ik geen waarachtig dienaar van J.C. 11 Mijn evangelie is goed, want het komt van boven (en daar staat niets in over besnijdenis, die nu niet meer wezenlijk is; 't mag wel maar hoeft niet). 12 ik ga
jullie vertellen hoe dat is gegaan: |
![]()
Het verhaal van Paulus 1, 13 - 2, 14 Voorvallen uit Paulus' leven
|
13 U hebt toch gehoord hoe ik vroeger als Jood geleefd heb: hoe ik
de kerk van God fel vervolgde en haar trachtte uit te roeien; 14 en hoever ik
het gebracht heb in de Joodse godsdienst, vele leeftijdgenoten onder mijn
volk overtreffend in mijn grenzeloze ijver voor de overleveringen van mijn
voorouders. 15 Maar toen God, die mij had uitgekozen, nog in mijn
moeders schoot, en die mij heeft geroepen door zijn genade, 16 besloot zijn
Zoon aan mij te openbaren om Hem onder de heidenvolken te verkondigen, toen
ben ik aanstonds, zonder een mens te raadplegen, 17 zonder
naar Jeruzalem te gaan, naar hen die eerder apostel waren dan ik,
vertrokken naar Arabië en vandaar naar Damascus teruggekeerd. 18 Pas drie jaar later ben ik naar Jeruzalem gegaan om met Kefas kennis te maken, en ik ben veertien
dagen bij hem gebleven. 19 Van de andere apostelen heb ik niemand gezien,
behalve Jakobus, de broer van de Heer. 20 Ik schrijf u de zuivere waarheid.
God is mijn getuige. 21 Daarna ben ik naar het gebied van
Syrië en Cilicië gegaan, 22 zonder dat de
christengemeenten van Judea mij persoonlijk hadden leren kennen. 23 Zij
wisten alleen van horen zeggen: degene die ons vroeger vervolgde, verkondigt
nu het geloof dat hij vroeger wilde uitroeien. 24 En zij verheerlijkten God
om mij. 2, 1 Daarna, na
verloop van veertien jaar, ben ik weer naar Jeruzalem gegaan, samen
met Barnabas, en ik heb ook Titus meegenomen. 2 Ik ging op grond van een
openbaring. En ik heb aan hen het evangelie voorgelegd dat ik aan de
heidenvolken verkondig, aan hen, dat wil zeggen: in besloten kring aan de
mannen van aanzien. Ik wilde er zeker van zijn dat ik niet voor niets werk of
had gewerkt. 3 Maar zelfs mijn metgezel Titus, een Griek, werd niet gedwongen
om zich te laten besnijden. 4 Maar wegens het feit dat er valse broeders
binnengedrongen waren, die onze vrijheid wilden bespieden, die wij hebben in
Christus Jezus, om ons in slavernij te brengen ... 5 Maar wij zijn geen moment voor hun
druk opzij gegaan, om de waarheid van het evangelie bij u behouden te laten
blijven. 6 Maar de mannen van aanzien - hoe belangrijk zij
precies waren interesseert mij niet, voor God telt menselijk aanzien niet -
hoe dan ook, mij hebben de mannen van aanzien niets opgelegd. 7
Integendeel, omdat zij inzagen dat aan mij het evangelie voor de onbesnedenen
was toevertrouwd, zoals dat voor de besnedenen aan Petrus 8 - want Hij die
Petrus kracht had gegeven voor de zending onder de besnedenen had mij kracht
gegeven voor de heidenvolken - 9 en omdat zij de
mij gegeven genade hadden erkend, hebben zij, Jakobus en Kefas en Johannes,
de mannen van aanzien die als steunpilaren gelden, mij en Barnabas de hand
der gemeenschap gereikt: wij zouden naar de heidenen gaan en zij naar de besnedenen. 10 Wij moesten
alleen de armen gedenken, en ik heb daarvoor dan ook mijn best gedaan. 11 Maar toen Kefas in Antiochië gekomen was, heb ik hem openlijk de waarheid gezegd,
want hij bleek schuldig. 12 Immers, voordat sommige mensen van Jakobus
gekomen waren, at hij altijd samen met de heidenen, maar toen zij gekomen
waren, begon hij zich terug te trekken en afzijdig te houden, bang voor de
mannen van de besnijdenis. 13 En ook de andere Joden waren net zo
huichelachtig als hij, zodat zelfs Barnabas zich door hun huichelarij liet
meeslepen. 14 Maar toen ik zag dat zij niet recht op de waarheid van het
evangelie afgingen, zei ik tegen Kefas waar ze allemaal bij waren: 'Als jij, een geboren Jood, leeft als een heiden en niet als een
Jood, hoe kun je dan de heidenen dwingen om te leven als Joden? |
14 'overleveringen van mijn voorouders'. Hij heeft een gedegen opleiding gekregen, ijveraar voor De Wet, aan de voeten van Gamaliël (Hand 5,34). 15 'nog in mijn moeders schoot'. Zo werden profeten geroepen: Paulus claimt! 16 net als aan Petrus e.a. is Jezus als Verrezene aan Paulus verschenen. 17 'naar Jerusalem te' Volgens Hand 9 is hij wel vrij snel naar Jerusalem gegaan en bij de apostelen gebracht. Heeft hij daar iets geleerd waarin hij nog niet onderricht was in Antiochië ? Wel staat in Hand 9 dat hij er al gauw in de synagoge ging verkondigen dat Jezus de Messias was. Dat doorbrekend inzicht was hem overkomen. Dat was (toen) genoeg, want de Wet gold nog steeds. Uit dat basisgegeven dat Jezus dé man was, die visie op Wet en Profeten, is de geloofsleer/-praxis gevormd en geformuleerd. Paulus beroept zich in vss 16 en 17 op rechtstreekse openbaring en roeping. Het lijkt erop dat hij vaker ingevingen, 'visioenen', had. Hij schrijft als eerste over de preëxistente Christus, dus diens bestaan 'in de schoot van de Vader' vòòr zijn bestaan op aarde: "Hij die (reeds) bestond in goddelijke majesteit … is als mens verschenen" (Fil 2,6a.7c een hymne uit de oude liturgie.). Heeft hij dat gezien? 18 Dit 'drie jaar' wordt gebruikt om jaartallen in Paulus te bepalen; ik hou het liever op getallensymboliek: een lange periode waarin een beslissing wordt bereikt. '14 dagen' zij dan een korte periode van een opgaande lijn (zie Mt 1,17 en/of getallensymboliek onder getal 7 ). God werd verheerlijkt, niet Paulus. Joodse zienswijze. 2, 1 'veertien jaar': zie als boven onder getallensymboliek. 2 Hij wilde horen dat zijn ('heidense') bekeerlingen er net zo goed bij hoorden als de Christenen-uit-de-Joden. 3 Zelfs de assistent hoefde niet, dus zeker de 'gewonen' niet. 4 'valse broeders' die kennelijk Paulus onderuit wilden halen door te stellen dat hij geen traditie-band had met het Christen-Jeruzalem, dus 2e rangs was en/of ontrouw aan de wet. Hand 15, 7 spreekt van "Enkele gelovigen afkomstig uit de farizese partij …" die besnijdenis eisen en "dat ze zich aan de wet van Mozes moesten houden". 'die onze vrijheid wilden bespieden, die wij hebben in C.J. … ' hoor je hem vloeken bij die puntjes ? 'Vrijheid' - 'slavernij': de wet van het evangelie - de wet van de Joden (hun Tora-invulling). Hét onderwerp van Paulus. Het moet te maken hebben met zijn bekering van bekrompen drammer naar authentieke vrijheidsbeleving. Hij is er vol van. Die bevrijding uit de wetsdwang moet voor Paulus (e.a.!) kennelijk enorm zijn. 6 als die mannen van aanzien niets opleggen, wie dan wel? 7 'zoals aan Petrus voor de besnedenen'. Dat klopt niet helemaal.
Petrus heeft o.a. in
een visioen meegekregen dat voor de 'heidenen' net zo goed bekering ten leven
gold, zie Hand 10 en 11. 11 Antiochië werd het nieuwe centrum i.p.v. Jeruzalem. Paulus houdt ook tegen Petrus in de waarheid (vs 5) staande. 12 'sommige mensen van Jacobus' nl. uit Jerusalem, de strengen, wij zouden zeggen drammers, die vonden dat besnijdenis nodig was, terwijl Jacobus dat niet vond (Hand 15, 19) 14 ' ... geboren Jood, leeft als een heiden ... nl. toen die Christenen uit de Joden er nog niet bij waren. 'de heidenen dwingen'. Door te doen alsof de 'heidenen' niet goed
genoeg waren zette Petrus hen te kijk als tweederangs. |
![]()
|
15 Zeker, wij zijn van geboorte Joden,
geen zondaars uit de heidenen. 16 Aangezien wij weten dat de mens niet
gerechtvaardigd wordt door de werken van de wet, maar alleen door het geloof
in Jezus Christus, zijn ook wij in Christus Jezus gaan geloven, om
gerechtvaardigd te worden door het geloof in Christus en niet door de werken
van de wet, want door de werken van de wet zal geen mens gerechtvaardigd
worden. 17 Als wij nu, door onze gerechtigheid te zoeken bij Christus, ook
zelf zondaars bleken te zijn, betekent dit dan dat Christus in dienst staat
van de zonde? Dat nooit! 18 Maar als ik weer opbouw wat ik heb afgebroken,
maak ik mezelf tot overtreder. |
15 '… van geboorte Jood, geen zondaars ...' Het leek dat wij als Jood wel goed zaten, maar nu met J.C. blijkt dat we niet gerechtvaardigd worden door wetsopdrachten/-regels (koud) uit te voeren. Daarvoor is ons hart nodig. 'geloof in J.C.'- 'in C.J. gaan geloven'. In sommige handschriften is die volgorde omgedraaid. Maar 'C.J.' is typisch Paulus. 17 Dus wij waren net zo goed zondaars (omdat de wet onvoldoende is) en niks beter dan 'heidenen'. Is dat niet gek ? ' … Christus in dienst staat van de zonde?' Dit soort dispuutachtig doordenken doet Paulus vaak. De veronderstelling is dat Jezus in dienst van de zonde staat omdat Paulus c.s. vinden dat zij eigenlijk zondaars (nl. tegen geloof) zijn. Flauwe kul. Als dat tegen Paulus werd gehanteerd, lijkt me dat |
|
19 Want staande onder de wet ben ik
gestorven voor de wet, om te leven voor God. Met Christus ben ik gekruisigd.
20 Ikzelf leef niet meer, Christus leeft in mij. Mijn sterfelijk leven is een
leven in het geloof in de Zoon van God, die mij
heeft liefgehad en zichzelf heeft overgeleverd voor mij. 21 Ik doe de genade van God niet teniet: als de wet ons kon rechtvaardigen, dan zou Christus voor niets gestorven zijn.' |
inderdaad erg zielig. 19 Want ik volgde die benauwende wet maar heb haar nu afgezworen, ik ben er dood voor, en ben nu zo vrij dat 20 'Ik zelf niet meer leef, Christus leeft in mij.' Astublieft. Zo iets kun je alleen maar zeggen -dacht ik- in vrije keuze, een vrije ervaring, overgave. Paulus lijkt mij meer mysticus dan onderrichter. Voor mij het hoogtepunt uit de brief. 21 'Als de wet … ' Met 'de wet' bedoeld wordt het levenloos uitvoeren van de regels. Jezus zei dat de mens er is niet voor de sjabbat maar andersom. Dus die haarkloverij hoe ver je op Sjabbat mag lopen of je kalf uit de put mag halen of je mag genezen enz. verkracht de bedoeling van de sjabbat. 'genade' blijkt uit de ('schande')dood van Jezus, want des ondanks is hij opgewekt door God en heeft hij zich getoond als Verrezene; genade blijkt niet uit de wet! Die sukkels ! |
![]()
Argumenten 3,1 - 4, 31 Bewijsvoering: wet en geloof
1e argument: de ervaringen van de Galaten zelf vs 1 - 5
|
3, 1 Domme Galaten, wie heeft u behekst? Jezus Christus was u toch openlijk en duidelijk voorgetekend als gekruisigd? 2 Dit wil ik alleen maar van u horen: hebt u de Geest ontvangen door de wet te onderhouden of door gelovig te luisteren? 3 Hoe kunt u zo dom zijn! U bent begonnen in de Geest, wilt u nu eindigen met het vlees? 4 Hebt u zo veel meegemaakt voor niets? Inderdaad, het zou voor niets zijn. 5 Nogmaals: Hij die u de Geest verleent en onder u machtige daden verricht, doet Hij dat omdat u de wet onderhoudt of omdat u gelovig luistert? |
3, 1 Volgens de wet lasterde Jezus God voor het Sanhedrin en werd hij volgens de wet ter dood gebracht. Als ik jullie hem verkondig als gekruisigde, passeer ik de wet, die niet meer geldig is, want zijn Vader heeft hem toch opgewekt. 2 Jullie wisten van geen wet, jullie werden gelukkig en nu laten jullie je door een stelletje wettelingen opjutten. 3 Begonnen in geest, eindigen in vlees, waarin de besnijdenis! ? Zeg nou zelf ! |
2e argument: vanuit de Schrift vs 6 - 14
|
6 Neem nu Abraham: Hij heeft God geloofd en het werd hem als
gerechtigheid aangerekend. 7 U ziet dus: mensen die geloven, dat zijn
kinderen van Abraham. 8 En aangezien de Schrift voorzag dat God de heidenvolken
zou rechtvaardigen door het geloof, heeft zij aan Abraham bij voorbaat het
evangelie verkondigd: In u zullen alle volken worden gezegend, 9 zodat de
mensen die geloven gezegend worden, samen met Abraham, de gelovige. 10 Want alle mensen die zich op de werken van de wet
verlaten, hebben een vloek op zich geladen. Er staat immers geschreven: Vervloekt is ieder die zich niet houdt aan
alle voorschriften in het boek van de Wet, en ze niet volbrengt. 11
Trouwens, dat niemand door de wet bij God gerechtvaardigd wordt, is
duidelijk, want: De rechtvaardige zal door het geloof leven. 12 Welnu, de wet
gaat niet uit van het geloof, maar: Hij
die deze dingen doet zal daardoor leven. 13 Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek van de wet door zelf voor ons een vloek te worden - want er staat geschreven: Vervloekt is ieder die hangt aan het hout - 14 opdat in Christus Jezus de zegen van Abraham over de heidenvolken zou komen, opdat wij de beloofde Geest zouden ontvangen door het geloof. |
7 De Joden rekenden zich zelf automatisch tot de kinderen van Abraham vanwege hun afstamming van Abraham. Daar verzet o.a. Joh de Doper tegen (zie Mt 3, 9). Paulus kwalificeert iemand als kind van A. als hij gelooft, niet omdat hij Jood is. 8 'de Schrift' min of meer tegenover 'de wet'; hier meer de Voorzienigheid dan Geschriften (- Profeten - Wet). 'evangelie' in oorspronkelijke betekenis: het goede nieuws. accent op 'alle', niet alleen Joden. 9 'die geloven': die gelóven. 10 de clou zit in 'volbrengt', helemaal vervult; zie Hand 15,10. Dat is onmogelijk en toch is men dan vervloekt. Maar we schieten allemaal tekort en toch is er heil. 11b kennelijk een spreuk: leven door geloof - dat is wel haalbaar, daardoor zul je wel leven. Gelóófswerken zijn wel vruchtbaar maar voorschriften alleen maar uitvoeren niet, '… dingen doet, zal daardoor …' zegt de wet. 13 Jezus heeft de wet getrotseerd door volgens de wet als godslasteraar die schanddood van de wet te ondergaan en vervolgens toch te verrijzen. 14 en zo kregen wij de (vrijheids)Geest door geloof in hem. |
3e argument a: zoals bij menselijk erfrecht vs 15 - 18
|
15 Broeders en zusters, een voorbeeld uit het dagelijkse leven: ook onder de mensen kan niemand een rechtsgeldig testament tenietdoen of wijzigen. 16 Nu zijn de beloften aan Abraham gedaan en aan zijn nageslacht. (Het woord staat in het enkelvoud, niet in het meervoud: 'en aan uw nageslacht', en dat nageslacht is Christus.) 17 Ik bedoel dit: een door God bekrachtigd testament wordt niet ontkracht door de wet die vierhonderddertig jaar later is gekomen, zodat de belofte zou komen te vervallen. 18 Als de erfenis afhankelijk was van de wet, dan zou ze het niet zijn van de belofte. Maar God heeft juist door een belofte Abraham zijn genade betoond. |
16 niet 'nakomelingen' maar 'nageslacht'. Dit is een grammaticale spitsvondigheid van Paulus die hij gebruikt om J.C. in de lijn van Abraham te accentueren als een toppunt. 17c de belofte is nog steeds primair. |
3e argument b: de plaats van de wet vs 19 - 25
|
19 Waartoe dient dan de wet? Die is
erbij gekomen met het oog op de overtredingen, tot de komst van het
nageslacht op wie de belofte betrekking heeft. Ze is uitgevaardigd door
engelen door tussenkomst van een middelaar. 20 Maar een middelaar
vertegenwoordigt meer dan één persoon, God echter is één. 21 Is de wet dan in
strijd met de beloften van God? Dat nooit! Als er een wet gegeven was die het
leven kon schenken, dan zou de gerechtigheid inderdaad voortvloeien uit de wet. 22 Maar de Schrift heeft
alles opgesloten onder de zonde, zodat de belofte gegeven wordt aan hen die
geloven, en wel op grond van het geloof in Jezus Christus. 23 Vóór de komst van het geloof stonden wij onder bewaking van de wet, opgesloten tot het geloof zou worden geopenbaard. 24 De wet is dus voor ons een oppasser geweest tot de komst van Christus, opdat wij gerechtvaardigd zouden worden door het geloof. 25 Maar nu het geloof is gekomen, staan wij niet langer onder de oppasser |
De belofte, het testament, het verbond, is rechtsgeldig door het geloof van Abram en niet door de wet die veel later op papier is gezet. 19c De wet is via een middelaar, Mozes, gekomen maar basis is de rechtstreekse belofte aan Abram. 19a+22a De wet heeft weldegelijk zin (gehad) want door haar is duidelijk, staat zwart op wit, wat niet goed is, wat zonde is; dus benadering vanuit het negatieve: ze trekt een grens die niet overschreden mag worden (zie 6 van de 10 geboden), dus waar de dood begint. Zo geeft ze de zonde een wettelijke status. Wij vinden dat wellicht spitsvondig maar Paulus voelde dat zo. Hij moet (die visie op) de wet niet meer. 24 Ze is voor ons een 'kindermeisje' geweest tot Jezus kwam. |
4e argument a: het effect van de doop vs 26 - 29
|
26 Want u bent allemaal kinderen van God door het geloof, in Christus Jezus. 27 Want allemaal bent u in Christus gedoopt, met Christus bekleed. 28 Er is geen Jood of Griek meer, er is geen slaaf of vrije, het is niet man en vrouw: u bent allemaal één in Christus Jezus. 29 Maar als u bij Christus hoort, dan bent u ook nageslacht van Abraham, erfgenamen overeenkomstig de belofte. |
28b open vrijheid |
4e argument b: uitwerking en bewijs 4,1 - 7
|
4, 1 Ik bedoel dit: zolang de erfgenaam onmondig is, verschilt hij in niets van een slaaf, hoewel hij heer van alles is; 2 maar hij staat onder voogden en beheerders tot het tijdstip dat door zijn vader is bepaald. 3 Zo waren ook wij slaven zolang we onmondig waren, onderworpen aan de machten van de kosmos. 4 Maar toen de volheid van de tijd gekomen was, heeft God zijn Zoon gezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, 5 om hen die onder de wet stonden vrij te kopen, opdat wij de rang van zonen zouden krijgen. 6 En dit is het bewijs dat u zonen bent: God heeft de geest van zijn Zoon in ons hart gezonden, die roept: Abba, Vader! 7 U bent dus geen slaaf meer, maar zoon; en als u zoon bent, dan ook erfgenaam, door toedoen van God. |
Door de doop zijn we met Christus bekleed en dan is er geen onderscheid meer, alleen maar eenheid in/onder dat kleed. Door hem zijn we kind van Abraham, kind van de belofte, zonder besnijdenis. 4, 2 'voogden' kan slaan op de Wet, de gouvernante, dus op Joden duiden; 'beheersers' kan slaan op de kosmische machten, dus op heidenen duiden; voor beide dus. 4 'onder de wet': Jezus wist wat het was; het was dus een actie van binnenuit. 6 door de doop roept de Geest in ons, hij is in ons gelegd, wat moeten wij dan nog ? Besnijden zeker ! 'Abba' is het 'lievelingswoord' van Jezus ! |
4e argument c: moeilijke vraag vs 8 - 11
|
8 Vroeger echter, toen u God niet kende, hebt u goden gediend die geen echte goden zijn. 9 Nu echter, nu u God hebt leren kennen, of liever, door God bent gekend, hoe kunt u zich nu weer keren tot die zwakke en armzalige machten? Wilt u nogmaals hun slaven worden? 10 U houdt zich aan bepaalde dagen en maanden, tijden en jaren ... 11 Ik ben bang dat ik me tevergeefs voor u heb afgetobd. |
8 Paulus trekt een parallel tussen die 'Joden'-actie en de slavendwang van heidengoden! 10 Willen jullie weer (heidense) slaven worden ? Aan de 'goden' overgeleverd? Al mijn moeite voor niets ? Nu wordt Paulus emotioneel en persoonlijk. |
5e argument persoonlijk aanspreken vs 12-20 Paulus' band met de Galaten
|
12 Word zoals ik, want ik ben aan u gelijk geworden;
broeders en zusters, ik smeek u erom. U hebt mij in niets tekort gedaan. 13 U
weet toch: lichamelijke ziekte was de aanleiding dat ik u indertijd het
evangelie heb verkondigd, 14 en hoewel mijn toestand een beproeving voor u
was, hebt u geen spoor van minachting of afkeer getoond. Integendeel, u hebt
me opgenomen als een bode van God, als Christus Jezus zelf. 15 U prees uzelf
gelukkig; wat is daarvan overgebleven? Want het is een feit: als het mogelijk
was geweest, had u uw ogen uitgerukt om ze mij te geven. 16 En nu zou ik uw
vijand geworden zijn omdat ik u de waarheid zei? 17 Zij ijveren voor u, maar
niet met goede bedoelingen. Zij willen u van mij vervreemden opdat u ijvert
voor hen. 18 Het is mooi als men altijd ijvert voor een goede zaak, maar dan
ook altijd, en niet alleen als ik bij u ben. 19 Mijn kinderen, ik moet
opnieuw weeën doorstaan vanwege u, totdat u de gestalte van Christus hebt
aangenomen. 20 Graag zou ik op dit ogenblik bij u zijn en een andere toon tegen
u aanslaan, want ik ben ten einde raad met u. |
15 eerst waren jullie gelukkig met me en nu laten jullie me in de steek. 17 'zij' die onvrije 'christenen', die mij in een kwaad daglicht zetten. 19c 'gestalte': een woord dat meer op het wezen van iets duidt. |
6e argument: werkelijke afstamming van Abraham 4, 21-20 Hagar en Sara
|
21 Zeg me, u die zo graag onder de wet wilt staan, luistert
u wel naar de wet? 22 Er staat immers geschreven dat Abraham twee zonen
kreeg, een van de slavin en een van de vrije vrouw. 23 Maar de zoon van de
slavin werd geboren uit de kracht van de natuur, die van de vrije vrouw uit
de kracht van de belofte. 24 Deze dingen zijn allegorisch bedoeld. Want de twee
vrouwen zijn twee verbonden: het ene, dat van de berg Sinaï, brengt slaven voort, en dat is Hagar. 25 De Sinaï is
namelijk een berg in Arabië. Zij beantwoordt aan het tegenwoordige Jeruzalem, dat immers met zijn kinderen in slavernij leeft. 26
Maar het Jeruzalem van boven is vrij en dat is ónze moeder. 27 Want er staat
geschreven: ‘Verheug u, onvruchtbare, die
niet baart, jubel en juich, u die geen weeën
kent. Want de kinderen van de eenzame zullen talrijker zijn dan de
kinderen van haar die de man heeft.’ 28 Welnu, broeders en zusters, u bent evenals Isaak kinderen van de belofte. 29 Maar zoals indertijd het kind van de natuur het kind van de geest vervolgde, zo gaat het ook nu. 30 Maar wat zegt de Schrift? Verjaag de slavin en haar zoon, want de zoon van de slavin hoort de erfenis niet te delen met de zoon van de vrije vrouw. 31 Dus broeders en zusters, wij zijn geen kinderen van een slavin, maar van de vrije vrouw. |
Paulus maakt een onverwachte vergelijking die alleen maar spreekt voor hen die zijn gedachtegang volgen. Je kunt het geen bewijs noemen. Hij zegt dat de belofte meer is dan de Wet. Wet staat voor starheid en belofte voor Leven. Isaak is zoon van de belofte en staat dus ook voor de onbesneden christenen, i.c. de Galaten. Hagar is tegenhanger van Isaak en wordt dan voor de 'wettelijken' neergezet. 24-26 Wet - Belofte is parallel met Sinaï - Jeruzalem-van-boven, zo ook het tegenwoordige Jeruzalem en het vrije Jeruzalem. Zie ook slotcouplet ps 24. Het 'tegenwoordige' in dit vers staat ook in 1,4. Paulus moet van dat Jerusalem niet veel meer hebben. Het centrum voor de Christenen is nu Antiochië. Een belofte-tekst van Jesaja 54, 1 29 tekst van Gen 21, 9 Ismaël lachte eens en Sara kon dat niet hebben (Isaak = 'moge hij lachen'!) en eiste vertrek van Hagar met Ismaël. Zie het hele verhaal van Gen 21 Laat je niet vervolgen maar 30 gooi die slavin, d.w.z. die wettelijken, er uit volgens de Schrift! 'Schrift', niet 'wet', dus de Toratekst, Gen 21, 10 Ondanks de mooie vergelijking slaat Paulus over dat Isaak, laat gekregen - volgens belofte, pas kwam nadat Abram zich had laten besnijden. Dat lijkt me een complicatie. |
Aansporingen 5, 1 - 6,
10 Vrijheid in Christus
Als besnedene de hele wet accepteren: 5, 1 - 12
|
5, 1 Voor die vrijheid heeft Christus ons
vrijgemaakt. Houd dus stand en laat u niet opnieuw het slavenjuk opleggen. 2 Let op mijn
woorden. Ik, Paulus, zeg u: als u zich laat besnijden, zal Christus u niets
baten. 3 Nogmaals verzeker ik ieder die zich laat
besnijden, dat hij verplicht is de hele wet te onderhouden. 4 Als u door de
wet gerechtvaardigd wilt worden, hebt u met Christus gebroken; dan hebt u de
genade verbeurd. 5 Want wij verwachten door de Geest de verhoopte gerechtigheid
van het geloof. 6 Want in Christus Jezus is niet de besnijdenis of de
onbesnedenheid van belang, maar het geloof dat werkzaam is door de liefde. 7 U was zo goed op weg. Wie heeft u verhinderd naar de waarheid te blijven luisteren? 8 Die ingeving kwam niet van Hem die u roept. 9 'Een beetje zuurdesem maakt het hele deeg zuur.' 10 Ik vertrouw op u in de Heer, dat u er niet anders over denkt. Maar degene die u in verwarring brengt zal het vonnis moeten ondergaan, wie het ook is. 11 Wat mij betreft, broeders en zusters, als ik de besnijdenis nog verkondig, waarom word ik dan nog vervolgd? Dan is het immers afgelopen met de ergernis van het kruis. 12 Zij moesten zich meteen maar laten ontmannen, die opruiers! |
vs 1 - 6 Als je je laat besnijden, moet je de hele Wet accepteren en heb je niets meer aan Jezus Christus, die ons juist vrij heeft gemaakt van de dwang van de Wet en vrij voor de Geest, door Wie wij de verhoopte gerechtigheid verwachten, door Wie wij te-recht zijn. vs 7 -12 een beetje dreigen. 9 Wij zeggen: "Eén rotte appel in de mand … 11 Als ik de besnijdenis verkondig (als zijnde noodzakelijk), was ik ook van het kruis af, dat me achtervolgt, dat me niet met rust laat. 12 Dat is mannentaal, in Cybele-stijl. |
Tegen misbruik - vóór de
Geest vs 13 - 24 Algemene vermaning
|
13 Broeders en zusters, u werd geroepen
tot vrijheid. Alleen, misbruik de vrijheid niet als een voorwendsel voor een
zondig leven, maar dien elkaar door de liefde. 14
Want de hele wet is vervat in dit ene woord: U zult uw naaste liefhebben
als uzelf. 15 Maar als u elkaar blijft bijten en
verscheuren, vrees ik dat u elkaar nog eens zult ombrengen. 16 Ik bedoel dit: leef volgens de Geest,
dan zult u niet toegeven aan uw zondige begeerte. 17 Want de zondige natuur
begeert tegen de Geest in en de Geest tegen de zondige natuur in, want ze
zijn elkaars tegenstanders, zodat u juist niet doet wat u zou willen doen. 18
Maar als u zich door de Geest laat leiden, staat u niet onder de wet. 19 De uitingen van een zondig leven zijn
bekend, zoals ontucht, onreinheid, losbandigheid, 20
afgodendienst, toverij, vijandschap, twist, afgunst, woede, intriges, ruzies,
partijdigheid, 21 jaloersheden, drinkgelagen, orgieën en dergelijke dingen
meer. Ik waarschuw u zoals ik u al eerder gewaarschuwd heb: wie zich zo
misdragen, zullen het koninkrijk van God niet erven. 22 Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, vertrouwen, 23 zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Tegen zulke dingen richt de wet zich niet. 24 Zij die Christus Jezus toebehoren, hebben de zondige natuur gekruisigd, met zijn hartstochten en begeerten. |
13 Een waarschuwing: je kunt onze vrijheid ook misbruiken; liefde is het criterium voorgoed gebruik want uw naaste liefhebben omvat de hele wet. 15 Kennelijk hadden ze ruzie onder elkaar. Over de besnijdenis? Of is dit een algemene waarschuwing? 18 dan bent u vrij, en goed bezig. 19vv daar gaat de wet over: dat mag allemaal niet, dus een benadering vanuit het negatieve (zie 3,22). 22vv de Geest produceert iets positiefs, in vrijheid en creativiteit. De wet spreekt daar niet over; daar kan überhaupt geen (enkele) wetsformule tegenop. 24 hebben de negatieve benadering aan de schandpaal genageld |
Diversen over gedrag 5, 25 - 6, 11
|
25 Als wij leven door de Geest, laten we ons dan ook gedragen
volgens de Geest. 26 We moeten niet verwaand zijn en elkaar niet voortdurend
uitdagen en benijden. 6, 1 Broeders en
zusters, als iemand op een misstap betrapt wordt, moet u, geestelijke mensen,
zo iemand in een geest van zachtmoedigheid overeind helpen; let erop dat u
niet ook zelf in verleiding komt. 2 Help elkaars lasten te dragen; op die
manier zult u de wet van Christus vervullen. 3 Want wie meent iets te
betekenen, terwijl hij niets is, bedriegt zichzelf. 4 Laat ieder zijn eigen
gedrag onderzoeken, dan zal hij zijn roem wel vóór
zich houden en er zijn naaste niet mee lastig vallen; 5 want ieder heeft zijn
eigen vracht te dragen. 6 Wie onderricht ontvangt in het woord van God, moet zijn leermeester laten delen in alle goeds dat hij bezit. 7 Maak u niets wijs: God laat niet met zich spotten. Wat een mens zaait zal hij ook oogsten. 8 Wie zaait op de akker van zijn zondige natuur, zal van die natuur verderf oogsten; wie zaait op de akker van de Geest, zal van de Geest eeuwig leven oogsten. 9 Laten we onophoudelijk goed doen; want als we de moed niet opgeven, zullen we te zijner tijd de oogst binnenhalen. 10 Laten we dus, zolang we tijd hebben, goed zijn voor allen, maar vooral voor onze geloofsgenoten. |
De Romeinenbrief maakt zich ook sterk over de Geest; die lezen we nog. 6, 1 Bij Mt spreekt Jezus over eerst onder vier ogen iemand terecht wijzen. 'geestelijke mensen': beetje moeilijk te vertalen. Bedoeld is mensen van de goede Geest. |
![]()
|
11 Zie met wat voor grote letters ik u nu eigenhandig heb
geschreven. 12 De lieden die zo graag in menselijk opzicht een goed figuur
willen slaan, trachten u alleen maar de besnijdenis op te dringen om niet
vervolgd te worden vanwege het kruis van Christus. 13 Want die besnedenen
onderhouden zelf niet eens de wet, maar willen wel dat u zich laat besnijden,
om daarop trots te kunnen zijn. 14 Wat mij betreft: ik denk er niet aan mij op iets anders
te beroemen dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus, waardoor de wereld
voor mij gekruisigd is en ik voor de wereld gekruisigd ben. 15 Het gaat niet
om besnijdenis of onbesnedenheid, maar om de nieuwe schepping. 16 Laat vrede
en barmhartigheid komen over allen die naar dit beginsel leven, en over het Israël
van God! 17 Laat voortaan niemand het mij lastig maken, want ik draag de
merktekens van Jezus in mijn lichaam. 18 Broeders en zusters, de genade van onze Heer Jezus
Christus zij met uw geest. Amen. |
11 Paulus dicteerde zijn brieven kennelijk. Vaker schrijft hij de laatste worden zelf. 12b achtervolgd worden door het kruis (zoals Paulus in vs 5, 11 aangeeft), houdt een persoonlijke bekentenis/bekering in en da's veuls te moelijk voor die lui. 14 Nu heeft Paulus het niet meer over achtervolgd worden door het kruis maar hij beroemt zich erop. 15 Hij maakt zich vrij van het kader inzake besnijdenis en hanteert een nieuw gedachtekader: het gaat om nieuwe schepping. 17 'merktekens' duidt wellicht op de littekens van b.v. de geselslagen die hij heeft ondergaan. 18 De kortste slotzin met zegenwens van zijn brieven. |
Het zal wel duidelijk zijn geworden waarom ik deze brief heb gekozen: het is de vrijheidsbrief. Zonder vrijheid geen schepping - creatie - creativiteit.
Ik weet niet meer welk commentaar ik hier heb gebruikt - überhaupt, het meeste is niet van mezelf. Ik geef door wat ik zelf heb geleerd.
En dit is dan het einde van de beroemde bijbelkoers - dachten we toen -
in de beroemde parochie
in een berucht dorp
in de hedendaagse slechte wereld.
Waarvoor dank gebracht
aan de Geest en de Zoon en de Vader
om het samen be-leven van het goede nieuws van Zijn trouw en gerechtigheid en mededogen.
Epe, 29 april 1997, feest van Catarina van Siëna, maagd en kerklerares. De tekst is tijdens de tweede bijbelkoersloop verbeterd en vastgelegd op 18 mei 1998 en nog eens voor de internet-versie in september 2002.
© 2000 -2003 P.Goris Epe