BIJBELKOERS
Weet u welkom

bij de bijbelkoers die
in onze parochie is ontstaan. De deur staat open, gaat u binnen en zie. Licht
gaat aan, misschien langzaam maar vast wel.
Dat klinkt nogal plechtstatig maar zo voel ik het. Bij de
Volwassenencatechese is het deelnemen niet noodzakelijk; het gaat daar meer om
geloofsaanbod. Hier speelt mee-geloven, mee op koers gaan, een veel grotere rol. Daar gaat het meer om informatie
opdat, hier meer om beleven zodat. Daar om systematische benadering; hier is
het leven. In vertrouwen op de bijbel, in verlangen
naar.
Deze inleiding
bevat
0 Om
te beginnen, 1 Op de drempel, 2 De boeken, 3 Het ontstaan en de taal 4 De Canon
(aanh.)
0 Om te
beginnen
1 Voordat we beginnen
1 Voordat we beginnen
Het is toch
een beetje lastig om de tekst, zoals die nu is, op papier te zetten terwijl er
geen sprake meer is van een groep waarbinnen zij functioneert. Ik mis het
contact met de lezers want ik vind het belangrijk om goed genoeg te formuleren
en de reactie van de lezer te kennen. Bij mondeling contact in een groep speelt
ook directe inspiratie direct mee, terwijl het nu afwachten is. Het is dus ook
de vraag of het verslag-karakter van de tekst niet stoort, als je uitgaat van
een verhandeling, een leerboek of zo. Het verslag-karakter
kan echter ook het gevoel geven dat u zich een groep voorstelt die bezig is en
u daardoor eigen vragen herkent.
Daarom ben ik
niet pessimistisch; het was voor de groepen een plezier, een geloofsbeleving,
voor mij net zo goed. Deze tekst ligt er nu eenmaal en als iemand daarmee
zijn/haar voordeel mee kan doen, zou het jammer zijn om ze maar te laten
liggen. Dus iedereen die het leest, erin duikt, gelieve even goede ervaringen op te
doen als wij; hetgeen niet betekent dat er geen harde noten gekraakt zullen
worden als het nodig is. Het is geen 'lief zijn voor elkaar' onderwerp, waarmee
van alles glad wordt gestreken.
Een verschil
met de Volwassenencatechese is dat nu veel bijbelteksten
meedoen. Ik weet nog niet goed hoe/of die allemaal hier neergezet moeten
worden; wie geïnteresseerd is in de bijbel zal zelf
wel een exemplaar hebben. Ook al hebben we die in het begin nog niet zo nodig
omdat dan bijbelteksten zelf worden opgenomen, het zal
er toch wel van (moeten?) komen om een bijbel aan te schaffen. (Zie thans http://www.biblija.net/biblija.cgi?lang=nl >WV95)
En dan de
vraag welke bijbel is 'goed'? Die vraag beantwoord ik dus niet, alleen - ik
ga uit van de nieuwe Willibrord (KBS) uit 1995 omdat de ergste (dacht ik)
fouten t.o.v. die van 1978 gecorrigeerd zijn, het lees'gemak' goed is en ook de psalmen in 'degelijk'
Nederlands staan. De inleidingen op de boeken zijn vernieuwd en veel voetnoten
bijgewerkt.
Dan komt toch de vraag of de Statenvertaling, de NBG-uitgave
en 'Groot Nieuws voor u' niet goed zijn. De Statenvertaling is wel goed qua
vertaling maar zo letterlijk dat het te vaak onleesbaar is. Dat geldt ook wel
voor de NBG - niet voor niets bereidt men een hele nieuwe vertaling voor die
beetje bij beetje uitkomt, maar dat duurt nog even. Groot Nieuws voor u is wel begrijpelijk maar interpreteert m.i. te veel door
(te) gewoon taalgebruik, waardoor ook de inhoud verliest. De oude Willibrord
had er ook wel een handje van om wat te veel uit te leggen. We hebben dan ook
gemerkt dat de NBG (Nederlands BijbelGenootschap)
wel beter vertaalt dan de oude Willibrord.
Dus dan toch
maar de nieuwe Willibrord? Tja, ik ben katholiek en voor mij is dat geen punt;
niettemin hoop ik dat u merkt dat het best wel gaat.
Niet-katholieke bijbelkoerselingen in de groep hadden
er in ieder geval geen last van. Maar het is best moeilijk om een andere bijbel aan te
schaffen dan een die je gewend bent; gevoelsargumenten spelen daarin mee. Ook
de vraag over verschil in interpretaties, geloofswaarheden enz. - ze stoorden
niet. Ik denk dat u dat vanzelf ontdekt, net als wij. Het naast elkaar leggen
van vertalingen is vaak heel interessant.
De prijs ligt
aan de uitvoering van goud-op-snee, leren foedraal enz. (!) tot een kleine uitvoering en gaat
van ca ¦ 240,= tot ca ¦ 22,=
. De betere kost ca ¦ 100,=, een middenklasse
ca ¦ 70,=; dus goed voor
Sinterklaas, Kerstmis en/of verjaardag of gewoon een deurcollecte proberen (!). Misschien is er
nog een andere mogelijkheid om aan de tekstdelen te komen die behandeld worden.
Wat wel nodig is, is het z.g. bijbelpanorama, een
overzicht van de groei van de bijbel; ca ¦ 2,50 excl. verzendkosten bij Boekhandel Berne,
postbus 27, 5473ZG, Heeswijk; tel 0413-291394.
Misschien dat ze al in de bijbel zit als u die
aanschaft. Even controleren.

Hoe ik aan deze wijsheid kom? Ik geef
door wat ik zelf heb gekregen zoals altijd. De bronnen weet ik eigenlijk niet
meer tenzij ik alle studieboeken enz. moet vermelden. Wel is duidelijk dat w.b. het O.T. "Kurze Bibelkunde des A.T." van Claus Westermann
de hoofdmoot is.
Voor het overnemen en afdrukken zie de instructies
in Vooraf. Deze drie inleidende hoofdstukken staan op één (deze)
internetpagina, vervolgens staat ieder hoofdstuk op een eigen internetpagina.
1 Een boek
We hebben te maken met
een boek, dat gesloten kan zijn -waaruit hoogstens 's zondags
stukjes druppelen- maar ook open kan zijn, dat je open kunt maken,
waarvoor je open wil zijn. Dat is niet zo gek want het is toch een boek voor
ons, ook ons boek. Dan kun je erin duiken, er mee bezig zijn en het meemaken.
'Mee-maken' heeft een paar aspecten:
- 'moet je toch
eens meemaken wat er allemaal in staat': verwondering.
- 'wat heb ik
daar mee te maken ?' - 'wil ik dat wel
?': standpunt innemen.
- 'heb ik dat
verhaal niet zelf meegemaakt?': herkenning.
- 'maak ik dat
verhaal/boek ook ?', 'doe ik het zo'?: inspiratie.
Zo kun je gaan bedenken of je
niet je eigen 'bijbel' schrijft.
(Han Renckens:
Je eigen Schrift schrijven; meegroeien met de bijbel.
Ambo)
Het is in ieder geval een boek voor ons, dat anderen heel lang geleden
voor het nageslacht hebben geschreven afgaande op hun ervaringen, op wat zij
hebben mee-gemaakt. Het is 'gegroeid in de harten van
de mensen'. Daarom heeft het lang geduurd voordat alles was opgeschreven. Het
is ontstaan in een andere cultuur dan de onze. Dan zal het best
wel eens lastig zijn om goed te verstaan wat men bedoelde. Denk maar aan
het verhaal van Abraham en Isaak. Een hedendaagse westerling (die best wel eens in een benepen beleving van het Calvinisme
gevangen zit) weet daar geen raad mee. Hij vraagt zich af hoe God (DE Vader) zo
iets kan eisen van een vader. Nou even opletten: het is het verhaal van de
Jood, dat hij nu nog vertelt in zijn bijbel. Mag hij?
De clou is dat hij heel goed weet dat, als Abraham Isaak had geofferd, hij dat
verhaal niet kon vertellen want dan had hij niet bestaan. Isaak was immers de
enige zoon van Abraham. Zo vertelt de Jood dat/hoe hij zich in Gods Hand weet.
Dat is van hem en daar moet de westerling met zijn hedendaagse cultuurtengels
van afblijven en niet de betekenis vervormen. Wat hier stoort is een standpunt
als 'de bijbel is Gods woord en dus waar en dus moet
het ook zo gebeurd zijn'. Op de taal van de bijbel
komen we nog terug. Maar zeg eens - kan het indringender worden verteld dan zo?
Zo ook het verhaal van
de stok van Mozes die in een slang verandert. In Egyptische sprookjes vindt u
een variant daarvan met een krokodil die in de hand van de meester een houten
speelgoedbeestje is en in het water een echte krokodil die een slechterik moet verdelgen. Het verhaal van Jozef en de vrouw
van Potifar komt in die sprookjes precies zo voor met
Egyptische figuren. Dan ga je zeggen dat de Joden bestaand materiaal hebben
gebruikt om van hun ervaringen te verhalen. Niks mis mee - dacht ik zo.
Het boek vraagt ook om
openheid van uzelf voor uzelf, om ruimte. U zult beslist wel eens dingen te
horen krijgen die u nog nooit hebt gehoord en waarvan je onrustig heen en weer
gaat schuiven. Niet schrikken, uw geloof loopt geen gevaar. Geef uzelf ruimte en zie of dat nieuwe meer in-/uitzicht biedt.

Het is ook een
'heilig' boek, d.w.z. waarvoor je ontzag hebt én dat ons heil betreft. Juist
omdat anderen daarin hebben beschreven hoe zij heil hebben gevonden -dat ook
ons heil is, mensenheil- is het geen vreemd boek. Het is een heel verhaal van
standpunt zoeken en bepalen, een geloofsboek, getuigenis van hún beleving: zo
zij het boek voeding voor ónze persoonlijke en gemeenschappelijke
geloofsbeleving.
2 Welke uitleg is de juiste ?
Die vraag is
belangrijk, je kunt de bijbel op vele manieren
uitleggen -lijkt het wel- maar u zult merken dat u op de eerste plaats vrij
wordt gelaten als het daar op aankomt (ik kan hoogstens consequenties
aanreiken), in de tweede plaats dat uw geloof niet zo gauw fundamenteel wordt
aangetast, op de derde plaats dat u aan een uitleg grond kunt geven en op de vierde
plaats dat er vaker verschillende benaderingen mogelijk zijn zonder dat een
geloofspunt onderuit wordt gehaald. Het belangrijkste is het-er-mee-bezig-zijn
en dan zult u zien dat u er in groeit. Maar u moet er wel voor gaan zitten, het
liefst met een paar mensen. Voor vragen kunt u altijd terecht.
3 Het doel
Dit zij de bedoeling
van deze bijbelkoers: dat wij gaandeweg, soms heel nabij, gedompeld worden in
het Leven, onze relatie met Wie we GOD noemen, aanvoelen, ontdekken hoe HijZ
met mensen bezig is -onvermoed, soms tegen onze wil in- en mensen met HijZ
bezig kunnen zijn omdat HijZ "de sluier van mijn angst niet scheurde maar
optilde", "Die enkel met Uw stem mij zo vermurwde dat ik wilde".
Dat wij gaande de weg ineens horen dat iets tegen ons wordt gezegd, iets dat in
ons weer-klinkt door het geschreven Woord, dat Jezus,
Dé Gezalfde, iets tegen ons zegt namens de Vader in hun beider Geest, de Goede
Geest, die al eerder heeft gesproken via de profeten.
Opmerking:
Met 'HijZ' wil ik benadrukken dat bij God geen geslacht telt; HijZ is man noch
vrouw; dat is niet ter zake.
Pas in de schepping komt dat aan
de orde: "Als beeld(!) van God schiep Hij de mens: man en vrouw schiep Hij
hen."
- Eerst drie
inleidende hoofdstukken:
1) op de drempel:
- wat roept 'bijbel'
bij je op ?
- wat zou je 'eigen'lijk
willen ?
- wat is 'geloof' ?
2) welke boeken bevat het O.T en het
N.T. ?
3) het ontstaan en de taal van de bijbel
De bedoeling van de inleidingen is dat
u verdacht bent op eigen vragen en dat misverstanden worden voorkomen, dat u in
ieder geval het gevoel krijgt niet zo maar in het diepe te worden gegooid.
- Dan beginnen we met de eerste vijf
boeken van Mozes, de 'Wet', de Tora: scheppingsverhalen, een paar Abrahamverhalen
en de verhalen die voor de heilsgeschiedenis belangrijk zijn: roeping van
Mozes, de uittocht, God op de Sinaï, de tien geboden en de intocht in het
Beloofde Land. Vervolgens gaan we het 'wetsblok' na. De geboden en voorschriften
liggen nl. verspreid over verscheidene plaatsen in die eerste vijf boeken en we
sporen hen op.
- We vervolgen met de profeten en lezen
stukjes van de drie belangrijkste: Jesaia, Jeremia en Ezechiël.
- Dan komen de psalmen aan de beurt,
eerst in het algemeen dan lezen we er enkele.
- Van het Nieuwe Testament nemen we
eerst een inleiding door en dan lezen we het evangelie van Matteüs, omdat dat
het meeste aansluit bij het O.T. -met een intermezzo over wonderen-,
de brief van Paulus aan de Galaten, de brief aan de Romeinen en tenslotte het Johannes-evangelie als een soort toppunt.
Dan zijn we wel een paar jaar verder.
Als u dit heeft gevolgd, heeft u een
heel aardige vorming inzake de bijbel. Maar het belangrijkste is dat u erin gegroeid
bent. De naam 'bijbelkoers' is bedoeld om het op weg gaan aan te geven. Het is geen cursus met stempel van goed gevolg na
afloop.
1 Op de drempel
1.1 Wat roept het op ?
1.2 Wat zou u 'eigen'lijk,
zelf, graag willen?
1.3 Toelichting: verlangen - geloof
1
Wat roept het op?

Antwoorden
staan in telegramstijl, langzaam lezen! Commentaar staat naar rechts
ingesprongen.
Verschillende
antwoorden zijn onderscheiden door ; . Gelijke
antwoorden zijn niet herhaald.
Het betreft hier associaties, die nu
eenmaal bestaan; of ze netjes zijn of niet, is nu niet ter
zake, want het gaat om verkenning van uw eigen ideeën.
1 Antwoorden van een
groep
- iets moeilijks; je moet er induiken
om te begrijpen; de uitleg is niet eenduidig, er wordt verschillend uitleg
gegeven.
Dat hoeft
niet negatief te zijn als er maar ruimte om uitleg te vergelijken.
Als u tegen teksten aan bent gelopen, meld hen nu; daar is o.a. deze
koers voor.
- nieuwsgierigheid,
ontbrekende kennis
- boosheid om onvoldoende
voorlichting/introductie van de bijbel
- verlangen om beter te leren kennen,
honger naar alles wat op dat gebied wordt aangeboden
"Zodra mij Uw woord
bereikte, verslond ik het, het was mijn vreugde, het maakte mij zielsgelukkig.
Ik draag immers Uw Naam, Heer, God
van de machten." Staat in de bijbel:Jer.15,16
- ontdekking dat liederen die je van
harte zong, psalmteksten blijken te zijn, die in de bijbel
staan: smaak naar meer
- emotie en verbazing over mezelf wat
ik soms er in lees, psalmen heel mooi, spreuken heel goed; gevoel, emotie
- herkenning: vroeger via themadiensten
bij bijbel betrokken, nu meer herkenning van eigen
situatie, ik vang meer op; herkenning van je eigen emotie n.a.v. de tekst;
herkenning al naar gelang je eigen ontwikkeling
- steun: hangt af van
je omstandigheden, ik vond in verdriet geen steun maar soms pik ik het wel op;
voor mij wel steun, dat valt me nu op nu ik iets meer heb meegemaakt.
- veiligheid, concentratie, diepte
- ik geloof niet alles wat in de bijbel staat enerzijds: hoeft ook niet; anderzijds: komt wel
(later).
- bijbel gaat
over God: is het Gods woord, zó als ons vroeger voorgehouden ?; het is 'gewoon' Gods woord.
- misbruik van teksten, het niet verder
gaan dan de woorden
- herhaling van de geschiedenis
- huwelijkscadeau van de parochie (Eigenlijk is dat best
wel interessant.)
- bepaalde verhalen die een erge/enge
indruk op me maken b.v. dat met die beenderen; de zondvloed.
2 Antwoorden
van een andere groep:
- iets negatiefs, zwaar, zwart, eng,
naar, doordat ik zie hoe mensen om me heen er mee omgaan; het moet veel
zonniger kunnen; zelf kan ik er weinig mee.
- mooi boek met mooie platen; wil in de
kerk even tot mezelf komen; ik hoor ervan via de kinderen die naar de t.v. kijken of naar verhalen luisteren.
- bijbel heeft
met het leven te maken; sinds ik heb meegemaakt dat zomaar twee jongeren naast
mij door een ongeluk weg waren, heeft hij ook te maken met het einde van het
leven; mijn geloof in het leven ligt vast aan bijbel en kerk maar ook via het
werk heb ik contact met leven.
- bij bijbel
denk ik aan verhalen over God en van God en het doorgeven van het
geloof naar volgende generaties en naar andere plaatsen in de wereld; uit de
bijbel weet ik dat God bestaat.
- bijbel roept
nieuwsgierigheid op: op school bid ik met de kinderen en vertel hun
bijbelverhalen; eigenlijk wil ik de hele bijbel lezen, met hapsnap ben ik niet
tevreden; in mijn omgeving ben ik veel ziekte tegengekomen en zo denk ik over
dood, dan vind ik soms troost maar ervaar ook afkeer (door misbruik) van
bijbelteksten, een tegenstrijdige associatie.
- heel weinig associaties; ik zie
vooral een tijdloze richtlijn voor doen en laten; daarom kost het me moeite om
me in te leven in een andere tijd en een andere situatie zoals met het offer
van Isaak
- bijbel is
voor mij iets dat je in je zak steekt, altijd bij je draagt (desnoods
verfomfaaid) maar ook iets dat plechtig wordt gehanteerd in de eredienst; hij
verbindt hemel en aarde, verheft 'aarde' naar hemel.
3 Antwoorden van een derde groep

- een boek waarin ik nog nooit gelezen
heb; moeilijk.
- een verhalenboek met verschillende
interpretaties.
- een gedragslijn voor mijn leven.
- geloof van waaruit ik leef, de bijbel vertelt me hoe er meer inhoud in geloof ligt
- wonderlijk dat het al zo lang gelezen
wordt en eruit geciteerd wordt.
- ben er niet mee
opgegroeid, moeilijk uit te lezen; zal er niet zo maar iets uit pakken, weet er
niets van.
- Wie is God ?
Herkent
u iets in die antwoorden?
2
Wat zou je 'eigen'lijk, zelf graag willen ?
De bedoeling was dat we ons nu reeds bezinnen op wat we denken en willen. Dat toetsen we
dan aan wat we tegenkomen en worden we niet zo gauw geconfronteerd met iets
onverwachts.
Dat 'eigen'lijk is onontkoombaar. Het gaat tenslotte
om wat u eigen is, uw eigen is, eigen geloof, visie en verantwoordelijkheid.
Geloof is een zaak tussen God en u; daar helpt geen moedertje-lief
aan. "Mijn Heer en mijn God" zei Thomas. "Ze
hebben mijn Heer weggehaald" zei Maria. "Adam (Eva), waar ben
je?" was de eerste vraag in het paradijs. Niet "Waar is je
naaste?" of zo. U bent dan toch niet te eng privé bezig. Juist in de bijbel leren we de God van de Joden kennen, de 'Abba' van
Jezus van Nazareth, aan wie we ons godsbeeld
kunnen toetsen; dan komt u vanzelf bij uw naaste uit (als u daar nog
niet was).
1 Antwoorden van de
ene groep
- verlangen naar meer
toegankelijkheid, een actie bij/in jezelf; het
begrijpelijker/vertrouwder zijn wordt hoog tijd; meer kennis, meer inzicht En dan meer uitzicht ?
- verlangen naar veranderingen bij
mezelf
- eigen maken van de geest waarin zij geschreven is, wat zit er achter de woorden?
- wat heeft God met dit of dat verhaal
te maken ?
- uitdiepen van de symbolen
- er is herkenning van de schoonheid
van poëzie (vooral bij psalmen), voordrachtskunst e.d. maar je wilt graag door
naar de zin van de woorden; wat betekenen die verhalen waarmee we helemaal niet
zijn opgegroeid, wat is hun realiteitsgehalte nu ?
- het gaat om gelovige mensen die haar
lezen en verlangen naar een manier hoe je moet leven
- relatie met God ontwikkelen vooral in
het zingen van psalmen; zelf bezig zijn met de bijbel,
vooral zingend met psalmen voel ik soms meer dan in de eucharistieviering, al
zingend je boven jezelf uit tillend
- zoeken naar het mysterie, dat doe je
überhaupt als je de bijbel leest, anders ben je niet
als gelovig mens bezig; ik voel niet die E.O.-t.v.-
relatie met God
2 Antwoorden
van de andere groep
- dat het voor mij positiever wordt,
dat ik goed begrijp wat er staat en ik zelf er wat aan heb; ik wil zien wat ik
door de bijbel kan leren, vooral als het gaat om de
dood.
- die vraag stel ik mezelf over mijn
leven; als ik in de bijbel kan lezen, hoop ik rust in
mijn leven te krijgen.
- in mijn eigen ziekte wil ik verder
met de bijbel, dat ik troost erin vind en me behoed
voor missers; ik wil me meer eigen maken, meer lijn en houvast vinden, meer
kunnen hanteren, er inspiratie in vinden.
- soms wil ik wel dat er ineens een
stukje tekst, dat ik lees, in reliëf, dik wordt, eruit springt of oplicht met
de betekenis: 'zo, dat is voor jou' ter bemoediging.
3 Antwoorden van de derde groep
- geloof zit in
me; ik wil graag weten hoe het is ontstaan, begonnen
- als ik lees, komt er iets over me als een kleed. "Ik verheug me intens in de Heer,
want Hij heeft
mij omkleed
met de kleren van het Heil". Jes 61.10
- ik verlang naar levensleidraden, die
in de geschiedenis al lang bestaan; het is zo mooi; het geloof moet je onrustig
maken.
- ik verlang naar steun - troost;
bemoediging in moeilijke situaties.
- ik wil graag dat het onbekende bekend
wordt om zo een enorm diepe betekenis mee te krijgen voor mijn geloof; dat het
me rustig make.
- voeding voor mijn geloofsbeleving; ik
kan het geloof niet loslaten; bijbel is een teken
van/voor mijn geloof.
- ik kan niet leven zonder geloof maar
heb geen duidelijk geloof; zonder geloof kan ik niet leven, maar is dat geloof
?; wens: graag zeker zijn van mijn geloof via de bijbel,
een menselijk boek; ik ben open en nieuwsgierig.
- ik hoop er God in te
vinden ("Naar U gaat mijn verlangen,
Heer" psalm 25).
Herkent u iets in die
antwoorden?
3 Toelichting
Verlangen 3.1
We hebben -dacht ik-
allemaal gesproken over onze behoefte, maar er is meer. Maslow
noemt eten en drinken een behoefte, zonder dat kan een mens niet leven. Zonder
gevoel van veiligheid is hij ook onrustig en zonder liefde en gemeenschap kan
hij geen mens zijn. Zonder achting en waardering van anderen
en van zichzelf komt hij niet verder en zonder ontplooiing van eigen
mogelijkheden groeit hij niet en vindt hij nooit vreugde. Maar, stel nu
dat aan dat alles voldoende is voldaan, wat dan ? Als
alle behoefte (eventjes) hun (grote) mond houden, is er dan nog iets ? Is er iets dat uitstijgt boven ....... naar .......
iets dat vrij is en niet hoeft, niets behoeft, iets dat belangeloos open is ? Dat kun je verlangen noemen; dan spreken we over/in
geest. Het kan best moeite kosten om dat verlangen te zoeken, laat staan te
vinden. En toch hebben mensen het daarover; een mogelijkheid waarvan je gaat
zeggen dat je haar gekregen hebt.
Geloof 3.2
De bijbel is een
geloofsboek, een geloofszaak. Gedurende een gesprek kwam ook de vraag naar
voren of toeval bestaat. Het is een vraag die niet met verstandelijke zekerheid
te beantwoorden is. 'Toeval bestaat niet' is een standpunt dat door eigen
wereldvisie, godsbeeld wordt ingegeven. Het gaat om 'Voorzienigheid', om
'grijpt God in -al of niet op ons verzoek- in de loop
der gebeurtenissen?'.
Iemand die persoonlijk erbij betrokken
is, is gauw -al naar gelang de leniging van zijn nood, de indruk die het op hem
maakt- geneigd om te zeggen dat zo iets niet zomaar kan. Hij zal
'Toeval' schrijven of in geloof en op
zijn blote knieën God danken. Een buitenstaander zal eerder met toeval genoegen
nemen. De Egyptenaren zagen in de Rode Zee alleen maar modder en mist, de
Israëlieten zagen JHWH's Hand - toen het gevaar voorbij was en ze gered waren.
Dat zul je altijd zien, achteraf. Het is meestal 'omzien in verwondering'. Het
lijkt wel op wat de bijbel noemt dat God op de rug te
zien is. We lopen daar nog wel tegen aan.
Interessant wordt dan de vraag of ons
verstand er genoegen mee neemt dat geloof meer pulsen krijgt van verwondering
dan van het verstand. Geloof is niet te bewijzen; het is veel meer een
overtuiging die in je gegroeid is, waar je zin in hebt en vanwaar uit je gaat
redeneren met je verstand: geloofsleer mag niet inconsequent zijn, moet een
samenhangend geheel zijn, moet inspirerend zijn voor de praktijk, moet
universeel zijn en duidelijk. Dat zijn voorwaarden die het verstand pas kan
stellen als de persoon -in verwondering- begint te
geloven. "Ik geloof zodat ik de zin(!) begrijp".
Bij 'geloof' niet alleen denken aan
geloofsleer maar ook aan geloofsbeleving. Geloofsleer is systematisch opgezet
en ontwikkeld. Hoe je die leer, die geloofsgegevens beleeft, je eigen maakt,
voor jou waar maakt, tot geloofswaarheden laat groeien, is persoonlijk. Van je
geloofsbeleving kun je naar buiten getuigen in woord en daad, over de
geloofsleer (van een godsdienst) kun je discussiëren.
Als wij hier spreken over geloof,
betekent dat altijd geloof in God, die de Schepper is. Soms zeggen mensen wel
dat ze gelovig zijn maar ze blijken niet in God te (kunnen) geloven. Ze geloven
in iets dat niet bestemd is. Dat is menselijk, en al heel wat maar voor ons woordgebruik in deze
koers niet voldoende. Hoe/Wie die God is, proberen we te vinden in de bijbel.
Voor het gemak is een bijlage
bijgevoegd over 'geloof', een onderwerp uit de Volwassenencatechese, in
verkorte vorm. Als u de Volwassenencatechese niet hebt gevolgd is het
natuurlijk het beste daarvoor eens tijd te nemen want het gaat over
startpunten: het religieuze, openbaring, geloof: naar overzicht
Een vertelling tot slot: 3.3
'de Appel', over Genesis 3 van H. Andriessen uit 'Vertellingen rond de Schrift' ISBN
9071814017. (Ik vind het een enig boekje; pastoraal-psychologisch.)
De vraag daarbij was of dat wel mocht, zo'n verhaal om
Gen 3 heen bedenken. Kun je wel zeggen dat God eenzaam is, een appel uit de
tuin gooit en dan roept: "Adam, waar ben je?" De eerste reactie was
of dat wel nodig was. Nee, niet zo nodig, het vervangt het bijbelverhaal
niet; maar .... mag het ? De tweede reactie was dat God ineens dichtbij is,
heel menselijk.
De bedoeling was om een zekere ruimte
te scheppen in het omgaan met bijbelverhalen; dan
kunnen ze herkenbaar en plaatsbaar worden. Dan zie je gemakkelijker dat ze
ergens voor staan, voor menselijke ervaringen. Het vraagt wel een verantwoorde
creativiteit.
Bijlage 1 (Uit Volwassenencatechese) Geloof (Volw.Cat 4)
"Wat je niet begrijpt, moet je
geloven". Reactie: ik hoef toch geen onzin te geloven!
"Geloven is aannemen op gezag".
Reactie: dan geloof je nooit zelf.
"Geloven is voor waar
houden". Reactie: Ik geloof dat Mao-Tse-Toeng
bestond en verder zal me het een zorg zijn.
Bovenstaande zinnetjes bevatten halve
waarheden:
- 'begrijpen' is dubbelzinnig:
begrijpen betekent
1e 'eerst kwam dit en toen dat en omdat zus gebeurde zo', oorzakelijk
verband en
2e 'de zin van iets vatten'.
Bij 'geloven' gaat het hier om het
verstaan van een zingevende betekenis.
- 'aannemen op gezag': daarmee begint
het. Je ouders hebben je verteld, de meester enz. maar vervolgens ga je er zelf
mee aan de slag (in je puberteit!) en zoek je naar jouw eigen standpunt.
- 'voor waar houden' is niet voldoende;
het gaat erom of jij zelf bij geloof betrokken bent, of/hoe het jouw eigen
levenshouding wordt. Geloven kan alleen maar persoonlijk.
Als je gelooft dat er een god
bestaat, kun je zeggen en denken: "Dag god" (of niet) en gewoon
doorlopen. Als ik zeg dat de dochter van mijn nicht bestaat, gelooft u best dat
het waar is maar heeft u er iets aan/mee ? Als je gelooft dat je na je dood nog zult
zijn, kun je je desgewenst op het schimmenrijk voor
bereiden. (Leuk?)
Als je gelooft in God, betekent
dat dat je gelooft dat HijZ bestaat plus dat
jij met HijZ te maken hebt en HijZ met jou te maken heeft, dat er tussen HijZ
en jou een band is, bond, verband, verbond. Als je gelooft in je
verrijzenis, dan stel je dat voortleven heerlijk is, heilzaam voor jou.
Als je nog een stapje verder gaat en
zegt:"God, ik dank u", dan ben je verkocht, dan hang je, dan erken je
die relatie als goed en signaleer je positief terug naar HijZ. Danken is het
laatste en het langste dat je kunt doen. "... om heil en genezing te
vinden zullen wij U danken altijd en overal: altijd in een dankhouding staan
tegenover God.
Nu ga ik 'geloof' omschrijven als 'een
heilsrelatie met God'. Wij bedoelen met 'geloven' het hebben en onderhouden van
een heilsrelatie met God. 'Aanbidden' duidt typisch op de
afhankelijkheidsrelatie die je met jouw Schepper hebt; je van HijZ afhankelijk
weten en dat erkennen. Bij 'vereren' telt geen afhankelijkheid. Een
heilsrelatie met God wil zeggen goede tijdelijke dingen maar ook goede
definitieve zaken; een goede oogst maar ook Geluk met een hoofdletter.
Hoe kun je naar jezelf als
schepsel kijken ?
Een manier: (Volw.cat. 4.8)
In mijn bewustzijnswereld kan ik
zeggen: ik heb een lichaam, ik heb pijn en gevoel, ik heb verstand. Maar, ik
ben mijn lichaam niet, ik ben mijn pijn of gevoel niet, ik ben meer dan mijn
verstand. Dat geldt voor mijn gedachten en verlangens maar ook voor mijn
eigenschappen en behoeftes b.v. het bange jongetje in
me, de opschepper, de praatjesmaker, de verlegene, de
aandachtvrager, genegenheidzoeker, de optimist enzovoorts. Ik heb die
eigenschappen maar ik ben ze niet; ik identificeer me er niet mee. Ik
ben meer dan die details. Ook al ben ik bakker, ik ben nog veel meer. Wat ben
ik dan maximaal, hoe ben ik op mijn allerbest, wat/hoe is mijn zijn ?
Ik kan van al die eigenschappen,
gedachten enz. afstand van nemen, ze signaleren, zelfs onder controle houden:
"Hè, nu ben ik aan het zaniken, nu hunker ik naar ..... moet je mij
horen" enz; dat doe ik vanuit mijn waarnemingspost, controlekamer,
bestuurscentrum; dat heet mijn 'zelf', mijn 'centrum'. Het vereist enig
nadenken, meditatie om er achter te komen dat je voor jezelf van zo'n centrum kunt spreken. Je neemt jezelf, je hele ik, je
persoon waar en vergelijkt dat met hetgeen je eigen-lijk wil: in mijn-eigenste-ik
wil ik ..., zoek ik ... Dan ontdek je ook dat je in je eigenste ik, in je Zelf
bent zoals je optimaal bent, zoals je graag goed wilt zijn. Daar hoef je
niets aan te doen, dat hoef je niet eens te camoufleren want het is goed.
Als ik mijn relatie met God aanleg in
het bange jongetje, dan wordt HijZ god-boeman. Als ik
de relatie met God aanleg in de opschepper in me, dan wordt HijZ god-geweldenaar. Als ik HijZ aan mijn somberheid aanleg, wordt
HijZ misschien wel de god van de predestinatie. Ik wil zo graag mijn relatie
met HijZ aanleggen waar ik graag goed wil zijn, aan mijn centrum. Daar ben ik
geschapen naar HijZ's beeld en gelijkenis. Daar kan
ik authentiek contact maken, voor alle Goedheid en Liefde openstaan. Daar kan
mijn echte verlangen iets ontvangen. Figuurlijk:

Uw eigen 'zelf' ontdekken is ook een
manier om God te leren kennen. Of andersom: uw zelf in
God. Zie ook verdere uitwerking van dit schema in Volwassenencatechese onder H.Geest en diaconie.
Als u tijd zou hebben
om Het religieuze, Openbaring en Geloof
van de Volwassenencatechese
(nog eens) door te nemen - ik denk dat het vruchtbaar werkt.
Verder naar 3 Ontstaan en taal
2 De Boeken
2.1 Oude Testament
2.2 Nieuwe Testament
2.3 bijlage
rabbijnse litteratuur
1 Oude Testament
De boeken van de twee linker kolommen
zijn canoniek, erkend volgens de 'orde'ning van al of
niet geïnspireerd zijn, geschreven onder ingeving van de H.Geest.
Maar je kunt dat ook opvatten als door de Kerk(leden) geaccepteerd, als
inspirerend. Had Jezus dat ook niet?
De katholieken kennen twee 'soorten'
canoniciteit: proto- en deuterocanoniek, in eerste en in tweede instantie
canoniek (concilie van Trente, ca 1550). De Joden en protestanten (er)kennen
deuterocanoniek niet en noemen die boeken apocrief (verborgen). De boeken die
door de katholieken niet worden erkend heten bij hen apocrief en bij de
protestanten pseud-epigraaf.
De Joodse bijbel
staat in het Hebreeuws en is in ca 250 v.C. vertaald in het Grieks, de
Pentateuch.
|
Joods (hebreeuws)
kath./prot. (grieks)
apocrief/pseud-epigraaf T In beginne Genesis (wording) O Namen Exodus (uittocht) R En HijZ riep Leviticus
(priester-) A In de woestijn Numeri (getallen) Woorden-Daden Deuteronomium
(wet voor de 2e keer) N Jozua (Jo is redding) Jozua E Rechters Rechters B 1 & 2 Samuël
(God hoort) 1 & 2
Samuël I 1 & 2 Koningen 1 & 2 Koningen E Ï Jesaia (Ja is hulp) Jesaia
E Jeremia
(Ja verhoogt) Jeremia 1 Henoch M Baruch (deut./apoc.) 2
Baruch Ezechiël (mijn sterkte is God) Ezechiël Hosea,
Joël, Amos, Obadja, Jona, Micha, Nahum, Testament
v.d. 12 Habakuk, Sefanja, Haggai,
Zacharia, Maleachi
Patriarchen K psalmen
psalmen Psalmen van
Salomon E Job Job Oden van Salomon T Spreuken Spreuken Testament
van Job U Ruth \ de Ruth Boek v.d.Jubileeën= B Hooglied ÷ vijf Hooglied klein
Genesis= I Kohelet ý feest- Prediker
(Ecclesiates) Apocalyps v. Moses E Klaagliederen | rol- Klaagliederen Apocalyps v.
Abraham M Ester / len Ester + toev. (deut./apoc.) Judit (deut./apoc.) Tobit (deut./apoc.) Daniël (God mijn rechter) Daniël
1-12 Daniël 13-14 (deut./apoc.) Ezra -
Nehemia (Ja troost) Ezra;
Nehemia;(=2Ezra Pent.) 3 & 4
Ezra (hulp) 1 & 2 Kronieken 1 & 2 Kronieken 1
& 2 Makkabeeën (deut./apoc.) 3
& 4 Makkabeeën Boek
der Wijsheid (deut./ apoc.) Wijsheid
van Jezus Sirach = Ecclesiasticus (deut./apoc.) |
Dit is bedoeld
als naslagwerk, weten dat e.e.a. bestaat. Voor wie het interesseert, is ook nog
een overzicht van de rabbijnse literatuur ter beschikking. Ook daaruit moge
blijken dat hetgeen wij 'bijbel' noemen maar een deel
is van al wat geschreven is; de top van de berg. 'Jo' en 'Ja' zijn afkortingen van JHWH.
De boeken van het N.T. zijn geschreven
in het Grieks, ofschoon de joodse spreektaal ten tijde van Jezus in Palestina
het aramees was, dat veel op het hebreeuws lijkt.
Maar vooral voor de niet-Joden was grieks de voertaal, ook voor de Joden in de diaspora (de
verstrooiing, dus buiten Palestina). Aannemelijk is dat in de gemeenschappen
van de volgelingen van Jezus zijn verkondiging en de traditie
over hem in het aramees heeft plaats gehad.
Misschien sprak Jezus zelf ook wel Grieks.
De evangeliën
staan voorop omdat zij woorden van Jezus
bevatten (maar ook woorden over Jezus).
- volgens Matteüs, vermoedelijk
de apostel, de tollenaar Levi. Duidelijk joodse achtergrond, geschreven voor
Joden om hen ervan te overtuigen dat Jezus de beloofde Gezalfde, Messias,
Christus was:"..opdat de Schriften vervuld
werden" is er vaak te vinden. 28 hoofdstukken, ca 70, waarschijnlijk te
Antiochië geschreven.
- volgens Marcus, gezel van Petrus/Paulus ?, ca 65, vermoedelijk te Rome opgeschreven,
voor niet-Joods gehoor/lezer. Opvallend is dat Jezus (vóór zijn verrijzenis)
niet als Messias bekend wil worden. De 'klein gelovige' is er vaak te vinden;
we zijn arme stumpers. 16 hoofdstukken. Het enige evangelie dat geen proloog
kent. Het slot is onzeker.
- volgens Lucas, volgeling van
Paulus, Griekse afkomst, na de verwoesting van de tempel, tussen 70 en 90,
wellicht in Syrië ergens opgeschreven of Klein-Azië. Hij heeft tevoren alles
onderzocht om 'Godelieve' te overtuigen dat de leer betrouwbaar is. 24
hoofdstukken.
- volgens Johannes, vermoedelijk
niet de apostel, 21 hoofdstukken, ca 90, Klein-Azië. Hij schrijft vanuit joodse
traditie en legt joodse gebruiken uit. Heel anders opgezet dan de eerste drie,
die sterk op elkaar lijken (synoptici) en met een soort meditatieve, spirituele
inslag geschreven: "In den beginne was het Woord en het Woord was bij God
en het Woord was God(ddelijk)" Alstublieft. Hij schrijft "Opdat gij moogt
geloven dat Jezus (die van Nazareth) de Gezalfde is, de Zoon van God en gij zo
leven hebt in zijn Naam". Opvallend is dat hij 7 tekens en 7 woorden
("Ik ben ...) van Jezus noemt.
De handelingen van de apostelen
door Lucas, de 'evangelist, zelf gemaakt (de
evangelisten noteerden tot op zekere hoogte bestaande tradities) na ca
De brieven
- van Paulus aan de Romeinen,
Korinthiërs (2 stuks), Galaten (de vrijheidsbrief), Efeziërs, Filippenzen,
Kolossenzen, Thessalonicensen (2), aan Timoteüs (2), Titus en Filemon,
- van een onbekende aan de Hebreeën,
- de 'katholieke' brieven: van
Jacobus, Petrus (2), van Johannes (3), van Judas.
De Apocalyps van Johannes, presbyter, visioenen op het eiland Patmos.
Behalve deze canonieke stukken (sinds
200 bestaat al een lijst van N.T.-stukken die
geaccepteerd waren in Rome en gebruikt werden in de eredienst) zijn er ook de
nodige apocriefen: de (streek-)evangelies van de Hebreeën, van de Nazoreeërs, van de Ebonieten, het (heidens-christelijk)
evangelie van de Egyptenaren; het evangelie van Petrus, het Protevangelie
van Jacobus, het evangelie van Thomas, van Filippus, het evangelie der
Waarheid, de handelingen van Petrus, van Thomas, nog meer Openbaringen en
brieven.
Hetzelfde als bij het O.T.: wat wij 'bijbel' noemen is maar een top van de berg.
Let er wel op dat we met 'O.T.' de teksten van het Eerste Verbond bedoelen en met 'N.T.'
die van het Nieuwe Verbond. Ik ben er niet voor om over het Eerste en Tweede
Verbond te spreken. Komt er nog een Derde ? Het Nieuwe
Verbond is al altijddurend!
3 Schematisch overzicht van de oude rabbijnse
literatuur
De voornaamste bronnen van onze kennis
van het judaïsme (d.w.z. opvattingen van de Joden over hun godsdienst en
gewoonten) zijn:
a de joodse bijbel (de onze, Griekse bijbel wijkt af
inzake het O.T.) incl. de apocriefe boeken, die niet in de eredienst worden
gebruikt maar wel gegevens bevatten
b) geschriften van joods-helleense
schrijvers (Philo van Alexandrië, Flavius
Josephus, de Sibillijnse Orakels) uit het begin van onze jaartelling
c) de rollen van Qumran
(Dode Zee)
d) de oude rabbijnse litteratuur
e) de joodse eredienst.
De oude rabbijnse litteratuur bestaat uit:
1 De Targum voor het gebruik in de
synagoge. Ze is een vertaling van grote delen van de joodse bijbel
maar geen letterlijke vertaling. De 'gewone' joden verstonden nl. geen hebreeuws meer; het aramees was spreektaal (lijkt veel op
hebreeuws). Men las een stuk uit het hebreeuws voor
(iedere BarMitswa, Zoon der Wet, was verantwoordelijk voor een bepaald stuk
tekst) en dat werd dan in het aramees vertaald, een beetje vrij met uitleg in
de richting van volksvroomheid en tradities. Daaruit valt af te leiden hoe men
de Tora verstond. Het is dus een mondelinge traditie die naderhand ook weer
werd opgeschreven. Dat gebeurde pas goed in de 3e eeuw n. C. Er
zijn twee hoofd-Targums: 'Onquelos' over de Tora (de eerste vijf boeken, van
Mozes, de Wet; Pentateuch in het Grieks) en 'Jonathan ben Uziël'
over de Profeten(boeken).
Ze zijn gebaseerd op Palestijnse
tradities en uitgegeven in Babylonië in de 5e eeuw. Naast die twee zijn er nog
twee Targums die helemaal Palestijns zijn: de Pseudo-Jonathan en de Codex
Neofiti 1, die zich in het Vaticaan bevindt. Ze gaan over de Pentateuch.
2 de Midrasjiem, d.w.z.
'commentaar' van joodse geleerden na de verwoesting van de tempel in '70; in
de 1e en 2e eeuw opgeschreven.
Alle
over 'Halaga' = wandel, hoe je moet leven om te 'leven'. Genesis
heeft geen midrash want daarin
staat nauwelijks halaga
Mechilta op Exodus van rabbi Jisjmaël
Mechilta op Exodus van
rabbi Sjim'on ben Jochai
Sifra op Leviticus
Sifré op Numeri en Deuteronomium
Alle over '(H)Aghada'=
vertellen, bekend maken, van de tekst.
Midrasj Rabba op Pentateuch en de 5 'rollen' (voor de eredienst:
Hooglied, Ruth, Prediker,
Esther en Klaagzangen)
Oude midrashiem reeds van vóór onze jaar telling
Pesiqta Rabbati,
Pesiqta Rab Kahana,
Tanhuma
3) de Misjna, 'herhaling', heeft 6 delen (S'dariem) over
akkerbouw, sabbat en feestdagen, huwelijk, recht, ere- dienst en rituele
reinheid. In de 2e eeuw op schrift gezet. Op die tradities hebben rabbijnen
commentaar gegeven, een aanvulling:'Gemara'. Misjna + Gemara vormen de Talmoed'
= zich gewennen, leren. Er zijn twee Talmoeds nl. die van Jerusalem en die van Babylonië, twee
verschillende scholen over dezelfde Misjna. Klaar gekomen in de 4e resp. 6e
eeuw.
4) de Tosephta,
bijvoegsel is een verzameling traktaten, verklaringen, discussieopmerkingen
(als in de Misjna maar niet opgenomen in de Misjna).
Ook in de 2e eeuw.
Ook dit niet uit uw hoofd gaan
leren. Hieruit moge blijken dat er meer aan de hand is dan 'bijbel'.
De bijbel de is meer een top van de rots. Lit. The spirituality of Judaism.
(Anthony Clarke Books)
3 Het ontstaan en
de taal van de bijbel
3.1 Het ontstaan
3.2 De taal
1 Het ontstaan
Kun je wel zeggen dat de bijbel is ontstaan ? 1.1
Het is toch Gods Woord en dus altijd
geweest? Iemand die doordenkt zegt dat de 2e Persoon, hét Woord,
geboren is niet geschapen. Je raakt dus het heilige, als je het boek in handen
neemt. Er zullen best wel mensen zijn die een oude
bijbel niet kunnen weggooien, hoogstens kunnen verbranden. Laten we het zo
zeggen: als we de bijbel in eredienst gebruiken, heeft
zij met het heilige te maken maar als we haar bestuderen om haar beter te leren
kennen, is zij ook als mensenwerk te bestuderen. Want 'het' kon pas woord zijn
als het gehoord kon worden door mensen. Dieren horen dat niet. Toen het
uitgesproken was en verstaan, kon het door mensen doorgegeven worden op
mensenmanier, in verhalen over wat ze hadden meegemaakt, ervaren en hoe ze
daarover dachten. Toen de mensen gingen schrijven, is ook dit woord
opgeschreven door mensen op mensenmanier. Maar toen bestond het mondeling allang.
Je kunt zeggen dat het al was 'geschreven in de harten van de mensen'. Als wij
vragen wanneer de bijbel is ontstaan, denken wij aan
het geschrevene, het boek, maar vergeet niet dat het gesproken woord toen al
bestond.
In het bijbelpanorama ziet u dat het
schrijven pas goed begonnen is ten tijde van David (psalmen!), Salomon, na 950.
Daar aan het hof waren schrijvers. Abraham kon vast niet schrijven; dat leerden de Joden misschien pas in Egypte. Er is heel wat
Egyptische wijsheidsliteratuur te vinden in de bijbel.
Zo iets vind je ook in het N.T. De
evangeliën worden opgeschreven als Jezus al 30 jaar dood is. De evangelisten
(vooral de synoptici) schreven op wat in de verscheidene christengemeenschappen
over hem en van hem wordt verteld, in ere wordt gehouden. Het geschreven woord
komt na het gesproken woord. De tweede brief van Petrus wordt geschreven als
hij allang dood is (ca 120). Je kunt denken aan een 'school' die zich op Petrus
beroept. Bij de meeste brieven van Paulus ligt het anders: hij dicteert of
schrijft ze zelf.
Wie hebben geschreven
? 1.2
Inzake het N.T. is dat niet zo moeilijk. Voor het O.T.
wel; daar is meer sprake van collectief schrijven, een document van een
gemeenschap. We zullen in teksten zelf zien dat vooral de Tora een paar keer is
'herzien'; daar zijn verschillende traditie-blokken
in te vinden: de Jahwist, de Elohist, de Deuteronomist en de Priester.
Misschien zou je de Jahwist de
belangrijkste kunnen noemen: hij is de eerste die de geschiedenis een
godsdienstige grondslag wil geven. Die durven! Zien en verkondigen dat hetgeen met en door mensen gebeurt, niet zo maar is. Er is
meer dan het 'fatum', het (nood)lot. En zelfs dat noodlot wordt ten goede
gekeerd. We zij niet verloren. Geen mens die daar (zo
maar) opkomt, dat idee krijg je: daarom noemen we dat 'openbaring'. De naam
'Jahwist' komt natuurlijk van het tetragrammaton
(vier letters) JHWH. In de oude Willibrord staat
'Jahwe', in de nieuwe 'De Heer'. Ik vind JHWH het beste; zo heet Hij-is-(er) nu
eenmaal. Het is volgens de Joodse gewoonte om JHWH te schrijven en De Heer / De
Here te zeggen. Zie verder.
De Elohist is van later datum.
We komen hem nog tegen evenals de Deuteronomist.
De Priester is de jongste
van de vier. Hij gebruikt 'Elohiem' als godsnaam. Deze traditie wordt pas
geformuleerd in ca 500 als de tempel in Jerusalem, die door de Babyloniërs was
verwoest, wordt herbouwd. Zie bijbelpanorama. Nu hebben priesters (weer) een
eigen centrum. Niettemin begint de bijbel
-Genesis 1- met een Priestertraditie. Daarover meer als we de twee
scheppingsverhalen lezen.
Een belangrijk moment 1.3
in het ontstaan van de bijbel, vooral de Tora, is de
ballingschap. Toen was er geen gezaghebbend godsdienstig centrum meer, de
tempel was verwoest, waar de eredienst werd gehouden en de leer onderricht
mondeling als geheugenwerk, en haar bedienaren waren onthand. Hoog tijd om het
geschrevene te combineren; zie onder het jaar 560. Na de bouw van de 2e
tempel, als het Verbond opnieuw gevierd wordt, wordt het priesterlijk traditie-goed bij de Tora gevoegd. We zullen zien dat zo b.v. het 1e scheppingsverhaal vóór een Jahwistisch blok wordt geplakt. (Dat doet denken aan de
proloog van het Johannes-evangelie, dat ook vooraan is aangeplakt: "In den
beginne....") Wat ook opvallend is dat in het 2e scheppingsverhaal de godsnaam JHWH is
terwijl die naam pas gegeven/bekend gemaakt wordt in ca 1250 als Mozes de
brandende braamstruik beschouwt. Dus de Jahwist
schrijft in zijn scheppingsverhaal de Naam die in ca 1250 pas begint.
Voorlopige conclusie: bijbel is geen zaak van vooraan begonnen zijn en netjes
achteraan ophouden. Het is een groei; mensen (durven te) corrigeren, vullen
aan, combineren.
De ontwikkeling van het godsbeeld 1.4
Oorspronkelijk zal 'god' een stam-god geweest zijn: "De god van uw vader
Abram", "de god van Nachor". Hij was
beschermer, rots, verdediger (zie Gen. 15.1). Zo'n god
verscheen niet alleen aan Abram maar ook aan Isaäk (Gen 26,24) aan wie HijZ
zich bekend maakte als 'de god van Abram'. Voor Jacob noemde HijZ zich 'de God
van uw vader Abraham en de God van Isaäk'. Een eigen naam heeft HijZ dan
waarschijnlijk niet; HijZ is 'eel' god, meer een
soortnaam dan een eigennaam. Bet-el = huis van god,
aldus Jacob. Melchisedeq (Gen 14,18) is priester van 'Eeljoon',
god-de-allerhoogste. Toen Jozua aan de verzamelde
Joden 'de wet voor de tweede keer' voorlas, zei hij: "Uw voorouders
vereerden andere goden" (dan JHWH) (Joz 24,2).
De naam en functie 'Jahwe' (Hij is er altijd - voor
u) komt dus pas in Ex 3 naar voren. Waarschijnlijk is die godsnaam gebruikelijk
geweest onder de nomaden die zegen afriepen over kudde en zichzelf als ze een
nieuw gebied binnentrokken of als een nieuw seizoen begon. Goede graasgronden
betekende leven. Het getuigt dan van een gelovige houding als je daarvoor een
god aanroept. Die naam, 'Hij is (er) altijd', werd luid uitgeroepen met de
bedoeling dat HijZ er zou zijn, dus een aanroep. Je vindt vaker bijv. dat na het bouwen van een altaar de naam van God wordt
uitgeroepen: Gij die (er) zijt, wees nu ook (weer) hier om ons gunstig te zijn.
(Kees Waaijman)
Mozes heeft die naam waarschijnlijk
leren kennen toen hij de kudden van zijn schoonvader Jetro
moest hoeden. Die naam wordt dan de naam van de belovende, verlossende god, die
de noden van Zijn volk kent en afdaalt. In Ex 6,3 wordt de god van Abraham,
Isaäk en Jacob gelijk gesteld met JHWH. Vermoedelijk is pas in de laatste twee
eeuwen vóór Jezus die Naam uit ontzag niet meer hardop gezegd maar werd het
geschrevene 'JHWH' uitgesproken als 'Adonai', (De) Heer.
In Kanaän werden Eel en Baäl vereerd,
vooral Baäl want hij was de god van de regen en vegetatie, die iedere winter de
onderwereld in moest, daar sneefde en iedere lente weer herrees. Eel was meer
de grote god, hoog in de hemel. Tegen hem zal de joodse godsdienst weinig
bezwaar gehad hebben; hij kon immers dezelfde zijn als haar JHWH. Maar 'Eel-joon had hemel én aarde gemaakt (Melchisedeq tegen
Abram v.v. Gen 14,19.22) en bracht dus ook regen en vruchtbaarheid. HijZ had
Baal niet nodig. Dat werd bij de vestiging van het joodse volk in Kanaän de
confrontatie tussen het Jahwe-geloof en het kanaänitische boeren-geloof,
waarvan al een complete eredienst met heilige plaatsen enz. bestond. Verder was
het de grote kunst om de eredienst op één plaats te concentreren, nl.
Jerusalem, hetgeen ook voor de eenheid van het volk
(lees de politiek) wel zo gunstig was. Onder de reformatie van koning Josia in
ca 650 lukt dat. Toen was het Noordrijk al niet zo belangrijk meer want Samaria
was in 720 gevallen. Zie bijbelpanorama.
JHWH is geen oppergod in een stelsel
van goden maar de enige die overblijft (henotheïsme), machtiger dan alle andere
goden (van de omringende volken), de Al-beheerser (niet: de Almachtige).
Volgens de Talmoed nam Abram uit de winkel van zijn vader één god mee, de rest
was niks waard. Jacob zei tegen zijn gezin en meetrekkenden:
"Doe die vreemde goden weg ... We gaan naar Bet-el ... de god die mij verhoord
heeft". JHWH is de god die ethische eisen mag stellen, van wie de mens
zich niet met een (formele) eredienst kan afmaken. De verhouding met HijZ' volk
is persoonlijk; de bijbel hanteert: Vader - kind,
bruid - bruidegom. HijZ is de baas maar niet afstandelijk; rechtvaardig en nóg
barmhartiger. Er is een wisselwerking tussen hetgeen
HijZ doet en de reactie van de mens daarop. Die HijZ is de 'Abba' van Jezus.
Maar ..... is het nou wel allemaal waar ? 1.5
In de volgende paragraaf gaan we daarop
in maar ik wil nu even attenderen op twijfel. Schrik er niet van als u een
gegeven moment serieus twijfelt aan
geloof. Het is gezond en eerder een genade-moment dan een ramp, eerder een crisis(je) en dus
een kans (zegt de psy-psy). Dan sta je buiten sleur
en kun je vrij en bewust kiezen of je wil geloven,
je zelf rekenschap afleggen van wat je bezielt. Zekerheid in je geloof is geen
zaak van bewijsvoering maar van inzicht, verantwoording afleggen, zoeken en
vinden, willen en verlangen. 'Credo ut intellegam'
zei Anselmus van Canterbury (ca 1075): ik geloof
zodat/opdat ik de zin van het leven begrijp. Iedere twijfel is weer een kans om
bewust een volgende stap te zetten in uw geloof(sbeleving).
Dat kan best wel eens moeilijk zijn maar u zult merken
dat u er in groeit, iets meer gaat vermoeden, soms heel even zien, wat/Wie/hoe
God is. Dat doe u wel zelf, maar niet alleen. Via de bijbel bent u in goed gezelschap. "Nu weten we
zelf " zeiden de Samaritanen toen ze met Jezus hadden gesproken (Joh
4,42). Geloofsweten is weten gebaseerd op ervaren.
De vraag 2.1
Liep Jezus echt over het water ?
Wanneer heeft Adam geleefd
?
Sprak de slang in het paradijs ?
Hoe kun je van vijf broden en twee
vissen 5000 man (excl. vrouwen en kinderen) te eten geven ?
En als je dat niet gelooft, ben
je dan ongelovig ? Nee, natuurlijk niet maaaaar… Tja, wat dan ? Het staat
er wel !
Als je zegt dat het nu eenmaal wonderen
zijn - en die moet(!) je geloven -, schuif je het dan niet onder het
vloerkleed, maak je je er dan niet vanaf
? Immers, je hoeft er dan niets aan te doen, want je kunt er niets mee:
leg maar in de linnenkast netjes opgevouwen.
"Jezus
bewees door zijn wonderen dat hij God was".... stond in de oude
catechismus. Kennelijk niet iedereen overtuigend. Als wonderen (iets dat om de
natuur heen gaat voor zover die ons bekend is) iets moeten bewijzen, is geloof,
geloofsinhoud, dan te bewijzen
?
Als iemand de maagdelijke geboorte van
Jezus overslaat (omdat het toch niet 'echt' is of hij er geen raad mee weet),
neemt hij dan (dat stuk van) het evangelie wel serieus, mist hij dan niet een
stuk van de blijde boodschap ? Tja ...
Wat dan ?
Hoe spreken (en schrijven) wij ? 2.2
- "Er zijn
20 schapen in de wei". Dat zal dan wel. Een constatering. leder element moet waar zijn. Als één van die 20 een geit
is, klopt het niet: dan is het fout, een onwaarheid, misschien wel een leugen.
- "Er zijn 20 schapen in de
wei" zegt de trotse boer. Nu gaat het niet meer om een kale constatering
maar om een expressie, van trots. Als het er 19 zijn, is dat niet
zo erg want het gaat niet om het precieze aantal maar om de trots van de boer.
Als iemand op die 19 inhaakt, snapt-ie niet waar het
om gaat. De boer liegt niet.
- "Er zijn 20 schapen in de
wei" zegt de boer tegen de schapenslager die door de boer was geroepen. Nu
is die uitspraak -gezien de situatie- een opdracht.
Als die boer later zou zeggen tegen de slager dat hij geen (formele !) opdracht om die schapen te slachten heeft
gegeven, dan is die boer niet eerlijk.
- "Er zijn 20 schapen in de
wei" zegt de heer des huizes tegen zijn a.s. schoonzoon die kennelijk naar
de bruidschat aan het vissen is. Nu is sprake van een verbintenis/belofte:
als jij me van mijn dochter af helpt, krijg je die 20 schapen. Als de heer
later zegt dat hij dat niet (formeel) heeft beloofd, heeft hij ook een valse
verwachting verwekt.
Aldus prof. Brümmer.
Dit is taalfilosofie, die hier wel heel erg kort is neergezet maar het gaat om
het principe. Het is nl. heel goed te verdedigen dat al onze uitspraken tot een
of meer van die vier elementen kunnen worden teruggevoerd. Ook de uitspraken in
de bijbel. Uitspraken ontlenen hun betekenis aan de
context; vaak zijn ze een combinatie van die verschillende elementen maar van
een expressie een puur constatief maken is zonde of dom. Als iemand vertelt dat
er wel miljoen sterren aan de hemel staan en de zielige-één-talentige
corrigeert dat er maar ca 4500 te zien zijn (hetgeen
klopt), dan snapt die angsthaas niet dat die verteller misschien wel hartstikke
verliefd was, in de zevende hemel en/of helemaal onder de indruk van de
schepping. Het gaat om expressie en niet om een constatering.
Als er staat geschreven dat Jezus over
het water liep, en je wil aantonen dat dat een wonder is, moet je er zeker van zijn dat het geen
zegswijze, geen wonderverhaal kan zijn dat toen daar in zwang was om iets uit
te drukken. Leest u het héle verhaal maar eens bij Mt 14 of Mc 6 of Joh 6 (je
kunt ze ook nog onderling vergelijken). Daar gaat het om het wonderlijke dat ze
hebben meegemaakt niet om een wonder: expressie geen constatering. Zo wordt het
verhaal een geloofsuiting van de leerlingen, een expressie van hun
geloofsbeleving.
Ook al -en nu wordt het wat moeilijker -
hebben zij eerlijk Jezus gezien na zijn verrijzenis, dan nog is dat geen bewijs
van de waarheidsinhoud van het geloof. Wat is er eerder: hun geloof
in Jezus of de verschijning? (zie Verrijzenis)
Door hun geloof zagen ze Hem en dat hebben ze mij doorgegeven en ik vind dat ze
ook nog gelijk hebben: ik vind dat Jezus Christus, de gekruisigde maar
Verrezene, waar is. Ik vind mij in de waarheid die hij biedt.
Jürgen Habermas stelt in zijn communicatie-theorie
dat al onze discussies over de werkelijkheid terug te voeren zijn op drie
soorten met als grondvraag:
- is het waar,
meetbaar, te beredeneren ? (theoretische discours)
- is het juist, goed of kwaad, ethisch ? (identiteitsdiscours)
- is het eerlijk,
waarachtig, hoe bedoeld?
(praktische discours)
(Eigenlijk is het een schande om dat zo
kort hier neer te zetten waar Habermas een dikke pil over heeft geschreven.)
Bijbel is ook een communicatie tussen
mensen onderling en tussen mensen en God op de mensenmanier (anders kan niet).
Ook met deze benadering zie je weer dat het niet interessant is of de schepping
in zes/zeven dagen is voltooid of in even zovele tijdsperioden: 'Mozes' heeft
geen wetenschappelijk verantwoorde scheppingsvoorlichting willen geven maar een
betekenis voor het/ons/mijn leven: waartoe/hoe zijn wij op aarde? Daarop komen
we nog terug.
Die betekenis is niet te beredeneren of
te bewijzen; die is je gegeven: openbaring, die alleen (in) te zien is via
geloof, overtuiging, waar je in groeit.
'Bij de vraag 'is het waar?' gaat het
in geval van de bijbel over twee niveaus van waarheid:
van de hemel en van de aarde. Heeft Jezus werkelijk op aarde rondgelopen en
verkondigd en is het waar wat hij verkondigde? De waarheid van de aarde is
'meetbaar'; die van de hemel betreft geloofsgegevens, die tot geloofswaarheden
uitgroeien, die wel te verdedigen zijn, begrijpelijk te maken, maar berusten op
een persoonlijke, eigen overtuiging, die niettemin aanspraak maakt op
waarheid; anders geloven we in een fantoom. De Kerk maakt aanspraak op de
waarheid van haar geloof, dat zij aanbiedt vanuit haar geloof in Jezus
Christus. Zijn volgelingen zullen hun best doen zich dat geloof eigen te maken.
De bijbeltaal 2.4
Het woordje 'angsthaas' staat er niet
voor niets: als de bijbel niet waar is, is ons geloof(sleer) niet waar: alarm ! En dus de overtrokken reactie dat
alles in de bijbel 'meetbaar' waar moet zijn,
echt gebeurd; dat is het veiligste. Bovendien is de bijbel
het woord van God en dus waar: nog veiliger en vaster.
Anderzijds ook een
overtrokken reactie: je hoeft niets letterlijk te geloven met als resultaat dat
je alleen hoeft te geloven wat meetbaar is. Wat men tot voor kort vergat is dat je niet
West-Europese, na-middeleeuwse (renaissance,
verlichting, verwetenschappelijking, technocratie, individualisering enz.)
maatstaven moet aanleggen om te be'grijpen' wat die
mensen daar toen bedoelden. In het natuurkunde-denken
en de technocratie vergat men hier dat het leven meer inhoudt dan datgene wat
die behelzen.
Je kunt best kritisch zijn op de
'meetbare' kant van de bijbel zoals op ieder ander
geschrift maar er zijn dingen die niet meetbaar zijn. Dan kun je met je vinger
in de lucht gaan wijzen, je kunt ook verhalen vertellen: daarmee kom je korter
bij het hele leven dan met de meetlat want het zijn eigen levens-ervaringen. Bij voorbeeld:
- Het verhaal van Abraham en Isaäc: als
je alleen maar de meetlat hanteert, zeg je: "Wat een .?. god die een kinderoffer vraagt, ook nog de enige,
veelgeliefde". Als je de gelovige Jood zijn verhaal laat vertellen,
hoor je ineens hoe hij aangeeft dat hij zich totaal afhankelijk en veilig weet
bij zijn JHWH. Natuurlijk heeft dat verhaal een 'meetbare' aanleiding,
een 'Sitz im Leben'; het is niet compleet uit de hemel komen vallen. Die
aanleiding was wellicht een sage of zo over de berg Moria, "God
(voor)ziet" en het gegeven dat er kinderoffers werden gebracht, die God
helemaal niet wil zoals later blijkt uit o.a. Leviticus 21, 18 (incl. de
aantekeningen van de Willibrord '95 daarbij). Aangenomen dat Abraham dit
redelijkerwijs kon vermoeden - is zijn tweestrijd intenser weer te geven? Hoe
'gemeen' hij beproefd wordt?
- Als Ezechiël een visioen beschrijft,
kun je hem voor gek verklaren; je kunt ook luisteren en iets gaan vermoeden van
wat ook voor jou geldt, moge gelden.
- Jona in de walvis ?
Niet echt hoor, dan zou hij gestript zijn. Als je bedenkt dat de oudheid de
mythe van de reddende vis kent, die schipbreukelingen aan wal zet, krijgt het meer betekenis. Als je het verhaal leest, en laat
bezinken, vat je langzamerhand wat voor een beeldend verhaal dat is, ga je
begrijpen wat en hoe de Jood zijn geloof belijdt met zo'n
verhaal.
- Is Ruth echt gebeurd? En Tobit? Zal me een zorg zijn, het is een mooi verhaal,
mooier en diepgaander dan onze legenden, waarmee zij hun ervaringen en
duidingen aangegeven.
Wij zitten nog te veel met het idee 'de bijbel is Gods Woord en dus is het waar, historisch
waar gebeurd'. Waarmee de plank mis wordt geslagen, Joodse cultuur wordt
verengd tot de onze. Het eerste dat historisch waar is, echt waar is, is dat de
bijbel een geloofsbelijdenis is van mensen in hun
geschiedenis, hun 'verhalen' met hun God. Als je daarna zegt dat het ook het
verhaal is van God met Zijn mensen, sta je niet meer in de wetenschap maar in
het geloofskader.
De taal van de bijbel heeft veel meetbare, wetenschappelijk te benaderen elementen; ze is door mensen opgeschreven. Maar ze heeft ook veel symbolische elementen, symboolverhalen, die ergens voor staan dat wij niet kunnen aanwijzen maar wel ervaren als realiteit. Het verhaal hoeft dan niet (historisch) waar te zijn maar wel waarachtig, eerlijk in zijn bedoeling. Om die realiteit te zien is een kinderlijke openheid nodig, een ontvankelijkheid die niets met onnozelheid te maken heeft. Juist door het stoffelijke van het symbool heen die andere werkelijkheid zien is de kunst: door een stuk hout en gips heen het lijden van God en de mensen zien, met het kruis het lijden (aan)voelen. Fortmann spreekt van 'seconde naïveté', een tweede ontvankelijkheid, voor de tweede taal. Dan gebeurt het verhaal weer - of nog steeds.
Speciale taal zijn de getallen; zie Getallensymboliek.
Onderschat 'symbool' niet. Het betekent niet 'iets
dat niet echt is'. Er bestaan tekens die eigenlijk geen symbolen zijn omdat hun
betekenis is afgesproken, bijv. rood = gevaar. Er zijn
tekens die verwijzen, bijv. een korenaar op een
grafsteen, het bijbelboek op tafel, het kruisbeeld aan de muur. Echte symbolen
doen meer dan verwijzen, zij stellen tegenwoordig, typisch in een viering,
bijv. het kruisbeeld in de viering op Goede Vrijdag, het
bijbelboek waaruit voorgelezen wordt. Dan 'kijk' je door het beeld
heen, 'hoor' je door het boek heen naar..
zie Volwassenencatechese, het religieuze.
Zie zo
hè hè , eindelijk

Als aanhangsel voor liefhebbers in vervolg van De Boeken, waar het al ter sprake kwam
en in aanvulling op Openbaring, 5: Over
het ontstaan van de Schrift van de Volwassenencatechese:
4 De Canon
1 O.T. en N.T.

De canon van
het O.T. is vooral het werk van Joods
gezag. In ca 100 stelde het de officiële lijst van erkende boeken samen, de
Joodse Bijbel. Zie 'De Boeken'.
Die heeft de jonge Kerk in ieder geval gehanteerd, waar het om 'de Schriften'
ging, en later uiteindelijk in ca 1550, heeft het Concilie van Trente de
definitieve lijst van het O.T. vastgesteld, ruimer dan de Joodse canon. Het
idee er achter is dat de canon in ieder geval geïnspireerde boeken bevat maar
geïnspireerde boeken niet persé meteen in de canon hoeven te staan en dat zij
later toch inspirerend bleken te zijn (geweest). De canon van het O.T. is meer
'geleerdenwerk' geweest.
De stap naar
de canon van het N.T. ligt in de boeken van het O.T!
Jezus beriep zich op de Mozes en de Profeten en legde
de Schriften uit. Daaraan ontleende hij zijn gezag en hij kreeg het ont-/gezag van de mensen omdat
hij het inspirerend deed. Toen Jezus er niet meer was, spraken de apostelen,
door hem gemachtigd, in zijn Naam, dus met zijn Gezag. Paulus maakt b.v. aanspraak op dat gezag, omdat hij door J.C. was
aangesteld tot apostel (Galaten en de brieven aan de Korintiërs). Het is niet toevallig
dat 1 en 2 Tes het 'Paulus, apostel van Christus Jezus' missen dat voor alle
andere brieven van Paulus karakteriserend is. Bij hen hoefde hij
niet op zijn strepen te staan. De legitimiteit van hem die spreekt op gezag van
Christus, is reeds vroeg van grote betekenis bij het
verdedigen en uitdragen van de waarheid.
Aan
de periode waarin het gezag van het woord van Christus in mondelinge of
schriftelijke vorm en het gezag van de apostel van gelijke betekenis
was, komt een abrupt einde als Marcion, omstreeks
2 De ontwikkeling tot een vastlegging
van de canon van het N.T.
Het
begin 2.1
Voorop
zij gesteld dat de Kerk nog lang niet die uitgebreide vorm had en dat organisatie-niveau als wij gewend zijn. Er waren veel
'plukken' kerk:
Griekenland, Midden-Oosten, Rome, het Westen, Noord-Africa, Egypte dat veel connecties had met Palestina.
Het kerkkaartje kan hierbij dienstig
zijn. Ook het bijbelpanorama inzake het ontstaan van
de bijbel is hierbij niet te verwaarlozen.
Marcion zet de gezagsinstantie waarop de
Kerk was gebouwd op scherp. De kerk kon hem niet volgen omdat zij bewust een
bredere apostolische basis wilde vasthouden. Daardoor stond zij echter voor de
moeilijkheid om in haar prille jeugd grenzen te trekken van wat wel
gezaghebbend was en wat niet. Daar die grenzen in de verschillende delen van de
kerk anders lagen, zou het nog enige eeuwen (toen hadden ze kennelijk nog
tijd!) duren alvorens van een algemeen aanvaarde canon sprake was.
De
eerste kerkelijke schrijver die zich uitsluitend beroept op het geschreven en
apostolisch woord is Justinus Martyr (ongeveer 150, te Rome). Volgens hem
werden op zondag de " 'memoires' (van de apostelen) die evangeliën worden genoemd", gelezen
(Apol. 66.3). Deze waren geschreven
"door de apostelen van Hem en de door hen (te hulp) geroepenen" (Dial. 103,8). Hij citeert de Openbaring van Johannes
als een geschrift waarin de Heer spreekt. (Dial.
81,4)
Zover
is men echter nog niet in het oostelijk deel van de christelijke wereld.
Het is onbekend waarop men zich in Syrië baseerde toen Tatianus
daar kwam. (Hij maakte het z.g. Diatessaron
- een 'door vier heen' -,
een 'evangelie' dat uit de vier evangeliën was samengesteld, een
soort eenheidsverhaal.) Als joods-christelijke gemeente (in Syrië dus) kan het
zijn dat men las uit het evangelie der Hebreeën, maar het is ook mogelijk dat
men zich nog geheel hield aan de mondelinge overlevering. In ieder geval is in
170 nog zo weinig sprake van de vier evangeliën als aanvaarde
gezagsinstantie (en dus 'intouchable') dat Tatianus deze geschriften kan verwerken tot één geheel. Men
aanvaardt zijn Diatessaron.
Ontwikkeling
2.2
Na
Justinus Martyr ontwikkelen zich de zaken in het Westen
zeer snel. Irenaeus (Lyon, ca 175) erkent de
vier evangeliën, niet meer en niet minder.
Hij spreekt
van een 'viervormig evangelie' (adv. Haer. III II I). Hij kent 13 brieven van Paulus, de Openbaring, 1 Joh en 1 Petr. Volgens Eusebius (van Caesarea, ca 300, kerk.geschiedschrijver) kent hij niet alleen, maar èrkent hij ook de Pastor van Hermas
(H. E. V 8 7). Volgens dezelfde bron vermeldt hij ook de brief aan de Hebreeën
(H. E. V 26). Uit zijn citaten is bekend dat hij ook Judas en 2
Johannes heeft gekend. Jakobus, 3 Johannes en 2 Petrus heeft hij niet gekend.
Van
grote betekenis voor de stand van zaken in Rome is de Canon Muratori uit
omstreeks 200. (In 1740 vond Muratori in de Bibliotheca
Ambrosiana een palimpsest uit de 8e eeuw waarop eerder een lijst van
nieuwtestamentische geschriften bleek geschreven, die omstreeks
Cyprianus
en Tertullianus in Noord-Afrika tonen
een vanzelfsprekende eenstemmigheid op het punt van gezaghebbende boeken. Bij
beide schrijvers ontbreken Hebr., Jak., 2 en 3 Johannes. Daarentegen kent
Tertullianus Judas wel, maar Cyprianus kent dit geschrift niet.
Omstreeks
200 bestaat er dus al een aantal boeken die in Westen
algemeen worden aanvaard: de vier evangeliën,
13
brieven van Paulus, Hand, 1 Petrus, 1 Johannes en Openbaring. De Pastor van Hermas heeft een zeker gezag, maar er bestaat argwaan. Hebreeën, Jakobus, 3
Johannes en 2 Petrus zijn onbekend.
In
Egypte is de basis veel breder dan in het Westen. Clemens
van Alexandrië (apologetische School, ca 175) kent naast de vier evangeliën 14
brieven van Paulus (dus incl. Hebreeën). Verder erkent hij de
Handelingen en de Openbaring van Johannes. Kunnen we op Eusebius afgaan, dan
heeft hij in
zijn Hypotyposes uiteenzettingen gegeven over
alle boeken 'zonder de omstreden boeken te veronachtzamen'. Daarmee wordt
bedoeld: de brief van Judas 'en de overige Katholieke brieven en die van
Barnabas en de Openbaring van Petrus' (H.E. VI 14, 1-2). In ieder geval
citeert hij niet uit 3 Johannes, 2 Petrus en Jakobus. Daarentegen
erkent hij wel 1 Clemens, de Didachè en de Pastor van Hermas.
Hieruit blijkt dat men het in Egypte meer in de breedte zocht dan dat men
overging tot het trekken van strakke lijnen.
Aan
deze toestand begint een eind te komen met Origenes (ca
In deze lijn gaat Eusebius van
Caesarea (Palestina) verder (H.E. III 25).
Volgens hem zijn echt de vier evangeliën, Handelingen, de brieven van Paulus, 1
Johannes, 1 Petrus en 'als men dat juist oordeelt', de Openbaring. Tot de betwiste
rekent hij Jakobus, Judas, 2 Petrus en 2 en 3 Johannes. Toch worden deze door
velen als echt beschouwd. Onder de onechte rekent hij de Handelingen van Paulus,
de Pastor van Hermas, de Openbaring van Petrus,
Barnabas, de Didachè, de Openbaring van Johannes 'als men dat wil' en het
Evangelie van de Hebreeën. Van ketters afkomstig zijn het evangelie van Petrus,
van Thomas en van Matthias en andere zoals de Handelingen van Andreas, van
Johannes en van andere apostelen. Hieruit blijkt dat Eusebius al de
geschriften die later in de canon komen als echt en algemeen erkend beschouwt,
behalve Openbaring, 'waarover de meningen verdeeld zijn’.
Eindfase
2.3
Na
200 heeft dus het Oosten groter vorderingen gemaakt bij het vaststellen van de
canon dan het Westen. De kwestie met de Openbaring blijft nog lang in het
Oosten onopgelost. Chrysostomus (354-407), Theodoretus (+ ong. 460),
Basilius (+ 379), Gregorius van Nyssa
(+ 394) en Gregoriüs van Nazianze
( 390) hebben allen de Openbaring verworpen.
Gezien
de overwegingen van Eusebius behoeft het echter niet
te verbazen dat Athanasius (Alexandrië) in zijn Paasbrief van 367 onomwonden de nu bekende 27 boeken van
het Nieuwe Testament als canoniek beschouwde. Dit betekende feitelijk tegelijk
de afsluiting van de canon in dit gebied. Het Westen heeft het voorbeeld van
het Oosten gevolgd op de synoden van Hippo Regius (393) en Carthago (397 en 419). Men blijft hier
echter argwanend staan tegenover Hebreeën, die niet uitdrukkelijk als
paulinisch wordt erkend (nu nog niet).
Op
deze weg is de Syrische kerk slechts schoorvoetend gevolgd. De Pesjitta ('eenvoudige' bijbel in
Syrië; O.T. in de 2e eeuw geschreven vanuit een bestaande oude
tekst; N.T. in ca 380 geschreven ook
vanuit die oude tekst) nam van de Katholieke brieven slechts 1 Johannes, 1
Petrus en Jakobus op, terwijl ook Openbaring afwezig was. In de tijd van Ephraëm (350, Edessa ) was het
zelfs nog gebruikelijk om 3 Korinthe tot de brieven
van Paulus te rekenen. Pas met Philoxenus (ca 500) wordt in
het Syrisch sprekend deel van de kerk een canon
geïntroduceerd die gelijk is aan die in de rest van de kerk.
Bij de
geschiedenis van de canon hebben allerlei factoren een rol gespeeld. In het Westen speelde de apostoliciteit een grote rol, wat tot
gevolg had dat Hebreeën en enige van de Katholieke brieven aanvankelijk niet
konden worden geaccepteerd. Van het begin af aan heeft men, vooral in
Egypte, op een veel bredere basis gestaan. Origenes geeft dan de stoot om die
schriften te accepteren die algemeen werden gebruikt. Op grond hiervan konden
ook niet-apostolische geschriften worden aanvaard. Vooral door de invloed van Athanasius op het Westen wordt de canon van het Oosten ook
in Rome geaccepteerd.
Kort
samengevat zijn de criteria geweest: de mate van verbreiding in de Kerk als
geaccepteerd en bruikbaar geschrift, het inspirerende/geïnspireerde karakter en
de apostoliciteit, het zich kunnen beroepen op apostolische oorsprong.
De tekst is grotendeels letterlijk uit Klein A.F.
"De wordingsgeschiedenis van het N.T." Aula 207.
Zal wel uitverkocht zijn.
© 2000 -2003 P.Goris
Epe