terug naar overzicht

emailadres

Bijbelse begrippen

Gerechtigheid
Reinheid
Uitverkiezing
Verlossing

Getallensymboliek


In de bijbel tref je vaak getallen die regelmatig terugkomen; ze worden al gauw 'heilige' getallen genoemd zonder dat men er een betekenis aan geeft. Als je op hun context let, kun je toch wel specifieke betekenissen veronderstellen die zingevend zijn. Om dit goed aan te voelen is een zekere vertrouwdheid met de bijbel nodig, en eenmaal er mee vertrouwd, zie je overal die betekenissen.

Het onderstaande is een eerste kennismaking en gaat uit van basisgetallen 3, 4, 5, 7, 12, waarbij 1 wordt opgeteld, of hun veelvoud of hun producten worden gehanteerd. Als je het heel goed wilt doen, moet je het gebruik van getallen per boek of bijeenbehorende groep boeken onderzoeken. Afgaan op de Kabbala is mij te riskant voor bijbels gebruik.

 

 - 3 -
beslissend, cruciaal. Iemand die drie dagen dood was, was echt dood. De vijgenboom van Lc 13,7 was drie jaar zonder vrucht: "omhakken" zegt de eigenaar (maar de wijngaardenier …Noach laat een duif los om te zien of de aarde droog was; na de derde keer komt de duif niet meer terug (Genesis 8,12). In Genesis 22,4 ziet Abraham op de derde dag de berg: nu is het zover; hij ontkomt er niet aan; dus toch!  Als JHWH voor de derde keer Samuël heeft geroepen, begrijpt Eli dat het de Heer is die roept en zegt hij aan Samuël hoe hij moet antwoorden (1Sam3). Paulus kon volgens Handelingen 9,9 drie dagen niet eten en toen kwam Ananias. In Johannes 21,14 staat dat Jezus voor de derde keer verscheen en toen definitief Petrus vroeg als leider van de Kerk (vs 17). Aan Lazarus was niets meer te doen want hij was al meer dan drie dagen dood (Joh 11,17); hij riekte reeds (vs 17). (Niettemin ...)
Hosea 6,2: "...op de derde dag laat HijZ ons weer opstaan - dan is het genoeg.
Jezus verrees op de derde dag (volgens de Schriften): het is niet wezenlijk of/dat daar twee nachten overheen gingen. De belijdenis is dat de Vader een definitief 'besluit' nam; ook al zou dat allang vast staan, nu is het zover! (Mt 12,40v).

Petrus kreeg driemaal de opdracht te slachten en te eten van 'onrein' vlees (Hand 10, 13vv).

- 4 -
Komt niet zo expliciet voor maar (b)lijkt belangrijker dan je denkt. Kijk eens naar je lichaam: in het platte vlak is er een onder, een boven, een links en een rechts. Geen 'voor' en 'achter' die je met ledematen ervaart. Als je je linkerarm naar voren houdt, ben je je linkerkant 'kwijt'. Je ervaart ruimte, 'voor'/achter', meer door je naar voren/achteren te bewegen.

Als 'recht' en 'niet-recht' basisgegevens zijn, is een cirkel met daarin een kruis dan geen basisbeeld van recht en rond? Als je aan een driehoek een vierde (hoek)punt toevoegt, is het bestreken oppervlak in een keer veel groter of kleiner. Waarom zijn er geen vijf (hoofd)wind­streken? Men dacht de aarde plat: de zon gaat op in het Oosten, bereikt haar hoogste stand in het Noorden of Zuiden en gaat in het Westen onder: Noord, Oost, Zuid, West; zie Jesaja 43,5vv.
Apocalyps 7,1:"... de hoeken der aarde": de vier hoeken van het (reukoffer)altaar in de tempel stelden waarschijnlijk de hele aarde voor; daarop stonden ook de vier hoorns, teken van kracht, macht. Rondom de troon vier dieren die alles konden (over)zien, Apocalyps 4,6vv. Van het laken in Hand 10,11 en 11, 5 wordt expliciet vermeld dat het aan de vier punten wordt neergelaten en het bevatte al de dieren van de aarde.
De betekenis van vier is redelijkerwijs: allesomvattend.
Maar je kunt ook stellen dat het allesomvattende in vieren is te delen. We verdelen een uur in kwarten en een cirkel m.b.v. twee rechten in vieren. Het kwartier bepaalt of we x min. 'over' (heel) of 'voor half' zeggen. Zie de beweging van de slinger: omlaag, omhoog, en (terug) omlaag, omhoog of de vier schijngestalten van de maan: N.M., E.K., V.M., L.K. Voortdurend op aarde én aan de hemel te zien. Ps 81, 4: "Blaas op de ramshoorn bij nieuwe maan, bij volle maan …" Zo kun je ook zien dat het kwart na half 'loslaten' betekent en vervolgens het kwart naar heel een 'er naar toe' gaan is.

- 5 -
Heeft te maken met 'organieke eenheid'; vijf vingers aan één hand, alle vijf op een rij. (Denk eraan: eerst bestaat het getal en dan pas komt de betekenis.) Dan is een interne tegenstelling mogelijk: twee tegen drie en drie tegen twee in één huis (Lc 12, 52). Vijf domme tegen vijf verstandige bruidsmeisjes (Mt 25,15) kunnen zo (al) 'de' dommen en 'de' verstandigen betekenen, de 'soort', maar indirect ook dat de verstandigen organiek, systematisch, waakzaam zijn. Vijf talenten (Mt 25,15) en vijfduizend man te eten (Joh 6,10) duiden dan op iets compleets, organieks, bijv. het (hele) joodse volk, wat compleet bij de/die mens 'hoort'. De vijf boeken van Mozes (Tora) staan voor de organieke, complete Joodse leer. In Lc 9 moeten de 5000 in groepjes van 50 gaan zitten, m.a.w. handhaaf iets origineels, organieks eigen. Jezus spreekt in Joh (2;4;8;19;20) vijf maal een vrouw aan met "Vrouw, …".
Het zijn alle indringende, heilsgeladen, persoonlijke situaties. Die houding van hem t.o.v. vrouwen hoort 'organiek' bij hem. Zo is hij voor vrouwen. Een vertaling als "Lieve vrouw, …" lijkt me dan ook beter dan alleen 'vrouw'. De Willibrord presteert het om 'γυναι' in Joh 20, 13 en 15 (bij het graf) weg te laten.

- 6 -  (5 + 1)
Nu ligt 6 voor de hand! Het breekt nl. uit de vaste patroon, de 'organieke' structuur. In het roepingsvisioen van Jesaja (6, 1vv) hebben de engelen zes vleugels, waarmee ze buiten het menselijk, zintuiglijk waarneembare, kader staan. "Zes dagen later …" (Mt 17,1 en Mc 9,2) na de cruciale geloofsbelijdenis van Petrus: wat met Jezus en indirect met de drie apostelen gaat gebeuren treedt buiten het joodse, want het mag pas na de verrijzenis worden verteld, als duidelijk wordt dat hij de Messias is.  Dit is een typisch voorbeeld van getallengebruik. Het is niet wezenlijk of dat twee of elf of drie en een halve dag later gebeurt, of net zes getelde dagen. Wezenlijk is de betekenis, de verkondiging die er achter zit. Joh 2,6 noemt zes stenen waterkruiken voor joodse reinigingsriten. Heel gemeen, want juist uit die zes kruiken wordt de wijn voor het nieuwe Leven geschept. In Joh 19,14. 15 weigeren de Joden Jezus als koning te erkennen: ongeveer het zesde uur, Jezus' koningschap treedt buiten het joodse kader.

In Lc 10 zendt Jezus 6x12 leerlingen na de 1x 12 in Lc 9. Lucas schrijft later dan Mt en voor ruimer publiek: universeel.

Petrus bidt op het zesde uur (Hand 10,9) en met hem gaan zes mannen mee op reis naar de heiden Cornelius (Hand 11,12). Misschien waren het mensen die een beetje ruim konden denken, maar de Kerk breekt in ieder geval uit het Joodse kader. "… ook aan heidenen bekering ten leven …" (Hand 11.18)

In Jes 11 worden drie paren gaven van de Geest genoemd: wijsheid en inzicht, beleid en (helden)sterkte, Godskennis en ontzag voor JHWH. Dat zijn eigenschappen die de voornaamste van het volk, de koning, nodig heeft: als rechter, als aanvoeder en als priester. Je kunt drie zien als doorslaggevend, zes als uit-/baanbrekend omdat de Geest vernieuwt.

- 7 -
Is in de oudheid een veel voorkomend getal, meestal in verband met (scheppings)harmonie, kosmos. Hoe men daaraan gekomen is als aan een soort 'levensgetal' ?  Mogelijk via de vier schijngestalten van de maan. In het oude Oosten kende men een woord als 'Sjabbat' voor een hele maancyclus; een vierde daarvan is een week. Wat de vrouw op aarde in haar lichaam voelt, speelt zich ook af aan de hemel.
Het is opvallend dat bij de 'uitreiking' van de 10 geboden (Exodus 20,10) een week wordt aangehouden als scheppingstijd incl. een vrije dag: "In zes dagen immers schiep God hemel en aarde". 'Immers' insinueert dat men weet, kon weten, dat er een verband is tussen het menselijk handelen, menselijk beleven, en de schepping. Je kunt ook zeggen dat via '7' het menselijk doen religieus/godsdienstig gefundeerd wordt, hemel en aarde worden verbonden, de schepping wordt voortgezet, wij haar in stand houden door in een cyclus van '7' te leven, die nog steeds in zwang is. Het getal krijgt dan iets van 'in het hele, gegeven leven'.
In Genesis 7 regent het 7 dagen en nachten; je verwacht dan iets als een schone of nieuwe schepping.
Het zeven-wekenfeest/Pinksteren is een joods oogstfeest; het werd gevierd op de dag van 7 x 7 dagen na Pasen (dus 50 dagen vanaf Pasen): er is dus iets helemaal +1 voltooid dat met het nieuwe/doorgaande leven (oogst), schepping te maken heeft. Met Pinksteren barst de Kerk uit haar oude (joodse) voegen.

2 x 7

Matteüs noemt in 1,17 uitdrukkelijk 14 (2 x 7) geslachten van Abraham tot David, van David tot aan de balling­schap, en na de ballingschap tot Jezus (3 perioden!). Dat moet toch iets betekenen. Paulus noemt ook 14 dagen in Galaten 1,18 die hij bij Petrus doorbracht en in 2,1 dat hij 14 jaar later weer naar Jeruzalem gaat.

De geslachtslijst van Mt lijst wordt ingedeeld naar drie ken­nelijk karak­teris­tieke periodes: vanaf Abraham, vanaf David, vanaf balling­schap tot Messias, met ieder 14 geslachten. Het enige dat ik kan bedenken is een toespeling op de oude oosterse 'sjabbat'-periode van de maancyclus en met de getallen 3, 4 en 7 : 2 x 7 'dagen' opgaande lijn en 2 x 7 'dagen' neergaan­de lijn. Hier zou dan de opgaande lijn zijn van Abraham naar David, de inderdaad neergaande van David naar de ballingschap. Dan is er een opgaande van de ballingschap naar de Messias (dus op Davidisch niveau) en dan blijft het zo - de derde 2 x 7, de definitieve lijn - want aan zijn Rijk komt geen eind. Er is dus geen neergaande lijn meer.

Zo ook met Paulus: m.i. gaat het om een opgaande lijn - van Nieuwe Maan naar Volle Maan - in een persoonlijke groei bij Petrus van korte duur en later om een opgaande lijn in zijn langdurig werk onder de Christenen uit de heidenen.

 

- 8 -  (7 + 1)
Er is iets heel nieuws aan de hand als er staat: "Juist op die eerste dag van de nieuwe week daalden twee leerlingen af naar Emmaüs (een vrijstad, d.w.z. ze hielden het voor gezien en knepen ertussen uit) en Augustinus spreekt later over de achtste dag. De zondag werd de 1e dag in de nieuwe week, de achtste dag, dag des Heren. David was de achtste zoon van Isaï; hij moest speciaal van het veld gehaald worden omdat de eerste zeven niet de goede waren (1Samuel 16.10vv). Met hem begon het nieuwe rijk. Acht mensen gingen de ark van Noach in. Zie Genesis 7,13 (en 10). Acht dagen later was Thomas er ook bij; voor hem begon toen het nieuwe over het oude heen (Joh 20,26vv).

-9 -
Kun je opvatten als 3 x 3; dus helemáál definitief. Rond het zesde uur ging het mis en omstreeks het negende uur viel het doek definitief voor de -'officiële'- Joden; wij kunnen ook zeggen: toen was de verlossing er (Lc 23, 44.v). Cornelius kreeg het visioen rond het negende uur: een zwaarwichtige beslissing dat de Kerk moet uitbreken (Hand 10, 3).

- 10 -  (2 x 5)
betekent 'alles' wat je kunt, alles wat er is, volheid. Alle tien de vingers. De 10 plagen van Egypte laten de Egyptenaren zo'n beetje alles, tot en met het ergste, meemaken. Als je dan nog aan iedere vinger tien andere vingers telt - meer kan niet. Een joodse 'clan' moest 1000 man leveren voor het leger ook al bestond die clan maar uit 500 man. 1000 is 10 x 10 x 10: het maximaal haalbare. Dan ga je 10 toch wel als basisgetal zien.

10 heeft met 'plèroma' te maken, volheid, vervulling, compleet zijn. "De zaak is rond", zeggen we en gebaren we.

Emmaüs ligt op 60 stadiën van Jerusalem: die twee leerlingen braken uit het bestaand (Joods) kader (6) en ze hielden het compleet (10) voor gezien, incl. (de Joodse) Jezus. (Lc 24,13) Dan gebeurt er iets.  Toen Jezus begon (Lc 3,23) was hij 'ongeveer 30 jaar'. Wij zeggen: hij was helemaal (10) er klaar (3) voor.

 

De opbrengst van het zaad in Mt 13, 8.23 is 100-, 60- en 30-voudig. 10 staat telkens voor compleetheid, volheid, zinvol heid; 10 x 10 wil zo iets zeggen als overweldigende volheid, 6 x 10 een nieuw zinvol kader, 3 x 10 een definitieve zinvolle keuze, beslissing. Dat kan betrekking hebben op karakter: iemand die 'goed zit' en onbevangen ontvangt krijgt overvloed, iemand die zoekt vindt zijn nieuwe weg en iemand die voor een beslissing staat kan dan beslissen. Het kan ook een persoonlijke ontwikkeling beduiden: iemand die vol vreugde het goede nieuws oppikt, daardoor zijn nieuwe levensweg ziet en daartoe gaarne beslist. (zie overweging 15e zondag jaar A)

70 leerlingen die erop worden uitgestuurd staan voor (10) alles voor het (7) hele (geloofs)leven. Als je je broeder (!) tot 70 x 7 maal moet vergeven, wil dat zoiets zeggen als 'alles, in je intens (geloofs)leven'. (Geen wonder dat Petrus zich iets afvraagt.) Bij vergeving speelt zodoende(!) het begrip 'goede schepping'  een rol. Vergeving is het centrale element in de goede boodschap; door het krijgen en geven wordt de positieve lijn vastgehouden (onder broeders!).

150 dagen zondvloedwater zijn dan 3 x 5 x10: definitief, het organieke/gewende/gevestigde leven helemaal.

-12 -
Betreft het eschaton, het onderweg zijn naar, het Rijk dat komende is, misschien er al is. 12 stammen van Israël, 12 apostelen, 12 manden met brokken -voor onderweg naar huis- Joh 6,13.
Het dochtertje van Jaïrus stond op "want het was 12 jaar" (kon ze ook als ze twee en een half was geweest). Voor die vrouw die al 12 jaar aan vloeiing leed en het meisje was het rijk -op zijn minst- heel dichtbij gekomen (Mc 5,25.42). Hanna dan, met haar 84 jaar (Lc 2, 36v)? En als je dan 12 x 12 x 1000 getekenden ziet en 'daarna een grote menigte die niemand tellen kon … ' (Apk 7,4vv), is dat (joodse) heil dan universeel gekomen of niet ?

- 40 -
duidt op een proces, bekering, ontwikkeling. Mozes bleef 40 dagen en nachten zonder eten of drinken (!) op de berg bij JHWH en kreeg Zijn glans mee (Ex 34,28). Het regende 40 dagen en nachten (Gen 7,12; 8,6) want er moest iets wegkwijnen, uitgezuiverd worden. Joden trokken 40 jaar door de woestijn voordat ze het beloofde land in mochten.
De ballingschap duurde 40 jaar. Jezus vastte 40 dagen en nachten voordat hij zover was dat hij begon. Het duurde 40 dagen voordat Jezus de apostelen voldoende had geïnstrueerd over het Rijk Gods (Hand 1,3) dat ze het snapten en hij van hen heen kon gaan. 40 is op te vatten als 4 x 10 (alles omvattend en compleet; zo kun je een indringende bekering als een omwenteling bezien) maar het lijkt mij eerder dat het een basisgetal is met de betekenis van een proces.

 

Vergelijk eens de getallen

van Matteüs 14, 13-21 met die van 15,32-39. Waarom wordt de brood-vermenigvuldiging herhaald? In onze ogen doen de kleinere getallen de zaak afbreuk. Cruciaal voor het begrijpen is Mt 15,21vv: Jezus 'breekt uit' het joodse-/palestijnse kader en gaat (opnieuw) op de berg zitten. Dat was beslissend voor de (latere) Kerk. Zoek de getallen eens op in de bijbeltekst. Hoe 'vertaal' je ze ? (Kijk niet te veel naar de vijf broden en twee vissen. De vijf broden duiden waarschijnlijk op de vijf boeken van Mozes -de Tora- en de twee vissen op  de Profeten en de Schriften. Later worden dat zeven broden en de visjes krijg je toe. Het zevental van de broden is wél belangrijk voor de betekenis.)

 

Nu rest nog de vraag waarom drie die betekenis van doorslaggevend heeft gekregen. Want eerst is er het getal en dan pas de betekenis, die op ervaring is gebaseerd. Daar hoort een tekening bij.

_____ A communiceert rechtstreeks met B: zien, spreken, gebaren enz. en anders om.

  - - - A denkt onwaarneembaar over B en anders om.

Je kunt voor A en B twee geliefden invullen. Of  God - mens. Ich - Du. Bij twee begint het eigenlijk, want 'ik' wordt/is pas persoon als 'ik' zich richt op 'jij'. Bewustzijn t.o.v de ander, onderscheid, afstand laat pas personeren dat door resoneren wordt bevestigd

  

Nu komt er een derde bij: één (b.v.A) heeft B - C niet 'in het zicht'. M.a.w. het begrip "ze" is ontstaan: 'ze' zeggen over mij, 'ze' denken over mij. (1) Dus een uitbraak uit het 'ich - du' kader. Nu komt het op vertrouwen aan, een  wezenlijke sprong t.o.v. de een - twee relatie, waar geen 'gevaar' is.

 

Te bedenken dat het 'niet in het zicht hebben' van één van de deelhebben­den niet geldt voor de Drieëenheid. In de figuur is dat misschien aan te geven m.b.v. een cirkel door de drie hoekpunten?


Boze tongen zullen nu ongetwijfeld subtiel opmerken dat een melkkruk pas bruikbaar is als er drie poten zijn, hetzij drie van de kruk zelf hetzij een van de kruk en twee andere. Dat ligt wat dichterbij dan het bovenstaande. Dat mag zo zijn maar dit is zo'n triviale benadering dat ik die verre van me werp. Stel je voor, zeg. Ik sta op mijn eigen benen.

     terug naar begin

 

 

Gerechtigheid

 

Hoewel recht het gebeente van de bijbel is (zonder recht zakt zij als een plumpudding in elkaar), niet op de eerste plaats denken aan recht en rechtvaardigheid. Gerechtigheid omvat meer. Het Egyptische begrip 'Ma'at, dat ook met gerechtigheid wordt vertaald, zet ons op een spoor.

De oude volken hadden meer oog voor de sterrenhemel dan wij. Wie al eens op een ongewone, gunstige plaats onder(!) de sterrenhemel heeft gestaan, kan erdoor 'geraakt' worden - zoals de Noordeling van het Poollicht gaat houden. De oude volken zagen echter ook de regelmaat, het in stand blijven, het eeuwigdurend doorgaan, de 'recht'heid in de bewegingen van de sterren, zon en maan, (op een paar vagebonden -planeten- na). De begrippen schoonheid, rust, regel, verheven, eeuwig, bedoeld, zijn hier ter zake. Zou de mens die herkennen als die niet in hem waren gelegd ?
Maar het leven op aarde moet ook in stand blijven, iets dat heel kortbij ons ligt, want het gaat om ons eigen hachje. De eerste praktische manier om te overleven is rechtvaardigheid, ieder voldoende en het zijne. Dat dient de maatschappij.
Als dat lukt, zou men dan daarin niet iets van dat hemelse herkennen, iets van dat hemelse op aarde waar willen maken als een soort ideaal, een leefprogramma ? Dan worden hemel en aarde verbonden. Dan komen er ideeën die verder reiken dan recht, bijv. vrijgevigheid, aalmoes, naastenliefde, iemand bevestigen, eeuwig leven, de Rechter, alles wat die rechtheid dient, alles wat in dienst staat van het Rijk dat komen moet (in christelijke termen). Aan de Egyptische koning werd niet voor niets Ma'at toegewenst voor hem zelf, die hij evenwel ook voor anderen waar moest maken. En psalm 72 begint met: "God, laat de koning regeren zoals u en geef de zoon van de koning uw rechtvaardigheid." ( Ik zou liever vertalen: ' uw gerechtigheid'.)  Eigenlijk hetzelfde als de wens voor de Egyptische koning.
Gerechtigheid heeft dus de betekenis van aards recht(vaardigheid) maar ook hemelse Gerechtigheid.

Wij hebben van God gehoord via onze ouders, op school, in de kerk enz. En zij weer van hun ouders enz. enz. Maar hoe is het met de oer-volken gegaan? Het idee 'GOD' is niet per parachute gedropt, het heeft zich ontwikkeld. De basis daarvoor zou best eens het zo goed mogelijk willen leven kunnen zijn: recht en rechtvaardigheid op aarde dat zich aan de hemel blijkt te spiegelen. De Joden noemen hun God o.a. 'Hij die alles op aarde rechtvaardig bestuurt'. HijZ roept hemel en aarde tot getuige. Recht(vaardigheid) en gerechtigheid zijn dan wel basisgegevens.
Uiteraard is dit niet enige aanleiding om over 'GOD' te gaan denken; schepping is dit ook. Mensen kunnen het ook zijn.

Als toelichting die onrechtvaardige Mammon: (voor nog meer uitleg zie 25e zondag jaar C)
Zoals wij gewend zijn die tekst over de onrechtvaardige rentmeester (Lc 16,1-13) te lezen lijkt het erop dat Jezus ons aanspoort om -even onrechtvaardig als die rentmeester- met onrechtvaardige middelen -de Mammon- een wit voetje in de hemel te krijgen. De boodschap van Jezus over het geheel genomen is wel duidelijk -kijk uit voor geldzucht- maar die tegenstrijdigheid om onterecht in eeuwige tenten opgenomen te worden zit niet lekker.
Toch is het niet tegenstrijdig; de clou zit in die verschillende betekenisnuances. In de tekst wordt 'onrechtvaardig' gebruikt voor de rentmeester én voor de Mammon. Die rentmeester was fout (wel gewiekst, waarvoor hij wordt geprezen maar niet bedankt) en dus is de Mammon ook fout, denken we. Maar dat kan niet want die doet niks. Mensen doen.
De grondbetekenis, die in het Grieks net zo min als in de Willibrord van 1978 tot uiting komt, van het hebreeuwse werkwoord is vooral 'heil-vol' zijn. Voor een persoon vertalen we -dacht ik- het beste 'gerechte', iemand die met zijn hoofd in de hemel en met twee voeten op de aarde leeft (en die in zijn hart bij elkaar houdt). De gerechte zal op aarde -o.a.- rechtvaardig zijn want daar weerspiegelt zich dan op dat punt de hemel. Dat deed die rentmeester dus niet.
Mammon (bezit, geld, invloed) is typisch niet van de hemel want je kunt het niet meenemen als het om de eeuwigheid gaat. Dus is Mammon in zich a-gerecht, aards, on-eeuwig, heil-loos. Dat heeft dus niets te maken met onrechtvaar­digheid. De beste vertaling moet dan zo iets zijn als de 'aardse Mammon' of het 'voor de eeuwigheid ontoereikend geld', het 'slijk der aarde'. Jezus zegt dan dat hij er helemaal niet mee zit, in tegendeel, als je met behulp van aards geld e.d. een wit voetje wilt halen bij hemelingen. Dat is kien.
Je moet je vriénden maken met geld, geen vijanden, die je niet in hun eeuwige tenten opnemen. Dat verschijnsel van vrienden maken kennen we. Vroeger gaven gelovigen geld aan kloosterlingen, die vast beter konden bidden dan zij zelf omdat die sterk op God gericht leefden (maar niet van de wind). Tot voor kort gaven katholieken geld aan de priester voor een mis-intentie. Nu is het meer de gewoonte het aan de parochie-gemeenschap te geven. Te bedenken dat 'gemeenschapstrouw' ook zit in de betekenis van dat hebreeuwse werkwoord!
Als Jezus dat voorbeeld van kien-zijn heeft gegeven, vervolgt hij met 'Wie betrouwbaar is in het kleinste, is het ook in het grote'. Daarmee waarschuwt hij meteen dat je moet opletten dat je je niet door geldzucht e.d. laat overheersen want anders is er geen houden meer aan; dat heeft niets meer met gewiekstheid te maken maar met overheersing door een geldduivel. Pas bij deze waarschuwing is de vertaling van de nieuwe Willibrord 'geldduivel' op zijn plaats.

JHWH doet ook gerecht, doet recht aan zijn Naam, JHWH, Hij-is-(er): Hij geeft de Wet tot heil van zijn mensen, is trouw, liefde-vol, barmhartig en genadig. Zo onderhoudt HijZ Zijn relaties. De rechtvaardige laat Gods wil geschieden op aarde opdat zij hemel wordt. (Het geven van aalmoezen hoort daar ook bij.)

Paulus heeft het vaker over Gods Gerechtigheid (bv. Rom. 1,17) en in Joh 16, 10 staat dat (de Geest laat zien dat) het gerechtigheid is dat Jezus heen gaat (teruggaat) naar de Vader. Nu heeft gerechtigheid meer de betekenis van 'het is terecht', 'het klopt', volgens belofte of bedoeling. God laat zien dat Hij het goed voor heeft met de mensen, wat je van Hem mag verwachten. De Geest laat inzien dat Jezus vanwege zijn goed gedrag thuis hoort bij de Vader, dat dat klopt. Hij is van de Vader uitgegaan en gaat door de Vader gerechtvaardigd, geaccepteerd, terug. En dat het terecht is dat zij Hem niet meer zien ('bezien' staat in het Grieks), want - zeg ik - hun aandacht is nu niet meer tot Jezus beperkt maar altijd en overal voortdurend be-Geesterd ter beschikking voor de ontwikkeling van het Koninkrijk.

 terug naar begin

 

Reinheid

"Was mij, ik ben vuil van zonde" klinkt nogal plechtstatig zo niet onwerkelijk, net zoals "door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn allergrootste schuld" nogal onderhevig is aan waardevermindering. Wie voelt dat werkelijk zo ? "Vuil dat het leven op mij achterliet" - je zult maar misbruikt zijn.

De moeilijkheid is dat het bijbelse 'onrein' wel hetzelfde klinkt als ons 'vies' maar het niet is. "Jullie zijn rein door de woorden die ik tot jullie heb gesproken" zegt Jezus. Dan ga je aan een andere betekenis denken. Rein wil zeggen op God gericht, contact hebben met God. Zalig zijn de zuiveren van hart! On-rein heeft ook iets van onmacht om op bovenmen­selijk niveau te zijn.
Jesaja zegt (Jes 6, 5vv) dat zijn lippen onrein zijn (om profeet te zijn). Dan komt een engel die met een gloeiend kooltje van het reukaltaar zijn lippen aanraakt en daarmee reinigt. Als hij gewoon vieze lippen of een vuile mond had gehad, kon hij nu helemaal niet meer spreken. De betekenis is dat hij nu doorgloeid is met het heilige (van het altaar) en geschikt om als profeet op te streden.

Reinheid is dus duidelijk een godsdienstig begrip, geen morele kwalificatie.

Een melaatse kan zo schoon zijn als mogelijk, hij moet zijn onrein-melding laten horen: hij is niet geschikt om gewoon in de samenleving te functioneren. Wij maken dan van hem al gauw een verschoppeling maar wie zegt dat dat ook zo was voor de Joden? Zouden zij geen medelijden of zorg hebben gekend?

Een vrouw in haar stonden is on-rein maar niet vies. Ze is niet in haar gewone doen en daarom moet je haar niet benaderen. Ze verliest leven, heeft leven verloren; beter: ze kan (dan) geen leven geven, ontvangen. Na de bevalling heeft een moeder wel iets anders aan haar hoofd, ze moet herstellen, weer haar weg vinden. Vies is de man die haar als al of niet bevruchtbaar bekijkt om maar een net woord te gebruiken. Het gaat nu niet om een godsdienstige houding -ofschoon de Joden daarin niet zoveel onderscheid zagen als wij- maar om een soort van cultische houding, een levenshouding.
Als een Joodse na haar stonden een reinigingsbad neemt of krijgt, is ze dan weer schoon? Dat was ze allang. Ik denk dat ze haar herstel zo viert. Als een jonge moeder haar kerkgang deed, mocht ze dan weer de kerk in komen en eerder niet ? Dat men dat daarvan heeft gemaakt, dat de vrouw zich vernederd voelt, wil nog niet zeggen dat het idee om iets daar te vieren verkeerd is.
"Allen hebben wij ons verontreinigd, heel onze gerechtigheid werd een stondendoek gelijk", zegt Jes 64,5v. Een stonden­doek is on-leven, geen leven; onze gerechtigheid is dus on-gerechtigheid of a-gerecht geworden, zegt Jesaja.

De Joden kenden/kennen reinigingsrituelen. Die hebben te maken met bezig zijn, je oefenen, je aandacht richten op God m.b.v. een handeling, rite. Als zij dan hun handen wassen, hoeven die niet eens vuil te zijn. Mc 7, 3 geeft aan dat men de vingertoppen in water doopt voor het eten. Daarmee was je ze niet schoon. Die ceremonie geeft aan dat je eraan moge denken dat je dat eten hebt gekregen; het gaat dus om een besef, een houding. Als een schrijver bijbeltekst schrijft waarin de naam van God staat, doopt hij eerst zijn vinger in water voordat hij "JHWH" schrijft. Die vinger was niet vuil, ze was niet 'gewijd'.
Kijk ook eens naar de paralleltekst in Matteüs 15,1-21 wat Jezus bedoelt met reinheid. Dat ook over een slecht hart wordt gesproken klopt, want het thema, de beschuldiging door de Farizeeën, is on-reinheid. Jezus geeft niet zoveel om rituele reinheid die regeldwang is geworden en spitsvondigheid maar niet meer eerlijk is.

Het reinheidsbegrip heeft bij gedragen aan het in stand houden van het Joodse monotheïsme. De onreine eredienst van de omliggende heidense (onreine - niet op JHWH gerichte) volken mocht geen invloed uitoefenen op de Joodse eredienst en op hun Godsbeeld. Die reinheid heeft Jezus hoog gehouden. Hij spreekt woorden die rein maken, op zijn Abba richten.

 terug naar begin

Uitverkiezing

Vaak wordt het Joodse volk verweten dat zij zichzelf als uitverkoren volk beschouwen en dus … meer waard zijn dan andere volken en mensen. Dat eerste is wel waar, het tweede niet. Het eerste betekent dat zij zien dat andere volken om hen heen niet zo'n goede god(en) hebben als zij. De clou is dat zij erkennen dat zij dat nergens aan hebben verdiend, dat zij aan hun God niets kunnen doen, dat zij hun God hebben 'gekregen'. Dat hun God, die over alle volken heerst, zo'n goede God is hebben zij ervaren, zo hebben zij hun ervaringen geduid. Maar dat wil helemaal niet zeggen dat zij het dan makkelijker hebben dan andere volken. Als er één volk heeft geleden is het wel het Joodse. Toch zeggen ze zelf dat ze uitverkoren zijn.
Wat betekent dan uitverkoren? Uitverkiezing is om niet, je kunt je op geen verdienste van je zelf uit beroepen, hoogstens op belofte. God bemint als eerste, wij ontlenen daaraan. Dat is hun geloof. Die uitverkiezing brengt wel mee dat je je ergens voor inzet nl. voor rechtvaardigheid enz. Uitverkiezing is voor hen geen in je luie stoel zitten en wachten tot slaven het voor je opknappen. Noblesse oblige.

Zo'n misverstaan zit ook in Mt 22, 14, de gelijkenis van het feestmaal waar de man zonder bruiloftskleed aanwezig is. Wij denken nu al gauw dat die arme man daar niets aan kon doen; misschien had hij geen geld of zo of kon hij het niet. Maar dat is het punt van de vergelijking niet. God neemt het juist op voor de arme en steunt de onmachtige; daarom is dat niet terzake. De man zweeg ook, hij had geen (geldig) excuus.
"Velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren". Dit heeft heel wat ellende veroorzaakt en nog. Zou ik uitverkoren zijn om voor eeuwig gelukkig te worden? Dat wordt kan een psychisch knellende vraag worden. Je krijgt zo'n onmachtsgevoel, onzekerheid, terwijl het toch om iets wezenlijks gaat. Zou God dan strootje trekken ? Dat is niet rechtvaardig. Zo is God niet. Hoe zit het dan ?
'Velen' staat bij Matteüs voor 'allen': "Dit is mijn Bloed, dat voor velen wordt uitgegoten": Jezus is voor iedereen gestorven, dus velen = allen. Als tegenstelling t.o.v. 'velen' betekent 'weinigen' : 'niemand'. Velen zijn geroepen, dus iedereen die de dienaren tegenkomen, iedereen moet binnenkomen van de hoeken van de straten, goeden en slechten. Dus is er geen uitverkiezing meer zoals boven genoemd; iedereen is 'uitverkoren' en geroepen. En nu is er een man die geen bruiloftskleed aan heeft. Dit moet dan een andere kwalificatie zijn: die man was een profiteur: hij wilde wel geroepen zijn, wel binnen zijn, eten en drinken maar niet mee feesten of zo d.w.z. geen bruiloftskleed dragen. Met die betekenis van profiteur kom je verder: iedereen is geroepen, goeden en slechten om mee te doen maar niemand is uitverkoren in die zin dat men zich kan veroorloven niets te hoeven doen, in zijn luie stoel te mogen zitten of afzijdig te blijven. Zo iemand hoort daar niet thuis, beantwoordt de roep niet, zelfs niet om te feesten.

 

Verlossing

Jezus heeft door zijn kostbaar bloed ons verlost: ik merk er niks van.
Jezus is om onze zonden gestorven aan het kruis: ach wat zielig, ik was er toen nog niet.
Wij loven U omdat u door uw heilig kruis de wereld hebt verlost: als ik zo rondkijk, zie ik er niks van.
Als Christenen zeggen verlost te zijn, waarom zien ze er dan zo onverlost uit? vroeg Nietsche.

Dat zijn van die reacties die opgeroepen worden als het om verlossing gaat: men begrijpt niet meer waar het om gaat. Hier een korte benadering; meer over verlossing zie Volwassenencatechese, Verlossing.

Vooraan beginnen: verlossing wil zeggen verlossing uit doelloosheid, uit niksheid, heilloosheid. Als mij leven geen doel heeft, geen zin heeft, wat heb en ben ik dan nog?  Dat is toch zonde van die mens want het mooiste voor de mens is dat hij voor het goede is bestemd. Als ik die vraag wil beantwoorden, zal ik buiten mezelf moeten zoeken want ik weet vanuit mezelf niet waar ik vandaan kom, waar ik naar toe ga, wat mijn (eind)doel is.
Mijn geloof in God als mijn Schepper leert me dat ik van Hem uitgegaan ben en zelf naar Hem op weg ben. HijZ is het doel van mijn leven. Dat is een geloofsstandpunt, dat komt je niet zomaar aanwaaien, dat groeit in je, een overtuiging. Waarom ik HijZ mijn levensdoel noem? Omdat HijZ de Goede is, de Algoede. Zo is HijZ mij geleerd en dat groeit. HijZ is de zin van mijn leven en zo heb ik zin in het leven en zo voel ik me gezegend. Als HijZ niet is, is mijn leven wel mooi maar houdt het ooit op en is er niks meer.

Een tweede verlossing: JHWH (Hij is er) heeft Zijn volk verlost uit de slavernij van Egypte door de plagen die Hij over de Egyptenaren zond. Nu was het weer vrij om godsdienstig te zijn en meteen sluit JHWH met zijn volk een verbond van heil. Hun baas was niet meer Farao maar JHWH: Ik uw God, gij Mijn volk.
Zo kun je ook verlossing zien uit de onmacht, het te kort, want ik ben wel op weg naar HijZ maar ik schiet te kort, doe vaak wat HijZ niet wil en ik zit een in te kort schietende omgeving. Als ik om vergeving vraag, mag ik hopen dat ik daardoor mijn doel toch bereik. Zo'n hoop gaat door een te kort schietende omgeving heen; middenin een web van fouten, wanhoop, onrecht enz. kan ik toch goed doen.

Het bijbelse woord is 'vrijkoping': een slaaf kon ge- en verkocht worden. Als JHWH koopt, koopt Hij om vrijheid te geven, Hij koopt vrij uit slavernij, uit verslaving. Een bijbels beeld is dat JHWH Kus en Sheba (belangrijke gebieden) geeft in ruil voor Zijn volk. Een 'ander' mag dus die gebieden/volken hebben als Israël maar voor Hem blijft.
Zo zet Jezus ook zijn leven in, zelfs op het spel, als het gaat om de bedoeling van Zijn Abba, het heil voor de mensen. Hij heeft er zijn bloed, d.w.z. zijn leven voor over, hij gaat zelfs voor een schanddood (aan een kruis) niet opzij. Als dan zelfs (aan de Joden) dat wordt vergeven als ze zich bekeren, worden mij mijn fouten ook vergeven als ik erom vraag. Zit ik niet meer vast aan vertwijfeling, uitzichtloosheid, hopeloosheid. Kan ik verlost de wereld in kijken.
Bovendien weet ik dat mijn levensdoel bestaat omdat Jezus, beloond door de Vader, zich als verrezene kenbaar maakt, hij is in de hemel, die hij belooft aan zijn volgelingen. Dat wil ziet zeggen dat anderen die hem niet kennen e.d. niet in de hemel komen. Ik weet via hem in ieder geval daar te (kunnen) komen: heil via Jezus Christus.
Meer over de rol van Jezus is de verlossing zie  Volwassenencatechese  Verlossing 7.4

 

terug naar overzicht 

emailadres 

 
(1) Zie Fowler J.W. Stages of faith II, 10

 © 2000  P.Goris Epe