terug naar overzicht
emailadres

Het Eucharistisch Gebed

 

Vooraf

Maaltijd - gemeenschap

Inhoud 

Ontstaan

4.1 de Birkat-ha-mazon

4.2 uit de Didachè

4.3 uit de Traditio Apostolica

4.4 conclusie

Structuur

   Aanbieden, offreren, offeren, opofferen

Voorbeeld

Het gaat niet altijd goed!  met voorbeelden

Afsluiting

Het E.G. IV  de Jacobusanafoor

10 Een uitvaart-E.G.

11 Toegift  E.G. bij het huwelijk

 

Vooraf  1

Dit 'Het Eucharistisch Gebed' is een liturgie-onderwerp en zou als liturgie-catechese bij 'kernstukken' geplaatst kunnen worden ware het niet dat het nogal uitgebreid is. Dus een eigen rol. Vanwege het uitgebreide heb ik me ook nog in gebrekkig meesterschap moeten beperken tot een wat praktische benadering omwille van de vraag 'wat heb ik eraan?' en 'hoe is het zo gekomen?' Het doel is dus kennisvermeerdering, waarom een EG. zo moet zijn zoals het is, en daardoor meer besef en beleving van de Eucharistie.

Er is heel veel literatuur over het E.G., dikke boeken en veel interessante artikelen, allemaal het gevolg van studies die kort na de oorlog wetenschappelijk kritisch werden. Eén boek heeft een opmerkelijke start: "Ons zicht op onze vormen van eredienst onderging een radicale verandering toen uiteindelijk (!) bij sommigen de gedachte opkwam dat Jezus een Jood was" (Dom Gregory Dix in The shape of liturgy; Londen 1945). Wij verbazen ons daar nu over maar toen was dat een vondst! Zeg maar een (her)omwenteling, die zicht geeft op hoe men toen dacht. Jezus werd katholiek gedacht, Rooms-katholiek gestructureerd. Die literatuur begint zo in 1930 en is in 1990 wel compleet met als laatste 'pil' -die ik ken- "Eucharistie" van H.B.Meyer in de serie "Gottesdienst der Kirche"; Pustet 1989.

Die praktische reden is niet alleen ter wille van de beminde gelovige. Ik hoop dat ook nu pastores de tijd nemen om er voor te gaan zitten. Het is een beetje een studie. Zij hebben bij hun opleiding er wellicht niet zoveel onderricht in genoten en in de praktijk er niet zoveel tijd voor hebben om zich daarin te verdiepen. Ik hoop dat deze gelegenheid effect heeft niet alleen omdat Eucharistie zo'n belangrijke plaats heeft maar ook omdat je het natuurlijk niet kunt maken dat een parochiaan naar je toekomt en zegt dat het E.G. dat in de viering werd gehanteerd niet goed is (volgens 'Piet' - of 'Rome'). Alle gekheid op een stokje: het E.G. is het gebed van de hele gemeenschap, al heel lang, en daar kun je niet zomaar mee doen. Ik bepaal dus niets; het is er, en het is er zó, en dat al voordat de Nederlanders gewerden of de polders werden gevormd. Het gaat dus niet om een 'Rome'-regeltje.

Ik wou eerst het E.G. behandelen zoals het nu is (situatie en inhoud) en daarna kijken waaruit het is ontstaan om van daaruit de structuur/opbouw van het huidige gebed toe te lichten, met bestaande voorbeelden; ook een beetje hoe het niet moet. "Eucharistie" van de Volwassenencatechese wordt bekend verondersteld. Daar is het accent meer gevallen op wat is gebeurd bij het laatste Avondmaal. Deze keer gaat het meer om wat wij nu doen. Die twee zaken kun je natuurlijk niet scheiden. In termen van magie zou je het Avondmaal het 'Magisch antecedent' kunnen noemen, zonder hetwelk geen magische toeren uit te halen zijn. Dat ik er magie bij haal is om aan te geven dat er een verschil is: bij magie denkt de magiër macht te hebben; Eucharistie gaat onze menselijke krachten te boven, het gaat immers om transcendentie, die door tijd en ruimte heen breekt (zie Volwassenencatechese 1 Het religieuze). Wat mij betreft mag de voorganger dan ook zeggen:" .... nam hij dit brood hier in zijn handen... " Ons brood. Klinkt gek? De vroegere Latijnse tekst bij de bekerrite was: "… Hunc praeclarem calicem …" Hunc: deze kostbare beker, hier, in mijn handen.

Maaltijd - gemeenschap   2

In "Eucharistie" staat dat de maaltijd niet wezenlijk is; het gaat om die twee over gebleven riten met Brood en Beker, die ieder 'danken en delen' inhouden. De maaltijd is het kader waarbinnen die plaats vonden. We zitten ook niet meer om een tafel heen maar staan of knielen bij een offer'meubel', een altaar, een offerhoogte. Daarom s.v.p. niet 'tafel­gebed', liever 'Grote Lofprijzing'. "Dienst van de tafel"! We spreken toch ook niet van dienst van de katheder of ambo! In de vroege kerken stond er geen vaste tafel, men zal een verplaatsbare gebruikt hebben. Wel was er een ambo, liefst met twee boekenstandaards, midden in het schip gebouwd, waar de gelovigen omheen stonden of zaten. Zelfs de ambo heeft dus oudere papieren dan de tafel. 'Tafel' klinkt wel, maar misleidt .

Niettemin, het knots-grote entourage-element van maaltijd is natuurlijk wel gemeenschap, waarbinnen de riten van het nemen van het ene stuk Brood en het drinken uit de ene Beker kon plaats vinden. Al is maaltijd qua vorm niet wezen­lijk, gemeenschap qua inhoud is dat wel en die moet tot haar recht komen. Van de andere kant niet te licht denken over maaltijd. In de evangelies staan veel verhalen van Jezus aan de maaltijd met zondaars, tollenaars, farizeeërs, grote massa mensen. Het lijkt wel of de evangelisten naar DE maaltijd toe werken. Met als het toppunt de maaltijd met de voetwassing (Joh.13). Philippus heeft het in de gaten: "Zalig hij die met u aanzit in het Koninkrijk". Verder zijn er parabels over feestmalen en de berichten over de verschijningen na de verrijzenis leggen verband met eten. Mij lijkt dat Eucharistie begint met "Brandde ons hart niet? … Hun hart toen, maar ook niet het onze nu?

Het is dan ook geen wonder dat de gemeenschapsmaaltijden van de eerste christenen duidelijk worden vermeld  en gekarakteriseerd (1Kor 11,17vv) en dat daaraan de idee 'Maaltijd van de Heer' werd gekoppeld, een liefdesmaaltijd (Agapè), waarin het element van gemeenschap spontaner functioneerde dan bij onze Eucharistie. Wat van het Laatste Avondmaal wordt verhaald (een joodse Paasviering), wordt wekelijks gevierd, aanvankelijk in de vorm van de joodse huisliturgie op Sjabbat. Later wordt die vorm uitgebreider, zelfstandiger, maar de z.g. 'Birkat-ha-mazon', de beracha-bij-uitstek bij de 3e bekerrite, blijft de kern, terwijl de korte 'brood-beracha' aan belangrijkheid verliest. (Zie het Paasmaalschema in 10.3.) Met de beker in de hand zegt de joodse huisvader: "Gezegend zijt Gij, Heer onze God, Koning van het heelal"... om de schepping, om het voedsel, om het leven. Daarna dankt hij Hem om het land waarnaar Zijn liefde is uitgegaan en om de Wet. Ten slotte smeekt hij Hem om Israël, Zijn volk, en om Jeruzalem, de stad van de Toekomst. Deze drie elementen komen terug in het E.G. Deze oriëntatie op het joodse ritueel heeft een nieuw licht geworpen op het E.G. en helpt ons bij het beseffen wat wij doen.

terug naar begin 2

De inhoud van het E.G.   3

Ook hierover kun je dikke boeken schrijven met het risico dat men ze wel van buiten maar niet van binnen kent. Bovendien speelt hier een extra moeilijkheid dat nl. in het gebed zelf de verschillende elementen met elkaar zijn verweven. Daarom nu eerst een -beetje algemeen aandoend- doornemen van die inhouds-elementen ter wille van de herkenbaarheid. In de volgende paragraaf komt de ontwikkeling en de inhoud wat concreter ter sprake aan de hand van teksten. Te onderscheiden zijn: gedachtenis, lofprijzing/dankzegging, verlangen naar het Rijk, de epiclese, verzoening, heiliging.

Gedachtenis, de anamnese   3.1
Het joodse gedenken is ook in "Eucharistie" al genoemd. Het gaat daarbij niet om herdenken maar om gedenken, contact zoeken met, het weer tegenwoordig stellen van de wonderbaarlijke heilsdaden van JHWH, het weer actueel maken van Zijn verbond (Ik jullie God - jullie Mijn volk). Datzelfde tegenwoordig stellen van Gods heilsdaden-voor-ons is nu ook ter zake en wij, christenen, kunnen er nog aan toevoegen: heil dat Hij in Jezus heeft toegespitst, die ons bovendien nog 'iets' heeft nagelaten. Het gaat dus om eerdere heilzame ervaringen van mensen plus het actueel bezig zijn van dat heil met ons. Wij bieden een offer aan als dat van Abel en Isaak.
Als wij samen in de kerk bidden, vieren enz. is dat heil voor ons aanwezig, zijn we heilzaam bezig, wordt Christus' verlossingswerk voortgezet. Anamnese is dus veel meer dan een 'presentatie', een 'opvoering'; je duikt er in en dan is zijn tegenwoordigheid geen probleem - dacht ik. Gedachtenis is dus actueel werkzame verkondiging, uitvoering van het heil. Eerder was het er, nu is het er en dus zal het er ook zijn: verleden, heden en toekomst bijeen.
Anamnese is de voedingsbodem, de grond waarin het hele gebeuren is geplant. Lofprijzing en dank­zegging vinden plaats op grónd van anamnese, van wat we al gekregen hebben en nu meekrijgen, maar we weten ook dat we dat heil ook nodig zúllen hebben want we zijn er nog niet, een eschatologisch element (Uw Rijk kome) in het verlengde van anamnese: we zullen er ook om moeten smeken, om Jeruzalem. Herkent u de joodse elementen?

Lofprijzing - dankzegging  3.2
Hiermee is het op God gericht zijn duidelijk vast gelegd. Het geheel is een gebed (geen moraalles of instructie) tot God de Vader dat iedere gelovige moet kunnen volgen. Hier zit het eerste element van het 'Doet dit tot...' De oorspron­kelijke vorm van onze lofprijzing en dankzegging is de joodse 'beracha', het zegengebed. Beracha is een oergegeven, het is de zegen die men van Godswege ontvangt en de toestand die er het resultaat van is. Deze zegening rust op de levende schepping (Gen 1, 22.28).
De beracha over het brood vóór de maaltijd (zie schema Paasmaal) zal alleen maar de korte formule zijn geweest. Marcus en Matteüs, die het dichtst bij de Joodse traditie stonden, gebruiken nl. 'eulogein' (zegenen) voor de broodrite: "Gezegend zijt Gij, Heer onze God, Koning van het heelal, die de aarde het brood doet voortbrengen". "Amen", antwoord­den de aanwezigen. Jezus voegde aan die formule zijn woorden toe: "Dit is mijn Lichaam". Pas voor de uitgebreide formule bij de 3e bekerrite gebruiken zij 'eucharidzein' (danken). Die formule is een drievoudige beracha-serie: zegenen, danken, smeken. Lucas en Paulus (1Kor 11, 23-26) gebruiken 'eucharidzein' voor beide riten. Dat is begrijpelijk: Lucas was geen Jood en Paulus schreef voor christenen uit de 'heidenen', voor wie dat onderscheid niet meer van belang was. Die 'formules' komen straks aan de orde. Het 'Doet dit tot...' staat alleen bij Lucas en Paulus, dus na 'eucharidzein', dat kennelijk het begripswoord 'Eucharistie' is geworden. Het 'eulogein' komt in de latere geschriften niet meer voor.
De korte beracha-formule is bij ons na de vernieuwing van de liturgie in 1970 in de offerande (over brood en wijn!) terecht gekomen misschien bij wijze van eerherstel; of zou ze altijd op de achtergrond hebben meegedaan? Vroeger werd nl. expliciet gesteld dat de offerande een wezenlijk deel was van de H. Mis. Hoe het ook zij, het 'Geprezen zijt Gij, Heer onze God...' is een van de mooiste korte gebeden dat over de hele aarde gaat met "Eer aan de Vader..." en "Heer, ontferm U".

De lofprijzing, de eerste van de beracha-serie van de bekerrite, is doorgaans te vinden in wat nu nog 'prefatie' heet. Voor mij wordt de verleiding erg groot om te stellen dat wij daar moeten doen wat de Heer deed op de avond voor zijn lijden. Dan voel je dat jouw eerlijke lofprijzing met brood en beker in de hand maakt dat die dingen geen brood of wijn meer zijn, net zomin als een trouwring -zolang om een vinger meegedragen- alleen maar een rond gouden ding is, net zomin als het voor Jezus toen alleen maar brood of wijn was; zijn leven(sinzet) zat daaraan vast. Als we zó samen doen wat de Heer deed, kom je misschien in conflict met de onontbeerlijke functie van de voorganger; maar bij een kinder­communie of huwelijksmis kan dat spréken. Als dat te gevoelig ligt - bij de offerande zou het niet misstaan.
Het woord lofprijzing zit ook in de slotdoxologie: "... zal Uw Naam geprezen zijn..."
De dankzegging is doorgaans te vinden in het deel na de acclamatie 'Heilig, heilig, heilig', waar de wonderlijke heilsdaden (mirabilia) van God worden genoemd. Al eerder is gezegd dat 'danken' het laatste is dat je kunt doen. Er zijn kleine verschillen tussen zegenen, loven en prijzen, en danken. Zegenen is meer 'goed-zeggen', zich 'goed' weten door/in de Bron van het goede. Loven en prijzen is meer éénrichtings­verkeer naar boven. Danken is heen én weer, een actie als reactie op wat men gekregen heeft (anamnese!). Canon gratiarum actionis heette het E.G. vroeger, het vaste deel van de dankactie. Vóór dat vaste deel stond de prefatie: ervoor gezegd. Niettemin is de prefatie is een wezenlijk deel van het E.G.  Dus het weg laten ervan is aanvechtbaar.
De kern van onze dankings-woorden ligt in "En daarom (of: "en zó -als Hij- doende"!) … hem gedenkend … bieden wij U aan onze dank) … en smeken wij U …(om de toekomst -zie 3.3)". In het Latijn:"Unde memoresofferimusac petimus".

Verlangen naar het Rijk   3.3
dat komen moet, het joodse smeken om Jeruzalem, het Rijk van recht, liefde en vrede. Dat heet eschatologie; we zijn er mee bezig, het is er nog niet helemaal, maar dat gebeurt uiteindelijk toch en "…dan zal Uw naam geprezen zijn... ", "…totdat hij komt". (Zie "Getallensymboliek" onder 12.) Apocalyps is meer een wending der tijden, een plotselinge ommezwaai; eschatologie is meer het onderweg zijn naar. Maar als we samen vieren, is het er.

De epiclese   3.4
is het aanwezig roepen van de Verbondsgod, nu meer toegespitst op God-bij-ons, de H.Geest. Het heil komt niet zomaar, alleen God kan dat voor elkaar krijgen. Zijn kracht, Zijn levensadem laat die gaven het Lichaam en Bloed van Jezus Christus zijn/worden. Dit is de epiclese over de gaven, bij ons vóór het instellingsverhaal geplaatst. Deze epiclese is onontbeerlijk omdat Jezus uitdrukkelijk stelt dat de gaven - ook die de priester in zijn handen heeft ("hunc preclarem calicem") - zijn Lichaam en Bloed zijn. Zij maakt brood en wijn tot tegenwoordigstellende symbolen. Maar even wezenlijk is de epiclese over de gemeenschap die de gaven aanbiedt en zich daarmee toewijdt aan de Vader: maak ons één, maak ons nieuw, maak ook ons symbool - durven we dat? Want wij vieren al doende zijn aanwezigheid. Deze smeking ('ac petimus') ligt binnen het uitzicht op het eschaton.

Verzoening   3.5
vieren van de verlossing (zie Volwassenencatechese 11), dus viering van het heil dat we gedenken. Vooral in de Hebreeënbrief 9 + 10 vindt u die uitwerking van het joodse zoenoffer naar het offer van Jezus, het geheel geofferd worden van Jezus, (zie Volwassenencatechese 10.3, 'Dit is mijn Lichaam'), zelfopoffering. Hij heeft de eerste plaats ingenomen in het herstel van de relatie van de mensen met de Vader. Zijn aanbod van zijn eredienst aan zijn Abba -zijn hele leven was die eredienst- kun je de clou noemen. De Vader heeft die eredienst aangenomen: Hij heeft hem verhoogd. Jezus deed dat zelf om ons, voor ons, in de plaats van ons, en heeft daarmee de definitieve verlossing mogelijk gemaakt, want een gaver en meer omvattend aanbod bestaat er niet. Hij heeft ons laten zien dat het kan, dat het mogelijk is, de moeite waad is om een goed mens te zijn. Als wij dan ons aanbod in hem doen, waartoe hij ons uitnodigt, kan de Vader ons niet weigeren, ondanks onze krakkemikkerigheid. Jezus Christus is dan ook middelaar: "...door hem en met hem en in hem zij U, Vader...", "Als wij dan eten... verkondigen wij zijn (heils)dood (om ons) …"

Heiliging  3.6
De gemeenschap prijst, dankt, smeekt, biedt aan, wijdt zich toe, zet zich in voor Gods zaak. "Heilig dan deze gaven" en heilig ons, want wij nuttigen ze. Een verwijzing naar het te Communie gaan is dus nodig als duiding van wat we doen; dit delen is het tweede element van 'doet dit tot...'. Dan worden we één.

U bent DE Heilige. Als zelfs de grond in Israël heilig is, onder ede beloofd aan hun vaderen, niet door bloed ontheiligd mocht worden, zouden mensen dat dan niet kunnen zijn? "Wijdt uzelf toe aan God als een levende, heilige offergave die Hij kan aanvaarden. Dat is de geestelijk eredienst die u past". (Rom 12,1) We zijn immers geestvermogende schepsels.

En waar is nu de consecratie?  3.7
In de oudste E.G.'s ontbrak het instellingsverhaal. Nu zou geen verstandig mens het weglaten; het is in de loop der tijden de 'link' geworden tussen wat wij doen en wat Jezus deed, een soort verantwoording, zingeving, boven-mense­lijke verheffing, inspiratie. Het zijn de duidende woorden geworden van het sacrament (sinds Trente?) en de heffing van Brood en Beker lijkt de erbij behorende rite/gebaar. Maar toentertijd was kennelijk het gemeenschap zijn van J.C. voldoende basis voor Eucharistie, zonder de consecratie die nu het Geheim van die gemeenschap verwoordt. De consecratie is anamnese, desnoods het toppunt ervan, 'ons' brood hier en nu verbonden met Zijn Brood toen en ginds. Maar als het gaat om 'doen wat de Heer deed', de strikte anamnese, heb ik liever dat we staande de grote lofprijzing en de slotdoxologie bidden dan dat we gaan knielen voor de consecratie. Dat klinkt hard vooral voor de oudere generatie; maar het ongeluk is dat die consecratie­woorden in de loop der tijden te veel aandacht hebben gekregen, ze werden te geïsoleerd als een buitenmenselijk gebeuren gezien: de priester 'maakt God', kijkgaten in de muur van de kerk voor het 'moment sûprème', de klok werd geluid als 'het' gebeurd was, 'hoc est corpus' werd 'hocus pocus', opheffing van de hostie en de kelk boven het hoofd van de priester (die met zijn rug naar het volk stond) opdat iedereen het kon zien. Maar deze 'grote elevatie', die - vrees ik - nu ervaren wordt als het sacramentsgebaar/rite, dateert pas uit de 13e eeuw. Ze is niet wezenlijk.

Hoe dan wel? Door het hele E.G. plus de communie als één groot geheel te beschouwen (en niet de consecratie 'sec') kun je wat je overkomt én je eigen mee-doen (gratiarum actio) beter benaderen. "De gelovigen van hun kant doen door hun koninklijk priesterschap actief mee aan het aanbieden van de eucharistische offergave." (Lumen Gentium 10; Vat. II). Het E.G. is het geloofsgebed van de gemeenschap waarvan jij lid bent. Omdat Jezus meedoet (hij doet samen met ons), zijn dat brood en die wijn niet meer brood en wijn zonder meer. Zijn verhaal zit eraan vast. Hij maakt van ons brood zijn 'brood', zijn Lichaam, van onze wijn, het werk onzer handen, zijn Leven(sbloed). Dat kan alleen maar in de kracht van de Geest, van de Liefde en van de Eénheid. Zie ook Eucharistie

Het accent dat in het Westen op de verandering van brood en wijn werd gelegd was vooral om de zorg dat het offer geldig zou zijn, om ons waardig te maken het geheim te vieren in dienst van geest en waarheid. In het Oosten is meer het 'zijn' ter zake. Daar is hele liturgie hemels, men is dan al waardig genoeg, verandering is niet zo ter zake. In de liturgie van Johannes Chrysostomos ligt meer accent op de epiclese dan op de instellingswoorden.

terug naar begin 3

Het ontstaan van het E.G. aan de hand van teksten   4

Het zijn maar een drietal teksten, gekozen uit vele, die een ontwikkelingslijn aangeven.

Het joodse Birkat-ha-mazon 4.1  

(dus met de beker in de hand, na de maaltijd. Zie het Paasmaalschema in Volwassenencatechese 10.3.)

De tekst die Jezus zal hebben gebruikt, is wel bekend uit de Joodse literatuur. Het onderstaande is uit "Grondstructuren van de Eucharistie" van A. Verheul. (KBS 1974) De elementen van zegen, dank en smeking om respectievelijk voedsel, land/verbond/voedsel, toekomst/hulp/vervulling zijn duidelijk. De tekst spreekt voor zich en is in het licht van wat met Jezus aan de hand was ontzettend beladen. Hij voegde immers toe " … want dit is mijn Bloed dat voor u wordt uitgegoten" ter bekrachtiging van het Nieuwe Verbond. De rite was dat de tafelvoorzitter de beker een beetje hoog voor zich hield en na het gebed haar liet rondgaan en dat men daaruit dronk. Let er op dat iedere strofe eindigt met een korte zegenformule "Gezegend gij Heer die …" die het thema nog eens aangeeft. Er is dus sprake van een keten van berachot. (= mv. van 'beracha'; 'beracha' wordt in woordconstructies 'birkat')

Inleidende dialoog:
V: Laat ons (de Heer, onze God) lofprijzen.  A: Gezegend zij de Naam van de Heer nu en altijd.

V: Met uw instemming zullen wij Hem zegenen, die ons in Zijn goederen heeft doen delen.
A: Gezegend zij Hij van Wiens gaven we hebben gegeten. Door Zijn goedheid leven wij.

Birkat-ha-zan: Gezegend zijt Gij, Heer onze God, Koning van het heelal, die heel de wereld voedt met uw goedheid, uw mildheid en uw barmhartigheid. Gij geeft aan alle vlees zijn voedsel, want Gij voedt en houdt in leven iedereen. Al wat Gij, Heer, geschapen hebt geeft Gij te eten. Gezegend zijt Gij, Heer, die aan allen hun voedsel schenkt.

Birkat-ha-aretz: Wij zeggen U dank, Heer onze God, voor het goede en uitgestrekte begerenswaardige land, waarnaar uw liefde is uitgegaan en dat Gij aan onze vaderen als erfenis hebt geschonken. Wij zeggen U dank voor uw verbond dat Gij in ons vlees(!) hebt bevestigd, voor de Wet, die Gij ons gegeven hebt, voor het leven, de mildheid, de genade en het voedsel dat Gij ons verschaft voort­durend en altijd. Voor al deze weldaden, Heer onze God, zeggen wij U dank en zegenen wij uw Naam. Moge uw Naam voortdurend door ons gezegend worden. Gezegend zijt Gij, Heer, voor het land en voor het voedsel.

Birkat-Yeroesjalaiem: Heb medelijden, Heer onze God, met Israël, uw volk, Jeruzalem, uw stad, met Sion, het verblijf van uw heerlijkheid, met het koninklijk huis van David, uw gezalfde, het grote en heilige huis waarover uw Naam is aangeroepen. God, onze Vader en onze koning, voed ons en houd ons in leven, verschaf ons spoedig hulp in onze tegenslagen. Laat ons niet afhankelijk zijn van de gaven der mensen want hun gaven zijn gering en hun beledigingen zonder maat. Moge uw heilige en vreeswekkende Naam voor ons een borg zijn. Dat ook Elia en ook de Messias, de zoon van David, nog komen tijdens ons leven. Moge het koninklijk huis van David, uw gezalfde, weer terugkomen en over ons heersen want Gij zijt de Enige, die ons redt ter wille van uw Naam. Doe ons weer opgaan naar Jeruzalem, geef ons weer de vreugde om haar, troost ons om Sion, uw stad. Gezegend zijt Gij Heer, die Jeruzalem herbouwt.

       terug naar begin

De tekst uit de Didachè 4.2 (hoofdstuk 9 en 10)

De 'Didachè' is volgens de traditie een "onderricht van de apostelen". Dit gebed erin is nog een 'maaltijd­gebed' te noemen. Vermoedelijk te Antiochië ontstaan in ca 100 na X. De joodse driedelige beracha is herkenbaar.

Hoofdstuk 9

Inzake de eucharistie dankt als volgt: 

eerst omtrent de beker:

" Wij danken U. onze Vader, voor Uw heilige wijnstok, David,Uw knecht, die Gij ons door Uw knecht Jezus Christus bekend hebt gemaakt. Aan U de eer in de eeuwen".

 

Omtrent het gebroken brood:

"'Wij danken U, onze Vader, voor het leven en de kennis die Gij ons bekend hebt gemaakt door Jezus Christus, Uw Knecht. Aan U de luister in de eeuwen.

Zoals dit gebroken brood verspreid was over de bergen en bijeen gebracht één werd, zo moet (moge) Uw kerk bijeengebracht zijn vanaf de uiteinden der aarde tot Uw koninkrijk. 

Want van U is de luister, en de kracht door Jezus Christus in de eeuwen".

 

 

Niemand mag eten of drinken van uw 'eucharistie' behalve zij die in de naam van de Heer zijn gedoopt. De Heer heeft immers daarover gezegd:' Geeft het heilige niet aan de honden'." 

"eucharistie": dankmaaltijd, een bijzondere.
Mede gezien het begin van hoofdstuk 10 begint hier de dankmaaltijd. De tekst doelt op de 1e bekerrite, zie Lc 22,17.

"knecht": lett.: kind. 'boy', hulpje, rechterhand.

"Aan u de eer…" de joodse zegeningsformule is een 'eringsformule' (doxologie) geworden.

 

Dit verwijst naar de broodrite (zie schema Paasmaaltijd).

 

"knecht": J. C. in het verlengde van David.

"Aan u de luister…": weer een doxologie.

 

"bergen": een mooi woord voor groene heuvels? een associatie met de Berg van Jezus, van Mozes?

Eenheid was toen al een aandacht-vragend want wezenlijk element.

Doxologie door (en met en in) Hem.


Dit verwijst naar Paulus' aanwijzing in 1Kor 11,17vv: eerbiedig eten; dit soort maaltijd is niet om je honger te stillen; het gaat om iets heiligs.

 

Hoofdstuk 10

 

Nadat u verzadigd bent, dankt als volgt:

 

- Wij danken U, heilige Vader, vanwege Uw heilige Naam, die U in onze harten hebt doen wonen, en voor de kennis en geloof en onsterfelijkheid, die U ons door Jezus Christus, Uw Knecht, heeft doen kennen. Aan U de eer in de eeuwen.

 

- Gij, albesturend Heerser, hebt het al geschapen wegens Uw Naam: voedsel en drank hebt Gij gegeven aan de mensen om er van te genieten opdat zij U zouden dankzeggen. Aan ons heeft U gegeven geestelijk voedsel en drank en eeuwig leven door Jezus uw knecht. Bovenal danken wij u omdat U machtig bent. Aan U de eer in de eeuwen.

 

- Gedenk Heer, Uw kerk, om haar te bevrijden van alle kwaad en haar te voltooien in uw liefde; verzamel haar, de geheiligde, uit de vier windstreken naar uw Koninkrijk dat Gij haar bereid hebt; omdat van U is de kracht en de eer in de eeuwen.

 

Komen moet de genade en voorbijgaan deze wereld. Hosanna de God van David."

Als iemand heilig is, moet/laat hij komen; zo niet; laat hij zich bekeren. Maranatha.

Laat de profeten dankzeggen zoveel als ze willen."

Na de maaltijd: een goed moment om te danken!

 1e strofe: danking om Jezus Christus

om dat dankzeggen gaat het nu

 

Aan U de eer": doxologie

 

 

2e strofe: danking om eten en drinken.

"al…": "Gezegend zijt Gij, Heer onze God, koning van het al, die…": joods.

"geestelijk voedsel" - geestelijk aanbod

"machtig",joods!

 

Weer afsluiting met een doxa-woord.

 

3e strofe: smeking om de Kerk.

"Uit het Oosten breng Ik uw kroost terug en uit het Westen verzamel Ik u. Tegen het Noorden zeg Ik: Geef hier! en tegen het Zuiden: Houd hen niet vast …" Jes 43, 5vv

"… de kracht en de eer …"slotdoxologie

 

"Komen moet…": de toekomst

 

Uitnodiging tot de Communie

"Maranatha": de Heer kome (of: is gekomen)

"Profeten": mensen die het mooi kunnen zeggen (of goed kunnen zingen).

 

De driestrofige structuur is duidelijk herkenbaar; inhoudelijk wordt in de 1e strofe onze 'zegening' door God in Jezus Christus nu voorop gezet, daarna komt pas de danking om eten en drinken. De smeking gaat nu niet meer om Jeruzalem maar om de Kerk die het Rijk gestalte moet geven. In deze tekst is geen instellingsverhaal laat staan een consecratie te vinden. Eerder dacht men dat dit daarom geen Eucharistie kon zijn. Maar hoe kunnen wij nu onze huidige kenmerken, ken-eisen, aan de vroege Kerk opleggen? De apostelen deden wat de Heer deed en dat hebben zij doorgegeven aan hen die volgeling van Jezus wilden zijn. Het instellingsverhaal komt pas later als toppunt van de wondere heilsdaden, de anamnese, en werd wellicht zo een legitimatie en/of inspiratie tot het doen wat de Heer deed, de voortzetting van die heilsdaad.

De tekst van hoofdstuk 9 is in onbruik geraakt toen de maaltijd uitviel. De -wat men zou noemen- 'consecratorische' waarde ervan voor het brood, dat niet genoemd wordt in hoofdstuk 10, is verdwenen. Maar het ter zake stellen van brood en wijn, eventueel het naar voren brengen, aan het begin van de maaltijd is gebleven en het heeft die plaats behouden; wat wij offerande noemen.

Dit ter zake stellen, naar voren brengen, gaat sinds de liturgievernieuwing van 1970 met de mooie gebeden die gebaseerd zijn op de joodse formuleringen. Het is geen verdubbeling van het E.G. maar meer een aanzet daartoe. Het heilige komt immers niet ineens. Het aandragen van de eucharistische gaven kan alleen door gelovigen worden gedaan; het is meer dan diaconie, waaraan ook niet-gelovigen kunnen bijdragen. Ook al gaat het naar voren brengen enz. gepaard met een zekere plechtigheid, het is een -noodzakelijke- voorbereiding maar geen kern-zaak.

Voor de beleving van de Eucharistie ligt hier wel een goede mogelijkheid nl. het inbrengen van de deelnemenden van hun bijdrage. Het is goed de traditie in ere te houden en ten nutte te maken. Voor de dienst of op een ander geschikt moment kunnen zij onder het zeggen van een gebed een hostie op de pateen leggen en -waarom niet- een klein bekertje met wijn vullen. Als dat naar voren wordt gebracht onder het zingen/zeggen van een echt offerandegebed "Heer, wij hebben heel de week kunnen eten en drinken en .... wij bieden U dit -van U gekregen- aan als teken van onze dank ...", dan wordt hun dank zichtbaar en kan met die Jezus Christus worden verenigd.

terug naar begin

De tekst uit de "Traditio Apostolica" 4.3

van Hippolytus ca 250 te Rome. De vertaling is van Prof. H.Wegman (+) die mij leerde dat in de oudste gebeden het instellingsverhaal ontbreekt, voor mij een eye-opener. (Ik heb alleen uitgegoten vertaald en 'derhalve' toegevoegd.)

'Wij danken U, God, door uw welbeminde Zoon Jezus Christus, die Gij op het einde der tijden als Redder naar ons hebt gezonden, als Verlosser en Boodschapper van uw wil.* Hij is uw Woord, onafscheidelijk met U verbonden. Door Hem hebt Gij alles geschapen, in Hem uw welbehagen gesteld. Gij hebt Hem vanuit uw hemel gezonden in de schoot van een Maagd. In haar ontvangen is Hij mens geworden. Hij heeft zich geopen­baard als uw Zoon, geboren uit de Heilige Geest en uit de Maagd. Hij heeft om uw wil te volbrengen en U een heilig volk te bereiden zijn handen uitgestrekt toen Hij leed: om door te lijden allen die in U vertrouwen van het lijden te verlossen.

Toen Hij zich vrijwillig overgaf de lijdensweg te gaan, om de dood te vernietigen, de hel met voeten te treden, de recht­vaardigen te verlichten, de geloofsregel te vestigen en de opstanding te openbaren, nam Hij brood, sprak de dankzeg­ging en zei: "Neemt, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u zal worden gebroken".

Zo ook de kelk en Hij sprak: "Dit is Mijn bloed dat voor u uitge­goten wordt. Als gij dit doet, doet het ter gedachtenis aan Mij".

(Derhalve) Zijn dood en opstanding gedenkend bieden wij U aan het brood en de beker, terwijl wij U danken dat Gij ons waardig hebt gekeurd voor uw aangezicht te staan en U te dienen. 

Wij vragen U Uw Heilige Geest te zenden over de gave van de heilige Kerk, in eenheid te verenigen al degenen, die deelnemen aan het heilige (mysterie). Vervul hen met de Heilige Geest ter bevestiging van het geloof in de waarheid, zodat wij U loven en verheerlijken door Uw Zoon Jezus Christus.

Door Hem mogen U worden gebracht glorie en eer, Vader en Zoon met de Heilige Geest, in de heilige Kerk, nu en in de eeuwen der eeuwen. Amen.'

Er is geen strofe-structuur meer,  meteen danking om J.C., als in de 1e strofe van de Didachè.

door wie Gij 'het al'….

 

die mens is geworden …


 

opdat wij gered worden

 

Nu is er het instellingsverhaal maar het heeft geen 'consecratorische' betekenis omdat de epiclese over de gaven pas hierna komt.


en blijvend kracht vinden

hem gedenkend.

Wij doen als Hij:
uw wonderlijk werk gedenkend
danken wij (bieden wij dank aan)
en smeken wij om de Geest

a) over de gave

b) over de mensen


slotdoxologie, het thema van de   hele handeling: dank.

terug naar begin

* Deze zin verbindt het Nieuwe Verbond met het Oude, net zoals bij de Didachè Jezus aan David wordt gekoppeld. Zie Mt 3, 17; Jes 42,1-4; 52, 13-15; 53, 1-12.

De inleidende dialoog 'Dominus vobiscum t/m Dignum et justum est' gaat eraan vooraf. Toen al.

 

Conclusie 4.4

Wat aanvankelijk in de structuur van het gebed alleen voor de beker gold, wordt nu via het instellings­verhaal ook op het brood toegepast. Dat was op zijn minst nodig omdat de broodrite voor de maaltijd was vervallen en dus ook de zegenbede om het brood (en de 1e beker). Wellicht is het vervallen van de maaltijd een reden geweest om het instel­lingsverhaal in te voegen. Gedurende de maaltijd vond immers het memoreren van de 'mirabilia' plaats; dan zou ook niet het toppunt ervan, Jezus' inzet, ter sprake komen? Het functioneert tevens als legitimatie en inspiratie.

Het idee dat met woorden wordt geconsacreerd vinden we pas bij Ambrosius (ca 375) die in 'De sacramentis' IV,5 schrijft: "Wilt gij zeker zijn dat men met hemelse woorden heiligt? … De priester zegt: 'Maak ons -zegt hij- dit offer/ aanbod geldig, op geestelijk niveau en acceptabel (voor U) omdat zij het symbool (zie Volw.Cat. 1.4) is van het lichaam en bloed van onze Heer Jezus Christus' …" (Bijna een epiclese.) Dan haalt hij het instellingsverhaal aan. Verderop zegt hij: " Voordat het werd geheiligd, was het brood. Zodra echter de woorden van Christus erbij zijn gekomen, is het het Lichaam van Christus… En vóór de woorden van Christus is de kelk alleen maar gevuld met wijn en water; waar ook maar de woorden van Christus gedaan (gesproken) zijn, daar wordt het Bloed van Christus tot stand gebracht, dat het volk verlost. Ziet dus wat de woorden van Christus al niet vermogen om alles te veranderen". (Een transsubstantiatie­leer bestond toen nog niet!)

Mijn conclusie is dat de vierende gemeenschap van Jezus Christus die doet als hij, belangrijker voor zijn aanwezigheid is -ook in het Brood en de Wijn- dan het instellingsverhaal, ook al heeft Trente de instellingswoorden tot de duidende sacramentswoorden gemaakt met alle gevolgen van dien in de uitwerking. Origineel is de universele Kerk-gemeenschap (daarvoor is de be-ambte in ieder geval nodig) die dankt en heft (slotdoxologie!), en deelt door te nuttigen. Díe gemeenschap moet dus functioneren. 

Wezenlijk voor ieder sacrament is het gebed om de Geest, de duidende woorden en het erbij horende rite/gebaar door een gemachtigde. Laat dan afgesproken zijn dat het instellingsverhaal de duidende woorden bevat (omwille van de transsubstantiatie), de erbij horende rite/gebaar voor het danken is ons toostgebaar, het heffen van het Brood en de Beker bij de dankende slotdoxologie, en de rite voor het één-worden met hem en elkaar is het breken en ronddelen en nuttigen. Als rite is deze z.g. kleine elevatie is wél wezenlijk; zij dateert van nog ver vóór onze jaartelling, is altijd gebleven en pas -op zijn vroegst- in de 7e eeuw beschreven! Eigenlijk hoefde het niet; iedereen kon dat toch zien.

Om misverstanden te voorkomen: met rite bedoel ik het typische gebaar (heffen) of handeling (nuttigen). Het geheel van het te Communie gaan, van het E.G. bidden, van het dopen enz. zij een ritus, ritueel.

terug naar begin 4

 

De structuur van het huidige E.G.   5

De westerse (Rome, Milaan) traditie volgt meer de Didachè, die meteen dankt om Jezus Christus. De oosterse (Antiochië, Alexandrië) heeft meer joodse traditie, die met een algemene lofprijzing begint en in de tweede 'strofe' dankt om Gods wonderwerken toegespitst op Jezus van Nazareth. Antiochië plaatst de epiclese over de gaven na het instellingsverhaal, de Alexandrijnse traditie ervoor.

Dialoog voorganger - gemeente
Dit stamt uit de Joodse bekerrite na de maaltijd. De tafelvoorzitter (gezinshoofd) vroeg de aanwezigen om instemming met het gebed dat hij zou gaan uitspreken, waarop de aanwezigen positief reageerden. Zoals die dialoog nu overkomt is het meer een vorm van opwekking tot gebed door de voorganger. Als je -desnoods in gedachte- aanvult in de geest van 'Wilt u ook met Jezus Christus en met elkaar delen', dat is dat niet orthodox maar het geeft wel goed aan dat het gaat om samen danken en vervolgens op basis van die danking samen delen.

Lofprijzing

meer in het algemeen om de grote Naam van God, om de schepping, om het leven en het voedsel en om Zijn heils-handelen met ons.De Romeinse traditie noemt hier reeds expliciet het dankelement: "Om heil en genezing te vinden zullen wij U danken". Danken dan niet in de zin van 'bedanken' maar meer in de zin van leven in een dankhouding, heilsrelatie. Anders bekruipt je het onzalige gevoel dat je bij voorbaat dankbaar behoort te zijn.

Dit deel moet wel ademen in de geest van de Grote Andere, die anders is dan wij, stoffige mensen, want het mondt uit in het 'Heilig, heilig, heilig', dat sinds de tweede eeuw in de Byzantijnse traditie is ingevoerd. Het is afkomstig van het roepingsvisioen van Jesaja (Jes 6) en geeft het geheel anders zijn van JHWH aan. Het is -op zijn minst- de reactie van de aanwezigen op hetgeen de voorganger heeft gezegd en is een acclamatie van de gemeente en niet een voorrecht van het zangkoor.Maar als we het gebed allemaal staande hebben gebeden en dan het 'Heilig Heilig' zingen, functioneert dit ook als acclamatie, onderstreping.

Het 'hosanna' (= red toch) is een overwinningskreet binnen het kader van de lofprijzing: onze JHWH is zo groot dat iedereen die met (psalm 118, 26) Zijn naam komt gezegend is. Met die groet werd de pelgrim verwelkomd als hij optrok naar Jeruzalem.

Dankzegging

waarin de heilservaringen van Zijn volk (anamnese) of momenten daaruit, de 'mirabilia Dei' concreter worden genoemd. Ook als het al gebeurd is in de prefatie, moet hier het heilshandelen van God in Jezus' daden uitmonden als toppunt ervan. We danken de Vader (ook) om de trouw en de inzet van Jezus, om wat hij heeft gedaan voor ons. Hij is het toppunt van Zijn heilshandelen omdat hij op de avond vóór zijn lijden…

Epiclese

over de gaven omdat de God van het Nieuwe Verbond Zijn Levenskracht in ons werk moet leggen, omdat hemel en aarde verbonden moeten worden, omdat Leven verbonden moet worden aan dit brood en deze wijn, omdat zij in ons weten en ervaren samenvallen in dit brood en deze wijn. Symbool, door de materie heen zien. Door het brood in zijn handen te houden vroeg Jezus vroeg ons impliciet zijn Lichaam tastbaar te maken en expliciet door de woorden "Dit (is)… " Dit: hier in mijn handen.
Omdat het instellingsverhaal als de duidende sacramentswoorden is gaan functioneren, moet deze epiclese er vóór worden gebeden. In het oude Romeinse missaal was de epiclese over de gaven niet als 'God-met-ons' geformuleerd.

Het instellingsverhaal

als toppunt van anamnese waarna een acclamatie op "Doet dit tot mijner gedachtenis". Ik vind dit met enkele andere de enige goede acclamatie die sinds de liturgievernieuwing is ingevoerd op deze plek. Hier past ze bij de tekst.

Een beetje kort door de bocht gaande kun misschien wel je zeggen dat de consecratie nodig is om ons het "in Hem" mogelijk te maken. Zo is Hij via Brood en Wijn ons (dank)presentje aan de Vader.

Strikte anamnese  (Wegman; Unde memoresofferimus …)
Wij gedenken (verkondigen) Jezus' dood en verrijzenis e.d. en wij bieden de Vader aan op de manier zó als hij deed. Deze gaven die Hij via Zijn zoon, de superrechtvaardige, wel moet aanvaarden net als Hij aanvaard heeft het offer van Abel, Abraham en Melchisedeq, die allen rechtvaardigen waren (Tsaddiek). Wij bieden weer 'terug' aan, Brood & Wijn, wat we gekregen hebben en we voegen in de gaven onze dankbaarheid bij. "Dankbaarheid zij uw offer" zegt Paulus. We zijn immers wezens met geestesvermogens. Zodoende (!) kunnen wij "Mijn priesterlijk koninkrijk en Mijn heilig volk" zijn. Hebben we wat te doen. Dan hebben we wel hard nodig de

Epiclese  (… ac petimus…)

over de gemeenschap. Wij smeken om De Geest die over de hele wereld waait, die ons één maakt met Hem en met elkaar. Wij die deze gaven gaan nuttigen en die eenheid gaan beleven. De Epiclese gaat verder dan de aanwezige, vierende gemeenschap. Ze wordt uitgebreid naar de hele Kerk, inclusief degenen die leiding geven binnen de Kerk en degenen die ons zijn voorgegaan in het geloof en nu voor ons bidden, de gemeenschap der heiligen. Daarbij horen ook de voorspraakgebeden we bidden voor elkaar; uiteindelijk zijn we samen en met Jezus Christus onderweg naar...

Doxologie

in de originele betekenis van 'Eer aan de Vader via de Zoon in de Eenheid van de H.Geest. Hiermee wordt de heilsbeweging nog eens onderstreept: "Door hem  en met Hem en in Hem …":

- via/d.m.v. de Zoon, Hij is onze transporteur, Die toegang heeft tot de Vader, Die onze Toegang is,

- met de Zoon, samen met Hem doen wij ons=Zijn dankaanbod dat continu in de Kerk aanwezig is;

- in de Zoon, Die ons 'presentje' is dat we voor de Vader meenemen, ons cadeautje voor Hem. Is er een beter? Binnen Zijn Lichaam geldt het omgekeerde ook: wij zijn Zijn cadeautje aan de Vader.

Bovendien ligt hiermee het voornaamste geloofsgegeven op tafel: Vader en Zoon zijn één in de H.Geest. Alle eer, macht, heerlijkheid, dank, en noem maar op, bieden we zó doende aan terwijl we met de voorganger mee heffen de Beker en het Brood zó als Jezus deed. Ons dank brengen zij ons tot heil, van voordeel (= prosit).

Is er een doorslaggevende reden te bedenken dat deze doxologie alleen door de voorganger moet worden gezegd?

 

Aanbieden, offreren, offeren, opofferen

Op de eerste dag van de nieuwe week of aan de vooravond ervan komen mensen bijeen en bekennen zich tot de Kerk van Jezus Christus en laten die Kerk zien op grond van wat Jezus deed. Zijn aanbod was/werd (totale) opoffering, in de joodse leefwereld verstaan als zoenoffer. Opoffering houdt in dat het offer is omwille van een ander, in de plaats van een ander. Wat wij doen is geen vrijblijvende offerte: ik wil mijn inzet graag aanbieden (offreren) aan de Vader via Christus. Maar als dat mijn kop kost, opoffering of totale inzet, wegcijfering, word ik bang, dan weet ik het niet zo zeker en om stoer te doen - dat vind ik nogal wat. Ik heb het gevoel dat je bij dat opofferen een grens overschrijdt die ligt tussen het algemene en het zuiver persoonlijke, een mens zelf t.o.v. zijn Schepper. M.a.w. noch onze moeder de H. Kerk -wat dat ook moge zijn- noch de ene christen kan van de andere vragen, hem/haar opleggen dat hij/zij zich opoffert, zelfs niet op grond van deelname aan de Eucharistie. Móét je je naaste méér beminnen dan jezelf? Dat is iets dat je zelf alleen in vrijheid beslist. Misschien in de Kracht van de Eucharistie.

Er kan nog een ander aanbod zijn dan je eigen inzet voor het Rijk. We hebben allemaal ons eigen leven zoals het zich heeft ontwikkeld, onze eigen ervaringen. We kunnen dat samen met Hem in de beker aanbieden aan de Vader, een doorlopend aanbod, in vertrouwen, geloof. Er zijn mensen die een verschrikkelijk leven hebben (gehad), zijn vernederd, ontkend, mishandeld en noem maar op. Moge het hun gegeven zijn ook zo'n, hun leven in Gods Hand te leggen. Dat kan een erg groot offer zijn. Misschien in de Kracht van de Eucharistie. Samen met Hem. Je beker nemen, heffen en drinken. (H.Nouwen) Langzamerhand ontdekken dat Hij jouw beker neemt, heft en uitdrinkt en vervolgens dat Hij jou de zijne aanbiedt. Tenslotte meekrijgen dat Hij en jij samen dezelfde Beker heffen en drinken. Dat wil Hij graag.

e-mailadres

terug naar begin 5

Voorbeeld van een E.G.  6

Het liefst zou ik Eucharistisch Gebed IV ( de Jacobus-anafoor) willen nalopen, dat van West-Syrische oorsprong is (Antiochië) en het idee van de Birkat-ha-mazon in de lofprijzing van God als Schepper en Verlosser meer volgt dan de Didachè. Het is ook een chapeau naar de Orthodoxe Kerken. De tekst is verheven, bijbels en je merkt soms hoe moeilijk het vertalen kan zijn. Van de vier E.G.'s van het Romeins missaal vind ik dit het mooiste. Het wordt bij ons -voorzover ik weet- haast niet gebruikt maar de structuur ervan is helder, de onderscheiden inhoud van de prefatie, het eerste gedeelte na het Heilig en het tweede gedeelte na het Heilig komen goed tot uiting en de aanzet naar de Epiclese is niet geforceerd. Eigenlijk moet men dit E.G. kennen om de andere te kunnen beoordelen -dacht ik. Maar ja, ik houd van bijbelse taal en oude stijl maar niet van zweverige en gezwollen taal. Voor hen die dit E.G. niet bij de hand hebben wordt het op het einde weergegeven. Men kan het bovenstaande structuurschema er zo overheen leggen.

Maar het lijkt me praktischer de bekende Boskapel (E.G. V) na te lopen. Dit heeft geen eigen prefatie en ik neem nr. I van de zondagen door het jaar. Het is de bedoeling de inhoud te laten zien. Of het mooi is of niet blijve buiten beschouwing. Ik probeer verifieerbare inhoudskenmerken te hanteren.

(voor "Hij is onze dankbaarheid waardig" zie 'Spotjes' )

Na de openingsdialoog: de prefatie:

Heilige Vader, machtige eeuwige God, om recht te doen aan uw heerlijkheid en om heil en genezing te vinden zullen we U danken, altijd en overal door Jezus Christus onze Heer. Die eenmaal door de dood heengegaan, het ontzagwekkend wonder heeft volbracht; die ons wegvoert uit het slavenhuis van dood en zonde, om te zijn: uw uitverkoren en geheiligd volk, - koningen en priesters worden we genoemd. Uw grote daden God, verkondigen wij overal: dat Gij ons in de duisternis hebt geroepen om te leven in uw onvergankelijk licht. Daarom met alle engelen, machten en krachten die staan voor uw troon, loven en aanbidden wij U en zingen U toe volvreugde: Heilig …

Meteen wordt de Vader aangesproken als heilbrenger via J.C.. Voor de duidelijkheid
had er bij mogen staan "zullen wij U blijven danken", dat in "altijd" zit. Dan volgen
O.T.-bijbelse begrippen en dan pas een algemene lofprijzing "Uw grote daden God…"

Vervolg lofprijzing/danking/mirabilia

God, onze Vader, wij danken U met heel ons hart, want Gij hebt ons tot leven geroepen, Gij hebt ons bestemd voor het geluk in Jezus, uw Zoon, onze Heer. In Hem zien wij uw goedheid en uw wil om ons allen te redden. Hij is het verlossende Woord, uw helpende hand. Nooit willen wij vergeten hoe Hij één werd met ons in lijden en dood. Onze last maakte Hij tot de zijne, zijn trouw werd de onze. Blijvend zijn wij U dank verschuldigd om Hem.

Nu wordt het 'Leven' weer opgepakt en dan wordt J.C. weer aangehaald,
dus hetzelfde als in de prefatie maar dan in omgekeerde volgorde.

Epiclese

God, onze Vader, wij vragen U: zend over dit brood en deze wijn de kracht van uw heilige Geest; dat zij voor ons het Lichaam en Bloed worden van uw veelgeliefde Zoon, Jezus Christus.

De inhoud van de epiclese is duidelijk maar zij staat ertussen gepropt.
Haar oorspronkelijk plaats in deze tekst was na de consecratie.
De epiclese over de gaven en de gemeenschap lag in één gebed.

Instellingsverhaal

Toen het paasfeest op handen was kwam zijn uur. Hij had de zijnen in de wereld bemind; nu gaf Hij hun een bewijs van zijn liefde tot het uiterste toe. In het bewustzijn dat Hij van U was uitgegaan en naar U terugkeerde, heeft Hij het brood in zijn handen genomen, en zijn ogen op geslagen naar U, God, zijn almachtige Vader, de zegen uitgesproken, het brood gebroken en aan zijn leerlingen gegeven met de woorden: Neemt en eet hiervan, gij allen, want dit is mijn Lichaam, dat voor u gegeven wordt.

Zo nam Hij ook, toen zij gegeten hadden, de beker in zijn handen, Hij sprak de zegen en het dankgebed, reikte hem over aan zijn leerlingen en zei: Neemt deze beker en drinkt hier allen uit, want dit is de beker van het nieuwe altijddurende Verbond; dit is mijn Bloed dat voor u en alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zonden. Blijft dit doen om mij te gedenken.

De inhoud is duidelijk, deels volgens het Johannes-evangelie.
Alleen zou je zeggen dat het instellingsverhaal over de beker volledig
zou zijn met "en Hij smeekte om de toekomst" of iets dergelijks.
Ik ben het niet eens met "ver-goten". Zie 'spotjes' van de site.

Verkondigen wij het mysterie van het geloof.

Heer Jezus, wij verkondigen uw dood en wij belijden tot Gij wederkeert, dat Gij verrezen zijt.

Ofwel: Als wij dan eten van dit brood en drinken uit deze beker, verkondigen wij de dood des Heren totdat Hij komt.

Ofwel: Redder van de wereld, bevrijd ons, Gij die ons hebt verlost door uw kruis en verrijzenis.

Als ik mag kiezen, dan maar 1) "Als wij dan eten …" omdat ze een interne aansporing is die
 daar past in de tekst. 2) "Heer Jezus…" omdat ze past bij de tekst, maar ze breekt uit de
 gebedsrichting, die naar de Vader is en ze sluit ook niet aan op de oproep. Beide zijn bijbels.

Strikte Anamnese

Trouw aan dit woord, Vader, gedenken wij Jezus Christus, uw Zoon, onze Heer: zijn overgave in lijden en dood, de overwinning van zijn verrijzenis en de glorie van zijn Hemelvaart; wij bieden U deze gaven aan, het levende brood en de heilzame beker, terwijl wij vol vertrouwen uitzien naar zijn komst in heerlijkheid.

trouw = unde;

memores en offerimus zijn duidelijk

maar dat dat ook dank inhoudt mocht wat explicieter zijn.
Zijn komst: eschatologisch element.

Epiclese

Zend nu, Vader, de Trooster en Helper in ons midden, uw heilige Geest. Wek de gezindheid van Jezus Christus in ons hart. Sterk ons vertrouwen, verruim onze liefde. Raak ons met het vuur van uw Geest en breng ons elkaar nabij.

De epiclese is duidelijk. Maar hier zou een verwijzing naar
de nuttiging wel op zijn plaats zijn. Dit ontbreekt in het gebed.

Vrijmoedig in deze Geest bidden wij U, Vader, voor uw heilige kerk. Bescherm haar en leid haar; geef haar vrede en eenheid over de hele wereld. Geef wijsheid en kracht aan paus N., aan onze bisschop N., en aan allen die Gij als herders in uw kerk hebt aangesteld.

De smeking gaat verder met het onmisbare gebed voor de kerkleiding.
Zij zijn aangesteld "in de kerk" niet over de kerk, het volk Gods van Vat II.

Gedenk in uw goedheid ook degenen, die een bijzondere plaats innemen in ons hart en vergeet niet hen, die door de dood van ons zijn heengegaan. Samen met heel uw volk, met de maagd Maria, de moeder van de Heer, met de apostelen, martelaren en al uw heiligen; samen ook met allen ter wereld, die op U hun vertrouwen hebben gesteld

Het al even wezenlijke element van de hele gemeenschap
der heiligen hoort ook bij de inhoud van de smeking.

vragen wij om uw barmhartigheid, erkennen wij uw grootheid en brengen wij U onze dank,

smeking, lofprijzing en danking als een soort onderstreping
van het geheel en gekoppeld aan de gemeenschap der heiligen.

door Jezus, uw Zoon, onze Heer.

Slotdoxologie

Door Hem en met Hem en in Hem zal uw Naam geprezen zijn, Heer onze God, almachtige Vader, in de eenheid van de heilige Geest hier en nu en tot in eeuwigheid. Amen.

Slotdoxologie is duidelijk."Zal Uw Naam geprezen zijn" = omnis honor et gloria?

 

Conclusie: de inhoud is duidelijk, de structuur is een beetje dubbel in het begin; in de mirabilia na het 'heilig' wordt nl. hetzelfde aangeroerd als in de prefatie ervoor en er is geen doorlopen in de gedachtegang naar de epiclese. Een ver­wijzing naar het communiceren ontbreekt ten onrechte, tenzij dit gered wordt door de acclamatie "Als wij dan eten…".

 

terug naar begin 6

Het gaat niet altijd goed  7

 

7.1  In het eindhovense kwam ik een 'E.G.' tegen dat tot Jezus Christus was gericht. Tja, ik heb niets te zeggen over goede bedoelingen maar iets meer kennis had misschien wel gehinderd. Het lijkt niet op 'doen wat de Heer deed'. Vaker zie je dat zelfs de prefatie wordt weggelaten en zelfs de slotdoxologie; om van de epiclese maar niet te spreken.

 

7.2  Een overweging als "Die naar menselijke gewoonte" waar het instellingsverhaal is in gestopt is echt geen E.G., net zo min als "Gij die weet".  Bij een uitvaart heb ik het meegemaakt dat een' gebed' werd gezegd dat grotendeels uit overweging bestond, het "Heilig, heilig" bevatte, een smeekgebed na het instellingsverhaal en zo moest doorgaan voor E.G. Er was geen sprake van Eucharistie en ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om te communie te gaan, ondanks de lading van de uitvaart. Ik vind dit een typerende uitwas van de vereenzelviging van de instellingswoorden met Eucharistie. Het gaat niet aan om de lading van Eucharistie te gebruiken voor mooie eigen teksten. Het is verenging. Men doet de gelovigen te kort! Gebruik die in de andere gebeden en tast het wezen van de Eucharistie niet aan.

 

7.3  Een voorbeeld, zomaar uit den lande. Het gaat om een uitvaartviering.

Het grote dankgebed

(Inleidende dialoog)

Prefatie:

Voorganger: God, onze Vader, wij danken U voor uw aanwezigheid in ons leven:

U houdt ons leven in Uw handen, U kent ons gaan en staan,

ons werken en ons rusten, ons doen en laten.

Wij danken U dat U bij ons wilt zijn in Jezus Christus Uw Zoon.

Want leven is voor ons Christus, en sterven zelfs een gewin

als wij in lijden en sterven op Hem gelijken

en de kracht van zijn verrijzenis aan den lijve ondervinden.

Daarom danken wij U en wenden ons in voorspoed en in tegenslag tot U.

Daarom stemmen wij alle dagen in met de lofzang op Uw heerlijkheid.

Zangkoor: Heilig, heilig …(1)

Voorganger: In dit uur van droefheid

nu wij geen woorden kunnen vinden om te zeggen wat er met ons is, Heer onze God,

in dit uur noemen wij Uw Naam.

Tot wie anders zouden wij gaan dan tot U. Wat anders kunnen wij doen

dan aarzelend uw Naam uitspreken, hunkerend naar houvast, (2)

en geloven dat U bent de God van levenden, omdat U ons hebt gemaakt als uw beeld, op U gelijkend.

Zangkoor: Houd mij in leven wees Gij mijn redding. Steeds weer zoeken mijn ogen naar U.

Voorganger: Wat anders kunnen wij dan hopen dat U ook nu (3) voor ons zult zijn

die U altijd geweest bent: de God van ons mensen,

de Vader die alles ten goede leidt en niemand zal verlaten.

Al wordt ons lichaam ook gebroken, al sterft ons hart,

wij willen toch geloven dat U ons toekomst geeft,

dat U ons leidt langs de weg

waarop Jezus uw Zoon, ons is voor gegaan.

Zangkoor: Houd mij in leven wees Gij mijn redding. Steeds weer zoeken mijn ogen naar U. (4)

Voorganger: Hij die in de nacht voordat bij moest sterven het brood heeft genomen,

zijn ogen opgeslagen heeft naar U, God zijn almachtige Vader,

het brood heeft gezegend en gebroken (5)

en aan zijn vrienden uitgedeeld met de woorden:

neemt dit brood en deelt het met elkaar (6) want dit is mijn lichaam, mijn leven, voor jullie gegeven.

Zo nam Hij ook de beker met wijn, dankte U weer en gaf hem aan zijn vrienden met de woorden:

drinkt hieruit want dit is de Beker is van het Nieuwe Verbond van liefde met jullie allen gesloten.

Dit is mijn Bloed voor jullie vergoten tot vergeving van alle zonden.

Blijft dit doen tot mijn gedachtenis tot ik terug kom.

Allen (7): Als wij dan eten van dit Brood en drinken uit deze Beker verkondigen wij de dood des Heren totdat Hij komt.

Voorganger: Heer, onze God,

zo gedenken wij Hem de Mensenzoon, die ons leed gedragen heeft, die onze dood is gestorven, maar bovenal gedenken wij dat U Hem hebt opgewekt uit de doden als eerste van ons allen, (8)

en dat ook wij, met allen die ontslapen zijn, (9)

verrijzen zullen in de kracht van zijn naam, om bij U te leven voor altijd.

Zangkoor: Houd mij in leven wees Gij mijn redding. Steeds weer zoeken mijn ogen naar U.

Voorganger: Wij bidden U, zend dan uw Geest in ons, zijn Levenskracht, opdat wij verder kunnen op onze levensweg; dat wij U vasthouden, God, en dat wij elkaar bewaren met de goedheid en de belofte van uw Evangelie, tot de dag die U hebt vastgesteld. (10)

Zo bidden wij U (11), door Hem en met Hem en in Hem, die is en blijft Jezus Christus, eerst verrezene uit de dood, (12)

die met U en de Heilige Geest leeft in de eeuwen der eeuwen.

Allen: Amen.(13)

 

Detailkritiek:

1) de tekst bestaat uit losse stukjes die niet in elkaar overlopen. Verder is e.e.a. is nogal zeker, want wij hebben Jezus nietwaar? Is dat hier niet wat gemakkelijk?

2) de zekerheid is nu ineens verdwenen.

3) de anamnese krijgt breedte door "ook nu": net zoals toen … toen HijZ ook trouw was. Mag van mij worden uitgewerkt, zeker nu.

4) de epiclese over de gaven ontbreekt.

5) ik dacht we dat stadium van het brood zegenen ontgroeid waren: het zegengebed uitgesproken! De woorden "Hij zegende U" lijken mij ook niet zo geschikt omdat dat bij ons een andere inhoud heeft. Ik dacht dat in Frankrijk nog wordt gezegd: "…le bênit…' i.p.v. '…(vous) bênit…". Maar laat hun het niet merken.

6) 'deelt het met elkaar' is toch iets anders dan 'eet hiervan'. Het gaat toch om eenheid in J.C.

7) allen mogen wat doen,  hèhè

8) gedenken we dat? Taalkundig niet in orde.

9) mag de overledene hier niet bij name worden genoemd?

10) het gebed voor de kerkleiding ontbreekt, voor de gemeenschap der heiligen en de verwijzing naar de nuttiging. Het element 'kerk' is te mager; er wordt alleen gedacht aan de direct betrokkenen. Kerk is meer, nog meer.

11) 'bidden' is geen (slot)doxologie uitzeggen.

12) bedoeld wordt 'uit de doden'. Dat is wel een verschil. Hij is neergedaald 'ter helle', de onder-, dodenwereld, vanwaar hij de rechtvaardigen heeft meegenomen naar de Vader.

13) alweer allen!

 

Conclusie: onvoldoende inhoud; ook al functioneren de acclamaties hier pastoraal gezien, ik zou het niet doen. Kon ik nou maar verwoorden waarom.

 

7.4  Nog een voorbeeld, een oudejaarsviering:

 

(Inleidende dialoog, prefatie van Kerstmis, Heilig, heilig)

Tafelgebed: (gruwel !)

Heer, onze God hoe wonderlijk zijn de wegen die Gij met ons gaat: Gij roept ons aan de dag uit de duistere nacht van het niets. Gij geeft ons een naam en roept ons om mens te worden, om zoekend en tastend te komen op het spoor van het leven:

wij danken U dat Gij ons van in den beginne vergezelt en tot elkander brengt, van vreemden tot vrienden maakt, een levend antwoord op elkanders vraag naar geluk:

wij danken U dat Gij ons voorgaat en het licht wilt zijn onderweg van de woestijn naar een land waar verkwikkend water is en brood voor alleman, in woorden van belofte bij monde van de profeten;

wij danken U dat Gij ons de weg ten leven hebt gewezen in Jezus, de man van Nazareth, die nieuwe Adam, nieuwe Mozes heet,

die onze weg is gegaan, onze weg geworden is die voert van Egypte naar Kanaän,

van oorlog naar vrede, van Bethlehem naar Jeruzalem, van nergens vandaan tot U,

van Jeruzalem naar Jericho, van U tot elkander;

Accl.: Heer. onze Heer, hoe machtig is uw na allerwegen op aarde,

Wij danken U dat Hij ons vergezelt en op het spoor brengt van uw verhaal met de mensen

dat hij de Schriften openlegt en ons laat zien dat sterven leven is en leven delen,

toen Hij op de avond voor zijn lijden en dood het brood nam, uw Naam zegende in dankzegging, het brak en ronddeelde met de woorden: dit is mijn Lichaam voor U; tot vergeving van zonden;

doet dit tot mijn gedachtenis;

toen hij de beker nam, U dank zegde en hem aan zijn vrienden gaf met de woorden:

dit is het nieuwe verbond in mijn bloed dat voor u allen vergoten zal worden.

Accl.: Heer, onze Heer, hoe machtig is uw na allerwegen op aarde.

Wij bidden U: open ons hart voor Hem en breng ons van Jeruzalem naar Emmaüs, open onze ogen voor de Vreemdeling in wie de geschriften opengaan en vervul ons van het geheim van het leven dat gelegen is in zijn kruis, in zijn dood, de poort tot het leven;

Accl.: Heer, onze Heer, hoe machtig is uw naam allerwegen op aarde.

Laat zijn Geest ons maken tot getuigen van uw trouw aan de mensen;

dat wij het leven liefhebben en de aarde tot nieuw land maken, waar het brood wordt gebroken tot voedsel voor iedereen en de beker rondgaat tot ieders vreugde,

waar mensen en volkeren elkander bij name noemen en de vredeshand reiken,

waar het duister van de dood verdwijnt in het licht van de dag, en wij U dankzeggen om alles wat Gij voor ons zijt en

U aanspreken met de naam die U het liefste is: Onze Vader …

 

Kritiek:

Ik wou niet in detail treden; het zij duidelijk dat qua compositie het eerste deel een waterhoofd is met veel woorden. 'Van Bethlehem naar Jeruzalem' en 'van Jeruzalem naar Jericho' lijkt mij tegen de draad in. De acclamaties doen geforceerd aan. Ik krijg dan altijd de indruk dat de mensen bezig gehouden worden bij gebrek aan beter.

De epiclese over de gaven ontbreekt, de strikte anamnese,het gebed om eenheid in hem, het gebed voor de kerk­leiding, voor de gemeenschap der heiligen, en de slotdoxologie (en dus ook het heffen neem ik aan). 

De conclusie ligt voor de hand. Aan de gemeenschap is iets wezenlijks onthouden. Dan rijst natuurlijk wel de gemene vraag of de gemeenschap dat in de gaten heeft.

 

7.5  Een laatste voorbeeld, een viering met kinderen:

 

DE GROTE LOFPRIJZING.

V. De Heer zal bij u zijn. A. De Heer zal u bewaren.

V. Verheft uw hart. A. Wij zijn met ons hart bij de Heer.

V. Brengen wij dank aan de Heer onze God. A. Hij is onze dankbaarheid waardig.

Goede God en Vader wij danken U omdat Gij ons kent en van ons houdt.

Wij danken U voor al wat groeit en bloeit, voor de zon en de regen,

die Gij geeft voor de dag en de nacht, vooral voor deze dag.

Wij danken U voor vader en moeder, die voor ons zorgen,

voor broertjes en zusjes, voor alle mensen om ons heen. groot en klein.

Daarom zingen wij dit lied voor U:

(melodie: Handen heb je om te geven)

Als alle kinderen op aarde hand in hand tezamen gaan

Dan krijgt het leven veel meer waarde, dan breekt op aarde vrede aan.

Goede God, vooral willen wij U danken voor Jezus, uw Zoon.

Dag en nacht stond Hij klaar om mensen te helpen.

jong en oud, zieken en gezonden. Hij had een hart van goud! Daarom ook heeft Hij

op die avond voor zijn lijden, zijn vrienden aan tafel gevraagd.

Hij nam brood , brak het en deelde het uit aan zijn vrienden en zei tot hen,.

Neemt en eet hiervan, dit is mijn lichaam voor U.

Zo nam Hij ook de beker,

gaf hem aan zijn vrienden en zei: Drinkt allen hieruit. Dit is de beker met mijn bloed,

dat voor u en alle mensen vergoten wordt, om de zonden te vergeven.

Blijf zo doen om aan mij te denken. Daarom zingen wij nu:

Als alle kinderen op aarde hand in hand tezamen gaan

Dan krijgt het leven veel meer waarde, dan breekt op aarde vrede aan.

Samen vieren wij zijn dood en verrijzenis. Wij mogen hier eten van het brood, het lichaam van Christus en drinken uit de beker.

Geef dat wij mogen lijken op Hem. Laat ons vrede en vreugde brengen aan de mensen. Zo leven wij in de geest van Jezus. Daarom zingen wij nu:

Als alle kinderen op aarde hand in hand tezamen gaan

Dan krijgt het leven veel meer waarde, dan breekt op aarde vrede aan.

Met Jezus willen wij U bedanken voor Uw goedheid en liefde

en zingen wij het gebed dat Hij ons heeft geleerd:  volgt het Onze Vader.

 

Kritiek:

Het is natuurlijk lofwaardig als men voor kinderen eenvoudige woorden gebruikt, maar dat wil niet zeggen dat de inhoud dan niet belangrijk is. Die schiet te veel tekort.

De openingsdialoog heeft de bekende, voor kinderen te plechtige woorden. Kan het niet wat directer in de geest van: Zullen we samen met Jezus en met elkaar gaan danken. Dat snappen zij beter -dacht ik.

De acclamatie i.p.v. het heilig, heilig heeft niets te maken met de inhoud van het heilig en de aansluiting met de tekst ontbreekt op alle plaatsen.

Een zegengebed of danking was zeker niet terzake. 

De epiclese over de gaven ontbreekt. Is het niet mogelijk om iets te formuleren van: "O.L.H., nu moet U dicht bij ons zijn want wij willen u dit brood en deze wijn aanbieden als eten zo als Jezus zijn Lichaam en Bloed aan ons wil geven"?

Het"unde" en"offerimus"ontbreken. De epiclese moet het zonder de H.Geest stellen. Het gebed voor de kerkleiders en voor de gemeenschap ontbreken en het eschatologisch element wordt nog net gered door de acclamatie.

De slotdoxologie is te mager, als er al sprake van is.

De conclusie ligt ook hier voor de hand.

 terug naar begin 7


 

Afsluiting  8

Het is zeer wel mogelijk dat mensen die hun best doen om er iets van te maken, teleurgesteld zijn door deze kritiek. Het is evenwel mijn bedoeling iets authentieks te bewaren, traditie in stand te houden, die begonnen is bij de apostelen en gegroeid is in de Kerk. De gemeenschap heeft recht op die traditie, die beleving. Daarvoor moet men de traditie voldoende kennen. Ik hoop dat dit daartoe bijdraagt. Nog even voor de zekerheid erbij vermelden dat traditioneel iets anders is dan conventioneel, waarbij je doet omdat je altijd zo gedaan hebt zonder je af te vragen waarom.

 

© P.Goris Epe 2000

 

 

Het E.G. IV   9

Prefatie:

Het is waarlijk passend U dank te zeggen, het is waarlijk goed uw heerlijkheid uit te spreken, heilige Vader; Gij zijt een God van leven en waarheid, Gij alleen, Gij bestaat van voor alle eeuwen en duurt in alle eeuwigheid voort, in het ontoegankelijk licht is Uw woning. Gij zijt de bron van het leven, in Uw goedheid hebt Gij alle dingen tot bestaan geroepen, Gij hebt al het geschapene met zegening verzadigd en Uw talloze schepselengelukkig gemaakt met de glans van Uw licht. Daarom staat rond U een schare van engelen die niemand tellen kan, uw dienaren, die het gelaat van uw glorie zien en U ononderbroken lofzingen, dag en nacht. In hun koor willen ook wij onze stem doen horen, met ieder schepsel op aarde zingen wij U jubelend onze lofprijzing toe: Heilig…

Canon:

U belijden wij, heilige Vader: groot zijt Gij en alles hebt Gij met wijsheid en liefde geschapen. Gij hebt de mens gemaakt naar uw beeld en hem de zorg over de gehele aarde opgedragen, opdat hij in gehoorzaamheid aan zijn Schepper over alle schepselen zou bevelen. Door ongehoorzaamheid aan U heeft hij uw vriendschap verloren, maar Gij hebt hemniet aan het geweld van de dood uitgeleverd; integendeel, Gij zijt hem met alle hulp tegemoet gesneld, zodat wie U zoeken wil, U reeds heeft gevonden. Menigmaal hebt Gij aan de mensen een verbond aangeboden en hen, bij monde van uw profeten, gesproken over hun heil in de verte.

Heilige Vader, zozeer hebt Gij de wereld liefgehad dat Gij, toen de tijd van wachten voorbij was, uw eengeboren Zoon als Verlosser hebt gezonden. Hij is mens geworden door de heilige Geest uit de maagd Maria, als mens heeft Hij onder ons gewandeld, in alles aan ons gelijk, maar niet in de zonde. Aan geringen heeft Hij een boodschap gebracht van liefde en heil, aan gevangenen de vrijlating gegeven, aan bedroefden zijn blijdschap. Om uw heilsbeschikking ten volle waar te maken heeft Hij zich aan de dood uitgeleverd en door zijn opstanding alle sterven afgebroken en opgebouwd tot een nieuw bestaan. En opdat wij niet meer voor onszelf zouden leven maar voor Hem, die om onzentwil geslagen werd en tot uw rechterhand verheven, zond Hij van uwentwege, Vader, de heilige Geest om zijn werk in deze wereld te voltooien: onze heiligmaking ten einde toe.

 

Daarom smeken wij U, Heer, dat uw heilige Geest deze overgaven wil bezielen, opdat zij het Lichaam en Bloed worden van onze Heer Jezus Christus, tot viering van het grote heilsmysterie dat Hij ons naliet als zijn verbond-met-ons voor altijd.

Toen kwam het uur dat Hij door U, heilige Vader, zou worden verheerlijkt. Hij had de zijnen in de wereld tot het uiterste toe liefgehad. Terwijl Hij de maaltijd voorzat nam Hij het brood, brak het, en zegende U, en gaf het aan zijn leerlingen met de woorden: "Neemt en eet hiervan, gij allen, want dit is mijn Lichaam, dat voor u gegeven wordt".

Zo nam Hij ook de beker, met wijn gevuld, sprak het dankgebed uit en gaf hem aan zijn leerlingen met de woorden: "Neemt deze beker en drink hier allen uit, want dit is de beker van het nieuwe altijddurende Verbond, dit is mijn Bloed dat voor u en alle mensen wordt uitgoten tot vergeving van de zonden. Blijft dit doen om Mij te gedenken."

Verkondigen wij het mysterie van het geloof.

Accl.: Heer Jezus, wij verkondigen uw dood, en wij belijden tot Gij wederkeert, dat Gij verrezen zijt.

ofwel: Als wij dan eten van dit brood en drinken uit deze beker, verkondigen wij de dood des Heren totdat Hij komt.

ofwel: Redder van de wereld, bevrijd ons, Gij die ons hebt verlost door uw kruis en verrijzenis.

 

Daarom, Heer, vieren wij de gedachtenis van onze verlossing: wij gedenken de dood van Christus en zijn verblijf onder ben die eens waren gestorven, wij geloven en verkondigen zijn opstanding uit de dood, zijn Hemelvaart bij U terug, in uw rijk zonder einde; wij zien vol verwachting uit naar zijn wederkomst in heerlijkheid. Wij brengen U het offer van zijn Lichaam en Bloed, een gave die Gij gaarne aanvaardt, een gave van heil voor de wereld.

 

Heer, zie welwillend en genegen neer op dit heilig offer, dat Gij aan ons, uw kerk, hebt toevertrouwd. Verleen genadig dat zij die van dit brood eten en uit deze beker drinken, door uw heilige Geest tot één lichaam worden verzameld, in Christus voltooid tot een levende offerande, tot uw tof en eer.

 

Wijd uw gedachten, o Heer, aan allen voor wie wij dit offer aan U opdragen: vooreerst voor uw dienaar, onze paus N., voor onze bisschop N., voor de bisschoppen van de gehele kerk, voor de priesters en diakens, voor allen ook die U dit offer aanbieden, voor heel het gelovige volk en voor hen die U met een oprecht hart zoeken.

Denk ook aan hen die in vrede met Christus, uw Zoon, zijn gestorven en aan alle doden waarvan de gelovige gezindheid door U alleen was gekend.

Barmhartige Vader, verleen aan ons, uw kinderen, dat wij de heerlijkheid zien die Gij ons beloofd hebt tezamen met de maagd Maria, de moeder van God, die Gij hebt verheerlijkt, met uw apostelen en heiligen in uw koninkrijk. waar wij met de gehele schepping. die Gij uit zonde en dood hebt opgericht, uw lof zingen door Christus onze Heer, in wie Gij aan de wereld alle goed geeft. gisteren, nu en altijd.

 

Door Hem en met Hem en in Hem zal uw Naam geprezen zij, Heer, onze God, almachtige Vader, in de eenheid van de heilige Geest hier en nu en tot in eeuwigheid. Amen.
Een E.G. dat in onze parochie gebruikt werd bij uitvaartvieringen  10

 

Dit is natuurlijk onbetwijfeld het mooiste E.G. dat ooit bestaat maar de gedachte er achter is dat het er nu op aankomt, nu moet de trouw van God blijken, in het uur van de dood, nu de schepping voor de overledene voltooid wordt. Een avondwake is verondersteld: ".. niet zoals zij die geen hoop hebben". 'Voorlees'techniek van de voorganger is nodig.

 

De grote lofprijzing

pr. De Heer zal bij u zijn.  al. De Heer zal u bewaren.

pr. Verheft uw hart.         al. We zijn met ons hart bij de Heer.

pr. Brengen we dank aan de Heer, onze God.  al. Hij is onze dankbaarheid waard. (niet "waardig" !)

allen: Heer, U bent onze dankzegging en lofprijzing waard.

want u bent de God van al het leven in de hemel en op aarde,

van alle goedheid en liefde

en nu bent U onze God, onze hoop door de dood heen.

In onze kwetsbaarheid, ons zoeken naar hoop laat U ons niet alleen

maar raakt U ons met Uw hand

die Uw schepping heeft gemaakt,

Uw hand waarin wij mensen zijn naar-elkaar-gekeerd,

Uw hand die ons naar U toe trekt

onvermoed, soms tegen ons verweer in, boven Uw aarde uit

tot wij in U volkomen zijn,

van aangezicht tot aangezicht Uw heerlijkheid zien.

Heer, de doodskreet van de Mens, Jezus Uw zoon, in zijn diepste wanhoop

is doorgedrongen tot voor Uw troon:

U heeft het kruis verheven tot onverwoestbaar teken van trouw tussen hemel en aarde.

God, U bent onze laatste hoop, onze diepste bemoediging.

Machtig is Uw naam in de hemel en op aarde.

Daarom zingen wij met allen die hun hoop op U hebben gesteld en met de engelen en heiligen in de hemel:

allen: Heilig, heilig, heilig, de Heer, de God der hemelse machten. Vol zijn hemel en aarde van Uw heerlijkheid. Hosanna in de hoge.  Gezegend hij die komt in de naam des Heren. Hosanna in de hoge.

pr. Heer God, U heeft Zich trouw getoond aan Uw belofte aan Abraham, Isaak en Jacob; U was er om de Joden uit Egypte te bevrijden; bij hun tocht door de woestijn bleef U bij hen, sloot U een verbond met hen en U leidde Uw volk droogvoets door de Jordaan het beloofde land binnen.

Zelfs bent U naar ons toe gekomen in Jezus, Uw gezegende,

die zijn leven-lang U eer en dienst betoonde: Uw naam verkondigde en zieken genas, met vijf broden en twee vissen het hele volk genoeg te eten gaf, tot U bad en de mensen leerde bidden, die nu nog de tranen uit de ogen wist, wonden heelt en onze naam schrijft in de palm van Uw hand opdat niemand verloren zal gaan,

die een nieuw verbond met U heeft gesticht met zijn eigen bloed, zichzelf daarvoor gaf tot op het kruis toe in trouw aan U opdat wij geen dienstknechten meer zouden zijn maar zijn vrienden en erfgenamen van U.

Heer, vooral om zijn goedheid en trouw danken wij en prijzen wij Uw Naam, en wij vragen U, God van het nieuwe verbond, wees ook bij ons, zend Uw Geest over deze gaven van brood en wijn opdat ze voor ons het Lichaam en Bloed zijn van Uw zoon,

die, toen hij wist dat hij zou gaan lijden, het brood nam, het zegengebed uitsprak, het brood brak en zich weggaf aan zijn vrienden: 

"Neemt en eet hiervan gij allen; dit is immers mijn Lichaam dat voor u gegeven wordt",

die na de maaltijd de beker nam, U prijzend dankte en smeekte en ons te-kort overbrugde in zijn Nieuw Verbond met U: "Neemt en drinkt allen hieruit; dit is immers de beker van het nieuwe, altijd-durende verbond. Dit is míjn Bloed dat voor u en alle mensen wordt uitgegoten tot vergeving van de zonden",

die zei :"Doet dit en gedenkt mij".

Verkondigen wij het mysterie van het geloof.

Allen: Als wij dan eten van dit Brood en drinken uit deze beker, verkondigen wij de dood des heren totdat hij komt.

Zodoende zijn dood om ons, zijn verrijzenis en zijn Hemelvaart vierend bieden wij U, Vader, deze gaven aan als teken van onze dankbaarheid om uw trouw. Wij vragen U ze te aanvaarden zoals U de eredienst van Uw Zoon heeft aangenomen, opdat wij met hem door de dood heen zullen gaan en met hem zullen verrijzen.

God van het Nieuwe Verbond, wees bij ons in ónze woestijn en zend ons Uw Geest die ons sterkt en ontvankelijk maakt voor Uw zoon opdat wij één zijn door die Geest, één door het delen van dit Lichaam en Bloed

Laat Uw Geest waaien door heel de Kerk van Jezus Christus, onze Heer, die Uw rijk opbouwt in geloof, hoop en liefde, waarin N. (en N.) heeft/hebben geleefd. *  Leid hem/haar voor U in de glans van Uw heerlijkheid tezamen met de H. Maria, moeder van de Heer, en al Uw heiligen die getekend met dat geloof ons zijn voorgegaan.

Wis de tranen uit zijn/haar ogen en laat hem/haar als Uw gezegende bezit nemen van het Rijk dat van de grondvesting der wereld voor hem/haar is bereid.

Geef wijsheid en kracht aan de paus, bisschoppen en priesters, aan al degenen die met verantwoordelijkheid zijn uitgerust opdat zij gesteund door Uw volk leiding geven in Uw Kerk, Uw volk onderweg naar de voltooiing van Uw schepping, onderweg naar U.

Allen: Dan zal Uw naam geprezen zijn overal op aarde en altijd Heer, onze God, door en met en in Jezus Christus in de kracht en de eenheid van de H. Geest. Amen.

© P.Goris Epe 2000

* Eventuele kwalificaties van verdiensten voor de Kerk, gemeenschap e.d. kunnen hier worden vermeld.

 

Toegift  11   EUCHARISTISCH GEBED XIII  (bij gelegenheid van een huwelijk)

(toegift omdat daarbij ook wel eens onnodig wordt geïmproviseerd)

Goede Vader, wij prijzen en danken U om de wonderen van uw liefde. Ja, wij brengen U dank, levende God, want vanaf het begin van de wereld worden leven en liefde één en vruchtbaar door de adem van uw Geest.

Wees gezegend om Jezus, hier in ons midden. Door U gezonden, heeft Hij ons uw liefde geopenbaard, zich vrijwillig voor ons prijsgegeven.

Door Hem loven en aanbidden U bruid en bruidegom, hun ouders, hun vrienden, wij allen. Met de engelen en de heiligen verkondigen wij uw heerlijkheid en zingen U toe vol vreugde (en wij juichen en zeggen): Heilig.

Gij zijt waarlijk heilig, Heer van het heelal, want toen Gij de mens gemaakt hebt naar uw beeld, hebt Gij hen man en vrouw gemaakt. Gij hebt in hun hart de liefde gelegd waardoor de één tot de ander gaat en nieuw leven wordt geboren. Gij zijt de ziel van hun liefde en op de hoeksteen van hun verbond bouwt Gij de gemeenschap der mensen.

Om het verbond met de mens te hernieuwen hebt Gij uw geliefde Zoon in onze wereld gezonden. Door Hem hebt Gij de eenheid van man en vrouw vernieuwd en het huwelijk gemaakt tot het zegel van hun verbintenis en tot een bijzonder teken van uw liefde voor ons.

Goede Vader, om U te danken voor uw wondere daden, doen wij hier wat Jezus heeft gedaan, toen zijn uur was gekomen om zijn leven te geven.

Wij bidden U: zend nu uw heilige Geest over dit brood en deze wijn, dat zij worden tot Lichaam en Bloed van uw Zoon, tekenen van uw verbond met ons.

Terwijl Hij met zijn leerlingen zijn laatste maaltijd hield, nam Hij het brood, sprak de dankzegging uit, brak het en gaf het aan zijn leerlingen met deze woorden: Neemt en eet hiervan, gij allen, want dit is mijn Lichaam dat voor u gegeven wordt.

Na de maaltijd nam Hij de kelk, sprak opnieuw de dankzegging uit, en gaf hem zijn leerlingen met deze woorden: Neemt deze beker en drinkt hier allen uit, want dit is de beker van het nieuwe, altijddurende verbond; dit is míjn Bloed dat voor u en alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zonden. Blijft dit doen om Mij te gedenken.

Verkondigen wij het mysterie van het geloof.

Heer Jezus, wij verkondigen uw dood en wij belijden tot Gij wederkeert, dat Gij verrezen zijt.

ofwel: Als wij dan eten van dit brood en drinken uit deze beker, verkondigen wij de dood des Heren totdat Hij komt.

0fwel: Redder van de wereld, bevrijd ons, Gij die ons hebt verlost door uw kruis en verrijzenis.

Goede Vader, zo wij gedenken de dood van uw geliefde Zoon, bewijs van zijn liefde voor ons tot het uiterste toe. Wij gedenken ook zijn verrijzenis en zijn ingaan in uw heerlijkheid, waarop onze hoop is gegrondvest ééns te mogen leven bij U. Aanvaard welwillend het offer van Christus, dat het offer is geworden van heel uw gezin.

Denk toch, Heer, aan uw kerk, verspreid over de hele wereld. Gij wenst haar schoon als een bruid, jong, vrij en trouw. Moge uw Geest haar altijd leiden op de weg van waarheid en eenheid in gemeenschap met uw geliefde Zoon.

Wij bidden U ook voor al degenen die het geluk kennen lief te hebben en te worden bemind; mogen zij een steun en bemoediging zijn voor hun broeders en zusters.

Wij smeken U, toon ook uw goedheid aan zovelen die zijn teleurgesteld in hun verlangen naar geluk en liefde. Wees Gij hun vrede, vertroosting en hoop, zodat zij de vreugde hervinden te leven in uw liefde, dienstbaar aan anderen.

Ontvang allen die ons dierbaar zijn en ons naar U zijn voorgegaan, met open armen in uw heerlijkheid, uw rijk van vrede.

God, onze Vader, Gij wilt ons geluk. Verlevendig onze liefde tot U en onze hoop samen bij U te wonen, met de maagd Maria, de moeder van Jezus, met de ontelbare menigte van heiligen, om U te loven en te prijzen door Jezus, uw welbeminde Zoon.

Door Hem en met Hem en in Hem zal uw Naam geprezen zijn, Heer, onze God, almachtige Vader, in de eenheid van de heilige Geest, hier en nu en tot in eeuwigheid. Amen.