terug naar overzicht

emailadres

Spotjes

 

Hoe is Zijn Naam dan?

Is Hij onze dankbaarheid waardig?

Vergieten?

Doopwater bij de uitvaart?

Wat is het liturgisch centrum?

Hoe is Zijn Naam dan?

Over de vertaling van de Hebreeuwse letters JHWH in de nieuwe bijbelvertaling zijn vragen gerezen. Daarin staat nu HEER (soms God); eerder stond er Jahwe in de Willibrord (1978) en HERE in de NBG. Als argument speelt het volgen van de Joodse traditie mee. Dat is een belangrijk standpunt want het O.T. is een joods document; Christenen mogen daarvan gebruik maken via Jezus van Nazaret maar moeten het wel als een Joods geschrift honoreren - vind ik.
De joodse traditie is: een 'stroming' schrijft "Eel" of "Elohiem", dat wordt vertaald met "God", een andere stroming schrijft "JHWH". "Eel" zal oorspronkelijk een soortnaam zijn, dus mens noch dier noch stuk steen maar god - zoals alle volken min of meer een god hebben - en later een naam geworden zijn. Dan rijst er geen vraag. Maar de Jahwist -zo heet die andere stroming- schrijft JHWH maar zegt Adonai (Heer). Hij verandert de Naam dus niet, maar spreekt haar uit eerbied niet uit.

De God van Abraham, Isaak en Jacob noemt Zichzelf "Ik ben van wie geldt 'ik ben' ". M.a.w. verder dan Mij hoef je niet te zoeken want Ik ben degene die van Zichzelf kan zeggen "Ik ben", dus laatste - of de eerste, Eigenstandige, Basis, Bron, Begin van alles (ook van mij). De Griekse vertaling van het Hebreeuwse O.T., de Septuagint (ca 200 v.C door Joden gemaakt), zegt "Ik ben de Zijnde". Is er een mooiere naam? Ze houdt 'zijn' in en 'er zijn': 'zijn' als de eeuwig zijnde, vaste, degelijke, onveranderlijke: "De Eeuwige", en 'er zijn' als Hij die er voor ons is, zijn schepselen, want de Naam werd bekend gemaakt toen de "Ik ben van wie geldt 'Ik ben' " de jammerklachten van zijn volk had gehoord en afdaalde om het te redden: "De Aanwezige", "De Levende", die Zich manifesteert.  Mozes moest Hem aan het volk bekend maken als JHWH, "Hij-is(-er)", en niet als "Ik-ben(-er)". Dit laatste geldt m.i. voor Mozes zelf, die een bijzondere band had met JHWH. Laten we dus bescheiden zijn en "Hij-is(-er)" aanhouden.

Ik zeg: houd de Joodse traditie (ook Jezus' traditie) in ere - het is hun boek, schrijf "JHWH" en spreek uit  …? Daarover moeten we het dan eens worden: De Zijnde, De Eeuwige, De Wezer (Wees er om …; Kees Waayman), De Aanwezige, De Levende, De Heer, de Here ? Dat wil niet zeggen dat er maar één term mogelijk is. Laat bij het weergeven van de Naam eigen traditie, goede gewoonte en situatie daarin maar meetellen.
JHWH -in de meest voor de hand liggende vertaling uit het Hebreeuws- 'Hij is (er) altijd', is dus mannelijk enkelvoud; het spijt me maar het is zo. Als je het vrouwelijk en mannelijk beeld van God wilt benadrukken, moet je niet die Naam daarvoor gebruiken. Wel kun je, als in de bijbeltekst  'God' staat, 'HijZ' als persoonsvorm hanteren, dat tweegeslachtig aanhoort. God heeft immers geen geslacht. Dit is natuurlijk ook een compromis want de hebreeuwse persoonsvorm is dan toch mannelijk enkelvoud. Maar ik verander de Naam JHWH niet; dat gaat mij te ver.

De vertaling "Ik/Hij zal er zijn" riekt naar onvoldoende kennis van het Hebreeuws. De 'tijd' van het werkwoord 'Ik ben (er)' en van 'Hij is (er)' duidt op gewoonte: was, is, zal zijn, dus altijd. God zal er zijn maar HijZ is er nu ook, in de misère, in de actuele vreugde.

Als we dan toch bezig zijn, 'Jehova' is een onbijbelse, onjoodse mengelmoes van twee onderscheiden woorden: de medeklinkers van JHWH en de klinkers van Adonai. Het is mij een raadsel waarom men dat deed/doet. Behoefte aan een eigen kring? Als men zich christen voelt, is dan het N.T.ische "Onze Vader"of "Abba" niet meer verantwoord? Als men zich Joods voelt, waarom dan van het Joodse document afwijken?

Als wij in onze Europese, christelijke cultuur binnen geloof over God speken is het de God van de bijbel. Die God 'Allah' noemen is onzin. Wij kunnen Het Opperwezen niet kennen; HijZ is de gans Andere en de anders Andere, anders dan wij mensen kunnen denken. Een naam om HijZ' totaliteit aan te geven heeft weinig zin, we kunnen er toch niks mee. Het gaat er dus praktisch niet om of we hetzelfde (Opper)Wezen bedoelen. We kunnen Het Opperwezen wel voldoende benaderen via de Openbaring, voldoende voor ons heil. Anders had godsdienst geen zin. Het in die betekenis leren kennen van HijZ, hoe we kunnen proberen HijZ te benaderen, daarnaar toe te leven, doen/krijgen we in de godsdienst. Daartoe heeft de Christen andere en - naar mijn mening - meer mogelijkheden dan de Islamiet. Wat echt niet wil zeggen dat de Islam geen achtenswaardige godsdienst is. In tegendeel. Wel lijkt mij dat binnen de mystiek 'God' of 'Allah' minder belangrijk is, zo niet wegvalt; dat dus de Moslim en de Christen even 'goed' mystiek kunnen beleven.

 

Is Hij onze dankbaarheid waardig?
Natuurlijk niet. Hoe kun je nu zeggen dat God, de Alregeerder, onze - menselijke - dankbaarheid waardig is? Onze dankbaarheid is zo goed dat De Volmaakte haar moet accepteren? Wij, stoffelijke onderkruipsels, bepalen Zijn waardigheid toch niet? Freud zou begrijpelijk knikken: hoogmoed in 's mensen onderbewustzijn.
Hoe is men in hemelsnaam aan die vertaling gekomen?  De protestanten doen het beter: "Het is billijk en terecht". Zo staat het er ook in het latijn. Dignum et justum est: Het (dat danken) is passend/waardig en terecht, niet Hij. Dan stond er Dignus et Justus est. De latijnse prefatie begint dan ook met "Inderdaad, het is passend/waardig en terecht, billijk en heilzaam  dat wij u danken …" Het goede woord voor dignum ? passend, het klopt, het is ons waardig.

Voor de zekerheid: In Openbaring (5,12v) staat dat Het Lam waardig is de macht en de rijkdom en de wijsheid en de  enz. eer te ontvagen. Maar dan gaat het om (al) de(mogelijke) eer enz. die men zich kan bedenken. En dat is net iets mee dan onze eer(betoon). Je kunt nog zeggen dat Hij onze dankbaarheid waard is. Maar waarom niet aansluitend aan  de Joodse setting?
En waarom heeft de katholieke goegemeente die vertaling klakkeloos geaccepteerd? Het zal wel gebeurd zijn in de tijd van liturgie-vernieuwing toen in dadendrang alles gauw verbeterd moest worden en (zelf)kritiek niet zo voor de hand lag, wel lekker suggestieve taal. Maar een verandering is nog geen verbetering.


Vergieten?

Het bovenstaande kun je nog taal-inflatie noemen maar het wordt erger als je naar de instellingswoorden kijkt. "Dit is mijn bloed dat voor u vergoten wordt tot vergeving van zonden". Zowel in het Grieks als in het Latijn staat '... uitgegoten tot ...". Ook het Hebreeuws gebruikt twee verschillende woord(vorm)en voor ver- en uit-gieten . Het lijkt niks maar dat "uit" verwijst naar de gemeenschapsmaaltijd die het volk onder leiding van Mozes hield bij de verbonds­sluiting op de Sinaï. Daar werd het bloed van offerstieren gedeeltelijk over de voet van het altaar uitgegoten en gedeeltelijk over het volk uitgesprenkeld. "Tot vergeving van zonden" zegt de Talmoed. Maar dat wisten we niet toen een Nederlandse tekst gemaakt moest worden. Vergoten tot vergeving, klinkt zo lekker niet waar, alliteratie. Maar dat daarmee tekort wordt gedaan aan het offerkarakter van de Eucharistie telt niet, terwijl de kerk dat aspect toch altijd heeft benadrukt. Of is het te moeilijk dat aan de beminde gelovigen duidelijk te maken? Vergieten is nutteloos laten weglopen, afvoeren. Heeft Jezus dan al die moeite voor niets gedaan?  Is het moeilijk om het onderste gedeelte van het kruis te zien als voet van het altaar? Zo wordt het Eerste Verbond vervuld. Dat inspireert.

Dat  vergieten gaat zelfs een eigen leven leiden. In Kol 1, 20 vertaalt de Willibrord '95: " … door het bloed aan het kruis vergoten". In het Grieks staat " … door het bloed van zijn kruis …" of een of andere variant. Ik denk zelfs dat Paulus daar ander bloed bedoelt dan menselijk bloed, nl. het Leven van/via het kruis. Dat gaat ietsjes verder dan vergieten.

 

Doopwater bij de uitvaart?

Hoe, wanneer en waarom het geïntroduceerd is weet ik niet maar ik zie geen aanwijzing om het doopwater bij de absoute te betrekken. De liturgie voor de overledenen verwijst op geen enkele manier naar de doop. Ik vrees inlegbehoefte.

Doop is eenmalig. Doop is onderdompeling waarbij het oude, vruchteloze, dode wordt overdekt, weggespoeld, niet  vernietigd want het is al dood, en het nieuwe leven opbloeit. Zoals bij de jaarlijkse overstroming door de Nijl het oude verdween en nieuwe leven mogelijk werd, zich aandiende. Bij de doop in de Jordaan kun je het beeld hanteren dat het snel stromende water het oude wegspoelt, helemaal door onderdompeling en het nieuwe leven - uit moeder aarde (sacramenteel de schoot van de Kerk) - binnenkomt. Het is dus geen kwestie van afwassen (sacramenteel is dat de biecht). Voor de Joden bij Johannes kun je nog denken aan afwassing, reiniging, bekering, belijden van zondedaden. In de Kerk gaat het om het nieuwe Leven in Christus, "van omhoog/opnieuw geboren worden".

De doortocht door de Rietzee wordt ook wel met de christelijke doop in verband gebracht, terwijl dat water juist vernietigde. Zelfs 1Kor 10, 2 wordt wel gezien als verwijzing naar de doop: lett. "… allen werden gedoopt naar Mozes toe in de wolk en in de zee …".  Maar Paulus heeft het daar over een 'Mozes-doop'/ Mozesgeloof en niet over onze christelijke doop; 'zee' kan alleen maar bedoelen 'op de droge zeebodem' want er was voor hen juist geen (bedreigend) water! Het enige vernietigende en bedreigende water, dat het kwade uitroeit, is dat van de zondvloed en dat van de Rietzee voor de Egyptenaren. En dan is het ook nog de (over)vloed en niet het water op zich. Je kunt ook bedolven worden door een berg graankorrels.

De "Sitz im Leben" voor de link naar (wij)water bij de absoute is het water waarmee de overleden wordt gewassen en mogelijk een plaatselijk folkloristisch gebruik om onder het sterfbed een teil water te zetten als afweer tegen kwade geesten. Wijwater is middels het wijdingsritueel gezuiverd van demonen en het kwade, het is dus 'schoon', zondevrij, het reinigt. Het reinigt dus degene(n) over wie het wordt gesprenkeld van het kwade, van zonde. Dat kun je dan best gebruiken.

Een tweede indirect gerelateerde betekenis is de roep van Jezus "Wie dorst heeft hij kome en drinke". Op het eind van je leven moge je dorst naar Jezus' leven worden gelaafd. Als doop al ter zake is, is het eerder dat de door de doop begonnen Levensdorst haar hoogtepunt bereikt, dat het definitief gelest worden van de dorst wordt verzinnebeeld dan dat de doop wordt herhaald, of weer functioneert of wordt opgeroepen. Men zegt wel dat bij het overlijden een nieuw leven begint of het tijdelijke voor het eeuwige wordt verwisseld. Dat is niet waar. Met de doop begint iets nl. het eeuwig leven, geestelijk dat parallel met het aarde-leven groeit; het 'doop-leven' is dus allang bezig. Als je bij het sterven of begraven worden nog iets met de doop moet, ben je rijkelijk laat.

 

Wat is het liturgisch centrum?
De term liturgisch centrum doet me denken aan een concentratie van liturgie op een bepaalde plaats, het 'priesterkoor' door een communiebank afgeschermd in de kerkruimte, aan de iconostase in de orthodoxe eredienst waarachter buiten het zicht der beminde gelovigen het hoogverheven geheim wordt voltrokken.
Aan de term zit een klerikaal luchtje. We spreken nu over de 'altaarruimte', hetgeen beter klinkt dan 'priesterkoor' en ook wel bedoeld zal zijn om de (onder)scheiding tussen de gewijde en de niet gewijde in de eredienst te verminderen. Sinds Vat II spreken we over de Kerk eerst als het volk Gods, dus alle gelovigen, en dan pas over de hiërarchische inrichting, vervolgens de leken en dan de religieuzen. Maar toch komt dan een klerikale behoefte (een verzet ?) omhoog om dat onderscheid niet te vergeten. Psychologisch is dat wel verklaarbaar -het bloed kruipt waar het niet gewoon kan gaan - maar toch niet consequent. En ernstig. Vroeger woonden we de Mis bij. 'u worden we 'erbij betrokken'. Als ik dat hoor, begin ik te steigeren. Boffen wij even!

De eredienst is van de hele aanwezige gemeenschap: het liturgisch centrum - als dat al te hanteren is - zijn de harten en hoofden van de aanwezige met J.C. meevierenden. Dus het idee van erbij worden betrokken is ten onrechte: de eerste taak van de voorganger is in dienst staan van die gemeenschap, dat gemeenschapsbesef oproepen, de gemeenschap laten/doen vieren; dat is zijn ministerium; hij is de inspirator. Dat zijn rol daarbij ook als garantie van universele gemeenschap, universele Kerk, onmisbaar is, doet daar niets aan af.

Om het priester-zijn te omschrijven wordt wel gezegd dat hij (o.a.) tegenover de gemeente staat. Qua formulering vind ik dat minder geslaagd. Als hij ruzie heeft met de gemeente staat hij er ook tegenover. Ik zie liever dat hij naar de gemeente toegewend is. Dat doet met denken aan het toegewend zijn van de Zoon naar de Vader.
Je mag ook presentatie-eisen stellen aan de voorganger. Soms maak je voorgangers mee die te houterig zijn om zich te bewegen, die niets vrij kunnen/durven zeggen, die zich zo strak aan de liturgische voorschriften houden dat ze een scheiding oproepen tussen het heilige, waarmee hij bezig is, en de aanwezigen, aan wie dan erg hoge eisen worden gesteld voor het meevieren omdat inspiratie ontbreekt. Eens was ik in een viering met zo'n houten klaas - het is hard om dat zo te zeggen maar wel reëel, ook al bedoelt de goede man het goed - waarin veel jongeren waren vanwege in een jaardienst. Geen woord van welkom voor hen, die anders niet komen, en het mis-programma werd gewoon afgedraaid. De volgende keer komen ze dan ook niet meer. Iedereen weet natuurlijk wel sterke verhalen maar als aan dit soort dingen geen aandacht wordt gegeven, sterft de eredienst vanzelf.

Denk overigens niet dat alleen priesters geneigd zijn tot egocentratie, leken kunnen er ook wat van. Onlangs vernam ik dat 'Liturgisch Centrum' afkomstig zou zijn van pastorale werkers/sters. Als dat waar is - ik vrees dat er dan nog meer meespeelt dan ego-centratie van priesters nl. ego-behoefte, altaar-verliefdheid, een van de valkuilen. Vrijwilligers moeten net zo goed oppassen.  "Namens pastor X heet ik van harte welkom" zei het lid van de werkgroep. Wie is nou de gastheer?   "Ik lees u voor uit ...",  "Ik zing u voor ..." Dat blijkt al en waarom dat nog eens accent geven?  Ook als een preek/overweging  begint met "Toen ik ..." word ik al argwanend en vraag me af of de kritische houding over de eigen plaats wel aanwezig is.

Ik heb eens bij een avondwake de lectores midden-voor zien staan. Is het niet bescheidener en zinniger om het kruis midden-voor te zetten? Opzet veronderstel ik niet maar de kans is groot dat men zichzelf (onbewust) centraal plaatst.
Hoeveel zangkoren staan bewust in dienst van de gemeenschap, willen 'liturgie-koor' zijn? Ook al staan ze voor in de kerk, zijn ze erop uit de aanwezigen voor te zingen of eigenen ze zich zoveel mogelijk toe wat ze ook de mensen kunnen leren? Als een parochie niet zing-minded is, is er ander beleid nodig. Moet dat persé van de pastor komen?

 

Veel be-ambte voorgangers heten de gemeente van harte welkom. Vanuit hun positie om de universele Kerk aanwezig te stellen is dat terecht maar is het niet inspirerender om te zeggen dat Jezus Christus ons allen welkom heet.

"Ik geef u daartoe de zegen mee van onze God ..." dat kan hij zeggen maar is het niet gemeenschappelijker om te zeggen: "Vragen/ontvangen we daartoe de zegen van ..."?

Het is nog altijd "... mijn en uw offer..." en "Moge de almachtige God het offer aannemen uit uw handen ... " Als men dan in deze context naar Eucharistisch Gebed 1 en 2 kijkt - "Ontvang uit onze handen, Heer, dit brood en deze beker",  "Wij danken u omdat Gij ons waardig keurt om voor Uw aangezicht te staan en uw heilige dienst te verrichten"-, dan krijg ik het gevoel dat ik even kan wachten tot de priester klaar is.

Het lijken kleine dingetjes maar ik vrees dat zo - aan de hand van officiële regels - de eredienst vanzelf uitsterft.

Als van een centrum sprake is, zij het het ritueel centrum. Er kan maar één persoon het brood in handen nemen en de kelk heffen. En als je daar doorheen kijkt, zie je Wie dat doet. Ik heb er geen enkele moeite mee te stellen dat J.C. de stem en de hand leent van degenen die daartoe zijn aangesteld (niet andersom!). Ik vind een ambtstheologie die bewust of onbewust uitgaat van 'alter Christus' goed voor persoonlijke inspiratie en bemoediging - het is geen eenvoudige klus. Maar moet dat zo nodig in de eredienst zelf benadrukt worden? Dat roept een scheiding op. Ik vrees dat priesters bij 'het dienstwerk van Jezus Christus', waartoe men zich geroepen voelt/weet, meer of op de eerste plaats aan zichzelf denken dan aan de gemeenschap, want zo is hun dat geleerd.
Zo ook worden - volgens de voorschriften - mogelijkheden niet of weinig gebruikt. Bij de offerande kunnen wijn en brood worden aangedragen. Als dat al gebeurt, neemt de priester ze met een big smile aan alsof hij God weet wat van de mensen krijgt. Kritisch gezien krijgt hij niks van de mensen want ze hebben er part noch deel aan. Als voor het begin van de viering, maar het liefst als begin van de offerande, de deelnemenden een hostie als teken van hun inbreng op een schaal leggen gepaard aan een gebed(sformule), kan de priester terecht met een smile dat aannemen. Wat is erop tegen als men zelf een klein bekertje met wijn vult/neemt ook met een gebed, op een schaal zet, en al die bekertjes en hosties met een gemeenschappelijk gezang of gebed naar voren worden gebracht? Dan is er tenminste blijk van eigen op-/inzet, van leven, van gezamenlijkheid, ook al kan maar één persoon die in naam van het volk den Vader aanbieden samen met Jezus Christus, die van die gaven in het Eucharistisch Gebed de zijne maakt.

(Als noodsprong wordt wel de collecteschaal op het altaar gezet. Daarin kunnen de gelovigen bijdragen aan het offer van Jezus Christus - zo wordt het aangeprezen. Niks daarvan! Aan de collecte kan iedereen, ook een sociaal niet-gelovige bijdragen, je geeft wat je hebt. Maar bij Eucharistische Gaven geef je wat je bent als volgeling van Jezus Christus en dan kunnen alleen ingewijden meedoen.

Ja maar, van de collecte-opbrengst koop je toch de hosties? Precies! De hosties leg je in de Eucharistie op het altaar als eucharistische gaven en de centen niet.)  

De Hostie is al een schamel plakje brood om iets van eten en proeven te ervaren maar het dopen van de Hostie in de Wijn is nog zieliger. Origineel is drinken zodat je etend en drinkend ervaart dat je Leven meekrijgt. Het dopen van de Hostie -vaak met gemors- is een uitwas van de transsubstantiatie-leer over twee gedaanten. Is er sprake van meer genade als we behalve het Lichaam ook Bloed krijgen? Natuurlijk niet, het gaat om zintuiglijk ervaren dat in ons meer moge wakker roepen als het meer bij dagelijks ervaren aansluit.

Ik ben echt niet optimistisch over de toekomst van de katholieke kerk. Zij moet tot uitdrukking en beleving komen in de eredienst en het maatschappelijk leven. De eredienst leeft en inspireert onvoldoende, maatschappelijk ligt de zaak moeilijker maar het diaconale karakter is vaag. Tekenend vind ik daarvoor dat de huidige diakens liturgie-assistenten zijn (om het tekort aan priesters een beetje op te vangen) maar nauwelijks naar buiten treden als diaconi. Als de poorten der hel haar niet zullen overweldigen, moet dan niet eerst het bestaande in ballingschap?
Ik ben liever enthousiast over de Kerk en er gebeuren soms mooie dingen - als er wat te beleven valt.  Maar moet je je baseren op uitzonderingen?                                                                                         

 

© P.Goris Epe

 

x