VOLWASSENENCATECHESE OP INTERNET
Begin blok A
verder
naar het religieuze
verder naar blok B
0.1 Ontstaan
0.2 En dan nu een internet-versie maken !
0.3 Doel
0.4 De inhoud
0.5 De onderwerpen
0.6 Les krijgen
0.7 Discussiëren
0.8 Denk aan de fontanel !
0.9 Waar staat de catechese ?
1 Ontstaan
De catechese die ik u hier aanbied, is
begonnen als jongerencatechese in de Martinus-parochie in Epe in '79. De
onderwerpen zijn toen nagenoeg allemaal overgenomen
van een serie
op de Duitse T.V; de benadering was anders: aan de hand van aantekeningen van
mij kregen ze 'les' waarbij discussie een grote rol speelde. Na iedere avond
maakte ik een verslag van die bijeenkomst voor hen.
Iemand anders nam in '81 de groep -voor zover animo- over in een gespreksgroep
en ik ben toen diezelfde onderwerpen door gaan nemen met de meeste ouders van
die jongeren, de leerkrachten van de basisschool en ouders die met
jongerencatechese bezig waren. Uiteraard werd de invulling van die onderwerpen
wat uitgebreid en hun aantal nam toe. De benadering was weer: 'les' aan de hand
van aantekeningen, waarna discussie en kritische opmerkingen als inbreng van de
kant van de meemaaksters en -makers. Daarna maakte ik het 'verslag', dat meer
een behandeling van de stof was.
Toen de eerste groep volwassenen alle onderwerpen had doorgenomen, heeft een
tweede groep diezelfde stof -nu direct op papier- meegemaakt. Aan de hand van
die ervaring is de tekst verbeterd en daarmee hebben nog vijf groepen het
gedaan. Het was telkens weer inspirerend om over ons geloof te praten en
telkens wonnen we. Inmiddels zijn er een hoop aantekeningen gemaakt want de
reacties gingen door. Toen de zevende groep klaar was (een mooi getal; zie getallensymboliek),
vond ik het welletjes en hebben we de bijbel opgepakt.
2
En dan nu een internet-versie maken!
Het aanvankelijke verslag-karakter is wel wat
minder geworden maar wat tot nog toe heeft meegespeeld is dat men op de
bijeenkomst de sfeer heeft meegemaakt waarin
het onderwerp werd behandeld. Nu staat het
op papier zonder stem en gezicht. Dan moet je wel een goed schrijver zijn om
dat gebrek op te vangen. Ben ik dat? Ik vrees dat ik eigenlijk woorden op een
gouden schaaltje moet afwegen maar dan gaat de fut eruit. Ik stel voor dat we
-u en ik- het er maar op wagen vertrouwend op een positieve sfeer. Van mij mag
u ook zeggen dat de Goede Geest moge leiden. Ik hoop dat e.e.a. voor u even
inspirerend zal zijn als het voor die groepen is geweest en voor mij.
Een tweede aspect voor de internetter is dat wij over één onderwerp een hele
avond deden en u de tekst daarover in een kwartier doorleest. Neem er a.u.b. de
tijd voor anders leest u over zinnen heen die een ton wegen en valt u over
bijzinnen. Zeker als het confronterend is of van persoonlijk gewicht, kan het
nodig zijn dat u woord voor woord moet laten doordringen. Ik heb het zelf
meegemaakt. Gelukkig wie het vrij kan ontvangen.
Iedereen heeft uiteraard zijn/haar eigen
verwachting -desnoods onuitgesproken- voor zich zelf. Ik hoop natuurlijk dat
daaraan wordt voldaan. Het doel van deze catechese 'sec' is het aanvullen van
kennis van/over ons geloof, zodat het daardoor mogelijk worde dat u meer zicht
op, zin krijgt in ons geloof en meer geloofszicht op het leven.
Zoals de stof nu ligt, zij voor ons doel goed
genoeg; we komen er vast mee in de hemel. Het 'oeuvre' is ook niet volledig,
want dan wordt het te dik, leest niemand het meer. Bovendien zijn over de
gehele inhoud al boeken geschreven, bijv. de nieuwe catechismus. Denkt u niet
dat alles van mij afkomstig is, ook al noem ik meestal geen bronnen. Dat is
haast geen doen meer; soms vermeld ik literatuur die ik wel gebruikt zal hebben
en die me heeft gevormd, om nog een beetje verantwoording af te leggen. Ik meen
dat 'het religieuze', de drie stappen 'het religieuze - God(sdienst) - geloof'
en 'getallensymboliek' grotendeels wel origineel zijn en daar ben ik uiteraard
krankjorum trots op. Maar het belangrijkste is: ik geef door wat mij is
aangereikt en is voorgeleefd door mijn ouders en door de kerk, binnen de Kerk,
het Lichaam van Christus, de Verrezene. Geen tropische regenbui kan afspoelen
dat ik dank zij de Kerk geloof in haar geloof. Het zit in me. Ik probeer dat
bescheiden te brengen.
U mag van mij verwachten dat ik binnen
de katholieke geloofsleer sta. Als ik er bewust van afwijk, zeg ik dat.
De inleiding heeft u al. Zij is net zo belangrijk
als het 'woord vooraf' van een boek omdat ze aangeeft binnen welke beperkingen
u het geheel gelieve te zien. In volgorde van behandeling zijn de onderwerpen
als volgt:
A) het religieuze, God en godsdienst, openbaring,
geloven
B) Jezus Christus, verrijzenis, verlossing.
C) H.Geest, Kerk, Eucharistie,
D) Bekering, gebed, diaconie, feesten, sacramenten,
Bij A: het religieuze is een de mens ingebakken
vermogen waarmee hij kan gaan geloven, net zoals je je benen hebt gekregen om
te kunnen lopen. Daarom staat het helemaal vooraan. Vervolgens gaat het om de
vragen: 'waarin geloof je?', 'hoe kom je daaraan?' en 'wat is geloven
eigenlijk?'
Bij B staat Jezus Christus voorop omdat hij wezenlijk is voor het Christen
zijn; maar als hij niet was verrezen hadden we niet veel aan hem en dus de
vraag: "wat hebben we aan hem"?
Bij C gaat het om de kern waarin/waarmee verlossing effectief wordt.
Bij D gaat het meer om een nadere uitwerking van verlossing, om voortzetting en
beleven.
Deze A-,B-,C-,D-blokken worden aparte internet-pagina's omdat het hele catechesebestand
wel te groot zal zijn.
Het zal best wel pittig zijn maar het is niet de
bedoeling om moeilijk te gaan doen met theologie-theorie. Theorie is goed, mits
gekoppeld aan praktijk:
het gaat om de
continue trits 'denken, doen, ervaren', waarbij ervaring de toets is voor ons
(be)denken. U weet meer van uw geloof dan u zelf denkt. Ik verwacht meer van
het opruimen van onnodige barrières en misverstanden, het vinden van
basis-punten van ons geloof, het in een goed verband plaatsen van onze eigen
vragen dan dat ik u een nieuwe theorie (!) zou vertellen. Na afloop krijgt u
geen stempel van 'goed-gelovig katholiek' mee.
"Ik" komt vaker voor in de tekst. Het is niet mijn bedoeling om
mezelf centraal te stellen; het zit enigszins aan 'les geven' vast en aan 'mijn
mening'. Het voordeel is dat u het niet met me eens hoeft te zijn.
Bij discussie hoort dat we ons ook 'emotioneel'
kunnen uiten: we moeten ons ei kwijt. Dat is nodig. Maar het gevaar is dat onze
mond overloopt omdat ons hart zo vol Is. Dan loopt het vaak mis. Natuurlijk
respecteren we de mening van een ander. Het zou tegenwoordig niet meer netjes
zijn om dat niet te doen. Maar nemen we die mening serieus? Hier gaat het om de
(mee)vragende en meeluisterende mens: die heeft recht op gehoor. Als we merken
dat een ander net zo goed vragen heeft, geeft dat een gevoel van samen doen. Er
is een 'wij'.
In de discussie diepen we een gegeven uit. Het verwerken, er zelf mee klaar
komen zie ik meer als een huiswerkopgave. Op internet is een face to face
discussie niet mogelijk, hetgeen een beperking is t.o.v. een groepsgesprek,
maar vragen en reageren ligt meer voor de hand dan bij het lezen van een boek.
De tekst is ook 'mobieler'. Een fout of onduidelijkheid is makkelijk te
verbeteren.
We hebben te maken met een groepsgebeuren, met
mee-krijgen en mee-maken, met iets wat je overkomt en met eigen inzet. Als u
zich niet
open wilt
stellen (wat nog helemaal niet wil zeggen dat u iets voor zoete koek moet
opeten), gebeurt er niets. Dat open staan kan wel eens moeilijk zijn; ik vertel
u geen lieve dingetjes. Maar het is ook mogelijk dat u een standpunt inneemt
van alleen kennis nemen van de stof. Dan neemt u geen 'risico'. Dat is uw goed
recht.
Een en ander is echter alleen mogelijk binnen een sfeer van vertrouwden. Het
kan best moeilijk zijn om over je geloof te praten. Je praat dan over hetgeen
je dierbaar is, over je eigenste hoop, ook over teleurstelling. Voor vertrouwen
is het nodig dat iedereen zich vrij voelt en niet 'bespied' door een ander.
Hier op internet hebben we te maken met een openbaar gebeuren. 'Groep' functioneert
nu anders; maar ze is er wel.
Binnen de groep zelf moet iedereen zich vrij voelen in die zin dat men niet
hoeft te antwoorden op vragen; maar voor zover men antwoordt, moet dat antwoord
wel eerlijk zijn. Dat recht moeten we elkaar geven.
Wees wel 'hard' t.o.v. hetgeen geboden wordt. U moet er iets aan hebben, anders
is het jammer van de tijd. Wees niet hard wanneer u merkt dat u op die ene
lange teen van een ander staat. Gun haar/hem ook die te hebben. We zijn
allemaal klein-gelovigen en hebben dus een fontanel. Zachtjes wrijven als het
dan toch moet.
Het woord 'moeten' komt in bovenstaande tekst een paar maal voor. Ik houd er
niet van; het klinkt zo autoritair of fatalistisch. Het gaat hier evenwel om
een gevolgtrekking of voorwaarde: we moeten dat elkaar beloven, anders mislukt
de catechese.
In een groter verband van 'geloofsleven' zijn drie
fasen te onderscheiden (niet: scheiden!): kennisoverdracht, catechese,
liturgie.
Bij kennisoverdracht gaat het in principe om beschrijving van 'kale' gegevens
bijv. de geloofsleer van de Islam, de visie van de Boeddhist op de mens, het
geloofsgedrag van de Egyptenaar, de leer van de Katholiek Kerk in een dogma.
Het al of niet erbij betrokken zijn is niet
wezenlijk. Gewoon nieuwsgierig zijn als Zacheüs is al genoeg (Lc 19).
Bij catechese gaat het om het zich-eigen-maken van die
gegevens als zinvol. Dan staat de vraag centraal: "wat heb ik eraan?"
Men hoeft er nog niet betrokken bij te zijn. Dat is een groeiproces,
verwerving, in laatste instantie een persoonlijke zaak. Ik zie dus
'Geloofsoverdracht' niet zo zitten; geloof kan wél voorgeleefd en dus
aangeboden worden.
Liturgie heeft te maken met het zich uiten in woord/gezang en daad omwille van
de waarde die de verworven geloofsinhoud voor de gelovige zelf heeft, samen
met anderen, eveneens gelovigen. Het gaat echt om het zich eigen maken, anders
blijft het na-zeggen en tenslotte na-apen.
Ook te bedenken dat de weg via kennisoverdracht en verwerving naar liturgie een
soort doorlopend proces is: als men eenmaal een zeker minimum heeft bereikt en
deelt in die Gemeenschap, gaat het verwerven steeds dieper, wordt het zingen
steeds mooier en blijke het geloof nog rijker te zijn dan we dachten. En zingen
we nóg meer.

Voor de volledigheid even erbij zeggen dat ook alle
diaconie en pastorale zorg en opbouw en dit en dat en het smeren van een
piepende sacristiedeur ook in liturgie uitmondt.
Wellicht vindt u dat ik nu te ver ga omdat u (nog) niet verder dan 'geloof'
wilt gaan, dus meer alleen kennisoverdracht of hoogstens catechese. Dat is uw
goed recht en wellicht verstandig. Maar ik dacht dat ik het achterste van mijn
tong moest laten zien. Dat is eerlijker. Dan weet u waar mijn bloed sneller
gaat stromen, ook wel eens stolt.
Ziezo, nu bent u
ingeleid.

1.1 Het doel: de mens als wezen met geestelijke
vermogens.
1.2 Hoe te benaderen? Het religieuze
heeft verschillende aspecten die elkaar grotendeels dekken.
1.3 Wezenlijke aspecten: het transcendente,
het verhevene, het mysterieuze, het heilige.
1.4 Symboliek/Ritueel om het heilige te
realiseren.
1.5 Samenvatting
Gedicht: God in een loopgraaf
1 Het doel
van dit onderwerp is een bepaald mensbeeld naar
voren te halen voor zover nog nodig. Een mens is een wezen met
geestesvermogens; hij kan iets bedoelen, iets kiezen, hij kan denken, zich
indenken, nadenken en overdenken en nog veel meer. Hem kan ook iets overkomen,
zoals verliefdheid. Zo kan hij ook ervaren dat er meer is dan het gewone, het
'meer dan ik' en het 'nog niet'. Hij kan ervoor kiezen daarmee iets te doen. De
mens is een wezen dat met zijn hoofd 'boven de wolken' kan verkeren en tegelijk
met twee benen op de aarde kan staan zonder schizofreen te zijn: hij heeft deel
aan het religieuze. Het religieuze verbindt twee werelden. Die mogelijkheid is
hem ingebakken.
De bedoeling is dus dat wat dichterbij te brengen, wat hanteerbaarder te maken.
Het is nl. een voorwaarde om te (kunnen) geloven. Het religieuze is nog
niet geloof, maar een geweldige menselijke mogelijkheid waaruit alle streven
voortkomt die mensen hebben naar 'dat andere'. Dat streven is al zo oud
als de mensheid is, u hoeft maar aan mythologie te denken. Je kunt dat afdoen
als fantasie of sinds de Verlichting weten we het beter enz. Maar als je de
mens serieus neemt, is het helemaal niet zo gek naar o.a. de ouden en
primitieven te luisteren, naar hún beschaving. Ik denk bijv. aan het platenboek
'Mythen van de mensheid' van A. Eliot en vele andere. Dat is geen fantasie maar
iets moois zichtbaar gemaakt. Ook opwekkingsbewegingen, charismatische
bewegingen, new age, gnosis, denken over tijdperken als Aquarius, enz. komen
voort uit het religieuze (waarbij ik de kritische noot nu even niet mee laat
tellen).
Over dit onderwerp zijn dikke boeken geschreven; we moeten het hier met het
hoog nodige doen en dat is al genoeg. Misschien dat u het nogal theoretisch
vindt maar het is nodig omdat anders 'geloven' niet tot zijn recht komt. Denkt
u niet dat u het in één keer oppikt; dan bent u nóg knapper dan ik was! Het
moet groeien, en er mee bezig zijn/blijven is het vruchtbaarste. 'G.O.D' is nu
dus nog niet ter zake.
De term 'het religieuze' is met opzet gehanteerd om het woord 'religie' te
vermijden. Dit gebruikt men vaak in de betekenis van 'godsdienst' en dan
rijzen de misverstanden de pan uit. Het is nl. heel dienstig om een onderscheid
te maken tussen 'religie' -dus het religieuze- en 'godsdienst', hetgeen uit de
eerste twee onderwerpen duidelijk moge worden. Het religieuze is nog geen
geloof, laat staan godsdienst, maar wel heel persoonlijk zoals bijv. een
seksuele ervaring.
Van een huis kun je zeggen dat het een voor- en een
achter-, onder- en bovenkant en zijkanten heeft. Een bal heeft eigenlijk geen
voor-, achter- enz. kanten; die lopen vanzelf in elkaar over; als je hem
voor je houdt, zie je een klein stukje voorkant en veel zijkant of veel
voorkant en weinig zijkant. Bij het religieuze kun je ook niet van zo'n soort
bouwelementen spreken als bij een huis. Er zijn een aantal aspecten die elkaar
min of meer dekken en die je alleen kunt onderscheiden door verschillende
'kijkplaatsen' in te nemen, verschillende 'brillen' op te zetten. Daardoor
kijkend kun je het wezenlijke van het religieuze wat beter zien. Die
'aspectbrillen' zijn het transcendente, het verhevene, het mysterieuze en het
heilige. Misschien zijn er nog meer, maar deze geven genoeg stof.
Het transcendente 3.1
1 De wereld om ons heen is de zintuiglijk waarneembare werkelijkheid; we kunnen
dingen e.d. ruiken, horen, zien, voelen, en proeven. Deze zintuiglijk
waarneembare werkelijkheid is de basis voor ons leven. Zonder dat leren we
niets over de schepping en over ons mens zijn. Als je sterft dondert de
schepping in elkaar, is er geen waarnemen, geen tijd en geen ruimte meer.
2 Er zijn ook menselijke gevoelens in ons zelf: blij zijn, boos zijn, gelukkig
zijn enz. Ons blij-zijn zingt in ons, ons bedroefd-zijn huilt in ons. Dat
kunnen we uiten, zodat anderen het kunnen zien en horen. Ook dit ligt nog
binnen onze wereld die we zelf min of meer aan kunnen. Het zijn directe
ervaringen, net als zintuiglijke waarnemingen.
3 Nu een stap verder. Soms overkomt ons iets (zoals b.v. bij geboorte of dood,
of een intuïtie) waar we niets aan kunnen doen en dat een -meestal heel
persoonlijke- indruk maakt. Die indruk voelen we, we zijn onder de indruk, we
zijn 'geraakt' door iets dat 'ergens' vandaan komt, van buiten ons. Het komt
over ons. Niettemin is het iets werkelijks anders kon het niet 'raken'. Denk
maar aan die Amerikaanse soldaat die in een schuttersputje zit
en naar de sterren kijkt. Ineens 'ziet' hij God en
begint tegen Hem te praten: het is een werkelijkheid (anders reageerde hij
niet), maar een die niet van zijn zintuiglijk waarneembare werkelijkheid is,
anders zag hij Hem echt. Zo iets is ook geen fantasie van je zelf; dat heb je
direct in de gaten: je 'krijgt' het. Meestal komt het over je wanneer je uit je
gewone doen wordt gehaald, je in een 'grens-situatie' zit, al of niet ineens
iets heel anders aan de orde is dan je gewend bent. Misschien is je wel eens
zoiets overkomen aan het strand: ineens is die zee zo wijd, ineens ben je
opgenomen in een groot geheel. Gezeten in een berglandschap voelde (!) ik
ineens hoe zwaar die bergen wel waren. Dat deed ik zelf niet; ik kreeg. Bij een
geboorte zie je in eens: "Dit kan niet zomaar!" Ook kinderen kennen
dit. In "Het oorspronkelijke visioen" (Gottmer Haarlem) geeft E.
Robinson daar de nodige voorbeelden van.
Het transcendente is (in) het rijk van de geest, waarmee de mens zich
onderscheidt van het dier. Een dier neemt wel waar maar kan niet boven
waarneming uit stijgen, een mens wel. Evenwel, de mens kan zich slechts
openstellen voor het transcendente; hij heeft er geen macht over. Dan zouden we
aan magie denken. Het betreft iets dat je overkomt, je krijgt het vanuit een
andere werkelijkheid.
Het verhevene 3.2

Een stuk mooie muziek kan een 'zoet gevoel', een
romantische stemming, in mij oproepen. Een mooi lied, mooi gezongen in een
mooie dienst in een mooie kerk hoeft nog niet het verhevene te raken. Een
mooie bloem, een zonsopgang kan indrukwekkend zijn maar (nog) niet verheven.
Kunst is niet automatisch verheven. Zo iets kan wel aanleiding geven tot, aansluiting
geven met het verhevene. Het verhevene zit 'achter' het mooie van die bloem,
achter het menselijk kunstgevoel. Om daarin te geraken is een zekere
interpretatie nodig, een accepteren, toelaten; soms hef je vanzelf je handen,
voel je je geheven, omhoog. Het lijkt wel een overgang van geluk naar
gelukzaligheid. Onder in een canyon kun je ontdekken hoe onfatsoenlijk mooi het
daar is en wellicht krijg je zo een zetje naar het verhevene. 'Verheft uw hart'
is meer dan 'denk aan iets moois'. Na de 9e van Beethoven, de muziek, het slotkoor en de
tekst, was het even doodstil in de zaal. Ik vond dat het verhevene was geraakt
via kunst. "En toch (!) geloof ik in het goede in de mens" schreef
Anne Frank. Is dat alleen maar een troostidee? Het verhevene kent geen kwaad,
alleen het goede. Het verhevene nodigt mij van 'achter de bloem/zon' en ik kan
binnengaan:"Wat ben je mooi"!
Het mysterieuze 3.3
"Het bestaan van een mysterie". Zo begint de Nieuwe Catechismus. Het
gaat om het feit dat de mens vraagt: wat moet dat met die schepping om me heen;
waar kom ik vandaan; wat/wie ben ik; waar ga ik naar toe; wat is de zin van het
goede, wat van het lijden; waar komt het kwaad vandaan; waar verlang ik toch
naar ?
Het gaat om iets waartoe ons verstand en onze
ervaring tekort schieten om het te be'grijpen' en toch willen we het weten. Hoe
komt het dat ik die bloem zo mooi vind? Waarom verlang ik naar dat achter die
zon? Hoe kom ik aan dat "Reiken naar het oneindige"? Waarom wil ik
het, ook al verdien ik er geld noch grond mee? "Waarheen leidt de weg die
wij moeten gaan?", een vraag die altijd geldt, niet alleen bij de
crematie. Als iets ergs/moois je overkomt, wijst een zich opdringende gedachte
als "Het heeft zo moeten/mogen zijn" naar een mysterieus geheel waar
de mens in staat maar geen vat op heeft. Misschien wijst dat alles niet alleen
naar het mysterie maar plaatst dat jou zelfs erin. Geen gedachte meer maar
ervaring. Dus de vraag bestaat, de verwondering, een menselijke eigenschap en
daarmee kan een mens iets doen; hij kan van een vermogen gebruik maken.
Zo oud als de mensheid is, zo oud is zijn expressie van/over dat mysterie. Ik
zou zeggen: hoe primitiever, des te dieper. Kijk eens naar een afbeelding van
de 'koppen' van het Paaseiland: je houdt meteen je kop. En die Sfinx dan?
Om het mysterieuze uit te drukken gebruiken we vaak schijnbare tegenstellingen:
"doen wat ondenkbaar is" of geheimvolle, plechtige taal. Het Latijn
-aanvankelijk een volkstaal- is als zodanig in de katholieke eredienst gaan
functioneren.
1 Voor iemand die gelooft is dat enigszins moeilijk voor te stellen zonder
God. Toch kan dat. Het heilige is vrij scherp omlijnd, maar niet definieerbaar.
We weten vrij snel of iets heilig is, het gaat om het geheel anders zijn dan
wij, om boven-menselijk, dus transcendent. Ik weet nog dat de
kamervoorzitter bij de beëdiging van nieuwe kamerleden een recalcitrant
kamerlid toebeet dat ze met iets heiligs bezig waren en hij dus zijn mond moest
houden. Vaak hoor je: "Dit is mij heilig", onaantastbaar, ook
kwetsbaar.
Sancire (Latijn) = omheinen, sanctus = omheind,
afgescheiden van het gewone, profane. Misschien kunt u zich voorstellen dat u
dat Omheinde binnengaat via een 'heilige poort'. Je kunt aan de deur van
de kerk die betekenis geven. Of aan de poort van het kerkhof. Of aan de trap
van het Anne Frankhuis.
Het heilige is er niet plotseling, het komt vertraagd. Je moet eerst de 'tuin'
in. Voordat je het heilige en het mysterieuze herkent, ben je al bezig (vaak
zonder het te merken). Onze leraar wiskunde zei voordat we gingen bidden
aan het begin van de 1e ochtendles: "Eerbiedig"!
Voor het heilige steek je een kaars aan, voor het verhevene, mysterieuze of het
transcendente niet. Voor het heilige word je stil, vouw je je handen, kniel je,
of voel je dat het past om dat te doen.
2 Voorbeelden
- het verhaal van Jacob in het O.T., Gen. 28, 11-22; de Jakobsladder. Na de
droom zegt Jakob: "Waarlijk, JHWH was op deze plaats en ik wist het
niet". Hij werd 'bevreesd' en zei: "Ontzagwekkend is deze plaats. Dit
kan niet anders zijn dan het huis van God en de poort van de hemel".
- het verhaal van Mozes en de brandende braamstruik (Ex. 3,2-6). JHWH zegt:
"Doe uw schoeisel uit want deze plaats is heilig".
- Israëlitische priesters liepen bij de eredienst op blote voeten. De Islamiet
laat zijn schoenen buiten de moskee.
- in de kerk rook je niet, op het kerkhof ook niet en het is helemaal niet gek
als je in het Anne Frankhuis je hoed afzet.
- in de 'musea' -de tsarenkerken- in het Kremlin word je verondersteld niet te
fotograferen, niet te roken maar ook geen hoed te dragen. Die plaats is nu
eenmaal heilig.
- in de tempel van Amon in Luxor (Egypte; een antieke godsdienst) staat nu een
moskee. Onder de moskee ligt een christelijke kerk. Zo houd je het heilig zijn
van die plek in ere.
- als je tussen de Menhirs in Carnac (Frankrijk) doorloopt, kun je het
heel interessant vinden. Misschien ga je je daar ook afvragen: "Wat heeft
die lui toch be-zield(!) ?" En kun
je iets van die ziel delen.
3 We denken God weg; niet alle mensen geloven in Hem. Toch kan het zijn
dat ze zeggen: ik ben gelovig; ik zeg dan -volgens deze onderscheiding van
begrippen- dat ze religieuzig zijn. Ze vullen nl. het 'gelovig' (nog) niet in.
Niet-gelovigen maar wel 'religieuzigen', komen vaker met Kerstmis naar de
Nachtmis om -m.i.- het religieuze te beleven.
Opm. 'Religieuzig' klinkt ongunstig maar als we
'religieus' hanteren zitten we weer kortbij 'religie', dat verwarring met
'godsdienst' wekt. Maar goed, we hanteren 'religieus' in de betekenis van
'gevoelig voor dat andere' en niet in de betekenis van 'gelovig', 'geloof
belijdend'.
Als God 'weg' is, blijft er een 'gat' open. Maar
voor we bij dat gat zijn, zijn we op zoek naar iets dat vermoed wordt, iets
mysterieus dat fascinerend moet zijn, dat véél hoger is dan de gebrekkige mens
("Ghij comt van also hoghe..."), iets volmaakts, geweldigs,
ontzaglijk en huiveringwekkend, maar niet angstaanjagend, in ieder geval niet
angst voor het kwaad. Het is het geweldige dat te maken heeft met die vragen
over de hele schepping en mezelf. Meer kan niet. Het heilige is er wanneer
iemand zou willen spreken, bidden; of hij zich dan tot 'iemand' richt, is nu
even punt twee.
4 Het heilige wordt wel het eerste kenmerk van het religieuze genoemd;
pas daarna komen mensen op het idee van een godheid. Je kunt het ook het
toppunt van het religieuze noemen: via het heilige kan de mens tot God komen,
want HijZ is DE heilige.
Is het heilige, zelfs het hele religieuze, dan alleen maar een middel om bij
God te komen ? Misschien gaat een vergelijking met seksualiteit t.o.v. het
huwelijk op. Normalerwijs is een huwelijk zonder seksualiteit ondenkbaar, maar
zo gauw we haar een middel ten dienste van het huwelijk noemen, klopt er iets
niet. Seksualiteit op zich is al iets moois. Net als verliefdheid: staat dat
alleen maar in dienst van de liefde? Zo ook het religieuze; het is een enorm
menselijk vermogen.
Het heilige is niet vrijblijvend. Hetgeen, hoe dan ook, als 'heilig' is
bestempeld, blijft dat voor de kring van mensen waarbinnen dat is gebeurd. Bij
heiligschennis wordt zo'n kring verbroken, zo'n omheining neergehaald. De
handen van de pas gewijde priester worden na zalving samen gebonden, aan het heilige
verbonden. Een religieus kamerlid weet zich gebonden, wil gebonden zijn aan
zijn belofte/eed, die is hem heilig. De laatste wil van een overledene is ook
heilig; ze moet volbracht worden.
(nu even pauzeren?)
Een klein kind naar bed brengen is een ritueel van
tanden poetsen, pop links, verhaaltje, pop rechts e.d. enz. en een of ander
'dag'-gebaar. Verjaardag vieren is ook een ritueel, dodenherdenking ook maar
heeft het karakter van herdenken, terug denken aan; men verwijlt in het
verleden.
Het ritueel waar het hier om gaat is nog meer. Het gaat om 'toen en ginds'
(weer) tegenwoordig te stellen. Het heilig gebeuren wordt niet beperkt door de
tijd of ruimte, kan steeds weer plaats vinden onder bepaalde voorwaarden. Het
heilige manifesteert zich door zelfopenbaring (overkomt je). En we spreken van het realiseren
van het heilige wanneer het initiatief (niet de machtiging) door mensen wordt
genomen. Dit realiseren van het heilige gebeurt in het ritueel. Mensen gaan
ermee bezig op grond van een gezag hebbende vroegere gebeurtenis. Dan vervallen
beperkingen van tijd en ruimte. Wat ginds en toen is gebeurd, gebeurt ook weer
nu en hier. Met ritueel wordt doorgaans bedoeld het hanteren van symbolen, van
gebaren, van het woord, de hele 'opvoering'.
We hebben te maken met heilige plaatsen, heilige voorwerpen, heilige
handelingen (riten, vooral door de priester), heilige schrift (Bijbel, Koran,
Avesta), heilig woord (profeet), heilig verhaal (mythe;
dus niet zo maar een verzonnen verhaal), en heilig teken oftewel symbool.
Dit laatste
woord is qua betekenis uitgehold. Het komt van het Grieks, symbolein =
samenvoegen. Men brak een voorwerp in tweeën en gaf een helft aan een
vriend wanneer die wegging. Het stuk van de vriend functioneerde als 'sleutel'
om weer binnen te mogen komen (de beide delen pasten in elkaar, à
'Symbool' wordt in de volgende betekenissen gebruikt:
1 hulpmiddel , afkorting, teken
volgens afspraak of volgens direct verband: $ = Am. dollar, H20 = water, rood =
gevaar, rook = vuur enz. E.e.a. blijft geheel binnen het kader van onze directe
ervaringen (het 'ding'kader), heeft dus niets met het transcendente te maken.
2 middel , verwijzend teken.
Nu is meer in het spel dan een afspraak. Het uiterlijk is gebonden aan wat het
voorstelt, maar de gevestigde betekenis moet wel worden verteld, doorgegeven.
Water duidt op frisheid, dorst lessen, nieuw leven (als de Nijl zich terugtrok,
na de jaarlijkse overstroming was het oude weg en het nieuwe kwam omhoog). Een
volle korenaar op een grafsteen duidt op het andere leven; wij leven van
koren/brood. Zo ook een kruisbeeld aan de muur, dat naar het lijden van Jezus
verwijst; een brandende toorts of kaars, die inzicht kunnen betekenen, want met
licht zie je; de regenboog, die hemel en aarde verbindt (de Griekse god
Hermes kwam op aarde via de regenboog). Het zijn middelen om aan te duiden dat
er iets is tussen ons en het andere, transcendente; ze verwijzen; ze staan in
de plaats van een lang verhaal. Ze hebben iets statisch.
3
het tegenwoordigstellend symbool , dat 'dat andere' aanwezig
roept: de bloeiende korenaar bij de inwijdingsriten van
de Griekse Eleusische mysteriën; water, olie,
wijn, brood enz. bij sacramentele riten. Van een huis kun je zeggen dat het een
vorm heeft en materie: een hoop stenen is nog geen huis en die vorm bestaat
zonder stenen niet echt, is alleen maar idee, dat je in je hoofd hebt. Bij het
tegenwoordigstellend symbool is de materie, bijv. bijzondere olie, water,
korenaar op heilige wijze gebonden aan een gegeven van die andere
werkelijkheid, de eigenlijke 'vorm' waar het om gaat. In het huis wordt
jouw idee zichtbaar. Zo ook wordt een vorm van het heilige zichtbaar/ervaarbaar
in de materie van het symbool. (Het heilige zit niet in je hoofd: eigenlijk kan
het bovenste deel van het Yin-Yang niet worden getekend!) Dan is er iets
gebeurd; de scheiding tussen deze wereld en die andere vervalt. Het 'transcendentiescherm'
- - - - is doorbroken. Dit type symbool functioneert in de eredienst, is meer
dynamisch. Vooral dan gaat het er om door de materie 'heen' te kijken en dat
andere te beleven. Hier ligt een duidelijk verschil tussen protestantse en
katholieke beleving. M.i. komt vooral door verschillende visie op Kerk.
Waarover meer bij 'Kerk'.
Bovenstaande indeling bevat drie 'klik'punten in
een stijgende lijn. Het is moeilijk vast te leggen waar een symbool zich op die
lijn bevindt. Een kruisbeeld in de woonkamer aan de muur verwijst. Met het
kruisbeeld in de Kruisverering op Goede Vrijdag zijn we bezig: dan ervaren we
een betekenis tussen 2 en
Zo iets geldt ook voor het heilig verhaal, de mythe. Het doet herkennen, roept
op, maakt wakker wat al in je is. Dan doet het meer dan verwijzen, zeker in een
(ere)dienst.
Een beetje diepgaander: als een symbool in de
eredienst wordt gebruikt, zal het een eerdere daarmee verbonden
ervaring/betekenis oproepen en wordt de functie van het symbool versterkt ( S - E - S ) maar ook kun je zeggen dat als een
ervaring in de eredienst wordt opgeroepen, het bijbehorende symbool nog meer
gaat spreken waardoor de ervaring wordt versterkt ( E - S - E ). B.v. iemands
overlijden verbinden met het kruis of een baanbrekend inzicht met licht.
Stelling: Wat de ervaarbare werkelijkheid van het
religieuze is, is wat deze symbolen tegenwoordig stellen.
Houdt u goed in de gaten dat het bovenstaande geen
bewijs is van iets. Het gaat om het systematiseren van wat mensen doen, denken
en ervaren. Aan u om na te gaan of u dit herkent of zich voor kunt stellen.
Daarin is ieder autonoom. Ik meen dat we veel meer tekens en symbolen gebruiken
dan we denken. In een vreemd zaaltje kun je al een teken vinden dat je
aanspreekt; laat staan in je huiskamer. Probeert u het eens.
Als omschrijving van het religieuze het volgende
probeersel, dat pas goed functioneert in vergelijking met die van godsdienst
(volgende keer):
een samenhang van opvattingen, gedragingen,
gevoelens (denken, doen, ervaren)
met behulp van mythen, riten en symbolen
die samenhangen met levensvragen (het heilige, verhevene, het
mysterieuze)
en ervaringen vanuit een andere werkelijkheid (het transcendente) .

met je hoofd
(en hand) 'over' de 'wolken' heen
litt: van Baaren TH.:"Doolhof der goden"
Querido 1960
Eliot. A 'Mythen van de mensheid', Kosmos
en vele platenboeken over de antieke kunst
Hello, God!
Look, God. I have never
spoken to You …
But now … I want to say: 'How do You do.'
You see, God, they told me you didn't exist
And like a fool... I believed all of this.
Last night from a
shell-holeI saw your sky …
I figured right then, they had told me a lie.
Had 1 taken time to see the things You made
I'd know they weren't calling a spade a spade.
I wonder God,
if You'd shake my hand
Somehow … I feel that You will understand.
Funny … I had to come to this hellish place
Before 1 had the time to see Your face.
Well, I guess there isn't
much more to say
But I'm sure glad God, I met You today.
I guess the zero hour will soon be here
But I'm not afraid since I know You're near.
The signall … Well, God
.... I'll have to go
I like You lots... This I want You to know.
Look, now … this will be a horrible fight
Who knows ….I may come to Your house tonight.
Though 1 wasn't friendly
with You before
1 wonder God … if You'd walt at Your door…
Look … I'm crying ! Me ! shedding tears …
I wish I'd known You these many years …
Well, I have to
go now, God, good bye …
Strange … since I met You - I'm not afraid to die.
Dit
voorbeeld is bedoeld om 'dat andere' duidelijk te maken maar hier wordt ook al
de stap naar God gemaakt, hetgeen binnen dit onderwerp van het religieuze nog
niet aan de orde is. Overigens zitten er nog meer elementen in die later ter
sprake komen. terug naar tekst

2.1 Waagstuk: het gaat niet om een vrijblijvende vraag
2.2 De Vraag:
naar wat we GOD noemen
2.3
Antwoorden van de eerste twee
groepen 2.3.1; van de zesde
groep 2.3.2; antwoorden op weerwoord 2.3.3
2.4 Bijbelse Beelden dat zijn antwoorden van 2000 jaar en langer
oud
2.5 Een beetje ordenen
voor de duidelijkheid
m.b.v. een schema 2.5.1 en m.b.v. een nadere karakterisering 2.5.2 en even 'bestaan'
toespitsen 2.5.3
2.6 Godsdienst een
'definitie' als bij het religieuze
In het vorige onderwerp hebben we God buiten
beschouwing gelaten (nou ja …) maar als we over godsdienst en -straks- over
geloof praten, ontkom je niet aan God - als je dat al zou willen. Nu kunnen we
boeken gaan lezen of in de bijbel speuren - ik begin het liefste vooraan: bij
ons zelf. We hebben een meer of minder vaag idee over wat/wie/hoe God is.
Ook de vraag of HijZ wel bestaat is wezenlijk. Zullen we eens proberen?
"Als ik ga spreken over G 0 D, wordt het stil
om we heen; dan probeer ik alle ruis buiten te sluiten en in me te zien naar
wat die drie letters voor mij inhouden en wat de zin daarvan voor mij is.
Uiteindelijk moet ík daarmee op een of andere manier klaar zien te komen, want
het gaat om mijn diepste zingeving, het gaat om mijn G 0 D."
Als ik dat zo stel, maak ik al een aanspraak op een verband, en wel tussen mij
en iets buiten mij, dat tot in mijn grond met mij te maken heeft, aanspraak op
een antwoord, op een levensvraag dat ik verworven heb of zoek. Een tweede
implicatie is dat dat verworvene mij dierbaar is en mijn zoeken serieus, zodat
ik anderen vraag daarmee voorzichtig om te gaan. En, mag een ander al verder
zijn dan ik, dan doet dat niets af aan de vreugde van mijn ontdekking en de
hoop die mijn verwerving mij geeft. Als we die vreugde en hoop delen, is ons
geluk alleen maar groter.
Als u het arrogant of vreemd vindt zo over God te spreken als over mijn God,
denkt u dan eens aan Maria Magdalena bij het graf: "Ze hebben mijn
Heer weggehaald." Of aan Thomas: "Mijn Heer en mijn God".
Dat is zo'n beetje het waagstuk voor dit tweede onderwerp. Het is een goede
zaak dat u zich dadelijk na de volgende paragraaf, voordat u antwoorden van
anderen leest, afwendt van het scherm of het ding uitzet en eerst voor uzelf
formuleert, liefst opschrijft, wat voor u G O D is; u kunt ook nog denken over
wat G O D het liefst voor u zou betekenen. Neemt u er de tijd voor. Hoelang die
tijd is zou u zelfkunnen bepalen.
geformuleerd is: "Wat betekent G 0 D voor u
persoonlijk en wat -vindt u- zou het mogen betekenen?" Het advies voor de
discussie of het nadenken luidt: denk/spreek zo intuïtief mogelijk en
maak -zo nodig- onderscheid tussen a) het zijn, hoe/wat is; b) het er zijn,
bestaan; c) de grond waarop u dat vestigt. Gaat u s.v.p. niet bewijzen dat God
bestaat (daarover later) en komt u niet met al of niet verwerkte
catechismus-antwoorden. Het gaat om uw eigen idee(ën). Al zijn ze nog zo krom
en godslasterlijk -in eerst instantie is dat niet belangrijk. Als het niet uit
uzelf komt, heeft het weinig zin. Het is het idee van het "geboren worden
van de lévende God". Wees zo eerlijk als u kunt en schaam u niet.
Als u in een groep praat, kunt u eventueel intuïtief 'brainstormen': zonder
enig commentaar alles opschrijven wat opkomt, gedachtenassociaties. Later kunt
u erop ingaan.
Natuurlijk komen er heel wat G 0 D sbeelden naar voren. Ieders beeld wordt o.a.
beïnvloed door zijn situatie, karakter, ervaringen, bewuste en onbewuste
vragen. Iemand die in het dagelijkse leven veel moet organiseren, problemen
moet oplossen, voortdurend bij de pinken moet zijn (situatie) en dat eigenlijk
liever niet deed (karakter), zou de regelmaat van de seizoenswisselingen als
een contactpunt voor zijn Godsbeeld kunnen zien. Datzelfde beeld zou voor
iemand kunnen gelden die in dezelfde situatie zit, maar niet tevreden is met
zijn prestaties.
Schrikt u niet als u geen eigen beeld kunt produceren; dat is ook waar en wie
weet wat er nog kan komen. U zou niet de eerste zijn. Weest u ook niet bang als
er negatieve associaties komen; ook dat is waar en denkt u niet dat O.L.Heer
niet tegen een stootje kan.
Als u geen Godsbeeld hebt, kunt u eventueel eerst
'Openbaring' lezen, desgewenst direct gaan naar mistige
brij?.
Natuurlijk kom je niet uitgepraat. Het is niet alleen moeilijk je eigen beelden
te verwoorden, maar ook om met mensenwoorden te spreken over iets dat
transcendent is. Probeert u het eens?
Doen!
3 Antwoorden
Antwoorden van de
eerste twee groepen 2.3.1:
Het zijn geen pasklare antwoorden, meer omschrijvingen en aanduidingen. Hier
volgt een aantal kern-woorden en uitspraken (kort genotuleerd) verzameld uit de
eerste twee groepen, enigszins gerubriceerd. Mijn toelichting is naar rechts
ingesprongen.
- iets/oneindig/transcendent'
'iets' bedoelt hier aan te geven dat 'het' on-(be)grijpbaar
is, om 'het' niet te beperken door een definitie of een beeld.
'Het' is
altijd meer, achter het eindpunt van onze gedachten. "Als je de Boeddha
hebt gevonden, vermoord hem dan".
God zie ik als het einde van het totale, niet
bereikbare mensdoel.
God is het voor de mens niet rechtstreeks te benaderen Absolute.
Als ik moet spreken over Hem, benader ik Hem het beste als een 'geweldig Licht'
om me heen. Maar het liefste zwijg ik.
God is anti-eenzaamheid, anti-kwaad, anti-beperkt.
God is niet een bepaald persoon meer een kracht, een macht. Misschien is God de
'meer dan jullie'.
-
verklaarbaar/projectie
God is niet te verklaren, maar moet er toch zijn.
Dit betreft een
ervaring opgedaan in de indrukwekkende stilte van de nachtelijke sterrenhemel
al of niet met maan,
in de storm door de
bomen, bij het alleen-zijn op de hei e.d.
Is God geen projectie?
Uw god kan natuurlijk
een eigen projectie zijn. Zeker als u niet kritisch bent, wordt het een af-god.
Weest u van de
andere kant niet te
bang voor projectie. Het is tragisch als de Westerse mens bij de bron in de
woestijn sterft van
dorst omdat hij bang
is voor geprojecteerd water. Schaamt u zich ook niet als God aanspreekt in
uiterste nood, als u
alleen bent en
fluisterend bidt; dat is geen projectie, dat is heel bijbels, heel menselijk.
Godservaringen zijn psychologisch verklaarbaar.
Klopt, zouden ze vòòr
Freud ook zijn als die argumenten toen bekend waren geweest en effect hadden
gehad. Zo zit
een mens in
psychologische termen nu eenmaal in elkaar.
Het zijn overigens be-/omschrijvingen, geen
oorzakelijke verklaring. Eerst is er de godsdienstige mens en dan de
psychologische benadering van hem. Met een
verklaring kun je tevreden zijn, of niet, en doorvragen totdat alleen
de/het Onverklaarde overblijft. Dan ontstaat er een
opening om te kunnen zeggen: "Het is me gegeven... "
Niet systematisch nadenken over God?
Natuurlijk wel. We hebben hersens gekregen om te
gebruiken, een mond om te spreken en oren om te luisteren. Juist
via doordacht communiceren kan ons Godsbeeld rijker
en dieper worden en krijgt ons menselijk beperkt-zijn minder
kans voor (privé)projectie: "Onze God".
-
Afhankelijkheid
Hij is het opperwezen, dat alles
ordent, die je gedachten beheerst.
Hij is zoals Hij is en we kunnen ons daarover geen oordeel aanmatigen.
Hij is dynamisch. Wezenlijk aan Hem is dat wij niet kunnen nalaten om naar Hem
te vragen, naar Hem te zoeken (de Mysterieuze). God is
almachtig, je mag Hem niet veranderen.
Weest u voorzichtig
met het begrip 'almacht'. De kans is levensgroot dat er misvattingen meespelen
die het
gevolg zijn van
vertalen. Het originele Griekse woord is 'Panto-kratèr'= Al-regeerder =
'omni-potens' in het Latijn
en in het Nederlands =
Almachtige. Maar dit is wel anders dan 'Al-regeerder', waarbij men dacht aan
(Israëls) God
t.o.v. andere goden of
koningen (ruimte) tot in de eeuwen der eeuwen (tijd). 'Die mijn gedachten
be-heer-st'; zie
boven. In de
geloofsbelijdenis van Constantinopel, die in de protestantse en katholieke kerk
spreekt, is God de Vader
die Alregeerder, niet
de Almachtige. (We wachten op betere taal.)
Maar, als het nou toch
moet, kun je niet zeggen dat God Zijn Almacht (deels?) heeft ingeleverd bij, toevertrouwd
aan de mens die HijZ
een vrije wil heeft toebedacht? totdat ….
God betekent voor mij: de spil, de basis van mijn
geloof; hoger en meer kan niet.
God is kwaad en barmhartig. Ik heb in het ziekenhuis (in nood) zelf gehoord 'zo
vriendelijk en veilig als het licht'.
(Toen kwam in de
discussie ook nog de duivel om het hoekje kijken. Tja. Hoe het ook zij, God
heeft geen duivelen
geschapen, wel engelen
en zo.)
God is de inhoud van je leven; Hij is zinsbepalend,
juist ondanks lijden.
In diepste zingeving kun je alleen over God spreken in de tweede persoon
enkelvoud: "Gij-boven-alles".
Als je dat zegt
in afhankelijkheid, aanbid je. "Ik - Gij".
Zonder bevestiging van mensen kun je niet leven,
maar God is mijn uiteindelijke, diepste, voortdurende bevestiging.
Goddelijk, leven rust niet óp me; het is in mij tot op mijn botten toe.
- Herkenning
Ik herken Hem in de voortdurende, wetmatige gang van de natuur.
Hij moest wat tastbaarder kunnen zijn vanuit mezelf.
Wat herkent u? Alleen
maar een positieve ervaring of nog meer? Herkent u een punt van uitgang zonder
hetwelk
je niet kunt leven?
Het herkennen, 'daar is Hij weer', is een belangrijke ervaring, een impressie.
Het kan de
uichkreet zijn van de
bevestiging.
- Gevoel
Een onbeschrijflijk gevoel dat me
omgeeft en allesomvattend is. God is niet concreet; Hij is altijd groter.
Zelfs de
primitieven voelen dat er iets is.
Zelfs? Ik denk juist
de primitieven ...! Opm. Bij deze laatste twee kern-woorden komt het
verschil tot uiting tussen
de grond waarop je
iets stoelt (de herkenning en het hebben van een ervaring, gevoel) en de inhoud
van zo'n
ervaring
(allesomvattend).
- Relatie/persoonlijk
De Schepper die werkt met een voortdurende evolutie.
Het gaat hier om het 'scheppen uit het niets'. HijZ
is de óórspronkelijke. Deze termen houden dus in dat wij, mensen,
schepsels zijn en wij God noch kunnen maken, noch
vervolmaken. HijZ is niet afhankelijk van ons. Wij kunnen wel het
beeld dat wij van HijZ hebben, laten zien en
uitbouwen.
Net je vriend; een verre vorst; een goede vriend
naast ons van wie je (intuïtief) respons krijgt.
Wat noemt u 'goed'?
Waarom? Is dat uit te leggen? (heel moeilijk!)
Hij 'ziet' er uit als mensen, maar
steeds anders. Hij is ook zichtbaar in (alle) mensen die je (nog) niet ontmoet
hebt.
God 'gebeurt' tussen mensen.
God is in het goede van de mens.
De relatie God - mens ervaar ik niet, hoogstens in de kerk.
Via het goede in de mens kun je God kennen. Ieder mens heeft God in zich.
Mijn Godservaring heeft geen verband met mensen, die fouten hebben, onvolmaakt
zijn. Zij komt uit het verticale, want die God moet volmaakt zijn.
Maar ik zie wel in Hem een persoonlijke relatie.
'God in de mensen
zien' kan misverstanden opwekken. God is geest, niet materie-gebonden. U kunt
Zijn 'voetsporen' zien
in de natuur, dus ook
in de mens, die een schitterende prestatie is als b.v. biologisch
verschijnsel, maar ook in de daden
van de mens. Daar zit
het gegeven achter van 'geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis'. God is
vrij en kan daden stellen
met beoogd gevolg; zo
ook de mens. Ik vind dat de mens in die vrijheid het meest op God gelijkt. Wie
een verkeerd
mensbeeld heeft, zal
ook een verkeerd Godsbeeld hebben (omgekeerd ook?). Projectie en
indoctrinatie krijgen dan een kans:
God-boeman,
God-met-stok-achter-de-deur, God als afschuifpost van hetgeen we niet weten of
begrijpen, of van onze
machteloosheid. Of de
Godservaring uit het horizontale komt of het verticale, daarover later meer.
- Heil
Er moet iets zijn, anders hield ik het niet vol.
'God' houdt mijn hoop in op het voortduren van mijn leven door de dood heen.
'God' is de/datgene die mij compleet maakt.
Hij is Grootheid, Geheel voor mij.
God is continu aanwezig; ik wil een relatie met Hem onderhouden. Als je gebed
wordt verhoord, helpt je dat over je dieptepunten heen.
De ene keer bedank je Hem, de andere keer ben je woedend op Hem en toch geeft
dat je kracht.
Antwoorden van de
zesde groep ('90 - '92) 2.3.2 :
Ik voeg deze
antwoorden toe om meer diversiteit te bieden. De antwoorden van een andere
groep hadden hier ook kunnen staan maar ik
vond dat ik een keuze moest maken. Evenwel, uw
eigen antwoorden zijn nog mooier dan die van anderen.
Ik heb nu wat meer naar een persoon gerubriceerd.
- Helper
In nood heb je meer behoefte aan God, je zoekt steun.
Hij is genezer en helper maar geen drukknop voor oplossing van problemen. (Dus HijZ geeft ruimte voor eigen inzet?)
Ik wil meer leiding van Hem ervaren.
In moeilijkheden wend ik me toch naar Hem om raad, inzicht, hulp, versterking.
Hij is mijn naaste in lief en leed, ziekte en tegenspoed.
- Bevrijder
Als ik door mijn mistbank ben
omhuld, komt er een bevrijdende opening. Dat mag van mij iets van God zijn.
Ik formuleer dit zo
ofschoon het niet zo is gezegd maar wel bedoeld, dacht ik. Als dat correct is,
wordt hier een
belangrijk punt
geraakt: er is een sprekende (levens)ervaring die vervolgens niet
automatisch met God wordt
verbonden. Een
psychisch gebeuren wordt 'theo-' geduid, in vrijheid. Dat kan alles op zijn
kop zetten. Een mens
geeft bewust betekenis
aan wat hem overkomt.
- Verborgen God
Soms ver weg, soms dichtbij.
De 'transcendentie - immanentie"-vraag!
Immanent: '(er)in blijvend', is Latijn. Het heeft qua woord niets te
maken
met Emmanuël - Hebreeuws: Immanuëel - dat evenwel
ook 'God met ons' betekent!
Bij ellende, verdriet en teleurstelling is Hij ver
van ons af.
Na een grote klap was Hij weg; later kwam Hij
weer.
(met stille overmacht?)
Hij is niet een tegemoetkomende God; je kunt verlaten
zijn.
Je van God verlaten
voelen is bijbels; zie psalm 22.
- De Onzegbare
Ik bid maar begrijp niet.
Ik moet Hem onbevangen benaderen, wel liefde geven.
- De Onbekende, Vreemdeling, Vraagteken
Ik ontmoet Hem in andere
mensen.
(ook in jezelf ?)
In de natuur ervaar ik God.
Niet in het bos maar samen in de kerk ontmoet je Hem.
Bij elkaar in familiekring-in-intens-verdriet hebben we een dankgebed gezegd;
we voelden allemaal dat Hij bij ons was.
Een
gemeenschapservaring én een godservaring.
We leven in een onvolkomen wereld; toch heeft Hij
geen schuld aan de ellende. Hij is een bondgenoot in levensstrijd.
Daar komt de
'theodicee', Godrechtvaardiging: hoe kan de almachtige God ellende en
onrecht toelaten? Mijn reactie
daarop is nu even:
draai de zaak niet om; hoe heeft het volk Israël haar God leren kennen? Toen ze
in Egypte
in de penarie zaten.
HijZ is mijn 'vechtgod' met Wie ik in de 'clinch'
ga, als er iets (weer) niet goed is.
HijZ is de machteloze die geen andere handen heeft dan de onze.
Maar HijZ is ook het Grote Licht, de Ontzaglijke, die overal inzit.
- Grond
God is voor mij een rustgevend woord (Woord?)
Ik wens dat God dichter bij me zou staan; meer geborgen voelen.
Let op hoe er
sprake kan zijn van een (vrij) verlangen maar ook behoefte (in nood). Het m.i.
meest wezenlijke van
Gods-beeld-en-gelijkenis
is dat de mens zelfstandig is en vrij, dus ook t.o.v. zijn Maker. Het is
mogelijk dat je
daarvoor een
autoritair godsbeeld kwijt moet, misschien met een zweep van je af moet slaan,
op zoek naar
de echte God, of dat
je zelfs HijZ moet uitkafferen (als je het maar eerlijk doet). Pas als je vrij
bent, kun je aanbidden.
Mijn leven is geen toeval; het heeft een patroon
van opstandig - berusting.
God niet alleen bij ellende erbij halen, ook in verband brengen met het goede.
Door jongeren wordt Hij gezien als betekenis van het leven, zin; een grond bij
leven dood, kwaad, goed, lijden.
Ik neem aan dat bedoeld
is dat jongeren Hem gemakkelijker zo zien dan wij dat doen, die Hem meer
opgelegd kregen.
Opmerking: ik gebruik
zelf 'HijZ' als aanduiding van God (in de derde
persoon) omdat geslacht bij God niet speelt en 'het' in onze taal niet
op een persoon duidt. Onzijdig gaat niet op voor
God; HijZ is juist alzijdig.
Als we over HijZ spreken in een mannelijk beeld zeggen we eigenlijk dat Hij is
als een rechter, als een losser, als een vader, als een koning.
Allemaal menselijke beelden die we op God toepassen;
maar we stellen HijZ daarmee niet gelijk. Dat heet analoge taal. Vrouwelijke
beelden
vind je ook in de bijbel, bijv. Jesaja hfds. 66,
10vv. Het hebreeuwse woord voor 'erbarmen' (rachamiem) is een versterkte vorm (nl. het meervoud)
van rèchèm, moederlichaam: Gods erbarmen is sterke
(baar)moederlijkheid (onderwerp 14,
3.3). Het wordt wel gecombineerd met chèsèd,
'goed'heid, genade. Maar God wordt nergens 'moeder'
genoemd.
- Waarom zou God nou mensen scheppen? Hij is zelf volmaakt, dan hoeft dat toch niet?
Dit is een vraag 'van buiten af' dus een stapje terug zetten: mensen zeggen zelf dat, ik accepteer dat - namelijk dat ik mijn bestaan niet aan mezelf ontleen en dat de Schepper heeft gewild dat ik er ben. Dan kan ik niet aan Hem vragen "waarom?" in de geest van verantwoording vragen; ik accepteer dat Hij soeverein is. Ik kan wel 'waarom?' vragen in de geest van 'hoe ben Je dat Je mij hebt geschapen, waarom heb Je mij gewild?'. En dan een antwoord vermoeden, leren kennen. Ook een klacht 'Had me maar niet geschapen' ligt aan de binnenkant, nl. binnen geloof (later).
- Alle godsdiensten hebben het hiernamaals als wezenlijk element, waarmee problemen worden doorgeschoven, angst voor de dood in de doofpot wordt gestopt, terwijl het hiernamaals niet bestaat, het met de dood is afgelopen.
Twee elementen: het zo hanteren van het hiernamaals als angststop doe je in een kader van angst. Die man met zijn hoofd over de wolken heen is eerder nieuwsgierig dan angstig. Die angst zal best wel een rol spelen maar in al de godsdiensten speelt ook hoop en liefde en zoeken naar meer mee - "zolang er mensen zijn op aarde". Ik ben niet bang voor de dood op zich, eerder nieuwsgierig hoe het dan is. Als je niet dood gaat, kun je niet in de hemel komen.
Het tweede element is dat je - weer binnen geloof - kunt stellen dat je eeuwig leven is begonnen met je geboorte. ("Verzamel u schatten in de hemel".) Als je sterft, verwissel je het tijdelijke niet voor het eeuwige maar vervalt de beperking van het tijdelijke/stoffelijke. Je kunt dat niet bewijzen maar wel je kunt er mee, daarin, leven.
Ik besef dat ik nu geloof claim (nou ja) maar als u nu dit voorlopig kunt accepteren - bij "Geloof" meer daarover.
- In geen enkel feest (Kerstmis, Pasen, Pinksteren) heb ik van liefde meegekregen.
Dat is serieus. Laat me nu dit zeggen dat als mijn vrouw mij niet verstaat - zou het heeeeel misschien niet onmogelijk kunnen zijn dat ik wat duidelijker zou kunnen spreken. Nu komen bij de eredienst … Mag dat later?
- Volgens de religies moet God Liefde zijn, maar Hij is het niet.
Even ernstig. God wordt zo vaak voor het eigen karretje gespannen. Door mensen. Niet door Hem. Ligt er misschien een aanknopingspunt bij uw eigen ervaringen, eigen omgeving? Zou eerlijke, eigen gegeven en ontvangen liefde niet met Liefde te maken kunnen hebben? Dan begin je vooraan. Win je een standpunt.
4 Bijbelse
beelden (voor zover niet
par. 3)
van mensen
vanaf - grofweg - de 20ste eeuw vòòr Christus:
De deftige
die in zeven dagen schiep.
De degelijke God die hemel én aarde schiep.
De Roepende die Abram wegriep
uit zijn eigen stamverband, zijn wereldje.
De God van de belofte, nl. aan
Abram aan wie Hij nakomelingschap beloofde -als de sterren aan de hemel zo
talrijk- en een land overvloeiend van melk en honing.
De God van het verbond: HijZ
nam de verplichting op zich om hun God te zijn en HijZ spreekt over Israël als
over Zijn persoonlijk verworven bezit; een priesterlijk koninkrijk zullen ze
zijn en Zijn heilig volk.
Een God voor Zijn volk in nood:
"Ik heb de ellende van Mijn volk gezien in Egypte. Ik ken (!) zijn lijden.
Ik daal af om het te bevrijden … Ik ben van wie geldt: IK ben" (Exodus
hfds.3, verzen 7,8,14).
Opmerking: de tekst " Ik ben van wie geldt: IK ben" is een letterlijke
vertaling van het Hebreeuws, waarin een woord staat dat wij niet kennen.
Dit woord wordt doorgaans vertaald met "die" of "zoals".
Dit kan in deze tekst niet goed, want dan krijg je: "Ik ben zoals ik
ben" of "Ik ben die ik ben". Dat is niks nieuws.
Men vertaalt ook wel "Ik ben de zijnde" ("het zijn")
hetgeen overgenomen is van de Griekse vertaling van de Hebreeuwse tekst.
Deze heeft met bovenstaande vertaling gemeen dat geaccentueerd wordt dat
God de eerste is, de grond van alles/allen; verder dan Hem hoef je niet
te zoeken; " ... noch ronden zonder tegenwicht bij Zich bestaat... ".
God staat op zich Zelf, is eigenstandig. Dat "zijnde" betekent echter
ook 'altijd zijnde': "De Eeuwige". Dit beeld is meer statisch, maar
wel diepgaand.
Op grond van Hebreeuwse woordafleidkunde mag je ook vertalen "Ik ben
er" d.w.z. Ik ben werkzaam, ben met/voor Mijn volk bezig, besta voor
Mijn volk: "De Levende"/"Aanwezige". Dat past goed in die
noodsituatie. Zo was hun ervaring; zo moest Mozes Hem kenbaar maken: "JHWH" = "Hij is er".
Ex 3, v 15: "JHWH zendt … mij", vertaald: Hij-is-(er) zendt mij .
Maar De Eeuwige-Aanwezige is (er) altijd (dus niet "Ik/Hij zal er zijn"). Dit beeld is meer dynamisch. Zie ook
Bijbelkoers, Exodus 3 vs 14.15
JHWH die mijn
herder is. D.w.z. die met Zijn volk meetrekt, voortdurend oplettend,
bedacht op gevaar van buiten en vooruitdenkend op de weg naar goede grond. Dus
ook in de woestijn, ook in de ballingschap.
Een God die de
baas is en woedend Zijn volk vervloekt, als slakken uit de smeltoven
wegdoet (Ezechiël 22, 17-23) en in ballingschap stuurt .... opdat het zich Zijn
verbond weer indachtig zal zijn en zich bekeert. (Zacharia 13,8-9)
JHWH die mijn losser is, wreker
van het onrecht, mijn schild, toevlucht en mijn rots. De kampioen van het
goede, gerechtigheid, verzoening.
In Jesaja 40, 10-14 worden vier
verschillende godsbeelden gebruikt: overwinnaar, herder, bouwmeester en ontwerper.
Onze Vader in de hemel (vooral
N.T.) d.w.z. die initiatief neemt (met beminnen), die ruimte schept voor zijn
kinderen, aan wie wij onze wortels danken in een lange afstamming, die Zijn
verloren zoon graag terug wil en die tenslotte universeel is: "onze".
In de bijbelkoers kunnen we wat concreter over een ander O.T.-godsbeeld spreken.
Via een schema 5.1
Wees nooit beschaamd als u over (uw) God spreekt. Het zoeken, er mee bezig zijn
is het voornaamste, het boeiendste; niemand heeft de wijsheid in pacht. Een
hulpmiddel om onze gedachten en beelden enigszins te ordenen en te verdiepen
moge het volgende schema zijn.
In het eerste punt speelt het denken een rol, vooral het Griekse denken. In het
tweede punt komt vooral het deïsme naar voren, dat ontstond ten tijde van de
Verlichting (18de eeuw) toen de mens ging nadenken over de ontwikkeling van de
natuurwetenschappen; dan krijg je de God van de filosofen. In het derde punt herkent
u vast bijbelse tekening, die anders is dan het denken is. Simpel gezegd: de
Griek denkt in begrippen, de Jood in beelden. Het Griekse denken, dat wij
georven hebben als denksysteem, stelt nl. de mens tegenover God/goden. Joods is
om de mens in het verlengde van God te zien.
Christelijk is om uw Godsbeeld te vergelijken, toetsen aan het beeld dat Jezus
van Hem heeft laten zien.
Een schema hoe je God zou kunnen zien:
als - IETS hoogsts. waarnaast wij ons geen ander wezen kunnen denken,
- volmaakts zonder gebreken -als dat al zou kunnen,
- zonder wensen want die zijn vervuld -als ze er al
waren,
- transcendents in de zin van de
Gans-Andere-Onbereikbare
- onveranderlijks: het is zo'n topper dat het niets
meer kan.
Reageert dat Iets als persoon ?
als - IEMAND die het begin van alles is,
- de wereld heeft geschapen tot Zijn eigen geluk,
- die almachtig is, gebiedt en gebaart, alles ziet,
- die de natuurwetten heeft bepaald volgens welke de
schepping verloopt, en er Zich verder niet meer mee bemoeit,
- die wel Schepper is maar niet bestuurt,
- die geen morele (over kwaad en goed) maatstaf heeft?
Dus een persoon zonder relatie.
als - IEMAND die met de mens bezig is, ook al
willen we dat niet altijd,
- die met ons een verbond sluit zonder dat we er recht
op hebben,
- die trouw is, ook als wij ontrouw zijn aan dat
verbond,
- die er tegen kan als je boos op Hem bent,
- die genadig is, genade vòòr recht laat gelden,
- die altijd bij je is, die je niet meer ontloopt,
- die te 'maken' heeft met jouw geluk, leven,
verwachtingen, jouw definitief heil,
- die alles voor jou tekent in je leven met Zijn
teken: jouw zinsbepalend primaat is.
Dus een persoon met relatie.
De joodse, oudtestamentische karakterisering van
God is: rechtvaardig, barmhartig, trouw. God is wel rechtvaardig maar nog
liever barmhartig. De nieuwtestamentische karakterisering, die van Jezus, is:
liefde, vergeving.
Waar is dan de afstraffende God ? Dat is geen bijbelse karakterisering; het
boek Job gaat (met andere teksten) juist in tegen de gedachte dat het lijden
een straf van God is, dat je door Hem in de hoek, in het verdomhoekje wordt
gezet. Als de Joden in de ellende zitten, zeggen zij zelf dat het hun
verdiende loon is, hadden maar niet zo stom moeten zijn om zich niet aan het
Verbond te houden. De profeten voorzeggen onheil omdat het volk zich niet aan
de 'Wet' houdt. Maar zij verkondigen ook
heil als de straf voorbij is. Judit zegt: "…. zo bestraft Hij ons niet om
ons (af) te straffen (denk maar aan alles wat Hij voor Abraham enz, heeft
gedaan) maar om ons te beproeven, om te kijken wat wij waard zijn voor
Hem". Judit 8, 27v, een beetje vrij vertaald - in ieder geval geen
wraakgod.
Gods Heerlijkheid is heel bijbels maar dat is meer een eigenschap van God.
Johannes maakt in zijn evangelie er bijna een verpersoonlijking van: "En
wij hebben Zijn Heerlijkheid gezien …"
Voor Gods heerlijkheid zie b.v. Ps 19 .
Een bijbels gegeven dat niet altijd voldoende
aandacht krijgt is dat God één is en geen oppergod van een godenstelsel. Vooral in Mesopotamië kende men een god van
het goede en een van het kwaad, dat ook in de wereld bestaat. Die twee waren
elkaar tegengesteld en onverenigbaar. Het geniale van de Joodse
godsvoorstelling vind ik dat zij de (voor het ideaalbeeld onmisbare) eenheid,
enkelvoudigheid, ziet en honoreert en vervolgens verlossing uit het kwaad biedt
door vergeving. Het kwade is dus geen eeuwige gevangenis of noodlot dat iemand
overkomt en doodt.
Als we 'God' zeggen, gaat het om een maximale inhoud. Het is een invulling van het definitieve, het eerste begin, de diepste basis, de laatste hoop, het volmaakte, het ene, het heiligste. Maximaal qua inhoud maar ook qua relatie: de mooiste relatie die wij mensen kennen is die van de ene persoon tot de andere. 'Persoonlijke God' behelst dus twee elementen: God als persoon en mijn persoonlijke God, die ook nog van anderen is maar dat is even punt twee. H.Fortmann schreef kort voor zijn dood: "Wie eenmaal God heeft ontmoet, vindt de vraag naar het hiernamaals niet meer interessant". God is maximaal in al wat wij goed noemen, zeker in de liefde, liefdeseenheid.
Kun je van God wel zeggen dat HijZ bestaat, er is?
'Bestaat' een geest? HijZ bestaat niet zoals het geschapene bestaat, voor ons
zintuiglijk waarneembaar. Het geschapene noemen we werk elijkheid. In
die werkelijkheid kunnen we iets doen met werkelijk materiaal. In de natuur kan
ik met stenen iets bouwen. Maar wat we doen, bedenken we, en het resultaat
ervaren we. Zo kunnen we zeggen dat onze geest, die een plan bedenkt, bestaat,
want onze handelingsmogelijkheid wordt door onze persoonlijke geest bedacht,
bepaald; we werken volgens plan. Het plan noch onze geest zijn zintuiglijk
waarneembaar maar de werken zijn dat wel. Zo kan ik ook van God zeggen dat HijZ
bestaat omdat ik Zijn werken (bv. in de natuur) zie en ik naar Hem toe kan
werken, goede dingen kan doen omdat ik vind dat HijZ de Algoede is. (Filosofen
zullen wel hun wenkbrauwen fronsen als ze dit lezen, maar ik probeer het een
beetje 'gewoon' te zeggen.)
Punt twee is óf HijZ bestaat (en zo is). Dat is een kwestie van (mijn) geloof dat HijZ bestaat (anders ben ik bezig met een illusie); ik kan dat niet bewijzen, wel ervan overtuigd zijn en ook de redelijkheid ervan zien. En dit geloof kan ik voor mezelf verantwoorden en - hopelijk - een ander uitleggen. Mijn eigen eerste verantwoording is dat ik nou bepaald niet de indruk heb dat ik mijn bestaan, mijn werkelijkheid, aan mezelf te danken heb.
Bij wijze van samenvatting een omschrijving van
godsdienst zoals bij het religieuze (uit een encyclopedie):
een geheel van opvattingen en gebruiken waarin de
mens uitdrukking geeft aan zijn geloof in een persoonlijke en
transcendente macht van wie hij zich afhankelijk erkent en bescherming en heil
verhoopt in zijn leven.
Als u deze omschrijving vergelijkt met die van
religie, kunt u drie beduidende verschillen signaleren. Deze drie elementen
vindt u ook terug in par. 3 en 4.
Als u die gevonden heeft, kunt het onderscheid dat te maken is tussen
religie en godsdienst beter aanvoelen. Bij godsdienst hoort een
standpuntbepaling, een erkenning. Religieus loopt leeg in het niets, ofschoon
het serieus en verheven enz. is; de religieuze kan hoogstens fluisteren: "Oh, Grote Stilte; oh, Grote Diepte" (dat is héél
wat!). Bij godsdienst erken je dat Hij het is die de religie-snaar in jou heeft
gelegd, gespannen heeft en in trilling brengt. Ga je zeggen: "Gij, groot
Geheim, voor mij". Bij godsdienst blijf je niet stil staan bij 'het' in de
natuur als iets onbestemds, je zoekt 'het's' gezicht. Of dat het gezicht is van
de God van de Christenen, van Allah of de Grote Manitou is nu even punt twee.
Je laat in ieder geval geen leegte over maar probeert die -voor zo ver je kunt-
in te vullen, een paar duidelijke trekken te zien; zie par. 3 en 4. Het woord
'Islam' betekent overgave, onderwerping (van jou aan Allah); aan een leegte of
grote oceaan kun je je niet onderwerpen. Godsdienst is harder, dan religie: in
Gods dienst. Een zoet gevoel in de Nachtmis kan religieus zijn; bij de
kerstboom zingen: "Eia, zijn dienaar wil ik zijn" is godsdienst. Als
je dat verschil tussen religie en godsdienst in de gaten krijgt, ben je
voortdurend de grens daartussen aan het zoeken, (ver)leggen.
Er is natuurlijk ook een verband. Het religieuze is het begin van
godsdienst. Zonder zijn 'religieuze' kan de mens nooit zelf tot voor God komen.
De muziek van de religie-snaar is 'des Godes'. Zonder religieuze lading kun je
God niet (leren) kennen; gewone menselijke mogelijkheden (verstand, gevoel
e.d.) krijgen dat niet klaar; ze kunnen wel steunen.
P.S. Dit verslag is lang. Het is niet
de bedoeling dat u het gaat 'leren'. De vele kern-woorden (par. 3) zijn ter
overweging: wat u zoekt, pikt u op; ga er eens rustig voor zitten. Iemand van
de eerste groep vertelde achteraf dat ze het wel 5 x doorgelezen had, en toen
begreep ze het. Dat was de moeite waard (net als ons geloof).
U kunt eens proberen hoe Joods/Christelijk u bent: vergelijkt u eens uw eigen
woorden en/of die van par. 3 met de beelden van par. 4.
Het begrip godsdienst is hiermee nog niet uitgewerkt; dat komt nog bij 'geloof'.
3.1 Begrip: wat
verstaan we onder openbaring?
3.2 Door het transcendentiescherm heen:
het komt van buitenaf
3.3 Impressie: en kan bij ons binnen komen.
3.4 De inhoud: wat zit in de openbaring?
3.5 Over het ontstaan
van de schrift
3.6
En wij nu?: gaat openbaring nog door? Verschijning. Mistige brij?
1
Begrip
We zeggen nu wel een en ander van God, maar hoe
komen we daaraan ? In dit onderwerp gaat het vooral over die vraag. Anders
geformuleerd: wat is, mag je verstaan onder openbaring ? Daarvan zijn twee
betekenissen te onderscheiden (niet: scheiden !) :
a) het kennis-krijgen van wat iets is, de inhoud
b) het ineens doorkrijgen, de manier waarop: "Dat was een openbaring voor
me" zeggen we dan; het zich manifesteren van het heilige, van God (zie 1.4); de impressie (via onze
religiesnaar).
Als mijn vader of moeder me iets (nieuws) vertellen over God, is dat
openbaring, verruiming van de inhoud van geloof. Als ik studeer in
geloofsdocumenten, met anderen er over nadenk, ben ik bezig met openbaring.
Als ik in de natuur, of hoe ook, ineens zie hoe mooi God is, als ik ineens
doorkrijg dat HijZ bij me is, is dat openbaring, zelfopenbaring van (de)
God(heid). Als mij een goede gedachte te binnen schiet ("een engel kwam
tot mij en sprak... ), noem ik dat een openbaring.
Het is best mogelijk dat de inhoud van die gedachte allang in mijn
(onder)bewustzijn lag, dus niet nieuw is maar nu pas ineens voor mij 'spreekt'.
Een voorbeeld dat ik nooit vergeet: onder college ethiek hoorden we opeens een
gek lawaai op het Domplein. We konden niet zo gauw zien wat het was. Na het
college even naar buiten om te luchten en toen bleek dat er iemand van de
Domtoren was gesprongen. Bij dat lichaam dat inmiddels met een laken was
bedekt, voelde ik ineens een diep medelijden. U voelt vast het kader aan
waarbinnen dat zo intens was: theologie (ethiek) tegenover een wanhoopssprong.
Dat maakte waarom ik het zo intens voelde, de impressie. Het sterke medelijden
is de inhoud: zo medelijdend moet God ook zijn. (De vraag of God niet beter had
kunnen doen, komt later bij 'verlossing' aan de orde.)
2 Door het transcendentie-scherm heen
komt openbaring tot ons. Het gaat om een God die
Zich (in tegenstelling met het deïsme) met mensen bemoeit, die van 'boven af'
iets naar ons toestuurt en Zich daarin bekend maakt, Zich laat kennen. HijZ is
de 'gans Andere'. d.w.z. wij kunnen uit onszelf Hem niet kennen, HijZ is
ondoorgrondelijk. HijZ geeft ons ideeën over Hemzelf, op Zijn initiatief.
Openbaringsgeloof is dus anders dan natuurgeloof. Natuurgeloof wil zeggen dat
je God kunt kennen uit de natuur zelf. Nee, zegt openbaringsgeloof, je kunt pas
Zijn voetsporen in de natuur zien als je Hem als (een beetje) hebt leren
kennen. Dus de bron is anders. De natuur is wél een vindplaats voor Het
Religieuze.
God passeert de 'grens' van het transcendente (zie 1.4), d.w.z. komt binnen in onze wereld
met haar eigen taal, wetten en orden, in ons denken-doen-ervaren, in onze
logica (dus met tegenstrijdigheden als 1 = 3 en 'goed en tegelijk niet-goed'
kunnen we niets), in onze manier van doordenken, aanvoelen en experimenteren.
HijZ moet Zich aanpassen aan onze geestelijke vermogens, die HijZ ons heeft
gegeven. Als HijZ Zich bekend zou maken als q1+:! 2 of als
kathooimelkbuiten, had HijZ Zich die moeite kunnen sparen. HijZ moet ons wel
een inhaakpunt geven voor openbaring. Van de andere kant kunnen wij ons niet
permitteren Hem vast te pinnen op/met onze begrippen. HijZ is altijd meer.
'Het' van Hem wordt dus uitgedrukt in onze wereld (die ook van Hem is). 'Het'
wordt hoorbaar woord. 'Het' wordt zichtbaar in mensen (vlees), geschapen naar
zijn Beeld en Gelijkenis. Dat heet 'incarnatie' ('invlezigheid') en is dus veel
omvattender dan alleen de menswording in Jezus. Als Zijn eigen Woord helemaal
vlees wordt, is dat de topper van incarnatie. Het betekent ook dat we niet meer
van God kunnen zien dan wat te zien is in J. van Nazareth. Belangrijk.
is sterker dan ervaring. Het element 'ineens' is
groter, eventueel de 'overdondering; herhaalde ervaring ("Daar is Hij
weer") kun je impressie noemen. Men kan spreken van
- een persoonlijke impressie, bijv. bij geboorte, overlijden, een oplossing van
een probleem. Ook al kan deze na een zekere tijd weg-ijlen, je kunt altijd nog
zeggen: "Tóén
was het er, het
bestond en ik had er wat aan". In de bijbel vindt u veel van dit soort
openbaringen: Abram (Genesis 15, vooral vers 12 en 17, zijn ervaring toen de
zon op het punt stond onder te gaan), Jacob (Gen 32, 25 - 32, zijn gevecht met
de 'engel'), Mozes (Exodus 33, 18 - 23, "Laat met toch Uw Heerlijkheid
zien"; 24,10 en 11, 15 - 18), Jesaja (6,1 - 8, "heilig, heilig,
heilig') en Jezus (Matteüs 17, de Thabor).
- een tweede soort impressie is als we zo iets ervaren in ons verkeer met
mensen, als we opvallend goedheid, liefde, blijdschap humor, harmonie, trouw
enz. signaleren en/of ondervinden. Dat kan voor ons een aanduiding van God
zijn.
- tenslotte de gezamenlijke impressie, waar mensen samen iets beleven. Dat kan
zijn in de liturgie, in de catechese, in het algemeen waar mensen samen zijn.
Ze kan typisch spiritueel zijn (geestelijk); ze kan ook de 'gewone'
werkelijkheid betreffen.
Hier sta ik enigszins met lege handen. Kennen wij
gemeenschappelijke werkelijkheidservaringen, openbaring in 'wondere'
gebeurtenissen die we als gemeenschap meekrijgen ? Zoals de Joden bij de uittocht
uit Egypte, bij de intocht in het beloofde land, na de herbouw van de tempel na
de ballingschap ? "De zee vluchtte, de Jordaan 'boog ruggelings terug', de
heuvelen sprongen als lammeren" enz. zie psalm 114. Ik bedoel dus niet een
of andere happening in een stadion of zelfs niet een samenkomst op het Sint
Pietersplein. Het gaat nu om een geloofsbeleving en dat is niet hetzelfde als
sensatie, waarin het 'nood'element ontbreekt. Er moet iets klinken als "In
Naam van Gerechtigheid doe open …" We hebben zo iets meegemaakt bij de
bevrijding in '44/'45; de mensen in San Salvador op het plein tegen dictatuur:
"No passeran"; de Oost-Duitsers: "Wir sind das Volk". Maar
ook de vreugde bij de val van de muur. Daar speelde rechtvaardigheid mee.
Functioneren stille marsen ook zo? Aan de deelnemenden om dat in geloof te
duiden. Zo kan ook geloofsvreugde aan de orde zijn op het Sint-Pietersplein,
maar ik ben er als de dood voor dat zo'n collectieve ervaring zonder meer
geloof wordt genoemd.
krijg ik (doorgaans) door van een ander. Mijn vader
en moeder vertellen mij over God en leren mij iets wat ze zelf ook doorgekregen
hebben: ze staan in een traditie, overlevering, doorgeven. Dat is al een reden
om hen te eren. Daarbij te bedenken dat dat doorgeven veel ouder is dan mijn
ouders. Het gaat om een hele lange lijn van traditie. Het gaat om
geloofswortels. (Nu even noteren dat 'traditioneel' niet hetzelfde betekent als
'conventioneel'.)
Als we die lijn
van doorvertellen teruglopen, komen we tenslotte uit bij Abram. Hij
kreeg als eerste door dat er een transcendente God was die hem had geroepen uit
zijn stamland en die Zich om hem bekommerde via Zijn belofte van land en
nakomelingen. Dat was de enige (echte) god die hij overhield uit de winkel van
zijn vader. Zo staat het in het Joodse commentaar op de bijbel; zie ook
"Woord voor woord" O.T. (Dit overhouden van één God heet henotheïsme;
dat er maar één God is heet monotheïsme; 't is maar dat u het weet.) Vanaf die
tijd is de naam van die god 'gegroeid in de harten van de mensen'. De belofte
die Hij aan Abraham -want Abram had gehoor gegeven- deed, ging over op zijn
afstammelingen; de 'echte' Joden noemen zich zonen van Abraham. Zij
kristalliseerde zich tenslotte uit in "Ik ben hun God en zij zijn Mijn
volk" (zie ook
'bijbelse
beelden' 2.4). De vrije wil van het volk werd
niet aangetast: dat ging alleen maar op als het volk die verplichting die Hij
op Zich had genomen t.o.v. hen, zelf in de gaten hield. Als het JHWH als zijn
God erkende, zijn hart bij Hem was, zich op Hem verliet. Hoe dat van de kant
van het volk handen en voeten kon krijgen staat in de Tora ('Wet', leefregel,
instructie van Mozes) met de 10 geboden als kern. Deze 10 'woorden' zijn
opgesteld als een overeenkomst zoals toen gebruikelijk was tussen een heer en
zijn vazal: het Oude Verbond. Die kern was zó belangrijk dat ze in de bijbel
geplaatst is binnen het kader van de verbondssluiting na de uittocht uit Egypte,
toen JHWH Zich als bevrijdende, reddende God had laten kennen (Ex. 19).
Terwijl de volken om de Israëlieten heen (Israël =
JHWH's volk; huis van Jacob) verscheidene goden hadden b.v. van de
vruchtbaarheid, de aarde, de regen, vegetatie (Baäl), de hemel (Eel) enz.,
hield Israël haar eigen, ene God. Dat ging niet vanzelf, dat was een heel
gevecht met de cultusgoden van de boeren in Kanaän, een heen en weer gaan, een
ontwikkeling. De eredienst van die boeren was nogal direct, praktisch van aard:
men wilde te eten hebben; nogal wiedes, dat spreekt het eerste. Men ging niet
veel verder dan vruchtbaarheidsriten.
Bovendien waren hun goden gesplitst in diverse functies, terwijl JHWH de
God van hemel plus aarde is. Maar JHWH liet hen niet in de steek en liet Richteren,
'Gerechten', het volk leiden in de nood. Zij waren actievelingen die het voor
het volk opnamen tegen de omringende stadstaten, bijv. de Filistijnen, zetbazen
van Egypte. Zij waren meer politieke figuren die met hulp van hun JHWH streden
gedurende de tijd dat Israël zich vestigde in Kanaän.
Zo stuurde HijZ ook Zijn profeten om Israël
te herinneren aan haar God als het weer eens mis ging, in tijd van nationale
crisis met de ballingschap in Babylon als hoogtepunt. De profeten kondigden
onheil aan: het was hun eigen stomme schuld, en ze hebben hen op hun donder
gegeven, maar hebben vanaf de ballingschap vooral de heilsgedachte uitgewerkt.
Dat was hun profeten-inbreng in de openbaring. Als voornaamste te noemen:
Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Daniël. Van de profeten was Jesaja het
allersterkst in de aankondiging van heil via een persoon, een speciaal persoon:
de Messias, die uit hun midden zou voortkomen, Messiaans heil.
Tenslotte stuurde JHWH een heel bijzondere profeet:
J.v.Nazareth. Er waren een aantal Israëlieten die doorkregen dat hij dé
openbaring van JHWH was. Hij liet het gezicht van Hem zien: "Ik heb U
lief" (Jes-43). J.v.Nazareth gaf ook door, onderrichtte in de synagoge en
de tempel, tilde de interpretatie van de Tora weer boven het niveau van regeltjes
uit. (Leest u eens het gesprek van hem met de Samaritaanse vrouw in Johannes'
evangelie (hfd. 4): geen
woord over je moet dit of behoort dat te doen, wel
over aanbidding in geest en waarheid.) En ze noemden hem een groot profeet. Hij
gehoorzaamde, gaf gehoor aan JHWH. Hij kwam op voor de zaak van zijn Vader. Zó
noemde hij Degene die hem gezonden had. Zichzelf noemde hij 'de Mensenzoon' en
t.o.v. de Vader 'de Zoon' (Joh. ev.). Hij beloofde Hun Geest die altijd bij de
mensen zou blijven, toen hij terug ging naar de Vader. Hij sloot een Nieuw
Verbond ("... niet meer dienstknechten, maar vrienden"), hij nam de
verplichting op zich van definitieve 'verlossing van Godswege' en de Vader
heeft bevestigd dat hij dat heeft volbracht. Hij was de roepende, belovende,
zich kenbaar makende, bevrijdende, beminnende God. Alle andere goden waren
verdwenen. Zodoende is God een handelend persoon, met Zijn volk bezig.
De verkondiging van Jezus (= God geeft heil) zoals
die door de apostelen of hun directe medewerkers is doorgegeven, vormt het
sluitstuk van de inhoud van de openbaring, ca 200 na Christus.
In een beeldig schema zou je het volgende kunnen
tekenen:

5 Over het ontstaan van de Schrift
hier al een beetje zeggen. De bedoeling is nu niet
zo zeer dat u zich daarin verdiept maar dat u wat houvast heeft tegenover het
idee dat de bijbel uit de hemel is komen vallen. Ze is gegroeid in de harten
van de mensen. De ervaringen van de Israëlieten en van de eerste Christenen
die heel dicht bij de openbaringsbron stonden, zijn
opgetekend als het verhaal van hun getuigenis.
D.w.z. hun mondelinge overlevering van geloofsgegevens is naderhand
opgeschreven.
Ik denk niet dat Mozes met twee stenen met tekst is gaan sjouwen. Het schrijven
begon pas aan het hof van David. De verbondswet van Mozes na de uittocht (ca
1250 v.Chr.) en de verbondswet na de intocht in het beloofde Land (ca 1150
v.Chr.) zijn pas in definitieve redactie klaar gekomen in ca 400 v. Chr., samen
met de andere overleveringen, dus na de ballingschap (ca 585 - 545 v. Chr.). De
scheppingsverhalen (twee stuks) worden ook pas opgeschreven gedurende de
ballingschap, toen de mondelinge overleveringen verloren dreigden te gaan. Er
was toen immers geen godsdienstig centrum meer (de tempel, Jeruzalem).
De vijf boeken van Mozes, de Tora, omvat Genesis,
Exodus, Leviticus, Numeri, Deuteronomium.
Een aantal van de eerste spreuken van enige
profeten is in ca 700 v.Chr. opgesteld; de definitieve redactie van de profetenboeken
dateert van ca 250 v.Chr.
De psalmen beginnen bij David in ca 1000 v.Chr. en zijn in ca 250 'klaar'. De
historische boeken (Jozua, Rechters, Samuël, Koningen) die handelen over de
periode vanaf de intocht tot de ballingschap (1150 - 585), krijgen in ca 550
v.Chr. hun tweede definitieve redactie, dus ook gedurende de ballingschap in
Babylon.
En om de zaak nog wat ingewikkelder te maken mag u er aan denken dat de oudste handschriften
in het Hebreeuws dateren van 100 na tot 1100 na Chr. Het oudste complete
handschrift van de Joodse bijbel dateert van ca 1100 na Chr.
Een generatie na de dood van Jezus is zijn verkondiging genoteerd: de
evangelies. Die verkondiging is dus 'door de volksmond heen' gegaan voordat ze
werd opgeschreven. De kern van de verkondiging vindt u vrij duidelijk en kort
in de Handelingen (van de Apostelen), dat van ca 85 dateert. Maar voordat de
evangelies waren opgeschreven heeft Paulus al zijn brieven rondgestuurd.
Waarmee ik probeer duidelijk te maken dat
'geïnspireerd door de H.Geest' niet betekent dat de bijbel uit de hemel is
komen vallen, noch dat de H. Geest een schrijver wat in het oor fluistert. Hij
had Zijn werk al gedaan ("Qui locutus est per profetas", die
gesproken heeft via de profeten, zeggen we in het Credo; Dezelfde als die van
het N.T.), het stond al in de harten van de mensen en de mensen hebben
opgeschreven wat Hij geschreven had. "Ik schrijf Mijn wet in hun
binnenste; Ik grif ze in hun hart" (Jeremia 31, 33). En mensen hebben het
(h)erkend. Toen al.
Geïnspireerd ? best ! Maar als je het accent
van het Griekse woord (2Tim 3,16) anders legt, lees je "inspirerend"
en dat is een 'waar'merk, dat merkt u zelf, is overtuigend. En wat zeker zo
belangrijk is: je staat niet alleen, je bent niet de enige en niet de eerste,
je staat is een lange traditie. Daaraan is te toetsen hoe u het verstaat.
Het woord 'traditie' in het beeldige schema is de term voor geschreven
berichten van en over mensen die de apostelen nog persoonlijk hebben gekend.
Daarin is vaak verhelderende toelichting te vinden over gegevens uit het
evangelie. Bovendien blijkt uit dat soort geschriften ook hoe gewoonten van de
eerste Christenen aan de basis staan van de onze. Deze worden dus heel vaak
gelegitimeerd door geschreven 'traditie'. Maar er is ook een mondelinge
traditie van verstaan en van gebruiken (we doen het al 2000 jaar zo) die net zo
authentiek is als de geschreven verkondiging, b.v. de kinderdoop.
Vaker wordt een 'fluistertheorie' gehanteerd: geef
een bericht door aan één persoon met de opdracht dat door te geven. Het
resultaat is dat een poos later het bericht verfomfaaid te voorschijn komt; net
als bij geruchten. Zo zouden ook de evangelies zijn 'opgeblazen', Jezus steeds
'mooier' zijn gemaakt. Maar dat gaat niet op want daarbij is geen sprake van
doorgeven per persoon maar van beleven in (plaatselijke) gemeenschappen; Jezus
verkondigde openlijk. In die gemeenschappen zullen best verhalen zijn gegroeid
n.a.v. een gebeurtenis of ervaring maar dan gaat het om geloofsverkondiging en
niet om geschiedenis. De verkondiging van de apostelen, "de twaalf",
is bepalend; wij hebben een apostolische
geloofsbelijdenis. Moge dit nu voldoende zijn; bij "de taal'' van
de bijbel komt dit nog aan de orde.
Wat de profeten (ook) deden was op concrete
misstanden inhaken. Dat gebeurt nu nog door geïnspireerde figuren, maar toch
noemen wij hen geen profeet zoals in het O.T. Niettemin is er die inspiratie,
die ik met bliksempjes heb aangeduid. Heeft dat te maken met openbaring? Komt
openbaring alleen tot ons via schrift en traditie? Hebben wij geen
heilsgeschiedenis zoals het Joodse volk ? Heeft niet ieder van ons zijn of haar
eigen verhaal met/over God ? Net zoals Jezus van Nazareth ? Hij steunde op
'Mozes en de profeten'; hij was de vervulling en het voorbeeld daarvan. Heeft
God Zich daarna teruggetrokken van Zijn schepping ?
We zijn geneigd om te denken dat als God Zijn wil doet, HijZ ingrijpt in de
geschiedenis, duidelijk en liefst op wondere wijze. De franse revolutie werd
'een strafgericht Gods' genoemd. Ik denk niet dat we dat nu nog be-amen. We
zien dat veel meer als een normale ontwikkeling van krachten en tegenkrachten .
Maar om God er buiten te laten is ook al zo wat. Is HijZ dan toch bezig,
onderhoudt HijZ- de wereld actief in de geschiedenis ? Dus ook in Dachau,
Biafra, Bangla-Desh, Ethiopië, Zuid-Afrika, Zuid- en Midden-Amerika, Balkan,
Molukken en waar al niet? (In Nederland is alles O.K., niet waar?) Dat zijn
rotvragen die gedeeltelijk in menselijk handelen worden beantwoord d.w.z. door
de helpende hand, ten diepste worden beantwoord door de mensen die het zelf
ondergaan.
Aan hen is het om te zeggen of het straf is, of
genade, houvast van de Roepende, Belovende, Bevrijdende, Beminnende. Er zijn
antwoorden die zeggen: daar heeft HijZ Zich geopenbaard, toen heb ik Hem
ontdekt, zo leerde ik Hem kennen. Maar dat kunnen alleen maar mensen die op een
of andere manier, hun eigen manier, datgene wat met hen is gebeurd kunnen en
willen plaatsen in het kader en perspectief dat het 'goede Nieuws' hun biedt:
de Joodse wet, de profeten, psalmen, klaagliederen, wijsheid, evangelie,
brieven, traditie met Jezus van Nazareth als kern en vervulling. Dat vormt het
witte scherm voor hun (en onze) lichtbeelden. Wij kunnen hetgeen met ons
gebeurt vergelijken met wat er al geschreven staat, ons 'leren kennen' met
'openbaring'. Daarbij zijn die bliksempjes heel dienstig. Voor ons geldt net zo
goed de vraag of wij de roepende, belovende, machtige, barmhartige, trouwe
en beminnende leren kennen.
Het onderscheid tussen 'leren kennen' en 'openbaring' dat ik hier nu maak, kan
nuttig zijn. U heeft dan een woord voor hetgeen via Schrift en Traditie min of
meer officieel vast ligt (openbaring) als het 'toevertrouwde pand' van de
vroegere gemeenschap, en een woord voor de doorgaande werkzaamheid waarmee wij
te maken hebben (leren kennen).
Door onze inzet voegen we ons geloof toe aan dat van onze voorgangers; je kunt
-voorzichtig- zeggen dat God Zich manifesteert door onze goede werken. Zo werkt
de Geest ook. Dat is dan ook openbaring maar niet zoals we dat gewoonlijk verstaan
met de term openbaring.
Is een verschijning geen openbaring? We moeten reëel
blijven. Een verschijning is geen 'objectieve' werkelijkheid want dan moest
iedereen het kunnen zien of anderszins waar kunnen nemen. In mijn ogen zit geen
mannetje te kijken en te vertellen wat ik zie; het zijn zenuwprikkels die van
mijn oogzenuw naar een specifiek deel van de hersenen gaan en daar tot beeld
worden gebracht. Maar hallucinatie bestaat, iets zien wat er in het echt niet
is. Om een of andere reden en op een of andere manier worden dan die
hersencellen geprikkeld tot een beeldvorming, terwijl er geen sprake is van
lichtzenuwprikkels. Niettemin, net zoals bij hallucinatie is het mogelijk dat
iemand in zó een Godsbesef leeft dat in zijn/haar hersenen zo'n beeld ontstaat.
De ziener/ster hoeft geen bedrieger/ster te zijn. Dat is persoonlijke vroomheid
en kan best inspirerend werken; van openbaring kan pas sprake zijn als (o.a.)
iets belangrijks aan de bestaande kennis e.d. wordt toegevoegd. Toetsing aan
redelijkheid en leer is noodzakelijk.
Maar wat als er geen
enkele 'openbaring' is maar alleen een mistige brij,
geen aanknopingspunt voor "(n)iets?" ? Als je weet dat 'er iets moet zijn', kan dat
je al op een spoor zetten. Of als je in een belangrijke situatie aanvoelt dat
…, heb je ook een aanknopingspunt vanuit jouw 'het religieuze'. Of als je
spontaan ineens het Onze Vader meebidt …?
Dan is er plek voor de vraag: Hoe is Die dan, zou Die kunnen zijn?
Als je accepteert dat je je bestaan niet aan jezelf
te danken hebt, kijk eens naar jezelf: als je graag en goed met mensen om kunt
gaan, kun je zeggen je dat hebt gekregen van Die. Als je plezier hebt of maakt,
kun je zeggen dat je dat vermogen hebt gekregen. Als je van je partner houdt,
kun je zeggen dat je liefde hebt gekregen en ga maar door, m.a.w. Die moet ook
zo zijn anders had Die mij dat niet kunnen geven. Je kunt zeggen dat je je
leven hebt gekregen, dus moet Die ook zo iets zijn: Vader, Schepper.
God is gewoner dan je denkt en dichter bij dan je
denkt. HijZ zit niet ver weg op een troon. Ook de troon van jouw hart.
????????? Ja hoor; dat kan, al is het een mini. Als je dat wilt accepteren, kun
je lezen wat vooral Jezus van N. over zijn Abba leert. Dan kun je alsnog
besluiten om daarmee in zee te gaan. Dan belanden we in 'geloof'. Komt nog.
Schaffen we nu het openbaringsboek aan of niet en
zo ja welk? Als introductie is De grootnieuws Bijbel geschikt (Nederlands
BijbelGenootschap + Katholieke BijbelStichting). Mijn advies voor degene die er
blank tegenover staat, is: begin bij de Handelingen in het
N.T., dan volgt u de kern-inhoud en de uitbreiding
van de verkondiging van en over Jezus gemakkelijker. Als u verder gaat in het
O.T., begint u dan bij Exodus (de Uittocht) want toen hebben zij hun God leren
kennen, toen werd het Joodse volk gevormd. Deze bijbel heeft wel het nadeel dat
door meer 'in de spraak liggende vertaling' woordbetekenissen beperkt worden.
Maar als u -al of niet meteen- verder dan introductie wil gaan, zeker als
u van plan bent ook de bijbelkoers te volgen, gelieve u te beschikken over
"De Bijbel" uit de grondtekst vertaald. Mijn (katholieke!) voorkeur
gaat uit naar de Willibrord (K.B.S) 1995. Uitvoeringen in diverse prijsklassen.
Let u er op dat het mooie overzicht over het ontstaan van de bijbel er bij zit,
het bijbelpanorama. Dit is te bestellen bij de Boekwinkel van Berne- Heeswijk,
tel. 0413-291394.
Is de bijbel van het N.B.G dan niet goed? Natuurlijk wel maar het taalgebruik
is vaak anders. Als u daaraan gewend bent, is het waarschijnlijk geen
punt. De vertaling is vaak correcter dan de Willibrord van '78. Misschien wacht
u op de nieuwe vertaling die inmiddels uit komt. Voor 'studie' gaat mijn
voorkeur naar Willibrord '95.
"De kleine atlas van de Bijbel" (Elseviers) is zeer de moeite waard;
verjaardagscadeau of zo. De grote is dik.
4 Geloof
4.0
Om te beginnen het gaat nóg
niet om de inhoud
4.1 Misverstanden halve waarheden en zo
4.2 Het is
maar een weet dan snap
je het
4.3 Wat is
geloven niet? moet
je toch even weten
4.4 Wat
geloven wel is
4.5 In =
dat + nog wat
4.6 Een
paar opmerkingen voor
spitsen
4.7 Het religieuze, geloof en godsdienst
4.8 Een kijk
op jezelf, jouw zelf
Psalm 139 parafrase
0 Om te
beginnen
Net als in de vorige onderwerpen (met enige
uitzondering voor GODsdienst) komt de geloofsinhoud hier nauwelijks ter sprake.
Het gaat nu dus nog niet om 'wat geloof ik', maar om een denken over geloof:
wat doe ik als ik zeg 'ik geloof'; wat is voorwaarde voor geloof; kan ik mijn
geloof verantwoorden?
Dat is voor iemand die denkt 'Ha, nu gaat het gebeuren' wellicht een afknapper:
ik zoek God en krijg (nu) een hele berg verstandelijke dingen voorgeschoteld.
Dat is waar; veel van wat ik geleerd heb bij filosofie komt hier op de proppen
maar mijn bedoeling is om nu allerlei bewuste en onbewuste vragen op een rijtje
te krijgen opdat we er voor eens en altijd van af zijn. Nou ja, niet helemaal
-dacht ik- maar wel de grote hap. Toch denk ik dat u niet teleurgesteld zult
zijn, ook ons denken over geloof kan inspirerend zijn. U ziet vanzelf wel welke
onderdelen u meer of minder aanspreken.
1
Misverstanden
Wat je niet begrijpt, moet je geloven.
Geloven doe je in de kerk.
Geloven is niet zeker weten. God alleen wéét.
Als je niet gelooft, zul je niet begrijpen. (Augustinus; ca 400; Africa)
Ik geloof omdat het ondenkbaar is. (Tertullianus;
ca 200; Africa)
Misschien zijn er nog meer van zulke gezegden die
verwarrend zijn omdat ze de halve waarheid vertellen. De laatste is een soort
slogan. De volledige tekst is: "Ik geloof in de
menswording omdat het ondenkbaar is dat een mens op die gedachte zou zijn
gekomen". Dan wordt het beweerde in ieder geval logisch, zinnig. Of je het
er mee eens bent, is nu even punt twee.
Het eerste gezegde gaat uit van de gedachte dat geloven is 'aannemen op gezag',
waarover dadelijk meer.
Een vraag is ook hoe/of geloven en weten, geloof en wetenschap samenhangen.
Het is de bedoeling dat die misverstanden en vragen zo goed mogelijk worden
beantwoord en opgelost in de loop van dit onderwerp, opdat ze niet meer als
barrières functioneren.
- 1 Wat je niet begrijpt, moet je geloven. Mensen die veel begrijpen,
hoeven die niet zoveel te geloven ? Moet ik onzin geloven ? De oplossing
hiervan is eenvoudig, als je het maar weet:
a) een situatie begrijpen, oorzakelijk
verklaren ('zo is het gekomen'); meer verstandelijk redeneren
'begrijpen' is dubbel:
b) de zin, betekenis vatten; 'ik snap wat
je bedoelt'; vaak meer intuïtief aanvoelen
Als het gaat om wat we -serieus- 'geloven' noemen,
gaat het om de zin, betekenis van iets te
begrijpen; anders kun je niet geloven, onmogelijk. "Als je niet gelooft,
begrijp je de zin van het leven niet". Dat is de betekenis van die
uitspraak van Augustinus.
- 2 Mensen die veel weten, geloven die ook meer of beter ? Als dat zo is,
kunnen domme mensen dan wel geloven ? Als je meer van/over het geloof weet, wil
dat niet zeggen dat het ook jouw geloof betreft (zie inleiding bij 'betrokkenheid'). Merkt u overigens hoe hier 'geloof '
in de betekenissen van geloofsleer en geloofsbeleving wordt gebruikt?
Nu staan in de kerk een hoogleraar dogmatiek en een boer (met dikke
aardappelen) naast elkaar te zingen. Beide zijn betrokken. Wie gelooft meer of
beter? Je kunt net zo goed vragen wie er meer van zijn vrouw houdt. Geloven
en verstandelijk kennis-hebben zijn twee
verschillende dingen. Ze kunnen wel verband met elkaar hebben nl. als je (om meer
kennis te verwerven) meer met je geloof bezig bent, geloof je -redelijkerwijs-
meer of dieper. Maar dat kun je ook verwerven door gebed en goed werk; dan ben
je ook met je geloof bezig. De eerste formuleert zijn geloof beter, de tweede
voelt meer aan, intuïtief. Een minimum aan kennis is natuurlijk nodig, je
gelooft niet 'ins Blauwe hinein'. Als je geïnteresseerd bent, leer je toch,
steek je altijd weer wat op; zodoende groei je in je geloof. De vraag is niet
of je 2 of 5 talenten hebt, maar wat het rendement ervan is, 25, 50 75 of 100%.
Dat maakt je gelukkig. Een rijke heeft niet zoveel plezier van f 100,= als ik
van f 5,=. En het gaat om het plezier, toch?
- 3 Over 'weten' gesproken: het gezegde 'God alleen wéét' laat ons, mensen,
in de kou van onwetendheid staan zonder hoop op uitzicht in dit tranendal. Je
kunt wèl zeggen dat alleen God alles weet en helemaal; Hij kent Zichzelf
en ons nl. helemaal. Alleen dan wanneer je 'weten' op zo'n absoluut en
transcendent (goddelijk) niveau zet, kun je zeggen
'geloven is niet: zeker weten', ook als je met 'weten' het weten van de
empirische wetenschap bedoelt.
Maar daarmee schieten we niks op. Mensen 'weten' ook. Je gebruikt dat woord als
je -volgens jou- terecht aanspraak maakt op waarheid. (Let op de formulering:
er staat niet de waarheid 'opeisen', maar 'aanspraak maken'.) We weten vanuit
een overtuiging en/of ervaring, maken aanspraak op waarheid van wat we zelf
hebben meegemaakt. Die (menselijke) zekerheid (want daarom gaat het hier) geldt
voor geloven én kennis hebben, wetenschap. Tot voor kort dacht men dat de
(natuur)wetenschap alles wist, zekerheid had. Nu weet, beseft, men dat er meer
is dan wetenschap. Bovendien dan nog geldt: "Straks komt een wijzer die
het wegredeneert" volgens De Genestet.
'Weten' kan een intuïtieve grond hebben of een verstandelijke. Via een
verstandelijke redenering weet ik dat de basishoeken van een gelijkbenige
driehoek haarzuiver even groot zijn. Of God van mij houdt, kan ik niet
'bewijzen'. Ik kan het om bepaalde redenen vermoeden, aanvoelen, ervan
overtuigd raken, zeker weten. Dat is meer intuïtief, via nog andere menselijke
vermogens dan alleen maar verstandelijkheid.
In ieder geval
niet 'aannemen op gezag'. Dan ligt de verantwoordelijkheid bij een ander
terwijl het gaat om jouw geloof. Als ik bij petrus kom en hij vraagt wat ik heb
geloofd, dan zeg ik misschien wel: Wat de paus gelooft"(!) Maar als hij
dat vraagt: "Waarom heb je geloofd?" en ik zeg dan : "Omdat de
paus het gelooft", dan verwacht ik een stamp onder me richting hel of zo.
Geloven doe je niet alleen, maar wel zelf. Daarin ben je volstrekt autonoom.
Gezag speelt niettemin een rol. Je kunt het redelijk vinden om op gezag van
iemand aan te nemen dat een geloofsgegeven waar is. Dat is de 'entree', zo kun
je beginnen. Maar die iemand zal dan door zijn doen en laten en bijv.
bijbeluitleg dat gegeven 'waar' maken. Hij 'getuigt' maar 'bewijst' niet.
Het gezag van die iemand wordt dan gebaseerd op ontzag, op vertrouwen dat je in
hem/haar hebt (gekregen). Maar dat wil niet zeggen dat je niet kritisch
tegenover dat gegeven mag of hoeft te staan. Opleggend gezag en geloven,
moeten/behoren en geloven kunnen niet samengaan, onmogelijk. Aanbiedend gezag,
betrouwbaar gezag doet wat; daarvoor stel je je open zodat je het aangereikte
gegeven kunt gaan verwerken in het vertrouwen dat je op het goede spoor zit.
Als je dat hebt gedaan, heb je je zelf een geloofswaarheid verworven. Die is
heel persoonlijk en oersterk.
Een enthousiasteling kan wel eens zeggen 'ik heb de waarheid', ik zal u de
warheid laten zien'. Daar zit een addertje onder het gras. Zo iets is nl. geen
pure mededeling, geen 'constatief', maar een 'prescriptief', een voorschrift:
je behoort te geloven (omdat die ik het woord 'waarheid' gebruikt, ook nog dé
waarheid). Als je dat niet in de gaten hebt, word je er kregelig van. Wat zo
iemand hoogstens kan zeggen is 'ik heb een geloofswaarheid van mij aan te
bieden', dus een geloofsgegeven.
Als we hier over geloven spreken, bedoelen we niet 'vermoeden', denken' e.d, en
het beweegt zich op een hoger niveau dan geloof in alledaagse dingen.
Tenslotte, 'geloven' is 'voor waar houden' werd vroeger gezegd. Dat is maar
half waar. Ik kan voor waar houden dat er een god bestaat en dat Jezus van
Nazareth op aarde heeft rond gelopen en dat Moa Ste Toeng bestond, maar dat wil
nog niet zeggen dat ik er dus iets mee te maken heb. Geloven gaat verder.
Betrokkenheid, je zelf,ik. Dadelijk nog eens.
Daarover zijn hele dikke boeken geschreven en dat
gaat maar door. Ik kan er maar een beetje van zeggen.
Ik kan pas geloven als (nu komen voorwaarden)
- er een betekenis is, een zin is. 'Allah' is zinnig voor de Islamiet, heeft
een begrijpelijke inhoud,
- het zinvol is d.w.z. zinnig voor mij; uiteindelijk moet ik er mee overweg
kunnen,
- het waar is, d.w.z. een (heils)historisch gegeven
betreft, dus niet een mythe of een idee; het gaat om werkelijkheid;
of waar-achtig is; het gaat niet om de muren van
Jericho maar om de ervaring van die mensen dat het zo goed ging bij de
vestiging in het beloofde land,
- ik dat door heb, in de gaten krijg; vaak is dat
ineens ( zie openbaring, impressie), zo maar een goede gedachte of herhaalde
ervaring of een ervaring die ik bij anderen constateer,
- ik vrij ben; anderen kunnen mij niet de hemel in schoppen.
Als aan die voorwaarden is voldaan
wil dat nog niet zeggen dat ik dus geloof.
Geloven is geen noodzakelijk gevolg, anders zou het met verstandsargumenten
naar binnen gebeukt kunnen worden. Bij mijn vraag naar mijn bestaan, dat ik
niet aan mezelf ontleen, heb ik tenslotte geen ander gereedschap om te reiken
dan mijn "Het Religieuze". Een 'gegeven' ogenblik zeg je:
"Waarom zou het niet zo zijn?", ben je overtuigd: "Dat is
het!". Het 'Iets' wordt 'Noembare Gij'. Je gaat over een drempel heen, een
leefruimte binnen. je kiest voor een vervolg, een invulling. Dan is het aan jou
om in "Gij" je Oorsprong te (h)erkennen, Die als levenszin te accepteren,
ermee op weg te gaan, "ja" te zeggen naar die ruimte, naar
openbaring, de ingeving "IK ben van Wie geldt …".
Dan speelt dus ook een wil mee; het is een al of
niet fatalistisch 'moeten'. Ofschoon, als je verliefd bent …. Maar dan nog wil
je en heel graag. Bij de geloofsstap wil je je misschien maar al te graag
(aan)getrokken voelen. Daar is niks op tegen maar het is wel van belang dat je
ervan bewust bent en een verantwoording t.o.v. jezelf kunt afleggen, ook weet waarom . Dat
je beseft dat wat je voorzichtig 'G O D' gaat noemen jou trekt en wat dat
inhoudt.
Nu zal wel duidelijk zijn waarom
ik de trits 'het religieuze'-geloof-godsdienst hanteer. Geen godsdienst zonder
geloof; geen geloof zonder 'het religieuze', omdat juist vanuit het
persoonlijke 'ik' in het religieuze, vanuit de eigen ervaring, inzicht,
verlangen enz. de stap naar eigen geloof wordt gezet en verantwoord. Je begint
bij 'ik' en komt bij "Gij" uit. Dat is alleen tussen jou en God. En
dan snap je dat HijZ het eerst bemint: "Gij - mij".
Er is dus een heen-en-weer, van God uit en naar God
toe, een relatie, van persoon naar persoon. Is er een intiemere, intensere
relatie mogelijk? En als je "ja" hebt gezegd, dan merk je dat je dat
zicht voor niets, gratis, hebt gekregen, zomaar omdat jij het bent. (Dat zei
mijn moeder eens toen ik vroeg waarom ik iets had gekregen.) Dat heet genade.
"Zo komt Hij steeds met stille overmacht", waartegen een 'gegeven' ogenblik niet meer te
vechten is en dan geef je je over. Geloven wordt inderdaad 'overgave' genoemd; maar
dan geen overgave aan een 'niets', een vijand of heerszuchtige tiran, geen
overgave na een nederlaag. Als er sprake is van overwinning (u zou niet de
eerste zijn), is dat meer overwinning van jou op jezelf door te accepteren dat
je van Hem afhankelijk bent. Afhankelijk omdat 'Gij' mij heeft geschapen, en wel naar Zijn Beeld
en Gelijkenis: dus ook met een vrije wil. Dat is Zijn risico - of Zijn Liefde,
Zijn aanbiedend Vertrouwen. "Hij is (er) voor mij". Als je dar
accepteert, voel je …
Ik heb ooit ergens gelezen dat bij Paulus geloof betekent volkomen overgave op
grond van de belofte via Jezus tot ons gekomen; bij Jacobus is het meer de
liefdevolle naleving van Gods geboden, in de Hebreeënbrief meer onvervaard een
onbekend gebied betreden in de zekerheid dat Gods woord aan het begin en aan
het eind van de reis staat. Zo zie je maar weer hoe men geloof kan beleven, een
heel scala.
Pinchas Lapide schrijft in zijn 'De Heer, uw God is één' : "Wij kennen
geen tegenstelling tussen immanentie en transcendentie van God, wij kennen geen
tegenspraak tussen gebod en gebed, tussen ethiek en mystiek. Want de God die in
de hemel der hemelen woont, die tegenwoordig was in zijn heiligdom toen het er
nog stond (dus de tempel in Jeruzalem) maar die zijn mede-zijn ook bekend maakt
aan de verbrijzelden, die is voor mij geen deelbare God." Het gaat mij nu
vooral om de eerste zin van dit citaat als aanvulling op die drie bovenstaande
ideeën over geloof.
Tenslotte, geloven is dermate doordringend, dermate
reëel, dat je er wel iets mee doen moét. Als je met je geloof niets doet, is
het een lege verzameling. (Denk maar aan een huis. Een hoop stenen is nog geen
huis en een vorm van een huis zonder stenen is alleen maar 'idee', niet
werkelijk). Je wilt je geloven 'waar' maken, inhoud geven aan je doopsel. Dan
richten we ons onmiddellijk op onze naaste (ocharm). Daarover later meer;
beperken we ons nu tot ons zelf. Maar ook dan geldt dat je, als je alleen maar
op zondag in de kerk gelooft, jezelf wat wijs maakt.
Als je gelooft dat er een God bestaat, kun
je nóg zeggen "Dag God" en gewoon doorlopen (nou ja...). Als je
gelooft dat je na de dood nog zult voortbestaan, kun je je desgewenst op het
schimmenrijk voorbereiden.
Als je gelooft in die God, betekent dat dat je gelooft dat Hij bestaat
PLUS dat er tussen jou en Hem een band is, een bond, verband, verbond. Als je
gelooft in je verrijzenis, dan stel je dat dat voortleven heerlijk is, heilzaam
voor jou.
Als je dan nog een stapje verder gaat, en zegt: "God, ik dank u", dan
ben je verkocht, dan hang je, dan erken je die relatie als goed, dan signaleer
je terug naar Hem. Danken is het laatste dat je kunt doen.
Nu ga ik 'geloof' omschrijven als: een heilsrelatie
met God in afhankelijkheid van Hem. 'Geloven' -zoals we dat hier bedoelen- is
dan het hebben en onderhouden van een heilsrelatie met God. (Straks nog een
stapje verder.) Heil van Godswege wil zeggen: goede 'tijdelijke' dingen maar
ook goede 'definitieve' zaken; Geluk met een hoofdletter.
Binnen die heilsrelatie
- spreek ik van de 'vreze des Heren' als van een fundamenteel standpunt:
/
ontzag dat ik voor de Heer heb
vreze des
Heren |
\ ontzien dat de Heer met mij
doet
- ga ik iets 'gewoons' een betekenis geven, duiden,
vanuit geloofszicht, in het licht van het geloof. God maakt dan het gras groen
(voor mijn melkkoe). De Egyptenaren zagen alleen maar modder en mist, de Joden
zagen JHWH's hand bij de Rietzee. Dan kan ik de franse revolutie zien als Gods
geschiedenis want de "arme, weduwe en wees" werd verdrukt.
- kan ik tegenslagen met Hem uitpraten. Hoe sterker die relatie is, des te meer
kan ik aan. Beproeving zie ik dan niet zonder meer als 'pesterij', maar
-hopelijk- als 'bewijs' van wat ik aan kan, als een gevecht waarin ik Hem (en
mezelf) leer kennen. Dat klinkt goedkoop; maar wie het ervaren heeft, weet dat
daar wat in zit.
- zeg ik: ik weet dat er een God voor mij is,
zegt Job: ik weet nu dat mijn verlosser leeft,
zeggen de Samaritanen: nu weten we zèlf dat Deze de redder van de wereld is
- spreek ik van een 'engagement', een verloving.
Met een wiskundesom heb ik geen verloving. Geloven, beloven, verloven, loven,
to love.
- sta ik in vertrouwen open voor aanbod van buiten, zodat ik steeds rijker kan
worden, mijn grenzen kan overschrijden.
- denk ik na over mijn heilsrelatie, over openbaring, over formuleringen van
geloofswaarheden. Ik denk volgens de regels van ons denken, maar ik 'bewijs' de
waarheid van mijn geloofsgegevens niet want binnen die heilsrelatie weet ik dat
ze waar zijn.
Maar als je dan gaat twijfelen? Doen, hartstikke gezond! Je kunt het nl. als
een genademoment zien om je te behoeden voor sleur, vanzelfsprekendheid. Door
twijfel word je juist gedwongen jezelf rekenschap te geven van je geloven: wat
wil je? Twijfel is een authentieke aanleiding om nog eens na te denken en zo
nodig te corrigeren, bij te sturen of om te draaien. Als je nooit verleid
wordt, kun je nooit 'nee' zeggen; als je nooit twijfelt, kun je nooit 'ja'
zeggen.
voor hersenminnenden
1 Weten betekent binnen het denken, vooral de meetkunde,
axiomatisch weten: er van uitgaande dat een punt geen afmetingen heeft....enz.
Weten binnen de wetenschap, natuurkunde, techniek, berust op experimenten.
Weten binnen het geloof is een interpretatie van levenservaringen, die steeds
weer overdacht kan worden. Geloof en wetenschap hebben in eerste instantie
niets met elkaar te maken; ze zijn van verschillende orde. Ik kan geloven
zonder de wetenschap en ik kan wetenschap bedrijven zonder geloof. Geloof heeft
te maken met standpunt innemen, zingeving die boven menselijk niveau uitgaat,
die met verstandelijkheid (ratio) niet te verklaren is, maar wel werkelijk,
reëel moet zijn. Wetenschap hanteert verstand als hoofdgereedschap, kan dus
niet boven menselijk niveau uitkomen en betreft slechts een deel van het leven.
Voor geloven zijn alle menselijke geestes-mogelijkheden nodig: "heel uw
verstand, heel uw hart en heel uw ziel". Vervolgens: als wetenschap en
geloof beide aanspraak maken op waarheid en mijn/het verstand zegt dat een
geloofsgegeven onredelijk, onmogelijk is, is er dus hetzij met mijn verstand
hetzij met dat gegeven iets mis. Het verstaan van dat gegeven biedt de meeste
kans.
2 Geloven is evenwel ook een menselijke activiteit en als zodanig wetenschappelijk
te benaderen, te beschrijven, te bekritiseren, maar niet daarmee oorzakelijk te
verklaren. Godsdienstpsychologie en godsdienstsociologie zijn menswetenschappen
die met hun denkgereedschap godsdienst en geloof benaderen en dienstig kunnen
zijn. Maar eerst is er de mens die gelooft, daarna de wetenschap.
3 Als ik systematisch denk over geloof, doe ik dat wetenschappelijk, kritisch
('scientia'). Daarmee kan ik waken voor onredelijkheid en partijtheologie. Wat
richting geeft aan mijn denken is geloofszicht ('intellectus'). Dit wil niet
zeggen dat ik iets kan/mag camoufleren. Een stukje openbaring hoef ik niet
meteen voor zoete koek op te eten. Ik mag/moet mijn hersens gebruiken.
Mijn denken staat in dienst van die relatie, om haar te doorgronden. Dat 'de
God van het Verbond' bestaat, is van te voren niet te bewijzen met het
verstand, wel achteraf te overdenken en te verantwoorden. Denken over geloof is
dus geen water met wijn vermengen, maar water veranderen in wijn. (Thomas van
Aquino; ca 1250; te Parijs; kerkleraar)
Dat nadenken heeft helemaal te maken met groeien in geloof, leren kennen, eigen
verantwoordelijkheid: "Als wij op gezag (van authentieke teksten) afgaan,
zullen we ongetwijfeld de waarheid bezitten maar met een leeg hoofd" (Thomas
van Aquino). Ik zou aanvullen : ".. en met een leeg hart". Bij dat
nadenken gaan natuur (verstand, intuïtie) en genade (geloof) samen.
"Overal waar natuur is, is genade".
4 Zo heeft ook de menselijke logica zijn eisen t.a.v. geloofsleer, godsdienst; gezonde eisen,
bijv.
- geen tegenstellingen als 'waar en tegelijk niet-waar', als '1 = 3' in
dezelfde orde, een vierkante cirkel,
- het geheel moet een eenheid zijn, samenhangend, niet van alles erbij
gesleept,
- zinnig zijn voor de praktijk, de levenswandel, reëel zijn, historiciteit
hebben; een aeon van 10.000 jaar is voor ons mensen zinloos, niet ervaarbaar
want het soort mens bestaat nog niet zo lang.
- altijd en overal geldig zijn, ook als we naar de maan gaan,
- klaarblijkelijk zijn; aan een geheime(zinnige) leer heb ik niet veel. (Het
woord geloofsgeheim betekent dat een geloofsgegeven niet voor de hand ligt,
niet verstandelijk te benaderen is, nader inleven vraagt.)
5 Zowel binnen het geloof als binnen de 'profane'
wereld speelt de trits denken-doen-ervaren
een wezenlijke rol. Daardoor raak je overtuigd. 'Overgave' is dus niet zomaar
een sprong in het duister.
6 Denken over geloofsleer, formuleringen van geloofswaarheden is nodig, een menselijke
mogelijkheid. Een waarheid is blijvend geldig, maar mensenwoorden, -beelden,
-gedachten ontwikkelen zich. Formuleringen moeten zich daaraan aan passen,
anders wordt een waarheid niet overgedragen, wordt de ervaring niet gesteund
door uitleg in woorden, is ze niet meer hanteerbaar.
7 Een tegenwerping die men wel eens hoort/hoorde is dat genade de
vrije wil beïnvloedt: als je genade krijgt, moét je. Dat is niet waar want
vrijheid is juist nodig om te kunnen geloven. Wat wel waar is, is dat je het
onredelijk kunt noemen om aan de genade te weerstaan; maar je kunt weerstaan.
Als ik de huisdeur niet open doe, komt Sinterklaas niet binnen, hoe onredelijk
dat ook is van mij.
8 Welk geloof het ware is ? Hier twee situaties onderscheiden: intern en
extern.
Met intern bedoel ik bijv. het verschil tussen protestanten en katholieken, in
zoverre ze beide christenengroeperingen zijn, of protestanten onderling of
joden onderling enz. Dan geldt het criterium dat zij zelf hebben aangelegd.
Voor christenen zal dat de bijbel zijn ( " én de overlevering",
zeggen de katholieken).
Met extern bedoel ik vergelijking bijv. tussen Moslims en Katholieken of noem
maar op. Als je in Arabië bent geboren is de kans levensgroot dat je Moslim
bent, en ga maar door. Dat is je beginsituatie. Een mens is altijd in
situaties, in omstandigheden. Het is juist zijn mogelijkheid (t.o.v. je zelf
zou dat verantwoordelijkheid kunnen noemen) om daarmee en daarin iets te doen,
bijv. kijken naar andere godsdiensten en eventueel een keus te maken. Je kunt
nooit zeggen dat een bepaalde godsdienst alleenzaligmakend is; dan zou een
Bosjesman niet in de 'hemel' kunnen komen. Wij zijn niet God.
Moslims, Christenen en Joden belijden dat er maar één God is; dus hebben ze
allemaal Dezelfde en ieders leer leidt naar die ene God. Wordt de vraag naar de
ware godsdienst dan niet een vraag naar welke godsdienst het mooiste is, het
meeste biedt?
Maar hoe het ook zij, altijd geldt als laatste criterium je eigen eerlijke,
doordachte, uiteindelijke overtuiging; daarmee sta jij voor wie GOD heet, op je
eigen blote voeten, in je uppie, zo vrij als een vogel.
7 Het religieuze, geloof en godsdienst
Voor de overzichtelijkheid even simpeltjes bij
elkaar zetten:
- Het religieuze is een menselijke mogelijkheid die de mens is ingebakken,
waarmee hij met zijn hoofd over de wolken heen is en met zijn beide benen op de
grond kan staan, terwijl zijn hart die twee bijeenhoudt, dus geen schizofrenie.
- Geloof is met die mogelijkheid je afhankelijk erkennen van Wie we GOD noemen
en dat vieren in aanhankelijkheid, aanbidding.
- Godsdienst is een georganiseerde vorm van geloofsuitoefening, -leer en
-beleving.
Het zijn drie 'niveaus', 'velden' (ik weet het goede woord eigenlijk niet); de
overgang van de ene naar de andere wordt gekenmerkt door een beslissing,
be-aming, een wilsdaad die je doet in vertrouwen. Vertrouwen is wezenlijk. Ik
vind dat je ook voor het religieuze vertrouwen nodig hebt.
Kerk 'hanteert' zo'n georganiseerde vorm met tradities, schriften, recht,
voorschriften, mythen, symbolen, structuur, alles in dienst van het heil. In
blok C gaan we daarop verder in.
8
Een kijk op jezelf, jouw zelf
Assagioli, een Italiaans psychiater, † 1974,
grondlegger van psychosynthese, heeft een bepaald mensbeeld ontwikkeld. Het
voert te ver dat hier weer te geven maar inzake het directe bewustzijn komt het
erop neer dat kan ik zeggen: ik heb een lichaam. Ik ben dat lichaam niet, ik
kan er afstand van nemen, het beschrijven, waarnemen. Ik heb pijn maar ik ben
meer dan mijn pijn. Ik heb verstand maar ben mijn verstand niet. Zo ook mijn
gedachten en gevoelens. Dat geldt ook voor mijn eigenschappen die vaak
tegengesteld aan elkaar zijn: het bange jongentje in me en de dictator ,
somberheid en optimisme, neerslachtigheid en uitgelatenheid, egocentriciteit en
te veel naar anderen kijken enz.
Ik kan er afstand van nemen, ze waarnemen (wat doe ik nou?), zelfs onder
controle houden, ze (be)sturen en ze laten samenwerken in hun
gemeenschappelijke aspecten. Dat doe ik vanuit mijn observatie-post, controlekamer,
bestuurscentrum; dat heet vanuit mijn zelf, mijn kern.
Het vereist enig nadenken, meditatie om er achter te komen dat je inderdaad
zo'n mensbeeld met zo'n centrum, zo'n 'zelf',
kunt hanteren. Dat is een typische geestes-oefening. Dan ontdek je dat je in
dat centrum bent zoals je bent, in je uppie; daar is niets aan te doen; daar
hoef je ook niets aan te doen; je hoeft het niet eens te verbergen. Daar ben je
zoals je graag goed wil zijn.
Maar daar ben je ook ongenaakbaar, helemaal alleen jezelf: het is jouw zelf.
Mijn relatie met God leg ik niet aan aan het bange jongetje, dan wordt HijZ
godboeman. Ook niet aan de dictator, dan wordt HijZ de commandant. Ook niet aan
de somberheid, dan wordt HijZ de God van de sombere predestinatie. Mijn relatie
met God leg ik aan aan mijn zelf, mijn centrum. Daar ben ik goed, geschapen
naar Zijn Beeld en Gelijkenis. Daar kan ik authentiek contact maken, krijgen.
Schematisch, waarin die kriebeltjes voor
die (soms lastige) eigenschappen staan:

Wat hier 'zelf' heet, zou -vooral in het O.T.- best
'hart' kunnen heten. Maar ook in N.T.: "Zalig zijn de zuiveren van hart
want ze zullen God zien".
Een oud liturgisch gebed zegt: "Verlicht de schuilhoeken van ons hart … en
… verblijd ons hart en onze ziel opdat wij in het licht van het geloof door ons
hele hart heen …"
En nu nog even verder gaan:
"Het gaat in het christelijk geloof niet om de eigen volmaaktheid of de
godsdienstige verworvenheden van het 'zelf' maar juist om het
opheffen van het zelf en het overgeven aan God. Het centrum van het geloof ligt
dus niet in het zelf maar in God". (Fortmann) Geloof is dus gericht naar
God, zelfs bij God, bovenmenselijk. Dan ga ik denken aan een centrum, een zelf,
dat zich spiegelt aan Het Centrum. Dat zelf is voor mij dan het start-punt voor
mystiek: je in God weten en daarmee naar Hem toe denken en doen.
"Ik ben
een blomme en bloeie voor Uw ogen geweldig Zonnelicht". Guido Gezelle.
Onderdruk dat hogere in uzelf niet. Gaat u rustig in het zonlicht staan en laat
u beschijnen, kostbaar in Zijn ogen. Ook als u denkt een blinde bedelaar te
zijn; de warmte is wél voelbaar en wie weet gaat het licht schijnen.
Onderhoudt u die relatie, ze is krachtig.
|
God, je kent me helemaal mijn zitten en mijn opstaan mijn diepste gedachten waar ik ga waar ik ben het doet er niet toe je bent er je kent elk woord dat ik zeg en elke gedachte ervoor je bent helemaal om me heen en in mij en je houdt mij vast ik vind het zo geweldig al zou ik de ruimte bevaren of diep de aarde in gaan of langs morgenrood en zee-kim vliegen ook daar zou je me vasthouden en me leiden al zou ik wegkruipen in het diepste donker diep, diep duister dan ben je er toch je ziet me zo goed als in het lichtste licht want je heb mij helemaal gemaakt ook het diepste van mezelf ik raak in vervoering als ik daaraan denk nog sterker je hebt me ook bedacht voordat er nog iets van me bestond |
en je wist wanneer ik komen zou ik vind het zo fantastisch en van jou weet ik niets dan wat ik zelf ben oneindig meer gedachten dan de korrels van het zand je bent onmogelijk onbegrijpelijk en toch van mij want je maakte mij bedacht mij mij heel alleen wat zou ik anders willen dan wat jij wilt God wat zou ik anders willen zijn dan wat jij hebt bedacht God ik mag door jou gemaakt jou beminnen beproef mij God doorgrond mijn hart peil mij ken mijn denken want ik mag jou beminnen zonder einde ik wil niet
wat mij daarvan afhoudt ik wil Jouw eeuwige weg op o God je kent mij helemaal
ik vind het eindeloos |
Lectuur: De Nieuwe Katechismus blz. 340 - 350
Geloof en ervaring
Ambo-reeks W.Veldhuis uitverkocht
Gekerkerd geloof
Ambo-reeks G.Dekker pittig, sociologisch
Gisteren vandaag en
morgen Gooi en Sticht W.H. van de Pol uitverkocht ?
Wijsgerige
begripsanalyse kennistheorie V.Brümmer Kok
Kampen (voor fanatiekelingen)
© 1999 - 2006 P. Goris Epe
Inbreng van Peter
Kegels inzake de vraag naar het ware geloof:
Wat geloof er goed en juist is, is een vraag waar
denkelijk nog niemand echt een juist antwoord kan op geven. Het is zo dat de
plaats waar je geboren bent toch de nodige invloeden zal geven mbt je
geloofsovertuiging. Erg belangrijk is: Bovenal bemin één God.
Als ik op de verschillende christelijke forums aan het surfen ben merk ik al
dat er in ons geloof alleen al zo een enorme waaier van gedachtegoed bestaat.
Ieder met zijn eigen inkleuring van het geloof. En toch volgen we dezelfde God,
dezelfde Christus, dezelfde Bijbel.
Ik hou het daarom graag nog een beetje overzichtelijk en denk dan dat ieder wel
zijn eigen overtuiging mag hebben. Als hij zich maar aan deze vuistregel kan
houden: Bovenal bemin één God.
Groetjes Peter
Inbreng van Elly
inzake de vraag naar het ware geloof:
Ik wil alsnog reageren op de 'vraag' bij de
discussie-inbreng die Johny stelde:
Johny vroeg: Maar wie hebben nu het ware geloof in Efeziërs 4 vers 4-7,dat er
maar 1 geloof is 1 doop.
Is geloof een kwestie van vrije keuze of door geboorte en is dat geloof dan
gelijk het ware geloof?
Mij stuit de uitdrukking 'het ware geloof' wat
tegen de borst, omdat dit de indruk geeft dat de ene groep gelovigen zich boven
de andere groep een plaatsje geeft. Religie is m.i. een menselijke
interpretatie van de bijbel. Als mensen geloven in die Ene God de Schepper,
Onze Vader, Onze Bron of hoe je Hem ook wil aanduiden en daarbij je leven zo
probeert te leven dat God 'ziet dat het goed is', denk ik dat je kunt zeggen
dat je 'Jezus weg' volgt.
Geloven is volgens mij een kwestie van vrije keuze omdat niemand voor jou kan
beslissen welke geloofswaarheden je wel en niet kunt geloven, ook niet als je
bent opgegroeid met een bepaald geloof.
Geloof is iets persoonlijks tussen jou en God.
groeten van
Elly
Latere aanvulling van mij (Piet) op geloof (aug.'03)
"Zo samengevat: geloven is leven naar God
toe" schreef ik bij het schema.
Daar sta ik nog steeds achter maar de 'fase' liefde - transparant in God -
krijgt meer accent. Persoonlijk ben ik de laatste tijd me meer bewust geworden
van Totale Aanwezigheid, Alomtegenwoordigheid, God in Zijn schepping aanwezig
("in U leven wij, in U zijn wij"). Als Maximale Liefde overal is, is
het dan verwonderlijk dat zij het niet kan laten om zich naar 'binnen' te
dringen in de Schepping a.h.w. door een poortje, zodat incarnatie niet zo
vreemd is. Jezus van Nazaret is dan dat poortje. Vroeger ging ik meer uit van
het getuigenis in het N.T., vooral Johannes; nu ligt het anders, meer eigen.
Bij 'Jezus' komen we daarop terug.
Ik denk dat incarnatie het beslissende element is
waarom ik christen, katholiek ben, binnen de Kerk, waar dat geheim wordt
geleerd en gevierd. Ik meen dat geen ander geloof dat kent. Is er meer
invulling van geloof mogelijk?
terug naar Openbaring
verder naar blok B
Zie
zo, nu kunnen we echt beginnen