En het Fuck Off Everyone-gevoel
Meer dan drie jaar werkten Neil Barnes en Paul Daley aan Rhythm & Stealth. Hoofdinstrument was de mengtafel. Hoofdzaak: een album opvolgen dat na een forse hype de boeken inging als dé dance-plaat van de jaren negentig? En hoe doe je dat? "Zelf je tijd bepalen en vooral je eigen regels maken."
"Om die reden zijn we Leftfield ook begonnen. Niet om meer dan een miljoen platen te verkopen. We waren best gelukkig toen we nog gewoon in de underground scene zaten. Leftfield was onze creatieve uitlaatklep, meer niet. We deden misschien iets wat nog niet echt eerder was gedaan, maar dat was genoeg voor ons. En dan verkoop je platen en ben je ineens beroemd. Daar moet je mee om kunnen gaan."
Producer/DJ Paul Daley legt uit bijzonder veel te hebben geleerd sinds in 1995 het debuutalbum Leftism verscheen. "Op dat moment waren Neil en ik niet geschikt om popster te zijn, denk ik. Qua persoonlijkheden. Mensen willen je ontmoeten, mensen willen met je praten; dat ligt allemaal heel ver af van wat je echt wilt doen. Heel lang hebben we geprobeerd om ons zo onzichtbaar mogelijk te gedragen. Dingen als interviews en tv-optredens, daarvan moet je leren accepteren dat ze erbij horen. Dat was best moeilijk. Maar op een gegeven moment denk je: joh, ze willen gewoon weten hoe je over dingen denkt, waarom niet? En dan begint het een en ander in balans te raken."
Hij is over uit Londen voor een DJ-set in de Amsterdamse Gashouder. Barnes is ook meegekomen en beide doen ze wat interviews. Daley kijkt terug op een periode waarin het duo een grote druk ervoer, de periode waarin Leftfield werkte aan Rhythm & Stealth. "We hadden het gevoel dat we iets verschuldigd waren aan iedereen die het eerste album te gek vond. Voor de reacties die we kregen waren we heel gevoelig, je weet wel: ‘jullie plaat heeft mijn leven veranderd’ of ‘voordat ik jullie kende luisterde ik nooit naar dance’. Dat je het gevoel krijgt: shit, we moeten al deze mensen weer tevreden stellen. Maar zelf wil je natuurlijk ook gelukkig blijven, en waar we in ieder geval helemaal geen zin in hadden was onszelf herhalen. Dan voel je een nieuwe druk: oké, dit album wordt heel anders dan het vorige, dus niet iedereen die Leftism leuk vond zal hier blij mee zijn. Bovendien is dance continu in ontwikkeling, en er komt veel goeie muziek uit in de tijd dat je aan het opnemen bent. Dus dan vraag je je bij elk nummer af of het nog wel mee kan. En hoe langer je ermee bezig bent, des te meer mensen beginnen zich af te vragen of er iets aan de hand is. Je wordt bang dat ze denken dat we eendagsvliegen zijn en Leftism een toevalstreffer was. En dan heb je uiteraard nog de platenmaatschappij. Die wil gewoon dat je het succes van de vorige keer herhaalt, terwijl wij dachten: nou, misschien verkopen we wel helemaal niet zoveel als die vorige. Je moet dan je eigen regels in de gaten houden. Dat geldt, denk ik, voor elke band. Maar die hele traditie van elk jaar een nieuw album – tour – album – tour ligt voor ons even anders. Veel bands die dat doen hebben producers en technici die een hoop werk verrichten. Zelf schrijven ze alleen de nummers, en soms zelfs dat niet. Dan zijn het slechts gezichten van andere mensen. Wij doen alles zelf, van het begin tot het einde. En het is een heel ander proces. Wat ook heel veel platenmaatschappijen moeten leren is dat als je je bezig wilt houden met een dance-act die uit een underground scene komt, je je moet beseffen dat ie zijn naam al heeft gevestigd en dus niet zal veranderen voor een groter label. Kwestie van geven en nemen."
Speelgoed
Bij het productieproces van Rhythm & Stealth gebruikte het duo de mengtafel als hoofdinstrument, vertelt Daley. "De mengtafel en heel veel effecten. Om dingen een beetje meer edge te geven, meer karakter. We hebben behoorlijk wat partijen en geluiden door de Sherman filterbank gehaald - it distorts everything. Dat ding hadden we ooit eens op een drumpartij gezet, maar nu gebruikten we hem op alles wat saai dreigde te gaan klinken. Al die overstuurde sounds moesten het album een identiteit geven. Daarnaast hebben we heel veel effecten geresampled, dus het originele signaal weghalen en het effect apart weer bewerken, dat soort dingen. We experimenteerden ook met van die speelgoed Marshall versterkertjes, waar we sommige drumpartijen doorheen haalden. Die versterkertjes hadden we op de wc neergezet en daar gemiked. Qua keyboards hoor je vooral veel Nord Lead; we probeerden zoveel mogelijk te voorkomen dat we dezelfde synths zouden gebruiken als op de eerste."
"Halverwege het hele proces kochten we ProTools. Daarop hebben we het album afgemaakt. We hadden het nog nooit eerder gebruikt, dus wat je hoort is onze learning curve, hahaha. Dat is ook een van de redenen waarom het zo lang duurde voor ie af was. Ik had het gevoel dat we met ProTools aan een heleboel dingen een nieuwe dimensie konden toevoegen. Alle partijen zijn in de studio op DAT opgenomen en later thuis in ProTools geladen. Zo hebben we alles bijna opnieuw gemixed. Ik vind het echt een te gek programma. En ik ben sindsdien ook helemaal klaar met samplers. Dit werkt gewoon sneller."
Tijdens studio-jams kregen de eerste ideeën vastere vorm. "Het gaat allemaal om vibes, dus waar we vooral mee bezig zijn is het zoeken naar geluiden om een bepaalde sfeer mee te creëren. We jammen veel en gebruiken de computer daarbij als taperecorder. Vervolgens gaan we er stukjes uitknippen, loopjes maken, dingen combineren. Het eerste aanzetje kan van alles zijn: een drumgroove, een baslijn, een synth-geluid of –akkoord. Van daaruit werken we verder. Een goed voorbeeld van hoe onze instrumentale nummers in elkaar zitten is Phat Planet. Dat is opgebouwd uit een loop van acht maten muziek die steeds intenser wordt. Uiteindelijk gaat het erom hoe je toewerkt naar het punt waarop die intensiteit het grootst is."
Op Rhythm & Stealth zijn vocale bijdragen te horen van onder anderen rapper Roots Manuva, zangeres Nicole Willis en Afrika Bambaataa samen met de Belgische en Franse sectie van zijn Zulu Nation. De eerste is te horen in de opener Dusted. "We wisten wat hij kon, dus dat hou je in gedachten als je aan zo’n nummer werkt. Toen we eraan begonnen was het tempo zeven bpm langzamer dan hoe het uiteindelijk op plaat is verschenen. Aanvankelijk had de backing-track meer weg van een traditioneel hiphop-nummer. Dat deden we omdat we wisten dat Roots zich prettiger zou voelen bij zo’n tempo. We namen z’n vocalen dus op met in ons achterhoofd: when he’s gone we’re gonna fuck it up. Normaliter knippen we namelijk nogal veel in de zangtakes. Dat soort dingen kun je niet doen als de zanger zelf nog in de studio is. Ze zijn vaak een beetje gevoelig als je aan hun teksten komt, weet je. En als ze dan naderhand komen luisteren hoe het is geworden reageren ze eerst heel geschokt: ‘ja, zo heb ik het niet opgenomen, alles klinkt compleet anders’. Maar dat is muziek maken hahaha."
Perfectionisten
Gedurende de afronding en mix pendelde het duo veel tussen studio-ruimte en ‘vertrouwde omgeving’. Daley: "Zodra een nummer af lijkt, wil ik het altijd meteen in een andere sfeer beluisteren. In een werkomgeving kan ik namelijk niet goed horen of het allemaal klopt. Vaak weet ik dan al wel dat er iets niet klopt, maar ik kom er niet achter wat. Dus dan ga ik het thuis op mijn vertrouwde installatie luisteren, in de keuken of in de auto. Voor Neil werkt dat precies zo. Anderen vinden ons perfectionisten, maar wij doen gewoon wat goed voelt. En het duurt ook lang om iets goed te laten klinken. Dan wil je bijvoorbeeld nog een break veranderen, wat hi-hats bij programmeren - gewoon een beetje fijnstemmen. En ben je zo weer een paar weken verder."
Volgend jaar komt Leftfield hier touren. Live wil het er bij de Britten nogal eens hard aan toegaan, waarbij vooral de laagkasten het doorlopend moeten ontgelden. "In de jaren tachtig had je de reggae sound systems in West-Londen. De bassen waren bijna pijnlijk hard, maar al dat laag creëerde een sfeer en een intensiteit die we echt te gek vonden. Die invloed hebben we meegenomen in wat wij nu doen. Wat me destijds het meeste aantrok in house waren ook die bassen. Het is natuurlijk een heel andere stijl dan die vroege jaren tachtig reggae, maar het sublaag is net zo krachtig. Met de platen uit die tijd is het heel anders. Daarop hoor je haast geen laag, zelfs niet op de dance-platen. Luister maar eens naar Madonna uit ’84, dan hoor je hoe dun de productie klinkt in vergelijking met nu. Het geluid heeft de laatste tien jaar gewoon veel meer diepte gekregen: hoog is echt hoog, laag echt laag. Wij proberen die grenzen steeds weer te overschrijden, en gaan zo laag als we kunnen, al vanaf het begin."
Tijdens Leftism-optredens bracht Leftfield complete re-mixen. "Dat vonden we destijds zo cool dat we het de komende tour weer gaan doen. Gelukkig kan dat ook bij ons. Bij een band als Oasis zou dat niet kunnen, want iedereen die naar hun concerten komt wil de liedjes exact horen zoals ze op de plaat staan, woord voor woord. Op onze manier geef je de mensen ook meer, denk ik."
Inmiddels is er een hoop geschreven over Rhythm & Stealth, en meer nog over het verschil met diens voorganger. Hoe zien ze die verschillen zelf eigenlijk? "Toen Leftism uitkwam was er nog niemand die zo klonk. Nu kun je de invloeden van die plaat in heel veel muziek terughoren. Ons tweede album klinkt veel grimmiger, donkerder, agressiever, je hoort er veel meer van onze angsten in terug. Wat vast en zeker te maken heeft met de druk die we voelden. Het is een plaat geworden met een echte ‘fuck off everyone!’-sound."