Home

Bevruchting

Deling &vervoer

Innesteling

Amnion &chorion

De drie kiemlagen en hun functie

Vormgeving van het embryo

Ontwikkeling stap voor stap

Reuk,gehoor & ogen

Skelet

Ledematen

Geslachtsbepaling & ontwikkeling

Voor en tijdens de bevalling

Prenatale onderzoeksmethodes

Leuke Links

Reacties

Dagboek

De bevruchting

Tijdens de geslachtsgemeenschap worden honderden miljoenen zaadcellen in de schede van de vrouw uitgestoten. 

 

Slechts een klein deel van de spermacellen overleeft de toch naar de baarmoederhals, die overigens vol hindernissen zit. Om deze hindernissen te kunnen trotseren hebben de zaadcellen een “energiepakket” bij zich. Vlak achter de kop van de zaadcel ligt een hoeveelheid mitochondriën.  Deze vormen de krachtbundels van de zaadcel. De energie die deze mitochandriën leveren is genoeg voor urenlange beweging van de zaadcel zonder dat daar extra energie voor nodig is. De energie die de zaadcel in goede “conditie” ,verkrijgt van de mitochondriën is over het algemeen genoeg om de bevruchting te kunnen voltooien. Heeft de zaadcel toch niet genoeg energie om de bevruchting te voltooien neemt hij brandstof op uit de afscheiding van de eileider.  

Tijdens de eisprong maken kleine kliertjes in de baarmoederhals, die normaal afgesloten zijn met een ondoordringbare slijmprop, een vloeistof waardoor ze ongeveer vierentwintig uur open zijn. De zaadcellen krijgen zo de kans om in deze korte tijd gemakkelijker de baarmoeder binnen te dringen. Maar in de wand bevinden zich veel inhammen en doodlopende gangetjes. Veel spermacellen blijven hierin steken.

De wand van de baarmoederhals is, evenals de baarmoeder en eileider, bedekt met trilharen. Tussen de dikke bossen trilharen zitten klieren die een afscheiding produceren die bijdraagt aan de rijping van de zaadcellen. Bovendien zorgen de trilharen ervoor dat de zaadcellen makkelijker de baarmoeder bereiken. Ze wuiven in de richting van de baarmoeder, zodat de zaadcellen zich altijd stroomopwaarts bewegen. Sommige zaadcellen zijn in slechtere staat en worden té snel “moe”.

 

Zo’n vier tot vijf uur na de bevruchting bereiken enkele duizenden zaadcellen de eileider, het ovarium. Deze zaadcellen hebben de moeilijke tocht overleefd. Velen gaan niet opzoek naar een eicel maar “zwemmen” de eicel voorbei. Enkele tientallen zaadcellen proberen om de wand van de eicel te doorboren, om daadwerkelijk tot een samensmelting van de twee kernen te zorgen.

  De eicel is omringd door follikelcellen uit het ovarium. De follikelcellen dienen als voedingscellen. Veel van deze voedingscellen zijn al afgevallen tijdens het vervoer door de eileider, maar er zijn er nog té veel om de zaadcellen te kunnen laten passeren. De zaadcellen hebben kopkappen, het acrosoom. Deze kappen bevatten enzymen die de zaadcel helpen bij het verwijderen van de follikelcellen.  De kappen verdwijnen geleidelijk en het enzym komt vrij.

         

Een aantal zaadcellen dringt zo door de follikelcellen heen, en raken de eischil . De eischil is een laag eiwitten  die de eicel omgeeft. Aan de eischil bevinden zich bindingsplaatsen. De zaadcellen kunnen zich aan deze bindingsplaatsen hechten. Zodra een zaadcel in contact komt met een bindingsplaats, staat hij enzymen af die ervoor zorgen dat de eischil plaatselijk wordt afgebroken.

De zaadcel dringt door tot het celmembraan van de eicel, door zijn staart zo te bewegen dat de kop draaibewegingen maakt, zodat een effect ontstaat dat te vergelijken is met dat van een boorijzer. De membranen van zaadcel en eicel versmelten met elkaar. Deze versmelting zorgt voor een reactie waarbij de bindingsplaatsen en andere zaadcellen worden vernietigd. Zo wordt voorkomen dat een tweede zaadcel ook binnen kan dringen en er meer dan één set chromosomen in de eicel terecht komt.

Zodra de kop van de zaadcel binnen is wordt een chemisch proces in werking gezet waarbij de staart van de zaadcel wordt afgebroken. Dit simpel weg omdat hij niet meer nodig is. 

   

  De kern van de zaadcel dringt binnen in het cytoplasma van de eicel, waar de kern van de eicel ligt verborgen. De twee kernen die beide het erfelijke materiaal bevatten worden naar elkaar toegetrokken en zullen versmelten.  

           

De bevruchting is voltooid!!

 Omhoog