Home

Bevruchting

Deling &vervoer

Innesteling

Amnion &chorion

De drie kiemlagen en hun functie

Vormgeving van het embryo

Ontwikkeling stap voor stap

Reuk,gehoor & ogen

Skelet

Ledematen

Geslachtsbepaling & ontwikkeling

Voor en tijdens de bevalling

Prenatale onderzoeksmethodes

Leuke Links

Reacties

Dagboek

Geslachtsbepaling en ontwikkeling

 

Geslachtsbepaling

Een man en een vrouw, een eicel en een zaadcel. Het vereiste voor het creëren van nieuw leven.

Al vanaf het moment van de bevruchting is het geslacht van het kind bepaald. Door versmelting van de kernen van zaadcel en eicel wordt het genenpakket van het kind bepaald. In dit genen pakket ligt ook de informatie over de sekse van de vrucht.

De geslachtschromosomen van moeder zijn te formuleren als: XX. Die van vader zijn:XY.

Dit Y-chromosoom komt enkel bij mannen voor. Bij bevruchting wordt één chromosoom van moeder en één chromosoom van vader gecombineerd. Dit is weer te geven in een tabel.

Vader/moeder

X-chromosoom

X-chromosoom

X-chromosoom

XX = meisje

XX = meisje

Y-chromosoom

XY = jongen

XY = jongen

Het Y-chromosoom is dus bepalend voor het geslacht van de vrucht.

 

Geslachtsontwikkeling

  Nu het geslacht van het kind vast staat, kunnen de geslachtskenmerken zich gaan ontwikkelen.

Tussen de benen van het embryo wordt een knopje gevormd. Er is nog niet te zien wat voor geslacht dit embryo heeft.  Dit knopje ontwikkelt zich bij jongens tot de penis en bij meisjes tot de clitoris.

Aan weerszijden van dit knopje ontstaan twee langgerekte verdikkingen. Bij jongens zullen deze verdikkingen samengroeien en de balzak vormen. 

Bij meisjes ontstaat er een spleet tussen deze twee verdikkingen, die zich ontwikkelt tot de vagina. 

 

Diep in de buikholten ontwikkelen bij jongens de teelballen.

Bij meisjes vindt hier de vorming van de eierstokken plaats. 

 

Al in de embryonale fase begint de ontwikkeling van zaadcellen en eicellen.

Bij jongetjes zijn kleine kanaaltjes in de teelballen al begonnen met de ontwikkeling van de voorstadia van zaadcellen. 

Bij meisjes bevinden er zich al eiblaasjes in de eierstokken.  Deze blaasjes bevatten al eicellen. Na vier maanden zijn alle 5 miljoen eicellen, voor het verdere leven van de vrouw al gevormd.

Onder invloed van hormonen uit de hypofyse van moeder groeien een aantal eiblaasjes uit tot blaasje van flinke omvang. Voor volledige rijping of voor een eisprong is té weinig hormoon.

 

 Omhoog