|
Home
De drie kiemlagen en hun functie |
De blastocyste zoekt zijn weg over het slijmvlies van de baarmoeder. De schaal die nog aanwezig is, de zona pellucida, verhindert dat de blastocyste direct kan innestelen. Het ontdoet zich daarom van de schaal. De blastocyste is nu groter dan de schaal en kan zich vrij gaan uitdijen, om zich vervolgens in te nestelen in het baarmoeder slijmvlies.
Het trofoblast
heeft kleine uitsteeksels van suikermoleculen gevormd, vili. Deze komen overeen
met de structuur van het baarmoederslijmvlies. Zo kan het blastocyste zich goed
vastzetten in het slijmvlies, wat van belang is voor een goed transport van
stoffen. De vili zorgen namelijk voor opname van zuurstof uit de bloedvaten van
de baarmoederwant en afgifte van koolstofdioxide en andere afvalstoffen aan het
bloed van de vrouw. Het baarmoederslijmvlies wordt dikker en de baarmoedermond wordt afgesloten door een slijmprop. De spieren in de baarmoederwand worden zachter en elastischer. Ook de hormoon huishouding van de vrouw moet worden aangepast. Vanuit de eierstok, komt het hormoon progesteron vrij. Deze geeft een signaal af naar de hypofyse, zodat er geen menstruatie meer plaats vindt.
|