Ontwikkeling
van het reukorgaan, het gehoororgaan en de ogen.
Omstreeks de 28e dag na de bevruchting zijn er aan de
voorkant van het embryo drie zintuigplaten zichtbaar. Elke plaat is een
verdikking in de ectodermale huid. Één plaat is bestemd voor de neus, de ander
voor de ogen en de laatste
is bestemd voor de oren.


Reukorgaan
De neusplaten, de placodes nasalis, zitten net boven de oermond. Ze
ontwikkelen zich tot reukgevoelige slijmvliezen. Ze zorgen er ook voor dat een
deel van de grote hersenen naar de neusplaat toegroeit. Deze verbinding vormt
het reukkanaal, een uitgroeisel van de hersenen die reukinformatie doorgeeft
zodat de hersenen deze kunnen interpreteren.
Omstreeks dag 40 zijn deze slijmvliezen diep in het hoofd begraven doordat de
neus eromheen is gegroeid. Weefselplooien groeien naar binnen. Op die plaatsen
ontstaan de neusgaten. Als dit is voltooid ontwikkelen zich andere plooien
tussen de neusplaten in om de twee neusgaten van elkaar te scheiden. Ook worden
plooien gevormd onder de platen, om het gehemelte te vormen. Het gehemelte dient
om de neus en mond van elkaar te scheiden.
Ogen
De oogplaten, de placodes optica, zinken weg in het hoofd, en komen terecht
in het mesoderm. De daar gevormde ectodermblaasjes zullen uitgroeien tot
ooglenzen. Aan de voorkant van de lens groeit vanaf weerskanten de iris. Als de
blaasjes vlak bij het huidoppervlak komen, maakt het een instulping naar binnen.
Uit de hersenen zijn inmiddels steeltjes naar voren
gegroeid. Deze steeltjes hebben de vorm van een cognacglas. Aan iedere opening
van het cognacglas ligt een lens. De rest van het steeltje ontwikkelt tot een
groot deel van de oogbol.
Een groot deel van het steeltje wordt netvlies. De randen
van de steeltjes worden ringen bedekt met cirkelvormige, gerangschikte,
gekleurde spiervezels. Deze spiervezels bedekken een deel van de lens. uit het
achterstuk van de steeltjes vormt zich de gezichtsbaan. Deze dient ervoor om
snel informatie, ontvangen door het netvlies, door te geven aan de hersenen.
Het huidvlies dat over de lens ligt vormt de glazige voorkant van het oog en
ontwikkelt zich tot de oogleden.

Oren
De oorplaten, placodes acustica, zitten meer achter aan het hoofd. De
oorplaten zinken weg en vormen twee holle blaasjes aan weerskanten van het
hoofd. Deze blaasjes maken tal van draaiingen, zodat er een labyrint is gevormd:
het binnenoor.
Het binnenoor
moet twee functies gaan vervullen: gehoor en evenwicht. Het onderste deel groeit
uit tot een lange, opgekrulde buis, het slakkenhuis. In het slakkenhuis zitten
gevoelige zenuwvezels die geluidstrillingen opvangen.

Het bovenste deel groeit uit tot
drie halfcirkelvormige kanalen. Die in een rechte hoek ten opzichte van
elkaar staan. Deze kanalen moeten
een belangrijk evenwichtsorgaan gaan vormen, die de bewegingen van het hoofd
registreren door beweging van de vloeistof in de kanalen.
Het oor wordt in de 8e week pas zichtbaar voor
de buitenwereld.

De oorschelp ontstaat uit 6 zwellingen van het ectoderm.
Deze zwellingen gaan samen en versmelten. Zo ontstaat uiteindelijk de
oorschelp.

Pas na 5 maanden is het ook echt te erkennen als oor.
Omhoog