Ontwikkeling
van het skelet
De mens is een gewerveld dier. Het moet worden gedragen door tal van
botten,spieren en zenuwen. De ruggengraat is het meest verantwoordelijk voor het
overeind houden van de mens.
Het zenuwstelsel is het eerste orgaan wat het embryo aanlegt. De chorda dorsalis
veroorzaakt een verandering in de ectodermale huidcellen die erboven liggen.
Hierdoor ontstaat een sleuf die over de lengte van het hele embryo loopt. Als
het embryo zich gaat vormen, en de twee punten van de cirkelvormige schijf naar
elkaar toegroeien, wordt deze sleuf dieper en ten slotte heeft het zich een
holle buis gevormd. Deze buis beslaat de hele rug van het embryo.
Als het embryo vier weken oud is vormen zich uit de tussenlaag, rond de
zenuwsleuf veertig kleine skeletblokjes. 32 á 33 worden wervels, de
staartblokjes degenereren geleidelijk.
Vanuit de eerste twaalf wervels, de borstwervels beginnen zich langzaam ribben
om de longen te ontwikkelen. Om te voorkomen dat de wervels tegen elkaar groeien
worden ze door elastisch bindweefsel en spieren bij elkaar gehouden. Ze groeien
langzaam naar één en vormen dan borstkraakbeen. Dit kraakbeen verbeent in een
later stadium.
Tussen de wervels door groeien er uit het ruggenmerg ook zenuwbundels naar
buiten. Deze bundels verspreiden zich geleidelijk over het hele lichaam. Ze
vormen een netwerk.
Ook spieren beginnen zich te vormen. Tussen de ribben en in de wand van het
lichaam groeien de spieren die bedekt zijn met een dunnen laag onderhuid.
Tussen de mondopening en het hart groeien zes uitsteeksels uit de
halswervelkolom. Ze lijken op vissenkieuwen, de kieuwbogen. Een van deze
kieuwbogen vormt de onderkaak. De andere 5 vormen de hals en het gezicht.
Omhoog