Arbeidsproductiviteit:
Volgens onderzoek van het EIM iis de arbeidsproductiveit de laatste jaren nauwelijks gestegen . In de economische theorievorming is de kracht van organisatie / samenleving is vooral gelegen in stijgende arbeidsproductiveit. M.a.w. meer productie met minder mensen (middelen, dan zit je in de groei in.
Neem de kritiek van verschillende economen in herinnering bij de recentelijke hoogconjuctuur. Iedereen was aan het werk maar de productiviteit bleef gelijk. Zij vonden en vinden dat een zorgelijke ontwikkeling.
Maar hoe verhoog je een eenheid product per eenheid arbeid.
De afgelopen jaren is er steeds meer geautomiseerd moet dit een besparing opgeleverd hebben. Het uitlenen van materialen is flink terug gelopen
Uit het veld:
Automatisering kost veel meer tijd! Tja, dan doen we iets niet goed / Hebben iets niet goed gedaan. Het investering in aut/mech moet m.i. altijd een besparing met zich mee brengen.
We moeten steeds meer doen, administratie ed overleggen, communiceren etc. Allemaal waar maar het is niet de bedoeling dat dit tenkosten gaat van de arbeidsproductiviteit.
Maar we hebben het zo druk, ik ben zeer benieuwd naar de uitslagen van de werkdruk meter.
Terug komende naar de ontwikkeling van de selfservice balie: een goed ontwikkeling, maar hoe er wel rekening mee dat de productiviteit gaat dalen aangezien het arbeidspotentieel toeneemd: de huidige hoeveel fysiek arbeid en de arbeidsbesparende mechanisatie/automatisering.
Dit betekend dat er flinke hoeveelheid extra producten afgeleverd dienen te worden (de dienstensector heeft als voordeel dat er geen voorraden gevormd kunnen worden).
Zoals in ieder organisatie zit de winst in de verhoging van de productie met minder inzet van arbeid en kapitaal. Een natuurwet om te kunnen blijven overleven. In onze sector is dat niet anders.
Wat betekend dit op korte termijn., producten benoemen, Toerekenen, mean en lean het werk organiseren.
Resumerend:
· De afgelopen jaren hebben de bibliotheek macro gezien niet geprofiteer van de toenemen diepte investeringen in de automatisering
· De terugloop van het gebruik van diensten heeft niet geleid tot minder inzet van arbeid
· Voortschreiden inzicht in organaities heeft niet geleid tot minder inzet van arbeid, significante uitbreiding van diensten
· Investering van scholing heeft niet geleid tot meer effectiviteit en effifiicnet tav meer producten met minder inzet
Ter relativering:
Nederland kampt zowiezo met een dalende AP! Of te wel met meer mensen doen we minder. Tijdens de overspannen arbeidsmarkt, een tijdje terug, was wel iedereeen aan het werk maar dat zegt niet over de AP.
Dat een individu het druk heeft, grote werkbelasting ervaard, etc heeft geen relaite met de hoeveelheid afgeleverde producten. Het bijschalen bij werkdruk heeft daardoor wel grote gevolgen met de AP. Aangezien het arbeidspotentieel verhoogd wordt zonder een direct geleverde verhoging van productie.
###########
In essentie gaat het erom om de produkten en diensten, waar de maatschappij op zit te wachten, voort gebracht worden met de inzet van zo weinig mogelijk middelen. We noemen dat doelgericht en doelmatig werken.
Met andere woorden: een organisatie die met 100 eenheden arbeidspotentieel 5000 producten voortbrengt heeft een hoger arbeidsproductiviteit dan de organinsatie die daar 150 eenheden arbeidspotentieel voor nodig heeft. De arbeidsproductiviteit kan je beinvloeiden door te gaan schuiven met een van de drie actoren:
voortgebrachte producten(a) / arbeidspotentieel(b) = arbeidsproductiviteit(c)
bijvoorbeeld:
(a) : (b)= (c)
5000 : 100 = 50
6000 : 100 = 60
5000 : 150 = 75
Hoe hoger de arbeidsproductiviteit hoe groter de voor onze sector de "relatieve winst", of te wel een postieve doelgerichtheid en doelmatigheid. Bij een hoger arbeidsproductiviteit er meer producten neer gezet worden met minder arbeid. Wanneer deze arbeidpotentiele vrijval niet direct gereduceerd wordt maar ingezet wordt voor bijvoorbeeld vernieuwing is dat 'relatieve winst'.
Maar nu even een schets van de zelfservice balies:
arbeidspotentieel stellen we op 100, de productie op 5000, de arbeidsproductiviteit is 50.
We gaan nu een stapje verder. Het toepassen van selfservice balies etc. zijn zgn. diepte investeringen. Een kenmerk hiervan is dat deze investeringen de bedoeling hebben om arbeid te vervangen door machines c.q. automatisering. Deze investering moeten een arbeidsinzet-reductie met zich meebregengen, we rekenen dit toe aan het totale arbeidspotentieel, aangezien het een het ander vervangt, en het liefst nog een beetje erbij.
Minder fysieke arbeid door toepassing van mechanisatie automatisering stellen we op 25. Blijven we het zelfde werk doen met behulp van de diepte investeringen zonder fysieke arbeidsreductie dan wordt de rekensom :
5000/(100 + 25)= 40
Oef, dat is schrikken, de arbeidsproductiviteit daar met een groot aantal procenten. Dit gebeurt er wanneer we de machines gebruiken om de werkdruk te verminderen. De vrijval van de fysieke arbeid moet dus volledig en zelfs meer aangewend worden tbv het het aanbieden van de producten.
Maar weer even een rekenvoorbeeld:
6250/(100 + 25 ) =50
Gelukkig de arbeidsproductiviteit blijft gelijk. Er moet dus nog even een tandje hoger geschakeld worden vanwege het aanbod van de producten. Let wel, het verschil tusssen (nieuw en oud) moet nog wel even in herkenbare en toegerekende producten op de markt gezet worden, en afgenomen worden. In de dienstensector werken we niet met voorraden!.
Aantekening:
Dit is een theoretische benadering, er is niets zo praktisch als theorie. Het bovenstaande heeft niets te maken met de werkdruk op individueel en organisatie niveau. Maar het alles te maken met in inzet van middelen en wat het resultaat daarvan is, oftewel het geeft een indicatie aan van doelmatigheid en doelgerichtheid.
Ter relativering de arbeidsproductiviteit in Nederland is dalende: of te wel er komt bij ons allen minder uit de handen. Dit was ook al het gevolgd tijdens de recentelijk hoogconjuctuur. Verschillende economen vonden dat een aantal jaren geleden al een zorgelijke ontwikkeling