(NOIZE 1993)

GLENN HUGHES

Glenn Hughes, een legende, een overblijfsel uit de zeventiger jaren. Hij zou zichzelf hebben teruggevonden na moeilijke jaren. Tijd dus om als die-hard fan van het eerste uur Glenn aan een "kruisverhoor" te onderwerpen. De man alleen kennende van platenhoezen en artikelen is het wel even schrikken als je hem ontmoet. Niks lange haren en rock'n'roll uiterlijk. Zoals je op de bijgaande foto's kunt zien heeft het (genots)leven zo z'n sporen op zijn gezicht achtergelaten. Glenn is zeer opgewekt en begint als een waterval de ellende over mij uit te storten met een hallelujah einde. Van mij mag hij, zeker gezien het nieuwe produkt, de cd "Blues" (L.A. Blues Authority Volume II).

Waarom duurde het nu zo'n vijftien jaar voordat er eindelijk weer een soloplaat van je uitkwam?
Drugs, helaas. Toen ik in Deep Purple zat ben ik met cocaine begonnen, als je jong bent wil je natuurlijk niet onderkennen dat je verslaafd bent. Ik werd verslaafd en dat was in feite het einde van mijn karrière. Ik kon wel zingen en spelen, maar ik had geen grip meer op mijn karrière, ik kon niets meer opbouwen. Ik zong wel albums in voor kollega's, maar daar bleef het bij. Ik was totaal onhandelbaar. Na achttien jaar gebruiken via Deep Purple, Gary Moore en Black Sabbath was het einde voor mij nabij en in 1991 ben ik naar het Betty Ford Center in Californië gegaan. Vanaf december 1991 ben ik helemaal clean en nu kan ik dan ook een album opnemen en er iets mee te doen, dus promotie bedrijven en optreden. Ik doe een paar optredens in Zweden met enkele leden van Europe en daarna ga ik de achtergrond zang doen voor Mötley Crue. In de zomer neem ik weer een album op.

Op het eerste "L.A. Blues Authority" album zing je op "Messin' With The Kid". Op het tweede album ben je de enige zanger.
Mike Varney vroeg mij om dit te doen. Ik kon afrekenen met het drugsverleden tegen de achtergrond van bluessongs. In het Betty Ford Center vertelden ze me dat als je dingen opschrijft of er met mensen over praat, dat je dat dan helpt. Vandaag is het voor mij een heel andere dag dan bijvoorbeeld veertien maanden geleden, toen was ik erg ziek en nu is het net alsof ik nooit iets gebruikt heb. Mensen vragen mij tegenwoordig regelmatig waarom ik nu wel zing en speel en toen niet. Ik moet dan ook steeds antwoorden: drugs! Het is dan ook een sterk autobiografisch album geworden.

Vorig jaar heb je weer opgetreden met je oude maatjes uit Trapeze. Hoe kwam dat?
Een vriend van mij overleed aan kanker, hij was mijn assistent in de periode van Trapeze. Er werd ons gevraagd om Trapeze weer opnieuw op te richten voor een benefietkonsert voor zijn nabestaanden. Dat optreden beviel ons zo goed, dat we er nog maar eens vijf aan vast plakten. We kregen meteen een aantal flinke platenkontrakten aangeboden, maar we hebben nog niets getekend, we moeten eerst eens zien of er iets te regelen is, of het wel in onze schema's in te passen is. Wellicht richten we de band wel weer echt op, de muziek is in elk geval in orde en ook op het persoonlijke vlak ging het prima. Op het nieuwe album speel ik bas als nooit tevoren. Tony Franklin speelt op de andere helft van de songs bas, omdat ik dat mooier vond. Ik speel nu op een fretloze bas en dat bevalt mij goed.

Je hebt nogal een sterbezetting op de cd. Ging dat probleemloos?
Mike Varney suggereerde dat het een goed idee zou zijn om een paar grote namen te vragen. Zou men mijn naam niet meer kennen en wel die van hen en ik daardoor toch platen zou verkopen, dan zou dat toch een goed idee zijn. Ik belde Mick Mars, Warren DeMartini en John Norum. Steve Lukather en George Lynch waren op dat moment niet in L.A. en Jake E. Lee kon niet. Ik keek naar de songs en vroeg me af wie welke song het beste kon spelen. Richie Kotzen kan uitstekend blues spelen. Met Craig Erickson heb ik de meeste songs geschreven en hij speelt op de cd op alle nummers slaggitaar en op een aantal nummers leadgitaar en enkele solo's.

Wanneer heb je de songs geschreven?
Nadat ik uit de kliniek kwam. Dit is het allereerste album dat ik clean heb gedaan. Het gaat over pijn en God die in mijn leven is gekomen. Zonder Gods hulp zou ik het niet gered hebben, ik heb hem om hulp gevraagd. De meesten vragen dan: hoe komt het dat gasten zoals jij van de drugs naar God gaan? Als God je niet helpt, ga je dood, zo simpel ligt het. Spiritueel dood was ik toch al, geestelijk en lichamelijk was ik een wrak. Ik had God al vaker gevraagd maar nu sprak Hij tot mij. Ik leefde voor een obsessie: cocaine. Ik gebruikte het voor de lol. God nam de obsessie weg, nam het verlangen weg om het te gebruiken. Het is een wonder!

Heb je ook het gevoel dat drugs ook schade hebben veroorzaakt?
Door cocaine te gebruiken dronk ik ook veel bier, ik werd erg dik en was niet gezond. In feite vergiftigde ik mezelf. Ik ben nu vijfenveertig pond kwijt en er moet nog veel af, maar ik ben een eind op de goede weg. Het kost ook tijd, je kunt zoiets niet in korte tijd doen. De dokter zei dat ik het rustig aan moest doen, het niet moest forceren. Ik behandel mijn lichaam nu goed en ik was er net op tijd bij. Voor Tommy Bolin was het helaas te laat, een treurige geschiedenis was dat. Ik was toen ook te verslaafd om het goed tot me door te laten dringen. Iedereen die nu met mij werkt moet een kontrakt ondertekenen: geen drank en drugs in de studio!
 
 
 

Heeft het maken van een bluesplaat te maken met de bluesrevival?
Varney is met dit projekt begonnen en mijn manager vond het een goed idee voor mij, een blues album op te nemen. Ik moest een projekt gaan doen dat me bezig hield. Het album is in twee weken tijd opgenomen. Het is de bedoeling om mij weer te laten profileren, blues is niet moeilijk voor mij.

Dat je in de afgelopen vijftien jaar gastoptredens op platen van anderen verzorgde, had dat met geld te maken?
Ja natuurlijk, een album als Face The Truth, Gary Moore en Black Sabbath deed ik clean en dat gaf me een goed gevoel. Daarna greep ik weer naar de cocaine en begroef ik mezelf als het ware weer voor een maand of zo. In de jaren 1989 tot 1991 kwam ik het huis niet meer uit en gebruikte ik alleen maar cocaine. Ik keek naar buiten en verder deed ik niets. Eng was dat.

Kunnen we nog meer platen via Shrapnel/Roadrunner van je verwachten?
We praten nog, maar de mensen moeten niet denken dat ik nu bluesartiest ben geworden. Het volgende album moet mijn grote come-back worden en dat wordt een dance funky groove rock met popinvloeden. Niet à la Michael Bolton, maar als Trapeze anno 1993.

Je werkte mee aan "Slip Of The Tongue" van Whitesnake. Hoe beviel de samenwerking met David Coverdale, want jullie hadden toch altijd ruzie?
Dat heeft de pers er altijd van gemaakt. Mijn moeder vond dat David altijd hulp nodig had. Hij betaalde mij veel geld en ik zong echt niet veel. De meeste tijd zat ik er bij een keek, hij liet mij de showbiz en het artiestenleven weer zien en meemaken. Ik was helemaal vergeten hoe dat was, hij heeft me veel geholpen. De controverse van vroeger is over. Ik doe wat ik doen wil en hij doet wat hij wil, hij doet het nu wel beter, maar over twee jaar ben ik ook zover!

 Wat heeft David de afgelopen acht jaar eigenlijk gepresteerd? Twee Whitesnake albums en dan nu samen met Jimmy Page, erg magertjes toch, als je de plaatverkopen niet meerekent...
David zei twee jaar geleden tegen mij dat als ik clean zou zijn, ik twee jaar nodig zou hebben om net zo ver als hem te komen. 1993 is het jaar waarin Glenn Hughes weer terugkomt!

Je hebt heel lang niet opgetreden. Denk je dat je het touren wel weer zult aankunnen?
Vroeger kon ik dat niet, ik zat dan meteen weer aan de drugs en zo. Nu zou ik het wel weer kunnen zonder weer in de verleiding te komen. Ik moet wel eerst mijn stem gaan trainen, anders hou ik het niet vol. Ik ben in maart begonnen te repeteren met mijn band, in de zomer gaan we in elk geval een paar optredens doen, waaronder in Duitsland. Wie er in mijn band zitten? In Zweden werk ik samen met de jongens van Europe, Mic Michaeli, John Leven en John Norum. Soms doet Kee Marcello ook mee. Het is te duur om mijn eigen band naar Europa te laten overkomen. Dat zijn Tony Franklin, Gary Ferguson, Craig Erickson en John Norum. Ik ontmoette deze laatste als volgt: een vriend van mij uit Stockholm kende de leden van Europe. Ik had de clip van "The Final Countdown" gezien en vond John qua spel lijken op Gary Moore. Nadat hij Europe had verlaten heb ik hem opgebeld. Uiteindelijk duurde het drie jaar voordat John's solo-album er was.

Zit er veel verschil in het bassen van jou en van Tony Franklin?
Hij speelt fretloos zoals Jack Bruce. Als ik nu ga optreden wil ik maar in een paar nummers bassen en de rest wil ik alleen maar zingen. Zingen doe ik met zoveel overgave, dat ik dan niet meer weet waar ik ben, dus als ik er dan ook nog eens bij moet bassen... Ik ben nu erg relaxed op het podium. Vroeger was ik erg gespannen.

Ik heb ook geruchten gehoord over het opnieuw oprichten van het duo Thrall/Hughes. Voor de soundtrack van "Dragnet" heb je weer samengewerkt met Pat.
Ik wil dat ook best wel, maar het heeft vooral te maken met kontrakten en planningen. Pat speelt momenteel bij Curtis Stigers en heeft daarmee veel verplichtingen. We moeten dus maar gewoon afwachten. Het Hughes/Thrall projekt is het beste dat ik ooit gedaan heb!

Wie waren je invloeden?
Steve Winwood bij de opnamen van de eerste Trapeze elpee, ik was erg jong en dat Steve mijn voorbeeld was kun je wel horen. Bij een optreden van de Moody Blues merkte ik dat die zanger veel beter kon zingen dan mij. Mijn stem was toen nog niet genoeg gerijpt. Als ik nu naar het tweede Trapeze album, Medusa, luister, hoor ik duidelijk dat ik toen nog veel moest leren en ontwikkelen qua zang. Ik schrijf nu ook weer songs. Toen ik aan de drugs was kwam het er niet van, het is dan erg moeilijk om alleen iets te klaren. Ik speelde wel, maar steeds dezelfde akkoorden, en daar kom je dus niet veel verder mee. Ik speel tegenwoordig veel keyboards en daarmee gaat het me een stuk makkelijker af. Ik schrijf nu songs met keyboards en een drumkomputer. Ik woon tegenwoordig in Redondo Beach in L.A.

Zijn je fans je na al die jaren niet vergeten?
Nee, niet echt. Ik bleef altijd brieven en dergelijke van hen ontvangen. Nu heb ik ook de mogelijkheid en gelegenheid hen te antwoorden. Ik wil dan ook iedereen bedanken die mij gesteund heeft. Dit jaar komt er nog heel wat op cd uit waaraan ik heb meegewerkt, zoals de platen van George Lynch, Mötley Crüe in juli, Amen in mei, deze is overigens al vier jaar geleden opgenomen, het volgende album van John Norum, een nieuw solo album en wat soundtracks. Ik ga ook een band produceren. SCREAM heten ze, de band van de oude zanger van Mötley Crüe. Ik schrijf ook songs voor anderen. Het bluesalbum is gewoon een nieuw levensteken van mij aan de fans, om te laten horen en zien dat ik terug ben en dat ik blij ben terug te zijn.

Ooit werd je beschouwd als een van de beste rockbassisten. Heb je nog navolgers gehad?
Bob Daisley was er een van. Het is verder moeilijk te zeggen of men mij als het ware nadoet. Ik zie natuurlijk wel veel bassisten met een Glenn Hughes-Deep Purple look.

Kun je je nog iets herinneren uit je Deep Purple periode?
Jazeker wel, ik was dan wel cocaine verslaafd, maar ik weet alles nog, ik kan je bij wijze van spreken zo data en tijden opnoemen. Het waren nachtmerries, vreselijk. De enige persoon uit Deep Purple waarmee ik nog wel eens kontakt heb is Ian Gillan. Een goede vriend is hij van mij geworden. Maar die andere gasten... Ongelooflijk dat Ian er nu weer bij zit, ongelooflijk!

Heb je nog adviezen voor bassisten?
Om de bas sympathiek te behandelen ten opzichte van de drums moet je niet te druk willen spelen, maar vanuit je hart spelen. Je moet de halve noten eruit halen om het als het ware te laten ademen. Dus niet zoals Billy Sheehan, die is in feite gewoon aan het gitaarspelen op zijn bas. Je moet met de drummer samenwerken en samen met hem oefenen. Ik heb een endorsement met Fender, zij sturen mij alle nieuwe modellen toe. Ik gebruik nu een vijfsnarige Fender en een zessnarige. De oude is in Chicago gestolen. Ik heb niets meer over uit het verleden, twee zijn er gestolen. Later werd ik door mensen gebeld met de vraag of ik de gitaar wilde terugkopen voor vijfduizend dollar. Ik ben me daar gek zeg, mijn eigen spullen terugkopen. Kom nou!

Hoe raakte jij bij het KLF projekt betrokken?
Ze zochten naar The Voice Of Rock. Robert Plant en Roger Daltrey wilden niet en toen kwamen ze blijkbaar bij mij uit. Die hele opname duurde alles bij elkaar zo'n twintig minuten. Ik geloof dus dat ik het wel goed gedaan heb... Al blijft het natuurlijk jammer dat de meeste mensen niet weten dat ik het ben die dat nummer gezongen heeft, dan was men eerder van mijn terugkeer op de hoogte geweest, want dat nummer was me toch een hit!

Glenn Hughes website: http://www.glennhughes.com
 
 

Interview/fotografie: Henry Knegt