naar de weblog
Jong van Hart


Uitgelezen citaten : de keuze van Jos van Helvoort
Citaat Auteur Bron
De levenskracht die gij eenmaal bezat
verdeelt zich nu over 't abc
Achterberg, Gerrit Verzamelde Gedichten,
En Jezus schreef in 't Zand,
Code
Ik heb vannacht met u gewandeld
in de dove lanen van de slaap
Achterberg, Gerrit Slaapwandeling
Aan het roer dien avond stond het hart

en scheepte maan en bossen bij zich in
en zeilend over spiegeling
van al wat het geleden had
voer het met wind en schemering
om boeg en tuig voorbij de laatste stad.
Achterberg, Gerrit Afvaart
alleen de dood is tussen u en mij Achterberg, Gerrit Woorden, ontwaak!
't Is menslijk de honger te stillen met broden;
Te drinken, dat kwam van de goden.
Alberdingk Thijm, J.A. Wanspreuken
in: De Nederlandse poëzie ..
G. Komrij
Ik heb je liever dan brood,
al zegt men ook dat het niet kan
en al kan het ook niet.
Liever dan vrolijkheid of regen,
liever nog dan ik heb je lief.
Andreus, Hans Gedichten, Zoon van Eros, Ik heb je liever
He was my North, my South, my East and West,
My working week and my Sunday rest,
My noon, my midnight, my talk, my song;
I thought that love would last forever: I was wrong.
Auden, W.H. Funeral Blues
Maar ik heb niet gezaaid en niet geplant
en drinkend tracht ik mijn verdriet te smoren,
omdat de stad mijn ziel heeft aangerand.
Babylon, Frans Tussen stad en land
Tot aan het zwichten en het laatst getij,
Wanneer de wereld één wordt met het duistren,
En wij de niet te hooren woorden fluistren:
Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij.
Bloem, J.C. Media vita; Herinnering
Hart, gij zijt vrij; gij waart om niets beducht. Bloem, J.C. Quiet though sad; Voorjaar
Altijd november, altijd regen,
Altijd dit lege hart, altijd.
Bloem, J.C. Media vita; November
Mijn verlangen is veel meer naar de tijd van mijn jeugd dan naar mijn jeugd zelf, hoewel dit laatste natuurlijk ook wel. Bloem, J.C. Aphorismen, XIX
Welke is die mensen ingeschapen drang,
Die geen vervulling duldt van het begeerde,
Maar altijd van hun zwakke harten weerde
Waarnaar zij joegen, heel hun leven lang?
Bloem, J.C. De Nederlaag; Het huisje in de duinen
Zon, mist en stilte, en dan voor immermeer. Bloem, J.C. Het Verlangen; In Memoriam
Wat dan te doen, grijs landschap, grijze luchten,
Uit de oudste droomen van de ziel gemaakt,
Wat met dit hart te doen, welks diepste zuchten
Al haast niet meer naar deze dingen haakt?
Bloem, J.C. Media vita; Herfstdag
Ik open 't raam en laat het najaar binnen
Het ontuitsprekelijke, het van weleer
En van altijd. Als ik één ding begeer
Is het: dit tot het laatste te beminnen.
Bloem, J.C. Quiet though sad; De gelatene
De grootste kunstenaar schijnt mij altijd deze te zijn, die het grootst mogelijke traditionalisme verbindt aan de grootst mogelijke oorspronkelijkheid Bloem, J.C. Verzamelde beschouwingen ; P.C. Boutens
Alles is veel voor wie niet veel verwacht. Bloem, J.C. Quiet though sad; De Dapperstraat
'De wind', dat is: iemands leven.

'Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt.'
Brouwers, Jeroen Bezonken rood, p. 7
De wind, die eigenlijk zo nu en dan maar eens komt neergestreken, voortdurend komende van en onderweg naar elders, maar nooit constant op één plaats bezig, draagt vlaagsgewijs nu eens verkwikkende, dan weer onverkwikkende geuren aan …. Brouwers, Jeroen Bezonken rood, p. 7
hoe droef het reizen in de trein kan zijn
het meisje dat maar Goethe leest. Het stopsein,
overweg en wisselteken. Alles raast voorbij
zij laat de Werther verder lijden, blad na zij

…….

och! kon deze spoorweg eeuwig duren
Büch, Boudewijn Dood kind, p. 45
spreek toch ijdel over eenvoud & het zuiver rood
dan doe ik het zingen van de blauwe dood
Büch, Boudewijn De Sonnetten, Ein Gespenst geht um in Europa
Tenslotte wint de dood, jazeker,

maar de dood is slechts de stilte in de zaal
nadat het laatste woord geklonken heeft.
Campert, Remco Poëzie is een daad
Dichten is liegen op hoger plan Campert, Remco Braak 1, nr. 1 (mei 1950)
Mijn vrienden, spaart mij één verdriet
en doet mij één plezier:
als gij mij hier gestorven ziet,
begraaft mij dan niet hier!
Duinkerken, Anton van Hart van Brabant; De Deftigen
Te leven boven de Moerdijk
Dat wordt een trage dood!
Ach, als ik hier de mens bekijk
Schaam ik me om 't mens-zijn rood!
Duinkerken, Anton van Hart van Brabant; De Deftigen
De wielen zingen het verdriet
van levens, ongetroost verdragen
om anderen, en zij kwamen niet
Duinkerken, Anton van Harmonika-spel in de trein; Lyrisch Labyrinth
Wel weet ik milder licht omheen een toren zweven
dan in uw grauwe Delft, doch nu de hemel klaar
en vol genaden is, wordt daar ook openbaar
hoe mensen onbewust nabij aan engelen leven
Duinkerken, Anton van Glorie van Delft;
De Gemeenschap, Jrg 6, nr. 8

Lyrisch Labyrint; Delft
Melancholie der bomen in september,
Die weldra niet meer samen groen zult zijn
Duinkerken, Anton van Bomen in september; Tobias met den engel
Ik heb de witte water-lelie lief,
daar die zoo blank is en zoo stil haar kroon
uitplooit in 't licht.

[…]

Nu rust zij peinzend op het watervlak
en wenscht niet meer …
Eeden, Frederik van De Waterlelie
Wat blijft komt nooit terug Eijkelboom, J. Wat blijft komt nooit terug
dat ik niet kan herbeginnen
haar te dienen, haar te minnen,
dat zij heen is en voorbij,
bitter, bitter grieft het mij.
Elsschot, Willem Spijt
Sterren en bloesems, en het zoele suizen
Van lentewind; en, uit de wijde nacht,
Langs de kleine tuinen tusschen stille huizen,
Geur van belofte voor een hart dat wacht.
Eyck, P.N. van Nieuwe Geluiden / Dirk Coster. - p. 5
Zeven maal om de aarde te gaan,
als het zou moeten op handen en voeten
Gerhardt, Ida Hoefprent van Pegasus; De Slechtvalk; De Gestorvene
God, die mij langs ravijnen hebt geleid,
ik draag, nu mij de aardse staat ontglijdt,
een eerst vermoeden van uw majesteit.
Sterven is iets waarover men niet spreekt.
Gerhardt, Ida Hoefprent van Pegasus; Het Sterreschip; Over de Eerbied II
Ogentroost en ereprijs -
glans en zoete artsenij
zijn hun namen allebei
Gerhardt, Ida Vroege Verzen, Het Veerhuis
Hadden wij nimmer nog zwanen gezien Gerhardt, Ida Hoefprent van Pegasus; Het Sterreschip; De Profundis
Nur wer die Sehnsucht kennt
Weiß , was ich leide!
Goethe, Johann Wolfgang Lied der Mignon
Über allen Gipfeln
Ist Ruh,
In allen Wipfeln
Spürest du
Kaum einen Hauch;
Die Vögelein schweigen im Walde.
Warte nur! Balde
Ruhest du auch.
Goethe, Johann Wolfgang Wanderers Nachtlied
'Je kunt zien,' zei Goethe, 'dat de jongeman talent heeft, maar je moet hem niet prijzen omdat hij alles zichzelf heeft geleerd, je moet hem dat kwalijk nemen.' Goethe, Johann Wolfgang Eckermann : Gesprekken met Goethe, p. 169
Ach, wer bringt die schönen Tage,
Jene holde Zeit zurück!
Goethe, Johann Wolfgang Erster Verlust
Een talent wordt niet geboren om aan zichzelf overgeleverd te blijven, maar om zich tot de kunst en tot goede leermeesters te wenden die iets van hem kunnen maken Goethe, Johann Wolfgang Eckermann : Gesprekken met Goethe, p. 169
Ik heb 't gevonden, het menschengeluk,
al moest ik worden vier en dertig jaar
eer ik het vond,en ging veel trachten stuk
in spannend worstlen en ijdel gebaar.
Gorter, Herman School der poëzie II; De dag gaat open als een gouden roos
Zij stond en had haar blank gezicht wijd open
met de japon ruizelend om haar beenen,
haar twee beenen die stonden er door henen
naast elkaar vast, zichtbaar door 't witte sloopen.
Gorter, Herman Kenteringssonnetten XXIV
Ik wilde ik kon u iets geven
tot troost diep in uw leven,
maar ik heb woorden alleen,
namen, en dingen geen.
Gorter, Herman De School der poëzie; Sensitieve verzen
Zooals de maaiers 's avonds gaan,
verzadigd krachtig, in het hoog gezag
des avonds met in 't oog vierkant de dag
van licht, waardoor zij zwaaiend zijn gegaan.

Zoo ga ik ook
Gorter, Herman Kenteringssonnetten XV
Eén ding is droevig en maakt zacht geklaag/Altijd om d'aarde heen, een nevel vaag/En luchtig om dat lijf: 't is wisseling/Van zijn en niet zijn en dat ieder ding,/Zielen en bloemen, drijven naar dat rijk,/Waar 't wit en stil is en den dood gelijk. Gorter, Herman Mei (editie Stuiveling p. 21)
Geest der Muziek, o lucht,
O licht,
Ik zie uw eeuwig aangezicht.
Gorter, Herman Met al mijn bloed heb ik voor u geleefd/Herman de Liagre Böhl, p. 499
Hij stond bij mijne knieën mij zeer nader,/en 'k voelde 'n warmte van hem als een vader Gorter, Herman School der poëzie II; Spinoza's leer
O God! ik sta aan den verkeerden kant.
Ik ga te gronde.
Mijn liefde gaat verloren.
Gorter, Herman School der poëzie II; Spinoza's leer; In de sneeuw waren alle duinen wit
Terwijl ik op een morgen nederlag,/en mijn ooren naar die woorden stil hoorden,/kwam een man in mijn kamer in, en stond/dicht voor mijn bed. Ik zag dat het de woorden/van hem geweest waren, aan zijnen mond. Gorter, Herman School der poëzie II; Spinoza's leer
Aan J.C. Bloem

Totdat het tóch geschiedt
Dat God, die zijn gelieven kiest uit de armen,
Ons derven en ons diep verlangen ziet,
En ons zijn vriendelijke schaduw biedt
Om uit te rusten in zijn koel erbarmen.
Greshoff, Jan onbekend
de vrede graast de kudde voor Haar, ter het orakel van monte carlo / Lucebert
in: de dieren der democratie
Ich weiß nicht, was soll es bedeuten,
Daß ich so traurig bin
Heine, Heinrich Die Lorelei
Denk ich an Deutschland in der Nacht,
Dann bin ich um den Schlaf gebracht
Heine, Heinrich Nachtgedanken
Hij is er een goed voorbeeld van [Multatuli/JvH], hoe onder een democratisch bestel excentrieke mensen enerzijds in betrekkelijke vrijheid kunnen rondlopen en publiceren, maar anderzijds in het publieke leven geen been aan de grond krijgen. Hermans, W.F. De Raadselachtige Multatuli, p. 88
Moderne verworvenheden van de democratie, zoals de democratisering van de universiteiten, garanderen dan ook dat zelfs aan de universiteiten buitengewone mensen geen wijkplaats meer zullen kunnen vinden. Hermans, W.F. De Raadselachtige Multatuli, p. 88
Zo veel wordt bij het winnen ook verloren
lerend liefdes heel te houden vergeet je
hoe ze horen.
Herzberg, Judith Groei (Lees nog eens een gedicht, p. 35)
Zoals rozen openen, je ziet het niet,
een roos is een roos is, is plotseling weten
Jansma, Esther
Afwezigheid, Hier is de tijd p. 41
A thing of beauty is a joy forever Keats, John Endymion; biografie Gorter p. 62
Nauw zichtbaar wiegen op een lichten zucht
De witte bloesems in de scheemring - ziet,
Hoe langs mijn venster nog, met ras gerucht,
Een enkele, al te late vogel vliedt.
Kloos, Willem Avond
Men moet niet van het lieve Dood-zijn ijzen:
De dode bloemen keren niet weerom,
Maar Ik zal heerlijk in mijn Vers herrijzen.
Kloos, Willem Dood-gaan
De bomen dorren in het laat seizoen,
En wachten roerloos den nabijen winter.
Wat is dat alles stil, doodstil...ik vind er
mijn eigen leven in, dat heen gaat spoên.
Kloos, Willem Dood-gaan
En ik weet niet, hoe thans dit hart, zo zwak,
Dat al zó moe is, altijd luider slaat,
Altijd maar luider, en niet rusten wil.
Kloos, Willem Avond
O, als ik dood zal, dood zal zijn
kom dan en fluister, fluister iets liefs,
mijn bleke ogen zal ik opslaan
en ik zal niet verwonderd zijn.
Kloos, Willem Verzen, 1895
De grazige weiden, de stille wateren,
ik heb ze gezocht en inderdaad
gevonden, ze waren nog mooier
dan mij was beloofd,
prachtig.
Kopland, Rutger Al die mooie beloften
Tijdig, omstreeks je vijfendertigste,
heb je je valse ideaalstelling herkend.
Nu, tien jaar later, kun je melden dat
je comfortabel ongelukkig bent.
Korteweg, Anton Stand van zaken ; Tijdig. - Geciteerd door Herman de Coninck in 'De Flaptekstlezer' (Amsterdam : De Arbeiderspers, 1992)
Krenkende woorden, achteloos gezegd,
En tedere, die ongesproken bleven.
Landheer, Jo Dit is het bitterste op aarde ...
in: De Nederlandse poëzie .. / G. Komrij
En ik zal niet verwonderd zijn;
in deze liefde zal de dood
alleen een slapen, slapen gerust
een wachten op u, een wachten zijn.
Leopold, J.H. O, als ik dood zal, dood zal zijn ; Verzen 1895 (Verzen 1)
O nachten van gedragene extase
en diep gedronkene verzadiging,
als elk met zijn geluk te rade ging
en van alleenzijn langzaam wij genazen
Leopold, J.H. Oostersch (Verzen 1)
er is een smaak
van herfst in de bomen
zeggen de oude
dichters
Lodeizen, Hans Het innerlijk behang, Op een paar uren
wat liefde is geweest
luister ernaar in de bomen
Lodeizen, Hans Het innerlijk behang, De buigzaamheid van het verdriet
o -mijn vriend- deze wereld is niet de echte Lodeizen, Hans Het innerlijk behang,
ik heb mij met moeite alleen gemaakt
je zou niet zeggen: je zou niet zeggen dat
het zoveel moeite kost alleen te zijn als
een zon rollende over het grasveld
Lodeizen, Hans Het innerlijk behang, ik heb mij met moeite alleen gemaakt
wij zijn eeuwen en eeuwen te laat geboren.
in een mantel gehuld, door een
engel op weerlichten doortocht verloren
en door het onuitroeibaar heimwee vervuld
den Koning te zien voor Wien ik had willen strijden,
schrijd ik naar den Dood
Marsman, H. Heimwee
moet men geloven dat wie haar beminden
haar eens hervinden en herkennen mogen?
Marsman, H. Graf
Sluimer dood

zacht
verdronken
donker

nacht

groene dood
in de gracht
verzonken
Marsman, H. Delft
alleen was het toen vroeger herfst
en droever.
Marsman, H. Herfst
o! de tocht naar het eeuwige land
door een duisternis somber en groot
in de nooit aflatende angst
dat de dood het einde niet is.
Marsman, H. De overtocht
Oh Mensch ! Gib acht !
Was spricht die tiefe Mitternacht ?
"Ich schlief, ich schlief -,
Aus tiefem Traum bin ich erwacht: -
Die Welt ist tief,
Und tiefer als der Tag gedacht."
Nietzsche, Friedrich Also sprach Zarathustra, IV, Das trunkne Lied
Het is niet waar dat ik mijn jeugd verloor,
Dat ik mijn nederlagen moest bekennen,
En sedert jaren, op een staatskantoor,
Moet ik nog altijd aan mijzelven wennen.
Nijlen, Jan van
Te laat voor deze wereld; Bezoek aan Achterbosch III
Nooit is de zon zo slordig heengegaan

..

- Er was een tijd… Ik ook was eenmaal kind.
Nijlen, Jan van De vogel Phoenix; Somber voorjaar

Tevens in de bundel bij zijn 50e verjaardag (10 november 1934)
Ze wil je liefste zijn, maar niet je evenbeeld.
Ze wil wel met je zijn, maar niet in je vervleesd.
Ze wil ook van je zijn, maar niet dat jij verweesd
Achterbleef, Achterberg. Haar dood is je brood geweest.
Nolens, Leonard De gedroomde figuur; De eenzame man in zijn serre
Iets of iemand heeft mijn sleutels afgepakt,
Mijn vingerafdrukken gejat, mijn naam van de bel gehaald
en mijn verleden zonder koffers op straat gezet.
Nolens, Leonard
Geboortebewijs; Adres
Ik ben geboren uit zonne-gloren
En een zucht van de ziedende zee
Perk, Jacques Iris
Alles zegt weinig, maar niets niet genoeg Pernath, Hugues C. Amsterdam
Wij leven 't heerlijkst in ons vèrst verleden
..
Het is het liefst portret aan onze wanden,
dit kind in diepe schoot of wijde handen,
met reeds die donkre blik van vreemd wantrouwen.
Perron, E. du Het kind dat wij waren
De bomen in october, en daarboven
de zwermen in de eindeloze lucht
Rawie, Jean Pierre
Onmogelijk geluk, October
ik blijf zijn kind, al word ik eeuwen oud,
en blijf als kind voor eeuwig in gebreke.
Rawie, Jean Pierre Onmogelijk Geluk; Sterfbed
Wij volgen éen voor éen het zelfde pad,
en worden met dezelfde maat gemeten;
ik zie mijzelf nu bij zijn bed gezeten

zoals hij bij zijn eigen vader zat:
straks is hij weg, en heeft hij nooit geweten
hoe machteloos ik hem heb liefgehad.
Rawie, Jean Pierre Onmogelijk Geluk; Sterfbed
Ik heb wat dichtbundels geschreven,
ik heb een vrouw of wat bemind,
het is mij alles om het even,
'in dorre blaren ruischt de wind'.
Rawie, Jean Pierre
Summa, Kwade Trouw, Oude Gedichten
Dit is de herfst, dit zijn de mooiste maanden,
maar ze ontgaan ons zoals ieder jaar,
want wij zijn blinden in een wereld waar
het blijvende niet geldt, alleen het gaande.
Rawie, Jean Pierre Geleende tijd; Voorgoed
wij gaan het ongeweten pad

tot aan het ongeweten eind
en vragen niet dan ten geleide
het licht dat soms van gene zijde
voor onze voeten schijnt.
Rawie, Jean Pierre Geleende tijd ; Ten geleide
In deze laatste week van de advent
zou het moeten gaan sneeuwen: ieder jaar
zijn het dezelfde dingen waar je naar
verlangt. Dus sneeuwt het niet; maar alles went.
Rawie, Jean Pierre Advent; Woelig stof
Nu weet ik, wie gij zijt,
de Jongen die ik eenzaam zag te Woudsend en daarna,
nog op dezelfde dag, in een kafee te Heeg.
Ik hoor mijn Moeders stem.
O dood, die waarheid zijt: Nader tot U.
Reve, Gerard Nader tot U; Herkenning
Gij, die niet veel gesproken hebt,
maar alles in Uw hart bewaard -
U groet en troost ik, lieve Moeder,
Gezegende.
Reve, Gerard Nader tot U;
Aan de maagd, vierde persoon Gods
Gij, die Koning zijt, dit en dat, wat niet al, ja ja, kom er eens om,
Gij weet waarom het is, ik niet.
Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?
Reve, Gerard Graf te Blauwhuis; Nader tot U
't Hijgend hert, der jacht ontkomen,
Dorst niet sterker naar 't genot
Van de frisse waterstromen,
Dan mijn ziel verlangt naar God
Reve, Gerard Psalm 42
door Reve gebruikt als motto bij zijn roman "'t Hijgend hert" uit 1998
Wat is dat voor een tijd
waarin naar bloed en geest gij nooit kon aarden,
maar wel geboren werd, met taak en al!
Roland Holst, Adriaan Ter nagedachtenis aan Koningin Wilhelmina, geciteerd op p. 573 van de biografie door Jan v. der Vegt
Veel liefde ging verloren in den wind,
en wat de wind wil zullen wij nooit weten;
en daarom -voor we elkander weer vergeten-
laten wij zacht zijn voor elkander, kind.
Roland Holst, Adriaan Voorbij de wegen; Zwerversliefde
Sinds haar de stad doorzwijmelt
klimt op de kou om mijn stem
een meeuw, en kermt en tuimelt
Roland Holst, Adriaan Een winter aan zee; Eens liep zij hoog te spreken
maar dat ik ten laatste
het wezen van den groten dood ontdek
bij de kleine waterplek,
die zo stil den wilden avondval weerkaatste
Roland Holst, Adriaan De kleine waterplek
Wat was is geweest Roland Holst, Adriaan Biografie door Jan van der Vegt, pagina 630 (Grafschrift op de steen van Roland Holst)
Het najaar waait de duisterende landen
regenend over, en oneindig groot
zijn de verlatenheden van den dood
Roland Holst, Adriaan Voorbij de wegen; Voorzang
Wij zijn maar als blaren in den wind
ritselend langs de zoom van oude wouden,
en alles is onzeker, en hoe zouden
wij weten wat alleen de wind weet, kind-
Roland Holst, Adriaan Voorbij de wegen; Zwerversliefde
Eens zal de vete zijn
bijgelegd
en zal vergeten zijn
ons bitter tweegevecht.
Roland Holst, Adriaan Eens; Alleen met de zee / Kees Fens
Ik zal de halmen niet meer zien
noch binden ooit de volle schoven,
maar doe mij in den oogst geloven
waarvoor ik dien…
Roland Holst, Adriaan Voorbij de Wegen; De Ploeger
Op de kentering der tijden geboren Roland Holst, Henriëtte De nieuwe geboort XI
De zachte krachten zullen zeker winnen
in 't eind -
Roland Holst, Henriëtte Vierentwintig sonnetten van Henriëtte Roland Holst (p. 18). - Oorspronkelijk verschenen in Verzonken grenzen (1918)
Niets was ooit vergeefs, niets gaat ooit verloren Roland Holst, Henriëtte Liefde is heel het leven niet / Elsbeth Etty, p. 449
Om ons is die glans nu gedoofd;
ons arm hart heb ik ontroofd
den zoetsten waan van het leven.
Waarheid is overwinnaar gebleven:
liefde is heel het leven niet.
Roland Holst, Henriëtte Opwaartsche wegen; De laatste dag van het jaar, p. 62
Ik werd geboren met een aard die sterk
van zelf gaat naar de kern van alle zaken
Roland Holst, Henriëtte Sonnetten en verzen in terzinen geschreven; Over de rustigende vastheid die ik vond
Mijn moeders woning was
een huis met twee deuren
een voor haar en een voor mij
Schuur, Koos Atonaal; Om wat ik van de liefde weet
Wij schuilden onder dropplend lover,

Leef lang in blij herdenken voort,
Gewijde stond! Geheiligd oord!
Staring, A.C.W. Herdenking; Bloemlezing Komrij, p. 16-17
For all is dark where thou art not Tennyson, Alfred In Memoriam VIII
Verwijzing: Kees Fens: Van de liefde die vriendschap heet, De Volkskrant 2-11-98
Of er een vrucht is van dat alles
Vraag ik mij niet langer af,
Maar ik probeer u te benaderen,
Nog even, voor het graf.
T'Hooft, Jotie Junkieverdriet, Samen
SUB FINEM
En nu nog maar alleen
het lichaam los te laten-
de liefste en de kinderen te laten gaan
alleen nog maar het sterke licht
het rode zuivere van de late zon
te zien, te volgen - en de eigen weg te gaan.
Het werd, het was, het is gedaan.
Vasalis De oude kustlijn : Nagelaten gedichten
In de oudste lagen van mijn ziel,
waar hij van stenen is gemaakt,
bloeit als een gaaf, ontkleurd fossiel
de stenen bloem van uw gelaat.
Vasalis Vergezichten en gezichten
Zoveel soorten van verdriet,
ik noem ze niet.
Maar één, het afstand doen en scheiden.
En niet het snijden doet zo'n pijn,
maar het afgesneden zijn.
Vasalis Vergezichten en gezichten, Sotto Voce
De winter en mijn lief zijn heen Vasalis Vergezichten en gezichten
Een warm en onverwacht verdriet,
eerbied voor de gewoonste dingen,
neiging om hardop mee te zingen,
en dan te huilen om dit lied
Vasalis Parken en woestijnen; Fanfare-corps
Amstel Hotel.

De ober had het glas al aangedragen.
Een stille bar is als een moederschoot.
Ik hield het rode weekblad dichtgeslagen,
keek uit het raam en overdacht mijn dagen.
Hoog de rivier. Nergens een reddingsboot.
Veltman, Martin Hollandse quintijnen (Amsterdam : De Arbeiderspers, 1991). - Geciteerd door Herman de Coninck in 'De Flaptekstlezer' (Amsterdam : De Arbeiderspers, 1992)
Maar van enkel vrede kunnen we niet eten

We leerden altijd het verkeerde
We wisten zelf niet wat we deden
We leefden in de greep van de gereformeerden
Verhagen, Hans Draak (geciteerd in NRC 14/7/2006)
de liefde van mijn leven wacht
en het komt niet in mij op om mijn geluk met haar te delen
Verhagen, Hans Draak (geciteerd in NRC 14/7/2006)
Wie z'n hele leven stilstaat bij de dood
heeft van zijn geboorte iets niet helemaal begrepen
Verhagen, Hans Draak (geciteerd in NRC 14/7/2006)
De liefde tot zijn land is ieder aangeboren Vondel, Joost van den Gijsbrecht van Aemstel, vers 1894
de klacht om vluchtigheid en toegemeten duur Werumeus Buning, J.W.F. Dood en leven; Strofen 1
Zoo teedere schade als de bloemen vreezen
Van zachten regen in de maand van Mei,
Zoo koel en teeder heeft uw sterven mij
Schade gedaan, die nimmer zal genezen
Werumeus Buning, J.W.F. Nieuwe Geluiden / Dirk Coster. - p. 52
Oorspr. verschenen in In Memoriam (Palladium)
But O that I were young again
And held her in my arms!
Yeats, W.B. Politics
Met begeleiding Kathleen Ferrier gehoord:
in de afgebroken volkstuinhuisjes zong zij
van dood en opstanding. Rijp lag op het gras
naast de Kruislaan en bij de proefboerderij
klonk het orkest met Mahler.
Zuiderent, Ad De afstand tot de aarde