Terug naar Vraag en antwoord

 

 

 

 

Kan een tendovaginitis crepitans ontstaan bij heftig eenmalig geweld tegen de pees. Bijvoorbeeld een volleyballer zwaait met arm tegen netpaal en knalt met duimextensoren tegen het metaal.

 

Tendovaginitis ontstaat meestal na overbelasting. Behandeling bestaat uit relatieve rust, mobilisatie, revalidatie en soms injectie of operatie. Acute traumatische tendovaginitis kan berusten op een scheuring of wand-onregelmatigheid van de schede. Functieonderzoek van de pees en peesschede is van belang om te bezien of er een totale peesruptuur is opgetreden. Dan is hechting mogelijk de beste behandeling. Ook moet een eventueel onderliggend bot- of gewrichtsletsel worden uitgesloten. Verder zal de behandeling niet anders zijn dan bij een chronisch letsel, mogelijk voorafgegaan door koelen en compressie om de bloeding te beperken.

 

 

Is bij chondropathie van de patella op de knieen zitten met een extreme flexiestand van de knie, functionele looptraining of fietsen met een laag zadel een goede remedie?

 

Het klinisch beeld, dat zich uit door spontane pijn in en rond de knieschijf en verergert bij traplopen, belasting en gebogen zit, wordt vaak toegeschreven aan retropatellaire chondropathie. Slechts in een beperkt aantal gevallen gaat chondropathie echter samen met beduidende chondromalacie of patellofemorale artrose. Patella instabiliteit en malalignement zijn in dit verband belangrijker. Men zal zich af moeten vragen of aanleg (hypermobiliteit), overbelasting of beide een rol spelen. Als er geen specifieke diagnose is gesteld kan men beter spreken van een patellofemoraal pijnsyndroom. Knieflexie met weerstand kan de klachten verergeren, dus in hurkzit zitten en fietsen met een laag zadel is klachten opwekkend! Met name voor de m. rectus femoris, maar ook voor andere korte spieren (hamstrings, tractus, gastrocnemius) zijn gedoseerde rekoefeningen nodig.

 

knie-sparende adviezen
  • vermijden van diepe kniebuigingen in sport (squatten, klimmen, springen) en ADL (traplopen), schoolslagzwemmen en fietsen met zwaar verzet.
  • laat eventueel ook aan gewichtsreductie werken
  • fietsen met licht verzet en hoge zadelstand en zwemmen, maar dan alleen borst- en rugcrawl.
  • voorafgaand aan hardlopen eventueel een schoenadvies (inlegzool, antipronatiewig) en looptechnische scholing

 

Leveren een afwijkend vetspectrumen leverfunctiestoornissen aanwijzingen voor dopinggebruik? Welk aanvullend onderzoek is nodig?

 

Een afwijking in lipidenspectrum en leverfunctie doen in principe eerder denken aan aandoeningen zoals hepatitis, Pfeiffer of andere aandoeningen die niets met dopinggebruik te maken hebben. Als in de vraagstelling iets van het vermoeden van dopinggebruik staat, bijvoorbeeld bij een gespierde jonge man die intensief krachttraining doet, dan luidt het antwoord alsvolgt: Anabolica, mits adequaat gedoseerd, zijn in staat de spiermassa te vergroten en daardoor de prestaties te verbeteren indien alle andere factoren reeds optimaal zijn. Het is onlogisch te verwachten dat hoge doses beter werken dan een normale, adequate dosis, behalve dan dat de kans op bijwerkingen toeneemt. Het moge ook duidelijk zijn dat de effecten van anabolica afhangen van de vele andere factoren die bij spieropbouw en herstel van het lichaam een rol spelen. Met name bij bodybuilders is de toepassing van hoog gedoseerde kuren van enkele weken gebruikelijk. Daarbij worden dan nogal eens leverfunctiestoornissen gezien. Gynecomastie en acne zijn eveneens aanwijzingen voor gebruik van anabolica. Tenslotte blijkt de vetstofwisseling bij langdurig gebruik te veranderen waarbij de LDL/HDL-ratio toeneemt en daarmee het cardiovasculair risico. Men moet stellig adviseren het gebruik te staken en kan na enige tijd de afwijkende waarden nog eens controleren.

 

Kunnen jicht-aanvallen bij sportbeoefening worden uitgelokt door te weinig drinken, door overmatige gewrichtsbelasting of door strakke schoenen?

 

Bij jicht is de behandeling tussen de aanvallen bedoeld om de frequentie en ernst hiervan te verminderen en neerslag van uraatkristallen terug te dringen. Chronische tofeuze jicht kan na herhaalde, inadequaat behandelde aanvallen optreden. Hoewel in dat geval ernstige deformiteiten kunnen optreden, wordt de patiënt zelden totaal invalide. Het is belangrijk om vetzucht, hongeren, dehydratie en acidose te vermijden. Speciale gerechten en alcoholische dranken die de aanvallen kunnen provoceren moeten worden vermeden. Matig alcoholgebruik is niet schadelijk. Veel vochtopname en vooral een diurese van meer dan 2 liter per dag verhoogt de uraatexcretie en vermindert precipitatie van uraatstenen in de urinewegen. Bij sportbeoefening en warm weer moet de jichtlijder dus nog meer dan anderen liters extra drinken. Zeer zware sportinspanningen moeten worden vermeden. Verder hoeft men zeker geen beperkingen op te leggen, behalve bij chronische tofeuze jicht. Schoenen kunnen geen jichtaanval veroorzaken, evenmin als overbelasting.

 

We kennen het allemaal: ouders die zich druk maken om hun kinderen, in dit geval om het dragen van schoenen met losse veters: "dat kan toch niet goed zijn en moet voetklachten opleveren, vindt u dat ook niet dokter ?" Daar heb je als huisarts vaak geen antwoord op. Wat is de mening van de sportarts over dit onderwerp ? Zijn er bij de sportarts blessures bekend tgv het lopen met losse veters ?

 

Bij het kopen van sportschoenen adviseer ik om de schoenen met losse veters te passen. Een goed passende schoen blijft met losse veters aan de hak hangen. Naast het voordeel van een goed om de hak sluitende contrefort heeft de goede sportschoen het voordeel, dat de voetbedden geprofileerd zijn. De schoenen bieden bij sport en in principe dus ook bij lopen en rennen op straat een adequate steun. Als de veters netjes worden weggewerkt, verwacht ik dan ook geen grote bezwaren of voetklachten bij normaal lopen.

Anders is dat echter bij sportbeoefening. De veters hebben immers een functie om de schacht van de schoen, inclusief het bovendeel, de voet goed te laten omsluiten. Bij de constructie van de schoen is er van uitgegaan dat de veters worden aangespannen. Met losse veters is de schoen minder stabiel en minder strak om de voet heen gevormd. De kans op verzwikkingen van de enkel zal (theoretisch) toenemen. Voor niet-sportief gebruik zullen er weinig klachten ontstaan, maar bij sportbeoefening wel.

 

De hielspoor kende ik al. Nu lees ik in een röntgenverslag over de patella-spoor ? Wat is dat en hoe is de behandeling ?

 

Bij chronische knieklachten en met name een chronische apexitis patellae (springersknie) kan plaatselijk kalkafzettting in peesinserties optreden. Dat kan als een spoor zichtbaar zijn. Een patella-spoor is dus een teken van chronische irritatie en behoeft als zodanig geen behandeling. Als er klachten zijn, moet de oorzaak van de irritatie worden weggenomen. Daarmee onderscheiden de insertietendinosen met of zonder kalkafzetting zich niet van elkaar

 

Een 14-jarige voetballer komt op het spreekuur met het verhaal van een gisteren verdraaide knie. In een duel ontstaan en het standbeen betreffende. Bij onderzoek een hydrops, met name suprapatellair en een positieve McMurray met pijn lateraal achter. Diagnose: schade achterhoorn laterale meniscus. Wat adviseert u de huisarts om te doen ? Direct verwijzen naar een orthopeed of eerst 4-6 keer fysiotherapie om te zien of het herstel snel verloopt ? Zijn er überhaupt "lichte" meniscusletsels die conservatief behandeld kunnen worden ?

 

Bij een torsietrauma van de knie moet altijd zowel band- als meniscusletsel worden overwogen. Denk ook aan een osteochondrosis dissecans op deze leeftijd. Er kan een los stukje kraakbeen in het gewricht komen met tekenen van hydrops en een positief meniscussymptoom! Alleen een fractuur is reden voor een spoedconsult bij de orthopedisch chirurg. Bij een lichte hydrops en een pijnlijke meniscus kan een conservatief beleid worden gevolgd. Kleine meniscusletsels in de periferie kunnen genezen, of geven uiteindelijk weinig beperkingen.

Adviseer rustig mobiliseren (lopen, steppen en fietsen) en zonder beweging aanspannen van de bovenbeenspieren. Als daarmee hydrops en pijn verdwijnen, is er geen fysiotherapie nodig en kan patient geleidelijk de normale belasting weer oppakken (zie schema). Als de patient de opbouw van de revalidatie niet goed zelfstandig aankan, is fysiotherapetische begeleiding van de oefentherapie zinvol. Schrijf dus geen fysiotherapeutische applicaties voor. En als de klachten uiteindelijk niet verminderen, moet er een afspraak worden gemaakt bij de orthopedisch chirurg voor nader onderzoek en behandeling.

behandeling en revalidatie knieletsels

eerste week
  • . eerste hulp: ICE
  • . dag 1: muscle setting
  • . dag 2: ROM
  • . dag 3-7: weerstandsoefeningen binnen de pijngrens
tweede week
  • . progessieve weerstand en herhalingen
  • . korte duurloop en kort fietsen
  • . rustig traplopen
  • . ROM in een zwembad gevolgd door ijsmassage
derde week
  • . eindextensie oefeningen
  • . duurloop en variabele weerstand fietsen
  • . figuurlopen
  • . starten/stoppen
  • . intensief traplopen
  • . coördinatie oefeningen
vierde week (indicaties voor terugkeer in de sport):
  • . volledige ROM
  • . geen pijn bij palpatie
  • . geen hydrops
  • . geen instabiliteit
  • . spierkracht 95%

 

Een volleyballer luxeert bij blokkeren zijn PIP gewricht digiti 5 linker hand. In het ziekenhuis wordt de pink gezet. Op de röntgenfoto's is er geen fractuur zichtbaar, ook niet intra-articulair. De speler is rechtshandig. Na enkele dagen rust in een Alu-spalk komt patiënt op het spreekuur met de vraag, wanneer hij de training mag hervatten. Heeft de sportarts adviezen over, wanneer het sporten weer verantwoord is ?

 

We onderscheiden drie vormen van traumatische instabiliteit: palmaire, collaterale en volaire instabiliteit. Welke instabiliteit en in welke mate moet bij een luxatie goed worden nagegaan en voor een goed advies ook bij de huisarts bekend zijn.

Als na een hyperextensietrauma de reductie stabiel is en de extensietoename niet meer dan 15 graden bedraagt, wordt overgegaan tot spalken in lichte flexie met vroegtijdig oefenen in syndactylie. Als de reductie instabiel is, is gedurende drie weken een extensieblokspalk met mobiliseren in de veilige amplitude vereist, waarna pas in de volgende drie weken de extensie progressief genormaliseerd mag worden.

Dus ofwel na drie ofwel na zes weken kan het volleybal worden hervat met een tapefixatie van de pink aan de ringvinger. Het is ook nog mogelijk met een rotatoir tapeverband om het aangedane gewricht de vingers na herstel weer te gaan belasten. Een dergelijke tape laat flexie toe en beperkt de extensie en collaterale bewegingen van het gewricht. Het voordeel is dat de vingers niet aan elkaar behoeven te worden gezet, waardoor de functie van de vingers en de hand bij sport beter is.

referte: Leerboek orthopedie

 

Komen lage rugklachten vaker voor bij lange sporters (denk aan volleybal en basketbal) ? Zo ja, hoe komt dat dan ? Is er in de groei een bepaalde fase waarin de rug at risk is ? Zijn er preventieve mogelijkheden, bijv dmv krachttraining, of dmv het dragen van een rugbrace ?

 

Bijna 25% van de adolescenten met rugklachten langer dan 2-3 weken hebben structurele afwijkingen, meestal in het pars interarticularis. Spondylolysis en olisthesis komen meer voor bij volleyballers en turners door de regelmatig optredende hyperlordoseringsbewegingen van de LWK.

Bij rugklachten van intensief trainende jonge mensen in deze takken van sport is een LWK-opname, liefst inclusief 3/4 geïndiceerd. Bij een aanwezige lysis is topsport verboden. Wel moeten de rug- en buikspieren voor het dagelijkse leven versterkt worden om verdere afwijkingen te voorkomen (zie ook vraag stressfractuur).

De lengte speelt bij rugklachten een geringe rol. Maar over het algemeen neemt het risico en de incidentie toe met de leeftijd en afname van de fitheid. Beweging zoals tillen, buigen en draaien dragen bij tot klachten. Preventie en behandeling is mogelijk door training van kracht en uithoudingsvermogen van de rugmusculatuur. Alleen bij spondylolysis en instabiliteit komt het dragen van een brace in aanmerking.

 

Een 19 jarige voetballerblijkt na onderzoek bij de orthopaedisch chirurg een stressfractuur te hebben van L4 ter plaatse van de boog rechts, het pars interarticularis. Hoe nu verder ? Mag deze speler met zijn pijnlijke rug trainen, wedstrijden spelen ? Zo niet, hoe lang dan niet ?

 

Spondylosis treedt bij 5-8% van de bevolking op tussen het 5e en 10e levensjaar en is meestal asymptomatisch. Bij klachten op jonge leeftijd is restrictie van provocerende activiteiten nodig, zoals met name bij turnen optreden. Adviseer versterking van de buikspieren en rekken van de hamstrings. Bij een ernstiger klachtenbeeld kan een antilordotische brace worden overwogen. Zodra de klachten zijn verdwenen (na 6-12 weken) mogen de activiteiten geleidelijk weer worden opgevoerd.

Bij klachten op oudere leeftijd is de relatie met een stressfractuur dubieus. De behandeling is dan niet anders als bij aspecifieke rugklachten (zie vraag lage rugklachten). De speler moet worden gestimuleerd om te trainen en te spelen.

 

Op het spreekuur van de huisarts komen vaak patiënten, jong t/m oud, met een pijnlijke stijve nek. Bij onderzoek blijkt er vaak een blokkade te bestaan van een of meerdere facetgewrichtjes. De fysiotherapeut met een aantekening "manuele geneeskunde" weet daar wel raad op: even een flinke draai of ruk aan de nek en de patiënt verlaat tevreden het pand. Maar helaas de recidief-kans blijkt groot. Mijn vraag: kan de fysiotherapeut deze behandeling eindeloos herhalen ? Wat zijn de risico's van zo'n (herhaalde) behandeling ?

 

Ook bij nekklachten is alleen herstel van de mobiliteit onvoldoende. Om (herhaald) recidief te voorkomen is training van de nek-, schouder- en rugspieren nodig, kortom de gehele extensieketen moet worden versterkt. Dat wordt nogal eens vergeten, niet geadviseerd en/of niet uitgevoerd.

Op zich is goede gedoseerde manuele therapie niet schadelijk voor de gewrichten en heeft men alleen te maken met het 'normale' risico van manipulaties. In geval van herhaalde manipulaties kan men in verband met instabiliteit van een facetgewrichtje uiteindelijk het probleem niet meer aanpakken, omdat het kapsel van het betreffende facetgewricht te slap is geworden. Eindeloos herhalen is dus niet zinvol.

 

Op het spreekuur verschijnt een 23 jarige volleyballer met een bijzondere klacht: "ik wil u iets laten zien" en hij trekt zijn trui en T-shirt in een beweging uit. In zijn blote bovenlijf abduceert hij beide armen tot de horizontaal. "Kijk", zegt hij, en wijst naar zijn rechter schouderkop: "als ik de rechter arm optil komt mijn schouderkop naar voren". Bij verdere navraag blijkt de pijn minimaal te zijn en ontbreekt een acuut moment. Wat is hier aan de hand ?

 

Ongeveer 95% van de schouderinstabiliteiten treedt naar voren op en is vaak traumatisch van oorsprong. Bij werp- en slagsporten, maar ook bij zwemmen, worden geregeld atraumatische subluxaties gezien, die over het algemeen goed reageren op revalidatie training. Naast pijn kunnen ook kliksensaties optreden. Het zogenaamde 'dode arm gevoel' na een gooi- of slagbeweging komt vaak voor. De klacht wordt meer gezien bij sporters met algemene laxiteit. Het hier getoonde verschijnsel is het 'apprehension sign'. De behandeling moet gericht zijn op versterking van de rotator cuff , de spieren rond het schouderblad en de rugspieren (de extensieketen). Met name moeten de exorotatoren (teres minor en infraspinatus) getraind worden, omdat deze spieren de voorwaartse beweging van de schouderkop kunnen beperken.

 

Wat zijn met name de voor- en nadelen van creatine gebruik? In de praktijk is mij gebleken dat er regelmatig "onzuivere"creatine wordt aangeboden. Ook gezien de relatie creatine gebruik en positieve doping resultaten.

 

Diverse sporters zijn het slachtoffer van het nandrolon-spook. Vervuilde voedingssupplementen zouden kunnen leiden tot te hoge nandrolon-waarden in de urine; stress, inspanning en sommige soorten vlees kunnen dat ook. De reklameboodschap luidt: Creatine behoort in de wereld van de topsporters tot het essentiele gereedschap, dat nodig is om te winnen, want in 1996 hadden drie op de vier olympische krachtsportkampioenen creatine gebruikt. Het laat je beter presteren, sneller herstellen en is volkomen veilig.

De realiteit is: Creatine werkt bij sprint- en krachtonderdelen, bijwerkingen zijn betrekkelijk gering, maar veel merken bevatten afval en toxische stoffen. Alhoewel vaak hogere dosering worden aanbevolen is over het algemeen een onderhoudsdosering van 2 gram per dag voldoende, waarbij koolhydraten de opname bevorderen en cafeine dient te worden vermeden. Creatine blijft een duur middel en is slechts voor een een beperkt aantal topsporters interessant.

 

Hoe dient de 'shuttle runtest' bij volwassenen te worden geinterpreteerd?

 

De 20 meter shuttle runtest geeft een indicatie voor het aerobe uithoudingsvermogen of de aerobe fitness. De bereikte shuttle trap heeft een vrij nauwkeurige relatie met de maximale zuurstofopname in ml/min/kg (zie tabel). Voor gezonde mannen en vrouwen zijn er vervolgens leeftijdsafhankelijke normen voor een lage, gemiddelde en hoge conditie (zie tabel). Voor aanvang van de test dient men wel controle uit te voeren op een afwijkende draaisnelheid van de cassetterecorder, waarmee de splittijden worden aangegeven en de loopafstand daarop aan te passen.

 

De gemiddelde conditie (zuurstofopname) bij de 'shuttle runtest"

 

Een dagelijkse dosis van 200 mcg chroom zou het bloedsuikergehalte of het insulinegehalte verlagen. Berust deze claim op waarheid, en zo ja, hoe werkt dit mechanisme dan?

 

Chroom is onontbeerlijk voor het glucose- en vetmetabolisme. GTF (glucose tolerantie factor) bevat chroom. GTF verhoogt de werking van insuline, verbetert de glucosetolerantie, spaart insuline en normaliseert het bloedglucosepeil. Chroom suppletie bij NIDDM verlaagt het cholesterol en triglyceridengehalte en verhoogt het HDL-cholesterol in het bloed. Diabetici verliezen meer chroom met de urine dan niet-diabetici. Maar in het kader van het in evenwicht houden van de bloedglucosespiegel spelen naast chroom onder andere ook vitamine E, zink en vanadium een belangrijke rol.

Wetenschappelijk onderzoek op dit gebied levert tegenstrijdige informatie op. Dus samengevat kan chroom een rol spelen, maar hoe dan precies is nog niet opgehelderd. De dosering is ook een groot vraagteken, deze varieert tussen de 200 en 1000 mcg zelfs.

 

Wat is het beleid bij een mediaal kniebandletsel? Hoe lang is de sporter daarmee uit de running?

 

Letsels van het laterale ligament zijn zelden. Meestal is er sprake van een mediaal bandletsel, al dan niet gecombineerd met een voorste kruisband- of mediaal meniscusletsel. De pijn situeert zich boven, over en onder de gewrichtspleet.

In bepaalde gevallen kan een letsel van de proximale femurinsertie aan mediale zijde aanleiding geven tot ossificatie. Deze afwijking van Pelligrini-Stieda kan flinke afmetingen krijgen. Vaak is er ook zonder (röntgenologisch) zichtbare afwijkingen sprake van langdurige pijnlijkheid. Adequate pijnstilling en oefentherapie zijn dan nodig.

Indicatief voor een geïsoleerd collateraal letsel zijn de volgende bevindingen: Geen evidente hydrops/haemarthros, geen schuiflade, geen pivot shift, pijn zuiver op de collaterale band (ofwel de proximale, ofwel de distale insertie). Specifiek voor een belangrijke bandscheur is een afzakkend hematoom distaal van de knie. Gradering van collaterale letsels is zinvol, omdat gebleken is, dat conservatieve behandeling van graad 2 letsels nog mogelijk is. Een letsel van de mediale collaterale band staat zelden op zich. Let derhalve op verschijnselen van een spierruptuur (m. vastus medialis), kruisbandletsel (VKB) of meniscus (mediaal). In de acute fase van een graad 3 letsel, waarbij een AKB letsel opgetreden is, kan de achterste schuiflade ontbreken, omdat het ligamentum arcuatum (lateraal) intact is. Graad 3 letsels vergen een artroscopie en operatieve aanpak, omdat er dan ook belangrijk letsel van andere structuren is (vooral VKB).

Zie ook schema revalidatie knieletsels.

 

 

Kruisbandletsel, wat is het letselmechanisme en welke spieren moet men trainen tijdens de revalidatie?

 

Voorste kruisbandletsels zijn veelal een gevolg van een torsietrauma. Er is daarbij sprake van rotatie-instabiliteit. In de acute fase (bij de gezwollen knie) is de (gemodificeerde) Lachman-test van diagnostische waarde, waarmee subluxatie van de tibia naar voren provoceerbaar is.

Achterste kruisbandletsels treden op bij hyperextensietraumata of een rechtstreekse slag voor op het onderbeen (dashboardtrauma). Behalve een zwakte- of instabiliteitsgevoel zullen dan ook belangrijke pijnklachten bij belasting optreden.

De achterste kruisband is sterker ontwikkeld en kan derhalve dubbel zo hoge trekkrachten aan kan als de voorste kruisband. De VKB is de eerste weerstand tegen de tibiabeweging naar voren, hyperextensie en endorotatie bij extensie. Zodoende is in de meeste gevallen de VKB aangedaan.

Extensie van de knie tegen een distale weerstand geeft rek op de VKB. Training van de quadriceps moet dan ook met beleid worden uitgevoerd. Belangrijker is evenwel training van de hamstrings, omdat deze spier de VKB beschermt.

Bij letsel van de AKB is in principe het omgekeerde van belang.

Zie ook schema revalidatie knieletsels.

 

Een huisvrouw van 44 jaar, die vrij veel aan sport doet komt op het spreekuur met chronische knieklachten, geduid als chondropathie. Nu is haar vraag, wat te doen aan de knieen, of is het mogelijk om wat voor de pijn te nemen, is dat verstandig?

 

Uit het verhaal maak ik op, dat patiente klachten heeft aan de voorzijde van de knie. De term chondropathie is daarvoor in principe niet juist.

Patiente doet vrij veel, wat op zich al een reden tot klachten kan zijn.

In de eerste plaats adviseer ik dus de belasting te doseren, vooral kniebelastende activiteiten te minderen, zoals

  • tennis op stroeve ondergrond
  • joggen op harde ondergrond
  • fietsen met zwaar verzet.

Zie ook kniesparende adviezen

Maar er zijn nog meer mogelijkheden, zoals afvallen in gewicht en rekoefeningen van de quadriceps.

Medicatie lijkt me minder zinvol.

 

Welke revalidatie-tips kan de ha geven aan een recreatief marathon-loopster met een rest-blessure aan het gewricht van Lisfranc na inversietrauma (verzwikking) 4 weken terug ?

 

Meestal kan worden volstaan met advies over spierversterkende oefeningen voor de diverse spiergroepen, eerst isometrisch (= zonder beweging), later steeds meer dynamisch. Deze worden na enkele weken gevolgd door coördinatieoefeningen (op de oefentol), half tot volledig belast (5 maal 10 minuten per week, 10 weken lang).

De training bestaat aanvankelijk naast lopen in de normale woon/werksituatie alleen uit alternatieve training op de fiets (eerste 3 weken). Na 3 weken kan geleidelijke hervatting van de looptraining plaatsvinden. Daarbij is aandacht voor looptechniek nodig, alvorens sportspecifieke trainingsvormen te hervatten.

Hervatting van sportspecifieke training kan na 4&endash;8 weken plaatsvinden, als er geen gewrichtszwelling, geen gewrichtsontsteking, geen drukpijnlijke punten, geen bewegingsbeperking, geen pijn bij passief bewegen en voldoende functie van de kuitspiergroep is. Men test dan de kuitspierlengtes, het looppatroon, figuren lopen, starten en stoppen.

 

Welke knie-risico's loopt een waterskieer als hij/zij op het water landt vanaf de springschans ? (extreme flexie, grote vnl voorwaartse snelheid).

 

In diepe belaste flexie wordt de achterzijde van de menisci klem gezet en kan bij het overeindkomen een lesie optreden. Door de grote snelheid bij de landing ontstaat een schuifkracht op het onderbeen t.o.v. het bovenbeen, zodat de achterste kruisband wordt belast. Een lichte rotatie is bij de hoge landingssnelheden genoeg om bandletsel te krijgen.

 

Hoe kan de huisarts bij lichamelijk onderzoek onderscheid maken tussen een tendinitis van de supraspinatus en een chronische bursitis subacromialis ?

 

Volgens de nieuwe standaard is het kenmerk voor de diagnose intrinsieke schouderklacht: aktieve abduktie van de aangedane arm is beperkt en/of pijnlijk.

Men maakt dan onderscheid tussen aandoeningen met en zonder bewegingsbeperking:

a.

aandoeningen met bewegingsbeperking

beperking in drie richtingen, exorotatie het meest:

• (capsulitis adhesiva)

beperking in één richting, geen alarmsymptomen:

• (akute bursitis subacromialis)

b.

aandoening zonder bewegingsbeperking

painful arc bij abductie en/of anteflexie

• (impingement subacromiale strukturen)

Het onderscheid tussen tendinitis en bursitis ontbreekt dus een 'evidence based' richtlijn.

In de praktijk maak ik wel onderscheid door de abductie tegen weerstand onder tractie aan de arm te herhalen. Als de patient dan minder last heeft en meer kracht heeft, ga ik uit een de diagnose 'chronische bursitis'. Dat onderscheid maak ik, omdat ik een bursitis eerder zal behandelen met injecties corticosteroiden subacromiaal, terwijl een tendinitis bij voorkeur met spierversterkende oefentherapie wordt benaderd. Bij de behandeling van een tendinitis zou fysiotherapie in de zin van fricties en ultrageluid ook overwogen kunnen worden.

Zie ook schouder standaard NHG en schouder therapie advies.

 

Vragen over sportdranken:

1: Wat is het verschil tussen hypertone, isotone en hypotone dranken?

2: Wat kan je het beste drinken in de zomer en het beste in de winter, wanneer je aan het schaatsen/skeeleren bent?

3: Wat kan je het beste drinken in de rust van een voetbalwedstrijd?

 

Drinken tijdens sport

Bij hoge inspanningsintensiteit en inspanning langer dan 45 minuten is het drinken van water met koolhydraten zinvol, ook bij voetbal en vergelijkbare sporten.

Het aantal opgeloste deeltjes in een vloeistof bepaalt de osmotische druk (tonus): hypotoon betekent lager dan, isotoon gelijk aan, hypertoon hoger dan de lichaamsvloeistoffen (400 mosm/kg).

Sportdranken, die 30-80 gram koolhydraten per liter bevatten, meer dan 400 mg natrium (2 mg zout) en een osmolariteit lager dan 400 mosm/kg (hypotoon of isotoon) zijn effectief voor de vochtaanvulling bij sportevenementen. Bij warmer weer verdient zelfs een lagere osmolariteit (300 mosm/kg) de voorkeur.

In de winter, als inneming van vocht minder belangrijk is dan koolhydraten, kan een energierijke drank worden gebruikt met 130-150 gram koolhydraten (maltodextrines) per liter, maar ook dan mag de osmolariteit niet hoger zijn dan 400 mosm/kg.

Dranken mogen koel (5-10 C) worden ingenomen, maar alleen als dit goed wordt verdragen. Bij koud weer mag men ook warme dranken gebruiken.

Bij voetbal kan men het beste vlak voor de wedstrijd 300-500 ml sportdrank drinken, maar bij koud weer is 200-300 ml (warme) energiedrank beter. Hetzelfde recept geldt voor de rustpauze.

Let op, veel energiedranken zijn hypertoon (850-1300 mosm/kg), evenals frisdranken (600-950 mosm/kg). Je kunt deze desgewenst met water verdunnen. Melkproducten daarentegen zijn isotoon en zodoende goede dorstlessers.

Na langdurige en intensieve sportbeoefening moet men eerst isotone sportdrank drinken (3a4 maal 300-500 ml) en daarna 300-500 gram koolhydraten eten (2a3 porties spaghetti, aardappels, fruit) met weinig vet en eiwit om binnen 4 uur de glykogeenvoorraad in het lichaam weer op peil te brengen.

Zie ook sportdrank.

homepage